Zoeken in deze blog 🔎🔎

Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht van crevelt. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht van crevelt. Sorteren op datum Alle posts tonen

maandag 14 oktober 2013

Martin Levi van Crevelt's Zionistische Waanzin

Anoniem heeft een nieuwe reactie op uw bericht "Martin Levi van Creveld 3" achtergelaten: 

Van Creveld is 23 oktober spreker in pro-Israel bolwerk de Balie om ons als "expert te helpen een gefundeerde mening te vormen over de politieke actualiteit in het Midden-Oosten" aldus de Balie. http://www.debalie.nl/agenda/programma/midden+oosten-report%3a-bonje-met-de-buren/e_9132410/p_11026159/ 


http://stanvanhoucke.blogspot.nl/search?q=van+crevelt



Dit schreef ik over Van Crevelt's als verdediger van zionistische terrorisme in januari 2010:

Tijdens het door Israelische strijdkrachten aangerichte bloedbad in Gaza, in januari 2009, kreeg de Israelische hoogleraar Martin Levi van Crevelt van de NRC zes kolommen breed de ruimte om zijn fascistische gedachtegoed te verspreiden. Zo zette deze ultrazionist onder andere het volgende trots uiteen over de voor alle partijen rampzalige Israelische inval in Libanon in 2006: 'Anders dan meestal wordt aangenomen, hebben de Israëliërs dat conflict op hun sloffen gewonnen. Juist omdát ze disproportioneel reageerden op de gevangenneming van twee van hun soldaten en de dood van zes anderen, is Hezbollah’s wil om aan te vallen gebroken.' Disproportioneel geweld werd dus vervolgens in Gaza ingezet tegen de Palestijnse burgerbevolking, omdat zo beargumenteerde Van Creveld: 'het laatste wat de Israeliers willen is de steegjes van Gaza, Rafah en Khan Yunis bestormen.' En dus schoten tanks vanaf afstand alles wat ze konden raken plat, met als gevolg dat eenderde van het aantal doden kind is, en meer dan de helft burger, en dat omdat de Israelische soldaten te laf zijn om de vijand te 'bestormen'. Het 'disproportioneel' geweld in de hoop een verzetsstrijder te treffen en op die manier honderden burgers vermoorden en duizenden verwonden is, zoals bekend, een oorlogsmisdaad. Maar dat feit is in de extremistische gedachtewereld van Van Creveld een te verwaarlozen detail. Kinderen, vrouwen, bejaarden lopen in deze criminele Israelische strategie nu eenmaal 'de kans een zeer hoge prijs te betalen. Mais c'est la guerre.'

Acht dagen voordat Van Creveld zijn enthousiasme voor het schenden van het internationaal recht mocht verspreiden, weigerde de NRC een artikel te plaatsen van Nederlandse juristen, waarin deze deskundigen gedocumenteerd wezen op het feit dat Israel bezig was oorlogsmisdaden te plegen. Geweigerd, en wel omdat een artikel over oorlogsmisdaden‘weinig nieuwe gezichtspunten bevat... Met vriendelijke groet, Anna Visser, redacteur Opinie NRC/H.' Dankzij hetNederlands Juristen Blad en vervolgens internet, kwam deze informatie over de Israelische oorlogsmisdaden bij een breder publiek terecht, met als gevolg dat de schrijfster ervan door de ambtelijke top van het ministerie van Buitenlandse Zaken werd gevraagd om de juridische aspecten te komen toelichten, omdat het kennelijk nog niet tot het ministerie was doorgedrongen dat oorlogsmisdaden niet door de Nederlandse regering consequentieloos gesteund konden worden.Met andere woorden: Van Creveld kreeg van de Opinieredactie van de NRC zes kolommen de ruimte in de NRC om zijn disrespect voor het oorlogsrecht en de mensenrechten te etaleren, terwijl Nederlandse juristen, deskundigen op het gebied van het internationaal recht acht dagen eerder vernamen dat er geen behoefte was aan een artikel over de Israelische schendingen van het internationaal recht 'daar wij van mening zijn dat hij weinig nieuwe gezichtspunten bevat... Met vriendelijke groet, Anna Visser, redacteur Opinie NRC/H.' En we weten nu dankzij de internationale mensenrechtenorganisaties en de VN-rapportage welke oorlogsmisdaden daar allemaal door Israel gepleegd zijn.

Beste NRC-collega's, stel jezelf nu de vraag: 'Hoe kon de rol van sommige ambtenaren zo dominant zijn dat bijvoorbeeld de waarschuwingen van hun juridisch geschoolde collega’s over het ten onrechte opzij geschoven volkenrecht werden genegeerd?'Kijk vervolgens naar jullie eigen houding en je hebt het antwoord.


http://stanvanhoucke.blogspot.nl/2010/01/de-nuance-van-de-nrc_16.html

vrijdag 18 december 2009

Robert van de Roer en Peter Vermaas 5



Een vraag: zouden de NRC-journalisten Robert van de Roer en Peter Vermaas de Nederlandse topdiplomaat Peter van Walsum hebben geportretteerd als 'het beste dat Nederland in huis heeft' en 'het visitekaartje in het buitenland' wanneer de toenmalige voorzitter van het sanctiecomite mede verantwoordelijk was geweest voor de dood van tenminste 500.000 Joodse kinderen onder de vijf jaar in Israel?

Het antwoord is natuurlijk: Nee. Waarom doen beide journalisten dit dan wel in het geval van de tenminste 500.000 Arabische kinderen onder de vijf jaar in Irak die om het leven kwamen door een beleid waarvoor Peter van Walsum twee jaar lang als voorzitter van het sanctiecomite mede verantwoordelijk was? Is het leven van Joodse kinderen in Israel voor hen belangrijker dan het leven van Arabische kinderen in Irak?

Het antwoord is: Ja. Waarom is dat zo? De oorzaak is de vooronderstelling dat de Arabieren onze vijanden zijn en de Joden in Israel niet. Het is een vorm van zelfbedrog waarover David Edwards en David Cromwell van Media Lens in hun studie Newspeak in the 21st century het volgende schrijven:

When a shoal of fish instantly changes direction, it looks for all the world as though the movement was synchronised by some guiding hand. Journalists -- all trained and selected for obedience by media all seeking to maximise profits within state-capitalist society -- tend to respond to the same events in the same way. This can look like an orchestrated response, but many journalists clearly believe everything they are saying and clearly have no awareness that they are conforming to the needs of power... In 2002-2003, many journalists concluded that war was necessary to tackle an Iraqi threat that did not exist. And yet, to our knowledge, in 2009, not a single journalist proposed military action in response to Israel's staggering, very visible crimes against the besieged civilian population of Gaza. It is clear that, in all these cases, journalists allowed the British and American governments to define the parameters of 'reasonable', 'rational', 'required' action.

De NRC, de krant waarvoor Robert van de Roer en Peter Vermaas werken, is hiervan een schoolvoorbeeld. Op het moment dat in januari van dit jaar het vermoorden van vele honderden Palestijnse burgers in volle gang was, gaf de NRC de Israelische hoogleraar Martin Levi van Crevelt zes kolommen breed de ruimte om zijn fascistische gedachtegoed te verspreiden. Zo zette deze ultrazionist onder andere het volgende trots uiteen over de voor alle partijen rampzalige Israelische inval in Libanon in 2006: 'Anders dan meestal wordt aangenomen, hebben de Israëliërs dat conflict op hun sloffen gewonnen. Juist omdát ze disproportioneel reageerden op de gevangenneming van twee van hun soldaten en de dood van zes anderen, is Hezbollah’s wil om aan te vallen gebroken.' Disproportioneel geweld werd vervolgens in Gaza opnieuw ingezet tegen ditmaal de Palestijnse burgerbevolking, omdat zo beargumenteerde Van Creveld: 'het laatste wat de Israeliers willen is de steegjes van Gaza, Rafah en Khan Yunis bestormen.' En dus beschoten tanks en gevechtshelicopters en oorlogsschepen vanaf veilige afstand alles wat ze maar konden raken, met als gevolg dat eenderde van het aantal doden kind is, en meer dan de helft burger. Allemaal het resultaat van het feit dat de Israelische soldaten te laf waren om de vijand te 'bestormen'. Het 'disproportioneel' geweld is, zoals bekend, een oorlogsmisdaad. Maar dat feit was in de extremistische gedachtewereld van Van Creveld een te verwaarlozen detail. Kinderen, vrouwen, bejaarden lopen in deze criminele Israelische strategie nu eenmaal 'de kans een zeer hoge prijs te betalen. Mais c'est la guerre.' Dat stond er echt letterlijk. En de NRC-redactie keek er niet van op, beschouwde dit zelfs als een legitiem argument. Want het ging immers om Arabische dode kinderen in Gaza, en niet om dode Joodse kinderen in Israel.

Acht dagen voordat Van Creveld zijn enthousiasme voor het schenden van het internationaal recht in de NRC kon verspreiden, weigerde dezelfde NRC-redactie een artikel te plaatsen van Nederlandse juristen, waarin deze deskundigen gedocumenteerd wezen op het feit dat Israel bezig was met het plegen van oorlogsmisdaden. Geweigerd, met als argument dat een artikel over oorlogsmisdaden ‘weinig nieuwe gezichtspunten bevat... Met vriendelijke groet, Anna Visser, redacteur Opinie NRC/H.' Dankzij het Nederlands Juristen Blad en vervolgens internet, kwam deze informatie over de Israelische oorlogsmisdaden naderhand toch bij een breder publiek terecht, met als gevolg dat de schrijfster ervan door de ambtelijke top van het ministerie van Buitenlandse Zaken werd gevraagd om de juridische aspecten nog eens te komen toelichten, omdat het kennelijk nog niet tot het ministerie was doorgedrongen dat oorlogsmisdaden niet door de Nederlandse regering consequentieloos gesteund konden worden. Deze politiek van het avondblad dat zichzelf kwalificeert als een 'kwaliteitskrant' is geen aberratie, maar kenmerkend voor de wijze waarop de vrije pers in het Westen bericht. Het is uiteindelijk misdadig, vooral ook nu we dankzij de internationale mensenrechtenorganisaties en de VN-rapportage weten hoe grootschalig de Israelische oorlogsmisdaden zijn geweest.

Wordt hierover bij de NRC dan niet gediscussieerd? Als we afgaan op de beweringen van Robert van de Roer is de houding van de NRC-redactie niet toevallig. Integendeel, leest u met me mee: 'Robert van de Roer legt uit dat er zoveel gebeurt in de wereld dat iedere redactie moet kiezen. Op de buitenlandredactie van het NRC (10 mensen en 25 correspondenten) is hierover vaak een discussie. Daarbij wordt het criterium gehanteerd wat het nieuwsfeit betekent voor het land/de regio/de macropolitieke verhoudingen. Op basis daarvan wordt gekozen en in praktijk worden er vaak compromissen gesloten. Er wordt bij het maken van keuzes volop gediscussieerd over motivering en 'soortelijk gewicht' van het nieuws. http://www.villamedia.nl/villadewereld/verslag.shtm

Het was dus een duidelijke keuze geweest om Van Crevelt propaganda te laten bedrijven en de Nederlandse juristen de mond te snoeren. En dit geldt niet alleen voor de NRC. De commerciele westerse pers weet wat het mag en moet berichten en wat het niet mag en moet. En dit betekent in het geval Van Walsum dat Nederlands hoogste diplomaat moest worden geportretteerd als 'het beste dat Nederland in huis heeft' en 'het visitekaartje in het buitenland', en niet als een autoriteit die twee jaar lang mede-verantwoordelijk was geweest voor een beleid dat door twee betrokken vooraanstaande VN-medewerkers als 'genocidaal' was betiteld.


Meer hierover later.


zondag 3 augustus 2014

CIDI Fascisme

In Nederland is men volledig de beschaving kwijt geraakt. 


Hallo Stan,

Sorry dat ik je blijf lastig vallen, in je vakantie nota bene, maar ik voel me geroepen.
Aangehecht foto van krant met citaat van Esther Voet van het CIDI, uit een interview in het Algemeen Dagblad van vorige week.

Je zal ook wel gelezen hebben dat Anja Meulenbelt uit de SP is gestapt. Veel mensen noemen dat "moedig", maar ik zeg dat het het minimaal 1000 vermoorde Palestijnen te laat is. Vanaf 2009 heb ik de apathie van de SP geprobeerd bij haar aan te kaarten - dus dezelfde kritiek die zij nu op de SP heeft. Maar toen verwijderde ze al dat soort kritische vragen en reacties van haar weblog, en maakte ze zowel op haar weblog als op de radio die critici zwart met bijvoorbeeld: 'een meute dronken mensen' die 's nachts haar weblog zouden volspammen met scheldpartijen.

Groeten,




Vijf jaar geleden schreef ik hierover het volgende:

DINSDAG 20 JANUARI 2009


De Nuance van de NRC 78



Vorige week woensdag kreeg de joods-Israelische hoogleraar Martin Levi van Crevelt zes kolommen breed de ruimte in de NRC om zijn fascistische gedachtegoed te verspreiden. Zo zette deze ultrazionist onder andere het volgende trots uiteen: 'Anders dan meestal wordt aangenomen, hebben de Israëliërs dat conflict op hun sloffen gewonnen. Juist omdát ze disproportioneel reageerden op de gevangenneming van twee van hun soldaten en de dood van zes anderen, is Hezbollah’s wil om aan te vallen gebroken.'Disproportioneel geweld dus gericht tegen de Palestijnse burgerbevolking, omdat zo beargumenteerde Van Creveld: 'het laatste wat de Israeliers willen is de steegjes van Gaza, Rafah en Khan Yunis bestormen.' En dus schoten tanks vanaf afstand alles wat ze konden raken plat, met als gevolg dat eenderde van het aantal doden kind is, en meer dan de helft burger, en dat omdat de Israelische soldaten te laf zijn om de vijand te 'bestormen'. Het 'disproportioneel' geweld in de hoop een verzetsstrijder te treffen en op die manier honderden burgers vermoorden en duizenden verwonden is, zoals bekend, een oorlogsmisdaad. Maar dat feit is in de extremistische gedachtewereld van Van Creveld een te verwaarlozen detail. Kinderen, vrouwen, bejaarden lopen in deze criminele Israelische strategie nu eenmaal 'de kans een zeer hoge prijs te betalen. Mais c'est la guerre.' Deze barbarij mag allemaal van de NRC gepropageerd worden. Maar waar niet op gewezen mocht worden van de NRC was dat dit oorlogsmisdaden zijn. Dat paste niet in de pro-Israel propaganda. Het gedocumenteerd bewijzen dat het hier zware schendingen van bijvoorbeeld de Geneefse Conventies betreft was niet relevant voor de krant om de geest van hun lezers te scherpen, aangezien in de ogen van de redactie deze informatie: 'weinig nieuwe gezichtspunten bevat.'Dit alles in tegenstelling tot het pleidooi van Van Creveld. De NRC-lezer heeft kennelijk dringend behoefte aan zijn soort informatie, en wenst niet lastig gevallen te worden door trivialiteiten als mensenrechten en de Geneefse Conventies.
Weet de NRC niet wat de consequenties zijn van deze strategie? Jawel, want ook de NRC heeft de volgende woorden van premier Olmert kunnen lezen: 'De Libanese oorlog zal de geschiedenis ingaan als de eerste oorlog waarin het militair leiderschap begreep dat klassieke oorlogsvoering achterhaald is… Maar de ware les is… dat in hedendaagse oorlogen het thuisfront het front is, het thuisfront is bij de strijd betrokken.’ En premier Olmert heeft gelijk, een moderne oorlog is geen oorlog meer, het is terreur tegen de burgerbevolking, 'het thuisfront is bij de strijd betrokken' aangezien het 'thuisfront het front is.'
En hoe weet ik dat de NRC hiervan op de hoogte was? Simpel, ik heb de afgelopen weken alles over Israel naar de Nederlandse commerciele massamedia doorgestuurd, zodat ze later niet kunnen zeggen dat ze van niets geweten hebben. Of ze het gelezen hebben, weet ik niet. Misschien hebben ze het weggegooid, maar dan is duidelijk dat ze deze informatie niet wilden lezen. De vraag is nu waarom de krant die zegt de nuance te zoeken de informatie van premier Olmert niet als uitgangspunt nam bij het beoordelen van de fascistische gedachten van Van Creveld. 'Mais c'est la guerre', misschien was dat het, maar dan toch, beste collega's, als er meer dan 1200 Joden in Israel waren gedood, van wie eenderde kind was, zouden jullie dan een Palestijn hebben laten schrijven: 'Mais c'est la guerre.' Nee, natuurlijk, met andere woorden: voor de NRC-redactie is het leven van een Joods kind belangrijker dan het leven van een Palestijns kind. En dat nu, beste collega's, is een schoolvoorbeeld van een bepaald soort racisme.

WOENSDAG 28 JANUARI 2009


De Nuance van de NRC 88




Kort samengevat is het ideologische uitgangspunt van de NRC-redactie dit:
'Abbas (Fatah) regeert met een noodkabinet van Fatahloyalisten op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever, sinds het moslimfundamentalistische Hamas, dat door het Westen als terreurorganisatie wordt beschouwd, vorige week alle macht greep in de Gazastrook… Maandag al hadden de VS en de Europese Unie aangekondigd de directe hulp aan Abbas te willen hervatten na een boycot sinds Hamas 15 maanden geleden na zijn verkiezingsoverwinning aan de regering kwam. Doel daarvan was Hamas te isoleren en te marginaliseren.' Lees verder:http://www.nrc.nl/buitenland/article726448.ece/VS_en_Israel_beloven_steun_aan_Abbas

In het vorige stuk over de NRC heb ik proberen aan te tonen dat deze officiele versie een omkering van de werkelijkheid is. Hamas had op grond van de verkiezingsuitslag een legitieme regering gevormd, maar onder druk van het Westen erkende Fatah die regering niet en probeerde via geweld de macht terug te veroveren. Omdat zowel Israel, de VS als de Europese Unie deze democratische ontwikkeling niet accepteerden, accepteerden ook de journalisten van de commerciele massamedia dit niet. Dat is niet vreemd, want de westerse journalistiek staat net als de politiek ook in dienst van andere dan puur democratische belangen. 'Een hoger belang dan de waarheid', zoals de VPRO-journalist Chris Kijne dit onlangs vergoeilijkend omschreef. Behalve de betrokkenen zelf weet iedereen dat de parlementaire democratie deze 'hogere' belangen dient. Welnu, voor politici en pers is Hamas 'een terroristische organisatie'. Het bespelen van de angst is altijd het beste instrument om politieke doeleinden na te streven, zodra rationele argumenten ontbreken. Al in de jaren zestig schreef de gerenommeerde Amerikaanse socioloog C. Wright Mills dat 'het doel van de opinie-organisatoren [is] om de bevolking in een voortdurende staat van emotionele onderworpenheid te houden... Immers, als het maar eenmaal gelukt is om een mentaliteit van volgzaamheid en gehoorzaamheid te kweken, is het niet moeilijk meer om de mensen te doen geloven en te doen voelen wat men maar wil... hun opinies zijn parallel omdat ze alle uit 1 bron afkomstig zijn: die van de media.' 
Het belang van de ideologische versie van de werkelijkheid werd in de achttiende eeuw door de grote Schotse Verlichtings-filosoof David Hume benadrukt toen hij schreef over 'the easiness with which the many are governed by the few' and 'the implicit submission with which the men resign their own sentiments and passions to those of their rulers.' Hume concludeerde: "When we enquire by what means this wonder is brought about we shall find, that as Force is always on the side of the governed, the governors have nothing to support them but opinion. It is therefore, on opinion only that government is founded; and this maxim extends to the most despotic and most military governments, as well as to the most free and most popular.' Vandaar het doorslaggevende belang van gelijk geschakelde, voor het systeem 'betrouwbare', opiniemakers in een massamaatschappij. En vandaar ook dat de NRC de werkelijkheid in Gaza moeiteloos 180 graden kan omdraaien. En dat niet 1 keer, maar meerdere keren, net zo vaak als het uitkomt.

Dus nadat al meer dan 300 Palestijnen waren gedood en vele honderden gewond waren rechtvaardigde op 29 december vorig jaar de NRC-redactie in een officieel commentaar de Israelische oorlogsmisdaden met deze leugen: 'Hamas bood Israel het, in deze vicieuze cirkel logische, motief om navenant te reageren.' En toen nog geen week later deze bewering zelfs voor de NRC niet meer houdbaar bleek, omdat via internet en de televisie duidelijk werd dat Israel als 'een dolle hond' tekeerging, draaide de NRC 180 graden en stelde de redactie in een commentaar ineens dat Israel een 'grens overschreden' had. En wel omdat 'het doel' dat de NRC voor ogen had 'louter [ was] een einde te maken aan de raketbeschietingen door Hamas. Binnen een paar dagen bleek al dat dit doel ruim werd opgevat.' Dat dit 'binnen een paar dagen' was gebleken, had de NRC-redactie er niet van weerhouden om 'een paar dagen' na het begin het bloedbad alsnog te rechtvaadigen met de onjuiste bewering dat 'Hamas Israel het, in deze vicieuze cirkel logische, motief bood om navenant te reageren.' Een rechtvaardiging die ertoe leidde dat de NRC 6 dagen lang zweeg terwijl uit de eigen woorden valt op te maken dat het avondblad al 'binnen een paar dagen' wist dat Israel de 'grens overschreden' had. Inmiddels was echter gebleken dat de redactionele pro-Israel propaganda niet meer werkte. De krant besefte dat en leek even in staat om de ideologische verslaggeving te stoppen om gewoon de feiten te geven. Feiten zoals deze: 'De islamitische beweging verwierf bij de democratische verkiezingen in januari 2006 niet toevallig een ruime meerderheid van de stemmen in Gaza.' Een verrassende erkenning van de NRC.

Even, schreef ik, zoals uit het vervolg blijkt. De NRC maakte namelijk weer een draai van 180 graden. Het inzicht dat Israel oorlogsmisdaden pleegde leidde er niet toe dat de NRC dit verder analyseerde. Integendeel. Toen een paar dagen na het laatste commentaar juristen die gespecialiseerd zijn in het internationaal recht de krant erop wezen dat hier sprake was van ernstige schendingen van onder andere de Geneefse Conventies, vernamen ze dat voor die informatie geen belangstelling was. En wel omdat een artikel over oorlogsmisdaden ‘weinig nieuwe gezichtspunten bevat... Met vriendelijke groet, Anna Visser, redacteur Opinie NRC/H.' Wat in de ogen van de redactie wel 'nieuwe gezichtspunten' bevatte was opnieuw een rechtvaardiging, zes dagen later, van de Israelische terreur, ditmaal niet van de krant zelf, maar van een buitenstaander, de omstreden ultrazionist Martin Levi van Creveld, die nogeens trots in 'de slijpsteen voor de geest'het volgende mocht melden: 'Anders dan meestal wordt aangenomen, hebben de Israëliërs dat conflict op hun sloffen gewonnen. Juist omdát ze disproportioneel reageerden op de gevangenneming van twee van hun soldaten en de dood van zes anderen, is Hezbollah’s wil om aan te vallen gebroken.'

Deze rechtvaardiging van oorlogsmisdaden was geheel in lijn met de Israelische militaire doctrine van het 'disproportioneel geweld', zoals die op 3 oktober 2008 was verwoord door generaal Eisenkot in het Israëlische dagblad Yedioth: 'We zullen disproportioneel geweld gebruiken tegen ieder dorp van waaruit schoten worden gelost op Israel, en we zullen immense schade en vernietiging te weeg brengen. Vanuit ons gezichtspunt zijn zij militaire bases. Dit is geen overweging, dit is een plan dat reeds is geautoriseerd.' In een rapport voor het Instituut voor Nationale Veiligheid van de Universiteit van Tel Aviv onderstreepte kolonel Gabiel Siboni even onverbloemd, dat het antwoord op de raketaanvallen de 'disproportionele aanval in het hart van de zwakke plek van de vijand is, waarbij pogingen de lanceringcapaciteit te schaden op de tweede plaats komt.' Volgens de juriste Verrijn Stuart in het Nederlands Juristenblad 'vertoont Israel’s aanpak een treffende gelijkenis met de opdracht die de toenmalige president van Republika Srpska, Radovan Karadzic in 1995 gaf aan het Bosnisch Servische leger.' Een aanpak die zoals bekend ertoe geleid heeft dat Karadzic nu in de gevangenis van Scheveningen zijn proces afwacht. De juriste wijst er verder op dat Israelische militairen juridisch vervolgd kunnen worden buiten Israel en dat beseffen de Israelische autoriteiten maar al te goed, zo blijkt uit dit bericht: 'Facing bench warrants? Travel advisory issued for top IDF officers State expresses concern over international human rights groups' intention to file war crimes charges against military personnel with The Hague, local European courts; says officers planning to travel must contact Judge Advocate General's Office first Tova Tzimuki.' Zie:http://www.ynetnews.com/Ext/Comp/ArticleLayout/CdaArticlePrintPreview/1,2506,L-3658823,00.html.

Dat openlijk oorlogsmisdaden worden verheerlijkt in een krant die stelt een 'kwaliteitskrant' te zijn die de 'nunance' zoekt zodat het kan fungeren als 'de slijpsteen voor de geest' is opmerkelijk. In het artikel worden oorlogsmisdaden bepleit, en het internationeel recht speelt daarbij geen enkele rol. In de extremistische gedachtewereld van Martin Levi van Creveld is dat een te verwaarlozen detail. Kinderen, vrouwen, bejaarden lopen in deze Israelische strategie nu eenmaal 'de kans een zeer hoge prijs te betalen. Mais c'est la guerre,'aldus de hooggeleerde Martin Levi van Creveld in de NRC. Het antwoord op deze redenering kan natuurlijk niet anders zijn dan: 'Mais non, professeur, ce n'est pas la guerre.' Dat is het punt nu juist dat dit slag mensen telkens negeert. En met hem de overgrote meerderheid van mijn collega's, inclusief die van de NRC. Degene die de burgerbevolking niet probeert te sparen schendt het internationaal recht, zo is zeker sinds Neurenberg onomstotelijk vastgelegd. Daarom is er dat gigantische juridische bouwwerk ontstaan, om te voorkomen dat barbaren hun gang kunnen gaan. Daarom zijn de nazi-kopstukken in Neurenberg veroordeeld. Maar voor dit soort 'trivialiteiten' was en is nog steeds in de NRC geen ruimte. Belangrijker voor de NRC-redactie was te weten dat 'disproportioneel geweld' een van die onfortuinlijke zaken is die nu eenmaal gebeuren, want ‘c’est la guerre’, nietwaar?

Althans, althans... als in Israel meer dan 1300 Joden waren gedood door ‘disproportioneel geweld' van Palestijnen dan had de NRC-redactie natuurlijk geen enkele Palestijn deze terreur laten rechtvaardigen met argumenten als ‘mais, c’est la guerre’. Een derde van de Palestijnse slachtoffers is kind. ‘C’est la guerre’, de NRC-lezers weten het inmiddels. Maar als dit Joodse kinderen was overkomen dan had de NRC dit niet laten rechtvaardigen. Het leven van een Palestijns kind is dus minder waard dan het leven van een Joods kind, en in dat onderscheid schuilt nu, ja wat noem je het eigenlijk, ik hou het bij gebrek aan een beter woord, op racisme. Duidelijk is in elk geval dat hier geen enkele'nuance' een rol speelt, laat staan dat de geest van de lezers wordt geslepen.
Welk journalistiek beleid gaat schuil achter het redactiebesluit om de oorlogsmisdaden opnieuw te laten rechtvaardigen en geen deskundige aandacht te besteden aan de internationale rechtsregels die, zoals de NRC wist, op grote schaal geschonden werden? Waarom heeft de NRC de 'grenzen overschreden' van het journalistiek fatsoen?

http://stanvanhoucke.blogspot.co.uk/2009/01/kort-samengevat-is-het-ideologische.html





zaterdag 16 januari 2010

De Nuance van de NRC 161

Vandaag kan de NRC-lezer het volgende commentaar van zijn/haar krant vernemen:

vooral verdient de rol van de ‘vierde macht’, de ambtenaren, nadere beschouwing. De vraag is essentieel of de onvolledige informatie die naar de Tweede Kamer werd gestuurd, niet te wijten is aan ‘Yes minister’-achtige opvattingen op vooral het departement van Buitenlandse Zaken: hoe houden we politici bezig zonder dat ze ons beleid verstoren? Volgens de commissie werd de Kamer bijvoorbeeld onvolledig ingelicht over iets wezenlijks als een verzoek van de Verenigde Staten aan Nederland om militaire steun. De commissie-Davids bestond uit ter zake deskundigen en zij had „vriend noch vijand”, zoals haar voorzitter opmerkte. Terecht zag zij waarheidsvinding als haar centrale taak. Juist de overwegend apolitieke en niet-ambtelijke samenstelling van de commissie is daarbij een voordeel gebleken; dat is mede te danken aan de weigering destijds van de voorzitter om de suggestie te volgen van premier Balkenende om er Ministers van Staat in te benoemen. Ondanks het consciëntieuze werk van de commissie blijven er politieke vragen over. Hoe kon de rol van sommige ambtenaren zo dominant zijn dat bijvoorbeeld de waarschuwingen van hun juridisch geschoolde collega’s over het ten onrechte opzij geschoven volkenrecht werden genegeerd? Wat wisten de ambtenaren, wat wist de minister, wat werd het parlement onthouden en waarom? Een parlementaire enquête daarnaar zou op zijn plaats zijn. Opdat het overal in Den Haag duidelijk is dat zeker in zaken van oorlog en militair ingrijpen het primaat bij politici ligt en nergens anders.
http://weblogs.nrc.nl/commentaar/2010/01/16/commissie-davids-en-de-lessen-voor-de-toekomst/

Vooral deze zin is opmerkelijk: 'Hoe kon de rol van sommige ambtenaren zo dominant zijn dat bijvoorbeeld de waarschuwingen van hun juridisch geschoolde collega’s over het ten onrechte opzij geschoven volkenrecht werden genegeerd?'

Over dit onderwerp zijn ontelbaar veel uitgebreide en goed gedocumenteerde analyses geschreven in het buitenland. Deskundigen die zich gebogen hebben over deze vraag komen allen tot de slotsom dat de oorzaak simpelweg een gebrek aan democratische controle is. Dat is niet alleen de schuld van politici, zoals de NRC suggereert, maar vooral ook van de zogeheten 'vrije pers', die niet in staat is de macht te controleren, die zich laat inhuren door de macht, zoals nu weer blijkt uit de Iran-verslaggeving van de NRC. De NRC-redactie doet het voorkomen alsof men in een soort lege ruimte opereert, in werkelijkheid is elke krant de speelbal van allerlei belangen, in de eerste en laatste plaats commerciele belangen.

