De Joodse Jaap Hamburger verzet zich tegen christelijk gedweep met het Joodse volk

Op het grote plein van de Joseph Haydnlaan in Utrecht, voor het kantoor van de Protestantse Kerk Nederland (PKN), stonden op vrijdagmiddag 20 maart twee kampen. In het rood gekleed protesteerden christenen rechts op het plein tegen de weigering van de PKN om zich uit te spreken tegen IsraĆ«ls oorlogsmisdaden in de regio. Er hingen foto’s van vermoorde Palestijnse kinderen, er waren protestborden tegen genocide, de sfeer was verstild.
Drie meter naar links, achter een rood-wit lint, stond het blauwe kamp: christenen die zich, zodra zij lucht kregen van dit Rode Lijn-protest, verzameld hadden om IsraĆ«l te verdedigen. Het blauwe kamp was kleiner, maar luider. Ze zongen euforische liederen over IsraĆ«l, deden de reidans. IsraĆ«lische vlaggen – sommige gingen over in de Amerikaanse – wapperden in de wind.
Terwijl vanuit het blauwe kamp uit volle borst ‘Am IsraĆ«l Chai!’ (‘Leve IsraĆ«l’) werd geschreeuwd, stond in het rode kamp een Joodse man van in de 70 stoĆÆcijns met een bord vooraan: ‘Een Ander Joods Geluid’. Af en toe keek Jaap Hamburger naar de christenen die in zijn naam een land vierden en verdedigden waartegen hij zich uitsprak.

Jaap Hamburger (75) is allang met pensioen, maar als je naar zijn agenda kijkt, dan is daar weinig van te merken. Hij is sinds oktober 2023 op zo’n beetje iedere demonstratie tegen de IsraĆ«lische oorlogsmisdaden te vinden. Als voorzitter van Een Ander Joods Geluid schrijft hij opiniestukken,* woont hij debatavonden* en politieke inspraakmomenten bij.*
Hij heeft ƩƩn doel: de media en de politiek eraan blijven herinneren dat hij – en vele Joden met hem – zich niet met IsraĆ«l identificeert.
‘Telkens wordt weer die link gelegd tussen vermoorde Joden en IsraĆ«l’, zegt Hamburger. ‘Aan de ene kant werkt dat antisemitisme in de hand, omdat IsraĆ«l met het plegen van oorlogsmisdaden een heleboel mensen tegen zich in het harnas jaagt.
Aan de andere kant wordt de bedreiging van Joden gebruikt om de oorlogsmisdaden van IsraĆ«l mee te legitimeren: Joden worden bedreigd en IsraĆ«l probeert zogenaamd Joden te beschermen. ‘Wat ik wil met Een Ander Joods Geluid’, zegt Hamburger, ‘is die huichelachtigheid doorbreken.’
Steun voor IsraĆ«l staat helemaal niet gelijk aan steun voor de Joden. En die twee met elkaar verwarren, brengt Joden alleen maar in gevaar, vindt hij. ‘Ik hecht erg aan beschaafde omgangsvormen’, zegt hij na afloop van de Rode en Blauwe Lijn-demonstraties. ‘Maar in dit soort situaties kost het me erg veel moeite om me eraan te houden.’
Hoe ben jij je door de jaren heen gaan verhouden tot Israƫl?
‘Ik was 18 jaar toen ik in 1968 voor het eerst naar IsraĆ«l ging, als beloning voor het halen van mijn diploma. Ik ging mijn broer bezoeken, die daar al woonde. Toen ik uit het vliegtuig stapte, had ik de aanvechting om de grond te kussen. De Zesdaagse Oorlog was toen nog het verhaal van de dag en IsraĆ«l was dat kleine land dat bedreigd werd door de grote, Joden-hatende Arabische buurlanden.
In Nederland reed men overal rond met bumperstickers: “Ik sta achter IsraĆ«l”. Maar dat gevoel heeft bij mij niet lang geduurd. Toen IsraĆ«l in de jaren tachtig Libanon binnenviel om daar het Palestijnse verzet te verjagen, waarbij 20.000 mensen omkwamen, was het mij wel duidelijk dat IsraĆ«l geen just war, geen rechtvaardige oorlog, voert.’
Had jouw aanvechting om destijds de grond te kussen in Israƫl te maken met jouw Joods-zijn?
‘Nee, en dat zal ongetwijfeld te maken hebben met het feit dat mijn ouders het Joods-zijn zagen als iets wat alleen maar nadelen heeft. Ze trouwden in 1937. Begin jaren veertig ging mijn moeder in onderduik; mijn broer en mijn zusje doken onder in 1944. Mijn vader kwam als krijgsgevangene terecht in het huidige OekraĆÆne. In september 1944 zijn mijn broer en zusje met 51 andere zogenaamde unbekannte Kinder met het allerlaatste transport vanuit Westerbork naar Bergen-Belsen gedeporteerd. Mijn broer werd daar herkend door een Joods echtpaar, Kaplan geheten. Zij hebben zich over hem ontfermd als was hij hun eigen kind. Mijn zusje had niemand. Zij was pas 9 maanden oud en kwam om.
Ik werd vijf jaar na al die gebeurtenissen geboren, en er werd helemaal niet over gesproken. Ik kreeg een ongelooflijk Hollandse naam: Jaap. Mijn ouders, niet religieus en niet traditioneel, wilden mij denk ik beschermen. Die zorg over dat ik als Joods jongetje gezien zou worden, heb ik in emotionele zin begrepen en die kreeg de vorm van een soort schaamte, die ik heb geĆÆnternaliseerd als onwil en onvrijheid om mijzelf frank en vrij Joods te voelen.’

Wat hebben die ervaringen voor effect gehad op jouw ouders?
‘Ken je Sophie’s Choice? Dat gaat over de keuze van een moeder in Auschwitz. En mijn moeder… Kijk, haar twee kinderen, mijn zusje en mijn broer, waren door het verzet ondergebracht in Amsterdam. Zij zijn verraden en naar Westerbork gebracht. Mijn ouders hadden een zekere bescherming van het bedrijf Philips, dat weer relaties had met het verzet. Ze konden via een bewaker de kinderen Hamburger vrijkopen, maar toen die dag aanbrak, zei de bewaker: “Voor dat bedrag kan ik er ƩƩn vrijlaten, geen twee.” En toen moest mijn moeder kiezen. Dat kon ze niet, dus ze heeft niet gekozen.
Mijn zusje was nog maar een baby en is helemaal alleen op transport gesteld en naar concentratiekamp Bergen-Belsen gebracht. Daar is ze aan een longontsteking gestorven. Zo heeft mijn moeder haar dochtertje verloren. En ik weet niet goed meer of ik dit nu zelf heb gezien, of dat ze het mij heeft verteld, of dat ik het via mijn vrouw Elly heb gehoord, want in gezinnen waarin over bepaalde onderwerpen wordt gezwegen, worden gevoelens en verhalen nog weleens via derden gedeeld. Maar ze heeft als een soort zoutpilaar op die stoel naar Sophie’s Choice gekeken. Dat was tot op zekere hoogte ook haar verleden.’
Jouw ouders wilden jou het liefst ervoor behoeden zichtbaar Joods te zijn, maar uiteindelijk heb je toch voor die weg gekozen door je als voorzitter van Een Ander Joods Geluid nadrukkelijk in het publieke debat te mengen.
‘Ik erger mij al sinds de jaren tachtig aan het CIDI, en hoe die organisatie “de Joodse stem” monopoliseert, pretendeert namens de Joodse gemeenschap in Nederland te spreken. Ze spreken namelijk niet namens mij, en er bestaat ook helemaal geen Joodse gemeenschap. Een Ander Joods Geluid was aanvankelijk een manier om duidelijk te maken dat het CIDI onze vertegenwoordiging niet is.’
Welke Joodse perspectieven worden door het CIDI onder het tapijt geveegd?
‘Bijvoorbeeld dat Joods zijn niet hoeft te betekenen dat je iets met IsraĆ«l hebt, of dat je IsraĆ«l steunt. Dat het jodendom verweven is met het zionisme. Het zijn niet alleen Joods-zionistische organisaties, die dat verkondigen. Je hebt ook seculiere zionisten die dat doen. In Nederland zijn ze in de politiek te vinden bij de PVV, VVD, JA21 en BBB. En bij organisaties als StandWithUs Nederland.*
En dan zijn er natuurlijk de christelijke zionisten. Bij de SGP en de ChristenUnie, deels ook nog steeds bij het CDA. Bij de achterban van het CIDI en binnen de Protestantse Kerk Nederland. De meest uitgesproken extremisten vind je bij die sekte van de Christenen voor IsraĆ«l.’
Je schreef over Christenen voor IsraĆ«l:* ‘Van hun aan Joden en “IsraĆ«l” ongevraagd opgedrongen “liefde” gruw ik, als Jood.’
‘Ik heb een bepaalde waardering voor antisemieten; hun ideeĆ«n zijn verwerpelijk, maar ze zijn tenminste uitgesproken. Daarmee heb ik liever van doen, dan met die filosemieten bij Christenen voor IsraĆ«l. Met Een Ander Joods Geluid wil ik die huichelachtigheid doorbreken, want dat gedweep loopt vroeg of laat uit in het omgekeerde. Het is een soort stalken. Alsof we niet voor onszelf kunnen zorgen en bescherming nodig hebben. Ga uit mijn buurt, ik heb niet om je gevraagd.’


En zo beland je dus met een duidelijk uitgesproken Joodse identiteit in het maatschappelijk debat.
‘Loop ik met mijn Rode Lijn-bord, dan komen mensen naar me toe: “Fijn dat u meeloopt.” Nou, ik doe niets anders dan wat anderen doen, namelijk de houding van de Nederlandse regering veroordelen, maar omdat ik het zeg vanuit mijn Joodse achtergrond is het opeens bijzonder? Er is niks bijzonders aan Joden. En dat exceptionalisme, dat het zionisme op Joden plakt, helpt niet. Het enige wat er kan gebeuren als je op een voetstuk wordt geplaatst, is dat je eraf dondert.’
Hoe kijk je naar het Joodse zionisme?
‘Het Joodse zionisme zet het Joods-zijn altijd in de etalage. Bij kritiek spelen ze de antisemitismekaart. Maar ik ben kritisch op zionistische standpunten. Al ben je zestig generaties Joods, dat interesseert me geen biet, maar dan gaat het opeens over identiteit. “Ja,” zeggen Joodse zionisten dan, “maar wij identificeren ons nu eenmaal met het zionisme.”
Dat vind ik een onwaarschijnlijk onintelligente terugval. Je ergens mee identificeren, maakt het nog geen onderdeel van je identiteit. En ook historisch gezien is het een krankzinnig argument. Het zionisme stamt uit 1897. Hoe zat het dan met die Joodse identiteit vóór 1897? Was er toen ook al sprake van verwevenheid tussen zionistisch zijn en Joods zijn? Ik denk het toch niet.’
Ik denk dat de Holocaust voor velen voldoende is om die relatief recente verwevenheid van de Joodse identiteit met het zionisme te verklaren.
‘Mijn eigen broer zegt dat ook. Hij is in 1940 geboren, zat ondergedoken, werd verraden – een heel andere levensgeschiedenis dan die van mij. Hij woont nu al zestig jaar in IsraĆ«l. Hij is een heel intelligente man. Hij is geen fanatieke zionist, maar heeft de IsraĆ«lische kijk op de wereld en op de regio. En hij zegt: “Alles goed en wel, Jaap, maar jij hebt niet meegemaakt wat ik heb meegemaakt.” Hij bedoelt natuurlijk: jij hebt makkelijk praten. En ik respecteer dat hij heel andere opvattingen heeft over zijn positie in de wereld, nadat hij aan den lijve heeft ondervonden wat anderen hem wilden aandoen, maar ik kan niet goed snappen dat je mensen niet wilt behoeden voor wat jou zelf is overkomen.’
