De VOLKSKRANT, 3 juli 1998
Kritiek van EU op Israël helpt vrede
OPINIE, WILLEM VAN GENUGTEN; ERIK LAAN
De stappen van de Europese Commissie tegen de illegale Israëlische export van producten uit de bezette gebieden naar de EU zijn een bijdrage aan het vredesproces, menen Willem van Genugten en Erik Laan.
IN MEI stuurde de Europese Commissie een geruchtmakende mededeling naar de EU-lidstaten. Israël wordt beschuldigd onrechtmatig producten uit de bezette gebieden te exporteren naar de EU als made in Israel.
Het gaat daarbij zowel om goederen uit de nederzettingen, als om producten van Palestijnse makelij. Via het in 1995 gesloten Associatie-Akkoord tussen Israël en de EU, krijgen deze producten op illegale wijze grote handelsvoordelen.
Het conflict heeft een grote reikwijdte. Meer dan eenderde van Israëls export gaat naar de EU. Onder het Associatie-Akkoord worden daar bijna geen importtarieven over geheven, maar daar zou een einde aan kunnen komen wanneer Israël doorgaat met deze praktijken. Israëlische regeringswoordvoerders reageerden furieus en lieten onbeschaamd doorschemeren dat eventuele Europese maatregelen afgewenteld zullen worden op de Palestijnen.
De Europese Commissie benadrukt dat het om een technisch/juridische kwestie gaat. Het Akkoord geldt voor de staat Israël, waarvan de door Israël in 1967 bezette gebieden - Oost-Jeruzalem, de Gazastrook, de Golan Hoogte en de Westelijke Jordaanoever - geen deel uitmaken. Wat Gaza en de Westelijke Jordaanoever betreft geldt dat ook in de Israëlische wetgeving.
Volgens het internationaal recht levert militaire verovering geen rechtmatig landbezit op. Totdat een definitieve vredesregeling is bereikt, is op de bezette gebieden de Vierde Geneefse Conventie van kracht volgens welke de nederzettingen illegaal zijn. Van sancties is dus geen sprake. Wel lijkt de EU eindelijk van plan het internationaal recht toe te passen.
Het EU-beleid in het Mediterrane gebied, gericht op bevordering van stabiliteit en vrede door vrijhandel (het zogeheten Barcelona- proces) valt of staat met naleving van de verdragen die in dat kader worden gesloten. Binnenkort zal het nu geldende interim-akkoord met Israël worden vervangen door het definitieve akkoord.
Logisch dat de EU nu nog eens goed kijkt naar naleving van de regels. Dat de Israëlische protesten zijn verstomd na de aanvankelijke dreigementen van Netanyahu de EU van het onderhandelingsproces uit te zullen sluiten, geeft aan dat de mededeling niet op juridisch drijfzand berust, zoals CIDI-directeur Naftaniel beweert (Forum, 23 juni).
In het verleden heeft de EU, die in verklaringen deze internationaalrechtelijke principes onderstreepte, om politieke redenen vaak afgezien van het afdwingen ervan. Vooral na de Oslo-akkoorden was de gedachte dat Israël en de Palestijnen via bilaterale onderhandelingen zelf tot vrede moesten zien te komen.
Daar kwam bij dat Israël de EU voortdurend een - eervolle - bemiddelende rol in het onderhandelingsproces voorspiegelde. Als de EU te kritisch werd, liet Brussel zich door Israël terugfluiten, om zo de dialoog open te houden. De politieke motieven om geen principieel-juridisch beleid te voeren vielen echter weg nadat het Oslo-proces zo in het slop is geraakt na het aantreden van Netanyahu.
Daar komt bij dat de de export uit nederzettingen een onaanvaardbare omvang aanneemt. Door dit nog langer te gedogen zou de EU de economische levensvatbaarheid van de illegale nederzettingenpolitiek stimuleren. Door de nederzettingen impliciet als Israëlisch te erkennen zou de EU bovendien vooruitlopen op het vredesproces.
Op de vraag welke producten afkomstig zijn uit de nederzettingen, wordt overigens vanuit Israël zelf antwoord gegeven. De vredesbeweging Gush Shalom heeft lijsten gepubliceerd met producten uit nederzettingen en riep op deze te boycotten. De kolonistenbeweging heeft daarop gereageerd met zijn eigen gedetaillleerde lijsten en riep op hun producten juist wel te kopen. Nuttige lijsten natuurlijk voor de Europese Commissie.
De Commissie is daarnaast geïrriteerd door de Israëlische weigering mee te werken aan uitvoering van het Europees-Palestijns Associatie-Akkoord. Israël dwingt de Palestijnen producten alleen onder Israëlische vlag te exporteren. Deze kwestie gaat over veel meer dan over de status van herkomst, zoals Naftaniel stelde. Er zijn sterke aanwijzingen dat Israël doelbewust de Palestijnse export frustreert via vertragende reguleringen die niet voor Israëlische producten gelden. Israël houdt verder het in gebruik nemen van een Palestijnse haven en vliegveld nog altijd tegen. Een recent rapport van de Europese Commissie constateerde dat de Palestijnse economie sinds 1993 met 35 procent was gekrompen - ondanks de Europese miljardensteun - door dit Israëlische beleid.
De Europese Commissie pleit daarom terecht voor implementatie van het EU-Akkoord met de Palestijnen. Alvorens over een algehele vrijhandelszone te praten, moet de Palestijnse economie zich zelfstandig kunnen ontwikkelen.
De koers van de EU verdient ondersteuning. Meepraten aan de onderhandelingstafel zonder een een stok achter de deur zal het vredesproces niet baten. Het niet afdwingen van het internationaal recht blijkt een misrekening. Slechts krachtige druk op Israël om zich aan het internationaal recht te houden kan het vredesproces, dat op sterven na dood is, weer op het spoor helpen.
Willem van Genugten is hoogleraar internationaal recht van de KUB, Erik Laan is stafmedewerker van Pax Christi.
Willem van Genugten, duidelijk is dat Israel weigert te luisteren. En dat komt simpelweg omdat er geen serieuze politieke druk op het land wordt uitgeoefend. Sterker nog: Israel wordt beloond voor de terreur tegen de Palestjnse bevolking zoals ik hierboven heb beschreven.
Norman Finkelstein wees mij erop dat de zionistische leiders lak hebben aan kritiek, zolang die kritiek geen ernstige consequenties voor de 'joodse natie' heeft. Pas als Israel geboycot wordt zullen de zionisten luisteren. Finkelstein zei verder dit:
De huidige situatie is buitengewoon ernstig, er is geen reden om optimistisch te zijn. De Palestijnse volksopstand is voorbij, het gaat nu alleen maar om overleven. De Palestijnen worden door Israël met de dood bedreigd in een poging hen te dwingen zich over te geven. Er bestaat geen echt leiderschap en ik geloof dat het geen zin heeft om te speculeren over wat de Palestijnen kunnen doen. De eerste intifada was uiterst succesvol. Was er leiderschap geweest dat hen in staat had gesteld het nog enkele jaren vol te houden, dan hadden ze Israël waarschijnlijk kunnen breken. Ik kan het niet bewijzen, maar toch is dat mijn persoonlijk gevoel. De Palestijnse leiders hebben de mobilisatie van de bevolking altijd als pressiemiddel gebruikt om een diplomatieke oplossing te zoeken. Het verzet is altijd ondergeschikt geweest aan de diplomatie en volgens mij moet dit juist andersom zijn, de diplomatie moet per definitie ondergeschikt zijn aan de politieke wil. Ik zie meer in de Hezbollahbenadering: “Wij onderhandelen alleen over de vraag wanneer jullie je terugtrekken, verder valt er niets te onderhandelen.” Mensen die ik respecteer, zeggen nu dat het beter is dat na Annapolis de Palestijnen en de Israëli’s weer met elkaar praten. Maar wat maakt dat uit? Al vele jaren lang praten ze met elkaar, zonder dat dit iets positiefs heeft opgeleverd. Als overtuigd atheïst geloof ik meer in het uitgangspunt van Hezbollah dat God degenen helpt die zichzelf helpen. Men kan met een tegenstander als Israël niet onderhandelen, omdat het land maar één taal spreekt: die van het geweld. Het spreekt voor zich dat ik aanvallen op de burgerbevolking niet steun, maar Hezbollahs staat van dienst is wat dat betreft altijd zeer goed geweest. De meeste mensen vergeten dat de eerste aanval van Hezbollah op Israël pas plaatsvond nadat Israël hun leider Abbas Masawi had vermoord. Hezbollah heeft er altijd nauwkeurig op toegezien dat ze burgers niet zouden treffen zolang Israël dit ook niet deed. Dat was hun politiek in Zuid-Libanon. Ze vielen alleen Israëlische militairen aan en dat mag volgens het internationaal recht, want Israël was een bezettende macht. Pas toen Israël op grote schaal burgers in Zuid-Libanon begon te doden vuurden ze raketten af op Noord-Israël. In feite is er geen enkele noodzaak tot onderhandelen. Waar moet over gesproken worden? Bestaat er in het internationaal recht enige verwarring over hoe het conflict moet worden opgelost? Nee, geenszins. Pas als Israël de fundamentele rechtsbeginselen erkent, ontstaat de noodzaak tot een gesprek. Pas na de volledige terugtrekking van Israël uit bezet en in beslag genomen gebied heeft het zin om te discussiëren over de vraag hoe het allemaal verder moet. Er zal dan serieus moeten worden gesproken over het recht van terugkeer van de Palestijnen wier families in 1948 en 1967 tijdens de etnische zuiveringen werden verdreven. Maar allereerst zal Israël het internationaal recht moeten accepteren, dat voorschrijft dat de Palestijnen het recht op terugkeer bezitten. Daarover hoeft niet onderhandeld te worden, het recht is overduidelijk en ondubbelzinnig. Alleen over de praktische implementatie ervan zal serieus moeten worden gesproken. Het enige obstakel is dat de Israëlische elite weigert te stoppen met het schenden van universele principes.
Willem, lees mijn boek De oneindige oorlog, waarin met name joodse intellectuelen je uitleggen wat er werkelijk aan de hand is. Het kost 24,90 euro. Wie weet, misschien heeft de jouw universiteitsbibliotheek een exemplaar.
Tenslotte nog dit Willem, ik begrijp niet dat het enige echte argument dat jij als mensenrechtenadviseur van minister Verhagen gebruikt een politiek argument is en niet een mensenrechtenargument. Dat blijkt zowel in je opiniestuk in de NRC als in je email aan mij, namelijk: 'Nu hoger opspelen is volgens mij contraproductief', volgens jouzelf 'een hoofdpunt'. Waar zijn de mensenrechten ineens gebleven? Zijn die nu even niet opportuun? Vertel het ons professor.