Zoeken in deze blog šŸ”ŽšŸ”Ž

maandag 12 november 2018

CIDI Gevaar voor Nederlands Onderwijs

CIDI indoctrineert scholieren met zogenaamd ‘afgewogen’ lesmateriaal over IsraĆ«l/Palestina

Dat een Nederlandse lobbyorganisatie die de belangen van Israƫl verdedigt onderwijsmateriaal over het Israƫlisch-Palestijns conflict ontwikkelt, en het ministerie van OCW toestaat dat op scholen te gebruiken, is op zijn zachtst gezegd vreemd. Een analyse leert dat het lesmateriaal uiterst eenzijdig is.
Demonstratie tijdens de Eerste Intifada (1987-1993). De Palestijnse volksopstand was van grote betekenis, maar is een van de onderwerpen die in het lesmateriaal van het CIDI geen aparte aandacht krijgt.Reddit 
Eind oktober lanceerde het Centrum Informatie en Documentatie IsraĆ«l (CIDI) een nieuw educatieprogramma over het IsraĆ«lisch-Palestijns conflict. Het is volgens het CIDI ‘zo neutraal en evenwichtig mogelijk’ en bestemd voor middelbare scholieren, specifiek het VMBO. De titel luidt: ‘VMBO Geschiedeniskatern: Over het conflict tussen IsraĆ«l en de Palestijnen. Een kwestie van land en identiteit.’
Het CIDI is de bekendste belangenbehartiger van de staat Israël in Nederland. De lobbyorganisatie manifesteert zich met eenzijdige pro-Israëlische en anderszins gekleurde informatie over het Israëlisch-Palestijns conflict. Doel hiervan is het beïnvloeden van de publieke opinie en de Nederlandse politiek, en het minimaliseren en frustreren van kritiek en eventuele politieke druk op de Palestinapolitiek van de Israëlische regering: de al meer dan vijftig jaar durende bezetting en illegale kolonisering van de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem, de voortgaande blokkade van Gaza en de mensenrechtenschendingen die hiermee gepaard gaan.
De cover van het geschiedeniskatern van het CIDI.
Gezien het bovenstaande is het vreemd dat het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) blijkbaar toestaat dat het CIDI lesmateriaal verstrekt over een gevoelig onderwerp, waarin het zelf partij en overduidelijk partijdig is. Maar the proof of the pudding is in the eating. Om die reden heb ik, in mijn hoedanigheid van historicus, het geschiedeniskatern geanalyseerd. Ik ben nagegaan of het materiaal op afzonderlijke onderdelen en in z’n geheel een afgewogen en historisch verantwoord beeld van het conflict geeft. Of het omissies bevat, of verifieerbare historische feiten correct zijn weergegeven, en ook of structuur en taalgebruik ‘zo neutraal en evenwichtig mogelijk’ zijn. Uiteraard heb ik rekening gehouden met de moeilijkheid van het kort en bondig weergeven van een ingewikkeld historisch onderwerp voor middelbare scholieren.
Hieronder volgen allereerst mijn algemene bevindingen, onderbouwd met voorbeelden uit het lesmateriaal. Daarna volgt een overzicht van mijn kritiek op de verschillende onderdelen van de lesstof, die de basis vormt voor mijn algemene oordeel.

Indoctrinatie

Geeft het geschiedeniskatern een ‘evenwichtig, volledig en helder overzicht van de geschiedenis van het conflict tussen IsraĆ«l en de Palestijnen’, zoals het CIDI zelf het materiaal aanprijst? Het antwoord is beslist nee. Hoewel dit voor mensen die niet goed zijn ingevoerd in de geschiedenis van het conflict – en middelbare scholieren en hun docenten mogen we daartoe rekenen – wellicht oppervlakkig zo kan lijken, geeft het CIDI op allerlei punten een vertekend beeld van het conflict. Dat beeld is in lijn met de nationalistische visie – of beter gezegd: nationale mythe – die de staat IsraĆ«l van de eigen geschiedenis en identiteit propageert. Daar hebben we in het Nederlands een woord voor: indoctrinatie.
Een voorbeeld: door het lesmateriaal heen wordt IsraĆ«l steevast opgevoerd als slachtoffer van de gebeurtenissen, nooit als aanstichter, als ‘dader’. Bij de vele internationale oorlogen die het conflict gekend heeft, wordt daar waar Arabische staten IsraĆ«l aanvielen (1948, 1973) dit expliciet in de tekst vermeld. Bij de oorlogen waarin IsraĆ«l zijn buurlanden aanviel (1956, 1967) volstaat het CIDI met de neutrale omschrijving ‘er brak oorlog uit’. De twee verwoestende Libanon-oorlogen (1982, 2006) waarin IsraĆ«l buurland Libanon binnenviel, en de recentere oorlogen tegen Gaza, worden slechts ƩƩn keer terloops vermeld.
Ook wat betreft het gewelddadige Palestijnse verzet tegen de staat IsraĆ«l komt dit ‘slachtofferparadigma’ terug. Het CIDI schrijft dat de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) terreuraanvallen tegen IsraĆ«l en tegen joodse doelwitten overal ter wereld pleegde, en IsraĆ«l vervolgens terugvocht. Hier wordt opnieuw een vertekend beeld van de historische werkelijkheid gegeven. Vanaf de oprichting van de staat IsraĆ«l in 1948 werd iedere vorm van Palestijns verzet in IsraĆ«l zelf en in de buurlanden vaak met militair geweld de kop in gedrukt. De scholieren krijgen dus tersluiks en welbewust een historisch onjuist beeld voorgeschoteld van het vaak agressieve en offensieve militaire karakter van de daden van de staat IsraĆ«l.

‘Nederzettingen’

Eenzelfde verdoezeling doet zich voor op het punt van de op zichzelf al eufemistisch aangeduide ‘nederzettingen’. In de lopende tekst wordt slechts terloops vermeld dat IsraĆ«l na de Zesdaagse Oorlog van 1967 ‘nederzettingen begon te bouwen’ in de net veroverde gebieden. Een aantal paragrafen verderop – in chronologie na de Oslo-akkoorden van 1993-1994 – is een apart hoofdstukje aan deze ‘nederzettingen’ gewijd. Hoewel daarin wordt vermeld dat de Palestijnen zuchten onder de IsraĆ«lische militaire bezetting van de Westoever, stelt het CIDI slechts dat er ‘veel IsraĆ«liĆ«rs in nederzettingen op de Westoever wonen’.
Nergens in de tekst wordt vermeld dat de kolonisering van de Westoever en Oost-Jeruzalem op basis van het internationaal recht door de VN en de wereldgemeenschap – inclusief IsraĆ«ls belangrijkste bondgenoot, de VS – als illegaal wordt veroordeeld, dat geen land ter wereld de ‘nederzettingen’ erkent en dat ze algemeen als voornaamste obstakel voor vrede worden beschouwd. Hoe de inmiddels bijna 800 duizend kolonisten op de Westoever en in Oost-Jeruzalem terecht zijn gekomen wordt niet uitgelegd. De welbewuste koloniseringspolitiek van IsraĆ«l, waarvoor het de afgelopen vijftig jaar talloze malen door de wereldgemeenschap tot de orde is geroepen, wordt nergensbesproken.
Dat door de versneld voortgaande kolonisering een tweestatenoplossing, die in het lesmateriaal wel uitvoerig aan de orde komt, vrijwel onmogelijk is geworden, wordt ook niet in de hierboven geschetste context uitgelegd. Het enige dat hierover wordt gezegd is de volgende zin: ‘Bovendien vinden veel mensen [sic; wie?] dat de voortdurende bouw van nederzettingen op de Westoever [sic; door wie?] een Palestijnse staat blokkeert en ze [sic; wie?] zien het ook als landroof.’
Het op deze manier onvolledig en eenzijdig weergeven van dit kernpunt van het IsraĆ«lisch-Palestijns conflict doet de evenwichtigheid van het lesmateriaal op een fundamentele manier geweld aan. Hierdoor blijft voor de leerlingen onduidelijk waarom de Palestijnen op de Westoever en in Oost-Jeruzalem zuchten onder een militaire bezetting en zich verzetten tegen IsraĆ«l.

Palestijnse identiteit

Sowieso komt het Palestijnse volk er wat betreft de in de titel vermelde ‘kwestie van land en identiteit’ bekaaid vanaf, zulks in tegenstelling tot de joden en IsraĆ«li’s. Zoals gezegd houd ik er rekening mee dat het lesmateriaal niet alles kan behandelen en dat bij het begrijpelijk weergeven van complexe materie keuzes moeten worden gemaakt. Maar waarom wordt het plan van de Britse commissie-Peel uit 1937 behandeld, maar de aanleiding voor dat plan – de Palestijnse opstand van 1936-1939 – niet? Die opstand was een wezenlijke gebeurtenis met betrekking tot het tot stand komen van de Palestijnse nationale identiteit.
En hoewel het CIDI de Nakba (‘Catastrofe’) van 1947-1949 bespreekt, waarbij een grote meerderheid van de Palestijnse bevolking van huis en haard werd verdreven, wordt de Eerste Intifada van 1987-1993 niet apart vermeld. Deze grassroots opstand van de Palestijnse burgerbevolking op de Westoever en in Gaza, en de keiharde militaire reactie waarmee de IsraĆ«lische staat die voor het oog van de wereld neersloeg, is niet alleen van belang voor de Palestijnse nationale identiteit, maar ook een kantelpunt in het conflict en de directe aanleiding voor de Oslo-akkoorden. Daar kun je vanuit historisch oogpunt eenvoudigweg niet aan voorbijgaan.
En waarom wordt de leerlingen in de opdrachten gevraagd waarom Jeruzalem heilig is voor joden, en even verderop waarom Mekka en Medina heilig zijn in ‘de islam’, maar niet waarom Jeruzalem óók heilig is voor Palestijnse moslims en christenen? Dat is voor een beter begrip van het IsraĆ«lisch-Palestijns conflict toch een aanzienlijk relevantere vraag dan die over Mekka en Medina.

Joodse en Israƫlische identiteit

Daar staat tegenover dat de joodse geschiedenis en identiteit, en de daaruit voortvloeiende Israƫlische claim op een zogenoemd Groot-Israƫl, op ingenieuze maar onhistorische wijze uitgebreid uit de doeken wordt gedaan en soms wordt aangedikt. Dat begint direct in deel I met de eerste geografische kaart, waarop het CIDI de omvang van het Verenigd Koninkrijk Israƫl en zijn buurlanden rond 900 voor Christus weergeeft.
Het kaartje van het Verenigd Koninkrijk Israƫl uit het lesmateriaal. Voor het bestaan van het rijk in deze omvang bestaat geen historisch bewijs.
Er bestaat echter geen enkel historisch of archeologisch bewijs voor het bestaan van een Verenigd IsraĆ«lisch Koninkrijk van deze omvang in de genoemde periode. De enige bron hiervoor is het Oude Testament. De actuele historische consensus luidt dat de betreffende bijbelboeken in de 6e eeuw voor Christus in Babylon op schrift zijn gesteld. Het betreft hier een mythische en religieuze joodse geschiedenis die je niet, zoals het CIDI doet, als een historisch feit kunt voorstellen. Het is essentieel de leerlingen erop te wijzen dat (een deel van de) joden en IsraĆ«liĆ«rs dit geloven, maar er geen historisch bewijs voor bestaat. Te meer daar de staat IsraĆ«l dit Bijbelse Koninkrijk nog altijd opvoert als argument waarom zij meer recht zou hebben op het land dan de Palestijnen, en ook als rechtvaardiging voor de illegale kolonisering van Oost-Jeruzalem en de Westoever.
Verderop in de tekst wordt de beroemde Balfourdeclaratie uit 1917 behandeld. Ook die speelt in IsraĆ«ls nationale mythe – en in het verlengde daarvan in de claim op een ‘Groot-IsraĆ«l’ – een belangrijke rol, veel groter dan op historische gronden gerechtvaardigd. De mededeling van de Britse minister van Buitenlandse Zaken Balfour aan Lord Rothschild – 15 regels tekst op een stuk papier – luidde dat ‘de Britse regering welwillend staat tegenover de vestiging van een nationaal tehuis voor het joodse volk in Palestina’. Maar het CIDI promoveert de verklaring tot een ‘plan’ – het ‘Balfour-plan’. In lijn daarmee wordt de door de Britten bewust vaag gehouden term ‘nationaal tehuis’ opgeschaald tot ‘thuisland’. Verderop in de tekst gaat het CIDI nog een stap verder door te schrijven dat, nadat de Volkenbond de Britten het mandaat over Palestina had toegekend, ‘Palestina door de Volkenbond was aangewezen als thuisland voor de Joden’.

Ernstige zaak

Zoals eerder gezegd, voor de leek lijken dit wellicht details. Wanneer echter zulke historische fouten, verdraaiingen en omissies in de lesstof op vrijwel alle onderwerpen voorkomen, en allemaal in dienst staan van de partijdige visie die het CIDI op het conflict propageert, dan heet dat indoctrinatie. De middelbare scholieren krijgen geen evenwichtig beeld van het conflict, maar grosso modo de traditionele IsraĆ«lische nationale mythe voorgeschoteld.
Dat het ministerie van OCW en de onderwijsinspectie toestaan dat het CIDI dit lesmateriaal op middelbare scholen aanbiedt is een ernstige zaak. Nederlandse scholieren hebben recht op objectief lesmateriaal, zeker als het een maatschappelijk gevoelig onderwerp als het IsraĆ«lisch-Palestijns conflict betreft. The Rights Forum zal de kwestie onder de aandacht brengen van politiek en overheid, en pleiten voor het uitsluitend toestaan van evenwichtig lesmateriaal. In z’n algemeenheid is de vraag gerechtvaardigd of het verstandig is om lobbyorganisaties die de belangen van een ander land verdedigen lesmateriaal te laten aanbieden op Nederlandse scholen.

Analyse van het lesmateriaal

In het onderstaande wordt de kritiek op de achtereenvolgende onderwerpen die in de lesstof aan de orde komen weergegeven. Deze kritiek vormt de basis voor het bovenstaande algemene oordeel. De kritiek heeft betrekking op de inhoudelijke delen I, II en III. Deel IV is vooral gericht op discussie over mogelijke oplossingen voor het conflict en wordt hier buiten beschouwing gelaten, al is ook op dit deel het nodige aan te merken.
Onjuiste historische feiten en interpretaties – die te allen tijden verbeterd dienen te worden – zijn hieronder in normaal lettertype weergegeven. Interpretaties en extra informatie mijnerzijds zijn cursief gezet. Desgewenst kan de lezer voor een goed begrip van de kritiek de online versie van de lesstof meelezen, en op die manier ook een afgewogen eigen oordeel vormen.
Deel I, B1, Oude geschiedenisEr bestaat geen historisch bewijs voor het bestaan van een ‘Verenigd Koninkrijk IsraĆ«l’ rond 900 voor Christus, zoals dat op het landkaartje is weergegeven. Voor verder commentaar op dit punt: zie de algemene kritiek hierboven.
Deel I, B2, De Romeinen
In deze paragraaf wordt beweerd dat de joodse opstand tegen Rome in het jaar 66 uitbrak omdat de joden gedwongen werden de Romeinse keizer als god te vereren. Dat is historisch onjuist. De opstand had niet zozeer een religieuze, maar een economische oorzaak, met name de hoge belastingdruk. Opstanden tegen Rome, dat veroverde gebieden als wingewesten uitperste, waren in het Romeinse Rijk aan de orde van de dag.
Verder wordt vermeld dat de Romeinen ‘een groot deel van de joodse bevolking vermoordde of tot slaaf maakte, en de rest van de bevolking vluchtte of verdreven werd’. Ook dit is historisch onjuist. Hoewel de joodse tempel verwoest werd en de opstand hard werd neergeslagen, bleef het grootste deel van de joodse bevolking in Palestina. In het jaar 132 brak daar immers de Tweede Joodse Opstand onder Bar Kochba uit. Ook nadien zijn er joden in Palestina gebleven.
In combinatie met het vorige punt en volgende punten (zie onder andere hieronder het commentaar op Deel 1, C1) wordt hier de officiƫle nationale Israƫlische mythe uit de doeken gedaan. Vermoedelijk om die reden wordt het accent gelegd op vervolging van joden om geloofsredenen.
Deel I, C1, Oorsprong, vragenHet is de vraag waarom hier niet tevens wordt gevraagd waarom naast Medina en Mekka ook Jeruzalem heilig is binnen de islam, dus ook voor islamitische Arabieren en Palestijnen. Dat is binnen de context van het IsraĆ«lisch-Palestijns conflict een relevantere vraag voor de leerlingen. Verderop in de lesstof wordt wel gevraagd wat de heiligommen in de Oude Stad van Jeruzalem betekenen voor het jodendom, het christendom en de islam, maar dat gebeurt in een andere context dan de eerder gedane bewering dat Jeruzalem voor joden ‘hun heilige stad’ was en bleef.
Deel I, C2, De Verspreiding van de Islam
In deze paragraaf wordt gesuggereerd dat de bevolking van de door de Arabieren veroverde gebieden voor een groot deel bekeerd werd tot de islam. Dat is onjuist. Waarschijnlijk was het eerder andersom: mensen bekeerden zich uit zichzelf tot de islam vanwege uiteenlopende, niet per se religieuze redenen. Christenen worden hier speciaal als bekeerlingen vermeld, maar joden niet. Terwijl voor joden waarschijnlijk hetzelfde gold.
Deel II, B, Tegenstrijdige beloftes
Hier wordt in plaats van de ‘Balfour-declaratie’ gesproken van het ‘Balfour-plan’, en is het ‘nationaal tehuis’ uit die declaratie gepromoveerd tot ‘thuisland’.
Binnen de Israƫlische nationale mythe wordt het historische belang van de Balfour-declaratie groter gemaakt dan historisch gerechtvaardigd is. Een meer historische en nuchtere karakterisering van de declaratie, een kort briefje gericht aan Lord Rothschild, luidt dat die een Brits PR-offensief was. Dat was vooral bedoeld om financiƫle middelen voor de voortzetting de Eerste Wereldoorlog aan te trekken en de VS, maar vooral Rusland, binnen het kamp van de geallieerde oorlogvoerende landen te houden.
Deel II, D, Eerste verdeling van Palestina (1920-1922)
Hier wordt een hele paragraaf besteed aan de ‘eerste verdeling’ van Palestina, die uitsluitend relevant is voor de IsraĆ«lische nationalistische mythe (vooral voor de revisionistische c.q. rechtse interpretatie daarvan). De paragraaf draagt op geen enkele manier bij tot een beter begrip van de leerlingen van het IsraĆ«lisch-Palestijns conflict.
Zowel in deze paragraaf als elders in de stof krijgen belangrijke historische onderwerpen met betrekking tot de Palestijnse identiteit en het Palestijnse nationalistische narratief die wƩl voor een beter begrip van de materie kunnen zorgen, zoals de Eerste Intifada of de Gaza-oorlogen, amper of geen aandacht.
Deel II, E, Joodse immigratie
Aan het einde van de eerste alinea van deze paragraaf staat, onder verwijzing naar nazi-Duitsland en Oostenrijk, plompverloren dat ‘ook in de Arabische landen in deze tijd het antisemitisme toenam’. Welke bron is er voor dit toenemend antisemitisme? En welke functie heeft dit binnen de context?
Deel II, G, Voorstel tot verdere verdeling (1937)
Waarom wordt het voor een goed begrip van het conflict op dit niveau irrelevante Peel-plan uitvoerig besproken, maar de aanleiding voor dit plan – de Palestijnse opstand van 1936-1937 – niet? Zie ook de algemene kritiek hierboven.
Deel II, I, Joodse immigratie stopgezet
Deze paragraaf is in zijn geheel onjuist. De Britten zetten de joodse immigratie niet stop, maar bonden die aan quota. Daarnaast werd de Palestijnse opstand van 1936-1939, die dus niet behandeld wordt, met aanzienlijke militaire inspanning door de Britten neergeslagen. Niet het feit dat de Britten geen leger naar Palestina konden sturen was de reden voor het quoteren van joodse immigratie, maar de Palestijnse opstand zelf. Nog een reden waarom het vreemd is dat die opstand niet behandeld wordt.
Deel II, J, Tweede Wereldoorlog
Hier wordt de leerlingen een door lobbyorganisaties als het CIDI steeds weer gemaakte valse vergelijking voorgeschoteld. Het CIDI schrijft dat de meeste joden in Palestina de Britten tegen de nazi’s steunden, maar dat ‘de belangrijkste Palestijnse leider’, Haj Amin al-Husseini, ‘een enthousiaste bondgenoot van de nazi’s was’. De suggestie is evident: de joden waren ‘goed’, de Palestijnen ‘fout’.
Al-Husseini zocht inderdaad toenadering tot de nazi’s, maar was sinds hij in 1937 Palestina had moeten ontvluchten niet erg relevant meer. Waarom zegt het CIDI, in het kader van de ‘zo evenwichtig en neutraal mogelijke’ lesstof, niets over de houding van ‘de meeste Palestijnen’? Steunden die de Britten niet even goed tegen de nazi’s als de meeste joden? En waarom laat het achterwege dat een extremistische joodse organisatie bleef doorvechten tegen de Britten, en bij de nazi’s aanklopte voor samenwerking?
Deel II, K, Voorstel van de Verenigde Naties tot verdere verdeling (1947)
Het CIDI schrijft dat David Ben-Gurion op 14 mei 1948 ‘de onafhankelijke Joodse staat IsraĆ«l uitriep, binnen de grenzen zoals de VN hadden voorgesteld’. Het vermeldt niet dat joodse strijdgroepen op dat moment al zo’n 300 duizend Palestijnen van huis en haard hadden verdreven, ook uit gebied buiten ‘de grenzen zoals de VN hadden voorgesteld’. De Nakba was al lang en breed gaande toen Ben-Gurion de onafhankelijkheid uitriep, en deze ‘burgeroorlog-fase’ was van grote invloed op de verdere ontwikkelingen.
Volgens het CIDI was de Nakba het gevolg van de ‘aanval’ van Arabische troepen op 15 mei 1948, die IsraĆ«l noodzaakte ‘terug te vechten’ (Deel III, A en B). Dat die troepen het voormalige mandaatgebied binnenvielen om de Palestijnen te steunen, zoals lang en breed aangekondigd voor het geval de joodse leiders eenzijdig en tegen de uitdrukkelijke wil van de meerderheid van de bevolking een eigen staat zouden uitroepen, vermeldt het CIDI niet. Met dit eenzijdige beeld presenteert het opnieuw een belangrijk element van de IsraĆ«lische nationale mythe.
Deel III, B, Oorsprong van het Palestijnse vluchtelingenprobleem
De Nakba betekende de complete ontwrichting van de Palestijnse samenleving. Die gebeurtenis staat met hoofdletters in het collectieve Palestijnse bewustzijn gegrift. Voor een elementair begrip van de Palestijnse aspiraties en het IsraĆ«lisch-Palestijns conflict in het algemeen is dit wezenlijke informatie. Maar in de lesstof valt het woord ‘verdreven’ eenmaal terloops, en wie precies de Palestijnen verdreef wordt zo goed mogelijk in het midden gelaten. Verder zijn het niet alleen de Palestijnen die van de Nakba, de ‘Catastrofe’, spreken. Het begrip Nakba is inmiddels een ingeburgerde aanduiding voor een historische gebeurtenis.
Deel III, C, De eerste jaren van Israƫl
Het CIDI laat achterwege dat de in de nieuwe staat IsraĆ«l achtergebleven Palestijnen (20 procent van de bevolking) uitgesloten waren van ‘de positieve ontwikkeling van IsraĆ«l’. Zij, allen autochtone inwoners van Palestina, stonden tot 1966 onder militair bestuur, met vĆ©rgaande beperkingen qua bewegingsvrijheid en vrijheid van meningsuiting. Zij profiteerden maar zeer beperkt van de economische opbloei.
Deel III, C1, Joodse immigratie
In deze paragraaf staat dat de Palestijnse slachtoffers van de Nakba allen ‘gevlucht’ zijn. Van ‘verdreven’ is geen sprake. In dezelfde paragraaf lezen we dat het merendeel van de 700 duizend joden die vanuit de Arabische wereld in IsraĆ«l terechtkwamen ‘verdreven’ zijn en ‘hun huizen, bedrijven en bezit verloren’. Die gebeurtenis wordt gesitueerd in ‘de eerste jaren’ van IsraĆ«ls bestaan. Nog los van de vraag of het merendeel van de 700 duizend joden inderdaad verdreven is, gaat het in werkelijkheid om een proces van pakweg twintig jaar.
Deel III, C2, Oorlog met Egypte
Dat IsraĆ«l Egypte eenzijdig aanviel wordt bij de Suezcrisis niet expliciet vermeld. Het CIDI volstaat met het neutrale ‘er brak oorlog uit’.
Deel III, E, Arabieren in IsraĆ«lIn deze paragraaf wordt wederom niet vermeld dat de zogenoemde ‘Arabische IsraĆ«liĆ«rs’ tot 1966 onder militair bestuur stonden. En anders dan wat wordt beweerd, mogen de meeste van deze ‘Arabische IsraĆ«liĆ«rs’, uitzonderingen (Druzen) daargelaten, niet in het IsraĆ«lische leger.
Deel III, F, De Zesdaagse Oorlog
‘Er brak weer oorlog uit’ en dat IsraĆ«l de aanvallende partij was wordt niet vermeld. In het kader van het internationaal recht en het oorlogsrecht is dat wezenlijke informatie, maar het recht wordt in de lesstof buiten beschouwing gelaten.
Deel III, G, Opnieuw oorlog (1973)
Egypte en SyriĆ« vallen nu wel IsraĆ«l aan in de tekst. In deze paragraaf worden in drie regels de twee Libanon-oorlogen, de twee (!) Intifada’s en drie Gaza-oorlogen genoemd en behandeld. Voor verder commentaar: zie de algemene kritiek hierboven.
Deel III, I, Vredesakkoord tussen Jordaniƫ en Israƫl
Waarom wordt dit behandeld vóór de Oslo-akkoorden? Dat is niet logisch.
Deel III, J, De PLO en de Oslo-akkoordenHier lezen we dat de PLO terreuraanvallen pleegde en dat IsraĆ«l ‘terugvocht’. Dat heeft weinig met de historische werkelijkheid te maken. Zie ook de algemene kritiek hierboven.
En waarom wordt de Eerste Intifada hier niet besproken? Zonder deze wezenlijke historische gebeurtenis zijn de Oslo-akkoorden moeilijk te verklaren. Zie wederom de algemene kritiek.
Deel, III, K1, Politieke moord en extremismeIn deze paragraaf worden de moorden op Sadat (1981) en Rabin (1995) tegenover elkaar geplaatst om het extremisme aan diverse zijden te verduidelijken. Dit is mijns inziens een niet helemaal juiste vergelijking. De vrede tussen Israƫl en Egypte betrof Israƫls buitenlandbeleid en stond in een internationale context, terwijl de latere Oslo-akkoorden betrekking hadden op het voormalige mandaatgebied Palestina.
Deel III, K2, Hamas
Voor het nagestreefde evenwicht is het hier wellicht belangrijk om in te voegen dat Hamas de verkiezingen van 2006 won.
Deel III, K3, Nederzettingen
Zoals in de algemene kritiek al vermeld wordt nergens goed uitgelegd hoe de nederzettingen met hun honderdduizenden kolonisten op de Westoever en in Oost-Jeruzalem terecht zijn gekomen. De actieve rol van Israƫl, alsmede de internationaalrechterlijke context, komen nergens aan de orde. Voor een kernpunt van het Israƫlisch-Palestijns conflict is dat onbegrijpelijk.
Deel IV
Deel IV bestaat uit kort ingeleide vragen, bedoeld om de leerlingen te laten discussiĆ«ren over oplossingen voor het IsraĆ«lisch-Palestijns conflict. Dit deel is daarom buiten beschouwing gelaten, maar een kanttekening is op z’n plaats: de discussie vindt plaats binnen het door het CIDI neergezette kader. En hoewel bovenstaande opsomming van tekortkomingen niet uitputtend is, illustreert ze ruimschoots dat dat kader fundamenteel onevenwichtig en allesbehalve neutraal is.
Jan Tervoort analyseerde eerder geschiedenislesmateriaal over het IsraĆ«lisch-Palestijns conflict hier en hier.



zondag 11 november 2018

Donetsk People's Republic Election Turnout

Observers report unprecedentedly high turnout for DPR Elections

NOVEMBER 11, 2018 16:04 
Donetsk, Nov 11 – DAN. The DPR elections and high turnout have revealed the Republic’s viability, observer from Belgium said.
“We are trying to establish the Flemish Republic in Belgium, but have not achieved it yet. The elections, given such a strong voter activity, are democratic, testifying to Republic’s viability,” said Jan Penris, Belgian MP.
Olga Kovitidi, member of Russian Federal Assembly, said the high turnout was unprecedented, showing intentions and interest of the DPR residents.
Today DPR residents are able to cast ballots at 408 polling stations across the Republic from 8 a.m. to 8 p.m., all of the addresses are available at the Central Election commission website.
Five candidates are running for Head: Denis Pushilin, Elena Shishkina, Roman Khramenkov, Vladimir Medvedev, Roman Evstifeyev. Two social movements are vying for Parliament seats: the Donetsk Republic and the Free Donbass.
International observers have been invited to monitor the elections, 48 of them, nationals of Russia, Abkhazia, Austria, Belgium, Germany, Greece, Italy, Netherlands, Norway, Turkey, Finland, France, Chili and South Ossetia, have registered as monitors. *ot
Early elections took place from November 6 to November 10. All those who are unable to cast ballots today have had an opportunity to do so over the week, as DPR service members have done, among others. *ot

Physicians Work to Bring Back the Anti-Nuclear Movement

Physicians Work to Bring Back the Anti-Nuclear Movement



It is a move that many, including former President of the Soviet Union Mikhail Gorbachev, believe has ignited a new nuclear arms race. This is because the Intermediate-Range Nuclear Forces Treaty, signed by Gorbachev and former US President Ronald Reagan, banned all short and mid-range nuclear and non-nuclear missiles, and helped eliminate thousands of land-based missiles.
The situation is exacerbated by the fact that Trump has already promised to build new nuclear weapons, in addition to having withdrawn from the Iran nuclear deal, heightening tensions further after having previously threatened the use of nuclear weapons against North Korea. Trump has also promised to build new nuclear weapons.
While these deeply concerning issues, which are clear existential threats to the entire planet, often fly under the radar, a large and diverse coalition of groups across Washington State has formed with the aim of reviving the anti-nuclear movement.
“Kitsap Bangor Naval Base is the single largest collection of nuclear weapons in the US, and each of those warheads is many times more powerful than the bombs dropped on Hiroshima and Nagasaki,” Estela Ortega, the executive director of El Centro de la Raza, told Truthout. El Centro de la Raza is a Seattle-based civil rights, human services, educational, cultural and economic development organization.
Ortega explained that the mission of her organization is “to struggle for a clean, safe, and nuclear waste-free environment for our people and future generations. To work for a rational use of natural resources in the interests of the preservation of Mother Earth and the peaceful development of humankind.”
She added, “Our commitment to a nuclear free world and preserving Mother Earth has been with us since the beginning of our organization.” 
Ortega’s organization is now part of Washington Physicians for Social Responsibility’s (WPSR) effort to revive anti-nuclear awareness across the state by developing what has become a broad, socially diverse coalition of dozens of partners who share the same goal.
WPSR, which is the Washington State chapter of Physicians for Social Responsibility (PSR), reached out to Ortega and her organization after she gave a speech at Hiroshima to Hope’s annual remembrance event. 
“Their mission and goals were similar to ours in that nuclear weapons should be eliminated and those dollars then used to end poverty,” she said. “In addition, the dollars should be used to strengthen our nation by funding education, housing, health care, rebuilding our country, creating jobs and now we need funds to combat climate change for clean air, water, a green economy and healthy forests.”
Lilly Adams is the security program organizer for WPSR, as well as the co-chair of the group’s Nuclear Weapons Abolition Task Force. Adams coordinates WPSR’s statewide coalition, Washington Against Nuclear Weapons.
“The primary aim of our work is to reduce our nuclear weapons arsenal and spending on nuclear weapons, and working towards a world without nuclear weapons,” Adams told Truthout. “Every nuclear weapon that is dismantled makes us a little bit safer. These weapons threaten our society simply by existing, because there is always the risk of intentional use, unintentional use or accidents.”
The coalition includes Earthcare Not Warfare, South Seattle Climate Action Network, Spokane Veterans for Peace, Social Equity Educators, the Seattle Education Association, a student group at the University of Washington called Beyond the Bomb, and more.
The aim of WPSR’s statewide coalition is to mobilize leaders and their organization’s members in each congressional district to apply consistent pressure to each member of Congress, with the eventual aim of abolishing nuclear weapons altogether. It is working in tandem with the national PSR organization, which has been advocating for more than half a century to create what its website states is “a healthy, just and peaceful world for both the present and future generations.” PSR is the US affiliate of International Physicians for the Prevention of Nuclear War.
Adams aims to reverse the trends that have been laid out in the Trump administration’s Nuclear Posture Review.
“This review lays out the administration’s view of the role of nuclear weapons,” she said. “It calls for more usable nuclear weapons, expands the situations in which we might use nuclear weapons, and sidelines disarmament and diplomacy. In the short term, we have to work to oppose these dangerous policies.”

Washington as Ground Zero

Laura Skelton, the executive director of WPSR, told Truthout she knew building a coalition like this would be challenging in Washington. This is because the Boeing company (which builds nuclear missiles), uranium mining, nuclear weapons storage and the Hanford nuclear waste site have all played a significant role in the state’s economy.
Additionally, the US military’s standing presence in the state is highlighted by this statement on Washington Gov. Jay Inslee’s website: “The Military and Defense sector is Washington’s second largest direct public employer. This key industry cuts across many sectors in Washington, helps create the backbone for a strong economy through our diverse defense missions and military installations, our pioneering companies, and our military friendly communities.”
Governor Inslee, the so-called greenest governor, also convened the Washington Military Alliance to ensure military spending continues to flow into the state.
“It’s also delicate to bring up Boeing’s role in nuclear weapons systems production,” Skelton said. “I doubt most residents are aware of their role in the military economy, and in the nuclear weapons industry in particular.”
Bangor, Washington, is one of the largest depots of nuclear weapons in the US, and coupled with the other aforementioned nuclear-related presences, Washington State is a sort of “ground zero” for anti-nuclear organizing for the nation.
Bruce Amundson, WPSR’s vice president and co-chair of our Nuclear Weapons Abolition Task Force, is a former family physician, and was the catalyst for WPSR’s anti-nuclear weapons coalition.
“Some of the old-guard anti-nuclear leaders back then [during the 1980s] were early responders to our requests to join a statewide coalition and have been some of the most engaged folks,” Amundson told Truthout. “So, like the Trump phenomenon, our Washington history has been a boon to organizing.” 
On the other hand, the massive presence of the military in Washington, coupled with the influence of Boeing and the defense industries, have a grip on the state government that, Amundson said, “is hard to break.”
However, according to Amundson, several members of WPSR’s growing coalition are now linked to members of Congress in each district of the state and are making “aggressive asks.” He said the results have been notable.
Since the campaign began two years ago, WPSR has seen members of Congress who were formerly absent on nuclear issues now speaking out or supporting legislative initiatives for the first time. Additionally, Amundson said two-thirds of Washington’s congressional delegation have “moved” along the spectrum to a better position on the issue.
“Our requests have been supported by strong arguments, by the humanitarian perspective of human carnage and by a clear message that something is happening in Washington around nuclear issues and we are not going away,” Amundson said.
Adams pointed out that although Boeing’s presence makes Washington a challenging place to form an anti-nuclear coalition, many people simply don’t realize Boeing is one of the largest nuclear weapons systems producers in the country. If they did, they might not be so excited about its presence.
“Producers of other weapons of mass destruction, like chemical weapons, are often condemned by the public, but somehow this is still not true for producers of nuclear weapons and nuclear weapons systems,” Adams said. “But often people simply don’t know this other side of Boeing. Boeing is a big contributor to the Democratic and Republican parties and individual elected officials in Washington State, and they spend a massive amount of money lobbying Congress.”
According to Adams, all that power and money being invested in the continued production of nuclear weapons by Boeing points to a more general corporate nightmare: Much of the US nuclear weapons production is carried out by private companies. These companies stand to profit from the continued existence and reliance on nuclear weapons, regardless of the negative impacts on communities.
The Kitsap Bangor naval base is home to the largest collection of deployed (or ready-to-use) nuclear weapons in the country, according to Adams.


“This is on Hood Canal, just 20 miles from Seattle,” she said. “In fact, if Washington were its own country, it would be the third-largest nuclear weapons country in the world.”
Therefore, it’s an uphill battle to convince people in her state government to work towards disarmament and to stop investing in nuclear weapons.
“This is especially true in the 6th District, which includes Kitsap Bangor naval base, and where the military is a major employer,” Adams said. “This makes this a challenging topic not just for members of Congress, but also the people living there, who may see this as their livelihood. To be clear, we do not advocate for closing the base itself.”
Nevertheless, Adams thinks the movement is having impact, pointing to how positions of many members of state Congress have shifted regarding nuclear weapons issues.
“We’ve seen some members of Congress become strong and outspoken advocates for safer nuclear weapons policies and reductions in US the arsenal and spending,” Adams said. “Some members of Congress who previously had not engaged on this issue at all have taken significant actions in the last couple of years, like co-sponsoring bills or voting against new warheads, at our urging.”
Public opinion is ripe for change, too. Skelton acknowledges that nuclear weapons policy is far outside most people’s daily concerns, but added, “I imagine that most people would prefer to spend the majority of our nuclear weapons budget on other things that would improve their daily lives.”

Stopping the Nuclear Spending Spree

Under the Obama administration, the US and Russia signed the New START Treaty, which requires both countries to decrease their nuclear arsenals. In order to pass the treaty, the Obama administration made a compromise allowing the remaining nuclear arsenal to be “modernized.”
According to Adams, this kicked off what is now a $1.7 trillion spending spree on nuclear weapons over the next 30 years, which comes out to $4.6 million every single hour.
This includes not only upgrading existing weapons, but actually replacing every part of the nuclear triad (submarines, ground-based missiles, bombers and air-launched missiles) and making new nuclear weapons, like the heavily debated low-yield weapons that came up this year.
Therefore, Adams urges people to engage in a variety of forms of anti-nuclear advocacy, such as writing op-eds, attending public forums and demonstrations, passing resolutions, or undertaking civil disobedience and direct action in order to “favorably impact policy makers and policies.”
Delegations including WPSR members and staff, alongside representatives from the statewide coalition they’ve formed, have been meeting with members of Congress in Washington in most districts.
The meetings involve reinforcing policy steps and pronouncements that the member has already made, coupled with specific policy “asks” and explorations of areas of potential collaboration. The coalition also works to influence Congress members on impending legislation.



“Mobilizing hundreds of individual contacts to a member of Congress within a few days on a specific piece of legislation has been both possible and effective, a strategy for eliciting public pressure and visibility not seen on nuclear issues in Washington for years,” Adams said.
Skelton explained that WPSR took the lead in forming this coalition at this particular time because no one else was doing it.”While we were still raising awareness of nuclear issues and talking with elected representatives about them, we recognized that we would make a much better case in doing so alongside others,” Skelton said. “Whether or not a person chooses to think about it, nuclear weapons (including military spending and the risks posed by nearby weapons) affect us all.”
Skelton believes that by raising a chorus of diverse voices and concerns — and showing policy makers that this is an issue that many people care about — they are once again putting a spotlight on nuclear concerns in Washington State and demanding that their lawmakers support better and safer nuclear policies.
Her hope is that if the majority of members of Congress in Washington State call for nuclear weapons to be taken off high alert and urged on a path toward disarmament, this could inspire similar efforts elsewhere.
“If we had enough people nationally saying these things, my dream would be for the US to ratify the UN Treaty on the Prohibition of Nuclear Weapons,” she said.
Adams is also concerned about other nuclear issues, such as working to ensure peace and diplomacy with North Korea – and the fact that President Trump has the sole authority to launch nuclear weapons.
Amundson, who has been a member of PSR for more than 35 years, believes one of the best policy outcomes from WPSR’s latest effort would be “to stop most — or all — of the proposed legislation to rebuild the entire nuclear triad.”
Amundson thinks this is a critical time for doing so, given the cost is clearly unsustainable in addition to it eclipsing other public needs. Two-thirds of the rest of the world’s nations have already signed on to abolish nuclear weapons.
“Our position is that if these policies succeed, and the US has a newly built arsenal, the die is cast for the next 30-40 years,” he said. “Once in place, we know the power of the military/corporate/congressional complex.”

Time to Bring Back the Anti-Nuclear Movement

Skelton again acknowledged that nuclear issues aren’t currently one of the top concerns for most progressive groups, but asks why, given the potential (and actual) consequences.
“Why are we not talking about the massive spending earmarked for these weapons, or the unthinkable destruction and destabilization they represent?” she asked. “For me, another desirable outcome of our campaign would be that people are regularly asking these questions, talking with candidates about them and demanding more progress on nuclear policies.”
Although the Cold War has long been officially over, few people are actively calling for changing Cold War-era policies and making serious reductions in US nuclear arsenals. 
Amundson believes that, via WPSR’s work across the country with other PSR chapters and affiliated organizations that oppose nuclear weapons, Washington now has the most extensive and professionally organized anti-nuclear movement of any state.
“It’s a sad commentary on the atrophy of anti-nuclear advocacy over the 30 years since the collapse of the USSR, when everyone went to sleep on these threats,” he said.
However, there’s hope: Amundson believes the work they are doing now serves as a model for other organizations across the US. Meanwhile, what keeps Adams’s eyes on the proverbial ball is continuing to work directly with communities across Washington State that have been directly affected by the nuclear weapons industry.
“The entire process of creating nuclear weapons harms those involved and the surrounding environment, and historically, the communities most affected are communities of color, Indigenous people and low-income communities,” she said. “This is clear around the world, but also very clear right here in Washington, where many of our communities have been devastated by the nuclear weapons industry.”
While the potential deaths due to a nuclear catastrophe are what are usually considered when the topic of nuclear weapons arises, people in the communities Adams mentioned are already dying from the effects of nuclear weapons production.
“Their stories are not often told, and in debates about nuclear policy, their voices are not often heard,” Adams said. “As we work towards a world without nuclear weapons and try to change policy, it’s crucial that we build relationships with these communities and, hopefully, make it easier for them to be at the center of these debates and help lead these efforts.”

British and Israeli Assistance to U.S. Strategies of Torture

British and Israeli Assistance to U.S. Strategies of Torture and Counter- insurgency in Central and Latin America, 1967-96: An Argument Against Complexification

Ian Almond1

Although the role of the U.S. in supporting the anti-democratic, counter-revolutionary movements, governments, and dictatorships that flourished in Latin America from the 1960s to the 1990s is well known, this article examines the support provided to the U.S. by other countries. Principally this support was provided by Israel and the United Kingdom, but other countries were also involved, such as South Africa, Taiwan, France, and even Saudi Arabia. The article argues that a clear material framework underlies the assistance given by these countries. It also identifies a number of cultural and historical reasons why anti-democratic governments in Latin America found particular political empathy in Israel.

Further Reading: http://financeandsociety.ed.ac.uk/ojs-images/financeandsociety/JCGS_6_3.pdf



Willy van Damme over Israel en Georgiƫ


Rusland en de onzin van Katlijn Malfliet


Merkwaardig gesprek met Katlijn Malfliet in De Standaard van dit weekend 10/11-11-2018 ‘We moeten onze relatie met Rusland herijken’. Zeker omdat dit komt van een dame die al gans haar professionele leven elk ogenblik de kans te baat nam om het land voor te stellen als het ‘imperium van het kwaad’. 
Zeker ook omdat dit komt wanneer landen als de VS en Frankrijk nu het einde van de Groote Oorlog herdenken op een ogenblik dat zij open en bloot een niets ontziende oorlog voeren tegen het al voorheen straatarme Jemen. Je moet maar durven natuurlijk. 
Maar geen zorg Katlijn Malfliet blijft haar typerende visie op Rusland als het ultieme kwaad getrouw. Zo zegt ze over de periode van de jaren ’90 onder president Boris Jeltsin: 
‘In die periode heeft Moskou ons een rad voor de ogen gedraaid. De Russen gaven de indruk dat ze bij de Navo en dichterbij de Europese Unie wilden komen. Maar ik ben ervan overtuigd dat Rusland nooit de intentie heeft gehad….’
Grossieren in onzin
Bewijzen hiervoor levert zij natuurlijk niet. En dat is toch iets wat je van een professor verbonden aan een universiteit, een wetenschappelijke instelling, zou mogen verwachten. Feitelijk zelfs eisen. 
Zij vergeet echter dat in die periode toen het land via o.m. het IMF feitelijk onder westerse curatele stond de grootste plunder uit haar geschiedenis plaats had. Kijk maar eens goed naar de affaire met Lukoil, Michael Khodorkovski en BP. Met de VS die via Henri Kissinger/Carlyle Group en BP de Russische olievoorraden wilden bemachtigen. Met de VS en het Verenigd Koninkrijk ieder hun deel. 
Verder zijn er genoeg getuigenissen voorhanden dat de VS en de EU pogingen ondernamen om het land verder in stukken te hakken. De gebeurtenissen toen in bijvoorbeeld Tatarstan en de Kaukasus zijn daar bewijzen voor. 
Maar over die door de VS georganiseerde uithongering van de bevolking (er is in Oxford hierover een goede studie beschikbaar) horen wij niets. Logisch toch dat de Russische bevolking de buik vol had van het Westen. Men was toen trouwens in het Westen al volop bezig met het uitbreiden van de NAVO richting Moskou om zo Rusland definitief in een economische en militaire greep te houden. 
Verder heeft ze het over het Euraziatische samenwerkingsverband waarbij ze waarschuwt dat de EU wel eens onderdanig zou kunnen worden aan Rusland. Complete onzin. Wie goed kijkt naar die Euraziatische plannen ziet dat hier niet Rusland de nummer 1 zal zijn maar eventueel China met daarna de EU en IndiĆ«. 
Rusland zal hoogstens de nummer twee kunnen spelen want het is economisch zelfs kleiner dan Duitsland. Een simpele kijk naar de macro-economische cijfers toont dat. Maar dat is natuurlijk veel te hoog gegrepen voor deze ‘wetenschapper’. 
Vladimir Poetin - 9jpg
Zie hier het ultieme kwaad, de duivel in hoogsteigen persoon, Vladimir Poetin. Men zit hem in onze media dag in, dag uit zodanig te demoniseren dat men nog zou gaan denken dat men in het Westen een oorlog tegen Rusland aan het voorbereiden is. Voorlopig is alleen nog de klimaatopwarming niet zijn schuld. Voor hoelang echter nog. 
En uiteraard moet de EU zich niet de les laten spellen door Moskou zoals dat nu gebeurt in de relatie van de EU met de VS. Maar op dit ogenblik voert men vanuit de EU een politieke en economische oorlog tegen Rusland en China. 
De EU steunt bijvoorbeeld indirect extremistische groepen die streven naar afscheiding van Xinjiang, Tibet en nu zelfs Hong Kong. Wat in wezen toch een daad van oorlog is. Steunt China of Moskou afscheidingsbewegingen in de EU? Ik ken er geen. Is het teveel gevraagd dat de EU die oorlog stopt? 
Toogpraat
Maar geen verbazing hier. Onze media en de door de kranten opgetrommelde ‘specialisten’ grossieren over deze zaak in niets anders dan in halve waarheden, verdraaiingen en hele leugens. 
Typerend is David Criekemans die recent in De Tijd schreef dat Rusland in 2008 GeorgiĆ« had aangevallen. Dit terwijl 100% vaststaat dat het juist het omgekeerde was met het door de VS gecontroleerde Georgische leger dat Zuid-OssetiĆ« was binnengevallen. (1) 
Waarbij men er toen ook troepen van de Russische vredesmacht dode. Soldaten die daar als gevolg van een internationaal door GeorgiĆ«, de VS en bepaalde EU-landen ondertekend vredesverdrag aanwezig waren. 
Hetzelfde met de interviewster van dit gesprek Corry HanckĆ© die om te weten hoe het zat op de Krim zich in essentie alleen liet voorlichten door topfiguren van de salafistische terreurgroep Hizb ut-Tahrir. 
Het wekt dan ook geen verbazing als Katlijn Malfliet hier in dat interview stelt: ‘De Sovjet-Unie heeft zich bewust laten imploderen om zich politiek te herdefiniĆ«ren.”  Toogpraat goed voor cafĆ© De Zatte Reisduif. Een stelling waarvoor ze uiteraard nog niet de minste aanwijzing geeft en het daarom blijft bij warrige veronderstellingen. En die onzin krijgt in de krant dan twee volle pagina’s. Straffe kost. 
Willy Van Damme 
Lezersbrief naar De Standaard 
1) In 2008 stond het Georgische leger onder leiding van Davit Kezerashvili die zowel de IsraĆ«lische als de Georgische nationaliteit had. Voor een inzicht over die relatie van de VS/IsraĆ«l en GeorgiĆ« lees: Wired, ‘How Israel Trained and Equiped the Georgian Army’ van 19 augustus 2008 en geschreven door Noah Shachtman. https://www.wired.com/2008/08/did-israel-trai/
Georgiƫ grenst aan Iran. Iets wat de Israƫlische interesse meer dan begrijpelijk maakt.

Netanyahu Lied

Abier @abierkhatib Hold that thought for a sec. Hamas offered to release hostages on October 7, by that evening, with no conditions or dema...