
De pedanterie waarmee journalist/adviseur/schnabbelaar/professor Ko Colijn schrijft is stuitend. De NRC wees gisteren terecht op de merkwaardigheid dat Colijn in zijn VN-column 'suggereert alle 550 pagina's van het (Davids) rapport te hebben kunnen lezen.' En het kan natuurlijk niet dat hij in een uur of twaalf al die pagina's heeft gelezen en er ook nog eens een oordeel over kon schrijven, laat staan een bezonken oordeel dat in een relevante context wordt geplaatst. Leest u deze woorden van Ko:
In een keurig land moet het in parlement verantwoording worden afgelegd over alles, en zeker over oorlog en vrede. Artikel 100 van de Grondwet zegt dat een buitenlandse operatie aan het parlement gemeld moet worden. Niet allemaal: als het gaat om pure zelfverdediging niet, nood breekt wet, maar als het gaat om inzet van de krijgsmacht ter bevordering van de internationale rechtsorde wel. Desnoods achteraf, maar het moet. Als iets jammerlijk fout is gegaan is het onderzoek ook nuttig om zondebokken aan te wijzen, want een democratie bestaat niet zonder verantwoordelijke politici...
Atlantische reflex
De commissie-Davids velt ongemeen harde conclusies. Lees zelf de 550 pagina’s, en kom dan zelf uit op het verdict dat het doel de middelen moest heiligen. De informatiepositie van de inlichtingendiensten, het volkenrecht, de informatieplicht aan de Tweede Kamer, de woordkeus en timing van (niet-)gegeven informatie en argumenten, de selectieve omgang met de rapporten van de UNMOVIC-wapeninspecteurs, alles was ondergeschikt aan de keus die door de commissie wordt toegeschreven aan de vroege ‘Atlantische reflex’ (overigens nogal tendentieus gecontrasteerd met ‘een op Europa gerichte houding’).
Sommigen kwalificeerden dat achteraf als tunneldenken. Fout, als dat woord blikvernauwing inhoudt. Er was sprake van doeldenken, en de rest was consequent instrumenteel. Als er al sprake was van een tunnel, dan van een open tunnel waar allerlei vreemde argumenten mochten binnendringen om de rit te eindigen waar hij moest eindigen. Parlement verzakt, volkenrecht scheefgevijzeld. De switch, halverwege van de massavernietigingswapens naar het volkenrechtelijke constructum, is daarvan het sprekendste voorbeeld.
En is er, ten slotte, nu één grote vraag die blijft liggen (en die naar mijn mening niet door de parlementaire enquête kan worden opgelost)? Ja, dat is, met de allesreiniger achter de hand, de klassieke vraag of de buitenlandse politiek inderdaad het eerste en laatste woord mag hebben. Ook over de val van de premier.
Tot zover professor Colijn. Wat klopt hier niet aan? Vooral het volgende: het was dezelfde Ko Colijn die in hetzelfde Vrij Nederland op 15 februari 2003, dus voorafgaand aan de illegale Irak-inval, dit beweerde:
Daarbij gaat het niet meer om de vraag of Saddam Hoessein massavernietigingswapens verbergt – niemand twijfelt daar nog aan... De mannen van Blix kunnen heel Irak ondersteboven graven, maar Irak wil niet meewerken... Niemand, ook Chirac en Schröder niet, bestrijdt dat Powell gelijk had met zijn bewijzen.
Met andere woorden: wanneer Colijn nu het voor de hand liggende gegeven benadrukt dat 'in een keurig land moet in het parlement verantwoording worden afgelegd over alles, en zeker over oorlog en vrede,' dan ontkomt hij niet aan zelfkritiek. Immers, in een democratie heeft de zogeheten 'vrije pers' de taak om de macht te controleren en niet om klakkeloos propaganda door te geven, zoals in het geval van Irak Colijn keer op keer deed. Een parlementaire democratie kan niet fatsoenlijke functioneren zonder een tegenmacht die de macht genadeloos in de gaten houdt. Al was het maar omdat zoals de befaamde Britse historicus Lord Acton stelde: 'Power corrupts and absolute power corrupts absolutely.' Doet de zogeheten 'vrije pers' haar werk niet naar behoren dan krijgt men situaties waarbij een agressieoorlog die in strijd is met het VN-handvest en het internationaal recht door de propaganda van schnabbelaars als Colijn verkocht wordt als onvermijdelijk en terecht. 'Saddam Hoessein [verbergt] massavernietigingswapens – niemand twijfelt daar nog aan.'
Die uitspraak van Colijn was een aperte leugen, want daarover was wereldwijd genoeg gepubliceerd, in Nederland onder andere door mij. Maar mijn informatie, die ik op mijn beurt weer van goed geinformeerde buitenlandse bronnen had, paste niet de officiele propaganda zoals die door Colijn en de zijnen werd verspreid en werd dus als irrelevant beschouwd door de Nederlandse commerciele media. Welnu, als gevolg van ondermeer die propaganda zijn naar schatting 1,3 miljoen Irakese burgers om het leven gekomen, zijn meer dan 2,5 miljoen Irakese burgers naar het buitenland gevlucht, is Irak nu veranderd in etnisch gezuiverde regio's, en is de chaos er totaal. Het past Colijn niet om nu net te doen alsof dit allemaal het resultaat is van foutief opererende politici, hij en de andere propagandisten zijn even verantwoordelijk voor het grootscheepse leed dat het Westen heeft aangericht. Beseft Colijn dat? Ik bedoel de New York Times heeft een mea culpa uitgesproken nadat was gebleken hoe propagandistisch hun berichtgeving was geweest in de aanloop naar de illegale invasie. En ook de Washington Post heeft zich verontschuldigd. Maar de pers in Nederland? Eerder al schreef ik dit daarover:
De Nieuwe Reporter: Volgens defensiedeskundige Ko Colijn is het achteraf altijd makkelijk om gelijk te hebben. "Veel van de scepsis was niet gebaseerd op feiten. Ik heb destijds op integere gronden een positie ingenomen. Ik zie geen reden om daar nu op terug te komen." Colijn wilde best toegeven dat hij zich had vergist in de presentatie die de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell in februari 2003 had gegeven in de Veiligheidsraad. Maar dat er sprake zou zijn geweest van ''een toneelstukje waar een 4 Havo-scholier doorheen kon kijken'' – zoals Van Rossem suggereerde – dat klopte zeker niet.' Omdat Jan en alleman was uitgenodigd behalve ik, besloot ik om Colijn's geheugen dan maar via mijn weblog wat op te frissen. Ik schreef: 'Ko, ik kan je vertellen dat mijn Amerikaanse collega's van de alternatieve pers onmiddellijk wisten dat ze geflest werden. Ik trouwens ook. Veel van de scepsis was niet gebaseerd op feiten? Alle scepsis is, zodra het over politici gaat, altijd gebaseerd op feiten. Heb je dan nooit iets van bijvoorbeeld I.F. Stone gelezen? En wie gaat er nu over scepsis spreken als is aangetoond dat je te onnozel was om ook maar een greintje scepsis te hebben toen de neoconservatieven vertelden dat Irak elk moment kon toeslaan met massavernietigingswapens. Ik kan je in mijn herinering nog steeds rechts aan die NOS tafel zien babbelen. Je was een aanfluiting, een travestie van een echte journalist. En nu nog zeuren ook over andermans terechte scepsis die op NIETS gebaseerd zou zijn, terwijl de sceptici in alles gelijk hebben gekregen. Lees deze drie artikelen van me eens, geschreven voor het tijdschrift de Humanist in de tijd dat jij jezelf en je publiek in de luren liet leggen door Colin Powell en wel omdat je de feiten niet wilde weten. En waarom wilde je die niet weten? Omdat je het spel meespeelt, omdat je de grenzen van de officiele versie maar al te goed kent, omdat je erbij wilt horen, omdat je financieel afhankelijk van je praatjes bent, omdat je de consensus niet durft te doorbreken en natuurlijk omdat je een oliebol bent. Lees de feiten nou eens.
http://home.planet.nl/~houck006/oorlogomolie.pdf http://home.planet.nl/~houck006/oliesel2.pdf
http://home.planet.nl/~houck006/oliesel3.pdf'
Zie: http://stanvanhoucke.blogspot.com/search?q=ko+colijn
Colijn stelde tijdens de evaluatie dat zijn conclusie van destijds – dat Irak mogelijk wél over massavernietigingswapens beschikte -- volgde uit het ‘jarenlang doorworstelen’ van vele documenten en het raadplegen van diverse experts. Hoe komt het toch dat ik na 'jarenlang' lezen 'van vele documenten en het raadplegen van diverse experts' tot een tegenovergestelde conclusie kwam? Dat is simpel: Colijn zocht wat hij wilde horen. Tunnelvisie heet dat. En waarom zocht hij alleen dat wat hij wilde vernemen? Omdat hij een ideologisch georienteerde professor is, die maar al te goed weet waar de grenzen van de consensus en de geldverschaffing liggen. Bovendien beweerde Ko Colijn niet 'dat Irak mogelijk wel over massavernietigingswaopens beschikte,' welnee, hij beweerde met grote stelligheid dat 'niemand daar nog aan [twijfelt],' daarmee bedoelend iedereen die het publiek bedroog.
De vraag waarom Vrij Nederland deze Ko Colijn een geschikte figuur vindt om zich over het rapport Davids uit te spreken legde ik voor aan VN-redacteur Thijs Broer, die de pech had mij net aan de lijn te krijgen. Hij antwoordde diplomatiek: 'Dat is een heel belangwekkende vraag.' En nu maar afwachten wat het antwoord gaat worden. Meer over Colijn later.