Zoeken in deze blog šŸ”ŽšŸ”Ž

donderdag 6 augustus 2026

Natascha van Weezel, in een Wereld van "Pseudo-gebeurtenissen en Quasi-informatie"

 De prominente zionist Nahum Goldmann, 12 jaar lang president van de World Zionist Organization en oprichter van World Jewish Congress, verklaarde al in 1981 over het gecultiveerde Joods slachtofferschap:

‘We zullen moeten begrijpen dat het Joodse lijden tijdens de Holocaust niet langer meer als verdediging zal dienen, en we zullen zeker moeten nalaten de Holocaust als argument te gebruiken om gelijk wat we ook mogen doen te rechtvaardigen. De Holocaust gebruiken als een excuus voor bombardementen,” aldus Goldmann “is een soort ‘ontheiliging,’ een banalisering van de onschendbare tragedie van de Holocaust, die niet misbruikt moet worden om een politiek twijfelachtig en moreel onverdedigbaar beleid te rechtvaardigen.’


Joodse zionisten waren woedend over Nahum Goldmann's moreel gerechtvaardigde houding. Vanwege zijn gematigde houding en zijn streven naar coĆ«xistentie met de Palestijnse bevolking en Israel's Arabische buren werd Goldmann intens gehaat door de extremistische zionisten van zowel links als rechts, die al vanaf de oprichting van de Joodse staat op grote schaal oorlogsmisdaden begingen. Vrede had voor hen geen zin, aangezien ze onder aanvoering van Ben-Goerion uit waren op het veroveren van zoveel mogelijk land van de Palestijnse bevolking — ook het land dat de Verenigde Naties aan de Palestijnse bevolking had toegewezen. Bovendien wilden de zionisten de hegemonie met geweld afdwingen in het Midden-Oosten. In dit opzicht verschilde de ‘linkse extremist’ David Ben-Goerion, die naar schatting 750.000 Palestijnen liet verdrijven, niet wezenlijk verschilt van de ‘rechtse extremist’ Benjamin Netanyahu, die nu Gaza en de Westbank etnisch laat zuiveren. Bekend is dat “in zijn latere leven Goldmann uitgebreide gesprekken [voerde] met David Ben-Goerion. In zijn boek 'The Jewish Paradox' herinnert Goldmann zich een gesprek laat in de avond dat hij in 1956 met Ben-Goerion had over het Arabische probleem.” Ben-Goerion vertelde Nahum Goldmann: “Waarom zouden de Arabieren vrede sluiten? Als ik een Arabische leider was, zou ik nooit vrede sluiten met IsraĆ«l. Dat is vanzelfsprekend: wij hebben hun land ingenomen. Natuurlijk heeft God het ons beloofd, maar wat maakt dat voor hen uit? Onze God is niet de hunne. We komen weliswaar uit IsraĆ«l, maar tweeduizend jaar geleden, en wat maakt dat voor hen uit? Er is antisemitisme geweest, de nazi's, Hitler, Auschwitz, maar was dat de schuld van de Arabieren? Ze zien maar ƩƩn ding: wij zijn hier gekomen en hebben hun land gestolen. Waarom zouden ze dat accepteren? Misschien vergeten ze het over een of twee generaties, maar voorlopig is er geen kans.”

(Nahum Goldmann, The Jewish Paradox: A Personal Memoir of Historic Encounters that Shaped the drama of Modern Jewry. Grosset & Dunlap, 1978, p. 99)


Op zijn beurt stelde het op het Westen georiĆ«nteerde Arab News: “Vergelijkingen tussen het IsraĆ«lische beleid ten aanzien van de Palestijnen en de apartheidssystemen van Zuid-Afrika of nazi-Duitsland worden vaak gemaakt door critici, mensenrechtenorganisaties en internationale instanties, waarbij wordt gewezen op systematische discriminatie, gedwongen verplaatsing en militaire bezetting. De IsraĆ«lische regering en haar aanhangers wijzen deze vergelijkingen echter stellig af als historisch onjuist, moreel verwerpelijk en politiek gemotiveerd.”


Argumenten en bevindingen ter ondersteuning van de vergelijkingen 


“Beschuldigingen van apartheid: Internationale instanties, waaronder het Internationaal Gerechtshof en organisaties zoals Human Rights Watch, hebben verklaard dat IsraĆ«ls bestuur over de Palestijnen in de bezette gebieden systematische onderdrukking, geĆÆnstitutionaliseerde discriminatie en segregatie omvat die voldoen aan de wettelijke definities van apartheid en vervolging.


Verplaatsing en sloop: 


Critici wijzen op de voortdurende uitbreiding van nederzettingen, administratieve vernietiging van Palestijnse huizen, landonteigening en blokkades als elementen van een dwingende omgeving die is ontworpen om demografische verschuivingen of langdurige verplaatsing af te dwingen. 


Omvang van het geweld: Mensenrechtenrapporten en onderzoeken van de Verenigde Naties hebben aspecten van militaire operaties, met name in Gaza, gekarakteriseerd als verwoestende campagnes met willekeurige vernietiging, massale slachtoffers en ernstige humanitaire ontberingen.”                          https://www.arabnews.com/node/220313  


Zowel Palestijnen als progressieve Joodse IsraĆ«li’s vragen zichzelf af: “Waarom gedragen IsraĆ«liĆ«rs zich als nazi's en blanke Zuid-Afrikanen tijdens de apartheid? Waarom maken zij zich schuldig aan massamoorden, het slopen van huizen en het verdrijven van Palestijnen van hun land en uit hun huizen? Talloze citaten van IsraĆ«lische leiders tonen aan waar de Joodse haat tegen de Palestijnen al een eeuwlang op berust, en waarom we nog meer gruwelijke daden en moorddadige aanvallen van IsraĆ«l kunnen verwachten.


De gematigde Joden in IsraĆ«l hebben gaandeweg verloren van de nazi-opvattingen van Joodse leiders als wijlen Ariel Sharon ('de slager’)." 


De Joods-Israƫlische historicus en auteur Tom Segev schreef over Nahum Goldmann:


“Goldmann geloofde in de grenzen van macht en in de kracht van zelfbeheersing. Zo was hij voorstander van het uitstellen van de Onafhankelijkheidsverklaring, in de hoop de oorlog te voorkomen, en hij dacht dat de SinaĆÆ-campagne en de Zesdaagse Oorlog in wezen manifestaties waren van de fouten van de IsraĆ«lische regering. Na de Zesdaagse Oorlog tot aan zijn dood geloofde hij dat het in IsraĆ«ls belang was om zich terug te trekken uit de beste gebieden. In tegenstelling tot de these dat IsraĆ«ls vermogen de tegenstander af te schrikken het voortbestaan ​​van de Joodse staat zou garanderen, geloofde hij dat alleen de acceptatie van IsraĆ«l in hun midden door de Arabieren dit zou verzekeren.


De voorzitter van het Wereld Joods Congres en de voorzitter van de Wereld Zionistische Organisatie balanceerden op een dunne lijn tussen Joodse belangen en zionistische belangen, en tussen beide en de belangen van de staat IsraĆ«l. In tegenstelling tot de grondleggers van de staat, in de eerste plaats Ben-Gurion, beschouwde Goldman IsraĆ«l als ƩƩn van de vele mogelijke alternatieven voor de organisatie van het Joodse leven," inclusief het Joodse leven in de vermeende diaspora.


"In de ogen van de zionistische extremisten was Nahum Goldman's 'grootste zonde' zijn overtuiging dat “Joden buiten IsraĆ«l [kunnen] wonen, ze kunnen er goed leven en velen van hen kunnen er zelfs beter leven dan in IsraĆ«l.”


Het blijkt dat hij gelijk had en misschien was dit wel zijn grootste 'fout': "Joden kunnen buiten IsraĆ«l leven, ze kunnen er goed leven en velen van hen kunnen er zelfs beter leven dan in IsraĆ«l... Hij wekte niet alleen de afgunst van de IsraĆ«liĆ«rs op, maar ondermijnde ook enkele fundamentele waarheden van hun bestaan. Toch hebben de gematigde Joden in Israel verloren van de nazi-opvattingen van Joodse leiders als wijlen Ariel Sharon ('the butcher’)."

http://www.eilatgordinlevitan.com/vishnevo/v_pages/vstories_nahum_goldman.html  



Dit was een fundamentele aantasting van de absoluut belangrijkste leerstelling van het zionisme, namelijk dat het antisemitisme alle joden op aarde dwingt naar het 'beloofde land' te emigreren. De werkelijkheid is evenwel fundamenteel anders, zo tonen de feiten. Dat is ook de reden waarom nog steeds de meerderheid van de mensen die zich Joods beschouwt het verkiest om juist niet in Israel te leven, zelfs overtuigde zionisten in de ‘diaspora’ piekeren er niet over om naar hun ‘Joodse’ heilstaat te emigreren. En dat terwijl de enige rechtvaardiging voor het bestaan van Israel het eeuwenlange uiterst agressieve christelijke antisemitisme is geweest. 


Het logische resultaat van dit feit is dat zodra geen fatsoenlijk mens meer de Israelische terreur tegen de Palestijnse burgerbevolking kan negeren, er ineens vanuit het ogenschijnlijke niets het antisemitische vraagstuk opnieuw wordt misbruikt. Ondanks de waarschuwing van Nahum Goldman wordt telkens weer de nazi-holocaust erbij gesleept om als politiek wapen de aandacht af te leiden. Ook al wordt wetenschappelijk bewezen dat het antisemitisme afneemt en in het Westen de haat tegen semitische Islamieten toeneemt, dan nog zal de Joodse en Christelijke lobby’s het zo presenteren alsof de messen alweer geslepen worden, en aan de horizon opnieuw gemarcheerd wordt. Op die manier wordt het lot van 6 miljoen mensen gebanaliseerd door propagandisten van het CIDI en voormalige katholieken als bijvoorbeeld de fanatieke Esther Voet die zich bekeerde tot het JudaĆÆsme, en die nu als bekeerling op hoge toon allereerst en vooral zichzelf overtuigd dat het antisemitisme in het Westen almaar toeneemt. Op deze manier probeert de Israel-Lobby wereldwijd de Israelische terreur een schijn van legitimiteit te geven. En mocht men hier een kanttekening bij zetten dan wordt dit beoordeeld als het aloude en beproefde antisemitische-reflex. Juist op manier is de joodse staat bijna driekwart eeuw erin geslaagd een terreurbewind uit te oefenen in de bezette en belegerde Palestijnse gebieden. Op een meer geslepen manier probeert de Parool-columniste Natascha van Weezel, de sympathie voor de genocidale zionistische elite salonfƤhig te houden.


Een fragment uit De Cultuur van het Narcisme. American Life in An Age of Diminishing Expectations, een fragment dat handelt over De Banaliteit van het Pseudo-Zelf- Bewustzijn van propagandisten als Natascha van Weezel:


"De rol van de massamedia bij de manipulatie van de publieke opinie heeft veel bezorgde, maar overtrokken aandacht gekregen. De kritiek neemt vaak aan dat het erom gaat duidelijke onwaarheden te verbieden, hoewel duidelijk is gebleken, zoals scherpzinniger critici van de massacultuur hebben opgemerkt, dat door de groeiende betekenis van de massamedia de categorieĆ«n ‘waar’ en ‘onwaar’ irrelevant zijn voor een evaluatie. De waarheid is geweken voor geloofwaardigheid, feiten voor verklaringen die gezaghebbend klinken zonder enige gezaghebbende informatie door te geven."


Uitspraken die meedelen dat een bepaald product de voorkeur geniet van vooraanstaande specialisten zonder dat erbij verteld wordt waarboven het geprefereerd wordt, uitspraken die beweren dat een bepaald product beter is dan niet nader genoemde andere producten, uitspraken die impliceren dat een bepaald kenmerk uitsluitend hoort bij het product in kwestie terwijl in werkelijkheid ook de concurrerende producten dit kenmerk vertonen, al dergelijke uitspraken doen de grens tussen waarheid en leugen vervagen in een nevel van aannemelijkheid. Dergelijke beweringen zijn ‘waar,’ maar tevens volstrekt misleidend. Ron Ziegler, de woordvoerder van het Witte Huis tijdens president Nixon, heeft eens de politieke bruikbaarheid van deze techniek aangetoond toen hij toegaf dat zijn eerdere verklaringen over Watergate ‘niet meer van kracht’ waren. Veel commentatoren namen destijds aan dat Ziegler op eufemistische wijze wilde zeggen dat hij had gelogen. Hij bedoelde echter dat zijn eerdere verklaringen niet meer geloofwaardig waren. Ze waren ‘niet meer van kracht,’ niet door hun onwaarheid, maar doordat ze geen instemming meer konden wekken. De vraag of ze waarheid dan wel leugen bevatten deed er niet toe.


Adverteren en Propaganda.


Daniel Boorstin heeft erop gewezen dat wij leven in een wereld van "pseudo-gebeurtenissen en quasi-informatie, waar de atmosfeer verzadigd is van verklaringen die waar noch onwaar zijn, alleen geloofwaardig. Zelfs Boorstin bagatelliseert echter de mate waarin de uiterlijke schijn – de ‘images’ – de Amerikaanse maatschappij overheersen. Omdat hij terugdeinst voor de onaangename consequenties van zijn onderzoek maakt hij een verkeerd onderscheid tussen reclame en propaganda, waardoor hij een sfeer van technologische rationaliteit als feit aanneemt – een sfeer die de werkzaamheid van de staat omvat, evenals een groot deel van wat er dagelijks gebeurt in de moderne industrie – waar de irrationaliteit van het image niet kan doordringen. Propaganda, die hij uitsluitend identificeert met totalitaire regimes, bestaat uit ‘opzettelijk bevooroordeelde informatie,’ aldus Boorstin; bovendien is deze informatie ‘voornamelijk afhankelijk van een beroep op de emoties’ – terwijl een pseudo-gebeurtenis een ‘dubbelzinnige waarheid’ weergeeft, die een beroep doet op ‘ons oprecht verlangen naar informatie.’ Dit onderscheid snijdt geen hout. Het berust op een primitieve opvatting van moderne propaganda, een kunst die zich sinds lang meester heeft gemaakt van de nieuwste technieken van de moderne reclame." 



The Ceuta Crisis


Facebook

Photograph Source: Mario SĆ”nchez Bueno from Ceuta, EspaƱa – CC BY-SA 2.0

The political reaction to the Ceuta migration crisis showed just how quickly border events become vehicles for much broader themes. At a time when some Europeans have grown weary of Donald Trump, Elon Musk and JD Vance dismissing or belittling Europe, it was easy to interpret the episode as another attempt to portray European governments as weak and divided on migration.

That made the response from parts of Europe particularly striking. Italy, Denmark and Greece were surprisingly quick to criticise Spain during what increasingly appeared to be a migration crisis with a far more complex backstory than headlines initially suggested. Italy’s intervention was especially disingenuous given that Italy has borne the greatest burden of Mediterranean migration for years, receiving far larger numbers of arrivals. Political divisions deepened sufficiently for the European Union to gather together an emergency meeting of interior ministers, while Commission President Ursula von der Leyen publicly defended Spain and stressed European solidarity.

Within forty-eight hours, most of the estimated 60,000 migrants had reportedly returned to Morocco, many voluntarily and others escorted by Spanish authorities. The “invasion”, as the European right described it, proved considerably less dramatic than early political rhetoric suggested. Nevertheless, dozens died during the episode, making it a profound human tragedy. Spain has since reinforced the border with an additional floating sea barrier.

The circumstances remain contested. Some officials, analysts and media reports began suggesting Moroccan authorities had relaxed border enforcement or quietly encouraged movement towards Ceuta, something Rabat has rejected. Several migrants interviewed by international media claimed police directed them towards the frontier.

The impression left across much of Europe was that the crisis had rapidly become politicised. Whatever its immediate causes, political actors had quickly crowbarred the story into pre-existing narratives. Reform UK’s Zia Yusuf travelled to Ceuta, claiming excitedly that he had already spoken to Moroccan migrants hoping ultimately to reach Britain—a remark that reflected how rapidly the episode had been woven into others’ migration debates.

Numerous explanations emerged. Some reflected genuine diplomatic tensions between Spain and Morocco. Others circulated primarily through social media, alleging Israeli retaliation over Spain’s support for Palestine, American pressure following disagreements with Madrid, or Moroccan anger over Spain’s expanding relationship with Algeria. Some suggested these interests had converged.

Each contained enough plausibility to attract attention. Yet the importance of distinguishing genuine conspiracies from conspiracy theories remained. States can play the darkest of games, but suspicion alone does not evidence make.

A fully satisfied Trump argued that Europe was finally experiencing the consequences of migration policies he had long criticised. Across Europe’s far right, politicians blamed Pedro SĆ”nchez’s allegedly permissive immigration policies. SĆ”nchez instead argued that organised trafficking networks had lured migrants with false promises that they would be allowed to remain in Spanish territory. Throughout the crisis he was careful to avoid publicly accusing Morocco despite the obvious diplomatic strain.

The geography of the crisis seemed widely misunderstood. Ceuta has remained under Portuguese and subsequently Spanish sovereignty since 1415, remaining with Spain after Portugal regained independence in the seventeenth century. Although part of both Spain and the European Union, Ceuta occupies a unique legal position. Entry into the enclave does not provide unrestricted access to mainland Spain, and those who entered had neither crossed the Strait of Gibraltar nor acquired any realistic prospect of reaching continental Europe.

One intriguing intervention came from Michael Rubin, a senior fellow at the American Enterprise Institute. During March 2026 he published a series of striking opinion pieces urging Secretary of State Marco Rubio and President Trump to reconsider longstanding American policy towards Ceuta and Melilla. Rubin argued that Washington should recognise the enclaves as occupied territory and later suggested Morocco could replicate elements of the 1975 Green March strategy, while questioning whether NATO’s Article 6 protections would necessarily apply. Although Rubin was writing in a personal capacity rather than articulating official policy, Moroccan media portrayed his articles as evidence that figures close to Rubio were advocating a significant shift in Washington’s position.

Around the same time, Congressman Thomas Massie highlighted language contained not in legislation itself but in the accompanying House Appropriations Committee report describing Ceuta and Melilla as territories “under the illegal claim” of Morocco. Massie argued this reflected congressional support for reconsidering American policy, although others noted that committee report language neither alters US foreign policy nor binds the executive branch. Even so, the episode showed that questions surrounding the Spanish enclaves had begun surfacing in parts of Washington where they had rarely surfaced before.

The images also jarred with Morocco’s efforts to project itself as a confident, modernising country. Previous research I conducted on Morocco highlighted the restlessness of many younger Moroccans, particularly those associated with the ‘Gen Z 212’ movement, while also illustrating how cautiously even well-informed observers discussed King Mohammed VI.

Online, considerably broader interpretations continued to proliferate. Some social-media users alleged increasingly coordinated pressure involving the United States, Israel, Morocco and elements of Europe’s far right designed to destabilise Spain’s Socialist government, while others connected the episode to domestic legal challenges facing SĆ”nchez’s family. These claims gained traction online but remained unsupported with evidence.

Other commentators focused instead on Spain’s deteriorating relations with Israel and Washington, pointing again to Madrid’s recognition of the State of Palestine, its heavy criticism of Israeli military operations, restrictions on arms shipments through Spanish ports and reported disagreements over the use of American military facilities.

Others placed the Strait of Gibraltar at the heart of the story. Around ten per cent of global maritime trade passes through this strategic choke point. Some commentators argued, in an age of new choke points, that strengthening Moroccan strategic capabilities could ultimately shift the regional balance of influence around the Strait of Gibraltar.

In January 2026, Israel and Morocco signed a joint military action plan. According to defence industry reporting, Israel has become Morocco’s largest defence supplier, while Morocco is significantly expanding its domestic drone industry with Israeli assistance. Reports suggest that a joint maritime surveillance centre is being developed on Morocco’s northern coast.

Morocco is also emerging as an important player in discussions surrounding Israel’s post-war plans for Gaza. Reports have suggested that it could host training for a proposed multinational force of around 20,000 personnel, although both the force and Morocco’s role remain speculative.

The Ceuta crisis illustrated just how migration has become inseparable from wider geopolitical competition. Border incidents are no longer interpreted simply as humanitarian or security events. They are rapidly absorbed into competing narratives about national identity and strategic influence. As with the US-Mexico border, Ceuta became a stage on which domestic politics and information warfare crisscrossed.

Whether the crisis resulted primarily from Moroccan policy, organised smuggling networks, diplomatic tensions or a darker combination of factors remains under debate. What is beyond doubt is that the migration itself became only one part of the story. Far more revealing was the speed with which governments, commentators and online activists transformed a local border emergency into a proxy battle over Europe’s future, transatlantic relations and the emerging balance of power in the western Mediterranean.

Natascha van Weezel, in een Wereld van "Pseudo-gebeurtenissen en Quasi-informatie"

  De prominente zionist Nahum Goldmann, 12 jaar lang president van de  World Zionist Organization en oprichter van World Jewish Congress,  ...