Zoeken in deze blog 🔎🔎

Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht ron en rosa van der wieken. Sorteren op relevantieAlle posts tonen
Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht ron en rosa van der wieken. Sorteren op relevantieAlle posts tonen

maandag 8 mei 2023

De AIVD-Waarheden van Erik Akerboom 12

Erik Akerboom, slachtofferisten zijn doorgaans onbehandelbaar. Alleen zijzelf kunnen zich redden. Problematisch daarbij is dat zij net als junkies hun begeerte niet makkelijk zullen opgeven, aangezien de verslaving juist hun raison d’être is geworden. Zij zitten gevangen in een vicieuze cirkel, hun verslaving verschaft de begeerde roes, en is deel geworden van de eigen identiteit. Zonder hun begeerte zijn zij overgeleverd aan een beangstigende leegte. Vandaar de agressie van veel verslaafden zodra buitenstaanders hen aanspreken op hun persoonlijke verantwoordelijkheid. De junkie probeert op allerlei manieren zijn bestaan te rechtvaardigen, allereerst door degene die hem direct of indirect confronteert van alle denkbare ellende te beschuldigen. Dit neemt maar al te vaak absurde vormen aan. Zo betichtte bijvoorbeeld het Amsterdams zionistisch echtpaar Ron en Rosa van der Wieken andere joodse Nederlanders, die Israel bekritiseren, van 'antisemitisme.' Op die manier voorkwamen zij dat ze genoodzaakt werden hun gecultiveerd slachtofferschap onder ogen te zien. De hel blijft de ander. 

Deze ernstige stoornis is het gevolg van een gecultiveerd slachtofferschap. Feit is namelijk dat Ron en Rosa geen slachtoffers zijn. Hoewel ze zich niet echt geïntegreerd voelen in de Nederlandse samenleving (maar dat is hun eigen keuze) zijn ze wel degelijk maatschappelijk geslaagd, hij als cardioloog en zij als voormalig VVD-raadslid. Zij zijn niet gediscrimineerd of vervolgd. Integendeel zelfs, zij hebben alle mogelijkheden gekregen om zich hier in alle vrijheid te kunnen ontwikkelen. En terecht, Nederland is  tijdens hun werkzame leven een democratische rechtstaat geweest. Het probleem van Ron en Rosa en hun joodse aanhang is dat ze hun vermeende slachtofferschap onderdeel hebben gemaakt van hun identiteit, maar dit was een persoonlijke keuze, niemand heeft hen daartoe gedwongen, zelfs niet de geschiedenis, want er zijn genoeg joodse Nederlanders die het slachtofferisme niet hebben gekozen als onderdeel van hun identiteit.

Over dit onderwerp sprak ik jaren geleden met de Joods-Israelische filmmaker Eyal Sivan. Hij vertelde me dat hijzelf veel meer geïnteresseerd is in de dader dan in het slachtoffer, want met het slachtoffer kan iedereen zich vrijblijvend identificeren, met de dader nagenoeg nooit. De schuldige dader is het kwaad dat altijd buiten ons wordt geprojecteerd, terwijl het onschuldige slachtoffer natuurlijk wij zijn. Wie anders? En op die manier ontkennen we onze eigen verantwoordelijkheid. Vanuit dit perspectief zei hij dat:


het moderne antisemitisme in Europa het filosemitisme is. De jood is heilig verklaard. We zien een liefde voor joden, louter en alleen omdat ze joden zijn. Voor de filosemiet blijft een jood de ander, de buitenstaander, net als voor de antisemiet. Als we het over Israel hebben dan hebben we het in feite over Europa, over het Europese onvermogen om met de ander te leven, over de continuïteit van het Europese antisemitisme dat zich nu tegen de Arabier richt, daarbij aangemoedigd door de zionistische propaganda. Opvallend is dat nu de joden in Europa worden geaccepteerd, zij grotendeels uit Europa zijn verdwenen. Het is als het ware alsof de wandelende jood eindelijk naar huis is gegaan, een gedachte die je zowel bij christenen als zionisten aantreft. Het Europees racisme heeft geleid tot de geboorte van Israel, maar ook het filosemitisme komt uit Europa, het is gebaseerd op het Europees besef gefaald te hebben in de geschiedenis. Waar het in feite allemaal om draait is niet de liefde voor de jood, maar de liefde voor het slachtoffer. Die geeft de filosemiet, dus niet het slachtoffer, maar de filosemiet zelf het gevoel een goed mens te zijn. Daarom koesteren de Europeanen het slachtoffer, die vervult een onmisbare functie in hun leven. En hier zie ik een relatie met het diep in het westerse bewustzijn verankerde icoon van Christus, de jood aan het kruis. Hij lijdt voor de christen, hij verlost hem van het kwaad. De jood Christus is het slachtoffer bij uitstek dat in de christelijke cultuur als maatstaf functioneert voor de eigen goedheid. Het probleem is dat zodra er geen enkele twijfel meer bestaat over de eigen voortreffelijkheid stopt men met nadenken. Daarom ben ik als filmmaker veel meer geïnteresseerd in de dader dan in het slachtoffer. Het slachtoffer geeft de mens een gemakkelijk antwoord op de moeilijke vraag: wie ben ik? De dader daarentegen dwingt ons permanent na te denken over wie we nu werkelijk zijn.


Het was Jan Blokker die erop wees dat 'na de Tweede Wereldoorlog het jodendom in de christelijke wereld vrijwel heilig [is] verklaard en geen volk dat in die processie zo hard vooroploopt als de Nederlanders.’ De Nederlanders beschouwen zichzelf in dit opzicht dermate moreel superieur dat zij het poldermodel als voorbeeld stelden voor de rest van de wereld. Nederland zag zichzelf decennialang als ‘gidsland,’ een veronderstelling die:  


dikwijls in een lange Nederlandse traditie geplaatst [is]. Toch is het begrip ‘Nederland gidsland’ pas begin jaren zeventig geïntroduceerd, tegen de achtergrond van de dreigende mondiale ecologische problematiek. Het maakte snel opgang, in de media en in de politiek. De gidsland-gedachte lijkt aanmatigend te zijn, alsof een gidsland andere staten de les gaat lezen.


Woensdag 8 maart 1972 stond boven het hoofdredactioneel commentaar van De Telegraaf ‘Nederland — gidsland,’ en handelde over: 


het 45 bladzijden tellende Advies van de ‘commissie van zes’ aan het permanent overlegorgaan van PvdA, D’66 en PPR, dat de maandag ervoor verschenen was en waar de krant de vorige dag over bericht had. ‘Het is zo’n rapport als waarschijnlijk alleen in Nederland kan worden samengesteld met het ambitieuze doel de gehele maatschappij, Europa en de wereld te hervormen,’ merkte het hoofdredactionele commentaar op, aldus meteen de toepasselijkheid van de gedachte onderstrepend. De zes, dat waren eurocommissaris Sicco Mansholt, die als voorzitter fungeerde, Joop den Uyl en Cees de Galan, alle drie lid van de PvdA, Hans van Mierlo en Hans Gruijters, beiden van D’66, en Eric Jurgens, namens de PPR. Het rapport was bedoeld om ideeën aan te dragen voor een verkiezingsprogramma dat de drie progressieve partijen gezamenlijk wilden opstellen.


De ‘oplossingen’ die het rapport aandroeg waren inderdaad zeer progressief, met een sterke nadruk op democratisering, gelijkheid én sturing, zij het totaal niet klassiek sociaaldemocratisch — Den Uyl kon zich dan ook slechts met de grootste moeite in dit ‘studeerkamerproject’ vinden — maar de analyse van de actuele problemen waarmee het begon, zal door velen gedeeld zijn. Drie grote actuele crises ontwaarden de auteurs: de dreiging van nucleaire, biologische en chemische massavernietigingswapens, de scherpe tegenstelling tussen de rijke geïndustrialiseerde landen en de arme achterblijvende landen, en de dreiging van de uitputting van de aarde door overbevolking en de daaruit resulterende tekorten aan voedsel en grondstoffen en de vervuiling van het milieu. Het ging, kortom, om de tegenstellingen tussen West en Oost, tussen Noord en Zuid en om het lot van het ‘ruimteschip’ aarde.

https://www.tijdschriftcdv.nl/inhoud/tijdschrift_artikel/CD-2014-4-61/Nederland-gidsland-ontstaan-en-zin-van-een-betwist-begrip 

Hetzelfde morele, maar uiteindelijk vrijblijvend extremisme is te herkennen in de houding van Ron en Rosa van der Wieken en hun aanhang. Bij gebrek aan feitelijke argumenten proberen zij hun gelijk te krijgen door hun tegenstanders te criminaliseren als ‘antisemieten.' Geen enkele criticus wordt gespaard, jood en gojim die Israel durven te bekritiseren. Op deze wijze steunde het echtpaar de terreur van de zionistische schurkenstaat. En dat doen deze hoog geschoolde Nederlandse burgers nog steeds bewust. Hun houding verraadt een combinatie van rancune, tribalisme, en een ernstig gebrek aan persoonlijke verantwoordelijkheid. Daarmee vormt dit slag joodse zionisten een probleem niet alleen voor zichzelf, maar tevens voor de wereldvrede. De joods Hongaarse auteur en Nobelprijswinnaar Imre Kertész waarschuwde met klem dat het ‘ressentiment, die troebele drab van driften die onder de woorden borrelt, echt’ is. En wie kon dit beter weten dan hij, de man die de zwijnerij van het fascisme, communisme en kapitalisme over zich heen kreeg, en die ondermeer de concentratiekampen Auschwitz en Buchenwald overleefde. Slachtofferisten als Ron en Rosa van der Wieken zouden er goed aan doen stil te staan bij Kertész’ volgende woorden uit zijn essaybundel De verbannen taal (2005):


Het is in ieder geval een twintigste-eeuws verschijnsel dat politiek en cultuur niet alleen elkaars tegenpolen maar ook elkaars vijanden zijn geworden. Dit is geen natuurlijke ontwikkeling, en de politiek die losgekomen is van de cultuur en die door haar macht een onbegrensde en gewetenloze alleenheerschappij verwerft, zorgt voor enorme verwoestingen — zo niet in mensenlevens en materieel goed, dan toch in de psyche van de mensen. Het instrument van de verwoesting heet ideologie. In de twintigste eeuw, dit verschrikkelijke tijdperk van verlies aan waarden, werden alle waarden tot ideologie. En het ergste is dat de moderne massa, die nooit deel heeft gehad aan cultuur, deze ideologieën als cultuur in zich heeft opgenomen.


Dit geldt eveneens voor de volgelingen van de zionistische ideologie. Mensen die zichzelf definiëren als behorend tot het 'Joodse volk’ om tegelijkertijd een barbaars systeem te verdedigen dat verantwoordelijk is voor het vermoorden van ontelbare Palestijnse kinderen, die mensen gedragen zich even amoreel als de eerste de beste Oekraïense neo-nazi. Imre Kertész, die nazi-concentratiekampen overleefde en daarachter de eindeloze leegte zag, zette in 1994 tijdens een toespraak, getiteld ‘De Ongelukkige Twintigste Eeuw,’ uiteen dat:


de ervaringen die mijn persoonlijkheid hebben gevormd in belangrijke mate het stempel van de geschiedenis dragen; daarbij is een van de belangrijkste kenmerken van de geschiedenis van de twintigste eeuw dat zij de persoon en de persoonlijkheid volkomen wegvaagt,


om vervolgens op ‘het feit’ te wijzen dat ‘deze belevenissen niet verwerkt zijn en in sommige gevallen ook niet verwerkt kunnen worden,’ hetgeen ‘typisch en uniek [is] voor de twintigste eeuw,’ maar die in de 21ste eeuw wel het fundament vormen waarop het hedendaags nihilisme met al zijn onderhuidse angsten berust. Dit is de ware reden waarom ‘de wereld’ van de joodse columniste Natascha van Weezel beperkt blijft tot ‘een speelkleed’ van, op dit moment, haar drie maanden oude baby Max.  


Vanzelfsprekend bestaat er elders een intelligentsia van wie de belangstelling zich natuurlijk niet beperkt tot één of ander ‘speelkleed.’ Zo verklaarde Kertész:


Wie ziet niet dat de democratie niet kan of wil voldoen aan de door haarzelf gestelde normen, dat nergens de onschendbare wetten in nieuwe stenen tafelen worden gebeiteld, dat niemand de idealen bepaalt waarvoor het de moeite waard is te leven. Niemand trekt grenzen, want de democratie zelf is zo vluchtig geworden, zo ‘verdemocratiseerd,’ dat alles binnen haar kaders past, terwijl ze op begerigste tekenen van een crisis met de symptomen van massahysterie en politieke waanzin reageert, als een patiënt die aan ouderdomsparanva lijdt en niet meer in staat is om ook maar op de eenvoudigste vragen van zijn omgeving rationele antwoorden te geven. Er wordt ons gesuggereerd dat een economische opleving ons de verlossing brengt, terwijl de problemen van de wereld maar voor een deel economisch van aard zijn, en zijn politiek opzicht is het… onmogelijk geworden om de wereld te duiden en in woorden te beschrijven, eenvoudig omdat de politieke begrippen chaotisch zijn geworden.


Een dergelijk eerlijk inzicht in de huidige wereld is in Nederland, dat ongeveer tweemaal zoveel inwoners telt als Hongarije, volstrekt ondenkbaar. De Nederlander sjoemelt te graag, wil de kool en de geit sparen, collaboreert liever — of zoals Bas Heijne het eufemistisch formuleerde ‘accomodeert’ — in plaats van zich te verzetten tegen het nihilisme dat van alles koopwaar heeft gemaakt. Ondertussen is het ‘een feit’ dat, in de woorden van Kertész: 


in deze eeuw alles ontmaskerd is: alles heeft minstens éénmaal zijn ware gezicht laten zien, alles is echter geworden. De militair werd tot beroepsmoordenaar, de politiek tot misdaad, het kapitaal tot mensenvernietigingsindustrie compleet met lijkverbrandingsovens, de wet tot spelregels van het vuile spel, de wereldvrijheid tot gevangenis van de volkeren, het antisemitisme tot Auschwitz, het nationale gevoel tot genocide. Overal schijnt de ware intentie doorheen, alle idealen van onze eeuw zijn doordrenkt van geweld en destructiviteit. Misschien is de situatie zoals de grootste kenner van de ziel van de tijd, Franz Kafka, het verwoordde: ‘Het negatieve te doen is nog onze taak; het positieve is ons al gegeven.’

In zijn vuistdikke bestseller In Europa (2004) komt de naam Imre Kertész niet voor, Geert Mak is op zoek naar hoop en niet naar ontmaskering. Wanneer hij beweert dat ‘we,’ dus wij allen, de ‘nieuwe eeuw barstensvol optimisme [begonnen]’ dan is dat een leugen. Weliswaar waren de gecorrumpeerde opiniemakers van de mainstream-media, de corrupte politici in de parlementen en de corrupte elite van de financiële wereld buiten zichzelf van ‘optimisme,’ maar dit gold absoluut niet voor de slachtoffers van het neoliberale bestel die de dupe waren van het ‘outsourcen’ van arbeid naar de lage lonen landen, de burgers die werkloos werden door de automatisering van de dienstensector, de uitkeringsgerechtigden op wie al jarenlang bezuinigd werd om de baanloze groei mogelijk te maken, en de intellectuelen die beseften waar het neoliberale materialisme op uit zou lopen. Maar aangezien de gemarginaliseerden niet tot de incrowd van de smaakmakende gemeente behoorden, werden zij genegeerd door opiniemakers als Geert Mak. Zij bleven onzichtbaar, waardoor mijn oude vriend nog in 2004 zijn bestseller In Europa kon eindigen met de stellige beweringen dat 'Europa als vredesproces een eclatant succes' bleef en dat 'Europa als economische eenheid ook een eind op weg' was.

Deze mening sloot naadloos aan bij de strekking van zijn 1223 pagina’s tellende boek. Om tot dit verbluffende eindoordeel te komen, moest mijn oude vriend wel enkele hinderlijke feiten angstvallig verzwijgen, zoals het gegeven dat de Joegoslavische oorlogen van 1991 tot 2001: 

were marked by many war crimes, including genocide, crimes against humanity and rape. The Bosnian genocide was the first European crime to be formally judged as genocidal in character since World War II, and many key individual participants were subsequently charged with war crimes. The International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia (ICTY) was established by the UN to prosecute these crimes.

According to the International Center for Transitional Justice, the Yugoslav Wars resulted in the death of 140,000 people.

Maar bij gebrek aan een maatschappelijk betrokken intelligentsia kon Mak moeiteloos doorgaan voor een visionair van wereldniveau. Zo slaagde hij er zelfs in de corrupte Franse bourgeoisie te motiveren hem te verheffen tot Ridder in het Legioen van Eer. En wie zou hem van toen af aan nog durven te bekritiseren? Wel, in elk geval ik, zijn oude vriend, die hem jarenlang had gewaarschuwd dat zijn analyses niet deugden, en dat er geen enkele sprake van was dat ook 'Europa als economische eenheid een eind op weg,’ zou zijn, aangezien sinds eind jaren zeventig het kapitalisme een revolutionaire omwenteling had doorgemaakt. Het Keynesianisme moest daardoor wijken voor  het neoliberalisme. Anders gesteld: de verzorgingsstaat moest wijken voor een deregulerende en privatiserende neoliberale staat. En omdat altijd en overal iemand de rekening moet betalen, werd de positie van de zwakkeren almaar slechter om op die manier de rijken almaar rijker te kunnen maken. Zo simpel was en is het nog steeds. Vanzelfsprekend conformeerden de eeuwige opportunisten zich onmiddellijk aan de nieuwe werkelijkheid. De gewiekste Geert, die begin jaren tachtig in De Groene Amsterdammer had geschreven dat ‘de rek eruit was,’ en dat de jaren zestig nu definitief waren afgelopen, besefte onmiddellijk als freelancer dat vrij plotseling de wind uit een andere hoek kwam. Er zat voor hem als modale zzp niets anders op dan met de stroom mee te drijven. En dus beweerde hij als profeet van het neoliberale tijdperk nog in 2013:

de EU is een markt van bijna een half miljard mensen met de hoogste gemiddelde levensstandaard ter wereld. Alleen al voor Nederland is de Unie goed voor tweederde van onze totale export, eenvijfde van het nationale product. We hebben nu een open toegang tot die markt. Gaan we die deur echt dichtgooien?

Met het oog op de neoliberale globalisering stelde hij de retorische vraag: 'Is de wereld niet zelf allang de nationale verbanden ontgroeid?’ Die vraag was natuurlijk niet gericht aan de miljoenen slachtoffers van het gewelddadig westers expansionisme onder leiding van Washington en Wall Street. Nee, Mak deed met zijn kneuterige beeldspraak een beroep op het kleinburgerlijk egoïsme dat, aldus Johan Huizinga, zo kenmerkend is voor de Nederlandse volksaard.  

Vier jaar nadat de bestsellerauteur had beweerd dat ‘Europa als economische eenheid een eind op weg,’ was, brak in 2008 de kredietcrisis in volle hevigheid uit waarop een diepe economische crisis volgde. Nadat ik mijn oude vriend Geert begin 2012 weer eens had proberen uit te leggen wat er zich in werkelijkheid vóór zijn ogen voltrok, kreeg ik enkele dagen later een email van hem met ondermeer de volgende opmerking 

Het probleem met jou is dat je verdomd vaak gelijk hebt, en dat het vaak geen prettige mededelingen zijn die je te melden hebt… Jij ziet veel dingen scherper en eerder, maar

zo vervolgde Mak:


Ik kan niet zonder hoop, Stan, dat klinkt misschien wat pathetisch, maar het is toch zo.
 
Als zoon van een dominee, bracht Geert Jarenlang de boodschap van hoop. Vooral toen hij ook nog eens volgens eigen zeggen een herboren christen werd.  Zijn hoopvolle praatjes sloten aan bij wat de angstige middenklasse wilde horen. Daarom konden, temidden van al het verbale geweld van de commerciële massamedia, de wijsheden van bijvoorbeeld Kertész uit 1994 niet doordringen tot het bewustzijn van de provinciale Makkianen. Volstrekt ongevoelig voor de waan van de dag verklaarde Kertész:


Een tijdperk is voorbij, een bepaalde menselijke houding lijkt inmiddels niet meer terug te halen, net als de leeftijd, de jeugd. Wat was die houding? Het is de verwondering van de mens over de schepping, de vrome verbazing over de vergankelijke materie — het menselijk lichaam — die leeft en een ziel heeft, de verwondering over het bestaan van de wereld wat voorbij is, en daarmee — eigenlijk — het respect voor het leven, devotie, vreugde, liefde. Het moorden, dat daarvoor in de plaats is gekomen — niet als een (dikwijls voorkomende) slechte gewoonte, als een misstap, een ‘geval,’ maar als bestaansvorm, als een ‘natuurlijke’ houding tegenover het leven en andere levende wezens — het moorden als bestaansvisie, het moorden als gedragsvorm betekent dus ongetwijfeld een radicale verandering, om het even of het een symptoom is van een levensfase of van de eindfase van een ziekte. Hiertegen kan worden ingebracht dat het uitmoorden van mensen allesbehalve een nieuwe uitvinding is; maar het continu, jarenlang, decennialang systematisch moorden, dat zo tot systeem werd verheven, waarnaast het zogenaamde normale leven van alledag gewoon doorging, met het opvoeden van kinderen, verliefde wandelingen, spreekuur bij de dokter, carrièreverlangens, civiele wensen, melancholie bij het vallen van de avond, geld verdienen, mislukking of succes, enz., enz., dit, samen met de gewenning, met het berustende handgebaar en zelfs verveling — dat is wél een nieuwe uitvinding, de nieuwste zelfs. Het is namelijk — en dat is het nieuwe eraan — geaccepteerd.

Donderdag 4 mei 2023, de dag van de dodenherdenking. Een lachende premier Rutte, met naast zich de schaterende komiek en president Volodymyr Zelensky en de eveneens lachende Kajsa Ollongren, D’66 minister van Defensie, die namens Nederland nieuwe wapens aan Oekraïne heeft toegezegd, omdat volgens haar 'Oekraïners ons vuile werk op[knappen].' Kertész werkt deze heersende gruwelijke mentaliteit als volgt uit: 


Het is gebleken dat de levensvorm van het moorden een leefbare en mogelijke bestaansvorm is: hij is dus institutionaliseerbaar. Het kan zijn dat het de aardse bestemming van de mens is om de aarde, het leven te verwoesten. Maar dan is hij misschien te werk gegaan zoals Sisyphus; hij onttrok zich een tijdlang aan zijn bestemming, zijn opdracht, hij ontglipte aan de macht van de dood en genoot van datgene wat hij moest vernietigen: het leven. Zo gezien is elke von e elke gedachte die de mens tot stand heeft gebracht aan die aarzeling te danken; kunst, filosofie, de religies zijn het product van het terugdeinzen van de mens voor zijn eigenlijke taak, destructie; die aarzeling verklaart het  ongeneeslijke, nostalgische verdriet van de waarlijk groten.


Maar wat moeten eenvoudige stervelingen als Rutte, Zelensky en Ollongren aan met de woorden van Imre Kertész? Zij hebben de vernietiging tot hun levenstaak gekozen, en hogere gedachten bezitten zij niet. Het is ambitie dat hen drijft, niets anders. Daartegenover stelt Kertész:


Misschien heeft de wereld dit terugdeinzen, een dergelijke in geestelijke zin actieve rust, nog nooit zo nodig gehad als nu. Even stilstaan om de situatie te overzien en haar waarden opnieuw  te formuleren — als de wereld nog waarde toekent aan het leven; en of dat zo is, dat is eigenlijk de eerste vraag die zij zich zou moeten stellen. 

Erik Akerboom, volgende keer meer over dit onderwerp. Maar onthoudt alvast dat u aan de verkeerde kant van de streep staat.






zondag 18 november 2018

Hidde J. van Koningsveld. Zonder Dollen: Wees Gewaarschuwd! 8


Mass grave. Armenian genocide.


Onder de kop 

Before the Holocaust, Ottoman Jews supported the Armenian genocide’s ‘architect’
berichtte The Times of Israel op 7 september 2018 naar aanleiding van Israel’s weigering om de Armeense Holocaust te erkennen dat de Zwitserse historicus Hans-Lukas Kieser, gespecialiseerd in het laat Ottomaanse Rijk, had verklaard dat  

a desperate Zionist press praised the empire even during the slaughter of its minority population, a murder which Israel continues to gloss over today… According to Kieser, recognizing the Armenian genocide holds a relevance for Israelis today beyond the usual discussion of Israel-Turkey relations. Jews, he says, historically played a key role in promoting propaganda from the Ottoman side as Armenians continued to be slaughtered.

The historian says that Talaat enjoyed ‘particularly good Jewish press’  in ‘Istanbul and abroad’ during the period surrounding the genocide — notably in Germany, where newspapers like Deutsche Levante-Zeitung praised Talaat as ‘an outstanding leader’ and the ‘savior of imperial Turkey.’

Although this glorification smacked of propaganda and lies, Kieser claims many Germans bought into the words of the Jewish press at the time and were affected by its corrosive logic.

De weigering van het Joods-Israelisch regime om de Armeense Holocaust te erkennen is een karakteristiek voorbeeld van hoe de Joodse Holocaust al geruime tijd als politiek wapen wordt gebruikt. De Joodse Holocaust moet ten onrechte door joden zelf als door de hele mensheid blijven worden beschouwd als absoluut ‘uniek.’ Naast het lijden van ‘de Joden’ moet elke andere genocide het afleggen. Zo wordt kunstmatig de scheiding in stand gehouden tussen ‘het uitverkoren volk’ en de rest van de mensheid. De Joodse Holocaust dient tevens als rechtvaardiging om de terreur van Israel te rechtvaardigen. Zo schreef ik in 2007 over de zionistische journalist Max van Weezel, jarenlang parlementair verslaggever van Vrij Nederland:

Zijn pro-Israel berichtgeving brengt hem ook wel eens in moeilijkheden, zo bleek in juni 2002, toen Amira Hass, de joods-Israëlische correspondente op de Westbank van de Israelische kwaliteitskrant Haaretz, in de Amsterdamse Balie sprak. De bijeenkomst had als moderator Max van Weezel, die in Nederland kenmerkend genoeg doorgaat voor deskundige bij uitstek op het gebied van de Israelische politiek. Amira Hass, wier werk door de Israëlische auteur David Grossman is geprezen als ‘een van de zeldzame tekenen van gezond verstand, moed en menselijke waardigheid,’ leeft al jarenlang tussen de Palestijnen in bezet gebied. Dit in tegenstelling tot de Nederlandse correspondenten, die vaak ook nog eens joods zijn. De meesten van hen spreken ook geen Arabisch en gaan zelden of nooit naar de bezette gebieden, met als excuus dat ze zich daar als ‘joodse’ journalisten niet welkom voelen. Nadat Amira Hass ruim een uur lang voor een volle zaal talloze voorbeelden had gegeven van de Joods-Israëlische terreur tegen de Palestijnse burgerbevolking, stelde Max van Weezel de vraag: 

'Waarom hebben wij in Holland niet enkele van de ontwikkelingen gezien waarover Amira Hass schreef en zag in Gaza en Ramallah? Waarom hebben wij daar nooit over gediscussieerd?' 

Er steeg onmiddellijk een luid gejoel op. Een jonge vrouw in het publiek reageerde met de opmerking: 

Spreek voor je zelf. Je moest je schamen dat je dit vraagt. Als je het had willen zien dan had je het makkelijk kunnen zien. Veel buitenlandse journalisten hebben daarover geschreven, veel mensen hier zijn in Israël geweest en zagen zelf wat daar gebeurde. Als journalist zou je hebben moeten spreken met de mensen die daarheen gingen en terugkwamen en verhalen te vertellen hadden, 

daarbij verwijzend naar onder andere leden van Een Ander Joods Geluid in de zaal die spontaan applaudisseerden. In tegenstelling tot de Nederlandse commerciële massamedia weten degenen die zich in het conflict hebben verdiept, maar al te goed dat Van Weezel’s gecultiveerd slachtofferschap hem blind had gemaakt voor de werkelijkheid in Israel en de bezette en belegerde gebieden. Als zionistische lobbyist doet hij al het mogelijke om moslims, inclusief islamitische Nederlanders, in een verdacht daglicht te plaatsen. Dat is soms zelfs komisch. Zo sprak Van Weezel in 2006 als presentator van het Radio I Journaal over 'Niet Marokkaanse Nederlanders.' De voor de hand liggende implicietevraag was of een fatsoenlijke burger zich bij een 'Niet Marokkaanse Nederlander' veilig kon voelen? En bij een 'Marokkaanse Nederlander,' wat dat dan ook wezen mag? En bij een 'Niet Nederlandse Nederlander,' zoals ik mij begon te voelen? De verklaring voor Van Weezel’s pathologische houding moet gezocht worden in zijn volgende ontboezeming:

De belangrijkste levensles die ik heb geleerd gaat over vertrouwen in mensen. Dat kreeg je vroeger mee van je ouders als je net na de Tweede Wereldoorlog werd geboren en joods was. Als ik iemand leer kennen vraag ik me af of ik in tijden van nood bij hem of haar zou durven onderduiken, zou ik me bij deze persoon veilig en geborgen voelen?

Max van Weezel en Anet Bleich

Dat zijn Van Weezel's dochter Natascha deze zogeheten ‘levensles’ van hem en haar joodse moeder Anet Bleich erfde, blijkt uit haar eigen woorden en uit het feit dat zij op haar veertiende een ernstige ‘eetstoornis’ ontwikkelde. Het gecultiveerde slachtofferschap kan niet alleen tot zelfvernietiging leiden, maar ook tot de massale terreur van de zelfbenoemde ‘Joodse Staat’ tegen Palestijnse burgers, inclusief vrouwen en kinderen. Deze ziekelijke levenshouding zou men als volgt kunnen typeren: des te sterker en veiliger de joden zijn, des te angstiger en agressiever de zionisten zich opstellen. En die angst en dat geweld slaan natuurlijk op den duur naar binnen, dit mechanisme is een kenmerkend onderdeel van sektarisme. Kritiek op de grove schendingen van de mensenrechten worden daarbij niet getolereerd, de huidige hasbara-politiek van Israel en zijn zionistische propagandisten is om kritiek gelijk te stellen aan‘antisemitisme.’ Zo beschuldigde het Amsterdamse joodse echtpaar Ron en Rosa van der Wieken al jaren geleden in het Nieuw Israelitisch Weekblad zelfs degenen die zij zien als  ‘Joden' van ‘antisemitisme.’ Ron’s ‘argumentatie,’ als voorzitter van Centraal Joods Overleg, was de volgende:

zonder een joodse staat zijn joden weer in een situatie zoals vóór WOII, waarbij uiteindelijk elke jood vogelvrij kan zijn. Dat betekent dat iedere jood die een bijl aan het bestaan van de staat Israel probeert te slaan, bereid is het voortbestaan van het Joodse volk op het spel te zetten.

Deze conclusie was het resultaat van een zogeheten ‘onderzoek’dat Ron van der Wieken en Rosa van der Wieken-de Leeuw hadden ingesteld naar ‘wat een Jood beweegt om zich tegen zijn eigen volk te keren.’ De dissidente joodse Nederlander met zijn/haar kritiek op de Israelische terreur is voor hen per definitie een ‘antisemiet.' Wat is tenslotte, volgens Ron en Rosa, de oorzaakvan het feit dat er joden op aarde leven die kritiek hebben op Israel? Welnu, dat komt niet door de Israelische schendingen van de internationale rechtsregels en van alle beschavingsnormen, maar dat komt, let op, doordat 

Joden met een laag zelfgevoel en een zwakke band met joodse cultuur en religie die negatieve beelden [kunnen ervaren] als behorend bij hen zelf.

Niet Israel pleegt terreur, maar de joden die Israel bekritiseren, zij zwichten voor de druk van buitenaf. Dus van Hannah Arendt en Martin Buber tot Noam Chomsky, Tony Judt en Avraham Burg hebben we, in de ogen van het zionistisch Amsterdamse echtpaar, te maken met 'antisemieten,' behept met een intens minderwaardigheidscomplex. Dat wordt door de zionistische sektariër als een doodzonde gekwalificeerd. Ron en Rosa schreven dan ook 

Het frappeert en verbijstert telkens weer als één van ons zich tegen ons keert. Het wordt gevoeld als verraad en komt daardoor harder aan dan anti-joods gedrag van niet-joden. 

Als één van de oorzaken van dit ‘verraad’ beschouwen zij

het diepe verlangen van sommige Joden om volledig te worden aanvaard en gerespecteerd door de niet-Joodse omgeving. Dat vereist soms een openlijke stellingname tegen de belangen van het Joodse volk. Deze vorm komt geregeld voor in een intellectuele context. Een voorbeeld is de historicus Ilan Pappe, die de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 beschrijft in termen van Palestijnse genocide door de Joden, ook als de feiten niet mee willen werken.  Wetenschappers als hij en Tony Judt en Noam Chomsky hebben door hun uitgesproken anti-Israelische houding aanzien gezocht en verworven in linkse academische en politieke kringen. Richard Goldstone, een Zuid-Afrikaanse joodse jurist, liet zich volgens zijn voormalige vriend Dershowitz door gestreeld eergevoel verleiden om voor de VN een eenzijdig anti-Israëlisch rapport over de recente Gaza-oorlog te schrijven: hierdoor kon hij zich op wereldniveau presenteren als een topjurist. Zo is er in Nederland Een Ander Joods  Geluid dat bij elke voorkomende gelegenheid oproept tot een boycot van Israel en zelfs bereid bleek om mee te marcheren onder een hakenkruisvlag, als het maar acceptatie oplevert in de ogen van niet-Joden. Hoe anti-Joodser de stellingname hoe meer kans op acceptatie door niet-Joodse, met name linkse organisaties. Het zelfde geldt voor allerlei joden in linkse partijen.

Desondanks is dit ‘Joodse’ echtpaar, om onduidelijke redenen, niet naar Israel uitgeweken, waar hun ‘eigen volk’ woont. Hoe dan ook, de Franse intellectueel Laurent Guyénot beschrijft in zijn boek From Yahweh To Zion (2018) deze pathologie als volgt:

The conviction that Jew-hatred is inherent in Gentiles is so intimately linked to modern Jewish identity that the Jew who renounces Jewishness — or criticizes it too severely, like Gilad Atzmon — is treated as a self-hating Jew, that is to say, accused of having internalized the goyim's hatred of him. 

The liturgy of the Holocaust is accompanied by a perpetually alarmist discourse on anti-Semitism. A survey conducted in 1985 indicated that one-third of the Jews in the San Francisco Bay Area believed that a Jew could not be elected to Congress, even though three of the four local representatives in Congress were Jews, as were the two Senators from California and the mayor of San Francisco. A 1990 survey shows that eight out of ten American Jews are concerned about anti-Semitism and believe it is increasing, while 90 percent of non-Jews believe that anti-Semitism is residual. The discrepancy between perception and reality suggests a form of self-deception aimed at maintaining a fantasized self-image as oppressed outsider. The need to feed the fear of anti-Semitism has led Jewish organizations to characterize as anti-Semitic attitudes such as indifference to Jewish concerns or discomfiture at the overrepresentation of Jews among cultural, intellectual, financial, and political elites. 

Over de ‘Sociopathic State’ zelf begint Guyénot met een citaat van de Joods-Israelische historica Edith Zertal, hoogleraar aan de Hebrew University in Jeruzalem, die in haar boek Israel’s Holocaust and the Politics of Nationhood (2005) vaststelde dat het gecultiveerde slachtofferschap de kern van de Joods-Israëlische nationale identiteit is geworden. 

'The Holocaust is inserted directly and metaphorically into everyday life in Israel, which is loaded, in this fashion, with meaning beyond itself, as are power and the ideology of power.' By this process Israel has been transformed ‘into an   ahistorical   and   apolitical   twilight   zone,   where Auschwitz is not a past event but a threatening present and a constant option. By means of Auschwitz — which has become over the years Israel’s main reference in its relations with a world defined repeatedly as anti-Semitic and forever hostile — Israel rendered itself immune to criticism, and impervious to a rational dialogue wit the world around her,’

aldus professor Zertal, wiens boek door de Joods-Israelische historicus Ilan Pappe als volgt werd aangeprezen:

If some scholars retrenched into patriotism and nationalism after the outbreak of the second intifada in 2000, others, such as Zertal, continued energetically and courageously to challenge the Zionist narrative and to reconstruct Palestine's and Israel's history from a humanist and pluralist point of view.

Idith Zertal constateert in haar studie dat:

het proces van het heilig verklaren van de Holocaust — dat op zichzelf al een vorm van devaluatie is — gekoppeld aan het concept van de heiligheid van het land… een vaderland heeft veranderd in een tempel en een eeuwig altaar.

Op gedocumenteerde wijze zet zij uiteen op welke manier de herinnering aan de Holocaust een ideologisch wapen is geworden voor een weerzinwekkende politiek. Edith Zertal verklaarde al ruim een decennium geleden in een interview met mij:

Het interessante is dat het gevoel van slachtofferschap begrijpelijk was in de jaren tussen het eind van de oorlog en de stichting van de staat Israël, toen de herinnering aan de gruwelijkheden nog zo levendig en diep was, maar dat het nu veel minder begrijpelijk is geworden. De Israëlische werkelijkheid verwijdert zich immers steeds verder van de totale hulpeloosheid tijdens de Holocaust. Het huidige slachtoffer-gevoel is zelfs nogal vreemd en discutabel, aangezien Israël een machtige staat is geworden met een gevreesd leger. Meer nog dan een psychologisch fenomeen is het slachtoffer-gevoel een politiek verschijnsel geworden, beide zijn met elkaar verweven, in elkaar verstrikt geraakt, het psychologische voedt het politieke en omgekeerd. De claim slachtoffer te zijn, terwijl men dat niet is, is politiek gezien natuurlijk uiterst uitgekookt... terwijl wij militair en technologisch sterk zijn, zijn we tegelijkertijd psychologisch zwak. Er zit een diepe neurose in de Israëlische psyche, een neurose die in stand wordt gehouden en gevoed door de Israëlische politiek, want het is opportuun om gezien te worden als slachtoffer. Dat geldt ook voor het huidige geweld tegen de Palestijnen, waarbij wij absoluut niet de slachtoffers zijn.

Ook Laurent Guyénot schrijft in zijn boek dat 

With regard to the Palestinians, 'Israeli Jews consciousness is characterized by a sense of victimization, a siege mentality, blind patriotism, belligerence, self-righteousness, dehumanization of the Palestinians, and insensitivity to their suffering,’ in the words of journalist Akiva Eldar (writing after Operation Cast Lead against Gaza in 2008-2009).

Hier is sprake van een Joods regime dat door gekoesterd slachtofferschap collectief lijdt aan een ernstige psychische stoornis. En dit terwijl Israel is uitgerust met nucleaire wapens, waarmee het vandaag de dag deelneemt aan NAVO-oefeningen in een uiterst explosieve regio, zonder dat dit door de NAVO-landen democratisch is goedgekeurd. Deze politiek van de waanzin zal vanzelfsprekend een keer op een Derde Wereldoorlog uitlopen, tenminste als het Westen de Joden in Israel blijft gebruiken voor het ‘veilig stellen’ van de eigen elite-belangen, en tegelijkertijd de zionistische extremisten het Westen blijven misbruiken om hun collectieve gekte optimaal te kunnen uitleven. Het voormalige hoofd van de Israelische Militaire Inlichtingendienst, Yehoshafat Harkabi, waarschuwde in verband hiermee: 

Dazzled by its self-righteousness, Israel cannot see the case of the other side. Self-righteousness, encourages nations no less than individuals to absolve themselves of every failing and shake off the guilt of every mishap. When everyone is guilty except them, the very possibility of self-criticism and self-improvement vanishes

Op zijn beurt schreef de Joods-Israelische journalist Gideon Levy in 2010 in het dagblad Haaretz dat ‘Only psychiatrists can explain Israel’s behavior,’ waarbij hij als een mogelijke diagnosis voorstelde: ‘paranoia, schizophrenia and megalomania.’ Omdat deze symptomen zo wijd verspreid zijn onder Joden in Israel enonder westerse joden, schrijft Guyénot dat ‘Sociopathy is probably a better guess. If any nationalism is a collective egoism, Israel’s is more like a collective sociopathy.’ Hij voegt hieraan toe:

What is to be said of a country that, having made the Holocaust the universal, eternal, and ultimate crime, and seeing only potential and interchangeable enemies  around it,  behaves  as  if it wanted  to punish the Palestinians for the crimes committed by Europeans (as Palestinian spokeswoman Hanan Ashrawi often remarks)? 

Our diagnosis should take into account Israel's extraordinary manipulative capacity on the world stage via corruption and propaganda — the bank and the press. The relationship between Israel and the United States is akin to the bond between a typical psychopath and the impressionable bully he has decided to manipulate. Israel's control of the American mind is achieved on the mass level through the press and he entertainment industry, on the governmental level through the irresistible influence of  the neocons and AIPAC, and on a still deeper level through wide-scale spying and the infiltration and highjacking of intelligence and secret services.

Het bespreekbaar maken van de macht van de joodse lobby wordt doorgaans door de mainstream-media afgedaan als een antisemitische samenzweringstheorie. Ironisch genoeg is juist die bewering een samenzweringstheorie, al was het maar omdat de lobby zelf publiekelijk zowel als in het geheim prat gaat op haar macht. Illustrerend voor de macht van het zionistisch regime was premier Netanyahu’s toespraak in 2015 voor het Amerikaanse Congres, waarbij hij ‘25 standing ovations’ ontving, van zowel Democraten als Republikeinen. Het is ook niet verrassend dat de Israël-lobby mevrouw Clinton's presidentscampagne steunde, en dat haar echtgenoot Bill verzekerde dat AIPAC 'beter dan wie dan ook in deze stad lobbyt… U bent verbluffend effectief geweest.’ Niet voor niets werden zijn verkiezingscampagnes mede door de rijke Israël-lobby gefinancierd waardoor zijn Midden-Oosten-politiek door de lobby sterk kon worden beïnvloed. In 2003 omschreef de toenmalige Nationaal Veiligheidsadviseur van de Verenigde Staten van Amerika, Condoleezza Rice AIPAC als ‘een grote aanwinst voor ons land,’ terwijl de hoofdredacteur van het joods-Amerikaanse dagblad The Forward, J.J. Goldberg, concludeerde dat 

Israël vooral geluk heeft dat AIPAC in dit land bestaat om Israëls zaak te vertegenwoordigen. AIPAC werkt hard om er zeker van te zijn dat Amerika in grote lijnen Israëls kijk op de wereld en het Midden-Oosten bekrachtigt… AIPAC heeft veel invloed op de buitenlandse politiek.

Martin Sieff, een hoog geplaatste medewerker van het persbureau UPC, constateerde in 1999 dat de 

macht van AIPAC om financiële steun te mobiliseren voor pro-Israël-kandidaten… zo groot is dat dit jaar, zoals gebruikelijk, ongeveer de helft van de leden van de Senaat en een een derde van het Huis van Afgevaardigden verwacht worden… bij het politieke banket van AIPAC’s jaarlijkse conferentie.

Ander voorbeeld: in 1992 moest David Steiner als president van AIPAC terugtreden nadat was uitgelekt dat er geluidsopnamen bestonden waarop hij vrijmoedig spreekt over zijn grote politieke invloed. Zo had hij verklaard dat hij ‘een deal had gesloten’ met de regering-Bush senior om meer geld aan Israël te geven. Hij had gezorgd voor ‘bijna een miljard dollar aan spullen,’ en ‘onderhandelde’ met de aantredende regering-Clinton over de benoeming van een minister van Buitenlandse Zaken, die de zionistische politiek blind zou steunen. Voorts liet hij weten: ‘We have Bill Clinton's ear. I talked to Bill Clinton. He's going to be very good for us,’ en ‘Wij hebben een tiental mensen in zijn [Clintons] hoofdkwartier en ze gaan allemaal hoge posten krijgen.’ Op zijn beurt schreef de Amerikaanse journalist Michael Massing in The New York Review of Books dat een staflid uit het Congres hem verteld had dat ‘we op meer dan de helft van het Huis van Afgevaardigden kunnen rekenen – 250 tot 300 leden – om voor elkaar te krijgen wat AIPAC wil.’ Steven Rosen, de voormalige AIPAC-medewerker die in 2005 werd aangeklaagd door ‘violations of the Espionage Act’  — naar verluidt het doorspelen van geheime Amerikaanse staatsdocumenten aan Israël — zei tijdens een diner met een journalist van The New Yorker‘Binnen 24 uur hebben wij de handtekeningen van 70 senatoren (van de in totaal 100, SvH) op dit servet staan als dat zou moeten.’ De voormalige Democratische senator Ernest Hollings vatte het als volgt samen: ‘Er is geen andere Israël-politiek mogelijk dan die welke AIPAC hier bepaalt.’ Het zijn al deze feiten die ertoe leidden dat Ehud Olmert als premier publiekelijk verklaarde: ‘Dank God dat wij AIPAC hebben, de grootste verdediger en vriend die we in de hele wereld hebben.’ 


Maar ook hier geldt de gouden regel van de zionisten en hun pleitbezorgers in de mainstream-media dat zodra een journalist wijst op de buitensporige invloed van zowel de joodse-lobby als het zionistisch regime in Israel op de Amerikaanse politiek men onmiddellijk voor ‘antisemiet’ wordt uitgemaakt, in een poging deze informatie te criminaliseren en de criticus monddood te maken. Meer daarover de volgende keer.

Natascha van Weezel, in een Wereld van "Pseudo-gebeurtenissen en Quasi-informatie"

  De prominente zionist Nahum Goldmann, 12 jaar lang president van de  World Zionist Organization en oprichter van World Jewish Congress,  ...