
Klimaatconferentie in Kopenhagen: georkestreerd bedrog?
Wat vindt u? Is er inderdaad sprake van georkestreerd klimaatbedrog? En wie hebben daar baat bij?
Blijft slechts 1 vraag over: Wie is Leon de Winter? Welnu, Leon de Winter is a minor poet, zoals de Engelstaligen dit noemen, en beslist geen expert op het gebied van de biologie. Dat is E.O. Wilson wel. Wie is E.O. Wilson? Een van de grootste wetenschappers van onze tijd. Al vijf decennia lang hoogleraar aan de prestigieuze Harvard Universiteit, die nog immer op topniveau meedraait. Winnaar van de Pulitzer Prijs en de ontvanger van meer dan honderd onderscheidingen uit de gehele wereld op het gebied van de wetenschap en de literatuur. In zijn boek The Creation, An Appeal to Save Life on Earth zet hij haarscherp uiteen hoe de milieuvernietiging het voortbestaan van de mens bedreigt. En dat is het belangrijkste onderwerp van Kopenhagen.
Waarom dan een minor poet in de slijpsteen voor de geest? Wel, omdat de oplagen dalen en dus probeert de redactie met wat kabaal de krant aan te prijzen. Zo ongenuanceerd ligt het. Bij de NRC is de mening belangrijker dan het feit. Vandaar dat de krant op zoek is naar meningen: 'Wat vindt u?'
Lul mee met de NRC.
Dit vond ik een ter zake kundige reactie op de nonsens van De Winter:
'Elmer Hartkamp zegt:
maandag 7 december 2009, 10:27 uurZelfs als de opwarming van de aarde een fabeltje blijkt, wat is er dan op tegen dat we groener gaan produceren en leven? We kunnen de aarde niet eeuwig uitzuigen en bevuilen! Als we het niet doen voor de boompjes en de beestjes, dan in ieder geval toch voor onszelf!'
En hier zijn we bij de kern van de zaak. De NRC is een neoliberale krant. Voor de redactie staan de neoliberale dogma's buiten discussie, net zoals voor de geestelijkheid vroeger het bestaan van de christelijke god buiten discussie stond. Elke serieuze aanpak van de grootschalige milieuvernietiging die gaande is, betekent in de praktijk een aanval op de kapitalistische ideologie die alleen kan bestaan bij onbeheerste groei. En de NRC-redactie gaat liever zelf ten onder dan dat hun geloof ten onder gaat. Vandaar dat ze a raison van een duizend euro een zot inhuren om wat kabaal te veroorzaken. En nu de pro-Israel lobbyist de 'Joodse staat' niet meer heeft om te verdedigen, heeft hij nu de tijd om het kapitalisme te verdedigen, met dezelfde krankzinnige heftigheid als altijd: dus 'klimaatmafia'! Overal loert de hele wereld op Leon de Winter. De hele wereld draait om hem en zijn beklemmende angsten.
De 85-jarige Hajo G. Meyer, een fysicus, die Auschwitz overleefde en bestuurslid is van Een Ander Joods Geluid verklaarde de paranoide levenshouding van Leon de Winter als volgt: 'Volgens de reformrabbijnen, een milieu waarin ik opgroeide, waren het joden- en christendom qua zedenleer nagenoeg identiek. De combinatie van joods-christelijke intermenselijke ethiek van ‘‘heb je naaste lief’’ en de moraal van rabbijn Hillel, ‘’dat wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet,’’ werd nog eens versterkt door de idealen van de Franse Revolutie, de gelijkwaardigheid van alle mensen, onafhankelijk van hun afkomst, sekse, ras, nationaliteit of geloof. Met die tolerante moderne ethiek ben ik opgegroeid, ik ben ervan doordrenkt. En die ethiek missen mensen als Leon de Winter. Die heeft een heel andere achtergrond, komt uit een volstrekt ander joods milieu. In een interview met Ischa Meijer zegt hij over zijn ouders: “Ze zijn allebei van straat-, straatarme afkomst; ze behoorden tot het proletarische jodendom… Allebei alleen lagere school. We hadden thuis geen boek in de kast… Inderdaad, ik ben ook nog eens een onafgemaakte intellectueel… De sfeer bij ons thuis werd gekenmerkt door geborgenheid en een ontzagwekkende angst voor de buitenwereld. Er stond een enorme muur tussen ons en de rest van alle mensen in.” Ik citeer Leon de Winter omdat zijn beschrijving zo treffend is, hij geeft het beeld van het getto met een muur eromheen, een beeld dat veel joden niet van zich af kunnen schudden. Hij zegt afkomstig te zijn uit “een verloren geraakt clubje joden, daar aan de rand van Den Bosch. Er werd bij ons thuis veel, wat zeg ik, constant over de joden en hun lot gepraat… onderduikverhalen… Met dat soort verhalen ben ik grootgebracht… Ik heb van jongs af aan het gevoel gehad dat ik mijn ouders moest beschermen – typische houding van die tweede generatie oorlogsslachtoffers”. Zo benoemt hij zichzelf. Die jongen is getekend door “aan de ene kant die minachting van mijn ouders jegens hun niet-joodse omgeving en tegelijkertijd de waanzinnige angst ervoor… Ik was een verschrikkelijk jongetje. En doodsbang”. Dit is een volstrekt andere belevingswereld dan de mijne. De Winter voelt zich een buitenstaander, zoals ook uit deze beschrijving goed blijkt: “Wij woonden buiten de stadsmuren van Den Bosch. Als wij, vanuit ons huis daar op die vlakte, stadwaarts togen, zag je die dreigende muren waar de stad op gebouwd was, en daarbovenuit staken dan die torens van de Sint-Jan, voorts betrad je de wijk waar de katholieke patriciërs woonden: donkere huizen, smalle straatjes – middeleeuws; zo was het, en zo voelde ik het. Ik ben als kind altijd bevreesd geweest voor dat Den Bosch… Achteraf gezien was dat joodse leven van mijn ouders het enige ijkpunt waardoor ze die krankjorume oorlogservaringen nog een beetje konden verklaren; ze waren eruit gepikt als joden, dus zouden ze, godgloeiende godverdomme, ook verdergaan als joden. En dat deden ze ook. Maar mijn moeder hoort vandaag de dag ook niet meer bij dat, inmiddels over het algemeen welvarende, Bossche jodendom; zij stamt immers af van die doodarme onderlaag, die verdwenen is. Ook jegens dezen is mijn moeder vervult van wrok.” En als Ischa Meijer hem vraagt of zijn ouders hem hebben geleerd te liegen antwoordt Leon de Winter: “Ja – het was die dubbelzinnigheid. Als er bijvoorbeeld leveranciers aan de deur kwamen, en mijn moeder in het Jiddisch opmerkingen over ze maakte tegen ons kinderen. We moesten dan lachen, ondanks onszelf; en zo’n man voelde zich te kakken gezet. Een ongehoord gênante vertoning. Niemand kon in zo’n situatie een kant uit. Ontzettend ingewikkeld ook. Ja, op die manier hebben mijn ouders mij liegen geleerd.” Met andere woorden, we hebben hier te maken met een werkelijkheid die vervuld is van rancune, wrok, haat, angst, en slachtofferschap, buitengewoon frustrerend, een milieu waar De Winter zich volgens eigen zeggen ook voor schaamde. En deze achtergrond staat diametraal tegenover de achtergrond waarin ik ben opgegroeid. Het is de wereld van het benarde, provinciale, ongeletterde jodendom tegenover het universalistische, kosmopolitische, geletterde jodendom. In feite is er altijd al een interne strijd geweest tussen het naar binnen gerichte en het naar buiten gericht jodendom, waarbij milieu en cultuur een doorslaggevende rol spelen.
Maar deze achtergrond maakt de NRC niets uit, zolang de oplagecijfers maar niet dalen. Een uitgebreid interview met Hajo Meyer kunt u lezen in mijn boek De oneindige oorlog.




