
Onder de kop “Joods en ongebonden,” suggereert de 75-jarige Joods Nederlandse journaliste Margalith Kleijwegt alsof er sprake is van een bevrijding, een ware verlossing van het millennia-oude archaïsche geloof, en er nu een collectief schisma is ontstaan, waarbij volgens haar “onder veel joden buiten Israël joods-zijn meer over cultuur, religie en gemeenschap [gaat], dan over identificatie met ‘hun’ staat,” maar wie zich on deze materie heeft verdiept weet dat deze bewering eerder op wensdenken berust dan op de concrete werkelijkheid. Een sprekend voorbeeld van de identificatie van Joodse Nederlanders met de “Apartheidsstaat Israel" was haar in 2019 overleden zielsverwant Max van Weezel, die enige jaren voor zijn dood publiekelijk uiteenzette hoe hij als kind van een getraumatiseerde moeder, een familie in Australië die nooit meer naar Europa durfde uit angst voor de nazi’s diep getekend was door zijn Joodse afkomst. “Als je niet depressief wilt raken of maatschappelijk wilt mislukken, moet je niet met de oorlog bezig zijn. Ik denk dat ik, om er niet aan onderdoor te gaan, de identiteit heb gekozen van de geslaagde Haagse verslaggever voor Vrij Nederland,” aldus Van Weezel, die daaraan toevoegde “anoniem” te hebben “meegewerkt aan een boekje, met een eerlijk verhaal over hoe het is om op te groeien tussen Holocaust-overlevenden. Daar wilde ik mijn naam absoluut niet bij hebben,” en in antwoord op de vraag van de interviewster “Waarom niet?” antwoordde: “Ik wilde niet zielig worden gevonden, geen mislukkeling zijn.” waaraan hij later toevoegde: “Ik heb me decennialang verscholen achter de façade van de geslaagde journalist. In Den Haag stonden de Mark Ruttes en Alexander Pechtolds van deze wereld me op de schouders te slaan, 'dag Max,’ daar was ik iemand.”
Zijn hele werkzame leven lang streefde hij ernaar “iemand” te worden. Daarvoor gebruikte hij de parlementaire politiek, om pas tegen het einde van zijn leven te beseffen dat hij al die tijd eigenlijk iemand anders was geweest. Zieliger is nauwelijks denkbaar. Het intens vergeefse van zijn optreden sprak ook uit de volgende opmerking, tien maanden voor zijn dood: “Ergens denk ik: je had ook wel met een kalasjnikov op een heuveltop mogen staan om ons de vijand van het lijf te houden. Er zit toch ook een Leon-de-Winterachtige Max in me, zo van: timmer erop los als ze met hun poten aan ons lijf of goed komen.” Het zijn de woorden van een man die over zichzelf zei: “Ik probeerde mijn existentiële onzekerheid te compenseren door op alles ja te zeggen,” en die er nooit in slaagde precies te bepalen waar zijn loyaliteit lag. Was het de “Democratische Rechtstaat Nederland,” of de “Fascistische Apartheidsstaat Israel”? Tegen het einde van zijn leven droomde hij ervan zich op een heuveltop in bezet Palestijns gebied “de vijand van het lijf” te houden “met een kalasjnikov.” Dat die “vijand” de legitieme bewoners waren van de bezette en belegerde Palestijnse gebieden, maakte de diep gefrustreerde Max niet uit. In het kader van de zionistische behoefte aan 'Lebensraum' moest nog meer land etnisch gezuiverd worden. 'Eretz Israel,' kennelijk inclusief Gaza en de Westbank. En “[a]ls ze met hun poten aan ons lijf en goed komen” dan “timmer” je als “joodse jongetje dat er van Adolf Hitler eigenlijk niet had mogen zijn,” er gewoon “op los,” en vermoord je met een Kalasjnikov-aanvalsgeweer iedere Palestijn die voor zijn of haar rechten opkomt, net zoals de nazi’s destijds deden tegen de verzetstrijders in het bezette Europa. Nog steeds wordt deze ziekelijke, agressieve mentaliteit in Nederland geaccepteerd, en zelfs bewonderd, zoals bleek toen Tweede Kamerleden de dood van de in hun ogen “meesterjournalist en markante persoonlijkheid” herdachten.
De vraag is of de meerderheid van de Nederlandse Joden bereid zijn hun inmiddels gecultiveerde slachtofferschap op te geven. Mijn ervaring als journalist die talloze Joodse Nederlanders en Joodse Israelis heeft geïnterviewd of met wie bevriend ben geraakt zullen maar weinigen in staat zijn hun identiteit als slachtoffer op te geven. Nog afgezien van de aantrekkelijke voordelen van het slachtofferisme, vergt het een buitengewoon ingewikkeld proces om een nieuwe identiteit te ontwikkelen innemen realiteit die toch al volledig uit balans is.
Trauma's, meetellen, erbij willen horen, schouderklopjes, het zijn kicks voor journalisten die hun eigenwaarde ontlenen aan de gespeelde aandacht die zij van autoriteiten op ‘Madurodam-niveau’ krijgen. Iemand die bij gebrek aan een doorleefde identiteit zich zo inspande om de aandacht op zich te vestigen, roept uiteindelijk een gevoel van medelijden op. Daar komt bij dat Nederlanders idolaat zijn van slachtoffers. Die geven hen het gevoel van superioriteit. Met een zeker pervers genoegen lazen ze over Max van Weezel’s ellende die weerklonk in zijn opmerking dat “als je niet depressief wilt raken of maatschappelijk wilt mislukken, moet je niet met de oorlog bezig zijn. Ik denk dat ik, om er niet aan onderdoor te gaan, de identiteit heb gekozen van de geslaagde Haagse verslaggever voor Vrij Nederland.” En uiteindelijk, wanneer alles faalt, “plutôt la barbarie que l’ennui,” de enige ontsnappingsmethode van mijn geprivilegieerde generatiegenoten. Volgende keer meer.

Rechts van Margalith Kleijwegt vriend Max van Weezel.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten