Zoeken in deze blog 🔎🔎

Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht tom-jan meeus. Sorteren op relevantieAlle posts tonen
Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht tom-jan meeus. Sorteren op relevantieAlle posts tonen

dinsdag 3 mei 2022

Geert Mak's Leugenachtige Wereld


Op de achterkant van de Nederlandse vertaling van Howard Zinn's baanbrekende boek A People's History of The United States -- dat vertaald in 2007 bij  uitgeverij EPO verscheen ('voor wie niet alles slikt') -- las ik tot mijn stomme verbazing de volgende aanbeveling van mijn oude vriend Geert Mak:

Wie Howard Zinn niet kent, kent Amerika maar half. Dit is geschiedschrijving-van-beneden-af bij uitstek: verrassend, menselijk, gedetailleerd, meeslepend. 

Het opmerkelijke is dat hoewel ik dit meesterwerk bij Mak aanbeval toen ik vóór 2010 vernam dat hij een boek over de VS ging schrijven -- en ik besefte dat hij nauwelijks iets wist van de ware geschiedenis van dit expansionistische rijk -- hij desondanks geen enkele verwijzing naar Zinn heeft  opgenomen in zijn bestseller Reizen zonder John. Op zoek naar Amerika (2012). Uit gesprekken met hem werd duidelijk dat hij Zinn's boek niet bestudeerd had. Dat was dan ook de reden waarom hij bijvoorbeeld wel de mainstream NRC-journalist Tom-Jan Meeus vermeldt maar geen enkele keer de diepgravende Howard Zinn.

Het feit dat volgens Mak zelf '[w]ie Howard Zinn niet kent Amerika (hij bedoelt de VS) maar half [kent],' verschaft meteen de verklaring waarom zijn eigen boek zo buitengewoon oppervlakkig is. De vraag is daarom wat EPO bewoog om mijn oude vriend Geert te gebruiken als kwaliteitsmaatstaf. Waarom toch  belazert vandaag de dag bijna iedereen de kluit? Zelfs degene die 'niet alles slikt.' Uit commerciële overwegingen, dat begrijp ook ik wel, vandaar dat op de de kaft tevens staat 'binnenkort verboden in Amerika?' dat eveneens een leugen met een vraagteken is. Zelfs als de commercie een vertaald boek vol waarheden publiceert dan nog weet het leugens te verkopen.  Het is allemaal Public Relations en Propaganda. Om dat te beseffen dient men Howard Zinn's bestseller te lezen over de jaren 1492-PRESENT, juist op dit moment, nu er een einde komt aan de alleenheerschappij van de witte man. 



maandag 23 augustus 2021

SP en o.a. Derk Sauer: Kameraden onder elkaar

 Hoe de BVD de weg bereidde voor de Socialistiese Partij

Kameraden onder elkaar


De 'staats- gevaarlijke' CPN breken - dat was de belangrijkste taak die de BVD zichzelf stelde na de oorlog. Vorming van concurrerende partijen was daar- bij een geaccep- teerd middel. Zo bereidde de BVD ook de weg voor de maoïstische Socialistiese Partij. Reconstructie van een 'zéér curieuze geschiedenis'. SP-leider Jan Marijnissen: 

Tom-Jan Meeus

Kameraden onder elkaar

Hij is altijd zakenman gebleven. Nico Schrevel (65) vist het visitekaartje geroutineerd uit zijn binnenzak: tot zijn pensionering, enkele weken geleden, was hij jarenlang director marketing and sales Europe bij Rayven Inc., een Amerikaanse multinational in coatings voor film en papier. Hij heeft voor het bedrijf de hele wereld afgereisd, vertelt hij laconiek. Niettemin is al die tijd zijn geloof in het marxisme-leninisme ongebroken gebleven. De wanden van zijn woonkamer zijn behangen met werken van Marx, Mao en Lenin. ,,Intellectueel beschouw ik het marxisme-leninisme als superieur'', zegt hij met statige stem. Maar de tijd van het politieke werk is geweest. Laatst heeft hij zich toevallig weer ingeschreven als SP- lid. ,,Maar ik doe niets. Dan vraagt men: is dat die Schrevel van vroeger?''

Dat kan hij moeilijk weerspreken. Hij is de zakenman Nico Schrevel die samen met pijpfitter Daan Monjé in januari 1970 de voorloper van de SP oprichtte, de maoïstische KEN (ml) (zie lijst met afkortingen). En hij is de Schrevel die vanuit de KEN (ml) een van de grootste havenstakingen uit de Nederlandse geschiedenis entameerde, waarbij najaar 1970 tussen de twintig- en de dertigduizend arbeiders wekenlang het werk neerlegden. Het revolutionair-maoïstische karakter van de staking genereerde groot ongemak bij de autoriteiten - zelfs toenmalig oppositieleider Joop den Uyl (PvdA) verweet de stakers ,,buitensporig'' gedrag. Nog geen jaar na het eclatante succes in de haven werd Schrevel overvallen door een destructieve interne twist in de KEN (ml), waarbij zijn oude strijdmakker Daan Monjé hem in de rug attaqueerde. Gedemoraliseerd verliet Schrevel de partij, om op afstand te zien hoe Monjé op de erfenis van de KEN (ml) in 1972 de SP bouwde.

En wat destijds beter onbekend kon blijven, strijdig als het was met de romantiek van het revolutionaire elan, dat wil hij nu wel beamen: bij de vorming van de KEN (ml) was iets vervelends gebeurd. De BVD bleek aan tafel te hebben gezeten. ,,Ze hebben via een infiltrant actief meegeholpen met de oprichting van de KEN (ml)'', zegt Schrevel. En niet zomaar een beetje. ,,Of die BVD- infiltrant sturend aanwezig was in de beweging? Oh zeker, zeker, zeker.'' 

De eerste aanwijzing stond in Villa Maarheeze vanintelligence-deskundigen Bob de Graaff en Cees Wiebes. Toen hun boek - de geschiedenis van de in 1992 opgeheven Inlichtingendienst Buitenland ( IDB ) - vorig jaar uitkwam gonsde het door de media. De ene na de andere onthulling over de 'Nederlandse CIA ' werd in krant en op televisie toegelicht. Dat in VillaMaarheeze ook de SP aan bod kwam, werd vrijwel nergens gesignaleerd. In het 535 pagina's tellende boek gaat het ook niet meer dan een halve alinea - zeven regels, één zin - over de snelst groeiende partij van Nederland. Maar de inhoud is tantaliserend: gemeld wordt dat de BVD, met steun van de CIA, ,,een handje (...) hielp'' bij de oprichting in 1970 van de KEN (ml), waaruit dus twee jaar later de SP voortkwam. In een toelichting zegt co-auteur Wiebes dat het in feite een uit de hand gelopen BVD- operatie was om, via de vorming van een concurrerende partij, de 'staatsgevaarlijke' CPN wind uit de zeilen te nemen. 

De Kommunist

Door de ongedacht massale steun die de KEN (ml) echter met de havenstaking in 1970 bereikte, waardoor het ledental snel en sterk groeide, verloor de dienst haar greep op de partij. De BVD had een monster gebaard. Wiebes: ,,Dat de BVD samen met de CIA de KEN (ml) mede heeft opgericht, staat voor ons zo vast als een huis. Onze bronnen zijn drie anonieme CIA'ers die nauw bij de operatie betrokken waren en daarover gedetailleerde verklaringen hebben afgelegd.'' Een van die drie kan hij inmiddels bij naam noemen, nadat hij januari jongstleden overleed: dr. Cleveland Cram, station chief van de CIA in Den Haag tussen 1966 en juli 1969. In een necrologie noteerde de Washington Post 18 januari over Cram dat hij een ,,invloedrijk'' CIA- specialist was inzake contraspionage. Ook voor andere kenners van het BVD- werk is het geen verrassing dat de BVD tot in de jaren zeventig bezig was met vorming van nieuwe communistische partijen die de CPN concurrentie aandeden. Die werkwijze, waarvoor de BVD zich in de jaren vijftig liet scholen door de CIA en het Britse MI6, leidde al in 1959 tot de vorming van de Socialistische Werkers Partij, bestaande uit geroyeerde CPN' ers, waaraan de BVD buiten hun medeweten sturing gaf.

Toch wil het clichébeeld over de BVD dat de dienst bestaat uit sukkels met gleufhoeden op die door brievenbussen van linkse actievoerders lopen te gluren. Oud- CPN' er Ger Verrips, die drie jaar geleden de biografie van de CPN publiceerde en daarvoor gebruikmaakte van BVD- archieven over de partij, stelde evenwel vast dat de dienst uitermate goed over de CPN was geïnformeerd. ,,Het paste in de BVD -strategie van het zaaien van verdere verdeeldheid onder communisten om zo'n club als de KEN (ml) te steunen'', zegt Verrips. Zeker omdat de KEN (ml) de CPN met haar pro-Chinese keuze in het hart raakte: partijleider Paul de Groot wilde niet kiezen tussen Moskou en Peking. ,,Dus het is waarschijnlijk dat de BVD bij de oprichting van de KEN (ml) heeft geholpen. Ik zou het merkwaardiger vinden als het niet was gebeurd.''

Ook de huidige leider van de SP, Jan Marijnissen zegt desgevraagd ,, niet verbaasd'' te zijn. ,,De BVD had het doel de CPN te breken en dan is het niet onzinnig dat ze concurrerende partijen steunden. Ik zeg erbij dat ik er destijds niet bij was. Ik ken de mensen ook niet die betrokken waren. Maar als de KEN (ml) met hulp van de BVD is opgericht, is dat een zéér curieuze geschiedenis.''

Arbeiders macht

De KEN (ml) kwam in 1970 niet uit de lucht vallen. Bij haar oprichting was de partij niet meer dan een naamsverandering. Het was een directe voortzetting van het Marxistisch-Leninistisch Centrum Nederland (MLCN), dat zijn bestaan voornamelijk dankte aan Nico Schrevel, Daan Monjé en - de hoofdrolspeler in deze kleine geschiedenis - Peter M. Voordat Peter M. hun pad kruiste, vormden Schrevel en Monjé een markant Rotterdams duo. Ze trokken al vanaf 1960 met elkaar op. Schrevel was de initiatiefrijkste van de twee. Via de PvdA en de CPN was hij tot het definitieve inzicht van het maoïsme gekomen. Zijn kracht lag in het zwaar beladen ideologische betoog. Met cursussen marxistisch-leninisme in studentensteden wist hij honderden studenten van de onweerlegbare waarheid van het maoïsme te overtuigen, nadat zij zich, geënthousiasmeerd door de havenstaking, vanaf 1970 bij de KEN (ml) aansloten. Daan Monjé vervulde te midden van de toegestroomde studenten de rol van enige echte arbeider. Hij was pijpfitter. Hij had in de jaren vijftig in de arbeidersheilstaat DDR gewerkt. Hij, de latere SP -oprichter, ,, was vervuld van de superioriteit van het proletariaat'', zegt Wouter ter Braake, die als woordvoerder van de havenstakers in 1970 landelijke bekendheid verwierf. ,,Achteraf was het een enge, gevaarlijke stalinist.''

Samen wisten Schrevel en Monjé de toegetreden studenten te overtuigen dat men Mao's massalijn slechts kon volgen door tussen de massa's in de fabriek te gaan werken. Monjé vond dat niet genoeg. Hij meende dat de jonge partijleden ook het privé-leven van de arbeider moesten leiden. En dus dat vrouwen zich niet in studentikoze hobbezakken konden hijsen. Schrevel: ,,Daan zei met zijn Rotterdamse tongval: een wijf van een arbeider maakt zich op en draagt hoge hakken. Die gaat trouwen en krijgt kinderen. En zo deden die studenten het - want Daan was een echte arbeider, dus die moest gelijk hebben.''

Tot het stardom van de twee droeg ook bij dat ze in 1964 allebei uit de starre CPN waren gezet wegens hun openlijke maoïstische sympathieën. In de CPN werd dat ervaren als bewuste poging de eenheid in de partij te verstoren: inzage in het CPN -archief leert dat een hele reeks kameraden de partijleiding informeerde over - nooit bewezen - lijntjes die de twee naar de BVD zouden hebben.

Na hun vertrek uit de partij probeerden Schrevel en Monjé eerst via een Rotterdams studiecentrum de CPN te verleiden voor China te kiezen. Toen dat een hopeloze opgave bleek, stelde het duo zich in 1967 de opdracht een maoïstische partij te vormen - waarmee de historie van de KEN (ml) feitelijk was begonnen.

Hun basis voor een nationale partij was echter klein: te Rotterdams. Ze vonden weliswaar een paar kameraden in Den Haag, Utrecht, Groningen en Nijmegen bereid een afdeling op te zetten - maar dat loste hun belangrijkste probleem niet op. In Amsterdam, waar de CPN traditioneel sterk was, verliep de werving van maoïsten moeizaam. En wat was een partij zonder afdeling in de hoofdstad?

De jonge tribune

En toen was daar in 1967 ineens, herinneren zich betrokkenen, Peter M. uit Amsterdam. (De redactie kent zijn volledige naam, maar noemt deze niet om redenen van privacy. De man was de laatste maand onvindbaar voor commentaar.) Hij toonde eigener beweging belangstelling voor de nieuwe partij, die aanvankelijk de naam MLCN voerde. M. werd onmiddellijk secretaris van de afdeling Amsterdam. En was meteen ,,een zeer aanwezige figuur'', zegt Ter Braake, die als jongen van amper twintig ook in Amsterdam werd gerekruteerd. M. manifesteerde zich eveneens landelijk nadrukkelijk. ,,Hij deed heel veel, was altijd bereid bij te springen: de beste manier om je bekend en geliefd te maken'', zegt Ter Braake. Peter M. was ,,een briljant nieuw lid'', herinnert Schrevel zich. ,,Hij had de afdeling Amsterdam zo op poten staan.'' Toen dat eenmaal was gelukt, stond in 1968 niets de oprichting van de nieuwe partij, MLCN , nog in de weg. Ter voorbereiding van het congres kwam een landelijke secretarissenvergadering bijeen. Uit haar midden koos ze een voorzitter: Peter M., zo blijkt uit de notulen van het 'eerste Landelijk Kongres' op 5 en 6 oktober 1968. De vergadering van het congres zelf moest ook worden voorgezeten: alweer viel, volgens de notulen, de keuze op M. Eerste punt van de agenda behelsde de formulering van het marxistisch-leninistische doel van de partij. De eerste wijzigingsvoorstellen werden ingediend door M. - en zonder hoofdelijke stemming aangenomen. Later kwam de aanwijzing van de penningmeester van het partijblad, De Rode Tribune, aan bod: zonder stemming won M. het pleit. Hij kreeg daarmee de abonnementenadministratie van De Rode Tribune in handen - voor de BVD het belangrijkste bezit van het hele partijtje. Ter Braake: ,,Als je wist wie abonnee was, wist je wat de partij was: hij ging precies op de goede plek zitten.''

Op hetzelfde congres werd ook een centrale partijleiding van vijf leden gekozen. Nico Schrevel werd partijleider, Peter M. (22 stemmen) kreeg ook direct een plaats in de landelijke leiding, terwijl bij voorbeeld Daan Monjé niet werd gekozen. Schrevel: ,,Ik kan er niet omheen: de man was invloedrijk. Hij heeft bijzonder veel gedaan, we dankten Amsterdam aan hem, hij werkte zich uit de naad, iedereen vertrouwde hem.''

Schrevel vertelt dat er achteraf geen twijfel mogelijk is dat Peter M. BVD- infiltrant was. De ontdekking werd overigens pas gedaan nadat hij, najaar 1970, zijn positie in de partijleiding had verloren. ,,Het is een zekerheid dat hij bij de politieke recherche werkte'', zegt Schrevel. ,,We hebben dat in de KEN (ml) op zeker moment vastgesteld. Ik herinner me dat we achterhaalden dat je hem op een bepaald nummer op het politiebureau kon bellen. Dan kregen we hem aan de lijn. We hadden ook zijn kamernummer op het bureau. ''

Drie andere KEN (ml)'ers van het eerste uur beamen de rol van Peter M. als BVD- infiltrant. Het zijn Wouter ter Braake (woordvoerder van de havenstakers), zijn toenmalige kompaan Dries van Velzen en de eerste afdelingssecretaris van de KEN (ml) in Nijmegen, Gerrit Kolthof. Alle drie zijn overigens al jaren uit de extreem-linkse politiek verdwenen. Noch de BVD- paranoia uit die tijd, noch het marxisme speelt in hun huidige leven een rol. Zo zegt Wouter ter Braake, inmiddels organisatie-adviseur die  Elsevier als favoriete weekblad aanduidt: ,,We zijn in de partij definitief achter de rol van Peter M. gekomen toen een aantal mensen hem heeft gevolgd. Toen kwamen ze op politiebureau Haagse Veer terecht. Daarna zijn ze hem gevolgd naar zijn huis. Hij woonde in een bewaakte flat en had binnen een telefoon waarop hij via een scherm kon zien wie belde.''

Later is het bovendien voorgekomen, vertelt een vijfde bron, publicist Hans Schoots, KEN (ml)-lid sinds 1971, dat M. tegenover enkele partijgenoten uitgebreid bekende dat hij voor de BVD had gewerkt. ,,Hij is er op een gegeven moment uitgestapt en heeft vrij kort daarna aan enkele partijleden verteld dat hij voor de BVD had gewerkt.''

Dat het MLCN ruim een jaar later een naamsverandering onderging en zich voortaan KEN (ml) noemde, had alles te maken met de behoefte van de Chinese ambassade in Den Haag - precies de plek waar de activiteiten van de BVD en de CIA zich toentertijd kruisten. Ter Braake herinnert zich dat Schrevel geregeld bij de ambassade op bezoek ging. Steeds kwam hij terug met eenzelfde verhaal. ,,De Chinezen eisten dat we als Nederlandse maoïsten een eenheid vormden'', zegt hij. ,,Anders konden we steun, dat ging ook om geld, wel vergeten.'' Maar 's lands maoïsten vormden allerminst een eenheid. Naar goed Hollands gebruik hielden zich her en der splinters met een zwaar ideologisch profiel op. Zo was er de BNML in Amsterdam en de MLPN in Alkmaar (zie lijst met afkortingen). En in een poging al die splinters in één partij samen te brengen, besloot het MLCN haar naam te veranderen, zegt Ter Braake. ,,Alle maoïsten moesten zich bij ons aansluiten. Zo is de KEN (ml) ontstaan: we wilden, zoals de Chinezen dat vroegen, een eenheid zijn.'' En zo gebeurde het dat op het tweede congres van het MLCN , januari 1970, de KEN (ml) werd gevormd. Gerrit Kolthof, afdelingssecretaris in Nijmegen en aanwezig bij de oprichting van de KEN (ml): ,,De naam en de ambitie veranderden maar verder bleef alles hetzelfde: het Landelijk Komitee, het ledenbestand, de naam van partijblad De Rode Tribune, de positie van Peter M. in de landelijke leiding. De KEN (ml) was een kopie van het MLCN .''

Wat de KEN (ml)-kameraden niet wisten, was dat de CIA de Chinese ambassade in Den Haag permanent afluisterde, met logistieke steun van de BVD . Dat gebeurde via na inbraak geplaatste microfoons, die zelfs tot de codekamer van de ambassade wisten door te dringen. Deze operatie - Red Herring - leverde volgens De Graaff en Wiebes in Villa Maarheeze,,informatie van onschatbare waarde'' op.

En het werd een feest toen de CIA januari 1969 een volgende vangst deed. Waarnemend zaakgelastigde Liao Ho-Shu, tot dan toe onder meer belast met de steunverlening aan maoïstische partijen in Europa, liep over naar de Amerikanen. Ter Braake herinnert zich de man eenmaal te hebben ontmoet. De CIA zou hem zeventien maanden verhoren, aldus de Amerikaan Wendell Minnick in Spies and Provocateurs (1992). Ho-Shu legde onder meer uit dat Den Haag ,,het Chinese centrum voor spionage in Europa was'', en dat hij zich had beziggehouden met ,,de organisatie van agenten-netwerken in Nederland''. Met deze informatie wisten de Amerikanen wel raad, zegt Wiebes: nu wisten ze, met topspecialist Cleveland Cram in de Haagse gelederen, precies welke maoïstische partijen object van contraspionage moesten worden - de KEN (ml) viel daar vanzelf onder. Het versterkte de BVD in zijn pogingen de Hollandse maoïsten verdeeld te houden. De KEN (ml) zou haar belangrijkste oogmerk, alle splinters bijeen brengen, nooit realiseren. 

Maar na de havenstaking van najaar 1970 deden die splinters er ineens niets meer toe. De KEN (ml) slokte alle aandacht op. De nieuwe activisten (lid mochten ze niet meteen worden) meldden zich bij honderden, vooral vanuit de universiteiten van Nijmegen, Utrecht en Tilburg. Vrije Volk-journalist Koos van Zomeren was een van hen. Hij was zo geïmponeerd door de staking dat hij de 'corrupte' journalistiek verliet om zich geheel aan de zaak van Mao te wijden. Ook de huidige Moskouse entrepreneur Derk Sauer (in de jaren tachtig hoofdredacteur van Nieuwe Revu) trad toe. En er meldde zich een piepjonge, achttien pas, Jan Marijnissen uit Oss. Een functie van belang vervulde hij destijds niet in de partij, maar ,,strijdbaar en leergierig'' was hij zeker, aldus Gerrit Kolthof, secretaris in Nijmegen. ,,Hij was bloedserieus met de partij bezig en werkte verschrikkelijk hard.'' De plotselinge populariteit van de KEN (ml) had ook voor de BVD consequenties. Het maakte van de partij een onbeheersbare organisatie, zoals De Graaff en Wiebes ook in Villa Maarheeze schrijven. Dus toen najaar 1970 een nieuwe landelijke leiding werd gekozen (die tegen de zin van de BVD bovendien werd uitgebreid van vijf naar acht leden), was BVD- infiltrant Peter M. geen kandidaat meer.

Er gebeurde nog iets wezenlijks. Terwijl de BVD de KEN (ml)-leiding moest loslaten, stapte de Chinese partijleiding er in - en de CIA keek toe. Want na de staking kregen Monjé en Schrevel het bericht van de Haagse ambassade dat ze welkom in Peking waren. ,,Er werd zeer geheimzinnig over gedaan'', zegt Ter Braake.

In Peking kreeg het duo, vertelden ze na thuiskomst, eindelijk financiële steun toegezegd. Volgens schrijver Koos van Zomeren - die in Nijmegen partijbons was geworden - ging het om enige tienduizenden dollars, volgens zijn Nijmeegse kameraad Gerrit Kolthof betrof het zo'n vierhonderdduizend gulden. Het geld moest enkele weken na het bezoek worden opgehaald in de haven van Kopenhagen. Ter Braake: ,,Met de kennis van vandaag vraag ik me wel af waarom dat geld uit Kopenhagen moest komen, en waarom niet gewoon uit Peking, of uit de ambassade in Den Haag. En waarom waren het eigenlijk dollars?'' Daan Monjé bewaarde de biljetten op het partijbureau ,,in het vriesvak van de koelkast'', zegt Ter Braake. Hij weet het nog precies omdat Monjé onmiddellijk in actie kwam toen de dollar voorjaar 1971 een spectaculaire devaluatie onderging. ,,Toen heeft hij dat vriesvak leeggehaald en is-ie als een speer naar de bank vertrokken.'' En kort daarna werd de partijdrukkerij met het geld vernieuwd, zegt Ter Braake. ,,Daar heeft de SP nog jaren van geprofiteerd.''

Eindeloos kunnen oud- KEN (ml)'ers praten over de dramatische ondergang van de partij waaruit de SP opbloeide - en of de BVD daarin ook de hand had. Een curieuze geschiedenis was het zeker. Eerst vlogen, op het toppunt van hun roem, Nico Schrevel en Daan Monjé elkaar zomer 1971 in de haren. Schrevel had Mao's massalijn ondermijnd, meende Monjé, toen hij stelde dat het voor de partij goed was als arbeiders soms een boek lazen. De partijleider werd onderwerp van een onverhoedse aanval. ,,Ineens lag de beschuldiging op tafel dat ik voor de BVD werkte omdat ik de werklust van de kameraden ondermijnde'', zegt Schrevel. ,,Ik was zo vertrouwd met Daan dat we na de vergadering nog samen naar Rotterdam zijn gereden. Ik heb gezegd: Daan, als het zo moet stop ik er helemaal mee. Daan zei helemaal niets meer.'' Schrevel stapte op, Monjé kreeg het merendeel van de partij achter zich - maar besloot er vervolgens ook uit te stappen. Onbevattelijk gedrag, zeggen vrijwel alle toenmalige betrokkenen. Maar tijd voor nadenken was er niet, en Monjé, de onbetwiste leider, deed weer een sprong voorwaarts. Hij nam zijn volgelingen in de KEN (ml) mee en stichtte 10 oktober 1971 een nieuwe partij met alweer een onmogelijke afkorting: KPN/ML .

Vaststaat dat de BVD ook toen nog op de eerste rij zat. Schrijver Koos van Zomeren, een van Monjés volgelingen, vernam het later van zijn vader. ,, Hij was adjudant bij de Luchtmacht en werkte tijdelijk als secretaris van de kazernecommandant op Schaarsbergen. Toen ik allang uit de politiek was verdwenen heeft hij me verteld dat hij tussen de stukken van zijn baas een door de BVD opgesteld verslag van de oprichtingsvergadering had aangetroffen. Och, het verbaasde me niet.''

Een half jaar later veranderde de partij haar naam in SP . Politicoloog Gerrit Voerman, specialist in klein links, oordeelde in 1986 na onderzoek dat de SP in feite een directe voortzetting van de KEN (ml) was: ,, De SP zette (...) de theoretische lijn en het praktische werk van de KEN (ml) voort.'' Het streven naar de maoïstische revolutie verdween pas nadat Daan Monjé in 1986 overleed, en Jan Marijnissen partijleider werd. Over de onstaansgeschiedenis van de KEN (ml) zegt Marijnissen: ,, Duidelijk moet zijn dat de huidige SP hier buiten staat. En ook dat de meeste mensen die destijds actief waren dat met de beste bedoelingen hebben gedaan. Wij danken de BVD dan ook voor alle verleende steun in onze strijd. Dit soort dingen kan in een democratische samenleving natuurlijk van geen kanten. Ik wil graag van de minister van Binnenlandse Zaken vernemen hoe dit in elkaar heeft gezeten. Ik wil ook weten of de BVD in het verleden meer van dit soort operaties heeft uitgevoerd. Laat nu alles maar op tafel komen.''

Gebruikte afkortingen:

MLCN : Marxistisch-Leninistisch Centrum Nederland 

KEN (ml): Kommunistische Eenheidsbeweging Nederland (marxisties-leninisties)

KPN/ML : Kommunistische Partij Nederland/Marxistisch- Leninistisch

SP : Socialistiese Partij, vanaf 1987 

Socialistische Partij BNML : Bond van Nederlandse Marxisten-Leninisten

MLPN : Marxistisch-Leninistische Partij Nederland

https://retro.nrc.nl/W2/Nieuws/1999/02/20/Vp/z.html




zaterdag 27 maart 2021

Waarom de Nederlandse Democratie Niet Functioneert

 

Fluistercampagne van partijtop tegen ‘labiele’ Omtzigt bedreigt stabiliteit CDA

De partijtop van het CDA heeft het populaire Kamerlid Pieter Omtzigt bewust zoveel mogelijk buiten de verkiezingscampagne gehouden. Dit bevestigen ingewijden aan HP/De Tijd, die spreken van een situatie waarin de ‘nummer twee’ van het CDA al langere tijd wordt ‘gedoogd’ binnen de partij. Omtzigt zit inmiddels ‘diep in het rood’ thuis en voelt zich de steek gelaten. Leden van de partijtop maken zich zelfs schuldig aan een fluistercampagne tegen Omtzigt en schilderen hem bewust af als ‘labiel’. Dit vormt volgens Ton F. van Dijk een bedreiging voor de stabiliteit van het CDA.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door:Ton F. van Dijk

Omtzigt, razend populair onder kiezers, kreeg bij de verkiezingen vorige week vele honderdduizenden voorkeurstemmen. Een beloning voor zijn ongekende vasthoudendheid in de Toeslagenaffaire, waar hij het als een parlementaire pitbull opnam voor de slachtoffers en hij niet bezweek voor de druk van het kabinet om in deze affaire gas terug te nemen en zo de coalitiebelangen te dienen. 

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal. 

Kies een lidmaatschap

Daarbij werd Omtzigt óók dwars gezeten door ministers van het CDA, die met collega’s binnen het kabinet spraken over hoe om te gaan met het kritische Kamerlid uit Twente. 

Zo werd volgens NRC-analist Tom Jan Meeus zelfs in de Trêveszaal gesproken over het ‘probleem’ Omtzigt en stemden CDA ministers Hugo de Jonge en Wopke Hoekstra tegen openbaarmaking van de notulen van de ministerraad uit angst dat bekend zou worden dat zij hadden meegedaan aan een gesprek over het ‘temperen’ van partijgenoot Omtzigt.

Meeus schrijft daarover: “Door openbaarmaking kon bekend worden dat, volgens bronnen met kennis van de notulen, het partijkopstukken als Hugo de Jonge en Wopke Hoekstra waren die zomer 2019 zouden hebben meegepraat over het temperen van Omtzigt.”

In een recent interview in de Leeuwarder Courant formuleerde Omtzigt het zelf als volgt: “Ik ben vier jaar voorgelogen door het kabinet dat ik heb gesteund. Ja hallo. Dat is me niet in de koude kleren gaan zitten. Er is iets in mij geknapt dat nog niet is hersteld.” Het CDA-Kamerlid gaf daarbij aan ‘diep in het rood’ te zijn beland. 

Ik ben vier jaar voorgelogen door het kabinet dat ik heb gesteund. Ja hallo. Dat is me niet in de koude kleren gaan zitten. Er is iets in mij geknapt dat nog niet is hersteld.

Pieter Omtzigt in de Leeuwarder Courant

Daags na de voor het CDA desastreus verlopen verkiezingen – de partij eindigde als vierde met 15 zetels – liet Omtzigt via zijn Twitter-account weten het voorlopig rustig aan te zullen doen: “Het herstel kost mij langer en ik heb in de afgelopen weken toch nog net te veel campagne proberen te voeren, soms tegen beter weten in.”

De nummer twee van het CDA was tijdens de campagne tamelijk ‘onzichtbaar’ als running mate van lijsttrekker Wopke Hoekstra. Omtzigt deed weliswaar een bescheiden tour langs de boekhandels om zijn nieuwe boek te promoten, maar werd niet aan de zijde van de lijsttrekker gezien.

Waar Hoekstra struikelde over een schaatspartij en zijn plan om de WW-duur te verkorten naar één jaar, pleitte Omtzigt voor een groter verhaal: Nederland heeft behoefte aan een nieuw sociaal contract, waarin afspraken worden gemaakt over hoe burgers en overheid zich fundamenteel tot elkaar verhouden. Partijleider Hoekstra liet echter veelzeggend weten het boek ‘niet van kaft tot kaft’ te hebben gelezen.

Partijleider Hoekstra liet echter veelzeggend weten het boek ‘niet van kaft tot kaft’ te hebben gelezen

Omtzigt wees er tijdens de signeersessies op dat de verkiezingen zijn verworden tot een ‘spelshow’ waarbij het niet langer gaat over de vraag welke visie écht nodig is voor Nederland. Daarbij maakte hij ogenschijnlijk geen uitzondering voor de aanpak van zijn eigen partij, hetgeen kwaad bloed zette bij de partijleiding.

De situatie is zo uit de hand gelopen dat de tweede man van het CDA zich bewust niet liet zien tijdens de eerste fractievergadering van de nieuwgekozen Tweede Kamerfractie van zijn partij. 

Inmiddels wordt in kringen van het partijbestuur een beeld gecreëerd van Omtzigt als iemand die ‘labiel’ is en niet in staat is een rol te spelen in het leiderschap van het CDA. De aanval van de partijtop op Omtzigt werd maandag ondermeer zichtbaar in een column van Wouter de Winther van De Telegraaf.

De Winther: “Wanneer de overwerkte Omtzigt terugkeert is onduidelijk. Het CDA zegt dat dit aan het Kamerlid zelf is. Op hoog niveau wordt rekening gehouden met maanden, gezien ervaringen met huilbuien, door de kamer vliegende projectielen en onbehoorlijke gesprekken waar zowel ambtenaren als bewindspersonen de afgelopen maanden mee te maken kregen.”

Huilbuien, door de kamer vliegende projectielen en onbehoorlijke gesprekken

Wouter de Winther in De Telegraaf

Het beeld dat ontstaat is dat van een ‘labiel’ politicus. Het directe gevolg van een ‘fluistercampagne’ van de CDA-top richting Omtzigt, zo bevestigt een bron met kennis van de situatie. Immers de informatie waarop De Telegraaf zich baseert kan alleen afkomstig zijn uit de boezem van het CDA en is volgens een andere bron ‘zwaar aangezet’ om Omtzigt zo te beschadigen.

Het CDA neemt daarbij grote risico’s. Los van het feit dat iedere burger snapt waarom Omtzigt na een ongekende politieke strijd – waarbij hij door zijn eigen bewindspersonen in het kabinet werd dwars gezeten – ‘overwerkt’ is, zal de strategie om de immens populaire politicus persoonlijk aan te vallen mogelijk als een boomerang terug keren in het gezicht van het partijbestuur en CDA-leider Wopke Hoekstra. 

Met alle politieke en persoonlijke gevolgen van dien. De kwestie vormt in potentie een bedreiging voor de stabiliteit van het CDA en daarmee voor iedere coalitie waaraan de partij deel zal nemen. Partijleider Hoekstra doet er dan ook goed aan in te grijpen en te zorgen dat de aanvallen op Omtzigt als ‘labiel’ politicus ophouden.

Dat Omtzigt ‘diep in het rood’ zit, is niet meer dan begrijpelijk en mag nooit tegen hem worden gebruikt door zijn eigen CDA.

https://www.hpdetijd.nl/2021-03-23/fluistercampagne-van-partijtop-tegen-labiele-omtzigt-bedreigt-stabiliteit-cda/

zaterdag 28 november 2020

Extreem rechts Israël in Nederland: de hetze tegen Sigrid Kaag (3)

 


Extreem rechts Israël in Nederland: 

de hetze tegen Sigrid Kaag (3)

Op dinsdag 24 oktober staat minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking al bijna op het bordes met haar collega ministers van het kabinet Rutte III. De gebruikelijke screening van ministers heeft blijkbaar ook niets opgeleverd. Niet dat dit de hetze tegen Kaag enigszins doet kalmeren want op deze dag doet Likoed Nederland, de zusterorganisatie van de in Israël regerende Likud partij van Netanyahu, een laatste wanhopige oproep: ‘Geen terroristenvereerder in het nieuwe kabinet’. Likoed Nederland is een bekende speler op dit terrein die zich vooral manifesteert in de media met het demoniseren van de Palestijnse samenleving en vaak onterechte antisemitisme beschuldigingen. De hele organisatie lijkt overigens uit één man te bestaan, de oud VVD senator Tom Struyk Van Bemmelen.

Van Bemmelen somt in zijn aanklacht tegen Kaag alle eerdere ‘argumenten’ op, inclusief het ‘Netanyahu is een racist’ citaat, echter de kern van zijn betoog is – zoals bij de column van Bas Paternotte op Geenstijl al te zien viel – Kaags relatie via haar echtgenoot tot terrorist Yasser Arafat. Nieuw hierbij is dat in een uitzending van Tegenlicht uit 2015 over Kaag is gebleken dat zij in de woonkamer een foto van het hele gezin met Arafat heeft staan. Vandaar de kwalificatie terroristenvereerder en van Bemmelen haalt zelfs de kinderen van Kaag erbij die ‘pro-terrorisme’ zouden worden opgevoed. Dat het nog hysterischer kan bewijst het extreem rechtse haatblog De Dagelijkse Standaard die de benoeming van Kaag als antisemitisch bestempelt op basis van het artikel van Likoed.

Deze wel hele flagrante poging tot karaktermoord valt zelfs de MSM op en Tom-Jan Meeus van het NRC schrijft er een column over waarin hij de overdreven en ridicule beschuldigingen weerlegt. Zoals eerder hier vermeld werkte de echtgenoot van Kaag voor Arafat ten tijde van het ‘vredesproces’ vanaf 1993 in welk jaar Arafat – ontegenzeggelijk een voormalig terrorist – de nobelprijs voor de vrede voor kreeg. Binnen de extreem rechtse pro-Israël propaganda geldt echter het adagium dat ‘eens een terrorist altijd een terrorist’ en is de uitgangspositie dat alle Palestijnen in eerste instantie terroristen zijn, zelfs kinderen.

Het ‘eens een terrorist altijd een terrorist’ argument is natuurlijk wel lachwekkend indien Likoed als organisatie dat oppert. De oprichter van Likud in 1973, de latere premier Menachem Begin, was namelijk zelf een terrorist. Voor het uitroepen van de staat Israël in 1948 was hij als leider van de terroristische Joodse organisatie de Irgun verantwoordelijk voor bomaanslagen en liquidaties waarvan de bomaanslag op het King David Hotel in 1946 waarbij 91 doden waaronder 17 Joodse slachtoffers de meest beruchte is. Misschien heeft Tom van Bemmelen wel een foto van Begin in zijn huiskamer hangen, hij werd immers net als Arafat na zijn terroristische carrière premier en internationaal staatsman.

In een hetze gelden argumenten echter niet en gaat het erom zoveel mogelijk te framen. En de foto van Kaag met gezin met Arafat is natuurlijk gemakkelijk scoren.

 

Op zaterdag 28 oktober wanneer Kaag inmiddels al beëdigd is, publiceert de Pro-Palestijnse organisatie The Rights Forum het artikel met het verhaal van ex CIDI medewerker Cnaan Lihpshiz die achter het persbericht van JTA zat. Het lijkt er op dat pro-Israël lobyiste, ex-CIDI directeur en hoofdredacteur van het Nieuw Israëlitisch Weekblad Esther Voet als insider hier van het begin af aan van op de hoogte is geweest. Hoewel zij op twitter ook van het begin af aan betrokken is bij het aanzwengelen van de hetze tegen Kaag en daarbij zelfs insinueert dat Kaag een antisemiet zou zijn, blijft zij opvallend terughoudend ten opzichte van het lasterlijke JTA persbericht. Voet die zich graag als gematigd voordoet, distantieert zich op twitter ook van het stuk van Likoed  en gaat er prat op dat haar eigen stuk dat de vrijdag ervoor verscheen gedaan is op basis van eigen onderzoek

Dat stuk Sigrid Kaag in vijf vragen blijkt een wat minder opzichtig maar toch lasterlijk stuk vol insinuaties. Zo komt Voet nu expliciet naar buiten met de beschuldiging dat Kaag een voorstander van de BDS-beweging is. Iets dat bas Paternotte de zondag ervoor nog impliciet suggereerde. Voet levert geen enkel bewijs voor deze beschuldiging. Het enige doel hiervan is Kaag als extreem pro-Palestijns af te schilderen vanwege de extreme reputatie van deze beweging.

Hetzelfde geldt voor het zogenaamde eigen onderzoek dat Voet gedaan heeft. Dat blijkt een analyse van het twitteraccount van Anis al-Qaq @Jerusalem47, de echtgenoot van Kaag, te zijn. Daar valt eigenlijk helemaal niets over te zeggen want het is een vanaf 2012 amper gebruikt account (86 tweets) dat vanaf april 2015 al niet meer gebruikt is. Al Qaq tweet op dit account vrijwel geen meningen slechts artikelen. Voet zegt daarover: ‘Op dat account veel retweets van Electronic Intifada, een activistische BDS-organisatie, en veel meldingen over de carrière van zijn vrouw. Hij is opvallend neutraal over Hamas’. In totaal tweet al-Qaq die dus zelden zelf commentaar bij een tweet zet, 6 keer een artikel van Electronic Intifada van de 86 tweets in totaal. Van die 86 tweets zijn overigens 22 tweets artikelen van het centrum rechtse Jerusalem Post dus in welke zin zijn die 6 tweets veel? Voet schrijft hier ook dat Electronic Intifada een activistische BDS-organisatie is maar ook dat is niet waar. EI is een zelfstandig pro-Palestijns online platform dat niet aan BDS verbonden is. Het is natuurlijk de bedoeling om al-Qaq zo extreem mogelijk af te schilderen. Vandaar ook de laatste opmerking dat hij ‘opvallend neutraal tegenover Hamas’ zou staan. Van alle 86 tweets gaat er maar 1 over Hamas waarbij al-Qaq over een toespraak van Hamasleider Mashaal opmerkt: ‘Interesting to see how Hamas reacts’. De conclusies van Voets ‘onderzoek’ zijn verzinsels gebaseerd op niets.

Het gaat te ver Voets stuk op de nog verder ruimschoots aanwezige onterechte frames richting Kaag te analyseren op de laatste zin van het stuk na waarbij Voet op een bijzonder smerige manier de integriteit van de toekomstige minister ter discussie stelt. Kaag wordt namelijk verantwoordelijk voor het ontwikkelingsgeld dat naar de Palestijnse Autoriteit gaat. Die laatste betaalt vergoedingen aan de families van omgekomen Palestijnse terroristen. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat de internationale gemeenschap waaronder Nederland achteraf zou meebetalen aan het mogelijk in stand houden van Palestijns terrorisme. De internationale gemeenschap zou hier ook veel resoluter tegen op dienen te treden. Het is echter moeilijk voor de Nederlandse regering vanwege te weinig zicht op geldstromen binnen de PA om hier concreet iets tegen te doen. Voet schrijft hierover met betrekking tot Kaag de nieuwe minister:

Daarnaast is er nog altijd het hete hangijzer van de salarissen die door de Palestijnse Autoriteit worden uitbetaald aan de families van terroristen, waarvan de Tweede Kamer zich inmiddels bewust is. Het zal aan de oplettendheid van het parlement liggen om te monitoren of Kaag, direct of indirect, ‘douceurtjes’ die kant op zal proberen te sluizen.’

Een bijzonder lasterlijke uitsmijter. Wat minder schreeuwerig maar van hetzelfde niveau als de zwartmakerij van Likoed Nederland of Opiniez waarvan Voet zich voor de vorm distantieert.

Anderhalve week na de start van de hetze tegen Kaag pietert deze iets uit. Het laatste wapenfeit is een wederom nietszeggend stuk op Geenstijl over Kaag, het derde inmiddels (!), waarin auteur Constanteyn Roelofs, Kaag wegzet als ‘Palestijnse mol en Arabisch raspaard van Troje’, daarbij weer verwijzend naar het nietszeggende lasterlijke stuk van Esther Voet.

Kaag is inmiddels in functie dus wat heeft deze hetze nu opgeleverd en wat was de bedoeling ervan? Het antwoord daarop in het volgende en laatste deel. (wordt vervolgd)

https://batavirus.nl/2017/11/03/extreem-rechts-israel-in-nederland-de-hetze-tegen-sigrid-kaag-3/



zaterdag 24 maart 2018

Tom-Jan. Meeus en 'Links'

In de NRC van vandaag, zaterdag 24 maart 2018, beweert opiniemaker Tom-Jan Meeus:
Nieuw rechts moet oppassen niet de weg van links in de jaren zestig en zeventig te gaan. Dit verkwanselde zijn agenderende kansen destijds vaak met onderlinge verdeeldheid, waarna het door middenpartijen uit elkaar werd gespeeld. Intussen weigerde het in te zien dat de meeste Nederlanders redelijkheid boven radicaliteit verkiezen. En handelen boven haarkloverijen. 
Ook dit laatste is woensdag opnieuw gebleken.
Is deze voorstelling van zaken juist? Alleen wanneer de lezer gelooft dat wij in een democratie leven, waarin een progressieve meerderheid daadwerkelijk de macht bezit om fundamentele veranderingen in het economische en financiële bestel door te voeren. In werkelijkheid begon in de jaren zeventig de economische en financiële elite in de kapitalistische 'democratieën' terug te vechten tegen de gematigd progressieve initiatieven van de hervormingsgezinden. Het vuile en zware werk werd in toenemende mate naar lage lonen landen verplaatst, waar bovendien de milieuwetgeving nauwelijks of niet bestond. Daardoor konden de winsten van wat toen nog 'het grootkapitaal' werd genoemd nog meer stijgen dan voorheen. Bovendien kon de invloed van westerse vakbonden drastisch worden ingeperkt door het dreigement dat als zij hun eisen niet naar beneden afstelden, het werk zou worden ge-outsourced. Ondertussen bedreigde ook de automatisering steeds meer de positie van de middengroepen in de dienstensector. Als er al sprake was van 'radicaliteit' dan was het de radicalisering van de ware macht in de toenmalige verzorgingsstaat, die door haar neoliberale ideologie van  deregulering en privatisering niet meer de samenleving in haar geheel  als uitgangspunt had, maar het maximaliseren van de eigen winsten. Gaandeweg werd het socialisme voor de kansarmen vervangen door het socialisme voor de rijken. De mainstream-media speelden in dit proces een doorslaggevende rol door dit ingrijpende neoliberale radicalisme te blijven rechtvaardigen. Met als gevolg dat geruime tijd 'de meeste Nederlanders redelijkheid boven radicaliteit' leken te 'verkiezen.' Maar daaraan is nu met de opkomst van 'nieuw rechts' en zijn 'populisten' een voorlopig einde gekomen. Dat beseffen Tom-Jan Meeus en zijn mainstream-collega's evenwel nog niet. Opnieuw hollen ze achter de feiten aan. Zij beseffen nog steeds niet welke radicale verandering er voor hun ogen en onder hun neus zich heeft voltrokken. Wonderlijk nietwaar, hoe de mainstream-journalist ziende blind kan zijn. 


  

dinsdag 1 maart 2016

NRC. EEN WITTER DAN WIT BOLWERK

Uit het colofon van NRC Handelsblad blijkt, tenzij ik mij ernstig vergis, dat geen enkel redactielid van de krant puur 'allochtoon' is, zoals dit zo stigmatiserend heet. Hoe is dit te verklaren? Immers,  'Zo'n 21,4 procent van de Nederlandse bevolking is allochtoon.' Wat heeft de NRC-readactie tegen 'allochtoonse' Nederlanders van wie de ouders uit andere culturen komen? Als een Belg hoofdredacteur kan worden, moet er toch ook één 'allochtoonse' Nederlander redactielid kunnen worden, nietwaar? Het wordt kleur bekennen voor NRC Handelsblad. Als de redactie een representatieve afspiegeling was geweest van de Nederlandse samenleving dan was tenminste een vijfde 'allochtoon.'  


Colofon

Adressen redactie
Amsterdam:
Postbus 20673, 1001 NR Amsterdam
Bezoekadres: Rokin 65, 1012 KK Amsterdam
Telefoon (020) 755 3000
Fax redactie: (020) 7553939
Fax uitgeverij: (020) 7553940
Den Haag:
Postbus 909, 2501 CX
Bezoekadres: Spui 1-I
Telefoon (070) 311 83 00
Fax (070) 361 51 39
Internet: www.nrc.nl
Twitter: @nrc en @bestevanhetweb
Facebook: nrc.nl op Facebook
E-mail: nrc@nrc.nl.

NRC Handelsblad:

Hoofdredactie:
Peter Vandermeersch (hoofdredacteur)
Marcella Breedeveld (plaatsvervangend hoofdredacteur)
Egbert Kalse (adjunct-hoofdredacteur)
Marike Stellinga (adjunct-hoofdredacteur)
Eindredactie:
Ward op den Brouw
Hans Buddingh’
Joyce Roodnat
Herman Staal
Merel Thie
Merijn de Waal
Documentatie:
Marianne Vermaak
Bertie Vielvoye
Commentatoren:
Juurd Eijsvoogel
Folkert Jensma
Mark Kranenburg
John Kroon
Joyce Roodnat
Maarten Schinkel
Menno Tamminga
Opinie:
Hans Nijenhuis (chef)
Marc Chavannes
Joost van der Vaart
Steven de Jong
Onderzoeksgroep:
Jan Meeus (chef)
Hanneke Chin
Joep Dohmen
Hugo Logtenberg
Merijn Rengers
Esther Rosenberg
Derk Stokmans
Binnenland:
Patricia Veldhuis (chef)
Bart Funnekotter (plv. chef)
Karel Berkhout
Raymond van den Boogaard
Japke-d. Bouma
Michiel Dekker
Marcel Haenen
Elsje Jorritsma
Jannetje Koelewijn
Andreas Kouwenhoven
Saskia van Loenen (Amsterdambijlage)
Daniëlle Pinedo
Arlen Poort
Freek Schravesande
Arjen Schreuder
Enzo van Steenbergen
Juliette Vasterman
Kees Versteegh
Ingmar Vriesema
Hans Wammes
Frederiek Weeda
Correspondenten binnenland:
Bas Blokker (Amsterdam)
Sheila Kamerman (Rotterdam)
Wubby Luyendijk (Groningen)
Karin de Mik (Leeuwarden)
Paul van der Steen (Maastricht)
Annette Toonen (Enschede)
Anne Vegterlo (Utrecht)
Esther Wittenberg (Den Bosch)
Politiek en Bestuur:
Erik van der Walle (chef)
Annemarie Kas (plv. chef)
Petra de Koning
Mark Kranenburg
Tom Jan Meeus
Thijs Niemantsverdriet
Emilie van Outeren
Christiaan Pelgrim
Jos Verlaan
Philip de Witt Wijnen
Zaterdagkrant:
Michel Kerres (chef)
Joke Mat
Hans Steketee
Marjoleine de Vos
Projecten:
Dick van Eijk
Buitenland:
Elske Schouten (chef)
Jaap Bloembergen (plv. chef)
Toon Beemsterboer
Wim Brummelman
Juurd Eijsvoogel
Wilmer Heck
Marc Leijendekker
Paul Luttikhuis
Maartje Somers
Hubert Smeets
Floris van Straaten
Ykje Vriesinga
Correspondenten buitenland:
Stepháne Alonso (Brussel)
Joeri Boom (New Delhi)
Steven Derix (Moskou)
Kjeld Duits (Tokio)
Melle Garschagen (Jakarta)
Oscar Garschagen (Shanghai)
Caroline de Gruyter (Wenen)
Diederik van Hoogstraten (Los Angeles)
Titia Ketelaar (Londen)
Marloes de Koning (Istanbul)
Frank Kuin (Montreal)
Gert van Langendonck (Kaïro)
Koert Lindijer (Nairobi)
Tijn Sadée (Brussel)
Roeland Termote (Boedapest)
Guus Valk (Washington)
Peter Vermaas (Parijs)
Bram Vermeulen (Kaapstad)
Frank Vermeulen (Berlijn)
Koen Greven (Madrid)
Derk Walters (Tel Aviv)
Kunst:
Paul Steenhuis (chef)
Dirk Limburg (plv. chef)
Peter de Bruijn (film)
Roelie Fopma
Claudia Kammer
Amanda Kuyper
Daan van Lent
Arjen Ribbens
Ron Rijghard
Sandra Smallenburg (beeldende kunst)
Mischa Spel (muziek)
Bianca Stigter
Herien Wensink (theater)
Coen van Zwol (film)
Economie:
Jochen van Barschot (chef)
John Hoogerwaard (plv.chef)
Mark Beunderman
Anne Dohmen
Simone van Driel
Mark Duursma
Chris Hensen
Teri van der Heijden
Marc Hijink
Carola Houtekamer
Eppo König
Joop Meijnen
Leonie van Nierop
Wouter van Noort
Renée Postma
Barbara Rijlaarsdam
Maarten Schinkel
Menno Tamminga
Jeroen Wester
NRC Q:
Freek Staps (chef)
Camil Driessen
Anouk van Kampen
Reinier Kist
Bas van Kooij
Annemarie Sterk
Oscar Vermeer
Sport:
Ward op den Brouw (chef)
Bart Hinke
Harry Meijer
Fabian van der Poll
Maarten Scholten
Rob Schoof
Henk Stouwdam
Steven Verseput
Media:
Stijn Bronzwaer (chef)
Hans Beerekamp
Jan Benjamin
Rosan Hollak
Wilfred Takken
Peter Zantingh
Wetenschap:
Hendrik Spiering (chef)
Lucas Brouwers
Ellen de Bruin
Marcel aan de Brugh
Wim Köhler
Hester van Santen
Dirk Vlasblom
Sander Voormolen
Achterpagina:
Paul Steenhuis (chef)
NRC Lux:
Monique Snoeijen (chef)
Lenny Gerdes
Rinskje Koelewijn
Milou van Rossum
Boeken:
Michel Krielaars (chef)
Elsbeth Etty
Arjen Fortuin
Bas Heijne
Bernard Hulsman
Toef Jaeger
Marianne Vermeijden
Vormgeving:
Christine Schille (art-director)
Paula van Akkeren (plv. chef)
Jade van Beek
Fiona Broese van Groenou
Robert Buizer
Doutsen Ebbendorf
Sanne van Griensven
Ingrid van Halteren
Viola Lindner
Claudia van Rouendal
Ank Swinkels
Reinout Versteeg
Miriam Vieveen
Jan Paul van der Wijk
Lars Zuidweg
Fotoredactie:
Evert Hermans (chef)
Miriam van ’t Hek
Pauke van den Heuvel
Joyce Siahaya
Natalia Toret
Robbert van Venetië
Studio:
Marien Jonkers (plv chef)
Pepijn Barnard
Roland Blokhuizen
Erik van Gameren
Fokke Gerritsma
Bart Grätz
Roos Liefting
Rik van Schagen
Stella Smienk
Productie:
Jade van Beek
Ron Fontijn

nrc.nl:

Wieland van Dijk (chef)
David Haakman (plv. chef)
Pim van den Dool
Anouk Eigenraam
Sterre van der Hee
Frank Huiskamp
Laura Klompenhouwer
Joost Pijpker
Mirjam Remie
Jules Seegers
Eva Smal
Casper van der Veen
Marije Willems
Vormgeving en techniek
Christian ten Hoope (coördinator)
Arjan de Jongh
Niels van Hoorn
Koen Smeets
Milo Vermeulen
Appie Verschoor
Eelke Hermens

Misschien dat Hanneke Chin-A-Fo onder de categorie 'allochtoons' valt, een Chinese Hollandse. 

Misschien ook Joyce Siahaya, een Molukse Hollandse. Hoe dan ook, vanuit representatief oogpunt zouden er tenminste tussen de 20 en 30 NRC-medewerkers 'allochtoon' dienen te zijn. Dus blijft de vraag: waarom is NRC Handelsblad een wit bolwerk? Ik zie dat de krant ook een heuse 'Onderzoeksgroep' heeft. Die zou dit tot op de bodem kunnen uitzoeken. Ik ben benieuwd wat het antwoord zal zijn. 




Kees van der Pijl. Zijn Nieuwe Boek