Verzoeken om volledige opschorting van de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël wegens mensenrechtenschendingen door Israël
- Geregistreerd25/11/2025
- Verzamelen gestart13/01/2026
- 15/07/2026
Informatie van de Europese Commissie
25/11/2025
Informatie van de organisatoren
De organisatoren van het initiatief zijn volledig verantwoordelijk voor de teksten hieronder. De teksten zijn uitsluitend voor rekening van de auteurs ervan en vertegenwoordigen niet het standpunt van de Europese Commissie.
Doelstellingen
Volgens de Europese Commissie is de staat Israël verantwoordelijk voor een ongekend groot aantal doden en gewonden onder burgers, grootschalige ontheemding en de systematische vernietiging van ziekenhuizen en medische voorzieningen in Gaza[1]. Israël heeft ook een blokkade van humanitaire hulp ingesteld die zou kunnen neerkomen op hongersnood als oorlogsmethode. Israël schendt meerdere regels en verplichtingen uit hoofde van het internationaal recht en zorgt er niet voor dat het misdrijf genocide wordt voorkomen, zoals het Internationaal Gerechtshof heeft bevolen[2].
Toch heeft de Europese Unie haar associatieovereenkomst met Israël, de hoeksteen van de bilaterale handels-, economische en politieke samenwerking tussen de EU en Israël, nog steeds niet opgeschort.
EU-burgers kunnen niet tolereren dat de EU een overeenkomst handhaaft die bijdraagt tot het legitimeren en financieren van een staat die misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden pleegt.
Daarom verzoeken wij de Commissie om bij de Raad een voorstel in te dienen voor de volledige opschorting van de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël.
[1] Europese Dienst voor extern optreden, nota van het Bureau van de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, 20 juni 2025 https://euobserver.com/eu-and-the-world/ar0246a0da
[2] Internationaal Gerechtshof, beschikking van 26 januari 2024, https://www.icj-cij.org/node/203447
Bijlage
In 1995 heeft de EU een associatieovereenkomst gesloten met de Staat Israël, die tot doel heeft de handel te vergemakkelijken en uit te breiden, een kader voor bilaterale politieke dialoog te bieden en wetenschappelijke, technologische en culturele samenwerking te bevorderen.
Aangezien meer dan 34 % van de Israëlische invoer afkomstig is uit de EU en 28,8 % van de Israëlische uitvoer bestemd is voor de EU, is de EU de eerste handelspartner van Israël. De totale handel in goederen tussen de EU en Israël was in 2024 goed voor 42,6 miljard euro[3].
In 2021 sloot Israël zich aan bij Horizon Europa, het belangrijkste financieringsprogramma van de EU voor onderzoek en innovatie. Uit het Horizon Europa-fonds van de EU gaat 1,11 miljard euro naar Israëlische bedrijven, universiteiten en overheidsinstanties. Bij de 921 projecten met 231 Israëlische ontvangers zijn ondernemingen betrokken die nauw samenwerken met het Israëlische leger[4].
In artikel 2 van de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël is het volgende bepaald: “De betrekkingen tussen de partijen en alle bepalingen van deze overeenkomst berusten op de eerbiediging van de mensenrechten en de democratische beginselen die ten grondslag ligt aan het interne en externe beleid van de partijen en die een essentieel onderdeel van deze overeenkomst vormt”.
Een schending van artikel 2 geeft de andere partij het recht om de overeenkomst eenzijdig op te schorten. Verscheidene internationale instellingen hebben bewijs geleverd dat Israël artikel 2 schendt:
Het verslag van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO)[5], dat op 20 juni 2025 aan de Raad is meegedeeld, bevat een gedetailleerd overzicht van de regels en verplichtingen van internationaal recht die de Staat Israël in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever heeft geschonden; met name wat betreft de blokkade van humanitaire hulp, willekeurige aanvallen op burgers, systematische aanvallen op ziekenhuizen en medische faciliteiten, en gedwongen ontheemding van bevolkingsgroepen.
In zijn beschikking van 26 januari 2024[6] gelast het Internationaal Gerechtshof de staat Israël alles in het werk te stellen om genocide op Palestijnen in Gaza te voorkomen.
In zijn beschikking van 28 maart 2024[7] gelast het Internationaal Gerechtshof de Staat Israël alle nodige en doeltreffende maatregelen te nemen om onverwijld, in volledige samenwerking met de Verenigde Naties, te zorgen voor de onbelemmerde verlening op grote schaal, door alle betrokkenen, van dringend noodzakelijke basisdiensten en humanitaire hulp, waaronder voedsel, water, elektriciteit, brandstof, onderdak, kleding, hygiëne en sanitaire voorzieningen, alsmede medische benodigdheden en medische zorg aan Palestijnen in heel Gaza.
In zijn beschikking van mei 2024[8] oordeelde het Internationaal Gerechtshof dat Israël, overeenkomstig zijn verplichtingen uit hoofde van het Genocideverdrag, onmiddellijk een einde moet maken aan zijn militaire offensief en aan alle andere acties in het gouvernement Rafah die de Palestijnse bevolking in Gaza kunnen blootstellen aan levensomstandigheden die tot haar volledige of gedeeltelijke fysieke vernietiging kunnen leiden.
In zijn advies van 22 oktober 2025 bepaalde het Internationaal Gerechtshof dat Israël ervoor moet zorgen dat de bevolking van de bezette Palestijnse gebieden over de essentiële dagelijkse bestaansmiddelen beschikt, met inbegrip van voedsel, water, kleding, bedden, onderdak, brandstof, medische benodigdheden en diensten, en ten behoeve van de bevolking van de bezette Palestijnse gebieden met alle mogelijke middelen hulpprogramma’s moet faciliteren zolang die bevolking onvoldoende wordt bevoorraad, zoals het geval was in de Gazastrook[9].
Hoewel bovengenoemde instellingen bewijs hebben geleverd voor meerdere schendingen van de mensenrechten en het internationaal recht, heeft de Europese Unie vooralsnog geen maatregelen van betekenis genomen om de staat Israël te veroordelen of er sancties aan op te leggen, zoals de opschorting van haar associatieovereenkomst met Israël.
Dit is niet in overeenstemming met de EU-Verdragen zelf: uit de Verdragen volgt duidelijk dat alle acties en beleidsmaatregelen van de EU, met inbegrip van internationale overeenkomsten, moeten bijdragen tot en zorgen voor de eerbiediging van de mensenrechten en het internationaal recht.
In artikel 3, lid 5, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) is het volgende bepaald: “In de betrekkingen met de rest van de wereld handhaaft de Unie haar waarden [...] en zet [zij] zich ervoor in [...]” en “Zij draagt bij tot de vrede, de veiligheid, de duurzame ontwikkeling van de aarde, de solidariteit en het wederzijds respect tussen de volkeren, [...] en de bescherming van de mensenrechten, in het bijzonder de rechten van het kind, alsook tot de strikte eerbiediging en ontwikkeling van het internationaal recht, met inbegrip van de inachtneming van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties.”
Bovendien staat in artikel 21 VEU: “Het internationaal optreden van de Unie berust en is gericht op de wereldwijde verspreiding van de beginselen die aan de oprichting, de ontwikkeling en de uitbreiding van de Unie ten grondslag liggen: de democratie, de rechtsstaat, de universaliteit en de ondeelbaarheid van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, de eerbiediging van de menselijke waardigheid, de beginselen van gelijkheid en solidariteit en de naleving van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht.”
Artikel 205 VWEU luidt als volgt: “Het internationaal optreden van de Unie berust, voor de toepassing van dit deel, op de beginselen en is gericht op de doelstellingen van, en wordt uitgevoerd overeenkomstig” voornoemde bepalingen uit artikel 21 VEU.
Tot slot bepaalt artikel 207 VWEU: “De gemeenschappelijke handelspolitiek wordt gevoerd in het kader van de beginselen en doelstellingen van het externe optreden van de Unie”.
De verplichting van de EU om op te treden vloeit niet alleen voort uit haar oprichtingsverdragen, maar ook uit de VN-verdragen en het internationaal gewoonterecht en de beschikkingen van het Internationaal Gerechtshof.
De EU moet onmiddellijk alle beschikbare juridische, diplomatieke en economische middelen — waaronder de opschorting van de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël — aanwenden om de Israëlische regering ertoe te dwingen haar mensenrechtenschendingen te staken, het internationaal recht te handhaven en het lijden van de Palestijnen te verlichten.
[3] https://policy.trade.ec.europa.eu/eu-trade-relationships-country-and-region/countries-and-regions/israel_en
[4] https://www.ftm.eu/newsletters/bureau-brussels-eu-funds-israel-defense-sector
[5] Europese Dienst voor extern optreden, nota van het Bureau van de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, 20 juni 2025, https://euobserver.com/eu-and-the-world/ar0246a0da
[6] Internationaal Gerechtshof, beschikking van 26 januari 2024, https://www.icj-cij.org/node/203447
[7] Internationaal Gerechtshof, beschikking van 28 maart 2024, https://www.icj-cij.org/node/203847
[8] Internationaal Gerechtshof, samenvatting van de beschikking van 24 mei 2024,
https://www.icj-cij.org/node/204100#:~:text=The%20Court%20considers%20that%2C%20in,its%20physical%20destr uction%20in%20whole
[9] Advies van het Internationaal Gerechtshof — Verplichtingen van Israël in verband met de aanwezigheid en activiteiten van de Verenigde Naties, andere internationale organisaties en derde staten in en met betrekking tot de bezette Palestijnse gebieden, 22 oktober 2025, https://www.un.org/unispal/document/icj-advisory-opinion-22oct2025/
Campagnewebsite
https://www.justiceforpalestine.eu/
Organisatoren
Vertegenwoordiger
- Malin BJÖRK - contact@leftalliance.eu
Land van verblijf: België
Plaatsvervanger
- Catarina MARTINS - contact@leftalliance.eu
Leden
- Pelle DRAGSTED
- Mariana MORTÁGUA
- Manuel BOMPARD
- Merhnoosh DADGOSTAR
- Ione BELLARA URTEAGA
- Aleksandra OWCA
- Minja Anna Marinka KOSKELA
- Arnaldo OTEGI
Numru ta’ firem validi skont il-pajjiż
Laatst bijgewerkt (26/06/2026 13:55)
Aantal verzamelde handtekeningen, zowel online (tot op heden) als op papier (tot 11/03/2026 zoals gerapporteerd door de organisatoren).
De cijfers zijn niet geverifieerd door de verantwoordelijke nationale autoriteiten
| Land | Handtekeningen | Vereist minimumaantal | Percentage |
|---|---|---|---|
| België | 35.167 | 14.805 | 237,53% |
| Bulgarije | 5.303 | 11.985 | 44,25% |
| Cyprus | 1.412 | 4.230 | 33,38% |
| Czechia | 1.926 | 14.805 | 13,01% |
| Denemarken | 20.862 | 9.870 | 211,37% |
| Duitsland | 69.118 | 67.680 | 102,12% |
| Estland | 849 | 4.935 | 17,20% |
| Finland | 20.944 | 9.870 | 212,20% |
| Frankrijk | 444.007 | 55.695 | 797,21% |
| Griekenland | 17.248 | 14.805 | 116,50% |
| Hongarije | 1.572 | 14.805 | 10,62% |
| Ierland | 31.500 | 9.165 | 343,70% |
| Italië | 272.596 | 53.580 | 508,76% |
| Kroatië | 2.522 | 8.460 | 29,81% |
| Letland | 1.083 | 5.640 | 19,20% |
| Litouwen | 1.253 | 7.755 | 16,16% |
| Luxemburg | 2.522 | 4.230 | 59,62% |
| Malta | 1.050 | 4.230 | 24,82% |
| Nederland | 46.078 | 20.445 | 225,38% |
| Oostenrijk | 5.007 | 13.395 | 37,38% |
| Polen | 49.998 | 36.660 | 136,38% |
| Portugal | 19.328 | 14.805 | 130,55% |
| Roemenië | 6.101 | 23.265 | 26,22% |
| Slovenië | 4.918 | 5.640 | 87,20% |
| Slowakije | 1.940 | 9.870 | 19,66% |
| Spanje | 147.881 | 41.595 | 355,53% |
| Zweden | 23.650 | 14.805 | 159,74% |
| Totaal aantal steunbetuigingen | 1.235.835 |
Bronnen van financiering
Laatst bijgewerkt: 12/05/2026
| Naam sponsor | Datum[1] | Bedrag in euro[2] |
|---|---|---|
| European Left Alliance | 12/05/2026 | 17.350 |
| European Left Alliance | 01/02/2026 | 7.281 |
| European Left Alliance | 12/01/2026 | 25.000 |
Totaalbedrag steun en financiering: € 49.631,00
[1] Datum van ontvangst van de bijdrage. Voor bijdragen in natura dient u de begindatum te vermelden.
[2] Ontvangen bedrag of geschatte waarde van bijdragen in natura.
Wilt u iets melden in verband met de opgegeven steun en financiering, neem dan contact met ons op. Vermeld in uw bericht het registratienummer van het burgerinitiatief.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten