Zoeken in deze blog 🔎🔎

zondag 2 januari 2011

Manfred Gerstenfeld. Extremistische Zionist


De als fanatiek bekend staande zionist Manfred Gerstenfeld: ‘Er is overeenkomst tussen degenen die bereid waren Tsjechoslowakije op te offeren voor Chamberlains ‘vrede in onze tijd’ en zij die van Israël concessies verlangen jegens de Palestijnen.’  Op deze manier probeert hij de Israelische terreur te rechtvaardigen, en de Israelische landroof. 

Let u vooral ook op wat er nu in Nederland gebeurt. Ik schreef in een vorig stukje:

Doordat ze een beroep kan doen op een joodse achtergrond wordt het racisme van Rosanne Hertzberger in Nederland geaccepteerd.

Dit wil niet zeggen dat joodse Nederlanders nu alles mogen zeggen over elk onderwerp. Geenszins zelfs. Van zowel de filosemiet als de zionist mogen joden buiten Israel alleen maar datgene opperen wat binnen de grenzen blijft van de aan hen toegeschreven rol. Zodra ze zich dus niet opstellen als gecultiveerd slachtoffer dan worden ze onmiddellijk gecriminaliseerd. Net zoals de antisemiet bepaalt wat een jood al dan niet mag, zo bepalen de filosemiet en de zionist wat een jood wel mag en wat absoluut niet. Een illustrerend voorbeeld is het volgende interview met Manfred Gerstenfeld, die zijn sympathie met joods terrorisme niet onder stoelen en banken steekt. De digitale editie van NRC/Handelsblad bericht:

De stelling van - De stelling van Manfred Gerstenfeld: De positie van Joden symboliseert het verval van de Nederlandse rechtsstaat...

U schrijft dat Nederland geen ‘bewuste Joden’ meer nódig heeft.

„Ik zeg niet dat ze beter weg kunnen gaan. Ik zeg evenmin dat er over twintig jaar geen Joden meer in Nederland zullen leven. Maar het Joodse leven zal zeer waarschijnlijk wel verdunnen. Joden die ik spreek, zeggen: ik maak me zorgen over mijn kinderen. Ik krijg e-mails van mensen, die blij zijn dat ik zeg wat zij niet durven te zeggen. Nederland heeft ze niet nodig. Als ze weggaan, gebeurt er voor de Nederlandse maatschappij niets. Als een burgemeester weggaat, blijven er honderden over. Maar dit gaat alleen over de Joden die wat aan hun religie doen. Zoals Bolkestein fijntjes zei: Job Cohen hoeft niet weg.” (hij lacht)

En daarmee zijn we bij Job Cohen, een van de meest terugkerende personen in uw boek. U stelt hem impliciet verantwoordelijk voor antisemitische incidenten in Amsterdam.

„Ik heb Cohen een vijand van me genoemd. Hij is de leider van de PvdA, in mijn ogen een perverse partij. Hij is ruggengraatloos, en verantwoordelijk voor een verwerpelijk anti-Israëlisch programma. Cohen representeert de visie van die partij.”

In uw boek gaat u vooral in op zijn periode als burgemeester van Amsterdam.

„Ja, maar als hij geen PvdA-leider was geworden, had ik me niet zo in hem verdiept. Ik heb hem één keer ontmoet, en ik kon niets met hem. Toen ik een biografie van Cohen las, begon ik de man te begrijpen. Hij heeft weinig normbesef. Hij draagt een masker, ik weet niet wat daarachter zit.”

U geeft nu alleen psychologische argumenten.

„Ik ben geen psycholoog. Maar neem nu het ‘de boel bij elkaar houden’. Ik heb op Sicilië gewerkt, ik heb gezien wat de boel bij elkaar houden betekent. De maffia zorgt dat de politici verkozen worden, de politici houden de maffia de hand boven het hoofd. Ook in mijn jeugd in Amsterdam werd op de Wallen de boel bij elkaar gehouden. De sterke jongens wilden geen rotzooi, dat was slecht voor de klandizie. Cohens benadering is de zeer verdunde vorm van deze methode..."
http://digitaleeditie.nrc.nl/NH/2010/12/20101231___/2_10/article2.html

Net zoals in het antisemitische nazi-propagandablad Der Sturmer de jood gestigmatiseerd werd door hem af te schilderen als 'een masker' met 'weinig normbesef' zo wordt een integer mens als Job 
Cohen door een als fanatiek bekend staande zionist uit Israel geportretteerd als een masker dragende mafiosi die pleit voor 'de boel bij elkaar houden.'  En deze ‘iedereen telt mee’-houding verraadt in de ogen van Gerstenfeld en Rosanne Hertzberger en al die andere Wilders' epigonen een weerzinwekkende mentaliteit. Een jood dient geen begrip te tonen voor de ander, hij/zij mag alleen slachtoffer zijn van de ander, die rol levert namelijk het meest op. Het is geen toeval dat sinds 'de Joodse natie' niet langer meer als kleine David wordt gezien maar eerder als grootste bedreiging van de wereldvrede het niet op wetenschappelijke feiten gebaseerde gezever over een toenemend antisemitisme weer in volle kracht opklinkt. Het gecultiveerd slachtofferschap moet de terreur van Israel verdoezelen. Hoe meer Israel het internationaal recht schendt des te luider het geroep over antisemitisme, waarbij, let u vooral op, het antisemitisme wordt gelijk gesteld aan een -- in de woorden van Gerstenfeld -- 'anti-Israëlisch programma.'

Gerstenfeld is de man van deze vergelijking: 

‘Er is overeenkomst tussen degenen die bereid waren Tsjechoslowakije op te offeren voor Chamberlains ‘vrede in onze tijd’ en zij die van Israël concessies verlangen jegens de Palestijnen.’  

Met andere woorden: degenen die de zionistische landroof bekritiseren, zoals het Internationaal Gerechtshof, de Verenigde Naties en de alle landen die de Geneefse Conventies respecteren zijn te vergelijken met obscurantisten die Hitler hun zin gaven. Maar dit feit verzwijgt de NRC want het past niet in het beeld dat de krant nastreeft, het criminaliseren van joodse Nederlanders die weigeren hun slachtofferrol naar behoren te spelen. Vandaar ook deze sluwe opmerking van Gerstenfeld

Als een burgemeester weggaat, blijven er honderden over. Maar dit gaat alleen over de Joden die wat aan hun religie doen. Zoals Bolkestein fijntjes zei: Job Cohen hoeft niet weg.” (hij lacht)

Met andere woorden, omdat Job Cohen de hem toegeschreven rol van gecultiveerd slachtoffer weigert te spelen is hij eigenlijk geen jood en dient hij zijn mond te houden. (hij lacht) Het argument dat  'dit gaat alleen over de Joden die wat aan hun religie doen,' is daarbij een non-argument aangezien in 'de Joodse staat' talloze Joden geseculariseerd zijn en niets doen 'aan hun religie.' Maar die beschouwt Gerstenfeld wel als joden.


