Zoeken in deze blog 🔎🔎

vrijdag 7 mei 2010

Ron en Rosa van der Wieken 4

Ron en Rosa van der Wieken: 'er [zijn] joden zowel in als buiten Israel die onder invloed van de permanente anti-Israelische stemming in de wereldpers de mening zijn toegedaan dat de Israelische staatsmoraal tot de meest verdorvene ter wereld behoort.'

De Joods-Israelische hoogleraar Benjamin Beit-Hallahmi wees in zijn boek Original Sins. Reflections on the History of Zionism and Israël op het volgende:

De Israëlische definitie van nationaliteit en burgerschap maakt vreemdelingen van de diaspora-joden overal in de wereld in het land waar ze leven behalve in Israël; tegelijkertijd maakt het van Palestijnen die in Israël leven, vreemdelingen in hun geboorteland.

In feite komt het hier neer op het loyaliteitsvraagstuk. De vraag was, is en blijft: wie bepaalt wie en wat een jood is? En daaraan gekoppeld: mag een jood zelfstandig bepalen tot welk volk hij precies hoort?

Het hoofdstedelijke echtpaar Rosa en Ron van der Wieken is daar uitgesproken duidelijk in: joden buiten Israel behoren tot maar één volk, het Joodse volk, en dienen dus allereerst loyaal te zijn aan hun eigen volk, en hun eigen land en pas dan aan het volk en het land waar zij leven. Vandaar dat het -- volgens Ron en Rosa -- de joden

[telkens weer] frappeert en verbijstert als ‘één van ons’, zich tegen ons keert. Het wordt gevoeld als verraad en komt daardoor harder aan dan anti-joods gedrag van niet-joden.

Een folie à deux. Opmerkelijk is dat hun redenering dezelfde is die antisemieten gebruiken om joodse landgenoten te kunnen stigmatiseren en te kunnen afbeelden als een vijfde colonne. Die antisemitische parallel loopt door wanneer het echtpaar Van der Wieken het doet voorkomen alsof joden geen universele moraal erop na kunnen houden. Ze beweren namelijk dat 'er joden [zijn] zowel in als buiten Israel die onder invloed van de permanente anti-Israelische stemming in de wereldpers de mening zijn toegedaan dat de Israelische staatsmoraal tot der meest verdorvene ter wereld behoort.' Afgezien van het feit dat hier een karikatuur wordt gegeven van joodse kritiek op de permanente Israelische schendingen van het internationaal recht, blijkt uit deze stelling dat Ron en Rosa ervan overtuigd zijn dat joden niet zelfstandig tot een ander oordeel kunnen komen dan het oordeel dat zijzelf hebben. Internationele rechtsregels, universele normen en waarden spelen geen rol in hun wereldbeeld, alleen de loyaliteit met de 'Joodse staat' is voor hen het doorslaggevend criterium. De joodse critici van Israel zijn niet in staat zelfstandig een 'eerlijke overtuiging' te ontwikkelen, hun oordeel kan alleen het product zijn 'van een door de omringende niet-Joodse wereld opgedrongen mening die -- op een al of niet pathologische voedingsbodem -- leidt to zelfhaat.'

Met andere woorden: joodse critici van Israel lijden aan 'zelfhaat', want zij kunnen zich niet zelfstandig een moreel oordeel vormen over handel en wandel van de 'Joodse staat'. De jood is kennelijk niet handelingsbekwaam, kan niet zelfstandig denken. Het is precies deze redenering die de nazi's gebruikten om de joden af te beelden als een inferieur slag mensen, als pestbacillen die uiterst besmettelijk konden zijn. Wat we hier bovendien zien is dat de antisemiet de jood tot jood maakt. De antisemiet kan net zo min bestaan zonder de jood als Ron en Rosa kunnen bestaan zonder de antisemiet.

Elk sectarisme sluit de eigen verantwoordelijkheid uit, het individu doet wat de gemeenschap hem oplegt, het is een gesloten wereldbeeld waaruit dissidenten verbannen worden, het is de realiteit van 'de schetterende consensus, de wereld van de eensgezinden' (Kertesz). Deze pathologie leidt onvermijdelijk tot verdere afsplitsingen, schisma's tot de laatste gelijkhebber helemaal alleen zelf het licht moet uitdoen. Ik heb dit radicaliseringsproces in de eerste helft van de jaren tachtig van nabij gevolgd bij de Amsterdamse kraakbeweging. Het stemt treurig. Gesloten wereldbeelden vernietigen zichzelf omdat angst niets schept behalve chaos. Het was Nobelprijswinnar Imre Kertesz die in De verbannen taal de conformist aldus beschreef:

Als hij zich maar ergens aan vast kan klampen, zodat hij zijn eenzaamheid en sterfelijkheid kan vergeten. Voor dit doel biedt de ideologie hem een complete wereld, mits hij tot compromissen bereid is. Die wereld is weliswaar kunstmatig, maar zij behoedt hem voor het grootste gevaar dat de mens bedreigt: de vrijheid. Ik weet niet wie het was die voor het eerst de term 'gesloten maatschappij' gebruikte, maar er is moeilijk een betere term te vinden om de wereld te beschrijven die zich in haar relativiteit als absolute en enige werkelijkheid presenteert. Wie uit deze wereld stapt, verliest zijn thuis. Hij verliest zijn schuilplaats, zijn bedreigde geborgenheid, zijn met prikkeldraad omgeven zekerheid. Hij gaat op reis, al is het in figuurlijke zin, en hij weet niet waarheen; slecht één, ding is zeker: de reis voert hem steeds verder weg van alle plaatsen waar hij thuis is, van alle toevluchtsoorden.

Net als elke ideologie duldt het zionisme geen eigen oordeel. Meer over het echtpaar Rosa en Ron van der Wieken later.





donderdag 6 mei 2010

Ron en Rosa van der Wieken 3

Cardioloog Ron van der Wieken: 'veel antisemitische organisaties [worden] geleid door joden...'


De radicalisering van een overigens behoudend echtpaar als Ron en Rosa van der Wieken is onvermijdelijk geweest. Ron en Rosa behoren tot de geschoolde middenklasse, hij is cardioloog en zij is VVD-raadslid geweest, die zichzelf aanprijst als Independent Writing and Editing Professional. Beiden voelen zich allereerst joods, zonder dat ze daarbij fundamentalistisch zijn. In smaak en gewoonten verschillen ze niet van anderen uit hun milieu. Wel hebben ze een obsessie en die heet Israel. En naar mate de 'Joodse staat' almaar extremistischer werd, werden ook de Van der Wiekens steeds radicaler in hun opvattingen. Zo erg zelfs dat ze zich nu door bijkans de hele wereld bedreigd voelen, inclusief door keurige joodse Nederlanders uit hun eigen klasse die vanuit een humanistisch perspectief de Israelische schendingen van het internationaal recht met klem afwijzen. Dat mag niet van Ron en Rosa, want een beroep doen op internationale rechtsregels is in hun ogen 'antisemitisch' omdat Israel daarmee fundamenteel bekritiseerd wordt. In dat geval is er sprake van 'verraad' om de simpele reden dat ‘één van ons, zich tegen ons keert.'

Het is een bekend fenomeen dat sectarisme logischerwijs in extremisme eindigt. De secteleden kunnen de werkelijkheid op den duur niet meer accepteren, zien geleidelijk aan overal vijanden, raken verlamd door hun paranoide levenshouding, en bevestigen elkaar in hun waanzin. Het is diep tragisch, maar toch verklaarbaar. In het geval van Ron en Rosa van der Wieken is het niet absurd om te veronderstellen dat ze zich nooit helemaal door hun omgeving geaccepteerd hebben gevoeld. Dat is niet verwonderlijk voor nakomelingen van mensen die de vernietigingskampen in gedreven werden en die na de bevrijding aan hun lot werden overgelaten. Overlevenden die nergens met hun leed naar toe konden. Al die tijd wisten de slachtoffers en hun kinderen dat hun buren en hun stadsgenoten en hun landgenoten de andere kant op hadden gekeken toen zij werden afgevoerd alleen omdat ze joods waren. Niet voor niets laat 65 jaar na de oorlog de joodse schrijver Robert Vuijsje, die verder niets met het judaisme heeft, nog eens weten te leven in het land met 'het hoogste percentage collaborateurs van Europa.' De waarheid verdwijnt niet door haar te negeren. Het slachtoffer vergeet niets, kan niets vergeten, en de slachtofferist, die zijn slachtofferschap cultiveert, is onverzadigbaar. Het probleem hier is dat verraad door een medemens zowel zijn schaduw vooruit werpt als naar achteren. Niets is meer wat het lijkt en erger nog, niets meer is wat het ooit eens leek. Alles blijkt verraad te zijn geweest en zo verandert het hele bestaan, geuren, kleuren, herinneringen, gevoelens, etc.

In Ik was een kind van Holocaust Overlevers schrijft de joods-Canadese tekenares Bernice Eisenstein over haar vader die het vernietigingskamp had overleefd en

die woedend werd om mijn kwetsbaarheid, omdat ik gehecht kon raken aan dingen die er niet toe deden, terwijl alles waaraan hij ooit gehecht was geweest was verdwenen. Te begrijpen als de ouder die hij was geworden omdat hij de zijne niet had kunnen redden. Mijn vader is nu al meer dan tien jaar dood. Ik kan hem niet vertellen dat ik heb geleerd in te zien dat zijn woede-uitbarstingen en uitingen van liefde een en dezelfde waren. Hij is er niet meer om me zijn verleden te laten ontdekken, om vragen te stellen over de oorlog, over Auschwitz, of hoe het was om in Polen op te groeien. Over zijn familie, zijn ouders, mijn grootouders. Hoewel ik van jongs af aan wist dat het verleden iets was waar je beter niet over kon beginnen. Ik was wijzer geworden van de paar keer dat ik ernaar had gevraagd. Mijn vader kon alleen een paar welwillende woorden uitbrengen en moest dan stoppen. Dan huilde hij. Stilletjes naast hem zittend wilde ik er niet op aandringen dat hij verder ging. Er zat niets anders op dan zelf de stukken van zijn verleden op te sporen, gedreven door het verlangen naar meer.

Net zomin als ouders het kunnen verdragen dat hun kind lijdt, zo kan een kind het accepteren dat zijn ouders lijden. Het zal de rest van zijn/haar leven bepalen. Eisenstein over haar moeder:

Ik kon haar geen veilig gevoel geven, niet gerustellen...

En:

Toen mijn ouders en hun vrienden naar een nieuw land kwamen, hebben ze niet geweten dat hun verleden een onzichtbare schaduw zou leggen over de levens die ze ter wereld brachten. Alleen der schaduw weet het en hij probeert te spreken.

Imre Kertesz, een van de grootste hedendaagse schrijvers, die Auschwitz en Buchenwald overleefde constateert terecht:

Het is inmiddels duidelijk: het overleven is geen persoonlijk probleem van de overlevenden, de lange, donkere schaduw van de Holocaust ligt over de hele beschaving waarin hij is gebeurd, en die beschaving moet verder leven met het gewicht en de gevolgen van het gebeurde.

En onder die schaduw leven we allen. De meesten onbewust, maar sommigen voor wie het trauma onverwerkbaar is, bewust, zelfs uiterst bewust. De oorlog en het verraad was voor hen geen aberratie, maar de kern van het bestaan. En in die gesloten werkelijkheid is er alleen nog Israel, het beloofde land, de Joodse staat, een klein stukje grond dat als het erop aankomt de joden kan opnemen, hen een veilig onderkomen kan geven, bescherming kan bieden tegen het telkens weer opduikende verraad. Of in de woorden van het echtpaar Van der Wieken: 'Zonder een joodse staat zijn joden weer in een situatie zoals vóór WOII, waarbij uiteindelijk elke jood vogelvrij kan zijn.' Twintig jaar geleden sprak ik met de Joods-Israelische schrijver Amos Oz over het trauma, de angst. Hij zei over een van de ergste Joods-Israelische extremisten, te weten Ariel Sharon, het volgende:


Weet u, vele tragische helden in de literatuur beseffen niet dat ze tragisch zijn. Het is de lezer die beseft dat ze tragische helden zijn. Othello realiseert zich pas op het absolute einde van de tragedie dat hij tragisch is en met dat besef sterft hij. Op de vraag waar Sharons drang vandaan komt om met vlaggen te zwaaien en wat al niet meer, is het enige juiste antwoord: onzekerheid. Hij moet zichzelf keer op keer eraan helpen herinneren dat hij en zijn volk niet langer meer slaven zijn. De diepte van de Joodse onzekerheid is iets wat buitengewoon moeilijk te begrijpen is voor buitenstaanders. Uzelf vertelde mij over de receptioniste in uw hotel dat ze u onmiddellijk vroeg of u van Israël houdt. Deze obsessieve behoefte van de Joden in Israël om te horen dat iedereen van ze houdt, die drang om bevestiging te krijgen van de buitenwereld, om te worden geaccepteerd door de rest van de wereld, om te worden begrepen en te worden gekoesterd, is een syndroom van een buitengewoon diep zittend onzekerheidsgevoel. Het is een van de gevolgen van de lange en pijnlijke joodse geschiedenis, de joodse geschiedenis in christelijk Europa, moet ik helaas zeggen. Verplaatst u zich met een zekere mate van verbeeldingskracht in onze situatie. Duizenden jaren is je verteld dat je onmenselijk bent, een monster, een vrek wiens God geld is, dat je niet werkelijk gevoelens bezit, dat je niet lief kunt hebben, dat je sluw, doortrapt, onbetrouwbaar bent en daarnaast ook nog eens de moordenaar van Gods zoon. Na al die eeuwen kun je niet anders dan jezelf afvragen: wat mankeer ik? Zoiets is een menselijke reactie. Je vraagt je niet langer af: wat mankeert mijn vijand, wat mankeert degenen die mij vervolgen, wat mankeert de antisemieten, wat mankeert die christenen? Nee, je begint je af te vragen: wat mankeer ík toch dat me dit altijd overkomt? Het gevolg is dat je wilt bewijzen dat jij niet bent wat zij denken dat je bent. In het geval van Sharon is het waarschijnlijk een niet volledig bewuste emotionele drang om te reageren op een duizenden jaren oude bewering dat de Jood een lafaard is, een zwakkeling die zichzelf niet kan verdedigen, een soort muis die altijd ontsnapt en zich verschuilt. Sharon wil laten zien dat hij geen muis is, maar een leeuw. Men kan dit emotionele complex niet begrijpen zonder de Joodse geschiedenis in gedachten te houden. Het feit dat de tegenstanders Palestijnen zijn en dat die onder een Israëlische bezetting leven en zij nu erg zwak zijn, is daarbij van geen belang. Je kijkt naar je vijand en ziet in hem al je vroegere vijanden. In de mythologie van Bertolt Brecht, die bijzonder ontroerend is maar tegelijkertijd volstrekt irreëel, worden alle slachtoffers automatisch bloedbroeders, die op grond van hun slachtofferschap een gevoel van saamhorigheid, solidariteit en medeleven hebben. In de werkelijkheid vertonen slachtoffers de neiging om onderling een grote vijandigheid te ontwikkelen, omdat ze in andere slachtoffers de onderdrukkers in vermomming zien. Dat gebeurt op individueel niveau tussen zeer ongelukkige mensen en op collectief niveau tussen onderdrukte en onderdrukkende volkeren. Vergeet niet dat minister Sharon en een deel van de joods-Israëlische bevolking nakomelingen zijn van mensen die in de christelijke wereld werden gehaat, vervolgd en veracht. En zonder dit telkens in gedachten te houden zal men nooit begrijpen wat Israël werkelijk beweegt, zowel ten goede als ten kwade. Het is een sentimentele veronderstelling om ervan uit te gaan dat iedereen die zelf slachtoffer is geweest zich voorbeeldig gaat gedragen zodra die eenmaal aan de macht komt. Uw vraag wat er dan overblijft van de Verlichtingsgedachte, die ervan uitgaat dat de mens door kennis en ervaring leert, zou ik willen beantwoorden met de opmerking dat dit een christelijke vertekening is. Vele heiligen werden aan het kruis genageld, toch betekent het niet dat daardoor iedere gekruisigde ook meteen een heilige is. De nazi’s hebben hun slachtoffers in de gaskamers niet besproeid met een moreel schoonmaakmiddel, maar met Zyklon B-gas. Degenen die de vernietigingskampen overleefden zijn niet per definitie gevoeligere en fatsoenlijkere mensen. Sommige overlevenden zijn humaner en rechtvaardiger geworden, andere slachtoffers wraakzuchtiger en onbetrouwbaarder. Beide reacties zijn volstrekt menselijk.

Betekent dit nu dat Ron en Rosa gelijk hebben? Nee, geenszins, ze zitten op een doodlopende weg. Geweld vernietigt altijd zichzelf. Bovendien is het een ernstige vorm van morele terreur om joden die Auschwitz hebben overleefd te beschuldigen van 'antisemitisme', louter en alleen omdat ze zich wensen te houden aan internationale rechtsregels die altijd de zwakkeren beschermen, of omdat ze geen grondgebied nodig hebben om zich Joods te kunnen voelen, zoals sommige orthodoxe joden. Mensen die deze beschuldiging uiten zijn hopeloze gevallen die de weg volkomen kwijt zijn. Tragische individuen die in alle eenzaamheid bevestiging zoeken en nooit zullen krijgen, gevangen zitten in het getto van hun eigen gelijk. Meer over Ron en Rosa van der Wieken later.

Ron en Rosa van der Wieken 2

Ron van der Wieken en Rosa van der Wieken-de Leeuw onderzoeken 'wat een Jood beweegt om zich tegen zijn eigen volk te keren.'

In haar essay Het Zionisme Bij Nader Inzien schreef Hannah Arendt in oktober 1945:

’Een natie is een groep mensen […] bijeen gehouden door een gemeenschappelijke vijand’ (Herzl) – een absurde doctrine die slechts dit stukje waarheid bevat: dat vele zionisten er inderdaad van overtuigd waren dat zij joden waren door de vijanden van het joodse volk. Hieruit concludeerden de zionisten dat het joodse volk zonder het anti-semitisme in de landen van de diaspora niet overleefd zou hebben; en daarom waren zij tegen elke poging om anti-semitisme op grote schaal te vernietigen. Integendeel, ze verklaarden dat onze vijanden, de anti-semieten, ‘onze betrouwbaarste vrienden zijn, de anti-semitische landen onze bondgenoten.’ (Herzl). Het resultaat kon natuurlijk niet anders zijn dan totale verwarring waarin niemand meer onderscheid kon maken tussen vriend en vijand, en waarin de vijand een vriend werd en de vriend een geheime, en daarom des te gevaarlijkere vijand… Het is algemeen bekend hoe Herzl zelf tijdens onderhandelingen met regeringen, telkens weer een beroep deed op hun belang om van het joodse vraagstuk af te komen door middel van de emigratie van de eigen joden… Toen Herzl tijdens zijn onderhandelingen (met de Turkse sultan svh) telegrammen ontving van kenners van diverse onderdrukte nationaliteiten, die protesteerden tegen het sluiten van overeenkomsten met een regering die zojuist honderdduizenden Armeniërs had afgemaakt, was zijn commentaar daarom alleen: ‘Dit zal mij van pas komen bij de sultan.’

Dat gehamer op antisemitisme is een politiek instrument geworden, bij gebrek aan serieuze argumenten. Ik moest aan de beschrijving van deze kritische zioniste denken toen ik het tragische stuk van Ron en Rosa van der Wieken las in het Nieuw Israelitisch Weekblad waarin het Amsterdamse echtpaar zich de vraag stelt:

wat een Jood beweegt om zich tegen zijn eigen volk te keren.



Ik stel met nadruk tragisch, in de klassieke betekenis van het woord, zijnde een onoplosbaar treurspel. Duidelijk aan de vraagstelling is dat we hier te maken hebben met een echtpaar dat worstelt met een identiteitsvraagstuk, met het probleem: wie zijn wij? Beiden gaan uit van de veronderstelling dat ze allereerst tot het 'Joodse volk' behoren. Het probleem voor hen is daarbij dat ze in Nederland leven, met westerse normen en waarden zijn opgegroeid, tot het Nederlandse volk behoren en in de Nederlandse rechtstaat leven. En dat verplicht natuurlijk. Men kan dan niet de terreur van Israel, de permanente schendingen van het internationaal recht accepteren, dat spreekt voor zich. Rosa en Ron verkiezen het om Nederlanders te blijven, maar beschouwen zich kennelijk toch geen onderdeel van het Nederlandse volk, want ze spreken van een 'eigen volk', zijnde het 'Joodse volk'. Er is slechts 1 Joods volk, en dat leeft in Israel, Joden die in dat land leven hebben er bewust voor gekozen om zich als volk te verbinden tot 1 geheel.

De Van der Wiekens leven dus in een volstrekt schizofrene situatie. In hun eigen beleving wonen ze temidden van een ander volk en toch blijven ze hier, terwijl er voor hen ruimte genoeg is in 'de Joodse staat'. Sterker nog: hun eerste loyaliteit ligt bij wat zij zien als de 'Joodse staat' Israel. Die loyaliteit is inmiddels zo sterk geworden dat ze zelfs joden die Israel bekritiseren van antisemitisme betichten. Met andere woorden, ze beschuldigen kritische joden die het internationaal recht wensen te respecteren van verraad aan het 'Joodse volk', zoals Gidi Markuszower deed in iets andere bewoordingen toen hij het had over 'verraders in ons midden' om die vervolgens te betitelen als 'verachterlijke joodjes.' Dit extremisme van een deel van de joodse gemeenschap buiten Israel is het onvermijdelijke gevolg van een identiteitsprobleem dat door de Joods-Israelische hoogleraar Benjamin Beit-Hallahmi als volgt werd omschreven in zijn boek Original Sins. Reflections on the History of Zionism and Israël:

In ruil voor de onbeperkte politieke steun aan Israël hebben de Amerikaanse joden gekregen waaraan het ze het meest ontbreekt: een ideologische inhoud om de leegte van hun identiteit te vullen.

Tegenover mij voegde hij hieraan toe dat een deel van de joodse Europeanen aan hetzelfde identiteitsprobleem lijden. Beit-Hallami wijst daarbij op een immens probleem:

De Israëlische definitie van nationaliteit en burgerschap maakt vreemdelingen van de diaspora-joden overal in de wereld in het land waar ze leven behalve in Israël; tegelijkertijd maakt het van Palestijnen die in Israël leven, vreemdelingen in hun geboorteland.

En:

De joden in de wereld hebben nu drie opties om met hun joodsheid om te gaan. Het zijn dezelfde opties die in de 19e eeuw werden gedefinieerd: zionisme, in de praktijk de minste populaire; orthodoxie, net zo onpopulair; en assimilatie. Herzl was realistisch toen hij zei dat het zionisme alleen voor diegenen was ontworpen die niet kunnen of willen assimileren. Vandaag de dag kan en zal de meerderheid dit wel doen. Emancipatie zal haar definitieve triomf in de diaspora vieren, en op een dag zullen de laatste tweehonderd jaar gezien worden als een omleiding op de weg naar de totale integratie van joden in de samenlevingen die hen als gast opnamen. Het is deze omleiding die Israël heeft gecreëerd.