Eerder al schreef ik daarover dit:

Het is niet voor niets dat de Nederlandse politiek bereid is om de commerciele massamedia financieel te steunen. Het argument is zogenaamd dat daarmee de pluriformiteit van de pers wordt beschermd in een kapitalistisch systeem dat geen enkele pluriformiteit accepteert. Als eerste wordt de concurrent vernietigd, het hele systeem draait vanaf het begin om het vestigen van monopolies. Maar er is ook een ander veel belangrijker argument om de commerciele pers te subsidieren met overheidsgeld. En dat had de Amerikaanse elite snel door toen zich de contouren van een massamaatschappij aftekenden. De massa moest beheerst worden via de pers. Al in 1928 pleitte de vooraanstaande adviseur van de Amerikaanse politieke- en economische elite, Edward Bernays, voor een aristocratische politiek, omdat een echte democratie niet mogelijk zou zijn en daarom was volgens hem 'the engineering of consent the very essence of the democratic proces, the freedom to persuade and suggest... The conscious and intelligent manipulation of the organized habits and opinions of the masses is an important element in democratic society. Those who manipulate this unseen mechanism of society constitute an invisible government which is the true ruling power of our country.' Bernays was niet de eerste de beste. Zijn boek 'Propaganda' (1928) was niet alleen in de VS een succes. Het was ook in nazi-Duitsland invloedrijk. Zijn werk stond zelfs in Goebbels' werkkamer. Bernays onderwees de elite dat ze zich moest concentreren op ‘regimenting the public mind every bit as much as an army regiments the bodies of its soldiers.’ Dit inzicht was mede gebaseerd op een oude wijsheid zoals Edward Gibbon die beschreef in zijn The Decline and Fall of the Roman Empire, waarin hij opmerkte: 'Augustus was sensible that mankind is governed by names; nor was he deceived in his expectation, that the Senate and people would submit to slavery, provided they were respectfully assured that they still enjoyed their ancient freedom.'

Ook de invloedrijke Amerikaanse publicist Walter Lippmann, een fervent adept van de imperialistische presidenten Theodore Roosevelt en Woodrow Wilson, was uiterst sceptisch over de mogelijkheid van een ware democratie in een complexe moderne samenleving. Het gewone volk kon zijn eigen belangen niet zomaar gaan formuleren, want dan zou het een chaos worden. Het publiek mocht tijdens verkiezingen zijn stem geven aan - door coöptatie gekozen – beleidsbepalers en verder niets. Om dit proces mogelijk te maken en zo glad mogelijk te laten verlopen, moest de pers worden gebruikt. Zij was verantwoordelijk voor ‘het fabriceren van consensus… een zelfbewuste vaardigheid en standaard instrument van regeringen die namens het volk besturen.’ In 1933, het jaar dat Hitler democratisch aan de macht kwam, schreef de gezaghebbende Amerikaanse hoogleraar Harold Lasswell in de Encyclopedia of the Social Sciences dat aangezien de 'masses are still captive to ignorance and superstition' de komst van de democratie 'compelled the development of a whole new technique of control, largely through propaganda.' Want, zo stelt Lasswell, propaganda is 'the one means of mass mobilisation which is cheaper than violence, bribery or other possible control techniques.' En om een hoog technologische massamaatschappij zo efficient mogelijk te laten draaien is propaganda de goedkoopste en veiligste manier voor de elite om de massa gehoorzaam te houden. Let wel, Lasswell was geen marginale figuur met wat maffe standpunten. Hij werd en wordt nog steeds alom bewonderd. Dit is wat bijvoorbeeld de Nederlandse versie van Wikipedia over hem meldt: 'Lasswell was één van de meest creatieve en invloedrijke wetenschappers van zijn tijd.Door gebruik te maken van een scala van psychologische en sociologische methoden in een discipline die tot dan toe alleen gebruik maakte van historische, juridische en filosofische methoden werd Harold Lasswell de grondlegger van de hedendaagse politieke wetenschap en met name de politieke psychologie. Ook op het gebied van de communicatiewetenschappen heeft hij met zijn communicatiemodel een grote invloed gehad. Op het gebied van beleidsstudies was het Harold Lasswell die de richting aangaf met de omschrijving waaraan deze (toen) nieuwe discipline moest voldoen (multi-disciplinair, probleem oplossend, expliciet normatief).' Zie: Zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Harold_Lasswell

Tegelijkertijd benadrukte Lippmann in de jaren twintig van de vorige eeuw dat 'public opinions must be organized for the press if they are to be sound, not by the press... Without some form of censorschip, propaganda in the strict sense of the word is impossible. In order to conduct propaganda there must be some barrier between the public and the event. Access to the real environment must be limited, before anyone can create a pseudo-environment that he thinks is wise or desirable.' Immers: 'How small our proportion of direct observations is when compared to those observation that are conveyed to us through the media.' Om nu te voorkomen dat de massa, in de woorden van Lippmann, 'a bewildered herd' op hol slaat, moeten de beelden die de massa krijgt toegediend streng geselecteerd worden, zodat de juiste opvattingen ontstaan 'for the real environment is altogether too big, too complex, and too fleeting for direct acquaintance.' De massamens 'is not equipped to deal with so much subtlelety, so much variety, so many permutations and combinations. And although we have to act in that environment, we have to reconstruct it on a simpler model before we van manage with it.'

Welnu, de NRC is een krant die nooit over deze zaken schrijft, uit angst dat dan duidelijk wordt welke belangen permanent op de achtergrond meespelen. En dus speelt 'de slijpsteen voor de geest' nu de rol van domme August, die niet begrijpt hoe de werkelijkheid functioneert, kennelijk in de hoop dat de lezers deze nonsens slikken ervan uitgaand dat die lezers even onnozel zijn als de redactie.

Nogmaals: 'Hoe kon de rol van sommige ambtenaren zo dominant zijn dat bijvoorbeeld de waarschuwingen van hun juridisch geschoolde collega’s over het ten onrechte opzij geschoven volkenrecht werden genegeerd?'

Welnu, NRC-collega's, laat ik een voorbeeld uit de praktijk geven, die direct jullie betreft. Als het ware een aansprekend voorbeeld.

Tijdens het door Israelische strijdkrachten aangerichte bloedbad in Gaza, in januari 2009, kreeg de Israelische hoogleraar Martin Levi van Crevelt van de NRC zes kolommen breed de ruimte om zijn fascistische gedachtegoed te verspreiden. Zo zette deze ultrazionist onder andere het volgende trots uiteen over de voor alle partijen rampzalige Israelische inval in Libanon in 2006: 'Anders dan meestal wordt aangenomen, hebben de Israëliërs dat conflict op hun sloffen gewonnen. Juist omdát ze disproportioneel reageerden op de gevangenneming van twee van hun soldaten en de dood van zes anderen, is Hezbollah’s wil om aan te vallen gebroken.' Disproportioneel geweld werd dus vervolgens in Gaza ingezet tegen de Palestijnse burgerbevolking, omdat zo beargumenteerde Van Creveld: 'het laatste wat de Israeliers willen is de steegjes van Gaza, Rafah en Khan Yunis bestormen.' En dus schoten tanks vanaf afstand alles wat ze konden raken plat, met als gevolg dat eenderde van het aantal doden kind is, en meer dan de helft burger, en dat omdat de Israelische soldaten te laf zijn om de vijand te 'bestormen'. Het 'disproportioneel' geweld in de hoop een verzetsstrijder te treffen en op die manier honderden burgers vermoorden en duizenden verwonden is, zoals bekend, een oorlogsmisdaad. Maar dat feit is in de extremistische gedachtewereld van Van Creveld een te verwaarlozen detail. Kinderen, vrouwen, bejaarden lopen in deze criminele Israelische strategie nu eenmaal 'de kans een zeer hoge prijs te betalen. Mais c'est la guerre.'

