Zoeken in deze blog 🔎🔎

vrijdag 17 juli 2026

Het Parool, een krant die na de Tweede Wereldoorlog altijd fout is geweest

De internationaal meest gerespecteerde Nederlandse historicus Johan Huizinga sprak al een eeuw geleden van de kenmerkende  "knoeierij" van de Nederlander. In zijn essay De Nederlandse volksaard wees hij erop dat de mentaliteit in Nederland "tot grondtrek" heeft "dat het onheroïsch is."  Hier kent men de grootsheid van het verzet niet, zoals tijdens de Tweede Wereldoorlog bleek en vandaag de dag opnieuw blijkt. Huizinga: "Hoe kan het anders? Een staat, opgebouwd uit welvarende burgerijen van matig grote steden en uit tamelijk tevreden boerengemeenten, is geen kweekbodem voor hetgeen men het heroïsche noemt."

De massa collaboreert liever met de macht en dit verklaart ook het feit dat uit het zogenaamd "tolerante" Nederland procentueel tweemaal zoveel joodse burgers werd gedeporteerd als uit België en driemaal zoveel als uit Frankrijk. Huizinga:

"De eenheid van het Nederlandse volk is bovenal gelegen in zijn burgerlijk karakter." En uit deze collaborerende mentaliteit "sproten onze weinig militaire geest, de overwegende handelsgeest. Hypocrisie en farizeïsme belagen hier individu en gemeenschap! […] het valt niet te ontkennen, dat de Nederlander, alweer in zekere burgerlijke gemoedelijkheid, een lichte graad van knoeierij of bevoorrechting van vriendjes zonder protest verdraagt."

Al in een vroegtijdig stadium beschreef hij de consumptiecultuur als volgt in zijn essaybundel "Verspreide opstellen over de geschiedenis van Nederland": "De gemiddelde man met weinig tijd krijgt zijn noties aanhoudend en op velerlei wijzen aangepraat, en praat ze na. Indien men kon vergelijken, wat in het geestelijk leven van de enkeling, in een minder ontwikkelde beschavingsperiode dan de onze, de rol is geweest van eigen nadenken, eigen keuze, eigen uitdrukking, dan is het zeer de vraag, of onze tijd met zijn veelzijdige en steeds overvloedige belangstelling de prijs zou behalen. Het is niet, zoals de stormlopers tegen het intellect menen, de kennis, die schaadt, maar de intellectuele digestie, die hopeloos in de war is, alweer niet uitsluitend door de schuld van hen, die het geestelijk voedsel hebben op te dissen, maar ook door de omstandigheden die teweegbrengen, dat het te haastig en te heet verzwolgen wordt. De werkelijke belangstelling van het grote publiek is niet meer bij de werken des geestes, althans in veel mindere mate dan bij voorbeeld in de achttiende eeuw, toen het publiek veel kleiner, maar zijn gerichtheid veel intellectueler was. De ernst der massa's wordt tegenwoordig in toenemende mate besteed aan dingen, die een onvooringenomen cultuurwetenschap slechts als lagere spelvormen (er zijn ook zeer hoge) zou kunnen kwalificeren. Er heerst in de huidige wereld een georganiseerd puerilisme van mateloze omvang. Het kan soms schijnen, alsof de hedendaagse mensheid geen hogere gemeenschappelijke cultuurfunctie meer kent, dan met blijde of toornige blik in de pas te lopen.

In dit bewustzijn is het ongepast om de massamens op zijn persoonlijke verantwoordelijkheid aan te spreken. Maar wat heeft het individu anders dan dat? Immers, alleen het wijd verspreide collaborerende conformisme wordt in westerse democratieën rijkelijk beloond. De mens die zich onderwerpt aan de macht verkoopt zijn ziel tegen een zo hoog mogelijke prijs. Daarbij speelt een belangrijk psychologisch feit mee, namelijk een pathologisch gebrek aan zelfrespect. Burgers die daar wel over beschikken, zo schreef de grote Amerikaanse journaliste/schrijfster Joan Didion, "vertonen een zekere taaiheid, een soort morele lef; ze vertonen wat ooit karakter werd genoemd, een kwaliteit die, hoewel in abstracto goedgekeurd, soms terrein verliest aan andere, meer direct verhandelbare deugden," waaraan zij in het briljante essay toevoegt dat "karakter — de bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leven — de bron is waaruit zelfrespect voortkomt." Een karakterloos leven zonder waardigheid is volgens Didion "het optellen van de zonden van begaan en nalaten, het verraden vertrouwen, de subtiel gebroken beloften, de geschenken die onherroepelijk verspild zijn door luiheid of lafheid of onzorgvuldigheid. Hoe lang we het ook uitstellen, uiteindelijk gaan we eenzaam en alleen liggen in dat notoir ongemakkelijke bed dat we zelf opmaken. Of we er wel of niet in slapen, hangt natuurlijk af van het feit of we onszelf respecteren of niet."


Dit alles heeft ingrijpende consequenties voor zowel  het individu als de samenleving, want, zoals Didion terecht stelt: 


"Het gevoel hebben van iemands intrinsieke waarde dat, ten goede of ten kwade, zelfrespect vormt, is potentieel alles hebben: het vermogen om onderscheid te maken, lief te hebben en onverschillig te blijven. Het missen ervan is opgesloten zitten in jezelf, paradoxaal genoeg niet in staat tot liefde of onverschilligheid. Als we onszelf niet respecteren, zijn we aan de ene kant gedwongen degenen te verachten die zo weinig middelen hebben om met ons om te gaan, zo weinig inzicht dat ze blind blijven voor onze fatale zwakheden. Aan de andere kant zijn we ondergeschikt aan iedereen die we zien, merkwaardig genoeg vastbesloten om — aangezien ons zelfbeeld onhoudbaar is — hun verkeerde opvattingen over ons na te leven. We vleien onszelf door deze drang om anderen een plezier te doen als een aantrekkelijke eigenschap te beschouwen: een geschenk voor fantasierijke empathie, een bewijs van onze bereidheid om te geven.


Overgeleverd aan degenen die we alleen maar kunnen minachten, spelen we rollen die gedoemd zijn te mislukken voordat ze zijn begonnen, waarbij elke nederlaag nieuwe wanhoop veroorzaakt over de noodzaak om te voorspellen en te voldoen aan de volgende eis die aan ons wordt gesteld.


Het is niet verbazingwekkend dat The New York Times Book Review Joan Didion als "a great American writer" prees, met één van de "most recognizable — and brilliant — literary styles to emerge in America during the past four decades," een vrouw die het gebrek aan zelfrespect "alienation from self" noemde, aangezien "[w]ithout it, one eventually discovers the final turn of the screw: one runs away to find oneself, and finds no one at home." 


De "vervreemding van zichzelf" is het meest deprimerende proces dat ik de afgelopen vier decennia onder mijn generatiegenoten heb zien voltrekken. Om zoveel mogelijk in de smaak te vallen bij het grote onwetende publiek hebben politici en pers zich almaar laten prostitueren. Voor een handvol zilverlingen hebben de meesten van mijn vrienden en kennissen in de journalistiek laten omkopen en hebben ze zodoende vrijwillig meegewerkt aan de corrumpering van hun vak en hun samenleving, tot aan het punt dat niemand meer weet wat de normen en waarden van de "westerse beschaving" waren. Het gebrek aan zelfrespect, de algehele verloedering van zelfs de kunstwereld en de kerk wordt als normaal beschouwd. En op het moment dat men de ander hierop wijst — al was het maar om te voorkomen te worden meegesleurd met wat Huizinga het karakterloze ‘onheroïsche’ noemt — op het moment dat de waarheid niet langer meer genegeerd kan worden breekt de opgekropte haat in al zijn kracht los. De kleinburger kan de werkelijkheid niet meer accepteren. In plaats daarvan dienen er schuldigen te worden aangewezen, die uit de samenleving moeten worden verwijderd, en desnoods door de sterke arm moeten worden neergeschoten, zoals de militante populistische politica Mona Keijzer publiekelijk heeft verklaard. 


Zoals de auteur Milan Kundera ooit eens opmerkte, wenst de ‘mens zich een wereld waarin het goed en het kwaad duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn, want in hem huist het ingeschapen en ontembare verlangen te oordelen alvorens te begrijpen.’ Kundera wijst er daarbij op dat:


Je je de toekomst wel [kunt] voorstellen zonder de klassenstrijd of zonder de psychoanalyse, maar niet zonder de onweerstaanbare opkomst van pasklare ideeën die, ingevoerd in computers, gepropageerd door de massamedia, het gevaar met zich meebrengen binnenkort een macht te worden die elk oorspronkelijk en individueel denken verplettert en zo de werkelijke essentie van de Europese cultuur van onze tijd verstikt.


Als bewonderaar van Gustave Flaubert's werk schreef Milan Kundera dat 'het meest schokkende' in diens 'visie op de dwaasheid' het feit is dat ‘de dwaasheid niet vervaagt ten overstaan van de wetenschap, de techniek, de vooruitgang of het moderne, integendeel, met de vooruitgang gaat ook zij vooruit!’


