Natascha van Weezel schreef afgelopen maandag in haar Parool-column het volgende:
"Een meisje op de eerste rij, gehuld in een shirt van het Marokkaanse elftal, roept: ‘Waar bemoeien die polities zich mee?’
Het is maandagochtend en hartje zomer. De stad vult zich met toeristen. Veel Amsterdammers zijn zelf juist op vakantie. Toch is niet iedereen weg. In een modern schoolgebouw vlak bij station Sloterdijk zitten vijftien kinderen rustig op hun stoel. Ze luisteren geconcentreerd naar de kwieke tachtiger Betty, die vertelt hoe ze als baby de Tweede Wereldoorlog overleefde.
Twee weken na haar geboorte werd haar vader opgehaald van huis door twee Nederlandse politiemannen in burger. Hij moest onmiddellijk meekomen, waarheen was onbekend. Haar moeder – een niet-Joodse vrouw van adel – vroeg wat dit te betekenen had. Een van de politieagenten antwoordde: “Ja, mevrouw, dan had u maar niet met een Jood moeten trouwen.” De kinderen schudden hun hoofd vol ongeloof. Een meisje op de eerste rij, gehuld in een shirt van het Marokkaanse elftal, roept: “Waar bemoeien die polities zich mee?”
Deze leerlingen uit groep 7 nemen deel aan de Zomerschool Amsterdam. Dit educatieve en sociale programma werd opgericht in 2009 om extra taalontwikkeling te verzorgen voor basisschoolleerlingen in Amsterdam Nieuw-West. De meeste van deze kinderen kunnen niet op vakantie. In plaats van thuis te zitten, krijgen ze drie weken lang les over taal, cultuur, geschiedenis en religie. Excursies vormen een vast onderdeel van het curriculum.
Inmiddels bestaat de zomerschool niet meer alleen voor zevendegroepers, maar zijn er programma’s voor groep 3 tot en met 8. De uitstapjes blijven voor alle kinderen onverminderd belangrijk. Aan de muur hangt een portret van Rembrandt van Rijn met een mindmap ernaast: ‘Nederlandse schilder’, ‘leefde tussen 1606 en 1669’, ‘zelfportretten’. Iets verderop hangen etsen die de kinderen vorige week maakten tijdens een bezoek aan het Rembrandthuis. Projectleider Marijke Katee vertelt trots dat ze ook een wandeling hebben gemaakt door de binnenstad om de gevels van gebouwen uit de zeventiende eeuw te analyseren. Ook maakten ze een radioreportage voor Salto over het boek Kinderen van Amsterdam. Vanmiddag gaan ze naar het Stedelijk Museum voor een rondleiding langs het werk van Karel Appel.
Betty rondt haar les over de Tweede Wereldoorlog af. Ze toont een kopie van de laatste brief die haar vader schreef vanuit concentratiekamp Mauthausen. Hij feliciteerde haar moeder met hun trouwdag. De brief die haar moeder hem terugstuurde kwam ongeopend retour, met daarop een stempelafdruk: ‘unbekannt’. Betty’s vader was vermoord. Een klein, donker jongetje op de achterste rij steekt zijn vinger op. Tot nu toe heeft hij gezwegen, maar nu klinkt zijn stem luid en duidelijk: “Waarom is dit? We zijn toch gewoon mensen?”
Goed onderwijs maakt nieuwsgierig en kweekt empathische, kritische burgers. Dat geldt zeker als het op een inspirerende manier wordt gegeven. Dat blijkt: deze 11-jarigen volgen zƩlfs in hun zomervakantie met plezier les en blijken in een stimulerende omgeving te beschikken over een enorme (levens)wijsheid. Natuurlijk kent Amsterdam genoeg problemen. Educatie is daar zeker niet de enige oplossing voor. Maar het helpt wƩl. Daarom is de Zomerschool van onschatbare waarde. Niet alleen voor de kinderen zelf, maar voor de hele stad.
Natascha van Weezel (1986) is journalist. Elke maandag schrijft ze een column voor Het Parool.
Reageren? natascha@parool.nl"
Ik twijfel er niet aan dat Van Weezel dit allemaal goed bedoelt, maar dat is misschien wel het allerergste. Zij wil de indruk vestigen dat het allemaal niet zo uitzichtloos is, en daarmee bedriegt zij, als zionist, haar publiek, zeker nu de Verenigde Staten en Israel een uitzichtloze oorlog zijn begonnen tegen Iran, waardoor onder andere de wereldeconomie aan het wankelen is gebracht. Te lang zijn de VS en zijn huurlingen-staat Israel er blind vanuit gegaan dat ze de wereldgemeenschap met massaal geweld konden chanteren en zo nodig konden vernietigen, om nu te ontdekken dat dit een waanidee is.