Let u op, het gaat allemaal nog zieker worden. Mark my words. En de commerciele media poken het vuurtje op.

Rosanne Hertzberger. Racisme 20




Hajo Meijer: ‘Alleen de teloorgang van de eigen ethiek zal het jodendom vernietigen.’ 

Doordat ze een beroep kan doen op een joodse achtergrond wordt het racisme van Rosanne Hertzberger in Nederland geaccepteerd. Jan Blokker had gelijk toen hij stelde dat 

na de Tweede Wereldoorlog is het jodendom in de christelijke wereld vrijwel heilig verklaard en geen volk dat in die processie zo hard vooroploopt als de Nederlanders.

Geen volk dat het slachtoffer zo koestert als de Nederlanders, een van de fundamentele oorzaken waarom het politieke filosemitisme hier zo massaal wortel heeft geschoten. Het gevolg is onder andere dat ondanks haar racistische opvattingen de 26-jarige Hertzberger als representant van de ultieme slachtoffers opgevoerd kan worden zoals uit het volgende blijkt:

Hoe vrij is Amsterdam anno 2010? Waar liggen de grenzen en hoe behouden we onze vrijheid in een stad waar alle belangen tegen elkaar opbotsen en vrijheden worden uitgevochten op de vierkante meter? De Grote Vrijheidsstrijd haalt alles uit de kast om hier een antwoord op te geven: bekende debaters, vrijheidsstrijders, kunstenaars en ideologen, maar ook theater, drinken, dansen en muziek. Iedereen mag zijn zegje doen over vrijheid. De Grote Vrijheidsstrijd vormt de jaarlijkse check-up van de vrijheid in Amsterdam en hierin gaan we door tot we antwoorden hebben!

19:45-20.00 
Hoezo 5 mei? 
Een goed gesprek tussen twee generaties uit de Joodse gemeenschap over de vraag: Heeft bevrijdingsdag nog betekenis en bestaansrecht? 

Met: nrc next-columnist Rosanne Hertzberger en econoom en emiritus hoogleraar Arnold Heertje.

Tegelijkertijd kan Hertzberger de terreur van 'de Joodse staat' ongestoord rechtvaardigen door de oude  techniek van 'blaming the victim'. Niet de Palestijnse bevolking in Gaza is slachtoffers van de al meer dan vier decennia durende meedogenloze Israelische bezetting en nu belegering, maar de Joden in Israel zijn het slachtoffer. Opnieuw kan ze zich als zelfbenoemde 'halfslachtige jood' in het veilige Nederland beroepen op het gecultiveerde slachtofferschap en kan ze daardoor de volgende absurde voorstelling van zaken geven op de stelling:

Hamas erkennen kan situatie niet verslechteren...

Rosanne Hertzberger zegt:
Wat een onzin, zeg.
1 Hamas accepteert de grenzen van 1967? Waarom blijven ze dan Israel binnen die grenzen (west Negev) bombarderen, met hun ‘veredelde vuurpijlen’ (die wel degelijk heel gevaarlijk zijn en alleen maar weinig doden veroorzaken omdat Israel wel hun bevolking beschermt)
2 Hamas heeft mandaat? Inderdaad wonnen ze de verkiezingen van Fatah, maar begonnen daarna een burgeroorlog en zette de hele Fatah Gaza uit. Weinig democratisch mandaat dus, in mijn ogen.
en dat Hamas vredelievend zou zijn is helemaal een grap. Vergeet niet de gekidnapte soldaten, de bommenregen op west-Negev, en de jarenlange terreur in Israel die pas gestopt is sinds er een muur is. Dan mogen de Hamas leiders nu wel zeggen Israel te accepteren binnen de 1967 grenzen, van andere hooggeplaatste Hamas terroristen is nog vaak te horen dat de Joden gewoon allemaal in zee moeten worden gedreven.
Praten met Hamas is de daden van Hamas goedkeuren. Dan mag Israel wel een onacceptabele settlement politiek voeren, uiteindelijk zijn de Israeli’s toch vredelievender, democratischer en betrouwbaarder dan de terroristen tegen wie ze hun bevolking continue moeten blijven beschermen.

Het slachtofferisme is een politiek wapen geworden om onbelemmerd propaganda te kunnen bedrijven, een feit dat de schrijver Arnon Grunberg in de week voorafgaand aan de moord op Pim Fortuyn onder de aandacht bracht:

'Juist zij die ogenschijnlijk nauwelijks reden hebben zichzelf als slachtoffer te zien, hebben hun identiteit opgebouwd rond de cultus van het slachtofferschap, een cultus die de verongelijktheid legitimeert en het falen excuseert. Welke machteloos wil zich niet laten vertegenwoordigen door een andere machteloos? En daar is Mr. Fortuun, het ex-slachtoffer dat nu alle andere slachtoffers zal leiden naar de vruchtbare velden waarop hij al enige tijd graast.'

Deze werkelijkheid staat lijnrecht tegenover die van de racistische opvattingen van Rosanne Hertzberger. Het was Daphne Meijer die erop wees dat ‘een schrijver als Amon Grunberg' juist 'alle heilige huisjes omvertrapt.’ Dus inclusief 'de cultus van het slachtofferschap.' Meijer gaf als voorbeeld het volgende fragment uit Grunberg's debuut Blauwe Maandagen dat algemeen gezien wordt als een 'sterk autobiografische roman': 

De ochtend van de 22ste november ging ik naar de synagoge, zo-
als altijd op zaterdagochtend. Mijn moeder jammerde. Ik had een
paar kleurspoelingen door mijn haar gegooid. Rosie had ze in
aanzienlijke hoeveelheden aangeschaft. Mijn moeder dankte God
dat haar ouders dit niet meer hoefden mee to maken. Ik zei dat het
voor mij geen enkel probleem was niet naar de synagoge to gaan,
als ik daarmee zou kunnen voorkomen dat ze beschaamd zou
worden. Ze wilde liever beschaamd worden dan dat ik wegbleef.
In de synagoge kwam altijd een ouwe Hongaar naar me toe die me
in mijn wang kneep en me vroeg wanneer ik nou ging trouwen.
Dat vroeg hij al sinds mijn zesde. "Je gaat toch wel trouwen voor ik
doodga," zei hij elke zaterdag weer. "Ik weet het niet, meneer," zei
ik, " Ik weet het niet, dat soort dingen heb je niet in de hand."
Verder was er nog een groepje vrouwen die joods wilden worden.
Ze zagen er allemaal uit alsof ze hun hele jeugd alleen maar door
de we waren getrokken. Volgens mij was dat ook zo. Ze praatten
de hele tijd erover dat de joden zo goed wisten wat lijden was,
maar het was duidelijk to merken dat ze bedoelden dat zij wisten
wat lijden was. Er zijn heel wat lelijke mensen op deze wereld,
maar zo lelijk als die vrouwen die joods wilden worden, had ik ze
in mijn leven nog nooit gezien. Volgens mij dachten ze, dat als je
eenmaal joods bent, dat het niet meer uitmaakt of je lelijk bent. Als
ik ergens een Uzi had gevonden, had ik ze neergeknald, gewoon
uit medelijden. Natuurlijk ook vanuit een zeker esthetisch oog-

Kern van de zaak is de wijze waarop Hertzberger het joodse element misbruikt om aandacht te trekken. Als 'halfslachtige jood' gebruikt ze het slachtofferisme om onder andere haar racisme onbelemmerd te kunnen spuien. Drie jaar geleden interviewde ik de hoogbejaarde Hajo G. Meyer over dit onderwerp. Meyer is fysicus, overleefde Auschwitz en is bestuurslid van Een Ander Joods Geluid. Keer op keer benadrukt deze ervaringsdeskundige dat  ‘alleen de teloorgang van de eigen ethiek zal het jodendom vernietigen.’ Tegenover mij verklaarde Hajo Meyer:

‘Kijk, als Israël ophoudt zich een Joodse natie te noemen, zodat ik me niet langer meer aangesproken hoef te voelen voor zijn grootschalige mensonterende misdaden, dan zal ik misschien mijn mond houden. Maar zolang Israël niet ophoudt te claimen dat het namens alle joden handelt en een expansionistische terreur uitoefent in naam van het jodendom voel ik mij aangesproken als jood met vier joodse grootouders. Veel van al die schreeuwlelijken hebben dat niet eens. Die hebben misschien één joodse grootouder en voelen zich joods omdat ze net als Finkelkraut graag mee willen dobberen op het beschermende gevoel van wat hebben wij het toch allemaal moeilijk. Het is slachtofferisme, niets meer dan dat, en daar chanteren ze anderen mee. Ik houd mijn mond dus niet. Waarom zou ik? Wie zijn zij om van mij als overlevende van de Holocaust te eisen dat ik mijn mond houd? Ik verdedig een joodse intellectuele, morele traditie. Wat verdedigen zíj nou eigenlijk? En vergeet niet dat de Amerikaanse joden, net als de Duitse joden, die traditie hooghielden tot zeker vlak na de Tweede Wereldoorlog. Maar daar is nu nagenoeg niets van over. Het is voor het merendeel helaas verdwenen. En dat is niet alleen voor de joden een enorm verlies, maar voor de hele westerse cultuur. Wat hebben we nu eigenlijk nog? Gelukkig de geschriften van vroeger, maar de gedachten die daarin zijn neergelegd vormen geen levende werkelijkheid meer. Onlangs was ik in Gütersloh, niet ver van Bielefeld, waar een Anne-Frank-Schule staat, en die school heeft nauw contact met de Lutherse School of Hope in Rammalah op de West Bank. Normaal is er eens per jaar een uitwisselingsprogramma. Als die kinderen uit Ramallah er zijn, houd ik altijd een voordracht over hoe je onderdrukking kunt overleven. Hoe kun je door alles op alles zetten te zetten toch blijven leren en hoop behouden? Hoe kunnen die kinderen voorkomen dat ze mentaal kapotgaan wanneer het Israëlische leger hun school verwoest of hun school ontoegankelijk maakt door de omgeving weer eens af te sluiten? Hoe overleef je de terreur zoals zij die op de West Bank ondergaan en zoals ik die als joods jongetje meemaakte ten tijde van de nazi’s? Dat kan buitengewoon moeilijk zijn, er zijn meerdere manieren om iemand te vermoorden, en een van de manieren is om een leergierig kind de toegang tot onderwijs te ontzeggen. Op die manier wordt zo’n jongere geestelijk gewurgd. Ik weet dat uit eigen ervaring. Ik moet er niet aan denken dat ik de gewone landarbeider was gebleven die ik als vluchteling was. Dan was ik geestelijk dood gegaan en had ik niet het leven kunnen lijden die ik geleefd heb. Dankzij mijn studie heb ik uiteindelijk een fantastisch beroepsleven gekend. Ik heb me volstrekt waar kunnen maken. Maar als je dat niet kunt, wat blijft er dan over? Ik ben een van de zeer weinigen van mijn kameraden uit de vluchtelingentijd die een studie heeft afgemaakt en het ver geschopt heeft. Zonder dat was ik cultureel vernietigd geweest en waren mijn ambities nooit verwezenlijkt. Ik leer nu de Palestijnse kinderen hoe ze zich kunnen ontplooien door samen te werken als ze door de bezetting niet naar school kunnen, samen met andere kameraadjes thuis studeren en iemand proberen te vinden die je begeleidt, zorg dat je iets leert, alleen wat je geleerd hebt kan niemand je afnemen, nooit de hoop verliezen, altijd het goede onthouden en niet het slechte, weten dat onder een Israëlisch uniform een warm hart kan kloppen. Zelfs tijdens de nazi-terreur hielp een Duitse sergeant, Anton Schmid, de joden in Vilnius onder te duiken, weten dat er fatsoenlijke joods-Israëli’s zijn die aan jouw kant staan, zoeken en ontdekken dat er overal goede mensen zijn uit wie je hoop kunt putten. Als je niet meer in de mensheid gelooft, wordt alles uitzichtloos, en kun je alleen nog maar jezelf opblazen, dat doen sommigen dan ook. Zonder hoop valt niet te leven. 

Aan wraakgevoelens hebben die kinderen niets, ze moeten diep beseffen dat wraak een hele primitieve emotie is die niets oplost, zelfs niet het wraakgevoel, dat verdwijnt namelijk niet door het plegen van een misdaad. Mensen die wraakgevoelens koesteren zijn onverzadigbaar. Dat is ook het probleem van de joden in Israël, die permanente wraakgevoelens, gevoed door de herinnering aan tweeduizend jaar Europees antisemitisme. De eeuwige wrok is ook het probleem van iemand als Leon de Winter, die niet naar Israël zal emigreren maar wel het extremisme van dat land accepteert. Hij denkt als een tribale etnocentrische, xenofobe jood uit de tijd van de oudtestamentische Jozua, de opvolger van Mozes, die de joden Israël liet veroveren en etnisch liet zuiveren. Het is allemaal uiteindelijk gebaseerd op de gedachte dat joden superieur zijn, dat ze anders zijn dan alle anderen, dat ze op de een of andere manier uitverkoren zijn, dat ze zich niet hoeven te houden aan het recht en de ethiek. Het is de verheerlijking van “bloed en bodem” en de overtuiging dat wraak de oplossing is van een conflict. Maar dat is niet mijn wereld, ik heb daar helemaal niets mee. Ik heb weliswaar ongeveer tien jaar lang na de oorlog geen Duits willen spreken, maar dat is toch iets anders. Dat is overgegaan toen ik op een wetenschappelijk congres een goede Duitser van nabij leerde kennen, een generatiegenoot van mij. Toen was het over. Dat komt niet door een genetische aanleg, maar door een socioculturele erfenis. Een van mijn broers heeft eens een genealogisch onderzoek naar onze familie gedaan en ontdekte dat zowel de voorouders van mijn moeder als die van mijn vader al vanaf ten minste het eind van de 16e eeuw in Westfalen woonden. De joden daar hebben al in een vroegtijdig stadium de idealen van de Franse Revolutie omhelsd, die geïntroduceerd werden door Jérôme-Napoléon Bonaparte, een jongere broer van keizer Napoleon, die van 1807-1813 koning van Westfalen was. Bovendien werden ze sterk beïnvloed door de grote 18e-eeuwse joodse hervormer Moses Mendelsohn, de leider van een beweging die culturele assimilatie bepleitte. Onder het sterke en altijd alom aanwezige antisemitisme in de Duits sprekende landen hebben de joodse voormannen het jodendom herzien. De leerlingen van Mendelsohn hebben het reformjodendom gecreëerd waarbij alle nationalistische, tribale, naar binnen gerichte elementen in het orthodoxe jodendom terzijde werden geschoven, en de ethiek centraal werd gesteld. Daardoor ontstond er een grote affiniteit met het christendom van Jezus, die weliswaar een aantal vreemde uitspraken heeft gedaan, maar die toch een humanitaire en universalistische moraal voorstond. Volgens de reformrabbijnen waren het joden- en christendom qua zedenleer nagenoeg identiek. De combinatie van joods-christelijke intermenselijke ethiek van ‘‘heb je naaste lief’’ en de moraal van rabbijn Hillel, ‘’dat wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet,’’ werd nog eens versterkt door de idealen van de Franse Revolutie, de gelijkwaardigheid van alle mensen, onafhankelijk van hun afkomst, sekse, ras, nationaliteit of geloof. Met die tolerante moderne ethiek ben ik opgegroeid, ik ben ervan doordrenkt. En die ethiek missen mensen als Leon de Winter. Die heeft een heel andere achtergrond, komt uit een volstrekt ander joods milieu. In een interview met Ischa Meijer zegt hij over zijn ouders: “Ze zijn allebei van straat-, straatarme afkomst; ze behoorden tot het proletarische jodendom… Allebei alleen lagere school. We hadden thuis geen boek in de kast… Inderdaad, ik ben ook nog eens een onafgemaakte intellectueel… De sfeer bij ons thuis werd gekenmerkt door geborgenheid en een ontzagwekkende angst voor de buitenwereld. Er stond een enorme muur tussen ons en de rest van alle mensen in.” Ik citeer Leon de Winter omdat zijn beschrijving zo treffend is, hij geeft het beeld van het getto met een muur eromheen, een beeld dat veel joden niet van zich af kunnen schudden. Hij zegt afkomstig te zijn uit “een verloren geraakt clubje joden, daar aan de rand van Den Bosch. Er werd bij ons thuis veel, wat zeg ik, constant over de joden en hun lot gepraat… onderduikverhalen… Met dat soort verhalen ben ik grootgebracht… Ik heb van jongs af aan het gevoel gehad dat ik mijn ouders moest beschermen – typische houding van die tweede generatie oorlogsslachtoffers”.  Zo benoemt hij zichzelf. Die jongen is getekend door “aan de ene kant die minachting van mijn ouders jegens hun niet-joodse omgeving en tegelijkertijd de waanzinnige angst ervoor… Ik was een verschrikkelijk jongetje. En doodsbang”. Dit is een volstrekt andere belevingswereld dan de mijne. De Winter voelt zich een buitenstaander, zoals ook uit deze beschrijving goed blijkt: “Wij woonden buiten de stadsmuren van Den Bosch. Als wij, vanuit ons huis daar op die vlakte, stadwaarts togen, zag je die dreigende muren waar de stad op gebouwd was, en daarbovenuit staken dan die torens van de Sint-Jan, voorts betrad je de wijk waar de katholieke patriciërs woonden: donkere huizen, smalle straatjes – middeleeuws; zo was het, en zo voelde ik het. Ik ben als kind altijd bevreesd geweest voor dat Den Bosch… Achteraf gezien was dat joodse leven van mijn ouders het enige ijkpunt waardoor ze die krankjorume oorlogservaringen nog een beetje konden verklaren; ze waren eruit gepikt als joden, dus zouden ze, godgloeiende godverdomme, ook verdergaan als joden. En dat deden ze ook. Maar mijn moeder hoort vandaag de dag ook niet meer bij dat, inmiddels over het algemeen welvarende, Bossche jodendom; zij stamt immers af van die doodarme onderlaag, die verdwenen is. Ook jegens dezen is mijn moeder vervult van wrok.” En als Ischa Meijer hem vraagt of zijn ouders hem hebben geleerd te liegen antwoordt Leon de Winter: “Ja – het was die dubbelzinnigheid. Als er bijvoorbeeld leveranciers aan de deur kwamen, en mijn moeder in het Jiddisch opmerkingen over ze maakte tegen ons kinderen. We moesten dan lachen, ondanks onszelf; en zo’n man voelde zich te kakken gezet. Een ongehoord gênante vertoning. Niemand kon in zo’n situatie een kant uit. Ontzettend ingewikkeld ook. Ja, op die manier hebben mijn ouders mij liegen geleerd.” Met andere woorden, we hebben hier te maken met een werkelijkheid die vervuld is van rancune, wrok, haat, angst, en slachtofferschap, buitengewoon frustrerend, een milieu waar De Winter zich volgens eigen zeggen ook voor schaamde. En deze achtergrond staat diametraal tegenover de achtergrond waarin ik ben opgegroeid. Het is de wereld van het benarde, provinciale, ongeletterde jodendom tegenover het universalistische, kosmopolitische, geletterde jodendom. In feite is er altijd al een interne strijd geweest tussen het naar binnen gerichte en het naar buiten gericht jodendom, waarbij milieu en cultuur een doorslaggevende rol spelen. 

De joden van Westfalen waren al vroeg naar buiten gericht, kosmopolitisch, humanistisch, graag bereid om uit het eeuwenoude, verstikkende milieu van het getto te breken, om die gesloten wereld achter zich te laten. De reformjoden wilden onderdeel zijn van de moderne samenleving. Ongeveer 1 procent van de inwoners van Bielefeld was joods, maar op het gymnasium was 10 procent van de leerlingen joods, wij waren leergierig tot en met, de joodse families verkeerden qua inkomen ver boven het gemiddelde omdat ze academische beroepen uitoefenden of succesvolle handelaren waren die zich sneller dan wie dan ook wisten aan te passen aan de nieuwe economische mogelijkheden, de eerste warenhuizen zijn door joden gesticht, en door hun enorme alertheid, hun internationale contacten, hun openheid konden ze meedoen aan het opbloeiende kapitalisme. Een joods proletariaat bestond niet in Bielefeld, zelfs in Berlijn was het niet groot. En dat verschilde fundamenteel met de situatie hier in Nederland, waar een hele kleine joodse bovenlaag bestond en de rest proletarisch was. De Duitse joden waren ontwikkeld, voor mensen die in die traditie zijn geschoold is het zo opmerkelijk dat de joden in Israël weer getto’s bouwen, zowel voor zichzelf als voor de Palestijnen met een hoge muur eromheen. Het is gewoonweg waanzinnig! Het is een regressie. De paranoia, ontstaan door de nazi-holocaust, heeft een gettoreflex veroorzaakt.’

Duidelijk is in elk geval dat het milieu waaruit Rosanne Hertzberger is voortgekomen er niet in geslaagd is haar het universele element van het judaisme bij te brengen. Als slachtofferist kent ze geen eigen verantwoordelijkheid. Het gaat haar alleen om aandacht, om de macht die de status van slachtoffer geeft. De slachtofferist is nooit schuldig aan wat dan ook, hij/zij is alleen maar slachtoffer. En zo zorgt Hertzberger er al dan niet bewust voor dat ze in deze eeuwige win/win situatie blijft. Dit heeft natuurlijk niets met judaisme te maken maar alles met een onverzadigbare geldingsdrang. 
Meer daarover in een ander stukje.



zaterdag 1 januari 2011

The Empire 728

US at War Since 1950: A New Year's Meditation

by: Michael True, t r u t h o u t | Op-Ed
US at War Since 1950: A New Year's Meditation
US Army Soldiers gather around a fire to stay warm during an operation in Helmand province, Afghanistan in February of 2010. (Photo: The U.S. Army / flickr)

"The same war continues," Denise Levertov wrote in her poem, "Life at War." Her lament is even more appropriate for 2011 than it was when she wrote the poem forty-five years ago.
Columnists and academics, including international relations professor Andrew Bacevich of Boston University, are finally acknowledging facts familiar to anyone "awake" regarding failed US policies, wasted lives and wasted resources during this period. Willfully ignoring such facts, as Bacevich wrote, "is to become complicit in the destruction of what most Americans profess to hold dear."
At the beginning of the new year, consequences of "life at war" stare us in the face: the victimization of military and civilian populations and a huge national debt, including an annual military budget that is larger than all military budgets in the world combined and includes $5 billion that remains unaccounted for in Iraq, as well as aid to Pakistan that has wound up in the hands of the Taliban.
These truths haunt any citizen who has lost loved ones in prolonged wars in Korea, Vietnam, Iraq or Afghanistan since 1950, or in disastrous interventions in Iran, Guatemala, Indonesia, Chile, Granada, Panama, Honduras, and so on.
Any responsible citizen acknowledges this painful history in the hope of redirecting US foreign policy in the future. The purpose of reclaiming it is not to open old wounds, but to encourage legislative and direct action committed to peacemaking. It is a call to critique the policies and competence of the Pentagon, the CIA, and the national security apparatus responsible for these disasters.
Ironically, the deficit-reduction commission appointed by President Obama intimates that social security, rather than a trillion-dollar war on Iraq and uncapped military spending in Afghanistan, is to blame for the deficit. And Congress has succeeded in extending Bush's tax cuts for the super-rich, which will increase the deficit.
Once the envy of the world community, the US now lags behind many nations in education and health care while it squanders its huge resources on military misadventures - including both overt and covert intervention - with some 1,000 military bases around the world.
Americans who voted for President Obama are justifiably disappointed that he has continued the worst practices of the Bush administration, particularly in foreign policy. In domestic policy, Obama's administration can point to some achievements, particularly in education and health care.
Tea Party advocates rightfully call attention to a faltering economy but offer no functional alternatives to present policy. Meanwhile, naysaying Republicans and cautious Democrats, as well as an irresponsible Supreme Court, enable rich corporations to dominate political debate. The Pentagon, including General Petraeus, lobbied for and initiated increased military action in Afghanistan. The result: more serious casualties among US and its European allies, not to mention embarrassment and confusion in efforts to end that war.
Is it any wonder that many people remain hopeless amid predictions that the country's 9.7 percent unemployment rate will continue through the new year?
So what must be done to alter this discouraging scenario and help the US regain the confidence of its own people and the world community?
  1. Cut the US military budget in half for 2011.
  2. Increase taxes on the filthy rich, the 1 percent of the population that owns at least 23 percent of America's wealth.
  3. Rebuild roads, bridges and other infrastructure that remains in a state of disrepair.
  4. Encourage policies that put people to work addressing the dangers of global warming.
  5. Strengthen our education system at every level, providing skills for meaningful work for all citizens.
Some people may regard these remedies as utopian, though the consequences are, in essence, practical and essential.
Although many Americans continue to enjoy the benefit from this wealthy and beautiful country, the potentialities of democratic governance remain unfulfilled for many others.
In her poem, Levertov wrote that "we have breathed the grits of war in, all
our lives. Our lungs are pocked with it," she continues, "the mucous membrane of our dreams/coated with it, the imagination/filmed over with the gray filth of it."
For decades, Americans have convinced ourselves - or have been convinced - that more or less continual war is the essential task of the US, and that that enterprise is justified by our knowing what is best for the world community. During the 1940s, we built military weapons to defeat Germany and Japan; now, we initiate wars in order to experiment with, and provide profit from, more sophisticated military weapons.
When will the American public, victimized by a war economy, come to the conclusion that a permanent war policy benefits only arms manufacturers, Pentagon contractors and their Congressional allies? Nor does it lessen our fear, increase our security or promote peace among nations.
There has to be a better way. My hope is that some of the remedies provided here offer a way out - and hope for a happier 2011.
  http://www.truth-out.org/us-war-since-1950-a-new-years-meditation66358

Rosanne Hertzberger. Racisme 19



Hier draait het allemaal om bij Rosanne Hertzberger:


Mijn in Nederland oh zo exotische joods-zijn verbleekte echter snel toen we kennismaakten met de ultraorthodoxe Israëlische debaters. ‘Dat zijn pas echte joden’, dacht ik te kunnen lezen in de bewonderende blikken van mijn teamgenoten. 


'Dat zijn pas echte joden', dacht ik te kunnen lezen in de bewonderende blikken van mijn teamgenoten, waarbij mijn in Nederland oh zo exotische joods-zijn [snel] verbleekte.


Dit is de kern van de zaak, het betreft hier een identiteitsvraagstuk, een leegte die ze wanhopig probeert te vullen met iets 'halfslachtigs,' het maakt niet uit wat, zolang het gebrek aan een identiteit, aan oorspronkelijkheid maar verhuld kan worden. Hertzberger projecteert haar eigen onzekerheid in de vermeende 'bewonderende blikken' van haar 'teamgenoten' die door de aanwezigheid van 'echte joden' misschien wel net als zijzelf ontdekten dat haar identiteit een lege huls was, niet meer dan een pose. 


Het opmerkelijke hierbij is dat een in wezen tragisch verschijnsel bij een adolescent die uit angst ergens bij wil horen politiek en commercieel misbruikt wordt in Nederland. Rosanne Hertzberger zou tegen zichzelf beschermd moeten worden in plaats van gebruikt als zogenaamde woordvoerster van een nieuwe generatie. Dit misbruik tekent de huidige gigantische verwarring in onze cultuur.


Meer daarover later.

Rosanne Hertzberger. Racisme 18

Jan Blokker schreef enkele jaren voor zijn dood:

'Na de Tweede Wereldoorlog is het jodendom in de christelijke wereld vrijwel heilig verklaard en geen volk dat in die processie zo hard vooroploopt als de Nederlanders…' 

Een belangrijk gegeven in een opportunistisch land waar zodra het erop aankomt en het om het eigen hachje gaat de macht blindelings wordt gehoorzaamd. Blokker dienaangaande:

‘In de Nederlandse geschiedenis is onverschilligheid doorgaans de vriendelijkste houding ten opzichte van joden geweest. Nederlanders hebben altijd precies geweten wie van hun buren een jood was en op elk gewenst moment kon die wetenschap consequenties krijgen: het verraden van joden voor "kopgeld" tijdens de Duitse bezetting is daar maar één vorm van.’

Een andere vorm is het feit dat procentueel twee keer zoveel joden uit het tolerante Nederland zijn gedeporteerd als uit Belgie en drie keer meer dan uit Frankrijk.

Dat verklaart ook dat Nederland filosemitischer is dan vele andere Europese landen. Hoe schuldiger men zich voelt des te filosemitischer de kaaskop is, en dat alles ten koste van de Palestijnse bevolking die de rekening betaalt voor het Europees antisemitisme dat momenteel op Arabieren/moslims wordt geprojecteerd, nu de jodenhaat niet langer meer politiek correct is, althans niet in het openbaar. In dit geestelijk klimaat opereert Rosanne Hertzberger van wie het racisme breeduit in een elitekrant als de NRC mag worden  geëtaleerd zonder dat dit ook maar enige zichtbare weerzin bij de beschaafde lezers opwekt. Had daarentegen een Palestijnse Nederlander geschreven dat zijn ‘onderbewuste... niet politiek correct' was en hij daarom in Nederland liever niet een ‘coupé’ wenst te delen met een willekeurige meneer met een keppeltje op aangezien de zionisten sinds jaar en dag in Israel de Palestijnen terroriseren, dan was dit niet eens gepubliceerd door de zogeheten kwaliteitskrant. En wel omdat het verspreiden van een dergelijke racistische opvatting op dit moment voor de krant niet commercieel aantrekklijk is, in tegenstelling tot het racisme van Hertzberger tegen wat zij noemt ‘mohammedanen,’ jargon dat als stigmatiserend is bedoeld in een land waar haar 'oh zo exotische joods-zijn' een als het ware licence to kill is.

Rosanne Hertzberger heeft als zelfbenoemde ‘halfslachtige jood die liever geen varkensvlees [eet]’ een vrijbrief gekregen om het altijd latent aanwezig ressentiment tegen de ander, de vreemdeling, de buitenstaander (een rol die vroeger in de christelijke wereld aan de jood werd toebedeeld) nu op Arabieren/moslims te projecteren. We dienen immers niet te vergeten dat ‘het enige wat een beetje bijzonder aan mij is, is dat ik joods ben,’ en als ‘jood,’ hoe 'halfslachtig' ook, kan zij in het Westen een beroep doen op het ultieme slachtofferschap. Zij mag zeggen wat anderen niet mogen, zonder onmiddellijk ter verantwoording te worden geroepen. Per slot van rekening is het 'jodendom vrijwel heilig verklaard,' nietwaar? Dit feit is ook haar voornaamste reden om regelmatig bekend te maken dat ze zich ‘joods’ voelt, zonder duidelijk te maken wat ze daarmee precies bedoelt. Ondertussen is het gecultiveerde slachtofferschap voor haar een uitstekend excuus om zich grof te gedragen, om normen en waarden te negeren. Voor slechts 100 euro is ze bereid publiekelijk bekend te maken dat ze als raciste te werk gaat bij het veroordelen van mensen die ze niet kent. Dat ze net als Wilders niet gelooft in een multiculturele samenleving is een logisch gevolg daarvan. Hoe zou het ook anders kunnen? En omdat ze te weinig kennis bezit wordt haar benepen zienswijze ook een waarheid als een koe. Zij weet kennelijk niet dat er ooit eeuwenlang een bloeiende joods-islamitische beschaving heeft bestaan in Spanje, een schitterende cultuur die verwoest werd door christenen. De joden die om te voorkomen dat ze verdreven zouden worden zich tot het christendom hadden bekeerd werden nog tijdenlang vervolgd door de inquistitie die bang was dat deze voormalige joden zich niet echt het ware geloof hadden omarmd. Hertzberger weet kennelijk ook niet dat joden in de Arabische wereld eeuwenlang beschermd werden door een zogeheten protectie-contract waarover de inmiddels extreemrechtse arabist Hans Jansen in 1993 schreef 


'dat moslims terecht (nog steeds) trots zijn op het dhimma-systeem, en wanneer Arabische nationalisten zich op het dhimma-systeem beroepen om de Arabieren en de moslims vrij te pleiten van anti-joodse kwaadaardigheid, is er alle reden om dat serieus te nemen.'


Ze weet het allemaal niet deze 26-jarige jonge dame die alles zal inzetten om zich te kunnen manifesteren, van haar 'halfslachtige' joodszijn tot haar troebele ‘onderbewuste’. En ondertussen beseft ze waarschijnlijk niet hoe ze misbruikt wordt door commerciele en/of politieke belangen, tot het straks te laat is. Meer daarover in een volgend stukje.

Rosanne Hertzberger. Racisme 17




Anzi, een lezer van mijn weblog emailde me dit:

Uit: Leids universiteitsblad Mare, 15-01-2009, door Rosanne Hertzberger
 

‘Niets bijzonders
Ik heb geen allergie. Gluten, suiker, vlees, vis, noten, zuivel, ik eet het allemaal op. Op het WK debatteren in Ierland kreeg ik een badge met een streepjescode. Ik moest hem ten alle tijden om mijn nek houden, anders zou alles in de soep lopen. Op de badge stond: debater, Leiden, the Netherlands, regular diet. Er was niets bijzonders aan mij.   ...
    Het enige wat een beetje bijzonder aan mij is, is dat ik joods ben. ...
    Mijn in Nederland oh zo exotische joods-zijn verbleekte echter snel toen we kennismaakten met de ultraorthodoxe Israëlische debaters. ‘Dat zijn pas echte joden’, dacht ik te kunnen lezen in de bewonderende blikken van mijn teamgenoten. Met etenstijd gingen zij samen met de allergische debaters, en de moslims in een andere rij staan. Zij aten van koosjere borden en met koosjere vorken prikten zij in hun speciaal ingevlogen koosjere prak, die was ingezegend door een rabbijn met een hoge hoed.
    En dat was niet het enige. Allerlei lastige kwesties dienden zich aan waarmee ze zich konden onderscheiden: Mochten ze op sjabbat, de joodse rustdag, wel debatteren? En zo ja, mochten ze dan ook schrijven? En hoe kom je je hotelkamer binnen op sjabbat als je geen elektronische apparaten mag gebruiken, je ook niemand mag vragen om dat vóór je te doen en je alleen een electronic key card hebt?’

Twee weken later verscheen deze reactie.  

Uit: Leids universiteitsblad Mare, 29-01-2009, ingezonden brief van A. Schipperijn, oud-medewerker van het LUMC:
 

Ten alle tijden
Mevrouw Rosanne Hertzberger stelt in haar rubriek onder de kop “Niks bijzonders” (MARE, 15 januari) – naar aanleiding van haar aanwezigheid bij het WK debatteren, dat het enige wat (dat is beter) een beetje bijzonder aan haar was, dat zij joods is. Mijn vraag: hoezo? Ben ik dan een beetje bijzonder, omdat ik bloedgroep B pos. heb – een niet zo veel voorkomende bloedgroep?  


En dit is de spijker op de kop, want wat betekent dit gekokketeer met haar joods klinkende achternaam? Wat betekent dit precies:

'Het enige wat een beetje bijzonder aan mij is, is dat ik joods ben'? 

Waaraan ze naderhand in het stukje: ‘Allah is groot’-kip toevoegde:
 
'Als halfslachtige jood eet ik liever geen varkensvlees...'


Waarom meent Hertzberger 'bijzonder' te zijn louter en alleen omdat ze 'liever geen varkensvlees' eet als zelfbenoemde 'halfslachtige jood'? Over dit onderwerp schreef de vooraanstaande Joods-Israelische auteur Abraham Jehoshu in zijn essaybundel Naar Een Normaal Joods Bestaan, het volgende:

‘Diep in het wezen van onze identiteit ligt de eis dat wij anders, afwijkend, uniek en bijzonder zullen zijn; dat wij ons van alle andere volkeren moeten onderscheiden… Een volk dat ánders is, héél anders. De idee om ‘’als andere volkeren’’ te zijn, klinkt de Jood zonder meer negatief in de oren… En toch, ook al lijkt de wens om uitverkoren te zijn en verschillend van de medemens in het individuele vlak dwaas of zelfs krankzinnig, is het merkwaardig te zien hoe wij in het nationale vlak deze opvatting of roeping als bijna vanzelfsprekend accepteren. Ik schrik vaak wanneer ik orthodoxe joden, maar ook wel niet-gelovigen, hoor zeggen: “Wij mogen niet als andere volken zijn; als Israël een staat zou worden als alle andere, dan verliest hij zijn recht van bestaan.” Niets schijnt beledigender voor een Jood, en voor sommige Israëli’s, dan een volk te moeten zijn als alle andere… Is het principieel mogelijk anders te zijn, afgezien van de al bestaande verschillen tussen allerlei volken? Het is inderdaad mogelijk om anders te zijn, maar binnen relatieve grenzen – het verschil is nooit absoluut. En in dit relatieve verschil delen alle volken. En toch wordt aan het Joodse volk op ondubbelzinnige wijze de eis gesteld dat het verschillend, ánders zal zijn dan andere volken. Stapels interpretaties zijn al over dit onderwerp geschreven. Het Joodse volk zuchtte onder de last van deze innerlijke opdracht, die het niet kon vervullen binnen het raam van het normale soevereine bestaan in zijn land, eenvoudig omdat hij onuitvoerbaar was. De enige manier om deze opdracht uit te voeren, was in ballingschap te gaan. Zolang het volk zich in de gola bevindt, onderscheidt het zich inderdaad fundamenteel van de rest van de volken… De gola schept het verschil tussen ons en de andere volken. Aangezien we fundamenteel onmachtig zijn onszelf anders te maken, brengen we een ‘‘technische’’ scheiding aan, als we een dergelijke uitdrukking in deze context kunnen gebruiken. En deze technische afscheiding schept een essentie die, ook al bevalt ze ons niet en bezorgt ze ons geestelijk en lichamelijk leed, een neurotische oplossing biedt voor een onuitvoerbare opdracht. Zijn eenzame bestaan onder vreemde volken, ook al lijkt de Jood in ieder opzicht op het volk te midden waarvan hij leeft, al spreekt hij zijn taal en deelt hij zijn leven – dit bestaan en het Jood-zijn op zich onderscheiden hem, en geven hem het prettige en bevredigende gevoel ánders te zijn… Een uitverkoren volk, een voorbeeldige maatschappij – het zijn lege frasen.’

Meer dan 20 jaar geleden zei Abraham Jehoshua in een interview tegen me:

‘Dat ánders willen zijn dan alle andere volkeren is op de een of andere manier een noodzakelijke component van onze identiteit. We zijn zo gevormd, zo staat het in de Thora en in alle teksten die voor ons het belangrijkst zijn, die permanent aangehaald worden, die de codes van de joden vormen. Het feit dat men anders moet zijn dan alle andere volkeren is buitengewoon belangrijk voor alle joden, niet alleen de religieuzen. Natuurlijk wil ieder volk wel een beetje anders zijn, maar hier is sprake van een obsessie. En die obsessie is allesomvattend. De joden zijn ervan overtuigd dat als ze niet héél anders zouden zijn dan alle andere volkeren, zij hun identiteit zouden verliezen. En zoals ik geschreven heb is het anders-zijn een onmogelijke opdracht. Dat idee komt voort uit de Bijbel, al in Numeri staat: “Zie een volk dat alleen woont, en onder de natiën zich niet rekent.” Die opdracht is het logische gevolg van het feit dat het nationaal gevoel onder de joodse stammen in het begin zwak was. De Joden waren al een volk voordat ze een land bezaten, voordat ze een gemeenschappelijke taal hadden, voordat ze een nationale structuur hadden. Dus moesten ze zich op een andere manier onderscheiden van andere volkeren, die wél een grondgebied en een gemeenschappelijke taal en nationale instellingen bezaten. Als u het Oude Testament niet leest als een openbaring maar als een sociologisch verslag dan ontdekt u dat de Joden een Egyptische stam waren die zich van de rest onderscheidde niet door het hebben van een eigen taal en een eigen land, maar door exclusiviteit te claimen. Op die wijze werd een eigen identiteit gevormd.’

Dat gevoel, want meer is het niet, 'bijzonder' te zijn heeft een bepaald soort autisme veroorzaakt die Jehoshua tegenover mij als volgt omschreef:

‘Wij zijn gewend geraakt om een beschuldigende vinger naar de wereld op te heffen en zijn daardoor niet vatbaar voor oprechte kritiek. Er is in Israël een toenemend gebrek aan realiteitszin: wij hebben altijd gelijk en de rest van de wereld heeft altijd ongelijk en niet anders. Wat er met ons gebeurt, zien we niet als een logisch gevolg van eigen handelen, maar als het resultaat van een blind joods noodlot. Wij zijn slechts het slachtoffer van een werkelijkheid die wij zelf niet maken. Zolang we blijven geloven dat we exclusief zijn, anders dan alle andere volkeren, een uniek slag mensen dat permanent in conflict met de wereld moet leven, heeft Israël geen toekomst. De gedachte dat wij anders zijn dan alle anderen, kenmerkend voor de joden in de diaspora, moet uit de ziel van de joods-Israëli’s. Hier heeft het een contraproductieve functie. Hier hoeven we niet anders te zijn dan de andere volkeren, als Israëli’s moeten we ons juist gedragen als andere volkeren, moeten we ons houden aan de internationale spelregels en aan het recht. Als Israëli’s zijn wij net als alle andere volkeren, hier kunnen we onszelf zijn, er is geen reden om anders te willen zijn, we zijn al anders, net zoals de Nederlander anders is dan de Belg, we hebben de golamentaliteit niet meer nodig om te zijn wie we zijn, het leidt alleen maar tot zware geestelijke uitputting, die we nu dan ook in Israël zien. Natuurlijk kan ik in mijn eentje zo’n diep verankerd concept niet veranderen. Ik kan wel proberen die opvatting te sublimeren, door er allereerst op te wijzen dat we alleen maar relatief anders kunnen zijn, niet absoluut. Ik kan erop wijzen dat we anders kunnen zijn in materieel opzicht, door een zorgzame samenleving op te bouwen. Niet door rond te bazuinen dat we zo uniek zijn, maar door fatsoenlijke dingen te cultiveren. Door, om een praktisch voorbeeld te geven, de condities waaronder heel veel Palestijnen in Israël gevangen zitten aanzienlijk te verbeteren. Door werkelijk naar vrede te streven; door een ander sociale zekerheidsstelsel op te bouwen, die mensen niet buitensluit; door een ander soort buitenlandse politiek, waarmee Israël zich nu eens positief zou onderscheiden. Probeer te werken aan concrete zaken, die je anders maken dan anderen. Doe iets vruchtbaars. Hou op met de gedachte: Ik ben anders, héél anders, die gedachte is uiteindelijk desastreus.’

Meer over het geval Rosanne Hertzberger en de wijze waarop ze gebruikt wordt in een volgend stukje.

Joanna's Narcissism (6)

A few months after Joanna M. left Amsterdam to return to her family in Sofia, capital of Bulgaria, she suddenly appeared again in our city o...