Welnu dit wordt door sommige joden buiten Israel als een geweldige bedreiging gezien, als een verlies aan identiteit. En op die angst spelen de zionisten in met oneigenlijke argumenten.

Hajo Meijer die Auschwitz overleefde zei daarover dit:

Het zionisme gaat van een deterministisch wereldbeeld uit, deze ideologie stelt dat het antisemitisme nooit zal verdwijnen, dat het eigen is aan de mensheid, en dat dus alle joden naar Israël moeten emigreren om zich daar in de eigen groep op te sluiten. Het zionisme kijkt op de joden in de diaspora neer, beschouwt ons als vreemdelingen in ons eigen land, of dat nu Nederland is, of de Verenigde Staten, of welk land dan ook. Ondertussen steelt het het grondgebied van de Palestijnen uit naam van alle joden op aarde, ook van degenen die er niet aan denken om naar Israël te emigreren. De zionisten claimen namens ons te spreken, namens ‘het Joodse volk’, maar er bestaat geen Joods volk, dat is een grote mythe, want voor een volk heeft men één land nodig, één taal, één geschiedenis. Al meer dan tweeduizend jaar wonen wij overal in de wereld, spreken alle talen, en het enige wat we tot op zekere hoogte gemeenschappelijk hebben is een socioculturele erfenis. Het zionisme zit met zijn permanent geweld en zijn verdeling van de wereld in joden en niet-joden op een volkomen fout spoor, waaraan het kosmopolitische wereldjodendom vandaag de dag dreigt kapot te gaan. En dat terwijl de joden toch ook het zout der aarde zijn, want wij hebben door onze traditionele leergierigheid en ons universalisme een onevenredig groot aandeel gehad in het gedachtegoed van de mensheid en zeker in dat van het Westen.

Op haar beurt benadrukt de Joods-Israelische hoogleraar Idith Zertal het volgende:

Wij hebben onze eigen joodsheid verloochend en dat komt omdat in het zionisme de oorspronkelijke ander niet de Arabier was, maar de diaspora-jood. De ontkenning van de exil-jood was een centrale leerstelling. De jood uit de diaspora was voor de zionisten een bron van schaamte, het zionisme moest om zichzelf als revolutionaire beweging te kunnen scheppen, tegen de andere joden in opstand komen. Die rebellie vormt nu juist een onderdeel van de joods-Israëlische identiteit. Na zo lang vernederd te zijn geweest en zo lang te zijn vervolgd, was het historisch gesproken ook een noodzakelijke stap om een werkelijke verandering mogelijk te maken. Maar vervolgens dient men zich te realiseren wat men gedaan heeft, en dient men terug te gaan naar zijn bronnen om weer meer joods te kunnen worden in moreel, cultureel en historisch opzicht. Ben-Goerion mocht dan wel schrijven dat ‘’de stichting van de joodse staat een sprong over eeuwen [was]’’, maar dat is in feite nonsens. Men kan niet tweeduizend jaar geschiedenis in één klap uitwissen. Wij zijn zo lang zelf vluchtelingen geweest, waarom kunnen we dan niet de andere vluchtelingen zien? Waarom kunnen we de hopeloze situatie van de Palestijnse vluchtelingen niet erkennen? Waarom helpen we hen niet om hun situatie te verbeteren? Wij zijn verantwoordelijk voor hun erbarmelijke situatie. En het is waar dat mishandelde kinderen later vaak hun eigen kinderen mishandelen, maar toch zullen we deze vicieuze cirkel moeten doorbreken, anders zullen we altijd slachtoffer blijven van ons eigen verleden, van onze eigen tekortkomingen en opvoeding en zullen we niet in staat zijn onze eigen toekomst vorm te geven. We blijven dan gevangenen van onze -- vooral zelf -- gecreëerde eigen angsten.

Meer over het hoofstedelijke echtpaar Ron en Rosa van der Wieken later.

Ron en Rosa van der Wieken

'Ron van der Wieken en Rosa van der Wieken-de Leeuw onderzoeken wat een Jood beweegt om zich tegen zijn eigen volk te keren.'

Citaat:

From what has been said, it is thus clearer than the sun at noonday that the Pentateuch was not written by Moses, but by someone whom lived long after Moses.

Is dit geschreven door een antisemiet, of misschien wel een -- in de terminologie van Ron en Rosa van der Wieken -- 'joodse antisemiet'? Wie zal het zeggen? Ik zelf denk dat de eerste vijf boeken net als de rest van de bijbel berust op een mythe, zoals elk geloof en ideologie op mythen is gebaseerd, ze kunnen niet anders dan dat. Het blijft allemaal mensenwerk, we zijn geen goden. Ik weet wel dat het citaat hierboven afkomstig is van Baruch Spinoza. Hij schreef dit in het Theologisch-politiek traktaat dat in 1670 verscheen. Vanwege zijn afwijkende gedachten moest de joodse filosoof eerder al Amsterdam ontvluchten om te ontkomen aan de gevolgen van een officiele verbanning die door de hoofdstedelijke joodse gemeenschap was uitgesproken vanwege zijn 'afschuwelijke ketterijen'.

Deze gebeurtenis illustreert de permanente millennia-oude spanning binnen het jodendom tussen de religieuzen en de meer geseculariseerden, tussen de preciezen en de rekkelijken, de fanatici en de gematigden, de zionisten en de kosmopolieten, tussen mythe en werkelijkheid, bijgeloof en wetenschap. Centraal hierbij staat het identiteitsvraagstuk: wie is een jood en wie niet en wat is een jood en wat niet?

In zijn essaybundel Naar Een Normaal Joods Bestaan schreef de Joods-Israelische auteur Abraham Jehoshua in 1980 over de status quo die ook in Israël bestaat tussen joodse extremisten en de gematigde joden, een status quo die een dreigende gewelddadige confrontatie nog heeft voorkomen. Jehoshua:

Status quo is een geladen begrip vervuld van een bijna militaire dreiging. Er is een intense ondergrondse oorlog gaande, die alleen door wederzijdse afspraken binnen de perken kan worden gehouden. De emoties in beide kampen zijn heftig, en de kleinste bres zou een dijkbreuk kunnen veroorzaken… In zekere zin is de status quo een substituut voor de ballingschap (in de diaspora, SvH), in die zin dat beide fungeren als een buffer die de voortdurende confrontatie binnen de totale Joodse levenssituatie afremt. De dreigende oorlogssituatie is tot nu toe altijd een doeltreffend argument geweest om de status quo te handhaven en onnodige conflicten te vermijden. Maar desondanks bestond het vage gevoel dat, als er ooit vrede zou komen, juist deze kwestie de aanleiding zou vormen tot een nieuwe Joodse Oorlog […] Het is een blijvend, diepgeworteld en fundamenteel conflict, maar er komt een moment dat een open confrontatie niet langer kan worden vermeden.

Kort samengevat kan gesteld worden dat zolang de zionisten erin slagen de onderlinge haat naar buiten te projecteren op hun buren ze hun macht zullen behouden, en Israel permanent in staat van oorlog zal blijven. Zolang de zionistische leiders hun Joodse landgenoten en hun joodse achterban die liever buiten Israel leeft kunnen blijven overtuigen dat zij alleen maar slachtoffers zijn en geen daders is hun macht veilig gesteld. Maar zodra dit niet meer het geval is dan zal er een burgeroorlog uitbreken, zoals dat ook in de Romeinse tijd gebeurde. Dit zei Jehoshua tegen mij erover:

Ik vrees ten zeerste dat het almaar door laten gaan van het conflict onze identiteit uiteindelijk zal vernietigen. Er zijn joods-Israëli’s die de externe strijd voortdurend zoeken, want – zo zeggen ze – zolang er een externe druk bestaat zal er onder de Joden zelf geen gewapend geschil uitbreken. Vooral sommige religieuze fanatici zijn buitengewoon bang voor vrede, omdat dan de seculiere Joodse identiteit in Israël zich vrij zal kunnen ontwikkelen. Juist uit angst daarvoor zijn de zeloten zo fel tegen vrede. Zij zijn ervan overtuigd dat de joden gedoemd zijn om in een permanent conflict met de buitenwereld te leven, niet alleen met de Arabieren, maar met alle andere volkeren op aarde. Aan dat conflict ontlenen ze hun identiteit, vrede zou hun identiteit vernietigen. Die sluimerende strijd tussen extremistische en gematigde joden is al millennia oud, het leidde er tweeduizend jaar geleden toe dat de joden in ballingschap gingen. Men moet zich goed realiseren dat wij niet uit Israël zijn verdreven, maar dat wij in ballingschap zijn gegaan om zo aan de aanhoudende crisis tussen het nationale gezag en het religieuze systeem te kunnen ontsnappen. Door in de diaspora te vluchten hoefden de joden geen keuze te maken, we hadden namelijk niets meer te kiezen, in de buitenwereld bestond eenvoudigweg geen Joods nationaal gezag meer. De gola, de ballingschap, was dus niet een van buitenaf opgelegd fenomeen, zoals algemeen wordt beweerd, maar een van binnenuit gevormd verlangen ernaar, om zo aan de interne strijd te ontkomen, de strijd over de vragen: wie en wat is een Jood en hoe moet hij zich als Jood gedragen? Door de stichting van de staat Israël is dit oeroude conflict ineens weer uiterst actueel geworden. Zoals gezegd, hieraan ten grondslag liggen de vragen: wie is een Jood en wat is een Jood? Dat betreft niet alleen een religieus vraagstuk, ook onder seculiere joden in Israël bestaat hierover veel verwarring. Een deel van hen heeft net als de religieuze fundamentalisten dat permanente externe conflict nodig om zich te definiëren, ze zijn niet zeker over zichzelf, ze geloven niet echt in hun seculariteit. Ze zijn bang dat als er vrede uitbreekt ze niet langer meer als Jood worden beschouwd, dat ze dan als het ware gedwongen worden zich te bekeren tot de religie om weer Jood te kunnen zijn. Die onzekerheid over wie ze zijn ervaren ze als een bedreiging en zij kunnen hun nationale identiteit alleen handhaven dankzij het externe conflict. Kijk, de uiterst orthodoxe joden van Neturei Karta zijn absoluut niet bang voor vrede, omdat zij een identiteit bezitten. Zij hebben Israël niet nodig om joods te kunnen zijn, waar ze ook zijn, al zouden op de maan zitten, dan nog zullen ze uiterst orthodoxe joden blijven. Sterker nog: ze zijn fel gekant tegen de staat Israël die volgens hen de normen en waarden van het judaïsme probeert te vernietigen. Die mensen zijn dus niet bang voor vrede met de Arabieren, maar het zijn de semireligieuzen, de Gush Emunim, het fanatieke Blok der Getrouwen, zoals ze zichzelf noemen en de lui die eromheen hangen, die zoeken het permanente conflict, want alleen op die wijze kunnen ze telkens weer de grenzen van hun identiteit bepalen.

Het is dit onopgeloste identeiteitsvraagstuk waardoor een deel van de joodse gemeenschap in Nederland op dit moment als gevolg van de Israelische terreur steeds verder radicaliseert. Dit blijkt ondermeer uit de door het Nederlandse echtpaar Ron en Rosa van der Wieken opgeworpen vraag waarom 'een Jood anti-joods gedrag vertoont,' waarbij beiden er abusievelijk van uitgaan dat er zoiets is als een Joods volk in Nederland.

Meer over dit Nederlandse echtpaar later.



Het Joods Slachtofferisme 7

Rosa van der Wieken-de Leeuw: 'de Joodse antisemiet'?

De joods-Israëlische hoogleraar Idith Zertal doceert geschiedenis en cultuur en is internationaal bekend door haar publicaties. Ze was als hoogleraar verbonden aan zowel de Universiteit van Chicago als aan de École des Hautes Études en Sciences Sociales in Parijs, en doceert momenteel ook aan het Institut für Jüdische Studien van de Universiteit van Bazel. Haar boeken zijn naast het Hebreeuws in het Engels, Frans, Duits en Spaans verschenen. In haar studie Israël’s Holocaust and the Politics of Nationhood laat de historica zien hoe ‘het proces van het heilig verklaren van de Holocaust – dat op zichzelf al een vorm van devaluatie is -- gekoppeld aan het concept van de heiligheid van het land… een vaderland heeft veranderd in een tempel en een eeuwig altaar.’ Ze zet helder uiteen op welke manier de herinnering aan de Holocaust een ideologisch wapen werd voor een verwerpelijke politiek, in feite ten koste van de ware slachtoffers zelf. ‘Terwijl de Israëlische samenleving de herinnering aan de Holocaust nationaliseerde – door leiders en woordvoerders die ‘daar’ niet geweest waren – en organiseerde… in een geritualiseerde, didactische herinnering, die een nationale les uitdraagt in overeenstemming met haar visie, sloot ze de directe boodschappers van deze herinnering uit – zo’n kwart miljoen Holocaustoverlevenden die naar Israël waren gemigreerd.’

Edith Zertal verklaarde in een interview met mij:

Wanneer ik in mijn boek schrijf dat door middel van Auschwitz Israël zich immuun heeft gemaakt voor kritiek en niet meer open staat voor een rationele dialoog met de wereld, moet opgemerkt worden dat voor die ontwikkeling geen duidelijk beginpunt aan te wijzen is. Er is sprake van een doorgaand proces, dat voortkomt uit de joodse geschiedenis die geen bijzonder vreugdevolle is, en die natuurlijk enorm verslechterd is door de Holocaust. Tijdens de Holocaust waren joden de ultieme slachtoffers en vanuit dit totale slachtofferschap en deze totale hulpeloosheid stamt nog steeds het gevoel slachtoffer te zijn. Het interessante is dat dit gevoel van slachtofferschap begrijpelijk was in de jaren tussen het eind van de oorlog en de stichting van de staat Israël, toen de herinnering aan de gruwelijkheden nog zo levendig en diep was, maar het nu veel minder begrijpelijk is geworden. Immers, de Israëlische werkelijkheid verwijdert zich steeds verder van de totale hulpeloosheid tijdens de Holocaust. Het huidige slachtoffergevoel is zelfs nogal vreemd en discutabel, aangezien Israël een machtige staat is geworden met een gevreesd leger. Meer nog dan een psychologisch fenomeen is het slachtoffergevoel een politiek verschijnsel geworden, beide zijn met elkaar verweven, in elkaar verstrikt geraakt, het psychologische voedt het politieke en omgekeerd. De claim slachtoffer te zijn, terwijl men dat niet is, is politiek gezien natuurlijk uiterst handig... terwijl we militair en technologisch sterk zijn, zijn we tegelijkertijd psychologisch zwak. Er zit een diepe neurose in de Israëlische psyche, een neurose die in stand wordt gehouden en gevoed door de Israëlische politiek, want het is opportuun om gezien te worden als slachtoffer. Dat geldt ook voor het huidige geweld tegen de Palestijnen, waarbij wij absoluut niet de slachtoffers zijn.

Het hele interview kunt u lezen in mijn boek De oneindige oorlog.

Een illustrerende voorbeeld van joodse slachtofferisten is het echtpaar Van der Wieken:

23-3-10 De Joodse antisemiet

Is er zoiets als Joods antisemitisme?