De Joodse Staat heeft helemaal niets geleerd van de Tweede Wereldoorlog. Sterker nog, Israel gedraagt zich al sinds zijn oprichting in 1948 als een ‘nazistaat,’ zoals de Joods-Israelische hoogleraar Yeshayahu Leibowitz zijn land noemde. De website Sargasso publiceerde op 12 juli 2014 na de inleiding: "Deze pagina is meer dan 12 jaar oud. Kijk ook eens verder naar andere en meer recente artikelen van de homepage.
DOCUMENTAIRE - Tijdens zijn leven waarschuwde de Israƫlische publieksintellectueel Yeshayahu Leibowitz keer op keer voor het pad naar nationalisme, racisme en fascisme. Het zijn profetische woorden gebleken.
Het betitelen van IsraĆ«l als ‘nazistaat’ wordt in de regel veroordeeld als antisemitische retoriek.
Niet ten onrechte: doorgaans heeft het de bedoeling Israƫl (en per implicatie: Joden) als het ultieme kwaad in de wereld voor te stellen, of in een perverse omkering de voormalige slachtoffers van de Holocaust nu zelf in de rol van de grootste beulen te kunnen hullen en daarmee de Europese medeplichtigheid aan de Holocaust moreel te doen verschrompelen.
Toch zal niemand de Joods-IsraĆ«lische intellectueel Yeshayahu Leibowitz (1903 -1994) van antisemitisme kunnen beschuldigen als deze spreekt van een ideologische trend binnen IsraĆ«l richting wat hij ‘Judeo-Nazisme’ noemt. Niet alleen was Leibowitz zelf orthodox-joods, maar ook was hij zestig jaar lang actief in het publieke debat in IsraĆ«l. Amos Oz noemde hem ‘ƩƩn van de grootste denkers van onze tijd.’
Van religieuze naar nationale identiteit
In het kort komt Leibowitz’ argumentatie hier op neer: Met de emancipatie en assimilatie van de Joden in de 19e eeuw heeft er een wezenlijke verschuiving plaatsgevonden in het karakter van het Jodendom. Het kenmerkende aan het Joodse volk was tot dan duizenden jaren lang de Joodse godsdienst geweest; men had geen eigen land, geen gemeenschappelijke spreektaal, geen wereldwijd gedeelde cultuur, maar men had de religie die Joden samenbond en hen maakte tot wat ze waren.
Het verlies van die kenmerkende identiteit door het massaal loslaten van de religie leidt tot een existentiƫle crisis in het Jodendom: wat hebben Joden nog gemeenschappelijk? Wat geeft de Joodse identiteit nu nog inhoud? Het zionisme heeft een uitweg geboden uit die crisis. Wat Joden samenbond was nu niet langer hun religieuze identiteit, maar vooral hun etnisch-nationale identiteit, verbonden aan een geografisch bepaalde regio: een eigen land, een eigen staat. Nationalisme gaf Joden hun gevoel van eigenheid en identiteit terug.
Dit leidt in de optiek van Leibowitz echter onvermijdelijk tot een vorm van Blut-und-Boden-ideologie. En al helemaal wanneer de staat de religie coƶpteert tot staatsreligie. De Joodse godsdienst kan dan niet langer haar profetische rol als kritische tegenhanger van de staat spelen. Dit moet wel tot fascisme leiden, zegt Leibowitz.
Bezetting en onderdrukking
De beslissende stap richting Judeo-nazisme ziet Leibowitz in de bezetting van de Westelijke Jordaanoever na de Zesdaagse Oorlog. Kon je aanvankelijk nog zeggen dat dit werd vastgehouden als onderpand om over vrede met Jordaniƫ en de Arabische wereld te kunnen onderhandelen; inmiddels is duidelijk dat Israƫl de Westelijke Jordaanoever in haar greep wil houden, en om dat te kunnen blijven doen de Arabische bevolking moet onderdrukken. Enkel omdat die de verkeerde etnische achtergrond hebben.
Dat leidt tot barbarij, aldus de hoogleraar. Niet alleen in de steeds repressievere en fascistoïdere maatregelen die het overheidsapparaat moet nemen om de Arabieren onder controle te houden, maar ook wat betreft de mentaliteit van de Israëlische bevolking jegens die Arabieren.
Profetische blik
Leibowitz’ waarschuwingen krijgen een profetische klank nu we zien dat IsraĆ«lische parlementariĆ«rs en rabbijnen oproepen tot massaslachtingen onder Palestijnen; dat IsraĆ«lische kabinetsleden propageren dat het executeren van honderden Palestijnen moreel geen probleem is of dat men de Palestijnen een koekje van eigen deeg moet geven door daadwerkelijk hele dorpen en steden te bombarderen; en dat jonge IsraĆ«li’s op sociale media openlijk oproepen om zoveel mogelijk Arabieren af te slachten.
Het biedt een schokkend inkijkje in de huidige mentaliteit in brede lagen van de Israƫlische samenleving.
In 1991 maakte Benny Brunner de documentaire A Philosopher for all Seasons: Yeshayahu Leibowitz (Humanistisch Verbond). Het is de moeite waarde om de gesprekken met Leibowitz en zijn tijdgenoten (Tom Segev, Amoz Oz, Gideon Samet, Asa Kasher, B. Michael, Abraham B. Yehoshua) bijna vijfentwintig jaar later nog eens op je in te laten werken.
Zeven kenmerkende citaten:
Over racistisch nationalisme:
Ook bij ons vind je een nazi-mentaliteit. Een nazi-mentaliteit bij uitstek. Een Jood die een Arabier heeft vermoord wordt meestal gezien als een dappere held. Dat komt heel vaak voor. Neem nu het geval in Risjon Letsion. Een Joodse man pakte een geweer en ging de straat op. Niet omdat er een aanslag was gepleegd of met stenen werd gegooid. Nee, hij stapte zomaar naar een verzamelpunt van Arabieren die werk zoeken en schoot zonder reden zeven Arabieren dood. Maar in brede kring werd toen gezegd: Goed zo! In heel brede kring. Jammer dat het er maar zeven waren, zei men.
En het dringt zelfs door tot het justitieel apparaat. Ik heb laatst nog gelezen over het proces van die man uit een nederzetting die geschoten had op een schoolplein van een Arabische meisjesschool. Een meisje werd doodgeschoten. Hij kreeg een gevangenisstraf van anderhalf jaar. Meer niet. Omdat het niet zijn bedoeling was haar te doden. Hij schoot zomaar op dat plein. Stel u voor dat een Arabier op een Joods schoolplein had geschoten.
Over de corrumperende invloed van de bezetting:
Na de Zesdaagse Oorlog veranderde Israƫl ineens in een apparaat dat een ander volk onderwerpt aan gewelddadige Joodse overheersing. Sindsdien doen we niets anders dan deze overheersing in stand houden.
De feiten spreken voor zich: bijvoorbeeld dat het Israƫlische leger, uitgerust met de beste Amerikaanse wapens, heldhaftig een strijd voert met een onbewapende bevolking. Of het feit dat dit heldenleger in de afgelopen twee jaar honderdvijftig kinderen vermoord heeft, in de leeftijd van drie maanden tot veertien jaar. Een onuitwisbare vlek op de geschiedenis van het Joodse volk.
Joodse generaals, ja, Joodse generaals, gaven het bevel om gevangenen de armen en benen te breken. En daar wordt gehoor aan gegeven. Dat is nog het allerergste. Generaals die moordenaars zijn, dat komt overal voor. Wat ik erg vind is dat hun bevelen uitgevoerd worden.
Over de ‘bevel is bevel’-mentaliteit die hand over hand het justitieel en maatschappelijk denken overneemt:
Ik word aangevallen omdat ik vind dat bevelen geweigerd moeten worden. Dat was het pleidooi van Eichmann: ‘Ik heb als officier gehoor gegeven aan wettige bevelen.’ Let wel: wettig. (..)
– “Het bevel om Palestijnen de botten te breken was ook wettig. Wij gebruiken dus dezelfde argumenten als dat onmens Eichmann?”
Ja, dat zijn nu precies de dingen waarover ik schrijf en praat.
– “Maar de meeste IsraĆ«li’s zien dat niet zo.”
Tja, de meeste Duitsers zagen dat ook niet zo. Daarom zeg ik dat we op weg zijn naar een Judeo-Nazisme.
Over de evolutie van Jodendom als godsdienst naar Jodendom als etnisch-nationale identiteit:
Uit die crisis is het verschijnsel ontstaan van Joden voor wie de nationale, politieke onafhankelijkheid de inhoud is geworden van hun nationale identiteit. Omdat ze geen andere Joodse inhoud kennen. ’t Begon in de 19e eeuw. Voor die Joden betekent hun joods-zijn het streven naar nationale en politieke onafhankelijkheid. Daarmee verandert het nationalisme van iets existentieels, van een essentie die niet afhankelijk is van een doel, in een program. En dan heb je te maken met het soort nationalisme dat tot barbaarsheden leidt, tot barbarisme.
Laat ik in dit verband de 19e eeuwse denker Franz Grillparzer aanhalen. Grillparzer heeft toen al gewaarschuwd voor de weg die leidt 'von der HumanitƤt durch NationalitƤt zur BestialitƤt.' Van menselijkheid, via nationalisme naar beestachtigheid. (..) En dat was vervolgens de weg die het Duitse volk volgde tot het eindpunt. En wij zijn die weg opgegaan na de Zesdaagse Oorlog.
– “Gelooft u echt dat we het dieptepunt kunnen bereiken dat de nazi’s bereikt hebben?”
Ćls we de huidige politieke lijn voortzetten, komen we er zonder meer!
– “Verwacht u ook vernietigingskampen voor de Arabieren, zoals Auschwitz?”
Zelfs dat sluit ik niet uit. Hoe dan ook sluit ik een massale slachting niet uit Ɣls we deze lijn voortzetten.
Over het Jodendom als Israƫlische staatsgodsdienst:
Ik wil dat de staat de godsdienst in zijn macht houdt, zei hij [Ben Goerion]. En zo is het nu ook in IsraĆ«l. De officiĆ«le godsdienst van IsraĆ«l, met de nadruk op officieel, is simpelweg een afdeling van het overheidsapparaat. Of zoals ik dat noem: de maĆ®tresse van de staat. (…) en wat in IsraĆ«l het godsdienstig bestel heet, dat zijn gewoon de pooiers van die hoer die de officiĆ«le godsdienst van de staat IsraĆ«l is. En dat wilde Ben-Goerion.
Over de godsdienst als tegenwicht voor fascisme:
Alleen een fascist ziet het bestuursapparaat van de staat als een op zichzelf staande waarde. Wie geen fascist is maar ook geen anarchist erkent het belang van een gezaghebbend regime voor het bestaan van de samenleving.
Tegelijkertijd vormt het bestaan van een gezaghebbend staatsapparaat ook een groot gevaar. Zoals een groot historicus uit onze tijd zei: Power always corrupts. Macht corrumpeert altijd. Daarom moet je die aan banden leggen.
In een niet-religieuze, dus seculiere, humanistische wereld bestaan die banden uit humanistische beginselen. Dat hadden de grondleggers van de Amerikaanse grondwet voor ogen toen ze de bindende artikelen van de grond wet de vorm gaven van een verbod op de overheid om over bepaalde dingen te beslissen of zich daar zelfs mee te bemoeien. En dat geldt ook voor een meerderheidsregering.
In de wereld van het historische, traditionele Jodendom gaat het niet om het gezag van de meerderheid, maar van de Tora.
Aanvaard je dat gezag, dan leg je de regeringsmacht vanzelf aan banden. Zo ging het dan ook in de Joodse geschiedenis, in alle perioden dat de Joden een eigen staat hadden. Zo was het tijdens de Eerste Tempel, toen de profeten niet altijd tegenstanders van de koning waren, maar wel een tegenwicht boden en zichzelf het recht voorbehielden de koning te beoordelen. En zo was ook in de korte periode van de Tweede Tempel. Hoewel de koning in die tijd ook de hogepriester was, stelden de godsdienstgeleerden zich als tegenwicht op.
En ik geloof dat dat de gezondste norm is voor iedere samenleving die een politiek bestel nastreeft dat niet fascistisch is.
Over de urgentie de onderdrukking van de Arabische bevolking te beƫindigen:
De voornaamste en doorslaggevende kwestie is: zal de staat Israƫl erin slagen om zich los te maken van de politieke, nationale en maatschappelijke last die eigen is aan de gewelddadige overheersing van een ander volk? Lukt het Israƫl niet om zich daarvan los te maken, dan heeft het geen toekomst.
https://sargasso.nl/yeshayahu-leibowitz-het-judeo-nazisme/
Kortom, het huidige probleem is niet allereerst dat de Duitse Nazi's zich zo beestachtig gedroegen, maar juist de Joden, die uit eigen ervaring beter moeten weten. Uitgaande van de Verlichtingsidealen zouden de Israelische Joden en hun zionistische aanhang in het Westen nooit een genocide in Gaza, de Westbank en Libanon moeten goedkeuren. Maar de overgrote meerderheid doet dit wel, en nog steeds, terwijl ze gewaarschuwd waren door Leibowitz, "Het geweten van Israel." Dat is het ware vraagstuk. Maar daarover zwijgt Natascha van Weezel, want zij is en blijft een zionistische propagandiste, die met haar stukjes de Joods-Zionistische Barbaarsheid probeert te verhullen. Daarover later meer.
Een Gotspe.








Geen opmerkingen:
Een reactie posten