Zoeken in deze blog 🔎🔎

Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht paul frissen. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht paul frissen. Sorteren op datum Alle posts tonen

maandag 16 november 2009

Professor Paul Frissen uit Tilburg 7

Noodzakelijke elites?

Het is interessant dat de bestuurskundige, de Tilburgse hoogleraar Paul Frissen, ondermeer de volgende analyse van mij correct acht:

AdR stuurde me een barok geformuleerd betoog van professor Frissen, waarvan de kern deze opmerking is: 'ik niet vind dat politiek en samenleving een een-op-een afspiegeling van elkaar moeten zijn. De representatie zoals die georganiseerd is moet wel als een zinvolle representatie worden ervaren.'

Met andere woorden: zolang de schijn van democratie kan worden hoog gehouden, is er niets aan de hand. De schijn legitimeert het systeem. Zodra iedereen door heeft dat er geen sprake is van democratie dan is het systeem in problemen, vandaar dat de parlementaire democratie 'als een zinvolle representatie [moet] worden ervaren.' Met de nadruk op 'ervaren'. Duidelijk is dat de Tilburgse hoogleraar schijnbaar kritisch is, dat wil zeggen: hij waarschuwt de politieke elite dat de democratie zoals hij die zich voorstelt absoluut niet 'een een-op-een afspiegeling' moet zijn, maar dat het tegelijkertijd 'wel als een zinvolle representatie [moet] worden ervaren', omdat anders het systeem zijn legitimiteit bij de bevolking verliest. Het is volkomen in lijn met wat Edward Bernays in zijn boek Propaganda in 1928 stelde: 'The conscious and intelligent manipulation of the organized habits and opinions of the masses is an important element in democratic society. Those who manipulate this unseen mechanism of society constitute an invisible government which is the true ruling power of our country.' Volgens Bernays was de ´engineering of consent´ juist de ´essence of the democratic process.' Schijn als kenmerk van democratie. In feite beweert Paul Frissen nu, bijna tachtig jaar later, hetzelfde, wanneer hij stelt dat de parlementaire democratie 'als een zinvolle representatie [moet] worden ervaren,' waarbij dient te worden benadrukt dat 'politiek en samenleving' geenszins 'een een-op-een afspiegeling van elkaar' moet zijn. Kortom, in de woorden van Bernays: 'the engineering of consent is the very essence of the democratic proces, the freedom to persuade and suggest.'

Gezien het feit dat ik Paul Frissen's ideologie volgens zijn zeggen niet in een verkeerd daglicht stel ('Mijn boek is over vrijwel alles wat u zegt veel uitvoeriger') moeten er nu de volgende vragen worden gesteld:

Als we uitgaan van het gegeven dat de meeste burgers zich geen rationeel beeld van de werkelijkheid kunnen vormen en dus niet gekwalificeerd zijn om democratisch mee te beslissen over hun eigen en andermans leven, wat is dan de rol van de intelligentsia? En, belangrijker nog, nu wereldwijd de autoriteiten hebben bewezen dat ze er een chaos van hebben gemaakt, wie moet nu die chaos bestrijden? Wie kunnen we dat toevertrouwen? Wat zijn de criteria en wie bepalen die criteria? Ik bedoel, we zijn opgezadeld met een milieucrisis, een financiele crisis, een werkloosheidscrisis, een bevolkingscrisis, een armoedecrisis, enzovoorts. Een uitzichtlozer perspectief is nauwelijks denkbaar.

Op dit punt aangekomen gaat Paul Frissen de mist in, want dit is een onoplosbaar probleem wanneer niet eerst de diepe culturele crisis van het materialistische westerse model, met zijn cultuur van produceren en consumeren, goed wordt doorgelicht. De crisis van de politieke geloofwaardigheid is slechts een afgeleide van een veel diepere crisis. Iets dat Paul Frissen beaamt, gezien zijn reactie op mij. Rome viel niet omdat een keizer niet deugde, maar omdat het systeem door en door gecorrumpeerd was geraakt en de oorspronkelijke impuls was uitgewerkt. En dat nu staat niet in het boek van de bestuurskundige Frissen, dat gaat over iets anders. Ik citeer de bijsluiter:

'Elites zijn in een politieke orde even onvermijdelijk als noodzakelijk. Paul Frissen schrijft over dit hoogst actuele thema. Alom vallen pleidooien voor leiderschap te beluisteren, terwijl het ongemak over dat thema hardnekkig blijft bestaan. dat hangt samen met het gelijkheidsdenken dat de theorie en praktijk van politiek en bestuur bepaalt.

Omdat politieke elites macht uitoefenen moeten zij over bijzondere deugden beschikken; het gevaar van de staat schept verplichtingen. Frissen bepleit daarom een aristocratische politiek. Opnieuw een controversieel en fascinerend boek op het moment dat de actuele politiek in grote verwarring verkeert.'


Mooi en wervend gesproken, een tikje hoogdravend, maar dat moet in deze barokke tijd kunnen. Het is wel een vrijblijvende tekst, waar je alle kanten mee op kan. 'Elites zijn in een politieke orde even onvermijdelijk als noodzakelijk.' Absoluut waar allemaal, maar niet als die elites eigenlijk geen elites zijn, maar luitjes die zich in niets onderscheiden van de eerste de beste hansworst, zoals in de westerse politiek maar al te vaak het geval is. Vraag bijvoorbeeld een Nederlandse politicus niet waar de slag bij Nieuwpoort over ging, want dat weten ze niet. En van cultuur begrijpen ze niets, zoals ik uit eigen ervaring weet.

Elite 'a group of people considered to be the best in a particular society or category, esp. because of their power, talent, or wealth.' En hier zitten we al midden in de problemen. Want is een multibiljonair die de steun van 'democratische' politici koopt een aanwinst voor de samenleving of een last? Ik denk het laatste, dus met het woord elite kom je ook niet ver, want het begrip suggereert toch de hele tijd dat we te maken hebben met talentvolle burgers die de samenleving vooruit helpen. Dus de stelligheid waarmee de Brabantse professor beweert dat de 'elites in een politieke orde... noodzakelijk [zijn]' is apert onjuist. De nazi's vormden ook een politieke elite, maar het is nonsens te stellen dat ze 'noodzakelijk' waren. En dat geldt ook voor de Amerikaanse neoconservatieven en zionistische extremisten, om maar wat elites te noemden. De stelligheid van professor Frissen is wel grappig tijdens een borreltafelgesprek maar absoluut onjuist zodra zijn beweringen als wetenschappelijke dogma's worden verkondigd. Meer hierover later.

zondag 15 november 2009

Professor Paul Frissen uit Tilburg



Onlangs stond er in de Volkskrant een interview met Paul Frissen, hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg. Het stuk begon vrijwel in het begin met deze bewering: 'De politieke elite kan geen afspiegeling zijn van het volk, omdat elk individu anders is en "de" volkswil niet bestaat, schrijft hij. Want het volk bestaat uit minderheden. De kern van de democratie is daarom representatie.' Dat klinkt plausibel, maar is het niet, en wel om de volgende reden. Allereerst dit: de politieke elite kan inderdaad geen afspiegeling zijn van het volk, niet omdat het volk zo heterogeen is, maar omdat de elite meer kennis, inzicht en wijsheid in zich zou moeten dragen dan het volk. Anders is het geen elite. We worden dan ook niet door een elite geleid, maar door ambitieuze mensen van tweede, zoniet derde garnituur, die eigenlijk door wijze mensen geleid zouden moeten worden in plaats van dat ze zelf aan de macht zijn. Wat ik hier stel is geen opvatting van mij, maar een empirisch gegeven. Dus, professor Frissen begint met een verkeerde veronderstelling en dat is desastreus voor zijn verdere betoog.

Vervolgens stelt hij dat '"de" volkswil niet bestaat.' Dat klopt, maar dit is eigenlijk een irrelevante constatering, want als u de bevolking vraagt of men oorlog wil dan zal de overgrote meerderheid nee zeggen. Toch zijn er permanent oorlogen. Als u de Nederlanders vraagt of ze de pensioensgerechtigde leeftijd verhoogd willen zien naar 67 jaar dan zal de overgrote meerderheid verklaren dat ze dat niet wil. En toch gebeurt het, niet omdat het volk verdeeld is in minderheden, zoals professor Frissen verklaart, maar omdat een kleine minderheid in het neoliberalisme het voor het zeggen heeft, te weten de grote concerns en de institutionele beleggers. Op het reilen en zeilen van deze machtsinstituten heeft het parlement geen enkele, maar dan ook geen enkele, serieuze greep. De macht van het kapitaal onttrekt zich grotendeels aan de democratie. Die macht bepaalt het leven van miljarden werknemers en honderden miljoenen werklozen. De macht -- van wat de Amerikaanse Republikeinse Afgevaardigde Ron Paul terecht geen capitalism noemt maar corporatism -- is de afgelopen twintig jaar nagenoeg onbeperkt geworden nadat de westerse volksvertegenwoordigingen duidelijk was gemaakt dat ze niets anders konden dan voor deregulering en privatisering te stemmen, waardoor nu de overheid geen enkele greep meer heeft op het gespeculeer met geld en goederen, op investeringen etc. Deze feiten worden door Paul Frissen in een mist van woorden verhuld.

Als nu twee veronderstellingen waarop een conclusie is gebaseerd onjuist zijn kan dan de conclusie juist zijn? 'De kern van de democratie is daarom representatie.' Nee, natuurlijk. Deze bewering is dan ook onzin en de professor uit Tilburg weet dat ook. Paul Frissen, kunt u mij uitleggen: als uw stelling zou kloppen, hoe is het dan mogelijk dat in de VS 1 procent van de rijksten meer dan 40 procent van alle rijkdommen van het land bezit, wanneer 'het volk uit minderheden [bestaat]' en 'De kern van de democratie daarom representatie [is]' ? Waar is die 99 procent gebleven in uw representatie model? Heeft die 99 procent democratisch bepaalt dat ze met de resterende 60 procent genoegen neemt, omdat die ene procent van hun allerrijkste landgenoten die 40 procent verdient? Nee, natuurlijk.

Meneer Frissen, en toch heeft u gelijk, maar op een geheel andere manier dan u denkt. Ik citeer u nog eens: 'De politieke elite kan geen afspiegeling zijn van het volk, omdat elk individu anders is en "de" volkswil niet bestaat schrijft hij. Want het volk bestaat uit minderheden. De kern van de democratie is daarom representatie.' Et voila. Dankzij het feit dat elke groep uit individuen bestaat met verschillende verlangens en angsten is het niet moeilijk om te voorkomen dat er zoiets zal ontstaan als '"de" volkswil' die een effectieve invloed heeft op de politiek. Dat had de elite snel door toen de massamaatschappij zich begon te manifesteren. Zo schreef de gezaghebbende grondlegger van de public relations-industrie, Edward Bernays, al in de jaren twintig van de vorige eeuw: The conscious and intelligent manipulation of the organized habits and opinions of the masses is an important element in democratic society. Those who manipulate this unseen mechanism of society constitute an invisible government which is the true ruling power of our country. Propaganda (1928) Niet alleen in de VS was Bernays invloedrijk, maar ook in nazi-Duitsland, waar zijn werk op de boekenplank stond in Goebbels' werkkamer. Bernays onderwees de macht dat men zich moest concentreren op ‘regimenting the public mind every bit as much as an army regiments the bodies of its soldiers.’ Zo gezegd, zo gedaan, zoals elke academicus die bestuurskunde doceert weet.

In 1933, het jaar dat Hitler democratisch aan de macht kwam, dankzij het geld van de rijke fabrikanten, schreef de vooraanstaande Amerikaanse hoogleraar Harold Lasswell in de Encyclopedia of the Social Sciences dat aangezien de 'masses are still captive to ignorance and superstition' de komst van de democratie 'compelled the development of a whole new technique of control, largely through propaganda.' Want, zo stelt Lasswell, propaganda is 'the one means of mass mobilisation which is cheaper than violence, bribery or other possible control techniques.' Vandaar dat geen enkel zogenaamd 'democratisch' systeem kan functioneren zonder het dagelijkse werk van gedisciplineerde opiniemakers, public-relations managers, politiek angehauchte academici, commerciele journalisten, en andere specialisten in het fabriceren van opinies. Zij moeten voorkomen dat dissidente meningen gevaarlijk kunnen worden voor het heersende systeem. Een van de mensen die dit duidelijk maakte was de grote Schotse Verlichtings-filosoof David Hume. Het belang van de ideologische versie van de werkelijkheid werd in de achttiende eeuw door hem benadrukt toen hij schreef over 'the easiness with which the many are governed by the few' en 'the implicit submission with which the men resign their own sentiments and passions to those of their rulers.' Hume concludeerde: "When we enquire by what means this wonder is brought about we shall find, that as Force is always on the side of the governed, the governors have nothing to support them but opinion. It is therefore, on opinion only that government is founded; and this maxim extends to the most despotic and most military governments, as well as to the most free and most popular.'

Dit inzicht is mede gebaseerd op een oude wijsheid zoals Edward Gibbon die beschreef in zijn The Decline and Fall of the Roman Empire waarin hij opmerkte: 'Augustus was sensible that mankind is governed by names; nor was he deceived in his expectation, that the Senate and people would submit to slavery, provided they were respectfully assured that they still enjoyed their ancient freedom.'

Het probleem nu professor Frissen is dat de Nederlandse academici in tegenstelling tot die in de angelsaksische wereld de klassieken niet meer lezen, waardoor bij hen de misvatting is ontstaan dat ze bezig zijn het wiel uit te vinden. En dan krijg je dit soort uitspraken: 'De kern van de democratie is daarom representatie.'

maandag 16 november 2009

Professor Paul Frissen uit Tilburg 2



AdR liet me het volgende weten: 'Je hoeft het er niet mee eens te zijn, dat ben ik ook niet per se, maar Frissen heeft wel degelijk verstandige dingen te zeggen.'


AdR stuurde me een barok geformuleerd betoog van professor Frissen, waarvan de kern deze opmerking is: 'ik niet vind dat politiek en samenleving een een-op-een afspiegeling van elkaar moeten zijn. De representatie zoals die georganiseerd is moet wel als een zinvolle representatie worden ervaren.'

Met andere woorden: zolang de schijn van democratie kan worden hoog gehouden, is er niets aan de hand. De schijn legitimeert het systeem. Zodra iedereen door heeft dat er geen sprake is van democratie dan is het systeem in problemen, vandaar dat de parlementaire democratie 'als een zinvolle representatie [moet] worden ervaren.' Met de nadruk op 'ervaren'. Duidelijk is dat de Tilburgse hoogleraar schijnbaar kritisch is, dat wil zeggen: hij waarschuwt de politieke elite dat de democratie zoals hij die zich voorstelt absoluut niet 'een een-op-een afspiegeling' moet zijn, maar dat het tegelijkertijd 'wel als een zinvolle representatie [moet] worden ervaren', omdat anders het systeem zijn legitimiteit bij de bevolking verliest. Het is volkomen in lijn met wat Edward Bernays in zijn boek Propaganda in 1928 stelde: 'The conscious and intelligent manipulation of the organized habits and opinions of the masses is an important element in democratic society. Those who manipulate this unseen mechanism of society constitute an invisible government which is the true ruling power of our country.' Volgens Bernays was de ´engineering of consent´ juist de ´essence of the democratic process.´ Schijn als kenmerk van democratie. In feite beweert Paul Frissen nu, bijna tachtig jaar later, hetzelfde, wanneer hij stelt dat de parlementaire democratie 'als een zinvolle representatie [moet] worden ervaren,' waarbij dient te worden benadrukt dat 'politiek en samenleving' geenszins 'een een-op-een afspiegeling van elkaar' moet zijn. Kortom, in de woorden van Bernays: 'the engineering of consent is the very essence of the democratic proces, the freedom to persuade and suggest.'

Nu we dit weten, is het goed te beseffen dat de legitimiteit van de parlementaire democratie al lang geleden ter discussie werd gesteld door vooral ook Amerikaanse academici, onder wie de vooraanstaande socioloog C.Wright Mills die in The Sociological Imagination erop wees dat 'in essence democracy implies that those vitally affected by any decision men make have an effective voice in that decision.' Een keurige definitie. Is er dan ook sprake van 'democratie' wanneer bijvoorbeeld een Nederlandse sociaaldemocratische minister van Financien zonder het parlement te hebben geraadpleegd besluit miljarden aan belastinggeld te geven aan de failliete bankwereld, om even later een bezuinigingsmaatregel te bepleiten waarbij de pensioengerechtigde leeftijd met twee jaar wordt verhoogd, omdat onder andere de susidies aan de banken toch door iemand betaald moeten worden? Is hier sprake van democratie zoals gedefinieerd door C.Wright Mills? Nee, natuurlijk. Het enige resultaat van deze maatregelen is dat de rancune onder de bevolking alleen maar toeneemt. Mills die de legitimiteitscrisis van deze vorm van democratie al een halve eeuw geleden beschreef, toen in Nederland de academici nog vol lof waren over het fameuze poldermodel, stelde ook een alternatief voor: 'What are required are parties and movements and publics having two characteristics: (1) within them ideas and alternatives of social life are truly debated, and (2) they have a chance really to influence decisions of structural consequence. Only if such organisations existed could we become realistic and hopeful about the role of reason in human affairs which I have been trying to outline. Such a situation, by the way, I should consider one major requirement for any fully democratic society.'

Maar juist dat laatste wil professor Frissen niet. Immers, zo houdt hij de politieke elite voor: ''ik niet vind dat politiek en samenleving een een-op-een afspiegeling van elkaar moeten zijn.' In tegenstelling tot de grote Amerikaanse socioloog is de Tilburgse hoogleraar bezig met de legitimiteit van de schijn. Dus AdR, ik deel je mening niet wanneer je schrijft dat Frissen 'wel degelijk verstandige dingen te zeggen'
heeft. Het is oude wijn in nieuwe zakken, geschreven door een poortwachter van het systeem die zijn eigen belang, zijn prestige en inkomen, niet uit het oog verliest.

dinsdag 17 november 2009

Professor Paul Frissen uit Tilburg 10


Ik kreeg net deze email van professor Frissen:


Wat er in zes uur veranderd is? Niet de ironische grondtoon, maar het feit dat u mij mededeelde het niet nodig te achten mijn boek te lezen omdat daarin niets nieuws te vinden zou zijn

Paul H.A. Frissen


Ik had dit geschreven: 'Hoewel ik natuurlijk blij ben dat mijn analyse van zijn werk klopt, heb ik toch nog een kanttekening gemaakt. Ik heb de Tilburgse hoogleraar deze reactie gestuurd: 'dank u, ik vrees toch dat ik het verhaal veel eerder gehoord heb, zoals u kunt lezen.

met vriendelijke groet
stan van houcke.

Ik kan alleen maar concluderen dat de Tilburgse hoogleraar mijn argumentatie niet heeft gelezen, anders zou hij niet zo aangebrand reageren. Paul Frissen kan toch nauwelijks verwachten dat ik een boek ga lezen waarvan ik het uitgangspunt al jaren in alle toonaarden heb horen verkondigen en waarmee ik het volstrekt oneens ben. Wanneer professor Frissen stelt dat 'dat politiek en samenleving' geen 'een-op-een afspiegeling van elkaar moeten zijn. De representatie zoals die georganiseerd is moet wel als een zinvolle representatie worden ervaren', dan is dit ouwe koek. De parlementaire democratie, geachte professor is nooit, maar dan ook nooit een precieze afspiegeling van de poltieke wens van de meerderheid geweest. Integendeel, de staat is er niet om de meerderheid tegen de minderheid te beschermen, maar om de minderheid te beschermen tegen de meerderheid, de rijke elite tegen de modale of arme massa, zoals de Schotse filosoof Edward Hume al heel lang geleden heeft duidelijk gemaakt. En met talloze citaten van geleerden heb ik geprobeerd dit duidelijk te maken. Op geen enkel van die argumenten gaat u in, maar u verwacht wel dat iedere criticus uw boek gaat lezen. Dat is een aanmatigend standpunt. Ik reageerde bovendien op een kranteninterview. Uw visie is alles behalve nieuw. Al in 1928 pleitte de vooraanstaande adviseur van de Amerikaanse politieke- en economische elite, Edward Bernays, voor aristocratische politiek omdat een echte democratie niet mogelijk zou zijn en daarom was volgens hem 'the engineering of consent the very essence of the democratic proces, the freedom to persuade and suggest... The conscious and intelligent manipulation of the organized habits and opinions of the masses is an important element in democratic society. Those who manipulate this unseen mechanism of society constitute an invisible government which is the true ruling power of our country.'

U bepleit een 'aristocratische politiek', maar beste Paul Frissen, een 'aristocratische politiek' kan alleen voortkomen uit een aristocratische cultuur, en die bestaat op dit moment niet. Wij leven in een platte consumentistische massacultuur met dito politici. Waar zou deze aristocratie die een 'aristocratische politiek' gaat voeren in godsnaam vandaan moeten komen? U stelt een schijnwereld voor: 'De representatie zoals die georganiseerd is moet wel als een zinvolle representatie worden ervaren.' Een democratie dus die geen democratie is maar geleid wordt door een aristocratie. Met andere woorden: u bepleit een schijndemocratie in handen van een niet bestaande 'aristocratie'.

Het probleem hier is dat in Nederland de journalistiek van een dermate laag niveau is dat journalisten autoriteiten zoals u ongestoord laten doorpraten, klakkeloos opschrijven wat ze horen, en vaak te onnozel zijn om regenten kritisch te ondervragen. Toen u tegen de betreffende Volkskrant-journaliste verklaarde niet te vinden 'dat politiek en samenleving een een-op-een afspiegeling van elkaar moeten zijn. De representatie zoals die georganiseerd is moet wel als een zinvolle representatie worden ervaren', had ze u meteen kritisch moeten ondervragen, en u vervolgens moeten confronteren met de consequenties van uw politieke visie. Maar dat gebeurt in Nederland niet, het land is te klein, de apenrots te vol en dus speelt iedereen het poldermodel. En dan krijg je deze nonsens. Ik bedoel, dan krijg je ook uitspraken als dat 'de democratie' moet 'functioneren als een permanent correctiemechanisme op de macht en op misbruik van de macht.' Deze uitspraken zijn zo voor de hand liggend dat je er met gêne kennis van neemt. Van een hoogleraar verwacht je iets meer dan het met enige pedanterie verkondigen van obligate wijsheden.

Professor Paul Frissen uit Tilburg 9


Naar aanleiding van mijn kritiek op de recente beweringen van de bestuurskundige professor Frissen in de Volkskrant kreeg ik gisteravond deze korte reactie van hem: 'Tja, als u dat op basis van een interview kunt concluderen, rest mij niets anders dan u veel geluk en vooral ook geruststelling te wensen met de overtuiging dat de wereld een grote samenzwering is.'

Hetgeen ik geschreven heb kunt u hier lezen: http://stanvanhoucke.blogspot.com/search?q=paul+frissen

Opmerkelijk is dat nog geen 6 uur eerder dezelfde Paul Frissen dit schreef:

'Geachte heer Van Houcke
Dank voor alle reacties. Mijn boek is over vrijwel alles wat u zegt veel uitvoeriger. Ik kan u echt aanbevelen dat te lezen.'
Groet
Paul Frissen

Wat is er in die kleine zes uur veranderd, waardoor de Tilburgse hoogleraar 180 graden draaide en ik van een enthousiaste bevestiging ineens een narrige reactie van hem kreeg? Ik heb met argumenten proberen duidelijk te maken dat ik het niet eens ben met professor Frissen's uitgangspunt dat, ik citeer hem, 'ik niet vind dat politiek en samenleving een een-op-een afspiegeling van elkaar moeten zijn. De representatie zoals die georganiseerd is moet wel als een zinvolle representatie worden ervaren.' Ik heb ook proberen aan te geven dat wij niet van een democratie kunnen spreken wanneer 'een minderheid... zo dominant wordt dat het' zijn wil aan de meerderheid kan opleggen.

En dan deze zure opmerking: 'vooral ook geruststelling te wensen met de overtuiging dat de wereld een grote samenzwering is.' Beste professor, om nu te voorkomen dat ik dit soort provinciale opmerkingen zou oproepen, heb ik mijn argumenten naar voren gebracht aan de hand van citaten van vooral academisch geschoolde auteurs, voorwaar niet de eersten de besten, maar allen mensen van naam en faam. Dat die een andere analyse hebben dan u is begrijpelijk. Zij gaan er vanuit dat de wereld er gecompliceerder uitziet dan het vereenvoudigde model dat u ervan schept. Uw conclusie dat kennelijk ook deze mensen denken dat 'de wereld een grote samenzwering is,' tekent uw versimpeld model van de werkelijkheid. Natuurlijk bestaan er talloze samenzweringen, u hoeft de geschiedenis van de CIA maar te bestuderen, of welke inlichtingendienst ook , en u krijgt daarvan vele voorbeelden. Maar geheel los daarvan professor, wat u samenzweringen noemt, zijn in feite onvermijdelijkheden. Ik geef u een paar voorbeelden: wanneer in een parlementaire democratie als de VS 1 procent van de bevolking 40 procent van alle rijkdommen bezit, dan is het duidelijk dat deze 1 procent meer mogelijkheden,invloed, macht bezit om de werkelijkheid te sturen dan degenen die niet zo schatrijk zijn.

Vooruit, nog een voorbeeld: dit is wat wijlen professor Ralph Milliband schreef: 'Kan een overheidsinstantie het niveau van lonen, prijzen en winsten bepalen? Kan het, belangrijker nog, het niveau en de richting van investeringen vaststellen? Kan een regeringsinstantie grondstoffen distribueren of bedrijfsvestigingen controleren? Kan zij op een of andere wijze volledige werkgelegenheid of een economisch groeipercentage garanderen?' Milliband toont in De Staat in de Kapitalistische Maatschappij aan dat de regering in een parlementaire democratie dit alles niet kan. Het enige dat de volksvertegenwoordiging kan doen is de eisen van de financiele macht gehoorzamen, zoals we onlangs weer zagen toen minister Bos zonder het parlement te raadplegen miljarden aan belastinggeld aan de failliete bankiers gaf. Zonder dat de controleurs van de macht, het parlement en de commerciele pers zich hiertegen verzette. Integendeel zelfs. Ook de SP, evenals de andere zogeheten 'linkse partijen,' was naderhand voor het subsidieren van die mensen die 1 ding getoond hebben en dat is dat ze niet met geld kunnen omgaan, te weten de bankiers, banksters in their own right. En de Nederlandse pers? Wel laat ik mijn collega, de VPRO-journalist Chris Kijne, citeren. Die vatte het als volgt keurig samen met deze woorden: 'had u tot voor kort gedacht dat een minister van Financien er mee weg zou komen wanneer hij tegen de Kamer zei: "Nee, natuurlijk heb ik u vorige week, toen ik op het punt stond de grootste ingreep in de economie te doen die een minister van financien ooit heeft gedaan, niet de waarheid verteld. En als ik volgende week een nog grotere ingreep ga doen, vertel ik het u weer niet.'' Is toch gebeurd. Gaat over democratie. En het vreemdste is: we vinden allemaal nog dat Bos gelijk heeft ook. Voor ons journalisten was het natuurlijk niet nieuw dat Wouter Bos ons niet altijd de waarheid vertelde. Wel is het nieuw dat ik op dit moment even niet meer weet of ik wel even hard als vroeger mijn best moet doen om hem die waarheid te laten vertellen. Of er inderdaad niet even een hoger belang is dan "de waarheid, niets dan de waarheid."' Ziehier een journalistieke houding die perfect aansluit bij het door u bepleite model van aristocratische politiek, waarbij 'politiek en samenleving' geen 'een-op-een afspiegeling van elkaar moeten zijn.'

Zie: http://stanvanhoucke.blogspot.com/2008/10/chris-kijne-van-de-vpro.html

Milliband: 'De hele structuur van economische en politieke overheersing die wij tot hiertoe hebben geanalyseerd, is in de westerse politieke systemen afhankelijk van de steun, of in ieder geval de stilzwijgende instemming van degenen die eraan onderworpen zijn. De lagere en "intermediaire" klassen moeten ertoe gebracht worden de bestaande sociale orde te aanvaarden, en hun eisen en aspiraties binnen de daardoor gestelde grenzen te stellen. Niets is zo belangrijk voor de heersende klassen als dit punt, dat voortdurend de aandacht vraagt, omdat het in het wezen van het systeem van overheersing ligt, dat men nooit zeker kan zijn van een eenmaal behaald succes.'

Is dit nu 'een grote samenzwering'? Van mij mag u het die naam geven, maar in feite is dat een onbelangrijk detail. Belangrijker is te weten dat dit de onvermijdelijke werkelijkheid is waarin we leven. Veel nuttiger dan het te kwalificeren is het te analyseren.

Weet u professor, wat mij opvalt is dat u met een paar zinnetjes de zaak afdoet, om en passent reclame te maken voor uw boek. In Nederland is het academisch debat vergeleken met dat in de angelsaksische wereld zo onbenullig dat hier 1 oog koning is. U gaat op geen enkel argument in. U komt alleen met kwalificaties. En alleen dat al geeft aan dat u niet echt een democraat bent, die open staat voor een rationele op feiten gebaseerde publieke discussie. Ik kon dat ook wel weten, aangezien u niet voor een serieuze democratie pleit, maar voor een schijndemocratie. Immers: 'ik niet vind dat politiek en samenleving een een-op-een afspiegeling van elkaar moeten zijn. De representatie zoals die georganiseerd is moet wel als een zinvolle representatie worden ervaren.' U wilt geen publiek debat, u wilt uw positie op de apenrots veilig stellen. Ik wens u veel succes daarbij, maar vrees tegelijkertijd dat uw ouderwetse model zijn langste tijd heeft gehad.
vriendelijke groet
stan van houcke

PS: Ik ben bekend met uw gedachtewereld. Sterker nog, ik heb u, god mag weten hoeveel jaar geleden, geinterviewd voor de VPRO-radio in uw werkkamer in een of andere hoge kantoorflat van de Universiteit van Tilburg, met uitzicht over het rijke Brabantse land.

maandag 16 november 2009

Professor Paul Frissen uit Tilburg 8

De advertentietekst van Paul Frissen's boek Gevaar verplicht. Over de noodzaak van aristocratische politiek luidt als volgt:

'Elites zijn in een politieke orde even onvermijdelijk als noodzakelijk. Paul Frissen schrijft over dit hoogst actuele thema. Alom vallen pleidooien voor leiderschap te beluisteren, terwijl het ongemak over dat thema hardnekkig blijft bestaan. dat hangt samen met het gelijkheidsdenken dat de theorie en praktijk van politiek en bestuur bepaalt.

Omdat politieke elites macht uitoefenen moeten zij over bijzondere deugden beschikken; het gevaar van de staat schept verplichtingen. Frissen bepleit daarom een aristocratische politiek. Opnieuw een controversieel en fascinerend boek op het moment dat de actuele politiek in grote verwarring verkeert.'


Allereerst het begrip aristocratisch:

'aristocratic
adjective of or relating to the aristocracy : an aristocratic family.• distinguished in manners or bearing : a stately, aristocratic manner.• grand; stylish : aristocratic-sounding names | a snob with aristocratic aspirations.'
Aristocratie (Grieks: ἀριστοκρατία < ἀριστεύς ("beste") + κρατεῖν ("heersen")) is een regeringsvorm waarbij de heerschappij in handen is van een kleine groep, de zogenaamde aristocraten. De Griekse oorsprong van het woord suggereert de betekenis: geregeerd door de besten.
Wat moeten wij ons daar concreet bij voorstellen in Nederland? Ik weet het niet. De besten? Dat kan alleen bepaald worden door degenen die nog beter zijn of op zijn minst even best. Waar wonen die mensen? Ik vind de meeste politici nogal platvloerse en kortzichtige mensen. Moet het systeem van cooptatie zoals dat nu heerst strenger worden toegepast? Maar dan is de vraag: wie bepaalt wat aristocratisch is? De zakenman zal zeggen: een zakenman, een wetenschapper zal zeggen: een wetenschapper, een winkelier zal zeggen: een winkelier, een opportunistische baantjesjager zal zeggen: ikke, enzovoorts, enzovoorts. En dan hebben we nog een ander probleem: hoe krijgen we de huidige opportunistische baantjesjagers die het parlement bevolken eruit? De problemen stapelen zich op. En dan ook nog dit: 'Omdat politieke elites macht uitoefenen moeten zij over bijzondere deugden beschikken'. Allemensen, professor Frissen, waar gaan we beginnen? 'Bijzondere deugden'? Wie bepaalt buiten uzelf wat 'bijzondere deugden' zijn? Het kan toch niet anders zijn dan de mensen die nu ook achter de schermen aan de touwtjes trekken, tenzij u die op de een of andere manier weet kalt te stellen. Maar hoe krijg je dit soort botte honden in een hok? Alleen een hele grote Machiavellist of Stalinist kan de huidige Augiasstal schoonspuiten. En kan dat zonder geweld, of denkt u dat de macht vrijwillig de macht uit handen zal geven? Nee toch? Dat is nog nooit gebeurd in de geschiedenis.
Ik citeer 'Frissen bepleit daarom een aristocratische politiek.' Dat kan allemaal wel, maar een dergelijke rigoreuze aanpak kan alleen als je het leger inschakelt, want geen enkele politicus krijg je op een andere manier weg. Uw plan is reuze aardig en zelfs sympathiek bedoeld neem ik aan, maar dit soort plannen lopen altijd desastreus af. Revoluties vreten altijd hun eigen kinderen op. 'Aristocratische politiek', professor nou toch, doe niet zo mal. We leven in een massamaatschappij die vorm heeft gekregen en nog steeds gedreven wordt door de financiele belangen van een kleine groep. En die kongsi is niet van plan om zonder slag of stoot hun macht op te geven. Dat is de realiteit waarmee de burger wereldwijd geconfronteerd wordt. De rest is kinderlijk gefantaseer. Ik geef u een actueel voorbeeld van de wereld waarin u leeft. Vandaag werd het volgende bekend: 'Na afhaken Hu en Obama is kans op klimaatverdrag verkeken'. Dus op het moment dat de poolkappen razendsnel afsmelten en een bevolkingsexplosie de druk op de natuur nog meer vergroot, besluiten de twee machtigste leiders ter wereld dat de 'kans op klimaatverdrag verkeken' is. Niks, aristocratische politiek, gewoon de eeuwenoude realpolitiek, waarbij de macht zich van niets aantrekt, zelfs niet als de natuur begint te rebelleren en de soort zichzelf dreigt uit te roeien.
En wat het volk betreft dat vanwege geldelijk gewin al zoveel generaties in een positie van culturele deprivatie wordt gehouden, daarover zei Schopenhauer: 'De mensen zijn overal en altijd heel ontevreden geweest over regeringen, wetten en openbare instellingen; voornamelijk omdat ze altijd klaar staan om die de schuld te geven van de ellende, die in werkelijkheid nu eenmaal hoort bij het menselijk bestaan als zodanig, omdat het, mythisch gesproken, de vloek is die rust op Adam en met hem op zijn ganse geslacht.'
Professor, mocht dit te archaisch in uw oren klinken dan zijn er altijd nog de stemmen van de moderne schrijvers:
“De grote menselijke conflicten bevrijden van de naïeve interpretatie als een strijd tussen goed en kwaad, ze begrijpen in het licht van het tragische, was een enorme prestatie van de geest; het bracht de onvermijdelijke relativiteit naar voren van menselijke waarheden; het maakte de noodaak duidelijk om rechtvaardig te zijn tegen de vijand. Maar het morele manicheïsme heeft een onvernietigbare vitaliteit… Hitler dompelde Europa niet alleen onder in een onbeschrijflijke verschrikking maar beroofde het ook van het tragische levensgevoel. Net als de strijd tegen het nazisme, zou de hele hedendaagse politieke geschiedenis van toen af aan gezien en ervaren worden als een strijd tussen goed en kwaad… Is dit een regressie? Een terugval in de pré-tragische fase van de mensheid? Maar als dat zo is, wat heeft dan een terugval ondergaan? De Geschiedenis zelf, die onrechtmatig in bezit is genomen van criminelen? Of is het onze manier van begrijpen van de Geschiedenis? Vaak denk ik: het tragische heeft ons verlaten; en dat zou weleens de ware straf kunnen zijn.” - Milan Kundera, And If the Tragic Has Deserted Us? (2005).

“De veronderstellingen waarvan het mediabedrijf uitgaat namens het publiek zijn behalve blind ook verblindend… Misschien is het precies op dit punt dat onze vorm van democratie een langzame dood sterft. Als dat zo is, dan als gevolg van een weigering. De weigering van het mediabedrijf om het feit te erkennen en te laten doorwerken dat het publiek in zijn hart weet hoe de wereld in elkaar zit… De reden van deze weigering die een bedreiging is voor onze vorm van democratie, de reden waarom het mediabedrijf stelselmatig onderschat wat we gemeen hebben, die reden is steeds dezelfde: de normloze drang tot verkopen… Wat ik wil is dat mensen zich ervan bewust worden hoe voddig het mediabedrijf ze bedient als publiek. Voddig, omdat met de waardigheid van kijker en bekekene de vloer wordt aangeveegd. Herstel iets van die waardigheid – gun mensen de tijd, verschuif het gebruikelijke zwaartepunt – en slecht nieuws wordt van een onderbreking de waarheid. Er zijn tal van waarheden waarvoor geen directe oplossing bestaat. Het woord ‘oplossing’ raakt niet aan het tragische. Wíj moeten in aanraking komen met het tragische en ons erdoor laten raken. We zouden er misschien door veranderen als we het benoemden. Ook benoemd blijft het tragische tragisch, maar slecht nieuws zou het niet worden. Alleen van daaruit is een realistische politiek mogelijk.” - John Berger, Stemverheffing (1992).

Dit klinkt me veel verstandiger dan pleiten voor een 'aristocratische politiek.' Dat wordt nooit wat.

Propaganda Campagne van Joodse Staat

Onair58-2 @_Innocent_99 @AnisJadib zegt nooit zomaar iets. Dit is ronduit schokkend om te horen. @NOS Inderdaad. Dit heeft zóveel nieuwsw...