Ron van der Wieken en Rosa van der Wieken-de Leeuw onderzoeken wat een Jood beweegt om zich tegen zijn eigen volk te keren.
NIW 19 maart

Het afwijkende van de Nazi-holocaust is niet de gebeurtenis zelf, maar de uitbuiting ervan door de joden, beweert Norman Finkelstein in in zijn boek ‘The Holocaust Industry’. Finkelstein is het kind van twee joodse oorlogsgetroffenen. Wat beweegt mensen als hij om zich tegen het eigen volk te keren? De vraag is intrigerend doordat opvallend veel antisemitische organisaties geleid worden door joden of geïnspireerd worden door hun uitspraken. Niet-joden gebruiken bij voorkeur anti-joodse argumenten van joodse zijde als een legitimatie voor hun aanvallen. Al is het fenomeen van de joodse antisemiet van alle tijden, het lijkt zich vaker voor te doen dan vroeger. Bovendien heeft het joodse anti-joodse standpunt meer invloed door de toegenomen mediabelangstelling en door de onbeperkte publicatiemogelijkheden van Internet. Antisemitisme door niet-joden is zo oud als het Jodendom, en het laat zich door joods gedrag niet beïnvloeden. Het enige verweer dat een jood daartegen heeft is versterking van zijn fysieke en emotionele weerbaarheid. Maar als een jóód zich tegen het jodendom keert, maakt dat sterkere gevoelens los. Joden hebben in de verstrooiing altijd een zekere solidariteit met elkaar gevoeld en intensieve netwerken onderhouden. Het frappeert en verbijstert telkens weer als ‘één van ons’, zich tegen ons keert. Het wordt gevoeld als verraad en komt daardoor harder aan dan anti-joods gedrag van niet-joden. Beantwoording van de vraag waarom een Jood anti-joods gedrag vertoont, wordt bemoeilijkt door de grote verscheidenheid in etnische binding onder de Joden. Er zijn er die zich onlosmakelijk verbonden voelen met het volk en er zijn die slechts een zeer afstandelijke relatie met dat volk hebben, die het zien als een vage origine zonder veel persoonlijke betekenis. Toch zijn er in joods anti-joods gedrag vier mechanismen te onderkennen, die in verschillende combinaties kunnen voorkomen Binnen het Jodendom bestaat weinig eenstemmigheid over welk onderwerp dan ook. Toch is het mogelijk om binnen brede grenzen een gemeenschappelijke joodse overtuiging te omschrijven. Als een jood zich daar niet langer mee willen associëren is dat een vrije keus. Voor sommigen is het onvoldoende om die relatie alleen intern af te zweren. Zij vinden het ook belangrijk om de buitenwereld duidelijk te maken dat ze niet langer geassocieerd willen worden met het Joodse volk. Dat gaat vaak gepaard met een zekere openlijke vijandigheid. Een overtuigende manier is het overgaan tot een ander geloof. Het vroege christendom is een goede adstructie hoe dat kan leiden tot extreme vijandigheid. Toen in de eerste eeuw van de gewone jaartelling sommige joden gevoelig bleken te zijn voor het messiasschap van Jezus, waren dat in eerste instantie ‘gewone’ wetsgetrouwe joden . Allengs werd duidelijk dat de overgrote meerderheid van het joodse volk aan deze messiaanse verkondiging geen geloof hechtte en ontstonden tekenen van een schisma. Toen de bezettende Romeinen vanaf de verwoesting van de tempel (70 van de gewone jaartelling) tot aan de opstand van Bar Kochba (132-136) steeds hardhandiger met de Joden omsprongen, was het voor de vroegste christenen van levensbelang om niet voor joden aangezien te worden. Dat uitte zich in de vier evangeliën waarin ‘de joden’ regelmatig als schuldige worden aangewezen. Met de evangeliën sloegen ze twee vliegen in één klap: Het vroege christendom behoorde in Romeinse ogen niet langer tot het joodse gedachtegoed en de schuld aan onrecht en dood lag niet meer bij de Romeinen. De hier door joodse christenen ingezette anti-joodse toon werd met smaak opgepakt door de vroege kerkvaders en is tot op de dag van vandaag in de RK kerk niet uitgewoed. Een hedendaags voorbeeld van een overtuiging die een jood buiten de grenzen van het Jodendom plaatst is anti-Israelisme. Voor de goede orde: legitieme kritiek op handel en wandel van de staat Israel valt daar niet onder. Anti-Israelisme is herkenbaar aan de selectiviteit van de verontwaardiging over het gedrag van Israel, waarbij voor Israel andere maatstaven worden gehanteerd dan voor de rest van de wereld. De ultieme vorm hiervan stelt het bestaansrecht van de staat ter discussie of wijst dat zelfs af. Israel, met al zijn echte en vermeende fouten, is de kurk waar het Joodse volk op drijft. Zonder een joodse staat zijn joden weer in een situatie zoals vóór WOII, waarbij uiteindelijk elke jood vogelvrij kan zijn. Dat betekent dat iedere jood die een bijl aan het bestaan van de staat Israel probeert te slaan, bereid is het voortbestaan van het Joodse volk op het spel te zetten. Hij is daarmee per definitie een antisemiet. Als de Neturei Karta in zijn extreem religieuze antizionisme gemene zaak maakt met Ahmadinejad van Iran, dan stelt die groep zich op tegen het joodse volk en is daarmee joods èn antisemiet. Een ander mechanisme berust op de voortdurende blootstelling aan afkeurende taal en mening over een persoon of een groep. Zelfs bij totale afwezigheid van rationele argumenten zullen bij voortdurende herhaling steeds meer mensen geloof hechten aan die beschuldiging. Goebbels, de infame minister van propaganda van het Derde Rijk, onderkende dat als geen ander: “Wenn du lügst, dann lüge gründlich, und vor allem bleibe bei dem, was du gelogen hast!” (lieg grondig en blijf erbij). Bizar is dat hoe onwaarschijnlijker de leugen, des te sterker hij wint aan geloofwaardigheid bij onverdroten herhaling. De antisemitische propaganda van de Nazi’s is een voorbeeld, maar de hedendaagse propaganda in de Arabische, Iraanse en Turkse media, bijna lachwekkend door onwaarschijnlijkheid, is dat evenzeer. De boosaardige leugens over het joodse geloof en de joden die door de eeuwen heen zijn rondgestrooid, hadden vaak gewelddadige gevolgen. Voorbeelden zijn de bloedsprookjes en de vergiftiging van de bronnen in de middeleeuwen. Nu gaat het over orgaansprokkeling door de Israëlische overheid bij Palestijnen en op Haïti. Iets van al die griezelige beschuldigingen blijft hangen, bij niet-joden, maar soms ook bij joden. Joden met een laag zelfgevoel en een zwakke band met joodse cultuur en religie kunnen die negatieve beelden ervaren als behorend bij hen zelf. In de psychologie spreekt men van internalisatie, waarbij een mening van anderen zodanig wordt geïncorporeerd in het eigen denken en voelen, dat die wordt beleefd als juist en als het ware zelf bedacht. Zo wordt de Selbst-hass geboren, de zelfhaat, die soms pathologische vormen aanneemt. Dat was goed zichtbaar in de 19e-eeuwse Duitstalige cultuur. Karl Marx, gedoopt maar van joodse huize, noemde het joodse geloof een religie van de materie (“Geld is de afgod van de Joden”). Hij schreef ‘A world without Jews’. De titel dekt de lading. In Wenen beschreef de jood Otto Weininger in 1902 joden als lager en slechter dan de vrouw(!), een wezen dat in feite niet in staat was tot enige positieve bijdrage aan de wereld. Zijn belangrijkste werk ‘Geschlecht und Charakter’ vond veel weerklank bij Nazi-ideologen. Arthur Treibitsch, een epigoon van Weininger, haatte zijn volk met dezelfde rabide woede en beschuldigde in zijn Geist und Judentum (1919) de Joden van de Duits-Oostenrijkse nederlaag in WOI. Moderne zelfhaat heeft veelal een andere vorm gekregen. Zo zijn er joden zowel in als buiten Israel die onder invloed van de permanente anti-Israelische stemming in de wereldpers de mening zijn toegedaan dat de Israëlische staatsmoraal tot de meest verdorvene ter wereld behoort. Alle gebeurtenissen worden - passend of niet- in die mal gedwongen. In deze categorie is géén sprake van een a priori eerlijke overtuiging maar van een door de omringende niet-Joodse wereld opgedrongen mening die – op een al of niet pathologische voedingsbodem - leidt tot zelfhaat. Tijdens de eeuwenlange vervolgingen was er sprake van een moreel schuldige vervolger en een schuldeloze Joodse vervolgde. Het duidelijkst werd dat tijdens WOII. Bijna automatisch kreeg tegenover de ethische inferioriteit van de beul, het slachtoffer het aura van ethische superioriteit, ook in eigen ogen. Nu er een Joodse staat is, die zich in een vijandige omgeving staande moet houden, raken zowel Joden als niet-Joden teleurgesteld in dat irreële beeld van superieure ethiek. Het besturen van een staat brengt onvermijdelijk vuile handen met zich mee, zeker als het om een oorlogssituatie gaat. Er zijn zowel Joden als niet-Joden die die teleurstelling niet kunnen verwerken. Hun irreële verwachting van een superieure Joodse moraal wordt doorgeprikt en dat beeld kan overgaan in afkeer. Uitlatingen als “Zeker wij cq jullie zouden toch beter moeten weten” zijn daar een voorbeeld van. Het misverstand is natuurlijk dat de Joden weliswaar als slachtoffer volstrekt schuldeloos –en dus ethisch goed- waren, maar dat Joden zich als uitvoerders van een staat niet onderscheiden van andere democratieën. Een vierde oorzaak ligt in het diepe verlangen van sommige Joden om volledig te worden aanvaard en gerespecteerd door de niet-Joodse omgeving. Dat vereist soms een openlijke stellingname tegen de belangen van het Joodse volk. Deze vorm komt geregeld voor in een intellectuele context. Een voorbeeld is de historicus Ilan Pappe, die de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 beschrijft in termen van Palestijnse genocide door de Joden, ook als de feitenniet mee willen werken. Wetenschappers als hij en Tony Judt en Noam Chomsky hebben door hun uitgesproken anti-Israelische houding aanzien gezocht en verworven in linkse academische en politieke kringen . Richard Goldstone, een Zuid-Afrikaanse joodse jurist, liet zich volgens zijn voormalige vriend Dershowitz door gestreeld eergevoel verleiden om voor de VN een eenzijdig anti-Israëlisch rapport over de recente Gaza-oorlog te schrijven : hierdoor kon hij zich op wereldniveau presenteren als een topjurist. Zo is er in Nederland EAJG dat bij elke voorkomende gelegenheid oproept tot een boycot van Israel en zelfs bereid bleek om mee te marcheren onder een hakenkruisvlag, áls het maar acceptatie oplevert in de ogen van niet-Joden. Hoe anti-Joodser de stellingname hoe meer kans op acceptatie door niet-Joodse, met name linkse organisaties. Het zelfde geldt voor allerlei joden in linkse partijen.


Koe in Paniek


Nu even ter zake.

Mijn goede vriend Mattias Ylstra vertelde me zojuist dat Nederlandse koeien last hebben van hoogtevrees, zo blijkt uit wetenschappelijke proeven. Dit is geen probleem zolang men een koe niet naar de bovenste verdieping van een flatgebouw meeneemt. Evolutionair heeft dat beest zich zo ontwikkeld dat het niet tegen hoogte kan. Bon.

Volgende punt: de man die werd gearresteerd vanwege het incident op de Dam tijdens de Dodenherdenking is geen orthodoxe jood! Hij is in werkelijkheid een geesteszieke zwerver die in het kader van de grootscheepse bezuinigingen op de psychiatrische opvang wegbezuinigd is en nu zijn leven op straat doorbrengt. Hij is een bekende figuur in de binnenstad en heeft als bijnaam: de rabbi. Dankzij de ingrijpende bezuinigingen op van alles en nog wat, behalve dan op bankiers, die krijgen juist geld toe, leeft op dit moment een aanzienlijke groep geestelijk gestoorden in de publieke ruimte waar ze een last vormen voor de rest van de samenleving, met als gevolg dat we steeds meer politie nodig hebben om deze overlast binnen de perken te houden. Aldus gaat het geld dat vroeger naar de psychiatrische hulpverlening ging nu naar politie, justitie, rechterlijke macht en het gevangeniswezen. Vroeger liepen de mensen die kierewiet waren onder begeleiding vrij rond in de bossen en nu zitten ze in de bak, ook onder begeleiding. Dat is een mooi voorbeeld van het vernuft van bezuinigingen.

Punt 3. De koe en de massa. Massa en macht van Elias Canetti is een boek dat u absoluut moet lezen, want pas dan begrijpt u precies wat er gebeurde nadat de rabbi op 4 mei begon te schreeuwen. Een paar keer in mijn leven bevond ik mij in een groep mensen die beschoten werd. Een van die keren was op de Westbank, Israelische militairen begonnen op Palestijnse jongeren te schieten. Wat mij opviel was dat zij collectief dezelfde beweging maakten, zoals een school vissen die allen in 1 vloeiende beweging van richting veranderen. De Palestijnse kinderen doken in elkaar, zonder dat er paniek uitbrak. Ze hadden zich als het ware evolutionair aangepast aan de nieuwe situatie, de terreur van Israel.

Maar nu de Dam, een gestoorde man schreeuwt, de massa schrikt, 1 in de massa roept uit een reflex: 'bom.' Grootscheepse paniek, men stuift uiteen, rent over kinderen, bejaarden, vrouwen, de massa vernietigt alles dat in haar weg staat. Met andere woorden: de Palestijnen hebben hun angst onder controle, de Nederlanders (nog) niet. Wat nu te doen? Welnu, of men ziet de eigen angst onder ogen en probeert die op deze manier te beheersen, of men flipt collectief.

Mijn voorstel is dan ook deze:
1. op televisie wordt een cursus gegeven hoe niet in paniek te raken.
2. massamanifestaties worden tot een minimum beperkt.
3. de televisie interviewt geen politici meer, en zeker niet idioten als Wilders.
4. mijn vriend Mattias krijgt een forse subsidie om onderzoek te doen naar evolutionair gedrag.
5. hij geeft mij een deel van het geld om op vakantie te gaan.


woensdag 5 mei 2010

Robert Vuijsje 9


Dutch novel reinforces sexual stereotypes of black women

In the Netherlands an author started a row by publishing a book that is sexual stereotyping black women. The book ‘Alleen maar nette mensen’ (Only decent people) is the debut of Dutch Jewish author Robert Vuistjes.

On Wednesday May 13th theatre maker Anousha Nzume, writer Clark Accord en Professor Gender studies Gloria Wekker debated with author about his book at Woman inc.

In the book ‘Alleen maar nette mensen’ (Just fine people) main character David, who comes from a intellectual high class environment in Amsterdam, undertakes a quest to find the ‘real negro’ woman. In his search he meets various stereotype black women, who are each sexy, lusty, and can be picked up for a few euro's. David’s hunting ground is the Amsterdam Bijlmer, the part of Amsterdam where most black people live.

In a column Anousha Nzume wrote about some of the stereotype passages in the novel. "Main character David believes that there are two types of 'Black' women. The Sherida chain (Sherida was a popular Surinam name); very dark skinned, wears at least size 46. Cup size 95 F. Not taller then 1.65. At least one of her garments has tiger print. She dates any man. Breezer desirable but not essential. Available in the “negro women disco". Then there is the “bounty” (black from the outside, white from the inside), highly educated with dreadlocks. Dates only white men, in the absence of negroes of a certain level. She is boring, unsociable and mainly dressed in batik. You can find her at a slavery debate."

Under a literary flag Vuijsje sketches -intended or unintended - an archetypal image of (black) women, which some consider stereotype, stigma, caricature and even discriminatory. This book was previously awarded with the Belgian literature prize The Golden Owl with the comments of the jury; the style swings as an African tit. The book is not only praised by the literary authorities, but in many Talkshow praised for its "humorous" and "sharp" analysis of the black woman.

The opinions about the book are mixed. The black local city chairman of the Bijlmer, Elvira Sweet, finds the book a stigma for the neighborhood, and for black woman. Cultural anthropologist Irma Accord finds it racist and sexist. But Mildred Roethof documentary maker of Sex Sell’s finds the book funny. Lynn Spier, social therapist in a clinic for criminal offenders and the black girl friend of the author, doesn’t recognise herself in one of the characters.

But has the author of the controversial novel really stereotyped black women? Good literature is about calling up images without explicitly writing about it. I remember an author’s advice for author wanna-bees; if you bring in a black woman in your story, it will add something exotic and sensual! So Dutch author Vuistjes just followed boot camp guidelines for starters and used stereotypes that already exits in literature, or even worse, in society.

But there's one thing that bordered me. The image of the author's black girlfriend sitting next to him at the presentation of his book. It was the image of: look I am not racist nor a bigot, because I have black girlfriend. And that of course, doesn’t have to be true.

Update: I changed the English translation of the book into 'Only decent people', that's correct translation of the book 'Alleen maar nette mensen'. After seeing the video of the author on Black women in Europe I understood what he really meant. According to the author, this is said by people in the upper class neighbourhood Amsterdam Zuid. They mean that only decent people live there, and not so called "allochtonen" (blacks and other non-western ethnic minorities.

Anousha Nzume's translation of her opinion piece

You might also like:
Negro for rent in the Netherlands
Dutch author and Make up Artist Clarck Accord
Creative video. And why don’t black people write?
LinkWithin
GEPLAATST DOOR AFRO-EUROPE
LABELS: DIVERSITY, NETHERLANDS, WRITERS
12 COMMENTS:

Black Women in Europe said...
Thank you for this post. I will also mention this on my blog on the 25th and link back to this post.

MAY 17, 2009 7:41 PM
Afro-Europe said...
Also thanks.

MAY 19, 2009 5:44 PM
ieishah said...
hi! i found this post through black women in europe. i've written about the issues surrounding the book as well, quoting you quoting nzuma, because my dutch isn't good enough to translate myself. i've linked back here and given you full credit. hope it's okay!

MAY 25, 2009 2:34 PM
mswoo said...
This is quite disheartening for black women world over, and The Netherlands in particular. I'd imagine that, given that the author has a black girlfriend (presumably a "bounty" or maybe not, as then she'd have to be boring) this makes him some kind of expert on black women (because black people are never experts on there own culture and society). And with the book's glowing reviews and critical acclaim, what's the betting that it won't be adapted into a film...?

MAY 25, 2009 2:35 PM
Afro-Europe said...
ieishah

Of course it's okay!

You can also translate the book title to "Only fine people" or “Only neat people”. According to author, this is said by people in the upper class neighbourhood Amsterdam Zuid. It means that is only fine people live there, and no so called "allochtonen" (blacks and other non-western ethnic minorities). In the Bijlmer - of course - there are no fine people. I saw on the video on black woman in Europe.

Unfortunately the book is a big hit in The Netherlands, some see as a realistic view of the multicultural society.

I've read your interesting post about the subject!

mswoo,

You’re right, the fact that has black woman doesn’t make him an expert, but I think he got the expertise from his black woman.

MAY 25, 2009 6:18 PM
Anonymous said...
I'm a black woman from England. I have to say, this book says much more about its author and those that have praised it, than the stereotypes that feature in its story. I think the big revelation here is not the rediculous profiling of the various black women, but simply how little those who hail it as a realistic reflection of multicultural society, have evolved. The book's stereotypes show a primitive understanding on the author's part. There is a reluctance at times to use the words 'primitive' and 'Europe' in the same sentence, but on my infrequent visits to Holland, i can honestly say that the only description for some of the brutal osbscenities that have been shouted at me as i go about ordinary every day life, can only be described as primitive. Feel sorry for the author - he will never have access to the multitude of black women that might dispel his backward ideas - and those women that he has used as muses to support his vision, should continue to keep his company - they deserve each other. In the mean time, the rest of us black women go unscathed from the insulting ideas this book promotes, knowing quite clearly, that we do not fit into any profile that comes from a rigid unenlightened mind and certainly one that lacks the ability to understand any level of complexity. His writing sounds very lazy to me - though i must admit, i will never know, since my preference is for properly researched fiction and literature.

MAY 26, 2009 11:04 AM
anousha nzume said...
Hi,

Anousha Nzume here. Very interesting to read all of your comments. The situation in the Netherlands is really a weird and specific one when it comes to race. 'We' (foreigners) have to be able to take 'a joke' and if we don't like the 'joke' we are perceived as 'politically correct'
I will try to translate my article and post it.
Thank you for your concern and understanding.
Greetings from the Nehtherlands,
Anousha

MAY 30, 2009 1:46 AM
AnoushaNzume said...
For anyone who is interested,
I have tried to translate my article that was published in the Volkskrant. You can read it on my blogspot:

http://anoushanzume.blogspot.com/2009/05/novel-robert-vuijsje-elicits-colonial.html


Greetings from Holland,
Anousha Nzume

MAY 30, 2009 4:10 AM
Afro-Europe said...
Thanks for posting the translation

MAY 30, 2009 7:49 PM
sandilma said...
I am also a black woman from the Caribbean. After reading the book and also the commentaries, i decided to posst my views.

Unlike the majority who have read and commented negatively, I have to say that during the casual reading of the book, I found that there were more truth to what the author was saying or portraying than the negative comments which are being written.

There are a few things, i do agree with the masses, but the majority of the points and generalizations made in the book were 'spot-on'! I consider myself well educated, well bred and above all very independent - BUT the generalizations used in the book were over-board; however, I could relate to most of them, if not all. The reason being is that reality is a sad but true one! In my opinion, the categories/classes of women, sadly to say, has been lessened or diminished over the years due to the 'materialistic factor'! Most women today want it all, and would do what ever it takes to have it all, to say the least!

I am aware that blacks are the minority, which is also a sad reality but within that minority, there is a majority who create a negative image for black women in general. From the viewpoint of a this author and also myself, the generalizations is only that....generalisations, but in my opinion, they are not 'far off', if not 'spot-on'!

JUNE 4, 2009 6:50 PM
Anonymous said...
I love to read the opinions of others, I have been living in the Netherlands for 20 years and am originally from the United States. During my first year I never understood why older Dutch people always said to me in the summer, that I must love the hot and humid weather. I thought to myself, how do they know that I am from the southern part of the united states. Later I realized that they assumed immediately because of my brown skin and african features that I was from Suriname. This was quite amusing for a while because when I became better in Dutch I was able to say, well actually I am American, I was astonished at how interesting I became to them. Black that's ok, but from America they suddenly had a different view of me as a person. Incredible because I got that reaction for a long time. Someone even once said to me that I had a nice butt, and it was not like Suriname butts. Sounds biased to me. Funny how even though Surinames and African Americans are in the long run related, Dutch people saw be differently or was willing to accept me as a black American in another way. I don't get it. I am also from african descent just like Surinames, and I know that Suriame is quite a melting pot, just like America. I am also not like one of the two women in the book. Totally different and dam proud to be BLACK....well read,well travelled, music lover, socially adapted, and a good mother...and not at all an OREO...

peace to all

JANUARY 7, 2010 7:50 PM
Afrika said...
Typical Western propaganda.

JANUARY 8, 2010 10:39 PM

An Argentine Hooker, a Jabhat al-Nusra Terrorist, and A Homosexual Prime Minister.

  Herman Meeuwissen @HermanMeeuwiss1 Petra Wetering is in de Heer, daarom zal ze zoiets als onderstaand nooit zeggen over Bibi Netanyahu - B...