Hoe bedoel je dat?
‘Laat ik het niet te zeer generaliseren, maar er zijn heel veel Joden in Nederland – om van IsraĆ«l nog maar te zwijgen – die niet bij machte zijn om de slachtofferrol los te laten en te erkennen dat IsraĆ«l in een daderrol terecht is gekomen. Dat slachtofferschap is zo verweven met wie ze zijn en hoe ze zich voelen dat het idee om ook een dader te kunnen zijn helemaal niet in hen opkomt. Terwijl IsraĆ«l dat allang is geworden.
Dat is heel ernstig: dat de beleving van jouw rol totaal geen recht meer doet aan wat er feitelijk en mede uit jouw naam gebeurt. Als de IsraĆ«li’s denken dat ze in dat opzicht ver af staan van het Duitse volk, dan beschouw ik dat als een dramatische vergissing, waar de hele regio nu het slachtoffer van is.’
Dat moet pijnlijk zijn om te concluderen.
‘En ook beangstigend. Ik begin, ondanks mijn afkeer, iets beter te snappen hoe een compleet volk gevallen is voor het nazisme. Als de indoctrinatie maar ver genoeg gaat, als het idee van “ons volk is het slachtoffer, en nu moeten wij ons laten gelden” maar sterk genoeg is, dan is er volgens mij geen volk gevrijwaard van zo’n verwrongen wereldbeeld. Dan blijken er maar weinig mensen tegen die druk opgewassen.’
Dietrich Bonhoeffer, een Duitse theoloog die zich verzette tegen Hitler en daarvoor uiteindelijk werd geƫxecuteerd door ophanging, schreef dat bij de opkomst van autoritaire regimes grote groepen mensen stoppen met zelfstandig denken en zich dom laten maken. Hij definieert die domheid niet als een intelligentietekort, maar als een moreel tekort. Niet als een psychologisch, maar als een sociologisch probleem.
‘Dat zou ik met alle respect iets anders formuleren. Niet domheid, maar conformisme is een moreel tekort. En dan komen we bij een ander groot probleem: het radicale midden waar liberale zionisten altijd voor pleiten. Dat is niets anders dan een pleidooi voor conformisme; morele smetvrees is het. Zo hoef je niet te kiezen, zo kun je vermijden dat je de heersende macht bedreigt.’
Hoe ziet dat radicale midden er volgens liberale zionisten uit?
‘Ze zeggen: “Ja, IsraĆ«l maakt grote fouten. Maar alle landen maken grote fouten. Er is nog zoveel meer aan de hand in de wereld, dus we moeten niet alleen kritisch zijn op IsraĆ«l.”
“Ja,” zeg ik dan, “houd jij je vooral met al die dingen bezig, maar ga mij niet vertellen waarmee ik me moet bezighouden, dat bepaal ik zelf.” Want dat is het argument waarmee zionisten jou onuitgesproken antisemitisme of Joodse zelfhaat verwijten: jouw focus op IsraĆ«l kan alleen maar daaruit voortkomen. Andere, eerbare motieven kun je niet hebben.’

Wat zijn jouw motieven voor jouw uitgesproken steun aan de Palestijnen?
‘Rationeel heb ik genoeg weet van vervolging en discriminatie om te beseffen dat er kwaad is dat ik niemand toewens. En dat ik al helemaal niet toesta dat dit een ander uit mijn naam wordt aangedaan. Zo kom ik maar tot ƩƩn fatsoenlijke, logisch dwingende conclusie, namelijk een pro-Palestijnse attitude.
En daaruit vloeit mijn persoonlijkere, emotionelere motief voort: Palestijnen hebben geen enkele mogelijkheid om een normaal leven te leiden. En dat raakt mij, omdat dit mijn ouders ook is ontzegd. Het behoort tot de dingen waarvan ik spijt heb: dat ik mijn ouders daarvoor veel te weinig erkenning heb gegeven. Ik denk dat ik – en ik realiseer me uiteraard dat het niet kan – mijn ouders alsnog dat normale leven zou willen teruggeven.