In 1983 steldde Kundera tijdens een lezing in de hol van de leeuw, de Verenigde Staten, de vraag waar de obsessieve drang vandaan kwam om de wereld te willen overheersen: 


"Om rijker te zijn? Gelukkiger? Nee. De agressiviteit van het geweld is volmaakt ongeïnteresseerd, ongemotiveerd, ze wil alleen maar haar willen; ze is het zuiver irrationele. Kafka en Hasek confronteren ons... met deze reusachtige paradox: gedurende het tijdperk van de Moderne Tijd vernietigde de cartesiaanse rede één voor één alle uit de middeleeuwen geërfde waarden. Maar op het moment van de totale overwinning van de rede maakt het zuiver irrationele (het geweld dat niet meer wil dan z'n willen) zich meester van het wereldtoneel, omdat er geen enkel aanvaard waardesysteem meer is dat het in de weg zou kunnen staan."


Vanuit dit diepe inzicht wordt begrijpelijk waarom de mainstream-journalistiek niets anders doet dan het bedrijven van propaganda voor het heersende systeem, welk systeem dit ook moge zijn. Westerse journalisten functioneren doorgaans als priesters van het Vooruitgangsgeloof, dat niet zonder een vijand-beeld kan bestaan. En daarbij is het:


niet zo belangrijk dat in de verschillende organen van de media de verschillende politieke belangen tot uiting komen. Achter het uiterlijke verschil heerst een en dezelfde geest. Je hoeft de Amerikaanse en Europese opiniebladen maar door te kijken, van rechts zowel als links, van Time tot Der Spiegel: in al die bladen tref je dezelfde kijk op het leven aan, die zich in dezelfde volgorde waarin hun inhoudsopgave is opgebouwd weerspiegelt, in dezelfde rubrieken, dezelfde journalistieke aanpak, dezelfde woordkeus en stijl, in dezelfde artistieke voorkeuren en in dezelfde hiërarchie van wat ze belangrijk en onbeduidend achten. De gemeenschappelijke geestesgesteldheid van de massamedia, die schuilgaat achter hun politieke verscheidenheid is de geest van de tijd,


aldus Kundera, die deze simplistische en propagandistische kijk op de werkelijkheid lijnrecht stelt tegenover de complexiteit van de roman, met al haar subtiele gelaagdheden. Ook Gustave Flaubert verafschuwde het simplisme van de pers. Al in 1866 schreef de Franse auteur in een brief aan een bevriende dame: 


"U heeft het over de verdorvenheid van de pers; die maakt mij zo doodziek dat kranten me een regelrechte lichamelijke walging bezorgen. Ik lees liever helemaal niets dan die verfoeilijke lappen papier. Maar men doet al het mogelijke om er iets belangrijks van te maken. Men gelooft erin en men is er bang voor. Dat is de wortel van het kwaad. Zolang de eerbied voor het gedrukte woord niet uit de wereld is geholpen, komen wij geen stap verder. Breng het publiek de liefde voor het grote bij en het zal de kleine dingen in de steek laten, of liever gezegd het zal de kleine dingen zichzelf laten uitschakelen. Ik beschouw het als een van de gelukkigste omstandigheden van mijn leven dat ik niet in kranten schrijf. Het doet mijn beurs geen goed, maar mijn geweten vaart er wel bij en dat is het voornaamste."


Vijf jaar later liet hij in een brief aan George Sand weten: "De hele droom van de democratie bestaat uit het verheffen van de proletariër tot het domheidspeil van de burgerman. Die droom is al gedeeltelijk verwezenlijkt. Hij leest dezelfde kranten en heeft dezelfde hartstochten."

Na deze aanloop wil ik op een artikel in Het Parool van woensdag 15 juli 2026 wijzen van de Joodse zionist Gilad Perez over de Israelische "Oud-Legerleider Gadi Eisenkot," die nu als politicus "de rijdende ster [is] van de Israelische politiek." Zoals gebruikelijk probeert de zionistische correspondent Eisenkot te presenteren als een levensvatbaar alternatief voor de wegens oorlogsmisdaden gezochte oorlogssmisdadiger Netanyahu. Dat doet de correspondent Perez door doorslaggevende informatie te  verzwijgen om zodoende de Parool-lezer, zoals gebruikelijk in het verleden, op het verkeerde been te zetten. Perez verzwijgt in dit portret van Eisenkot dat ook Eisenkot een notoire oorlogsmisdadiger is. Zelf schreef ik 12 jaar geleden over deze schooier:


Zionist Fascism 116


Laat één ding duidelijk zijn: De Israelische strijdkrachten mikken bewust op Palestijnse burgerdoelen, het vermoorden van Palestijnse kinderen is geen vergissing, maar een bewuste militaire strategie van de zogeheten 'Joodse natie.' Voor soortgelijke misdaden werden de nazi-leiders na '45 in Neurenberg veroordeeld tot de strop. Dat het zionistisch regime bewust oorlogsmisdaden pleegt blijkt ondermeer uit de volgende verklaring van de Israelische commandant Gadi Eisenkot, GOC Northern Command,  die het volgende heeft verklaard:


"What happened in the Beirut suburb of Dahiya in 2006 will happen in every village from which shots are fired in the direction of Israel," Eisenkot said to journalists from Yedioth Ahronoth. "We will wield disproportionate power against every village from which shots are fired on Israel, and cause immense damage and destruction. From our perspective, these are military bases. This isn't a suggestion. This is a plan that has already been authorized."


Hence, in two short sentences, one of the Israel Defense Force's senior commanders stated, with the world as his witness, hisintention to violate the two central tenets of the international laws of war: the principle of distinction, which states that every time military force is used, it is imperative to differentiate enemy combatants from enemy civilians, and that attacks may be directed only at the former; and the proportionality principle, which states that even in attacks against enemy combatants, disproportional use of power is prohibited. 


It is important to understand this: The international legal definition of an illegal military attack is one directed at civilians, or one that involves a disproportional use of force. It was as if Eisenkot, then, was standing on a hilltop, declaring his intention to commit war crimes, yelling to passersby, "My intentions are biggest of all!"


Upholding international law is not a privilege or a choice. It does not bend and shift depending on the complexities of regional geopolitics. Israel, as an active and essential member of the global community, relying on support and friendship from nations worldwide, has a responsibility and obligation to uphold the highest international standards of conduct...


In case you're still thinking that we misunderstood the commander, that he meant something different, he then elaborated: "If there is firing [by Israel] into Shi'ite villages in Lebanon, that is the plan, aggressive shooting ... the possibility of harming the population is the only means for restraining [Hassan] Nasrallah."


Straight and to the point. Without the usual lip service of "IDF expresses condolences," or "in every war civilians are harmed." Eisenkot, contender on the new reality show "War Criminal Idol," was giving us a rare peek into the true goals behind the pulling of the trigger, goals usually clouded by a fog of operational and legal secrets. And these intentions are simple and clear, like the strategy of a terror organization: "to harm civilians until we achieve political goals."


Usually people hide their criminal intentions, because of the binding legal risk and moral embarrassment exposing them could cause. This is why the confessions of the street thief in the documentary were so interesting. This is why many thought that the film was a fraud. In Eisenkot's case, the situation is apparently simpler. He is not afraid and not ashamed."

Source: http://www.haaretz.com/hasen/spages/1027755.html


De Nederlandse Tweede Kamerleden weten dat Israel bewust terreur pleegt, ondermeer omdat ik de verklaring van Eisenkot al in 2009, vijf jaar geleden, naar de buitenland-woorvoerders van alle politieke partijen heb opgestuurd. Ook de EU-politici van Geert Mak's "Geen Jorwert zonder Brussel" weten dat Israel bewust terreur pleegt, evenals de NAVO dit weet. Maar de "Joodse staat" mag bewust terrorisme plegen omdat Israel "Joods" is, en als een huurlingenstaat van het Westen opereert. Een andere verklaring is ondenkbaar. Deze ontwikkeling heeft de Joodse politiek filosofe Hannah Arendt al in de jaren veertig van de vorige eeuw voorspeld. Het gebruik maken van de "Joden" in Israel voor de belangen van de Christelijke cultuur heeft van de zionisten, zoals Arendt terecht opmerkte, "shtadlones" gemaakt, de vroegere "hofjoden" die destijds de Christelijke machthebbers financieel ten dienste stonden, in de vergeefse hoop en verwachting beschermd te worden zodra de Joden weer eens de dupe dreigden te worden van het Christelijke antisemitisme. Joden dus in de zogeheten diaspora "die de zionisten ooit eens zo bitter hadden gehaat en zo fel hadden gehekeld. Nu kenden ook de zionisten politiek gesproken geen betere plaats meer dan de foyers van de machtigen en ze kenden geen betere basis voor hun overeenkomsten dan de goede diensten aan te bieden als agenten van buitenlandse belangen,"


aldus de profetische woorden van Arendt. 


"Als de joden in Palestina kunnen worden belast met de taak om voor een deel zorg te dragen voor de Amerikaanse belangen in dat gedeelte van de wereld dan zou inderdaad de fameuze uitspraak van opperrechter Brandeis nog bewaarheid worden: men moet een zionist zijn om een perfecte Amerikaanse patriot te zijn."


Hannah Arendt wees erop dat: "slechts dwaasheid kan een beleid dicteren dat vertrouwt op bescherming van een verre imperiale macht terwijl het de welwillendheid van de buren verspeelt." En nog steeds is haar retorische vraag actueel: "Welk programma hebben de zionisten te bieden voor een oplossing van het Arabisch-joodse conflict?" 


Al in 1948, het jaar van de stichting van de staat Israel, benadrukte zij in haar essay "Wapenstilstand in het Midden Oosten": "Vrede in het Midden-Oosten is essentieel voor de staat Israel, voor de Arabische bevolking en voor de westerse wereld… De keuze tussen werkelijke vrede en wapenstilstand is volstrekt niet alleen, of zelfs niet voornamelijk, een vraagstuk van buitenlandse politiek. De interne structuur van de Arabische staten als ook van de joodse staat zal er afhankelijk van zijn. Alleen maar een wapenstilstand zou de nieuwe Israelische staat dwingen om de gehele bevolking in een permanente staat van mogelijke mobilisatie te houden; de voortdurende bedreiging van gewapend ingrijpen zou noodzakelijkerwijs de richting van alle economische en sociale ontwikkelingen beïnvloeden en misschien uitlopen op een militaire dictatuur. De culturele en politieke steriliteit van kleine door en door gemilitariseerde naties is in de geschiedenis voldoende aangetoond. De voorbeelden van Sparta en soortgelijke experimenten zullen naar alle waarschijnlijkheid niet afschrikwekkend werken voor een generatie Europese joden die de vernedering van Hitlers slachthuizen proberen uit te wissen met de recent veroverde waardigheid van strijd en de triomf van een overwinning… Buitensporige uitgaven voor bewapening en mobilisatie zouden niet alleen de jonge joodse economie verstikken en het einde betekenen van de sociale experimenten van het land, maar ook leiden tot een groeiende afhankelijkheid van de gehele bevolking van financiële en andere steun van Amerikaanse joden...


"Joodse overwinningen worden niet beoordeeld in het licht van de huidige realiteit in het Midden-Oosten, maar in het licht van een zeer ver verleden. De huidige oorlog geeft iedere jood ‘zo’n genoegdoening als we in eeuwen niet hebben gekend, misschien niet sinds de dagen van de Makkabeeën’ (Ben-Goerion). Dit gevoel van een historisch momentum, deze vastberadenheid om deze recente gebeurtenissen te beschouwen als een definitief vonnis van de geschiedenis, wordt ongetwijfeld versterkt door succes, maar succes is niet de bron ervan. De joden trokken ten strijde tegen de Britse bezettingstroepen en de Arabische legers met de ‘geest van Masada,’ geïnspireerd door de leuze ‘of anders zullen we ten onder gaan,’ vastbesloten om elk compromis af te wijzen, zelfs ten koste van nationale zelfmoord. Vandaag de dag spreekt de Israelische regering van voldongen feiten, van het recht dat uit de loop van een geweer komt, van militaire noodzaak, van de wet van verovering, terwijl twee jaar geleden dezelfde mensen in het Joods Agentschap van gerechtigheid spraken en van de vreselijke behoeften van het joodse volk. De joden in Palestina hebben alles op één kaart gezet."

https://stanvanhoucke.blogspot.com/2014/07/zionist-fascism-116.html


En deze waanzin werd tot voor kort volmondig gesteund door de Westerse Politici, en de corrupte collega's van mij, die de Joden nog steeds als "hofjoden" misbruiken en zodoende de haat tegen deze schurkenstaat en zijn aanhangers bevorderen. Net als in het verleden. Door wie de uiteindelijke rekening zal worden betaald is niet moeilijk te raden.


 Joodse voetballer. Rechts Joodse politici.

 Joodse correspondent. Later meer hierover.



Geen opmerkingen:

Het Parool, een krant die na de Tweede Wereldoorlog altijd fout is geweest

De internationaal meest gerespecteerde Nederlandse historicus Johan Huizinga sprak al een eeuw geleden van de kenmerkende   "knoeierij...