Zoeken in deze blog 🔎🔎

maandag 19 januari 2026

Wat is een Jood? Wat is een Sicariër?

Het wezenlijke probleem waarmee het Joods tribalisme door de hele geschiedenis heen heeft geworsteld, is de telkens weer opduikende vraag aan wie dit kleine volk loyaal moet zijn. Alleen al het centrale begrip diaspora, het bestaan in ballingschap, kenmerkt dit onoplosbaar conflict, omdat de Joodse stammen er millennia-lang niet in zijn geslaagd vreedzaam met elkaar samen te leven. De Joodse godsdienst, het Judaïsme, kent geen eenduidig antwoord op de vraag: wie of wat is een Jood? En daaraan onlosmakelijk gekoppeld de voor fundamentalistische Joden geldende kwestie wie hij/zij moet gehoorzamen, hun oud-testamentische God der Wrake of destijds het Romeinse Recht. In het jaar 66 na Christus leidde dit tot een opstand van de fanatieke Zeloten, bijgenaamd de Sicariërs, “leden van een extremistische Joodse groepering uit de periode kort voor en tijdens de Joodse Opstand (66-70 na Chr.). De Sicariërs worden voor het eerst in de bronnen genoemd tijdens procurator Antonius Felix (52-60) en voor het laatst in verband met de val van Massada (73). De Sicariërs worden beschouwd als een van de vroegst bekende georganiseerde terreureenheden, die eeuwen vóór de islamitische Assassijnen en Japanse ninja dateren. Mogelijk was een volgeling van Jezus, Judas, een Sicariër; dat zou de naam Judas 'Iskariot' verklaren. De afgeleide Spaanse term 'sicario' wordt in het hedendaagse Latijns-Amerika gebruikt om een huurmoordenaar of huurling te beschrijven die voor een drugskartel werkt.

De Sicariërs waren vermoedelijk de meest extreme vleugel van de Zeloten. Evenals bij de Zeloten lijkt het erop dat zij voor de Joodse Opstand geen centrale organisatie hadden. Ook deelden zij de overtuiging van de Zeloten dat de overheersing van Judea door de Romeinen in flagrante tegenspraak stond met het erkennen van God als Heer. In hun optiek moest aan die Romeinse overheersing dan ook zo spoedig mogelijk een einde komen.


De Sicariërs ontlenen hun naam vooral aan aanslagen die zij pleegden op Joodse aristocraten voor en tijdens de Joodse Opstand. Bij het plegen van een dergelijke aanslag hielden zij een dolk (Lat. sica) verborgen onder hun kleding en mengden zij zich in de drukte in Jeruzalem. Beschermd door de menigte naderden zij hun slachtoffer en staken hem neer, waarna zij zich onopgemerkt uit de voeten maakten. Zij pleegden deze aanslagen, omdat ze meenden dat deze leden van de Joodse aristocratie verraders van het volk waren door hun nauwe banden met de Romeinse overheersers. 

Tijdens de Joodse Opstand hielden de Sicariërs het langste stand tegen de Romeinse overmacht, nog tot drie jaar nadat Jeruzalem was ingenomen. Dit kwam vooral doordat zij de burcht Massada hadden weten te veroveren. De leider van de Sicariërs op Massada was Eleazar ben Jaïr. Uit handschriftenvondsten op Massada blijkt dat in deze periode ook enkele leden van de gemeenschap uit Qumran (dat in 68 verwoest was) zich bij de Sicariërs hadden gevoegd. Toen bleek dat het niet langer mogelijk was stand te houden tegen de Romeinen, kozen de Sicariërs ervoor elkaar en zichzelf te doden om zo te voorkomen dat zij levend in handen van de Romeinen zouden vallen.


Maar dit maakte toch geen definitief einde aan het Joods religieus extremisme, want opnieuw brak gewapende verzet uit tegen het Romeinse Bestuur, “de zogeheten Bar Kochba-opstand of de Tweede Joodse Opstand, een opstand van Joden in de provincie Judea tegen de Romeinse overheersers. De opstand had plaats van 132 tot 136 en stond onder leiding van Sjimon bar Kochba. Deze werd uitgeroepen tot Messias en de verwachting was dat hij het koninkrijk Israël als natiestaat zou vestigen. De oorlog leidde feitelijk tot een definitieve kloof tussen het christendom en het jodendom. Immers, Joodse christenen zagen Jezus als de messias en steunden Bar Kochba's opstand niet. Een verband met de meer dan een eeuw eerder opgekomen zelotische bewegingen wordt in de literatuur evenwel niet gelegd.


Bar Kochba slaagde voor een korte tijd gedeeltelijk in zijn opzet. Delen van Judea waren onafhankelijk totdat twaalf Romeinse legioenen het land binnenvielen en de opstand neer sloegen. Daarna werd het Joden op straffe van de dood verboden om in Jeruzalem te komen.


Na de eerste mislukte Joodse opstand in het jaar 70 deden de Romeinen er alles aan om een nieuwe opstand te voorkomen. Daarom was er permanent een legioen, namelijk X Fretensis, gelegerd in Judea. Ook had Judea een Praetor in plaats van de gebruikelijke proconsul. In 130 bezocht keizer Hadrianus Jeruzalem. Deze stond sympathiek tegenover de Joden en beloofde daarom de ruïnes van de stad Jeruzalem te herbouwen. De Joden voelden zich bedrogen toen bleek dat hij van de stad een Romeinse metropool wilde maken en dat er op de plek van de Tweede Tempel een tempel voor Jupiter werd gebouwd. In 131 hield gouverneur Tineius Rufus een ceremonie voor de bouw van de nieuwe stad die de naam Aelia Capitolina zou krijgen. De spanning nam toe toen Hadrianus de besnijdenis, het joodse geboorteritueel, verbood. Als hellenist zag hij dat als verminking van het lichaam.


Nadat de tempel was vernietigd was het Sanhedrin, de joodse religieuze raad, gezeteld in Javne. Vanuit daar gaf zij geloofsinstructies, zowel aan Joden in Judea als aan Joden in de diaspora. De invloedrijke rabbi Akiva verklaarde dat hij geloofde dat Sjimon bar Kochba, een van de Joodse aanvoerders, mogelijk de messias was. Dit baseerde hij op Numeri 24:17 waar staat dat er een "ster uit Jakob zal voorkomen". (De naam Bar Kochba betekent “zoon van een ster” in het Aramees) Doordat de opstand genadeloos werd neergeslagen door de Romeinen, bleek Sjimon bar Kochba toch niet de beloofde Messias te wezen. Hij kreeg nu in de Joodse volksmond de naam "bar-Koziba" - "zoon van valse hoop" mee.


De Joodse leiders wilde leren van de fouten die gemaakt waren bij de opstand ruim zestig jaar eerder. In 132 verspreidde de opstand zich snel vanuit Modi'in door het hele land. Hoe groot het gebied is waar de opstand plaatshad is onbekend. Waarschijnlijk beperkte het zich tot Judea en delen van Samaria. De opstandelingen moeten al snel een aantal vestigingen, waaronder Herodium, hebben veroverd. Daardoor werd het Romeinse garnizoen in Jeruzalem afgesneden en kon makkelijk worden verslagen. Een openlijke strijd werd zo veel mogelijk vermeden. De Joden voerden zo veel mogelijk een guerrillaoorlog vanuit strategische posities. De Romeinen waren hier niet tegen opgewassen, maar dit kwam ook door de betrekkelijk kleine omvang van hun leger. Gedurende ruim twee-en-een-half jaar bestond er een onafhankelijke Joodse staat. Bar Kochba kreeg de naam Vorst van Israël. Het publieke leven vervolgde zijn weg. Er werden contracten gesloten en er kwam zelfs een eigen munt.


De opstand verraste keizer Hadrianus. Deze riep zijn generaal Sextus Julius Severus uit Brittannië terug en troepen werden vanuit het hele rijk – zelfs tot vanaf de Donau – bij elkaar gebracht. De Romeinen verloren veel troepen bij het neerslaan van de opstand. Deze generaal zijn tactiek was de opstandelingen op te jagen en in te sluiten, zodra zij zich in grotten verschansten. Door uithongering moesten de opstandelingen zich dan overgeven. Na Jeruzalem te hebben verloren trok Bar Kochba zich met de resten van zijn leger terug in het fort van Betar. Betar was vrij gemakkelijk te verdedigen, omdat deze vesting aan drie kanten was omringd door ravijnen, terwijl aan de vierde zijde een soort vestinggracht was. Na de val speelden zich tal van bloedige taferelen af. Hierbij verloren Bar Kochba en rabbi Akiva waarschijnlijk het leven. De Romeinen stonden achteraf de Joden niet toe hun doden te begraven.


Volgens Cassius Dio verloren 580.000 Joden het leven en werden 50 gefortificeerde steden en 985 dorpen bij de opstand vernietigd. De Talmoed spreekt over miljoenen doden, maar dit is onwaarschijnlijk omdat het land vermoedelijk niet zoveel inwoners had. Ook de Romeinen leden grote verliezen. In het schrijven van Hadrianus aan de Senaat liet hij een vaste standaardzin weg: "Als u en uw kinderen in goede staat van gezondheid zijn, dan is het goed. Ik en mijn leger verkeren in een goede staat.”


Na de opstand verbood Hadrianus alles wat met het joodse geloof te maken had. De sabbat en besnijdenissen werden verboden en hij doodde een groot aantal Joodse geleerden. Ook werden religieuze boekrollen op de Tempelberg verbrand. Daar kwamen ook twee standbeelden te staan, een van hemzelf en een van Jupiter. Het land kreeg de nieuwe naam Syria Palaestina. Jeruzalem kreeg definitief de nieuwe naam Aelia Capitolina en het werd Joden verboden op straffe van de dood de stad te betreden. Hij slaagde er echter niet in het joodse geloof te laten verdwijnen. Dit kwam doordat het grotendeels al gecentreerd was rondom de synagoges en Joden over het hele Romeinse Rijk woonden.”

https://nl.wikipedia.org/wiki/Bar_Kochba-opstand 



Om de hernieuwde kloof te tonen tussen het Joods extremisme en het wereldlijk gezag citeer ik uit het boek The Death of Truth (2018), waarin de Amerikaanse voormalig hoofd van de literaire critici, Michiko Kakutani, van The New York Times stelt:“Cynisme, vermoeidheid en angst kunnen mensen vatbaar maken voor de leugens en valse beloften van leiders die uit zijn op onvoorwaardelijke macht.” Op haar beurt wees de uit Nazi-Duitsland gevluchte joodse filosofe en politiek theoretica Hannah Arendt erop dat de gemeenschappelijke noemer van het totalitarisme eenzaamheid is. “Net zoals terreur, zelfs in zijn pre-totale, louter tirannieke vorm, alle relaties tussen mensen ruïneert, zo ruïneert de zelfdwang van het ideologische denken alle relaties met de werkelijkheid. De voorbereiding is geslaagd wanneer mensen het contact met hun medemens én met de werkelijkheid om hen heen hebben verloren, want samen met deze contacten verliezen mensen het vermogen tot zowel ervaring als denken. Het ideale subject van de totalitaire heerschappij is niet de overtuigde nazi of de overtuigde communist, maar de mens voor wie het onderscheid tussen feit en fictie (dat wil zeggen, de realiteit van de ervaring) en het onderscheid tussen waar en onwaar (dat wil zeggen, de normen van het denken) niet meer bestaan.

Toen zij in 1960 het Eichmann-proces in Jeruzalem bijwoonde en oog in oog kwam te staan ​​met de man die een belangrijke kettingrol had gespeeld bij de deportaties van westerse Europeanen werd ze getroffen door het feit dat ondanks al zijn intellectuele capaciteiten hij niet in staat was na te denken:


Eichmann was nogal intelligent… Het was zijn koppigheid die zo schandalig was, alsof hij tegen een muur sprak. En dat was wat ik eigenlijk bedoelde met banaliteit. Er is niets dieps aan – niets demonisch! Er is simpelweg weerstand om je ooit voor te stellen wat een ander ervaart.”


Deze ‘banaliteit van het kwaad,’ zien we vandaag de dag overal en in talloze vormen, van het uithongeren en bombarderen van de Jemenitische bevolking en de Nederlandse regeringssteun aan fundamentalistische terroristen die Syrië hebben verwoest, tot aan het militair steunen van de langdurige Joods-Israelische terreur tegen de Palestijnse burgerbevolking en het almaar oostwaarts oprukken van NAVO-bases als onderdeel van de oorlogsvoorbereidingen


tegen Rusland en China. De ‘banaliteit van het kwaad’ verraadt een ziekelijk gebrek aan empathie, het onvermogen om zich te kunnen verplaatsen in de positie van de ander. Arendt realiseerde zich meer dan wie ook dat de collectieve ‘zelf opgelegde dwang van het ideologisch denken alle banden met de werkelijkheid vernietigt.’ 




The Israeli professor that the BBC won’t interview

Btselem: "Our Genocide'

 

Ongoing: Palestinians in West Bank forcibly transferred under cover of Gaza war (44 communities as of 30 Nov. 25)

On 8 January 2026, after persistent attempts, Israel succeeded in forcibly transferring 26 families, numbering 124 people, including 59 minors, from the community of Ras ‘Ein al-‘Auja. The families were forced to abandon their homes due to ongoing violence by settler militias and official Israeli forces. The community of Ras ‘Ein al-‘Auja, located about 10 kilometers north of Jericho, is the last remaining shepherding community in the southern Jordan Valley, and the largest remaining in the West Bank....

Wat is een Jood? Wat is een Sicariër?

Het wezenlijke probleem waarmee het Joods tribalisme door de hele geschiedenis heen heeft geworsteld, is de telkens weer opduikende vraag aa...