Acht dagen voordat Van Creveld zijn enthousiasme voor het schenden van het internationaal recht mocht verspreiden, weigerde de NRC een artikel te plaatsen van Nederlandse juristen, waarin deze deskundigen gedocumenteerd wezen op het feit dat Israel bezig was oorlogsmisdaden te plegen. Geweigerd, en wel omdat een artikel over oorlogsmisdaden ‘weinig nieuwe gezichtspunten bevat... Met vriendelijke groet, Anna Visser, redacteur Opinie NRC/H.' Dankzij het Nederlands Juristen Blad en vervolgens internet, kwam deze informatie over de Israelische oorlogsmisdaden bij een breder publiek terecht, met als gevolg dat de schrijfster ervan door de ambtelijke top van het ministerie van Buitenlandse Zaken werd gevraagd om de juridische aspecten te komen toelichten, omdat het kennelijk nog niet tot het ministerie was doorgedrongen dat oorlogsmisdaden niet door de Nederlandse regering consequentieloos gesteund konden worden. Met andere woorden: Van Creveld kreeg van de Opinieredactie van de NRC zes kolommen de ruimte in de NRC om zijn disrespect voor het oorlogsrecht en de mensenrechten te etaleren, terwijl Nederlandse juristen, deskundigen op het gebied van het internationaal recht acht dagen eerder vernamen dat er geen behoefte was aan een artikel over de Israelische schendingen van het internationaal recht 'daar wij van mening zijn dat hij weinig nieuwe gezichtspunten bevat... Met vriendelijke groet, Anna Visser, redacteur Opinie NRC/H.' En we weten nu dankzij de internationale mensenrechtenorganisaties en de VN-rapportage welke oorlogsmisdaden daar allemaal door Israel gepleegd zijn.

Beste NRC-collega's, stel jezelf nu de vraag: 'Hoe kon de rol van sommige ambtenaren zo dominant zijn dat bijvoorbeeld de waarschuwingen van hun juridisch geschoolde collega’s over het ten onrechte opzij geschoven volkenrecht werden genegeerd?' Kijk vervolgens naar jullie eigen houding en je hebt het antwoord.

zondag 23 augustus 2020

NRC Handelsblad Complotdenken

Vandaag las ik de volgende reactie op Facebook van iemand, genaamd Rob Nuijten. Hij schreef:

NRC, en waarschijnlijk andere media ook, is nogal gepreoccupeerd met het complotdenken en complotdenkers.

Een opvallend hoog aantal artikelen en colums gaat erover. 


Hoe je in tien stappen een succesvol complotdenker wordt

https://www.nrc.nl/nieuws/2020/08/20/hoe-je-in-tien-stappen-een-succesvol-complotdenker-wordt-a4009328


Het cynisme van de NRC is dat de krant zelf grossiert in complotten. Ik geef een voorbeeld:


Op 20 maart 2003, de dag dat de illegale Shock and Awe-terreur tegen de Iraakse bevolking begon, adviseeerde NRC Handelsblad in een redactioneel commentaar het volgende :


Nu de oorlog is begonnen, moeten president Bush en premier Blair worden gesteund. Die steun kan niet blijven steken in verbale vrijblijvendheid. Dat betekent dus politieke steun — en als het moet ook militaire.

Tegelijkertijd liet de redactie weten: ‘[a]an de casus belli tegen Irak twijfelen we.’ Met andere woorden: de toenmalige hoofdredacteur Folkert Jensma, nota bene een jurist, liet samen met zijn voltallige redactie het publiek weten dat er geen oorzaak bestond die een inval rechtvaardigde. Maar dit feit was tegelijkertijd geen reden voor de krant om af te zien van een oproep de illegale aanval op het soevereine Irak te steunen. Geen enkele journalist die deze oorlogsmisdaad steunde, is hiervoor juridisch vervolgd. Als woordvoerder van de gevestigde orde steunde de ‘vrije pers’ met een verbijsterende kadaverdiscipline het terrorisme van de Verenigde Staten en Groot Brittannië, beide NAVO-leden.  

Tekenend voor de hypocrisie van NRC Handelsblad is dat de krant op zaterdag 27 december 2014, op zelfgenoegzame toon liet weten dat het credo ‘facts are sacred’ niet alleen gold ‘voor nieuws,’  want wie dit ‘beginsel met de voeten treedt, ook in een “sfeerverslag,” legt de bijl aan de wortel van de journalistiek.’ Desondanks had de spreekbuis van de polder-elite meer dan een decennium na dato nog steeds geen excuses aangeboden aan het lezerspubliek voor de oproep een agressieoorlog te steunen, terwijl toch 4 jaar eerder de NRC had bericht dat het onderzoek van de Commissie Davids tot de slotsom was gekomen dat de:

[v]eiligheidsresoluties over Irak uit de jaren '90 geen mandaat [gaven] voor de Amerikaans-Britse inval in Irak. Dat concludeert de commissie-Davids. Voorzitter Davids heeft in Den Haag haar rapport aan premier Balkenende aangeboden. De commissie heeft zich gebogen over de steun die het kabinet Balkenende I in 2003 gaf aan de Amerikaans-Britse aanval op Irak. Davids zei bij de overhandiging dat de commissie haar taak heeft opgevat als een onderzoek naar de feiten. Hij benadrukte dat de commissie geen interpretatie geeft en geen politieke duiding. 

Ondanks het feit dat vele miljoenen burgers in de hele wereld tegen de inval in Irak hadden gedemonstreerd, ontdekte de Commissie Davids dat het ‘ministerie van Buitenlandse Zaken al in 2002 het beleid’ had ‘vastgesteld dat Nederland een inval in Irak zou steunen. Dat de VN-Veiligheidsresoluties daarvoor onvoldoende legitimatie gaven, is hieraan ondergeschikt gemaakt.’ De rest was dus politiek bühnewerk geweest om de vele tegenstanders zand in de ogen te strooien en de schijn van democratie hoog te houden. Veelzeggend in dit verband is dat de NRC-redactie in zijn oproep deel te nemen aan de illegale inval het feit negeerde dat een agressieoorlog een oorlogsmisdaad is, waarvoor de meeste nazi-leiders tijdens het Neurenberg Proces in 1946 de doodstraf kregen. De toenmalige Amerikaanse hoofdaanklager, Robert H. Jackson, verklaarde destijds dat ‘[t]his trial is part of the great effort to make the peace more secure,’ en dat het Neurenberg Proces een ‘juridical action’ was ‘to ensure that those who start a war will pay for it personally.’ 


Op hun beurt veroordeelden de betrokken rechters de 24 nazi-kopstukken op grond van het feit dat ‘to initiate a war of aggression… is the supreme international crime differing only from other war crimes in that it contains within itself the accumulated evil of the whole.’ Eerder al had Jackson erop gewezen dat:

If certain acts of violation of treaties are crimes, they are crimes whether the United States does them or whether Germany does them, and we are not prepared to lay down a rule of criminal conduct against others which we would not be willing to have invoked against us.

Maar juist omdat de zelfbenoemde ‘kwaliteitskrant’ wist dat het hier een oorlogsmisdaad betrof, weigerde de redactie dit feit te melden. Na de publicatie van het ‘Rapport Davids’ wees een NRC-lezer hierop door te schrijven:

In het ambtenarenblad PM (22 januari) lees ik onder de kop ‘Kabinet zette commissie Volkenrecht buitenspel’ dat uw krant in 2003 een kritische petitie over Irak zou hebben geweigerd. De petitie was ondertekend door volkenrecht-experts, onder wie Karel Wellens, de toenmalige voorzitter van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV). De petitie onderstreepte dat 'er geen volkenrechtelijke rechtvaardiging was te bedenken voor de inval in Irak.' In PM zegt Wellens: 'Wij boden onze tekst ter publicatie aan zowel NRC Handelsblad als de Volkskrant aan, maar geen van beide ging tot onze ergernis en verbazing over tot publicatie van de brief, die uiteindelijk wel werd afgedrukt in het Nederlands Juristenblad.’

Ik ben nieuwsgierig naar de reden(en) waarom uw krant de brief toen niet plaatste. En, voor de actualiteit, ook naar de vraag of dat met de kennis van nu wel gebeurd zou zijn (of misschien beter: of dat met de kennis van toen nu weer zo zou gaan).
Marten Hofstede
Leiden

De weigering om het lezerspubliek te informeren over de illegaliteit van de aanval op Irak was geen incident. Feiten die afwijken van de officiële versie van de werkelijkheid worden al vele jaren door de mainstream-media verzwegen. In dit geval komt daar nog bij dat de NRC als ‘beginsel’ heeft dat ‘de veiligheid van de wereld niet bevorderd [zal] worden door een Nederlands neutralisme. Vandaar dat wij de grondslag van het Atlantisch bondgenootschap aanvaarden,’ oftewel de onvoorwaardelijke steun aan de NAVO. Vandaar dat de krant — in handen van het commerciële Vlaamse Mediahuis — zich tegen het respecteren van het internationaal recht keert zodra de westerse belangen in het gedrang komen. Dan maakt de redactie gebruik van wat in vakkringen 'censorship by omission' wordt genoemd. Een ander voorbeeld van deze vorm van censuur: terwijl de Israelische Strijdkrachten tenminste 1.300 Palestijnen om het leven brachten, van wie meer dan de helft burgerslachtoffer was, kreeg januari 2009 de Joods-Israelische hoogleraar Martin Levi van Creveld, bekend als zionist met extremistische opvattingen, zes kolommen breed de kans van de NRC om het Israelische 'disproportionele geweld' tegen de Palestijnse bevolking in Gaza aan te prijzen met argumenten als: 'het laatste wat de Israliers willen is de steegjes van Gaza, Rafah en Khan Yunis bestormen.' En dus zette de zionistische staat — net als in 1943 de nazi’s deden tijdens de joodse opstand in de eveneens van de buitenwereld afgesloten getto van Warschau —zijn ‘luchtmacht' in 'en de oneindig superieure artillerie om de Hamasstrijders weg te vagen,’ aldus Van Creveld. Tanks en artillerie schoten vanaf veilige afstand op alles dat ze konden raken, met als gevolg dat eenderde van het aantal doden kind was, en dit alles omdat de Israelische soldaten te laf waren om de vijand te 'bestormen.' Het 'disproportionele geweld' in de hoop een verzetsstrijder te treffen, is, zoals bekend, een oorlogsmisdaad, collectieve bestraffing van de burgerbevolking is namelijk verboden. Maar dat weerhield de Israelische autoriteiten niet om vooraf al publiekelijk bekend te maken dat de Israelische strijdkrachten buitensporig geweld zouden gebruiken. Ook de NRC-correspondent ter plaatse wist dit aangezien hij ook nog eens via de AIVD was gewaarschuwd niet naar Gaza te gaan, omdat het daar veel te gevaarlijk zou worden voor burgers, een waarschuwing die hij serieus nam, waardoor hij uit Gaza wegbleef en zo niet getuige kon zijn van de wijze waarop de Israelische strijdkrachten tekeer gingen. En dat was ook precies de bedoeling geweest van het zionistisch regime. Maar Israelische oorlogsmisdaden waren en zijn in de extremistische gedachtenwereld van Martin Van Creveld en de NRC een te verwaarlozen detail. Kinderen, vrouwen, bejaarden lopen in deze criminele strategie nu eenmaal 'de kans een zeer hoge prijs te betalen. Mais c'est la guerre,' aldus Van Crevelt’s rechtvaardiging in de spreekbuis van de Nederlandse gevestigde orde.

Typerend voor de NRC is dat acht dagen voordat Van Creveld onweersproken zijn enthousiasme voor het schenden van het internationaal recht in de NRC Handelsblad mocht ventileren, weigerde de redactie een ingezonden stuk te plaatsen, geschreven door ter zake kundige Nederlandse juristen, waarin zij gedocumenteerd wezen op het feit dat Israel bezig was oorlogsmisdaden te plegen. De aangevoerde reden was dat op dat moment het artikel over oorlogsmisdaden ‘weinig nieuwe gezichtspunten bevat... Met vriendelijke groet, Anna Visser, redacteur Opinie NRC/H.' De redactie steunde kennelijk toen al de geplande zionistische oorlogsmisdaden. Dankzij het Nederlands Juristen Blad en vervolgens internet kwam deze informatie toch bij een breder publiek terecht, met als gevolg dat de schrijfster van het artikel door de ambtelijke top van het ministerie van Buitenlandse Zaken werd gevraagd om de juridische aspecten te komen toelichten, aangezien het kennelijk nog niet tot het ministerie was doorgedrongen dat oorlogsmisdaden niet door de Nederlandse regering gesteund konden worden. Tijdens het onderhoud werd haar te kennen gegeven dat juridische verplichtingen niet doorslaggevend zijn in de geopolitiek van een grootmacht als de VS. 

Kortom, Van Creveld kreeg van de NRC breeduit de ruimte om schendingen van het oorlogsrecht en de mensenrechten te rechtvaardigen, terwijl Nederlandse juristen van dezelfde NRC-redactie vernamen dat er geen behoefte bestond aan een artikel over de Israelische schendingen van het recht. En we weten nu dankzij internationale mensenrechtenorganisaties en een VN-rapport welke oorlogsmisdaden destijds door Israel gepleegd werden. Overigens was algemeen bekend dat Martin Levi van Creveld extremistische standpunten erop nahield. Hij werd ondermeer geciteerd in David Hirst's bekende boek The Gun and the Olive Branch (2003), waarin het volgende citaat van Van Creveld staat:

We have the capability to take the world down with us. And I can assure you that that will happen, before Israel goes under.' He quoted General Moshe Dayan: 'Israel must be like a mad dog, too dangerous to bother.’

Het toont opnieuw aan hoe weinig respect NRC Handelsblad heeft voor het internationaal recht zodra dit tegen de ideologische overtuigingen van de krant ingaat. Hoewel het avondblad stelt dat 'facts are sacred' heeft het zich nooit verontschuldigd voor de steun aan een agressieoorlog, of journalistieke verantwoordelijkheid afgelegd voor de steun aan de zionistische oorlogsmisdaden. Evenmin hebben de politiek verantwoordelijken in de Nederlandse ‘parlementaire democratie’ zich politiek, laat staan juridisch hoeven te verantwoorden voor hun steun aan de illegale inval in Irak. Alleen al de gedachte hieraan wordt rond het pleintje in Den Haag als absurd ervaren. Zowel de polderpers als de polderpolitici gedragen zich als straattuig door zich niets aan te trekken van het internationaal recht zodra het neoliberalisme zijn belangen wil veilig stellen, of uitbreiden. Hoeveel de terreur tegen de Iraakse samenleving de Nederlandse belastingbetaler in totaal heeft gekost, kon ik nergens vinden. Wel is bekend dat het Amerikaanse weekblad Newsweek op 14 november 2018 berichtte dat:

The United States has spent nearly $6 trillion on wars that directly contributed to the deaths of around 500,000 people since the 9/11 attacks of 2001.
Telkens weer blijkt dat zodra een onbeperkte toegang tot de noodzakelijke grondstoffen, en het monopolie op de zogeheten ‘vrije markt’ lijken te worden bedreigd ook de Nederlandse politiek en pers lak hebben aan het recht. Het gevolg van deze criminele houding is de voortdurende uitholling van de democratie en de vernietiging van de samenleving. Een voorbeeld: het feit dat het Westen op grote schaal terroristen in Syrië steunde, was al bekend in 2012, toen de prominente Franse journalist Thierry Meyssan begin augustus van dat jaar op Voltaire Network schreef:

No one doubts that terrorism in Syria is being sponsored by NATO and the GCC (Gulf Cooperation Council, de Samenwerkingsraad van de Arabische Golfstaten. svh) but until now it was being carried out behind a veil of hypocrisy. Unable to bombard and raze the country because of the Russian and Chinese double veto, the Western powers and their Arab partners decided to bleed the country while setting it up for an attack by mercenaries. Then on February 12 came the call to jihad issued by Ayman al-Zawahiri. Suddenly, NATO, the Gulf Cooperation Council and al-Qaeda found themselves pursuing the same objective. Notwithstanding, Brussels took the view that the Egyptian sheik’s declarations were his alone and were therefore unworthy of comment as if to underline that NATO doesn’t revise its positions in response to such fatwas. This rationale remained unconvincing because it ignored the issue of the common objectives shared by the self-proclaimed advocates of democracy, on the one hand, and Islamism, on the other. It did allow appearances to be preserved. The masks are now off. The Western powers have acknowledged their links with terrorists.

En hoewel de Nederlandse ‘corporate media’ dit wisten, moest het publiek tot september 2018 wachten voordat de gecorrumpeerde polderpers dit durfde te berichten. Toen was namelijk duidelijk dat de terroristen van onder andere Al Qaeda en ISIS in Syrië grotendeels verslagen waren. Het gevolg van de geheimhouding van mijn mainstream-collega’s was dat tevens twee opeenvolgende Nederlandse kabinetten terroristen in dat land ongestoord hadden kunnen steunen, met als resultaat vele honderdduizend doden en verminkten, onder wie allereerst vrouwen en kinderen. De samenwerking met fundamentalistische islam-terroristen verliep vanzelfsprekend na overleg met de zelfbenoemde ‘Joodse staat,’ waarvan de strijdkrachten sinds enige tijd deelnemen aan NAVO-oefeningen, ondanks het feit dat hun oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid door Amnesty International, Human Rights Watch en de Verenigde Naties uitgebreid gedocumenteerd en bekritiseerd zijn. Aan het NAVO-besluit tot samenwerking met terroristen en de schurkenstaat Israel is geen parlementaire goedkeuring vooraf gegaan, een feit dat de ‘vrije pers’ weigert te onderzoeken. Dit alles wordt gelegitimeerd door wat officieel ‘The War on Terror’ heet. Op die manier is eveneens Nederland direct betrokken bij wat bekend staat als het ‘Voeren van Israel’s Oorlogen,’ en ook dit wordt hardnekkig verzwegen door de Nederlandse commerciële pers, die door hun ‘conspiracy of silence’ volop meedraaien in het verspreiden van ‘nepnieuws.’  Tot ze, zoals in het geval van de steun aan terroristen in Syrië zich uiteindelijk toch genoodzaakt zien dit achteraf te melden.

Wat bezielt de polderpers? Waarom gedraagt zij zich zo corrupt? Waarom blijft zij het alles vernietigende neoliberale kapitalisme blind steunen? De grote joods-Hongaarse econoom Karl Polanyi zette daarover het volgende uiteen in zijn boek The Great Transformation: The Political and Economic Origins of Our Time (1944):  

To allow the market mechanism to be sole director of the fate of human beings and their natural environment, indeed, even of the amount and use of purchasing power, would result in the demolition of society. For the alleged commodity, ‘labor power’ cannot be shoved about, used indiscriminately, or even left unused, without affecting the human individual who happens to be the bearer of this peculiar commodity. In disposing of a man's labor power the system would, incidentally, dispose of the physical, psychological, and moral entity of ‘man’ attached to the tag. Robbed of the protective covering of cultural institutions, human beings would perish from the the effects of social exposure; they would die as the victims of acute social dislocation through vice, perversion, crime, and starvation. Nature would be reduced to its elements, neighborhoods and landscapes defiled, rivers polluted, military safety jeopardized, the power to produce food and raw materials destroyed.

Polanyi constateerde dit driekwart eeuw geleden, maar pas vrij recentelijk begint door te dringen hoe profetisch de analyse van deze theoreticus was toen hij tijdens de Tweede Wereldoorlog schreef dat: 

de gedachte van een zelf-regulerende markt een onwankelbare utopie impliceerde. Een dergelijk instituut zou niet langere tijd kunnen bestaan zonder het verwoesten van de menselijke en natuurlijke structuur van de samenleving: het zou de mens fysiek vernietigen en zijn omgeving in een wildernis veranderen. 

Pas nu, anno 2019, kan dit feit niet langer meer worden genegeerd. De kapitalistische doctrine van de eeuwige economische groei is een levensbedreigende mythe gebleken. Maar doordat de indoctrinatie van de Amerikaanse liberals en de Europese sociaal-democraten zo succesvol is gebleken dat zij zelfs niet meer de verbeeldingskracht bezitten om een alternatief te bedenken, blijven zij het kapitalistische neoliberalisme steunen. Zo pleit Geert Mak nog steeds voor het verder overhevelen van nog meer macht naar het neoliberale bolwerk Brussel. Onder de leuze ‘Geen Jorwerd zonder Brussel’ verklaarde deze Bekende Nederlander een aanhanger te zijn van de, overigens niet echt bestaande, ‘vrije markt,’ omdat:

de EU een markt [is] van bijna een half miljard mensen met de hoogste gemiddelde levensstandaard ter wereld. Alleen al voor Nederland is de Unie goed voor tweederde van onze totale export, eenvijfde van het nationale product. We hebben nu een open toegang tot die markt. Gaan we die deur echt dichtgooien? 

Dat was volgens Mak niet alleen ongewenst, maar zelfs onmogelijk, want ‘[m]et opstaan en vallen zijn we op weg naar een Europa van mensen, in plaats van een Europa van staten,’ een even inhoudsloze kreet als ‘Geen Jorwerd zonder Brussel.’ Maar omdat deze retoriek goed bekt, gaat het er bij zijn grijsharig gehoor net zo moeiteloos in als Gods woord in een ouderling. Hier geldt dat Mak tot op zekere hoogte gelijk heeft, want in een technocratie bepaalt niet de burger de loop van de geschiedenis, maar de financiële macht die de technocraten en bureaucraten in dienst nemen, en daarbij ideologische gesteund worden door de propaganda van de ‘corporate media.’ Vandaar dat de destructie van de mens en de natuur  onbelemmerd kan doorgaan. Immers, ‘alles van waarde is weerloos,’ zoals Lucebert dichtte. Maar omdat mijn oude vriend Geert tot voor kort zich bleef vastklampen aan het vooruitgangsgeloof, zag hij zichzelf gedwongen mij te schrijven ‘Ik kan niet zonder hoop, Stan, dat klinkt misschien wat pathetisch, maar het is toch zo.’ Sinds de domineeszoon het christendom weer heeft omarmd, inclusief zijn verlossingsbelofte, heeft hij evenwel de Verlichting niet meer nodig, en meent hij ineens het licht te hebben gezien, zoals ik moet opmaken uit zijn voorlopig laatste boek Grote verwachtingen (2019). Zijn eigen ‘optimisme’ zweert hij nu af, en doet het nu voorkomen alsof  werkelijk iedereen blind in de Verlichting geloofde. Dat dit meer zegt over de onwetendheid van Mak en de Makkianen dan over de rest van de wereld zal ik volgende keer aantonen aan de hand van het werk van de gezaghebbende Britse emeritus hoogleraar John Gray. In elk geval beseffen al langere tijd velen van ons dat er iets niet klopt, iets dat door de Amerikaanse auteur Barry Lopez in zijn boek The Rediscovery of North America (1992) met de volgende woorden wordt omschreven:

It is this paralysis in the face of disaster, this fear before the beast, that would cause someone looking from the outside to say that we face a crisis of character. It is not a crisis of policy or of law or of administration. We cannot turn to institutions, to environmental groups, or to government. If we rise in the night, sleepless, to stand at the ship’s rail and gaze at the New Old under the setting moon, we know we are thousands of miles from home, and that if we mean to make this a true home, we have a monumental adjustment to make, and only our companions on the ship to look to.

We must turn to each other, and sense that this is possible.

Hetzelfde geldt voor de veramerikaanste Europeanen. Zij zullen ‘een monumentale aanpassing’ moeten bewerkstelligen, of ten onder gaan. Een middenweg is er niet. De Europese cultuur is na het interbellum ten onder gegaan, en wat is overgebleven is een cultuurloze Amerikaanse Coca-Cola Civilisatie, zonder enige diepgang.





Propaganda Campagne van Joodse Staat

Onair58-2 @_Innocent_99 @AnisJadib zegt nooit zomaar iets. Dit is ronduit schokkend om te horen. @NOS Inderdaad. Dit heeft zóveel nieuwsw...