Er waren weliswaar verkiezingen, maar in Israël heeft dat niets te maken met een ‘feest van de democratie’
Na het verlies van Flávio Bolsonaro en Aleksandar Vucic bestond afgelopen dinsdag de hoop dat ook een derde demagoog in korte tijd verslagen kon worden. Maar ook al verloor de regeringscoalitie van Benjamin Netanyahu haar meerderheid, voorlopig hoeft de premier zijn ambtswoning niet te verlaten. Anders dan in Brazilië en Servië bood de uitslag in Israël geen onmiddellijke duidelijkheid over het vervolg.
De oppositie, bestaande uit een betrouwbaar geachte oud-generaal en enkele zeer ervaren politici, nam het op tegen een man die in steeds bredere kring wordt verafschuwd. In het buitenland vanwege zijn behandeling van de Palestijnen, in eigen land vooral omdat hij de Hamas-aanval van 7 oktober 2023 niet heeft weten te voorkomen. Dat de oppositie desondanks geen overtuigend resultaat heeft neergezet, heeft ze grotendeels aan zichzelf te wijten. Haar belangrijkste boodschap was dat Netanyahu weggestemd moest worden; het eigen verhaal inspireerde de kiezer amper.
Net als in het Nederlandse stelsel wacht Israël nu een formatieperiode. Netanyahu komt acht zetels tekort voor een meerderheid en zal alles in het werk stellen om alsnog voor de zevende keer een kabinet te leiden. Hij kan een oppositiepartij overtuigen, de oorlog tegen Iran hervatten of de verkiezingsuitslag in twijfel trekken – of alle drie tegelijk. Twee dagen na de stembusgang suggereerde hij alvast dat Arabische kiezers de verkiezingen gestolen hebben.
Voor zijn belangrijkste uitdager, Gadi Eisenkot, is er één duidelijke route naar de macht. Als hij de 48 zetels van zijn blok aanvult met de 19 zetels van de Palestijns-Israëlische partijen bereikt hij een ruime meerderheid in de 120 zetels tellende Knesset. Met een vingerknip kan hij Netanyahu van het pluche verdrijven. Als hij maar zou willen. Maar hij wil niet, omdat zijn landgenoten met een Palestijnse achtergrond geen zionisten zijn.
Dat ruim een vijfde van de bevolking op basis van etniciteit van regeringsdeelname uitgesloten wordt, is in Israël volstrekt normaal. Onder bezielende aanvoering van Netanyahu is rechts erin geslaagd om de Palestijnse Israëliërs weg te zetten als landverraders. Bij uitbreiding is iedereen die met hen in zee gaat eveneens meer dan verdacht.
Het is te betreuren dat ook Eisenkot aan dit onacceptabele racisme bijdraagt. Voor de Palestijnen én voor de toekomst van Israël is het bovendien elementair dat Netanyahu niet aanblijft. De oppositieleider moet zijn verantwoordelijkheid nemen en minimaal het gesprek met zijn niet-zionistische landgenoten aangaan.
Het is te hopen dat Eisenkot er alsnog in slaagt om een regering te vormen. Het gevaar is wel dat het Westen zich dan in slaap laat sussen
Met ietwat sleetse beeldspraak worden verkiezingen vaak als een ‘feest van de democratie’ aangeduid. In Israël valt er op dat vlak helaas weinig te vieren. Al enkele jaren stellen gezaghebbende mensenrechtenorganisaties als Amnesty International, Human Rights Watch en het Israëlische B’Tselem dat het land een apartheidsregime voert. Op hun argumentatie valt weinig af te dingen.
Apartheid is de systematische overheersing van één raciale groep over een andere. Dat deze definitie in de bezette Palestijnse gebieden geldt, is geen controversiële uitspraak. In 2024 oordeelde het Internationaal Gerechtshof dat het Israëlische beleid op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza in strijd is met het verbod op rassenscheiding en apartheid.
Maar voor een goed beeld van de Israëlische democratie moeten Israël en de bezette gebieden als één ecosysteem beschouwd worden. Dat is gerechtvaardigd omdat Israël in het hele gebied tussen de rivier Jordaan en de Middellandse Zee feitelijk de macht uitoefent. Met die blik is de conclusie onontkoombaar dat Israël in dat hele gebied stelselmatig de rechten van Joodse Israëliërs boven die van Palestijnen plaatst.
Het gebied telt ongeveer tien miljoen meerderjarige inwoners: 5,6 miljoen Joden en 4,4 miljoen Palestijnen. Van de Joden mag iedereen stemmen. Van de Palestijnen ongeveer een kwart: zij die het geluk hadden dat hun voorouders er in 1948, tijdens de Nakba, in geslaagd zijn om niet verdreven te worden door de oprukkende milities die de staat Israël stichtten. Dat 85 procent van het Israëlische parlement uit zionisten bestaat, is al een verhouding die geen recht doet aan de demografie. Wanneer de resterende 15 procent ook nog eens uitgesloten wordt, dan deugt de democratie niet.
Voor de Palestijnen, voor Israël en voor de rest van de wereld valt te hopen dat Eisenkot er alsnog in slaagt om een regering te vormen. Het gevaar is wel dat het Westen zich dan in slaap laat sussen. Met de oud-generaal valt ongetwijfeld beter te praten dan met Netanyahu, maar het zou geen pas geven om dan tevreden te mijmeren dat het liberale Israël weer terug is. Ook Eisenkot zou leider worden van een apartheidsregime. Laat dat ook eens in Europese hoofdsteden doordringen.
De laatste zin is absurd. Alsof nu nog steeds niet tot de corrupte Europese politiek zou zijn doorgedrongen dat Israel een fascistische staat is, geen haar beter dan het Hitler-Regime, dan moet de mainstream pers zich afvragen wat de oorzaken zijn van deze onwetendheid.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten