zaterdag 24 oktober 2020

Chris Kijne en de Gesubsidieerde Onwetendheid 20

 


Wie ruimt straks alle rotzooi op die mijn generatie achterlaat? Ik vermoed niemand. Nog ontelbare millennia-lang zullen betonnen ruïnes overeind blijven, en plastic eilanden de oceanen bevuilen. En mochten er dan nog mensen bestaan: wat zullen zij over ons denken?

Tijdens een vraag en antwoord bijeenkomst in april 2019 verklaarde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Mike Pompeo, lachend tegenover een volle zaal van de Texas A&M University:


I was the CIA director, we lied, we cheated, we stole… we had entire training courses. It reminds you of the glory of the American experiment. 


Het publiek waardeerde zijn relaas door te lachen en te applaudisseren. 

https://www.youtube.com/watch?v=DPt-zXn05ac


In zijn boek The Confidence Man in American Literature (1982) stelt Gary Lindberg, hoogleraar Engels aan de Universiteit van New Hampshire, zichzelf de volgende vraag over de ‘con-man,’ de oplichter:


How did a country that prided itself on innocence and exemplary rectitude (rechtschapenheid. svh) ever develop as a culture hero — even a covert one — so ambiguous (dubbelzinnig. svh) a being as the confidence man? To understand the powerful attraction of this figure, one must begin with the set of popular aspirations, habits, and beliefs that seemed for generations to be positively associated with the idea of America. These include the success ethic with its icon of the self-made man; the promissory (beloftevolle. svh) tradition with its hero, the booster (de man die van alles voor elkaar krijgt. svh); and the cult of of practical ingenuity, as celebrated by the jack-of-all-trades (manusje van alles. svh). The figures often overlap in practice, and that is in part because they arise from similar conditions and embody common attitudes. It is in giving us access to those similarities that the confidence man is so valuable a model, for he is the complex figure who gathers the gestures, habits, and values for several specialized popular icons and shows their hidden significance. 


The root of the matter is a peculiar sense of the self, at once buoyant (op drift. svh) and practical, visionary and manipulative. To make a self — such is the audacious (vermetele. svh) undertaking that brings one into a world of masks and roles and shape-shifters (gedaante-verwisselaars. svh), that requires one to manipulate beliefs and impressions that elevate technical facility (vaardigheden. svh) and gives one the heady (onbesuisde. svh) sense of playing a game.


Om te voorkomen dat deze omschrijving te cryptisch overkomt geef ik een vergelijkbaar Nederlands voorbeeld: Pim Fortuyn, de poseur, narcist, de relnicht, die het politieke wereldje instapte, en daar kort maar krachtig een ongekende opschudding veroorzaakte. Achttien jaar geleden, zomer 2002, schreef ik in het inmiddels ter ziele gegane tijdschrift De Humanist over het verschijnsel poseur: 


De wijd verspreide veronderstelling dat Pim Fortuyn de gedachten van het volk verwoordde is een grote misvatting. Allereerst omdat de massa nooit gedachten heeft, nooit heeft gehad en nooit zal hebben. Zij wordt gedreven door instincten, niet door ideeën aangezien die te abstract zijn. De massa zoekt ook geen oplossing, maar een ontlading omdat ‘in de ontlading de verschillen’ worden ‘afgeworpen en allen zich gelijk’ voelen, zoals Elias Canetti in ‘Massa en Macht’ geloofwaardig uiteenzet. ‘De verlichting hierover is kolossaal. Terwille van dit gelukkige ogenblik, waarin niemand méér, niemand beter is dan de ander, worden de mensen tot massa.’ Deze Nobelprijswinnaar waarschuwde evenwel dat:


het zo begeerde en zo gelukkige ogenblik van ontlading draagt zijn eigen gevaar in zich. Het lijdt aan een fundamentele zinsbegoocheling: de mensen die zich plotseling gelijk voelen zijn niet werkelijk en voor altijd gelijk geworden.


Bovendien wantrouwde Fortuyn het volk, de naam- en gezichtsloze massa, die hij als solist van nature minachtte. Pim was een populistische poseur die zijn rol, zolang het duurde, voortreffelijk speelde en dankzij de onvermijdelijke mediahype tot duizelingwekkende hoogte steeg. Na zijn dood schreef in NRC de auteur Herman Franke, die Fortuyn in diens rol van docent marxistische sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen had zien optreden en hem: 


de communistische revolutie [zag] uitroepen met dezelfde gedreven glansogen en op dezelfde zelfverzekerde messiastoon als hij nu de rechtse LPF-revolutie voor 15 mei aankondigde. Het was tijdens de oliecrisis in 1973. ‘Nu klapt het kapitalisme, nu breekt de dictatuur van het proletariaat aan,’ zei hij.


Opportunisme karakteriseert de poseur. Voor hem is de inhoud altijd ondergeschikt aan de vorm. Belangrijk daarbij is te weten dat een poseur, in tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen, geen aansteller is. Integendeel, tot op grote hoogte meent hij wat hij zegt op het moment dat de woorden uit zijn mond rollen. De pose is zijn overlevingsstrategie. Gelijk een kameleon van huidskleur verandert, wisselt hij (of zij) moeiteloos van rol zodra de omstandigheden daartoe noodzaken. De ene dag is de poseur progressief, de andere dag conservatief. Elk moment en in telkens veranderende omstandigheden moet hij zichzelf opnieuw be-denken. Hij is de hoofdpersoon in zijn eigen pulproman, een barokke dandy, een kitsch-figuur, wiens optreden naadloos aansluit bij de behoeften van de postmoderne tijd. Want één ding is duidelijk: een poseur kan alleen in een — van zichzelf vervreemde — massamaatschappij functioneren. Die vormt zijn toneel, de massa zijn publiek. In een gesloten gemeenschap, gedragen door samenhangende identiteiten, was hij allang door de mand gevallen; daar zou hij niet meer zijn geweest dan de dorpsgek. Welnu, terwijl de voltallige Nederlandse pers zich vergaapte aan Pims optreden, was er één man die meteen zag wat dit allemaal te betekenen had, te weten de auteur Mohammed Benzakour, die als 'enige Reviaan van Marokkaanse origine' de klappen van de zweep kende. Hij schreef in de Volkskrant: 


Pim is niet op zoek naar het middelpunt van de macht. Pim is op zoek naar het middelpunt van de belangstelling… Pim is als een stroboscooplamp die enkel schittert zolang er licht op valt. Maar als de schakelaar wordt overgehaald, verkommert Pim tot een bloem die lang geen water heeft gekregen… Pim heeft de Koude Oorlog verklaard, niet aan de islam maar aan de Anonimiteit… Wat Pim zijn eenzaam hart begeert, is een enorme Rode Loper, uitmondend op een Podium. Een groot houten podium met daarboven een strak gespannen koord. Zodat hij hoog boven het publiek kan zweven, zich kan uitleven in dans, zang, jongleren, jongens, sigaren. Opdat iedereen hem kan aanschouwen, bewonderen, beminnen. 



Benzakour had gelijk: Fortuyn was niets anders dan een relnicht met een circusact. Hij was mediamiek, van nature publiciteitsgeil, sprak in soundbites en was dus een godsgeschenk voor de pers, altijd al op zoek naar iets dat afwijkt. De poseur en de media kunnen niet zonder elkaar, als parasieten leven ze van elkaar, ze vormen een symbiose in het almaar uitdijende rijk van de kitsch. Of zoals Milan Kundera het stelde: 

Op grond van de dwingende noodzaak te behagen en zo de aandacht van het grootst mogelijke publiek te trekken, is de esthetiek van de massamedia onvermijdelijk die van de kitsch en naarmate de massamedia ons gehele leven meer omsluiten en infiltreren, wordt de kitsch onze dagelijkse esthetiek en moraal.


We zien het op elk maatschappelijk gebied: natuurlijk in de politiek, in de journalistiek, de economische- en financiële wereld, maar ook in de sport en zelfs in de kunsten. Kundera:


Het woord kitsch verwijst naar een houding van degene die tot elke prijs zoveel mogelijk mensen wil behagen. Om te behagen dien je je te conformeren aan wat iedereen wenst te horen, in dienst te staan van pasklare ideeën, in de taal van de schoonheid en de emotie. Hij beweegt ons tot tranen van zelfvertedering over de banaliteiten die wij denken en voelen.


Eén van de kernmerken van kitsch is dat hij meer wil lijken dan hij is. Kitsch is uitsluitend gericht op effect. En omdat gedachten in een massamaatschappij niet het ultieme effect kunnen teweegbrengen, bedient de poseur zich van sentimenten, verpakt in makkelijk te verteren meningen. Hij grossiert in frasen. Voor de poseur en zijn publiek tellen niet de feiten, maar de opinies, niet de hersenen maar de onderbuik. In het Angelsaksisch taalgebied bestaat het woord 'camp,' volgens Van Dale's woordenboek: 'kitscherig, gemaakt, verwijfd, nichterig.' Pim Fortuyn was camp. Hij speelde de politieke nicht, die in één adem pleitte voor het sluiten van de grenzen om vervolgens met een knipoog te laten weten wel met wat leuke jonge Marokkaanse knapen naar bed te willen. Tegelijkertijd speelde hij de geëmancipeerde homoseksueel, gedreven door de wens nu ook eens echt voor vol te worden aangezien, dat wil zeggen: politieke macht, omdat in de virtuele wereld alleen nog de politiek telt.

http://home.planet.nl/~houck006/poseurs.pdf  


Sindsdien is er niets wezenlijks veranderd. Het is alleen veel erger geworden. De schijn heeft de werkelijkheid op bijna elk maatschappelijk gebied weggevaagd. 

Hoewel de ‘con man’ tegenwoordig overal een dagelijks verschijnsel is geworden, duiken nergens zoveel ‘con men’ op als in de politiek en de journalistiek, dus daar waar sprake is van wat Lindberg de ‘shifty (onbetrouwbare. svh) world’ noemt, waar de ‘situation is more fluid and judgements far more uncertain’ en ’where appearances are extremely important but also deceptive, where opportunity expands as judgement becomes less stable.’ Met als resultaat ‘the tendency of people to take advantage of each other.’ Dit is in feite ‘the pattern of the classical confidence game, the exploitation of people’s wishes to get something for nothing or to profit by extralegal means.’ In een consumptiemaatschappij waar een ieder iets aan een ander probeert te verkopen en daarop afgerekend wordt — van de eigen arbeid tot aan de hele santenkraam aan producten en diensten  en geld de hoogste waarde vertegenwoordigt, spreekt het voor zich dat alles een zielloze maskerade is geworden. Lindberg eindigt zijn boek dan ook met het besef dat de ‘confidence man brings to focus the whole paradoxical question of individualism in the American past.’ Het ieder voor zich en God voor ons allen, de onverzadigbare begeerte, en het monomane egoïsme, zijn elementen in de Amerikaanse civilisatie die een echte gemeenschap, een samen-leving onmogelijk maken. De Europeanen, de verschoppelingen die gedwongen werden elders hun geluk te vinden, zijn nooit werkelijk geworteld geraakt, de illusie is blijven bestaan dat over de horizon het ware beloofde land ligt. De Amerikanen zijn nog steeds op zoek naar zichzelf, en dat maakt hen zo intens tragisch. Vandaar ook de huidige binnenlandse polarisatie tussen Democraten en Republikeinen

Luther Standing Bear, opperhoofd van de Oglala Lakota Indianen, beschreef al in de eerste helft van de twintigste eeuw de intense leegte die hij in de witte man zag:

The white man does not understand America. He is too far removed from its formative processes. The roots of the tree of his life have not yet grasped the rock and the soil. The white man is still troubled by primitive fears; he still has in his consciousness the perils of this frontier continent, some of it not yet having yielded to his questing footsteps and inquiring eyes.


Vanuit een geheel ander universum observerend, wisten de meest scherpzinnigen van de Indianen dat ‘the man from Europe is still a foreigner and an alien,’ terwijl ‘in the Indians the spirit of the land is still vested; it will be a long time until other men are able to divine and meet its rhythm.’ 



Precies hetzelfde realiseerde zich de Amerikaanse auteur F. Scott Fitzgerald. De, in mijn ogen, grootste Amerikaanse schrijver van de twintigste eeuw, eindigde zijn roman The Great Gatsby (1925) met de woorden:


for a transitory enchanted moment man must have held his breath in the presence of this continent, compelled into an aesthetic contemplation he neither understood nor desired, face to face for the last time in history with something commensurate to his capacity for wonder.


Die capaciteit is de mens in het neoliberale kapitalisme kwijt geraakt. Fitzgerald laat zien dat zowel Gatsby als de VS tragisch zijn, omdat zij verstrikt zijn geraakt in The American Dream, een droom die in feite zo oud is als de mensheid zelf. The Promised Land, de Hof van Eden, het Paradijs waaruit Adam en Eva werden verdreven, het onbereikbare ideaal. ‘Men must be born and reborn to belong,’ zo waarschuwde Standing Bear, maar daartoe was de geest van de ontheemde Europese kolonist niet in staat. Hij was vervreemd geraakt van zijn Europese wortels maar ook van zijn medemens, van de directe omgeving en tenslotte van zichzelf. Wat weet de polder-intellectueel hiervan? In zijn bestseller Reizen zonder John. Op zoek naar Amerika (2012), is de VS voor Geert Mak het ‘droomland’ uit zijn jeugd, met ‘Donald Duck’ en ‘platte pakjes kauwgom,’ en kwalificeert mijn oude vriend de auteur Jack Kerouac als 'een nieuwe trendsettter,' en omschrijft hij diens klassieke boek On the Road (1957) als:


een los geschreven verslag van een Amerikaanse zwerftocht door twee wilde jongens… Kerouacs boek [was] typerend voor een nieuwe generatie die de nadruk legde op consumeren. Bij Kerouac ging het niet meer om het nut en het doel van de tocht, maar enkel om de reis op zich, om het ontworteld zijn, om het schijt hebben aan alles.


In de ogen van Mak hebben we hier te maken met een absurde modegril van een 'nieuwe trendsetter,' een man die samen met zijn vriend 'schijt' heeft 'aan alles.’ In werkelijkheid is On the Road een complexe roman over het zoeken naar betekenis in een betekenisloze materialistische beschaving met haar verstikkende kleinburgerlijkheid. Tegenover Vrij Nederland merkte Mak op: Het egotripperige van Kerouac heeft mij nooit zo aangetrokken,’ niet beseffend wat het thema van de roman is. 




Om Kerouac te kunnen begrijpen moeten we hier Mak's beschrijving ontleden. Allereerst het begrip 'trendsetter.' Was Kerouac een 'trendsetter' in de juiste betekenis van het woord, te weten: 'someone who popularizes a new fashion'? Nee, Kerouac heeft geen 'nieuwe' gril gepopulariseerd. Het is zeker niet zo dat in de jaren vijftig honderdduizenden, dan wel miljoenen Amerikanen, net als Kerouac en zijn metgezellen, hasj zijn gaan roken, benzedrine zijn gaan inhaleren, aan het zwerven sloegen, en naar free jazz begonnen te luisteren. Het is waar dat de gevestigde orde toen, net als Mak nu, On the Road en de levensstijl die daarin wordt beschreven, scherp afwees als onverantwoordelijke 'egotripperij.' Feit is dat Mak's 'wilde jongens' als marginaal verschijnsel werden gezien door de massa van brave burgers die al gauw iets te 'wild' vond. Dus wat voor Mak een 'trend' is, bleef in werkelijkheid het gedrag van een zeer kleine groep sociaal verstotenen.


Hoe weinig Geert Mak van ‘Amerika’ begrijpt, blijkt tevens uit zijn bewering dat Kerouac’s boek ‘typerend was voor een nieuwe generatie die de nadruk legde op consumeren.’ Maar precies het tegenovergestelde is waar. On the Road is een poging te ontsnappen aan de dwang van de betekenisloze consumptiemaatschappij, zoals elke Amerikaanse recensent onmiddellijk besefte. Vanuit zijn eigen geborneerde kijk realiseert de domineeszoon Geert zich niet dat hij alleen maar zichzelf portretteert wanneer hij beweert dat het Kerouac ‘niet meer [ging] om het nut en het doel van de tocht, maar enkel om de reis op zich, om het ontworteld zijn, om het schijt hebben aan alles.’ Het was juist ‘het ontworteld zijn’ van ‘Amerika’ dat de drijfveer was van de beat-generatie om zelf te gaan zoeken naar zin en betekenis van de christelijke consumptie-civilisatie. Het was allereerst de zielloze consumptiedrift die ‘schijt’ had aan al het andere, de natuur en de medemens. Het feit dat broodschrijver Mak dit nog steeds niet door heeft, is typerend voor zijn verwrongen beeld van de werkelijkheid.  


Let ook op de kwalificatie 'egotripperig' voor mannen die de adolescentieleeftijd waren gepasseerd en desalniettemin door Mak als 'jongens' worden betiteld. Opvallend is dat mijn oude vriend een negatieve kwalificatie gebruikt voor het gedrag in een land dat het verregaand 'individualisme' verheerlijkt, zoals onder meer blijkt uit de slaafse bewondering voor iedere winner die ten koste van miljoenen losers zichzelf weet te verrijken. Mak zal bijvoorbeeld nooit de robber barons, de Rockefeller’s, de Vanderbilt's, Morgan’s, Carnegie’s, Mellon's of hun moderne varianten als Steve Jobs of Bill Gates 'egotripperig' gedrag verwijten. Die kwalificatie is door Mak gereserveerd voor een auteur die volgens de Amerikaanse intelligentsia een uitweg zocht uit uit een zielloze civilisatie, waarin de natuurlijke impulsen van de mens voortdurend werden gefrustreerd, van seksualiteit tot aan spontaniteit, oorspronkelijkheid en onbaatzuchtigheid. Of zoals Norman Mailer in zijn essay The White Negro (1957) de naoorlogse jaren samenvatte:


One could hardly maintain the courage to be individual, to speak with one’s own voice, for the years in which one could complacently accept oneself as part of an elite by being a radical were forever gone. A man knew that when he dissented, he gave a note upon his life which could be called in any year of overt crisis. No wonder then that these have been the years of conformity and depression. A stench of fear has come out of every pore of American life, and we suffer from a collective failure of nerve. The only courage, with rare exceptions, that we have been witness to, has been the isolated courage of isolated people.


Daarmee typeerde Mailer dezelfde jaren waarin voor de kleine Geert Mak de VS een  'droomland' was 'met een losse levensstijl,’ oftewel: het imperium waarvoor hij nog steeds 'een geheime liefde' koestert, zoals de kaft van zijn boek meldt. Wat Norman Mailer beschreef als 'conformity and depression. A stench of fear,' was voor Geert Mak in de polder 'een droomland.' Het oordeel van de outsider staat hier lijnrecht tegenover de beschrijving van de insider Mailer: ‘Generally speaking we have come to the point in history — in this country anyway — where the middle class and upper middle class is composed primarily of the neurotic-conformists.’ Tegenover de infantile fantasieën in Reizen zonder John staat de serieuze beschrijving in White Negro:


Probably, we will never be able to determine the psychic havoc of the concentration camps and the atom bomb upon the unconscious mind of almost everyone alive in these years. For the first time in civilized history, perhaps for the first time in all of history, we have been forced to live with the suppressed knowledge that the smallest facets of our personality or the most minor projection of our ideas, or indeed the absence of ideas and the absence of personality could mean equally well that we might still be doomed to die as a cipher in some vast statistical operation in which our teeth would be counted, and our hair would be saved, but our death itself would be unknown, unhonored, and unremarked, a death which could not follow with dignity as a possible consequence to serious actions we had chosen, but rather a death by deus ex machina in a gas chamber or a radioactive city; and so if in the midst of civilization — that civilization founded upon the Faustian urge to dominate nature by mastering time, mastering the links of social cause and effect — in the middle of an economic civilization founded upon the confidence that time could indeed be subjected to our will, our psyche was subjected itself to the intolerable anxiety that death being causeless, life was causeless as well, and time deprived of cause and effect had come to a stop.


The Second World War presented a mirror to the human condition which blinded anyone who looked into it. For if tens of millions were killed in concentration camps out of the inexorable agonies and contractions of super-states founded upon the always insoluble contradictions of injustice, one was then obliged also to see that no matter how crippled and perverted an image of man was the society he had created, it wits nonetheless his creation, his collective creation (at least his collective creation from the past) and if society was so murderous, then who could ignore the most hideous of questions about his own nature?


Worse. One could hardly maintain the courage to be individual, to speak with one’s own voice, for the years in which one could complacently accept oneself as part of an elite by being a radical were forever gone. A man knew that when he dissented, he gave a note upon his life which could be called in any year of overt crisis. No wonder then that these have been the years of conformity and depression. A stench of fear has come out of every pore of American life, and we suffer from a collective failure of nerve. The only courage, with rare exceptions, that we have been witness to, has been the isolated courage of isolated people.

https://www.dissentmagazine.org/online_articles/the-white-negro-fall-1957 


Desondanks bleef Mak een ‘geheime liefde’ koesteren voor wat George Carlin afdeed als een ‘Dream,’ aangezien ‘You Have to be Asleep to Believe it.’ Maar de standup-comedian was dan ook het tegenovergestelde van een ‘con man’ als Mak, voor wie de Amerikaanse Droom in de allereerste plaats het materialisme van de consumptiemaatschappij betekende. 


Veelzeggend is dat de Amerikaanse auteurs, die fundamentele kritiek hebben geuit op deze ‘droom’ -- en op de oorlogszuchtige mentaliteit die daaraan onlosmakelijk kleeft -- door Mak worden bekritiseerd als 'doemdenkers' en 'egotrippers,' die zelfs 'anti-Amerikaanse' boeken schrijven.


De werkelijkheid is niet in staat Mak uit zijn dromenland te halen. Hij is op zoek naar het Amerika van zijn dromen. Maar dit Amerika heeft nooit bestaan en zal ook nooit bestaan. De zwarte schrijver James Baldwin schreef in Notes for a Hypothetical Novel dienaangaande:  


A country is only as good — I don't care now about the Constitution and the laws, at the moment let us leave these things aside — a country is only as strong as the people who make it up and the country turns into what the people want it to become.


De Amerikaanse hoogleraar Engels, Mark Richardson, heeft het werk van Kerouac wel uitgebreid bestudeerd. In het essay Peasant Dreams: Reading On the Road laat hij op een heldere  manier zien hoe 'de Amerikanen,' over wie Mak het voortdurend heeft, alleen in de film bestaan, in de virtuele werkelijkheid van van John Wayne, nog steeds de populairste Amerikaanse filmster. Het complexe On the Road daarentegen focust zich op een andere wereld. Richardson:


All the essential Cold War questions trouble Kerouac's novel: What is America? Who are Americans? Are we the chosen or the damned? Kerouac need hardly address these questions directly, because the structure of feeling of On the Road is itself tempered by the Cold War, with its restless anxiety, its troubled optimism, its delirium and depression... America, Kerouac seems to say, has always been a beautiful fiction believing itself into existence as it unfolds westwards.


Eén van de centrale thema's van Kerouac's boek is het zoeken naar een thuis, naar een plaats waar het individu voelt dat hij onderdeel is van het geheel. In een geïdealiseerde vorm krijgt de hoofdpersoon in On the Road, Sal Paradise, dat gevoel pas wanneer hij als katoenplukker in Californië werkt:


We bent down and began picking cotton. It was beautiful. Across the field were the tents, and beyond them the sere brown cotton-fields that stretched out of sight to the brown arroyo foothills and then the snow-capped Sierras in the blue morning air. This was so much better than washing dishes on South Main Street,


in Los Angeles. Sal:


If I felt like resting I did, with my face on the pillow of brown moist earth. Birds sang an accompaniment. I thought I had found my life's work.


Professor Richardson concludeert dat:


Sal's pastoral eye is hardly the eye of a migrant worker... The 'pillow' of earth on which Sal lays his head alerts us to the fact that his ruminations (herhalingen. svh) are oddly like a dream — a 'peasant' dream, we might say... All of this encourages Sal, more and more sanguine (opgewekt. svh) by the hour, to believe he has found his 'life's work' picking cotton. He says: 'I was a man of the earth, precisely as I had dreamed I would be.' The latter remark opens up a crucial chain of associations affiliating 'earthiness' with 'the Fellahin' and with 'the primitive,'


waarbij de lezer moet weten dat Kerouac het begrip 'fellahin' van Oswald Spengler heeft geleend, die daarmee verwees naar een opmerkelijk fenomeen, dat optreedt wanneer de beschaving van een imperium in verval raakt en:


the intelligentsia, once leading the nation's historic climb from the local and primitive to world significance and imperial dominance, gradually become 'the spiritual leaders of the fellaheen.'




Volgens de Duitse cultuurhistoricus Spengler treden tijdens deze fase van het civilisatieproces ingrijpende maatschappelijke onlusten op, ontstaan massa-bewegingen, breken permanente oorlogen uit en voortdurende crises. Ondertussen blijven metropolen groeien terwijl de:


huge urban and suburban centers sap the surrounding countrysides of their vitality, intellect, strength, and soul. The inhabitants of these urban conglomerations — now the bulk of the populace — are a rootless, soulless, godless, and materialistic mass, who love nothing more than their panem et circenses. From these come the subhuman 'fellaheen' -- fitting participants in the dying-out of a culture.


Spengler laat zien dat kosmopolitische literaire intellectuelen in een dergelijke periode de nationale mythen beginnen te verwerpen en gaan ze ervan uit dat de werkelijkheid 'a planless happening without goal' is, waardoor de psychische chaos almaar verder toeneemt, tot uiteindelijk het hele ideologische bouwwerk ineenstort. Robert Holton, hoogleraar Engels, die zich verdiept in de rol van conformisme en vervreemding in de naoorlogse Amerikaanse cultuur beschrijft dit proces in het essay Kerouac Among the Fellahin: On the Road to the Postmodern:


Kerouac recognized himself in this description, but with a major difference. The image of post-imperial, post-civilization, post-colonial — indeed postmodern — depthless life of planless happening shared by fellahin and intellectuals that Spengler disparages, Kerouac, at least at the outset of his career, inversely admired and emulated... One has the sense that there is a finite amount of reality in white America and that it is being consumed too rapidly by the culture industry, whose function it is to transcribe reality into depthless signifiers, simulacra (schijn. svh). Soon, perhaps, reality will be exhausted and only empty signifiers such as Wild West Days will remain to remind people of their relation to a past whose specificity  (bijzonderheid. svh) will have utterly disappeared.


In die werkelijkheid is de realiteit niet meer doorslaggevend, alles is kitsch geworden, van een politieke toespraak tot de kunst, niets is meer wat het is, de waarde wordt slechts bepaald door wat de gek er voor geeft. Deze wereld werd door Spengler al in 1918 voorzien en in 1957 door Kerouac op zijn eigen wijze geïnterpreteerd in On the Road. En wanneer de hoofdpersoon zich vergelijkt met de 'fellahin,' de boeren, het zout der aarde, dan stelt Mark Richardson dat Kerouac naar het volgende verwijst:


To become a man of the earth is to take on color — to shed the over-civil skin of White cultivation in order to bring to life the essential man (and masculinity) that lie beneath. By this logic, to put on the mask of the Fellahin people of the world is really to take off the mask of the White bourgeois. Movement across the lines of color and class leads Sal Paradise to conclude that the primitive and the (to him) Other are actually what is essentially human: it was with him all along, though Whiteness had alienated him from it.


Het was de negentiende eeuwse Amerikaanse filosoof Ralph Waldo Emerson, opsteller van de zogeheten Intellectual Declaration of Independence, die een soortgelijke observatie deed als Kerouac toen hij in zijn essay Self-Reliance (1841) schreef:


What a contrast between the well-clad, reading, writing, thinking American, with a watch, a pencil, and a bill of exchange in his pocket, and the naked New Zealander, whose property is a club, a spear, a mat, and an undivided twentieth of a shed to sleep under! But compare the health of the two men, and you shall see that the white man has lost his aboriginal strength. If the traveler tells us truly, strike the savage with a broad ax, and in a day or two the flesh shall unite and heal as if you struck the blow into soft pitch, and the same blow shall send the white to his grave.


Richardson stelt dat voor zowel Emerson als Kerouac ‘Whiteness is a condition of decadence — an unsoundness of mind and body.’ Ergens in het onderbewustzijn blijft een onrustige gevoel dat alles niet is wat het moet zijn, althans, volgens de mythe. Het lukt de nazaten van de kolonisten niet om echt te wortelen, ze blijven lichamelijk en geestelijk gemobiliseerd. Professor Richardson:


A certain problem of social and psychological alienation is set forth in these works, a problem associated with a specifically White middle-class culture; and the therapy proposed in each book is a kind of psychosexual pastoral, a return to the earth, to the soil, to sexual vitality, and to color. On the Road and Cane (roman van de Amerikaanse  gekleurde auteur Jean Toomer svh) look among the Fellahin for what can 'stir the root life of a withered people,' to borrow Toomer's words.


De vervreemding van 'de witte Amerikaan,’ van hoog tot laag, is een thema van veel bekende auteurs in de VS. Ook John Steinbeck sprak van ‘nerveuze rusteloosheid, een honger, een dorst,’ onder de Amerikanen van zijn tijd ‘een brandend verlangen naar iets onbekends – misschien wel moraliteit.’ 


Desondanks was volgens Geert Mak deze constatering niets anders dan het directe gevolg van Steinbeck's 'sluimerende pessimisme' dat aan het einde van zijn leven 'ongegeneerd naar buiten' brak. Bovendien werd de wereldberoemde auteur tijdens ‘zijn reis met Charley (Steinbecks hond. svh) voor het eerst ongenadig geconfronteerd met degene die hij in werkelijkheid was:meen oudere man die zichzelf overschreeuwde, die zijn jeugd niet kon loslaten.’ Als deze veroordeling ook maar één ding aantoont, dan is het dat Mak  er niet in slaagt de grootsheid van Steinbeck te ontdekken, en domweg niet snapt hoe profetisch diens voorspellingen zijn geweest. Voor Geert geldt alleen materiële rijkdom als graadmeter voor de onjuistheid van Steinbeck’s visie, met als gevolg Mak’s bewering dat John Steinbeck ‘en zijn pessimistische geestverwanten,’ in de jaren zestig met ‘hun sombere voorspellingen de plank mis[sloegen].’ 


Kort samengevat: On the Road is een complexe roman over de al even complexe Amerikaanse civilisatie, waarvan de intelligentsia wel degelijk zichzelf in alle eerlijkheid durft te analyseren. Mak heeft hier geen belangstelling voor, zelf leeft hij in een land, gekenmerkt door betweterigeid en zelfgenoegzaamheid, die een buitengewoon laag intellectueel niveau hebben geschapen. In het poldermodel bestaat ook geen serieuze mediakritiek. Bovendien heeft Mak zich niet in het werk van Amerikaanse auteurs verdiept, terwijl er wel degelijk vele diepgaande essays over hun literatuur bestaan. Gezien ook het feit dat Mak zich afficheert als 'Amerika-deskundige' moet worden geconcludeerd dat hij een polder-representant is van wat Amerikanen een ‘con man’ betitelen, een oplichter die met bedrog zijn publiek geld uit de zak klopt. Volgende keer meer daarover. 








John Mearsheimer: U.S.-China rift runs real risk of escalating into a nuclear war!

 

INTERVIEW/ John Mearsheimer: U.S.-China rift runs real risk of escalating into a nuclear war


By KENJI MINEMURA/ Senior Staff Writer

August 17, 2020 at 07:00 JST



Is an escalation of the intensified conflict between the United States and China inevitable?

Renowned U.S. political scientist John Mearsheimer, one of the leading theorists of “offensive realism,” thinks so.

Mearsheimer, a professor of political science at the University of Chicago, first predicted the current conflict between the two superpowers more than two decades ago.

In a recent videophone interview with The Asahi Shimbun, Mearsheimer offered his analysis of the rationale behind the conflict and the next likely move by the United States.

Born in 1947, Mearsheimer graduated from West Point and then served five years as an officer in the U.S. Air Force.

Excerpts of the interview follow:

***

Question: Confrontation between the United States and China has intensified, especially since the COVID-19 pandemic flared. Chinese state-run media has proclaimed that the pandemic signals the end of the American century. Meanwhile, a new U.S. government report noted that Beijing clearly sees itself as engaging in ideological competition with the West. Do you think the two countries have already begun a real Cold War? If so, why?

Answer: The real Cold War started before the coronavirus, and the coronavirus doesn't matter much. And ideology doesn't matter much. What matters is the balance of power. And the fact is, China has become so powerful over the past 20 years.

There is a serious chance that (China) could become a regional hegemon in Asia. And the United States does not tolerate peer competitors. The idea that China is going to become a regional hegemon is unacceptable to the United States.

So, it's this clash of interests that are generated by this fundamental change that's taking place in the balance of power. It is driving the competition. And I would note that you'll hear a lot of talk about the fact that the United States is a liberal democracy, and that China is a communist state. And, therefore, this is an ideological clash.

Q: In “The Tragedy of Great Power Politics,” the book you published in 2001, you said there would never be a peaceful emerging of China and predicted the U.S.-China conflict. When do you think the critical turning point was for their bilateral relationship?

A: That's a difficult question to answer, because it really started in the early 1990s when China began to grow. That's when it started.

It was China's rise in the unipolar moment that is driving the train in this process. And there were a number of events along the way that mattered greatly. Most importantly, it was China's admission to the WTO in 2001, which really allowed the Chinese economy to accelerate, to the extent that you can pinpoint a date where the United States recognized that the rise of China was a problem and that China would have to be contained.

Q: Some analysts in the United States and Japan have argued that since U.S.-China bilateral economic ties and political relations have grown over 14 years under the so-called engagement policy, it is not feasible for either country to instigate an open war. Do you agree?

A: Well, there were many experts who said the same thing before World War I. They said there was a tremendous amount of economic interdependence in Europe. And nobody would dare start a war because you would end up killing the goose that lays the golden egg. But nevertheless, we had World War I. And what this tells you is that you can have economic cooperation, and at the same time, you have security competition.

And what sometimes happens is that the security competition becomes so intense that it overwhelms the economic cooperation and you have a conflict. But I would take this a step further and say that if you look at what's happening in the world today, that economic cooperation between the United States and China is slowly beginning to disappear, and you're getting an economic competition as well as security competition.

As you well know, the United States has its gun sights on Huawei. The United States would like to destroy Huawei.

The United States would like to control 5G. The United States would like to remain on the cutting edge of all the modern sophisticated technologies of the day and they view the Chinese as a threat in that regard. And that tells you that not only are you getting military competition, but you are also getting economic competition.

Q: Unlike in the Cold War era, no one knows exactly how many nuclear weapons China possesses. You have said that since Eastern Asia has no central front like Europe, the possibility that a war between the United States and China could occur over East Asia is high. Many countries surrounding China, particularly Japan, as well as other countries that do not possess a nuclear weapon, would be vulnerable to an attack from China. Do you think that we may see a war breaking out in East Asia in the future?

A: Let me start by talking a little bit about the Cold War and then comparing the situation in East Asia and with the situation in Europe during the Cold War. During the Cold War, the competition between the United States and the Soviet Union was centered on central Europe. We used to talk about the central front, where you had the Warsaw Pact on one side, and NATO on the other side.

And when we talked about U.S.-Soviet war, it involved the central front. Now, the central front was populated by two giant sets of armies, that were armed to the teeth with nuclear weapons. That meant if we had World War III in central Europe, you would have two huge sets of armies crashing into each other, with thousands of nuclear weapons.

Not surprisingly, when we ran war games during the Cold War, it was very difficult, if not impossible, to get a war started in central Europe, because nobody in his or her right mind, would start a war given the possibility of nuclear Armageddon.

Now, contrast that with the situation in East Asia, which is the central flash point between United States and China, the three places where you could possibly have a war involve the South China Sea, Taiwan and the East China Sea.

Those areas are not the equivalent of the central front. And it's possible to imagine a limited conventional war breaking out in one of those three areas. It's much easier to imagine that happening, than a war on the central front during the Cold War.

This is not to say that a war in East Asia is axiomatically going to happen. I'm not arguing that, but it is plausible that the United States and the Chinese and some allies of the United States like Japan may end up in a shooting match with the Chinese in say, the East China Sea.

Now, if China is losing, or if the United States is losing that military engagement, there will be a serious temptation to use nuclear weapons as the United States is committed to use nuclear weapons to defend Japan if Japan is losing a conventional war. And one might say, it's unimaginable that the United States or China would use nuclear weapons.

But I don't think that's true, because you would be using those nuclear weapons at sea. You would not be hitting the Chinese mainland in all likelihood. And, therefore, it's possible to think in terms of a "limited nuclear war," with limited nuclear use.

So, I worry greatly that not only will we have a war between the United States and China, but also that there's a serious possibility nuclear weapons would be used. And I think in a very important way, it was much less likely that would happen during the Cold War.

Q: High-ranking Chinese officials once suggested to the United States that the two superpowers should split the Pacific and each enjoy a sphere of influence. Do you think the United States would ever accept such an idea?

A: No, the United States will not accept sharing power. Sharing power as you described it, means allowing China to become a regional hegemon in Asia, and the United States will not tolerate that. The United States will go to enormous lengths to prevent China from becoming a peer competitor.

You want to remember the United States in the 20th century put four potential peer competitors on the scrap heap of history: Imperial Germany, Imperial Japan, Nazi Germany, and the Soviet Union.

If China becomes a regional hegemon in Asia, it will have no threats in Asia to worry about, and it will be free to roll into the Western Hemisphere and form military alliances with countries like Cuba and Venezuela. This is why the United States goes to great lengths to prevent China from dominating Asia.

Q: Your 2014 essay titled “Say Goodbye to Taiwan” stirred debate. Do you think the United States would abandon Taiwan if China intervenes?

A: I believe the United States will fight to defend Taiwan if China invades Taiwan. In my opinion, it's unthinkable that the United States would stand by and allow China to conquer Taiwan. If we didn't defend Taiwan, it would have devastating consequences for our relationship with Japan, South Korea and our other allies in East Asia.

I would say however, and this was why the editors at The National Interest had used the title “Goodbye Taiwan,” you can imagine a possible situation in 30 or 40 years where China has grown so powerful that the United States simply cannot defend Taiwan because of the geographical location.

Q: China has strengthened its strategy to effectively deter U.S. aircraft carriers from approaching the Taiwan Strait. Could the United States deploy its military forces in Asia in a crisis?

A: I don't think aircraft carriers are going to be very helpful. I think we're rapidly reaching the point where aircraft carriers are sitting ducks. I think we're going to have to rely instead on other kinds of military force. Tactical aircraft coming off land-based airfields, ballistic missiles, submarines, and so on.

Q: How do you evaluate the Trump administration's China policy?

A: I think that Trump has wisely understood that it's important for the United States to contain China, not only militarily, but economically.

Q: But the administration has failed to get a result.

A: I think the problem with the Trump administration is that it has done a bad job dealing with allies like Japan and South Korea and the Philippines and Australia and Vietnam and so forth and so on. What we need here is American leadership to put together a cohesive Alliance structure that can contain China. And the Trump administration has treated America's allies with contempt.

Q: If President Trump fails to be re-elected and Joe Biden, the Democratic Party’s presumptive nominee, becomes president, do you think the United States can restore its relationship with its key allies like Japan, South Korea and Germany? What do you think is the most effective way for the Biden administration to contain China?

A: I think that if Joe Biden gets elected president, the Democrats come to power, and the Democrats will go back to treating our allies in Europe and East Asia much the same way we treated them up until Trump took office.

Trump is an anomaly. Trump is hostile in very important ways. Trump is hostile to America's allies because he thinks that America's allies have taken advantage of the United States. He thinks this is especially true for Germany. These countries in his mind are free riders. They're free riding on the United States. And he's very angry about that. And this has led him to treat virtually all of America's allies quite badly.

I don't believe that will be the case if Biden is president and the Democrats come back. I think we'll have much better relations between Japan and the United States. And Japan won't have to spend endless hours trying to figure out exactly what Trump's policies are and what he's doing from minute to minute. We'll have more regularity in our foreign policy.

And I think that will all be for the good. But I would say that I believe that the Democrats will be as committed to containment as Trump has been. I don't think that there'll be any lessening of America's containment policy if the Democrats beat Trump in November.

I was in China for 17 days in October 2019. And I talked to all sorts of Chinese foreign policy leaders. Almost everybody I talked to believes that it doesn't matter whether Trump wins or loses in 2020 for U.S.-China relations. The Chinese believe that the Americans have their gun sight on China, and nothing is going to change that. I think they are correct.

Q: What approach do you think Japan should take against China’s recent strengthening of its military forces?

A: I think there is no question that the Chinese have been building up their military capabilities vis-a-vis Japan. It is especially clear that the intermediate-range nuclear forces (INF) threat has been growing. Of course, some of those missiles are not nuclear. They are conventional, but intermediate-range missiles aimed at Japan have grown in large numbers.

I think a number of things have to happen here. First of all, the Japanese are going to have to spend much more money on defense. Secondly, they're going to have to work much more closely with the United States. It's actually very important that the two sides work together. And I think the Japanese are going to have to deploy INF or intermediate-range missiles of their own, not nuclear. I think at this point in time, the Japanese can rely on the United States for nuclear deterrence.

Q: The Senkaku Islands are one of the most dangerous flash points between China and Japan. Would the United States deploy its military forces against China to protect the uninhabited islands?

A: The United States has made it somewhat clear they would help Japan defend the Senkaku Islands. I think what needs to be done here is the United States needs to make it perfectly clear that it will help Japan defend the Senkaku Islands, and both the United States and Japan have to develop the military capabilities to defend the Senkaku Islands. And they have to work together to create a formidable deterrent force that will keep the Chinese from invading those small islands.

***

Kenji Minemura, Senior Diplomatic Correspondent, worked as the Chief Foreign Affairs Correspondent in Washington, D.C., and was previously a correspondent in Beijing. He is also a researcher at Hokkaido University Public Policy School.

http://www.asahi.com/ajw/articles/13629071



Professor Mearsheimer on US-China

 

U.S. Presidential Election-The Clash of Great Powers: China’s Rise and the Challenge to U.S. Primacy







The End of U.S. Freedom of Speech

 

Trump administration set to label human rights groups ‘antisemitic’ for criticizing Israel

"By smearing leading human rights organizations as 'antisemitic,' the corrupt and increasingly authoritarian Trump Administration is escalating its relentless war on human rights, justice, and the truth" - Palestinian BDS National Committee

At Politico, Nahal Toosi reports that the Trump administration might soon declare that number of prominent human rights organizations as antisemitic and discourage other governments from supporting them, all due to these organizations’ alleged support for the BDS movement.

The announcement could happen as early as this week and it’s expected to take the form of a report from the office of Elan Carr, the U.S. special envoy to monitor and combat anti-Semitism. Organizations that would be targeted include Amnesty International, Human Rights Watch and Oxfam. A congressional aide told Toosi that the effort is being spearheaded by Secretary of State Mike Pompeo, who is contemplating a future presidential run and looking to curry favor with pro-Israel evangelicals. 

“Certain non-governmental organizations (NGOs) regularly participate in and promote the Global BDS Campaign or engage in other activities that meet the International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) Working Definition of anti-Semitism,” reads a memo from Carr’s office that was obtained by Mother Jones. “Through their participation in the Global BDS Campaign, these organizations have advocated in favor of harming U.S. economic relations with Israel and U.S. foreign policy interests.” 

The IHRA definition of antisemitism controversially deems certain criticism of Israel as antisemitic. “As has been well documented, the IHRA definition is not about keeping Jewish people safe,” said  JVP Action Government Affairs Manager Beth Miller in a statement. “It’s a tool for censorship and, in this instance, for attacking a boycott movement for justice. This definition manipulates concern about Jewish safety and twists it into a vehicle to ban and criminalize support for Palestinian rights. It is dangerous for Palestinians, Jews and free speech.”

The Trump administration has repeatedly attacked the BDS movement over the last four years. Last August, Israeli Prime Minister Benjamin Netanyahu barred Reps. Rashida Tlaib and Ilhan Omar from entering Israel over their BDS support, after being encouraged to do so by President Trump. Last December, he signed an executive order that allegedly cracks down on campus antisemitism, but clear targets BDS efforts at universities. That move (which allows the government to block federal funding to schools) came amid multiple Department of Education (DOE) investigations into pro-Palestine campus events. After an investigation into North Carolina’s Consortium for Middle East Studies, the DOE insisted that it must demonstrate how its activities advance “the national security interests and economic stability of the United States” in order to continue to receive Title VI funding.

As Toosi points out, none of the groups identified take a position on BDS, but they have all criticized Israel’s settlement expansion in the region and its violence towards Palestinians. 

“By smearing leading human rights organizations as ‘antisemitic,’ the corrupt and increasingly authoritarian Trump Administration is escalating its relentless war on human rights, justice, and the truth,” the BDS Movement’s North America coordinator Olivia Katbi Smith told Mondoweiss. “It is also entrenching its criminal partnership with Israel’s far-right regime, including in its desperate attempts to conflate opposition to its occupation and apartheid against Palestinians with antisemitism. The nonviolent BDS movement for Palestinian freedom, justice and equality, stands with all those struggling for a more dignified, just and beautiful world, including the named human rights and development organizations, against Trump’s McCarthyite attempts to intimidate and bully them into complacency and complicity in human rights abuses.”

https://mondoweiss.net/2020/10/trump-administration-set-to-label-human-rights-groups-antisemitic-for-criticizing-israel/?utm_content=buffer28270&utm_medium=social&utm_source=twitter.com&utm_campaign=buffer



Pentagon fails to account for over $2.1 trillion in assets

Pentagon fails to account for over $2.1 trillion in assets November 24, 2022 By Military Monitoring Photo: DoD The Pentagon has failed again...