Ik denk dat mijn identificatie met de Palestijnen, mijn innerlijke beroering over wat zij moeten doormaken, daar ook uit voortkomt. Ik gun hun dat ook zeer en ik zie dat ze het niet krijgen. Ik word afwisselend boos en verdrietig omdat niemand het voor hen kan organiseren en omdat er een heel sterke macht is die het hun ontzegt.’
Je hebt, als ik je goed begrijp, dus niet per definitie bezwaar tegen een vorm van identificatie.
‘Nee, het probleem ontstaat zodra identificatie wordt verward met identiteit. Want zo kan IsraĆ«l zich de Joodse geschiedenis – die ook mijn geschiedenis is – toe-eigenen en die als excuus gebruiken voor het plegen van misdaden tegen andere volken. Keer op keer wordt de link gelegd tussen vermoorde Joden en IsraĆ«l. Zoals bij de March of the Living, ieder jaar op 27 januari in Auschwitz: daar lopen allerlei mensen met een IsraĆ«lische vlag om hun schouders geknoopt over de spoorrails. Waren de Joden in Auschwitz ook zionistisch en pro-IsraĆ«l? Wat eigent IsraĆ«l zichzelf hiermee wel niet toe?’
Waarom denk je dat Israƫl daarmee wegkomt?
‘Het is deels gewoon brutaliteit: IsraĆ«l pakt wat het pakken kan. Zonder tegengas breidt het uit. Zie je het anders, dan zeggen zionisten dat je een antisemiet bent. Begrijpelijk: inmiddels zijn de zionisten wel zo’n beetje door hun argumenten heen om IsraĆ«l te steunen. Dus om de kritiek te smoren, komt de nadruk op het zogezegd groeiende antisemitisme.
Neem dat recent verschenen rapport* over antisemitisme van de Taskforce Antisemitisme. Daarin is meegenomen dat er Joodse studenten zijn die zich onveilig voelen in de discussie over IsraĆ«l. OkĆ©, ze voelen zich onveilig. Het zij zo, dat is de keerzijde van de vrijheid van meningsuiting. Zo krijg je een situatie waarin degene die kritiek heeft, rekening moet houden met de gevoelde onveiligheid. No way, zolang ik binnen de wet blijf en mij niet discriminatoir uit of aan groepsbelediging doe, ga ik helemaal geen rekening houden met de gevoelens van Joodse studenten. Zouden Chinese studenten zich hier onveilig voelen als wij kritiek uiten op China’s behandeling van de Oeigoeren? En moeten we daar dan rekening mee houden? Dat dacht ik niet.’
Is er een scenario waarin Israƫl-kritiek of Israƫl-haat een vorm van antisemitisme kan zijn?
‘Ik sluit niet uit dat er mensen zijn die middels kritiek op IsraĆ«l hun eigenlijke antisemitisme vormgeven, omdat ze weten dat dat een geaccepteerde vorm is. Maar stellen dat de grens tussen IsraĆ«l-kritiek en antisemitisme flinterdun is, of dat zelfs aan elkaar gelijkstellen, daar ben ik zeer op tegen.’
Zie jij toenemend antisemitisme als een probleem?
‘Er zijn de afgelopen tijd natuurlijk wel wat brandbommen tegen buitenmuren en schuttingen gegooid bij Joodse plaatsen in Europa. De aanslag op Bondi Beach in AustraliĆ« was een massamoord. In de ongelooflijke aandacht die daarvoor is geweest, hebben zionistische organisaties de hoofdrol. Als zij nu eens evenveel woorden zouden besteden – al is het maar evenveel – aan de moord op zeker 75.000 Palestijnen in Gaza. Als ze nu eens dezelfde aandacht zouden besteden aan de angst van Palestijnse kinderen als aan die van Joodse kinderen? “Maar Joodse kinderen zijn daardoor wel heel bang”, werpt men dan tegen. Dat begrijp ik, maar hoe zit het met Palestijnse kinderen die niet eens meer bang kĆŗnnen worden, omdat ze zijn vermoord. De verhoudingen zijn totaal zoek.’
Daarop kan een niet-Joodse criticus de tegenwerping krijgen dat het antisemitisch is om een Joodse organisatie als het Centraal Joods Overleg verantwoordelijk te maken voor het veroordelen van de daden van de staat Israƫl.
‘Dat is waar, maar het probleem is dat deze Joodse organisaties zich identificeren met de staat IsraĆ«l. Wees dan niet verbaasd dat sommigen je associĆ«ren met de daden van IsraĆ«l, het loopt voor die mensen in elkaar over, want het loopt voor jullie zelf ook in elkaar over.’
Je brengt als Joodse stem nuance aan in wat voor andere Joden als code rood geldt wat betreft antisemitisme. Hoe valt dat?
‘De term “hofjood” valt en daarna steevast de waarschuwing: “Pas maar op, mannetje, uiteindelijk komen ze ook voor jou.” Een leider binnen de Joodse gemeenschap heeft tegen mij gezegd dat ik geen goede Jood ben. Ik was zo verbluft dat ik het maar heb laten passeren, maar ik zou nu zeggen: “U bevindt zich in de traditie van de antisemitische burgemeester van Wenen,* die in 1895 zei: ‘Wer Jude ist, bestimme ich.’ Oftewel: wie een Jood is, bepaal ik.”’

Hoe verhoud jij je nu persoonlijk tot het zionisme van nu?
‘Ik zie mezelf nu als antizionist, een zeer respectabele gedachtestroom die al bestaat sinds het zionisme. Het is verwoord door mensen als Judah Magnes, de eerste rector van de Hebreeuwse Universiteit, en door Albert Einstein. Zij pleitten bijvoorbeeld wel voor Joodse culturele aanwezigheid in IsraĆ«l, maar niet voor een Joodse staat, omdat die uiteindelijk de potentie zou hebben anderen te domineren en hun stem uit te wissen. Zoals nu inderdaad gebeurt.’
Er zullen zionisten zijn die zeggen: ‘Wij willen niemand domineren en we willen niet-Joodse stemmen niet uitwissen. Wij willen alleen een veilig thuisland.’
‘Dat heb ik zelf ook een tijd gezegd – wat kun je nu tegen een veilig thuisland hebben voor Joden? Maar nu zie ik dat als een retorisch trucje. Het gaat erom hoe het zionisme in praktijk wordt gebracht, en dan zien we dat zionisme het streven naar een exclusief Joodse staat betekent, in dat gebied. Iedereen die daar een niet-Jood is, moet verdwijnen. Het antizionisme keert zich tegen wat het zionisme in werkelijkheid geworden is.’
Correctie 5 mei 2026: in een eerdere versie stond de Hebreeuwse uitspraak ‘Yam IsraĆ«l Chai’. Dat moet ‘Am IsraĆ«l Chai’ zijn. Ook stond er in een eerdere versie dat Dietrich Bonhoeffer werd gefusilleerd, maar hij werd geĆ«xecuteerd middels ophanging. Beide fouten zijn gecorrigeerd.
Dit verhaal heb je gratis gelezen, maar het maken van dit verhaal kost tijd en geld. Steun ons en maak meer verhalen mogelijk voorbij de waan van de dag.
Al vanaf het begin worden we gefinancierd door onze leden en zijn we volledig advertentievrij en onafhankelijk. We maken diepgravende, verbindende en optimistische verhalen die inzicht geven in hoe de wereld werkt. Zodat je niet alleen begrijpt wat er gebeurt, maar ook waarom het gebeurt.
Juist nu in tijden van toenemende onzekerheid en wantrouwen is er grote behoefte aan verhalen die voorbij de waan van de dag gaan. Verhalen die verdieping en verbinding brengen. Verhalen niet gericht op het sensationele, maar op het fundamentele. Dankzij onze leden kunnen wij verhalen blijven maken voor zoveel mogelijk mensen. Word ook lid!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten