Zoeken in deze blog šŸ”ŽšŸ”Ž

Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht carolien roelants. Sorteren op relevantieAlle posts tonen
Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht carolien roelants. Sorteren op relevantieAlle posts tonen

zaterdag 20 december 2025

Remember How Zionists Threatened Jews

Zeventien jaar geleden, op dinsdag 8 juli 2008, schreef ik op deze blog de volgende, nog steeds actuele informatie:

Carolien Roelants 6

Decennialang hebben de westerse journalisten, die voor de commerciĆ«le massamedia werken, gezwegen over de etnische zuiveringen van 1948 en 1967, begaan door zionistische milities en het Israelische leger. Maar sinds de vertalingen van het werk van de zogeheten nieuwe historici in Israel, die deze etnische zuiveringen gedocumenteerd hebben aangetoond, kan de journalistiek in het ‘vrije westen’ deze terreur niet langer meer negeren. En sinds de Nederlandse vertaling van Ilan Pappe’s boek The ethnic cleansing of Palestine (2006) zag zelfs de NRC zich gedwongen hierover te berichten. 
Uit welingelichte kringen, zoals dit zo fraai heet, vernam ik dat er binnen de pro-Israel beweging de nodige onrust was ontstaan over de wijze waarop men diende te reageren op de informatie over de etnische zuiveringen, die natuurlijk een politiek vraagstuk zijn geworden nu ze niet langer meer kunnen worden ontkend. Hoogste tijd dus voor NRCs Carolien Roelants om haar propaganda op te voeren. Ik zat erop te wachten en ja hoor, gisteravond stond er een artikel van haar onder de kop "Joodse vluchtelingen willen ook op de agenda.’Roelants schrijft: '‘Palestijnse vluchtelingen komen steeds aan de orde in internationaal vredesoverleg. Een lobbygroep voor joodse vluchtelingen uit de Arabische wereld eist ook aandacht.’' Al de eerste zin van het artikel is onjuist. De Israelische overheid weigert tot nu toe serieus over het lot van de Palestijnse vluchtelingen te onderhandelen. Al decennialang weigert Israel de Palestijnse vluchtelingen te laten terugkeren, en dat is niet alleen in strijd met het internationaal recht, maar ook met de wil van wereldgemeenschap zoals die is neergelegd in een VN-resolutie. Roelants: “Hebben de Palestijnen het alleenrecht op lijden? […] ‘Gerechtigheid brengt verzoening en vrede,’ onderstreepte vorige week Carole Basri, Amerikaanse juriste en documentairemaakster van Iraaks-joodse afkomst, op een bijeenkomst in het Europees Parlement in Brussel over de zaak van de Arabische joden.”
Frappant is dat Roelants een juriste van ‘Iraaks-joodse afkomst’ citeert, want die weet ongetwijfeld wat Roelants angstvallig verzwijgt, maar uitgebreid in een boek beschreven werd door Naeim Giladi, een Iraakse voormalige zionist die onder andere het volgende stelt: "De Joden van Irak. Ik schrijf dit artikel om dezelfde reden als mijn boek: om het Amerikaanse volk, en met name de Amerikaanse Joden, te vertellen dat Joden uit islamitische landen niet vrijwillig naar IsraĆ«l zijn geĆ«migreerd; dat Joden Joden hebben vermoord om hen te dwingen te vertrekken; en dat Joden, om tijd te winnen om steeds meer Arabisch land te confisqueren, bij talrijke gelegenheden oprechte vredesinitiatieven van hun Arabische buren hebben afgewezen. Ik schrijf over wat de eerste premier van IsraĆ«l 'wreed zionisme' noemde. Ik schrijf erover omdat ik er deel van uitmaakte." 

Giladi beschrijft hoe de zionisten verantwoordelijk waren voor bomaanslagen in Irak om zo de angst te vergroten en de joden te forceren naar Israel te emigreren. In januari 1952 waren er van de 125.000 Iraakse joden, wier families al drie millennia in Irak hadden geleefd, slecht 6000 achtergebleven. Degenen die naar Israel emigreerden, zo schrijft Giladi werden er gediscrimineerd als ‘Arabische joden,’ een in de ogen van vele Oost-Europese zionisten, die in Israel de macht in handen hebben, inferieur soort joden. Giladi concludeert: "Een eeuwenoude, beschaafde en welvarende gemeenschap was ontworteld en haar bewoners waren overgeplant naar een land dat gedomineerd werd door Oost-Europese Joden, wier cultuur niet alleen vreemd, maar ook volkomen verachtelijk voor hen was." Daarover zwijgt opiniemaker Carolien Roelants van de NRC. Het past niet in de propaganda. Zij is doodstil over het feit dat de joden in de Arabische wereld veelal geforceerd werden om naar Israel te vertrekken, omdat de "Joodse natie" goedkope arbeidskrachten nodig had en het Europese Joodse proletariaat tijdens de Holocaust als eerste uitgeroeid werd en de meeste Amerikaanse joden het niet in hun hoofd haalden om naar ''het beloofde land'' te emigreren. 

In de schitterende documentaireserie Route 181 van de Palestijnse en Joodse filmmakers Michel Khleifi en Eyal Sivan zegt een van origine Marokkaanse joodse vrouw: “Leidsmannen uit Israel vertelden ons wat te doen. Ze verborgen hun gezichten, ze verborgen zich onder grote djellaba’s zodat ze niet herkend konden worden. Mochten we gepakt worden dan zouden we niet weten wie die mensen waren. Ze hadden schuilnamen. In het Frans noemden ze ons ‘bezems.’ Weet u wat een bezem is? Wij deden het smerige werk. Zij waren de leiders, wij deden het vuile werk, het aansporen van mogelijke kandidaten voor emigratie naar Israel. Het werd allemaal van bovenaf gedirigeerd. Het was illegaal. Marokko verbood het, Marokko wilde dat zijn joden bleven. Ze vertrokken zonder paspoort, zonder ook maar iets, ’s nachts, zodat de buren het niet zouden merken. Mijn vader liet zijn zaak achter, zijn auto. Hij deed de deur op slot en vertrok gewoon. Vandaag de dag zou hij waarschijnlijk weigeren te vertrekken. Maar in die tijd was het een soort mode, het was voor iedereen goed om naar Israel te emigreren. Misschien waren ze bang en toch, mijn vader had een goed leven daar. Ik vertelde mijn vader om weg te gaan. Ik stuurde mijn ouders vooruit. Ze vonden nooit werk in Israel. Dat is wat de Marokkanen hier zo verbitterd heeft gemaakt. Ze waren niet gewend aan dit soort leven, ze waren niet gewend aan werken in de landbouw. Ze werden in coƶperatieven gestopt, ergens in het achterland, ver van de bewoonde wereld.” De vrouw vertelt dat ze toen te jong was om door de zionistische propaganda heen te prikken. “Het hele liedje, al die rotzooi die ze ons vertelden, slikten we voor zoete koek. We geloofden alles dat ze zeiden. Ik zou het nu niet meer geloven… De Marokkanen zijn in de luren gelegd. Ik was een van de eersten die erin trapte, ik herhaalde alleen maar wat me verteld was. Het is waar, ik heb anderen een rad voor ogen gedraaid. Het is een teleurstelling. Ze vertelden ons wat we moesten zeggen. Hun beloften waren flinterdun.” 

In het begin mocht op de IsraĆ«lische radio hun eigen muziek niet worden gedraaid omdat het te Arabisch klonk en de Arabische cultuur werd als inferieur beschouwd en zo ook de Joodse Arabieren, want zij kwamen uit diezelfde cultuur voort. Naeim Giladi, die in 1929 in Irak werd geboren en op 14-jarige leeftijd een zionistische agent werd, schreef over de discriminatie van Joodse Arabieren in Israel en over de wijze waarop “het Israelische kaste systeem” werkt. Hij zag zich gedwongen zijn naam te veranderen om er aan werk te komen. In het autobiografische artikel The Jews of Iraq zet Giladi uiteen dat enige tijd na zijn aankomst in “het beloofde land” hij “gedesillusioneerd [was] door het geinstitutionaliseerde racisme, gedesillusioneerd door wat ik begon te leren over de zionistische wreedheden. Het voornaamste belang dat Israel had in joden uit islamitische landen was de aanvoer van goedkope arbeiders, speciaal voor het landbouwwerk dat de geürbaniseerde joden uit Oost Europa te min vonden. Ben-Goerion had de ‘OriĆ«ntaalse’ Joden nodig om de duizenden hectaren land te bebouwen die achtergelaten waren door de Palestijnen die door de Israelische strijdkrachten in 1948 waren verdreven.” Volgens de inmiddels naar de Verenigde Staten uitgeweken Giladi waren de zionistische leiders bereid om hiervoor tot het uiterste te gaan en wilde met zijn publicaties “de Amerikaanse bevolking, en vooral de Amerikaanse joden vertellen dat de joden uit de islamitische landen niet vrijwillige naar Israel waren gemigreerd; dat om ze te dwingen te vertrekken joden andere joden hadden vermoord; en dat om tijd te winnen steeds meer Arabisch land te confisqueren joden bij talloze gelegenheden ware vredesiniatieven van hun Arabische buren hadden verworpen. Ik schrijf over wat de premier van Israel noemt 'wreed zionisme.' Ik schrijf erover omdat ik er een onderdeel van was.” Hij verwees daarmee naar bomaanslagen “begaan door zionistische agenten om angst onder de Joden te zaaien en zo hun exodus naar Israel te bevorderen,” een conclusie die gedeeld wordt door verschillende onderzoekers zoals de befaamde onderzoeksjournalist David Hirst, het voormalige Knessetlid Uri Avnery, en Wilbur Crane Eveland, een voormalige hoge CIA functionaris die in het Midden Oosten was gestationeerd. 
Maar daarover geen woord van Carolien Roelants. Meer over haar werkwijze later.

vrijdag 21 mei 2021

Het Griezelige Fenomeen van de Karens


In de VS is het fenomeen de ‘Karen’ een algemeen bekend verschijnsel. Het betreft hier doorgaans oudere vrouwen uit de middenklasse die en plein publique ineens absurd verdrag vertonen en niet voor rede vatbaar meer zijn. Op Youtube kan de geĆÆnteresseerde talloze voorbeelden hiervan zien, vaak lachwekkend, meestal meelijwekkend. Deze dames hebben een geweldige haat tegen de wereld opgebouwd en degenen die hun pad kruisen kunnen de wind van voren krijgen. Zoals bij alles dringt dit verschijnsel nu ook in Nederland door. Naar aanleiding van mijn artikel over de ‘Zionistische Propaganda van de Nieuwe Generatie NRC-Journalisten,’ was ik ditmaal aan de beurt. Een mij verder onbekende mevrouw genaamd ‘Clara LegĆŖne’ reageerde op hoge toon met deze reactie:

Mij ontgaat nut en noodzaak van een aanval op collega-journalisten op dit moment. En als je al begint met Roelants bejaard te noemen (ze is jonger dan jij), dan laat de rest ook maar zitten. Ik heb na deze rampzalige week alleen geduld voor constructieve stukken. Sorry!


Dat Clara L. niet begrijpt hoe doortrapt de NRC-journalisten functioneren  wanneer zij de waarheid verdraaien en tendentieuze suggesties doen, is tot daaraan toe, maar haar razernij over het feit dat ik vermeld dat de Midden Oosten-commentator van de NRC Carolien Roelants ‘bejaard’ is, blijft ronduit absurd. Kennelijk beschouwt LegĆŖne dit zo beledigend dat zij de behoefte heeft te beweren dat Roelants ‘jonger’ is dan ik (minder dan een jaar), een volslagen irrelevante opmerking. Op mijn gedocumenteerde kritiek op de NRC-journalistiek over de Palestijnen gaat Clara L. niet in, omdat zij ‘alleen geduld voor constructieve stukken’ heeft. Ik moest meteen aan Karen denken. Wat mankeren deze oudere vrouwen toch? Ik meen dit serieus, want hun opgekropte woede lijkt veel op de razernij van Amerikaanse jonge mannen die ineens met een machinegeweer iedereen overhoop schieten die in hun schootsveld komen. Deze knapen zijn net als de Karens een symptoom van de totaal verziekte westerse beschaving. Zij allen passen net zo naadloos in onze beschaving als de zionistische nazi’s die nu in Israel groepsgewijs Palestijnse burgers aanvallen, en als  de Joodse extremistische leiders die door  Europa en de VS worden gesteund. 

https://www.youtube.com/results?search_query=karen





De Zionistische Propaganda van de Nieuwe Generatie NRC-Journalisten


Maandag 17 mei 2021 gaf NRC-redacteur Carolien Roelants, in navolging van de toonaangevende New York Times, een opmerkelijk evenwichtig verslag van het buitensporig Israelisch geweld, en de westerse steun voor deze terreur. Zij schreef:

Gaza is een oorlogsgrafveld. De laatste uitbarsting was in 2014 (2.205 Palestijnen gedood van wie 1.400 burgers, en 71 Israƫliƫrs, van wie 5 burgers); na die van 2012 (177 Palestijnse doden en 5 Israƫlische); die van december 2008 en januari 2009 (circa 1.500 Palestijnse doden en 13 Israƫlische); die van februari 2008 (112 Palestijnse doden en 3 Israƫlische) en die van 2006-2007 (circa 500 Palestijnse doden), die eindigde met de Israƫlische blokkade van de daardoor inmiddels onleefbare Gazastrook. Er zal ook weer een volgende confrontatie zijn, en een volgende.


De internationale gemeenschap, nu inclusief sommige Arabische landen, houdt het bij oproepen tot zelfbeheersing. IsraĆ«l is voor het Westen per definitie een bondgenoot. Palestijnen zijn terroristen en zo niet dan toch ingewikkeld, en hebben dus ongelijk. De Oostenrijkse kanselier Kurz liet de IsraĆ«lische vlag uithangen aan de kanselarij uit solidariteit met IsraĆ«l. Premier Rutte steunde zaterdag uitdrukkelijk het recht op zelfverdediging van IsraĆ«l, zij het ‘binnen de grenzen van internationaal recht en proportionaliteit.’ Hoeveel Palestijnse doden en platgebombardeerde infrastructuur proportioneel is, mag IsraĆ«l uitmaken. President Biden herbevestigde tegelijk zijn ‘krachtige steun voor IsraĆ«ls recht zich te verdedigen.’ Hebben de Palestijnen een recht op zelfverdediging, vroeg een journalist van persbureau AP aan de woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Die kwam daar niet uit.


Amerikaanse presidenten staan doorgaans vlak naast Israƫl. President Bush sr. bevroor in 1991 kredietgaranties voor Israƫl om premier Shamir te dwingen de uitbreiding van nederzettingen op te schorten in aanloop naar de vredesconferentie van Madrid. Hij was de laatste president die Israƫl iets in de weg legde. Afgevaardigde Betty McCollum wil nu de jaarlijkse 3 miljard dollar aan Amerikaanse militaire hulp voor Israƫl aan mensenrechtelijke voorwaarden verbinden. Haar wetsvoorstel maakt geen schijn van kans, erkent ze zelf.


De Palestijnse burgers blijven daarom alle rekeningen betalen. Niet alleen in de Gazastrook, ook op de Westelijke Jordaanoever, in Oost-Jeruzalem en in Israƫl zelf. Te midden van protest (Oost-Jeruzalem) en geweld (Gaza, Israƫl) nam het Israƫlische parlement versneld een wetsvoorstel aan om zeventig illegale Joodse buitenposten in bezet Palestijns gebied te legaliseren. Er moeten nog twee stemmingen overheen, maar de boodschap is duidelijk: de Palestijnen moeten inschikken voor de kolonisten die met steun van de staat oprukken.

https://www.nrc.nl/nieuws/2021/05/17/de-palestijnse-burgers-blijven-alle-rekeningen-betalen-a4043769 


De inmiddels bejaarde mevrouw Roelants, die decennialang de pro-Israel commentaren verzorgde,   lijkt vruchtbaar gebruik te maken van haar pensioen door zich eindelijk te verdiepen in de belangrijkste oorzaak van dit zogeheten conflict, te weten: de weigering van het zionistisch regime om zich neer te leggen bij het internationaal recht dat onomwonden bepaalt dat Israel geen enkel recht heeft op de Westbank, inclusief Oost-Jeruzalem, en dient te stoppen met de sinds 2007 hermetische afsluiting van Gaza, waardoor De Palestijnse burgers alle rekeningen [blijven] betalen,’ zoals de kop boven haar commentaar luidt. De reden dat de Palestijnse bevolking de slachtoffers blijven, is de onvoorwaardelijke steun van het Westen aan Israel, terwijl toch de ‘Joodse staat’ almaar meer Palestijns land in bezit neemt, of opnieuw oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid pleegt om het verzet van de Palestijnse bevolking te breken. Het Westen kon dit vele tientallen jaren doen omdat de ‘corporate media’ bijna altijd de kant van Israel koos: de kleine Joodse David versus de Arabische Goliat. Maar dit valse beeld is uiteindelijk onhoudbaar geworden, als gevolg van de talloze bloedbaden die de zwaar bewapende IsraĆ«lische strijdkrachten onder de weerloze Palestijnse burgerbevolking veroorzaken. De ouderwetse propaganda heeft in Nederland plaats gemaakt voor een veel gluiperige propaganda, nu de polderpers de indruk is gaan vestigen dat het hier een ‘oorlog’ betreft tussen min of meer gelijkwaardige partijen. 


Zo schreef de NRC-correspondente in Israel zinnen als ‘De afgelopen dagen regende het raketten op IsraĆ«l en bommen op Gaza,’ en ‘Een uitwisseling van bommen en raketten tussen IsraĆ«l en de militante beweging Hamas in de Gazastrook,’ daarmee suggererend dat dit de context is waarbinnen de strijd zich afspeelt. Zo voorkwam Jannie Visser dat het publiek de ware oorzaak kent, namelijk het feit dat al voorafgaand aan de stichting van de staat in 1948, zowel de linkse als rechtse zionistische leiders uitgesproken voorstanders waren van het etnisch zuiveren van een zo groot mogelijk Israel. In hun woorden moest er in Eretz Israel een ‘transfer’ plaatsvinden van alle ‘Arabieren.’ Maar dankzij de militaire steun van de Arabische wereld slaagden de goed getrainde en bewapende Joodse milities in 1948 er niet in dit doel te bereiken. Wel werden er tenminste 750.000 Palestijnen met geweld en terreur verdreven en in 1967 nog eens 200.000. Wat demissionair premier Netanyahu doet is het voortzetten van een politiek van sluipende etnische zuivering door steeds meer Palestijns land te confisqueren, het grondwater te stelen, en de Westbank op te delen in kleine niet met elkaar verbonden Palestijnse enclaves, omringd door Israelische militairen die nauwlettend controleren wat er precies in- en uitgaat, terwijl het leven van de Palestijnen in Gaza al helemaal in een hel is veranderd, en al deze terreur wordt geaccepteerd en zelfs gefinancierd door Brussel en Washington. Ook de polderpers speelt hierbij een weerzinwekkende rol, zoals de voorstelling van zaken van Jannie Schipper demonstreert. Op 14 mei 2021 beweerde zij in haar ‘kwaliteitskrant’:

Wat deze gevechtsronde nu al de hevigste confrontatie maakt sinds de Gaza-oorlog van 2014, is niet alleen de hoeveelheid raketten (van Hamas. svh) maar het zijn ook de doelwitten: niet alleen het zuiden van Israƫl, ook centraal gelegen steden als Tel Aviv en het internationale vliegveld Ben Gurion.


In haar propagandistische optiek is het dus het verzet van de Palestijnen tegen het stelen van Palestijns land, het opsluiten van Palestijnen in het concentratiekamp Gaza, het voortdurend vermoorden van ongewapende Palestijnse vrouwen, kinderen en mannen, de oorzaak dat ‘deze gevechtsronde nu al de hevigste confrontatie’ is ‘sinds de Gaza-oorlog van 2014,’ die geen ‘oorlog’ was waarbij twee tamelijk gelijkwaardige vijanden elkaar te lijf gingen, maar een bloedbad onder Palestijnse burgers, veroorzaakt door een nucleaire mogendheid, uitgerust met de meest geavanceerde wapens ter wereld, zoals de nuchtere cijfers aantonen. In navolging van de zionistische pers, is de NRC-correspondente druk doende met het reduceren van het verzet tot een ordinaire publiciteitsstunt, zoals blijkt uit haar beschrijving dat: 


Met de onverwacht hevige serie aanvallen Hamas zich opnieuw [heeft] kunnen profileren als de Palestijnse groepering die actie durft te ondernemen tegen Israƫl, terwijl president Mahmoud Abbas en zijn Palestijnse Autoriteit op de Westelijke Jordaanoever voornamelijk toekijken.


In tegenstelling tot de bureauchef in Jeruzalem van The New York Times, verzwijgt hier de NRC-correpondente dat de extreem rechtse Netanyahu veel meer reden heeft geweld te ontketenen, en wel  omdat hij wil voorkomen dat hij de IsraĆ«lische verkiezingen verliest en zich dan voor de rechtbank moet komen verdedigen tegen moeilijk te ontzenuwen beschuldigingen van corruptie. De werkwijze van Jannie Schipper sluit naadloos aan bij de stelling die Walter Lippmann — de meest invloedrijke Amerikaanse mediadeskundige van de twintigste eeuw — gaf toen hij in de jaren twintig de elite adviseerde over de wijze waarop de mainstream-pers in een democratie de massa moet dwingen ‘to take sides.’ Journalisten ‘must step out of the audience on to the stage, and wrestle as the hero for the victory of good over evil,’ waarbij hij wel waarschuwde dat voor alle zekerheid ‘public opinions must be organized for the press if they are to be sound, not by the press,’ want:


[w]ithout some form of censorship, propaganda in the strict sense of the word is impossible. In order to conduct propaganda there must be some barrier between the public and the event. Access to the real environment must be limited, before anyone can create a pseudo-environment that he thinks is wise or desirable.


Om te voorkomen dat het grote publiek in een 'democratie' — in de woorden van Lippmann 'a bewildered herd' op hol slaat, moeten de beelden en verbale suggesties, die de massa krijgt toegediend, streng geselecteerd worden, zodat de juiste opvattingen ontstaan, aangezien 'the real environment is altogether too big, too complex, and too fleeting for direct acquaintance.' De massamens is namelijk: 


not equipped to deal with so much subtlety, so much variety, so many permutations (mutaties. svh) and combinations. And although we have to act in that environment, we have to reconstruct it on a simpler model before we can manage it.



De ‘wij’ zijn de ‘gespecialiseerde klasse,’ de journalisten, die tot taak hebben de ‘gemeenschappelijke belangen’ welke ‘voor het overgrote deel de publieke opinie ontgaan’ zodanig te simplificeren dat ze door de massa als zoete koek worden geslikt, zodat de ‘gemeenschappelijke belangen’ vanzelfsprekend allereerst en bovenal de rijke elite kunnen dienen. In de praktijk komt dit neer op het beperken van de werkelijkheid tot zwart-wit beelden. Kortom, de media moeten de visie van de machtigen propageren. Ook de Franse socioloog Jacques Ellul ging uitgebreid in op dit onderwerp. In zijn baanbrekende studie Propaganda. The Formation of Men’s Attitudes (1965) benadrukte hij dat er twee verschillende vormen van propaganda bestaan, te weten de ‘agitation propaganda’ en de geraffineerdere ‘integration propaganda,’ beide onmisbaar 'for the technological society to flourish, and its technological means — mass media among them — in turn make such integration propaganda possible,’ 


zoals Konrad Kellen schreef in een introductie van het in 1965 in Engels vertaalde boek. Kellen wist waarover hij het had aangezien deze vooraanstaande geleerde in 1933 als joodse Duitser naar de VS vluchtte en tijdens de Tweede Wereldoorlog deel uitmaakte van een ‘U.S. Army intelligence unit in Europe, working in psychological warfare, and being awarded the Legion of Merit.’ Ellul zelf waarschuwde dat de ‘force of propaganda is a direct attack against man,’ aangezien de: 


strength of propaganda reveals, of course, one of the most dangerous flaws of democracy. But that has nothing to do with my own opinions. As I am in favor of democracy, I can only regret that propaganda renders the true exercise of it almost impossible. But I think it would be even worse to entertain any illusions about a co-existence of true democracy and propaganda. Nothing is worse in times of danger than to live in a dream world. To warn a political system of the menace hanging over it does not imply an attack against it, but is the greatest service one can render a system.


Jacques Ellul, wiens werk op voorspraak van Aldous Huxley in het Engels werd vertaald, toonde aan dat in de dagelijkse werkelijkheid ‘propaganda cannot exist without using the mass media.’ Maar wanneer ‘by chance, propaganda is addressed to an organized group, it can have practically no effect on individuals before that group has been fragmented.’ En dit alles betekent dat ‘Propaganda must be total. The propagandist must utilize all of the technical means at his disposal — the press, radio, TV, movies, posters, meetings.’ Het is onvermijdelijk dat:


Propaganda tries to surround man by all possible routes, in the realm of feelings as well as ideas, by playing on his will or on his needs, through his conscious and his unconscious, assailing him in both his private and his public life. It furnishes him with a complete system for explaining the world, and provides immediate incentives (prikkels. svh) to action. We are here in the presence of an organized myth that tries to take hold of the entire person.


Through the myth it creates, propaganda imposes a complete range of intuitive knowledge, susceptible of only one interpretation, unique and one-sided, and precluding any divergence. This myth becomes so powerful that it invades every area of consciousness, leaving no faculty or motivation intact. It stimulates in the individual a feeling of exclusiveness, and produces a biased attitude. The myth has such motive force that, once accepted, it controls the whole of the individual, who becomes immune to any other influence. This explains the totalitarian attitude that the individual adopts — wherever a myth has been successfully created — and simply reflects the totalitarian action of propaganda on him.


Not only does propaganda seek to invade the whole man, to lead him to adopt a mystical attitude and reach him through all possible psychological channels, but, more, it speaks to all men. Propaganda cannot be satisfied with partial successes, for it does not tolerate discussion; by its very nature, it excludes contradiction and discussion. As long as a noticeable or expressed tension or a conflict of action remains, propaganda cannot be said to have accomplished its aim. It must produce quasi-unanimity, and the opposing faction must become negligible, or in any case cease to be vocal.


Een willekeurig maar treffend voorbeeld is de volgende bewering van Noor Zwolsman in NRC Handelsblad van 18 mei 2021:


De gevechten begonnen ruim een week geleden: Hamas vuurde raketten af op IsraĆ«l uit vergelding voor veronderstelde mensenrechtenschendingen van Palestijnen in Jeruzalem. Het is het ergste gewapende conflict tussen beide partijen in jaren. Volgens de autoriteiten in Gaza zijn in ruim een week tijd meer dan 215 Palestijnen omgekomen, onder wie 61 kinderen.  

https://www.nrc.nl/nieuws/2021/05/18/dode-en-gewonden-bij-palestijns-protest-op-westelijke-jordaanoever-a4044001 


Dit is een klassiek voorbeeld van hoe, in dit geval Noor Zwolsman, de Palestijnse beweging Hamas de schuld krijgt van het geweld, door te beweren dat de ‘mensenrechtenschendingen van Palestijnen in Jeruzalem’ door Hamas werden verondersteld. Maar in werkelijkheid betreft het hier feiten, geregistreerd door camera’s en vakbekwame journalisten. Zo berichtte al op 4 mei 2021 de gerenommeerde Britse journalist Jonathan Cook, gestationeerd in Bethlehem, en een vakman die in 2011 de prestigieuze Martha Gellhorn special award for journalism ontving voor zijn berichtgeving over de situatie in Israel en de bezette- en belegerde gebieden:


Inside the Israeli parliament and out on the streets of Jerusalem, the forces of unapologetic Jewish supremacism are stirring, as a growing section of Israel’s youth tire of the two-faced Jewish nationalism that has held sway in Israel for decades.


Last week, Bezalel Smotrich, leader of the far-right Religious Zionism faction, a vital partner if caretaker Prime Minister Benjamin Netanyahu stands any hope of forming a new government, issued a barely veiled threat to Israel’s large Palestinian minority.


Expulsion, he suggested, was looming for these 1.8 million Palestinians, a fifth of the Israeli population who enjoy very degraded citizenship. ‘Arabs are citizens of Israel — for now at least,’ he told his party. ‘And they have representatives at the Knesset [Israeli parliament] — for now at least.’ For good measure, he referred to Palestinian legislators — the elected representatives of Israel’s Palestinian minority — as ‘our enemies sitting in the Knesset.’


This time, their attacks haven't been captured in shaky, out-of-focus YouTube videos. They have been shown on prime-time Israeli TV. Smotrich’s brand of brazen Jewish racism is on the rise, after his faction won six mandates in the 120-member parliament in March. One of those seats is for Itamar Ben Gvir, head of the neo-fascist Jewish Power party.


Ben Gvir’s supporters are now in a bullish mood. Last month, they took to the streets around the occupied Old City of Jerusalem, chanting ‘Death to Arabs’ and making good on promises in WhatsApp chats to attack Palestinians and ‘break their faces.’


For days, these Jewish gangs of mostly youngsters have brought the lawless violence that has long reigned, largely out of sight in the hills of the occupied West Bank, into central Jerusalem. This time, their attacks haven’t been captured in shaky, out-of-focus YouTube videos. They have been shown on prime-time Israeli TV.


Equally significant, these Jewish mobs have carried out their rampages during Ramadan, the Muslim holy month of fasting.

https://www.middleeasteye.net/opinion/israel-palestine-jerusalem-protests-mob-establishment?fbclid=IwAR0BEPY4dYKubC1DLJqvoKtTTYiaXP7yV1ivYDTjQto85NIi1fBVGBzINzQ 


Kortom, Noor Zwolsman's ‘veronderstelde mensenrechtenschendingen waren geenszins ‘verondersteld’ maar betroffen gedocumenteerde feiten, en haar bewering was dus propaganda om Hamas in  een kwaad licht te stellen, waardoor zij kon suggereren dat het juist de Hamas-‘raketten’ waren, die de ware oorzaak zijn dat ‘in ruim een week tijd meer dan 215 Palestijnen omgekomen, onder wie 61 kinderen.’ Ziedaar het werk van de nieuwe generatie gehersenspoelde  journalisten als Noor Zwolsman, die stage liep bij het glossy tijdschrift LINDA, en nu bij NRC Handelsblad de ruimte krijgt eigenhandig leugens te verspreiden, omdat zij ervaring mist, en vanuit haar kleinburgerlijke mentaliteit niet bij machte is de doortraptheden en wreedheden van de geopolitiek ook maar bij benadering te doorgronden. Aangezien het uiteindelijk doel van het zionisme een zo groot mogelijke Joodse staat is in het Midden-Oosten, zonder ook maar ƩƩn ‘Arabier,’ zoals zowel de linkse grondlegger van Israel Ben-Goerion als de rechtse Ze’ev Jabotinski voor ogen stond, schrijft de prominente Joods-Israelische architect en hoogleraar Eyal Weizman dat de Israelische regeringen al geruime tijd politieke onderhandelingen vermijden en dat bovendien:


at the beginning of 2006, Israel’s Chief of Staff Dan Halutz confirmed that the IDF has grown to see the conflict with the Palestinians as unresolvable and permanent. It has accordingly geared itself to operate within an environment saturated with conflict and within a future of permanent violence. In the absence of political ‘solution’ and the possibility for a decisive military result, the IDF sees its role merely in terms of ‘managing the conflict,’ keeping it on a flame low enough for Israeli society to be able to live and prosper within the conflict.


De voortgaande landroof en etnische zuivering van Palestijns land moet zo onopvallend mogelijk verlopen, zodat de publiekelijk opinie in de wereld niet permanent gemobiliseerd blijft door westerse burgers die mensenrechten en democratie respecteren. Eyal Weizman:


To understand the IDF’s tactics in moving through Palestinian urban spaces, it is necessary to understand how they interpret the, by now familiar, principle of ‘swarming,’ a term that has been a buzzword in military theory since the inception of the US post-Cold War doctrine known as the Revolution in Military Affairs. The swarm manoeuvre was adapted from the Artificial Intelligence concept of swarm intelligence, which assumes that problem-solving capabilities are to be found in the interaction and communication of relatively unsophisticated agents (ants, bees, birds, soldiers) with little or no centralized control. The swarm exemplifies the principle of nonlinearity in spatial, organizational and temporal terms, whereby the traditional manoeuvre paradigm, characterized by the simplified order of Euclidean geometry, is transformed, according to the military, into a complex fractal-like geometry. The narrative of the battle plan is replaced by what the military calls the ‘toolbox approach,’ according to which units receive the tools they need to deal with several given situations and scenarios but cannot predict the order in which these events will actually occur.


This may explain the military’s fascination with the spatial and organizational models and modes of operation advanced by postmodern and post-structuralist theories. Indeed, as far as the military is concerned, urban warfare is the ultimate postmodern form of conflict. Belief in a logically structured and single-track battleplan is lost in the face of the complexity and ambiguity of urban reality. Civilians become combatants, and combatants become civilians. Identity can be changed as quickly as gender can be feigned: the transformation of women into fighting men can occur at the speed that it takes an undercover ‘Arabized’ Israeli soldier or a camouflaged Palestinian fighter to pull a machine-gun out from beneath a dress. According to a Palestinian fighter caught up in this battle, Israelis seem ‘to be everywhere: behind, on the sides, on the right and on the left. How can you fight that way?’


From the military point of view, the city is a social /physical obstacle that must be reorganized before it can be controlled. ‘Design by destruction’ increasingly involves planners as military personnel in reshaping the battleground to meet strategic objectives. As urban warfare increasingly comes to resemble urban planning, armies have established research programmes to study the complexity of cities and train their own urban practitioners.


Deze strategie is vergelijkbaar met de ‘politiek van de voldongen feiten’ die Israel al decennialang voert, waarbij de diefstal van Palestijns land zonder veel ophef gewoon doorgaat, ‘dunam for duman,’ hectare na hectare, in het besef dat de rijke zionistische lobby in het buitenland zijn invloed, macht, en zelfs het vermogen te chanteren, aanwendt om westerse politici te weerhouden stappen te ondernemen tegen Israel's grove schendingen van het internationaal recht. Ook hierin spelen journalisten als Noor Zwolsman een doorslaggevende rol. Daarnaast zet Weizman uiteen dat er sprake is van:


a vast, international ‘intellectual field,’ which he (de Britse socioloog Stephen Graham. svh) refers to as a ‘shadow world of military urban research institutes and training centers,’ has been established over the last decade in order to rethink military operations in urban terrain. The expanding network of this ‘shadow world’ includes schools, urban-research institutes and training centers, as well as mechanisms for the exchange of knowledge between different military forces, such as conferences, workshops and joint training exercises. In their attempt to comprehend urban life, soldiers take crash courses so as to master topics such as urban infrastructure, systems analysis, structural stability, building techniques, as well as a variety of theories and methodologies debated within contemporary civilian academia. Indeed, the reading lists of some contemporary military institutions include contemporary avant-garde writings on urbanism and architecture, psychology, cybernetics, and post-colonial and post-structuralist theory. Furthermore, according to urban theorist Simon Marvin, the military-architectural ‘shadow world’ is currently generating more intense and well-funded urban research programmes than all university programmes put together.


Some of the theories currently used by the military are to be found in texts from around the student revolution of 1968. At that time ‘revolutionary’ strategy meant challenging the built hierarchy of the capitalist city and breaking down distinctions between private and public, inside and outside, use and function, replacing private space with a ‘borderless’ public surface, dismantling the rigid rationalism of a post-war order, escaping ‘the architectural strait-jacket,’ and liberating ‘repressed human desires.’ While such theories were conceived in order to transgress the established ‘bourgeois order’ of the city, in the hands of the military, these tactics are projected as the basis for an attack on an ‘enemy’ city.


On the basis of such theoretical models, the military perceives of its actions as a discourse between sides. Every military action is also conceived of as an act of communication. Threats are the most effective and common form of such communication. The economy of threats operates only when violence is restrained to some degree, and when the potential for escalation still exists. Communication exists, in fact, in the gap between the damage the military can inflict and the damage the military does inflict. For this reason, even in wars that we have been taught to think of as ‘total,’ the sides hardly ever used their full destructive capacity against their military enemy. In the economy of the low-intensity conflict, hit-and run raids are projected as the ‘lesser evil,’ the more moderate alternative to the devastating capacity that the military actually possesses and will unleash, no doubt, if the enemy exceeds the ‘acceptable’ level of violence or breaches some unspoken agreement,


waarbij ik aanteken dat de ‘unspoken agreement’ in werkelijkheid geen ‘overeenkomst’ is, maar een ‘onuitgesproken’ dreigement van de sterkste partij. En aldus gaat de mensheid de totalitaire toekomst in, wetend dat de macht elk moment van de dag en de nacht zijn bloedhonden kan loslaten. Of zoals de oud hoogleraar Internationale Betrekkingen, Kees van der Pijl, in de inleiding van het boek The Militarization of the European Union (2021) schrijft:


On 27 August 2019, in a speech to the country’s top diplomats assembled in Paris, French president Emmanuel Macron declared that the world was in the midst of ‘a major transformation, a geopolitical and strategic re-composition.’ This transformation, the president declared, amounted to nothing less than ‘the end of Western hegemony over the world.’ After this surprising assessment (for a Western leader that is), he continued:


We were accustomed to an international order which, since the 18th century, rested on a Western hegemony… Things change. And they are now deeply shaken by the mistakes of Westerners in certain crises, by the choices that have been made by Americans for several years which did not start with this administration, but which lead to revisiting certain implications of the conflicts in the Near and Middle East and elsewhere, and to rethinking diplomatic and military strategy, and sometimes elements of solidarity that we thought were immutable, eternal (‘des intangibles pour l’Ć©ternitĆ©,’ Macron 2019.)


Daarom is de infantiele voorstelling van zaken in de dagelijkse berichtgeving van NRC Handelsblad even lachwekkend als levensgevaarlijk. Meer hierover later.



De Westerse Hegemonie, met steun van 'de Joodse Staat'



zondag 25 november 2018

Hidde J. van Koningsveld. Zonder Dollen: Wees Gewaarschuwd! 11


Een antisemitische cartoon dat Geert Wilders via twitter verspreidt. Kromme neus, stijve pik, pedofiel, tulband. Zo werden vroeger door nazi's joodse Europeanen afgebeeld, nu doen de filosemieten die Israel blind steunen hetzelfde.


In 1990 bezocht ik als radio-journalist op uitnodiging van joods-Nederlandse Anneke Jos Mouthaan (ƩƩn van de oprichters van Een Ander Joods Geluid) samen met haar en een uiterst dappere Joods-Israealische vredesactiviste de Gaza Strook. Nauwelijks waren we nabij een vluchtelingenkamp in gesprek geraakt met Palestijnse schoolkinderen of IsraĆ«lische militairen schoten, zonder enige aanleiding, op ons gezelschap. Nadat ik in een uitzending van de Humanistische Omroep Stichting de opnamen van de  ricocherende kogels en de paniek had laten horen, werd ik in Trouw door een joods-zionistische lobbyist beticht van antisemitisme. Ik had de opnamen niet mogen uitzenden. 

Tijdens de tweede intifadah, die in 2000 begon, was ik voor de VPRO-Radioop de Westbank en zag bij het militaire checkpoint Qalandiya, in de buurt van Ramallah, hoe op enkele meters afstand van me een dertienjarig Palestijns kind door een militaire scherpschutter met een hoge snelheidskogel door zijn hoofd werd geschoten en stervende werd afgevoerd. De IsraĆ«lische scherpschutterbvuurde vanuit de bovenste verdieping van een hotel op een afstand van tenminste 400 meter. Na de uitzending op Radio I, waarin het Israelisch geweld tegen Palestijnse jongeren van zeer nabij te horen was, werd ik opnieuw door fanatieke zionisten van antisemitisme beschuldigd. Toch wisten ook zij van de geruchtmakende interviews die scherpschutters hadden gegeven aan Amira Hass, de Joodse correspondente in bezet gebied van de Israelische krant Haaretz. EĆ©n van hen vatte de militaire instructies als volgt kort samen:

Wanneer de officieren te velde de scherpschutter opdracht geven te vuren, dan is de intentie om het hoofd te raken, want als hij schiet, doet hij dat om te doden… Twaalf jaar en ouder mogen we neerschieten.

Hij gaf overigens toe dat het moeilijk was om leeftijden te schatten. 

De richtlijnen… veranderen elke dag, soms zelfs meermalen per dag. Wanneer er aan IsraĆ«lische zijde doden vallen, mogen wij meer schieten.

Over het aantal Palestijnse doden tijdens de intifada zei hij: ‘Zes per dag is normaal, het kunnen er ook veel meer zijn,’ waarbij hij verder opmerkte dat het slechts verwonden van kinderen doorgaans als ondoeltreffend werd beschouwd, aangezien 'verwondingen de gemoederen veel meer op[hitsen].’ Dit zijn de richtlijnen voor het Israelische strijdkrachten, die qua ‘military strength’ in 2018 op de zestiende plaats van de wereldranglijst stonden, ver boven de meeste NAVO-lidstaten, die zonder democratische raadpleging van hun parlementen de ‘Joodse Staat’ laten deelnemen aan NAVO-oefeningen. Kennelijk bestaat bij de westerse elite de overtuiging dat ‘wij’ niet zonder de Israelische schendingen van het internationaal recht ‘onze’ belangen kunnen behartigen. Kenmerkend in dit verband is het dat 

An Israeli military court has agreed to the early release of a soldier imprisoned for shooting dead a wounded Palestinian, according to reports.

Elor Azaria will walk free in May after serving nine months of a 14-month jail term for the manslaughter of Abdul Fatah al-Sharif in the West Bank city of Hebron, the Israel Defence Forces (IDF) said.

Sharif, 21, was lying injured and motionless on the ground after stabbing an Israeli solder when Azaria shot him in the head.

Azaria was initially given 18 months in jail, a sentence which was reduced to 14 months following an intervention in September by IDF chief of staff Gadi Eisenkot.

His term was cut further on Monday by the army's prison parole board after military prosecutors agreed to Azaria's request for early release. He will be freed on 10 May after serving less than two-third of his sentence.

There have been several fundraisers and protests in support of the soldier, as well as high-profile calls for the young recruit to be given a government pardon.

While manslaughter is punishable under Israeli law by up to 20 years in prison, Azaria’s sentence was less harsh than the mandatory minimum penalty of four years in prison that some Palestinian children have faced for throwing stones.

Kortom, de Joods-Israelische militair Elor Azaria zat bijna even lang gevangen voor het vermoorden van een Palestijnse jongere, als het Palestijnse meisje Ahed Tamimi voor het uitdelen van enkele klappen aan een zwaar bewapende Joods-Israelische militair. En toch houdt het CIDI vol dat Israel een democratische rechtstaat is. Ook de opvattingen van de Opperbevelhebber van de Israelische Strijdkrachten, Gadi Eisenkot, met wie de NAVO-militaire top nauw samenwerkt, getuigen van een fundamenteel disrespect voor het recht. Zo verraadde hij een fascistoĆÆde mentaliteit toen hij in 2008 bepaalde dat de officiĆ«le Israelische militaire strategie die van 'disproportioneel geweld’ tegen burgers zou worden, een strategie van oorlogsmisdaden dus. De Israelische krant Haaretz citeerde generaal Eisenkot als commandant van de noordelijke regio van Israel aldus:

'What happened in the Beirut suburb of Dahiya in 2006 will happen in every village from which shots are fired in the direction of Israel. We will wield disproportionate power against every village from which shots are fired on Israel, and cause immense damage and destruction. From our perspective, these are military bases. This isn't a suggestion. This is a plan that has already been authorized.'

Hence, in two short sentences, one of the Israel Defense Force's senior commanders stated, with the world as his witness, his intention to violate the two central tenets (leerstellingen. svh) of the international laws of war: the principle of distinction, which states that every time military force is used, it is imperative (verplicht. svh)to differentiate enemy combatants from enemy civilians, and that attacks may be directed only at the former; and the proportionality principle, which states that even in attacks against enemy combatants, disproportional use of power is prohibited.

It is important to understand this: The international legal definition of an illegal military attack is one directed at civilians, or one that involves a disproportional use of force. It was as if Eisenkot, then, was standing on a hilltop, declaring his intention to commit war crimes, yelling to passersby, ‘My intentions are biggest of all!’


Gaza tijdens en na Joods-Israelisch 'disproportionate' geweld.



Welnu, deze strategie van oorlogsmisdaden wordt sindsdien door de Joods-Israelische strijdkrachten in de praktijk gebracht, zonder dat de NAVO, de Nederlandse volksvertegenwoordigers, de Nederlandse mainstream-media en het CIDI aan dit feit aandacht besteden. Dit gebrek verhult een onderhuids racisme van ongekende omvang, want wanneer bijvoorbeeld  zestig Joodse jongeren op ƩƩn dag door Palestijnse scherpschutters zouden zijn vermoord, dan zou de zogeheten ‘vrije pers’ hier wekenlang over berichten. Maar zelfs toen Amnesty International april 2018 erop aandrong dat

Israeli forces must end the use of excessive force in response to ‘Great March of Return protests.

verzwegen de corporate media dat het Joods-Israelisch ‘buitensporig geweld’ de officiĆ«le strategie is van NAVO-partner Israel. 

Following the deaths of 26 Palestinians, including three children and a photojournalist, Yasser Murtaja, and the injuring of around 3,078 others during protests on the past two Fridays, Amnesty International is renewing its call for independent and effective investigations into reports that Israeli soldiers unlawfully used firearms and other excessive force against unarmed protesters.

‘For the past two weeks, the world has watched in horror as Israeli forces unleashed excessive, deadly force against protesters, including children, who merely demand an end to Israel’s brutal policies towards Gaza and a life of dignity’

Door de Israelische strategie van ‘buitensporig geweld’ heeft  

Israel killed more than 3,000 children since 28 September 2000 when the Second Intifada began until the end of April 2017, a new report has found.

The Palestinian Ministry of Information said in a report released ahead of Children’s Day that the Israeli forces have injured more than 13,000 children and arrested more than 12,000 others, and continues to hold 300 children in its prisons.

Desondanks verklaarde de Nederlandse rechtenstudent Hidde J. van Koningsveld naar aanleiding van de ‘zestig doden,’ en de ‘duizenden gewonden’ -- de overgrote meerderheid Palestijnse jongeren en zelfs kinderen -- die door Israelische scherpschutters op slechts ƩƩn dag in 2018 in de Gaza-Strook waren vermoord of verminkt, dat ‘al die doden’ hem, als CIDI-functionaris, niet aan het ‘twijfelen’ brachten over de juistheid van deze genocidale strategie. ‘Absoluut niet, op geen enkele manier.’  De tot het Joodse geloof bekeerde Van Koningsveld heeft geen boodschap aan hetgeen bijvoorbeeld een joodse auteur John Berger te melden heeft. Berger, ƩƩn van de belangrijkste Europese schrijvers van na de Tweede Oorlog schreef op 27 december 2008: 

We are now spectators of the latest — and perhaps penultimate — chapter of the 60 year old conflict between Israel and the Palestinian people. About the complexities of this tragic conflict billions of words have been pronounced, defending one side or the other. Today, in face of the Israeli attacks on Gaza, the essential calculation, which was always covertly there, behind this conflict, has been blatantly revealed. The death of one Israeli victim justifies the killing of a hundred Palestinians. One Israeli life is worth a hundred Palestinian lives.This is what the Israeli State and the world media more or less — with marginal questioning — mindlessly repeat. And this claim, which has accompanied and justified the longest Occupation of foreign territories in 20th C. European history, is viscerally racist. That the Jewish people should accept this, that the world should concur, that the Palestinians should submit to it — is one of history's ironic jokes. There's no laughter anywhere. We can, however, refute it, more and more vocally. Let's do so.

Daarom liet Berger, wiens joodse voorouders uit Polen, GaliciĆ« en het Oostenrijks-Hongaarse Rijk kwamen, weten: 

En hier identificeer ik mijzelf zonder te aarzelen met de rechtvaardige zaak en de pijn van degenen die de staat Israƫl (en neven van mij) veroorzaken in een mate die tragisch totalitair is.

En dus liet John Berger weten dat hij als kosmopoliet en humanist afstand deed van zijn ‘Recht op Terugkeer,’ omdat dit het elementaire recht van de Palestijnen om in vrede te leven onvermijdelijk had vernietigd. 

Daarentegen maakt Hidde J. van Koningsveld propaganda voor de ‘tragisch totalitaire’ideologie van het zionistisch regime, dat almaar meer land van de Palestijnse bevolking blijft stelen, waardoor nu slechts eenvijfde is overgebleven van het gebied dat de Verenigde Naties in 1947 aan een te vormen Palestijnse staat had toegekend. Het extremisme van Van Koningsveld en het CIDI wordt in de Nederlandse politiek niet alleen geaccepteerd, maar ook nog eens gestimuleerd door erover te zwijgen en door de aandacht te verleggen naar al dan niet bestaand ‘antisemitisme.’ Er is niemand, letterlijk niemand, die in de Nederlandse politiek en de Nederlandse mainstream-media zich publiekelijk durft te distantiĆ«ren van de CIDI-propaganda, uit angst te worden beticht van ‘antisemitisme.’  Dat is niet zo vreemd als het lijkt, want collaboratie is een belangrijk element in de Nederlandse mentaliteit. Zo wees de hoofdstedelijke architectuurhistoricus Walter Schoonenberg op de ‘medeverantwoordelijkheid van de gemeente Amsterdam voor de vernietiging van het Amsterdamse jodendom.’ Hij schreef in 2016:

Op 20 januari 1941 eiste Hans Bƶhmcker (die door rijkscommissaris Seyss-Inquart was aangesteld als de Beauftragter des Deutschen Reiche voor Amsterdam) een kaart in viervoud van de geografische verspreiding van de joden in Amsterdam. De kaart werd gemaakt en was al op 29 januari af, een stippenkaart waarop elke stip tien joden aanduidde. Uit niets blijkt dat er enig voorbehoud werd gemaakt of dat iemand van de gemeente had geaarzeld of dit nu wel zo snel moest worden gedaan. Er is gedurende zes Ć  zeven dagen met twintig man keihard aan gewerkt. Op basis van het onderzoek dat aan de stippenkaart ten grondslag lag, werden andere diensten aan het werk gezet om de overige gevraagde gegevens te verzamelen (zoals een overzicht van scholen met veel joodse kinderen). Op 15 februari was het onderzoek gedaan en heeft de gemeentesecretaris de gewenste informatie met kaarten in viervoud aan Bƶhmker verstrekt. Dat is dus enkele dagen na de eerste razzia in de Jodenhoek, die op 12 februari plaatsvond. De versie van de stippenkaart die bij dit artikel is gevoegd dateert van mei 1941, dus van na de gruwelijke razzia’s en de Februaristaking die uit protest tegen deze razzia’s plaatsvond. Het onderzoek is met grote vlijt uitgevoerd door de gemeente Amsterdam. Als men een jood onverhoopt niet kon vinden, werden overuren gemaakt om het adres alsnog te achterhalen. Uit de werkinstructies blijkt bovendien dat men keuzes maakte die voor de joden ongunstig uitpakten. Een gevonden jood hoefde niet nagetrokken te worden, van iemand waarvan niet duidelijk was of hij joods was wĆ©l. Ook liet men weten dat men uitging van een inschrijving in ƩƩn van de twee joodse kerkgemeenten en er in werkelijkheid mƩƩr joden waren. Dat de Duitsers dat maar beseften!

In Amsterdam hoefde geen echt ghetto te worden gesticht, in tegenstelling tot veel andere steden in Europa. Het was niet nodig want van elke  jood wist men zijn of haar woonadres. Mede daardoor is het percentage vermoorde joden in Nederland het grootst van alle door de nazi’s bezette landen.

Amsterdam, november 1942. Vergadering van het dagelijks bestuur van de Joodse Raad. V.l.n.r. Meyer de Vries, J. Brandon, de voorzitters A. Asscher en prof. D. Cohen, A. van der Laan. BeeldbankWO2 / NIOD, Joh. de Haas

'Amsterdam, november 1942. Vergadering van het dagelijks bestuur van de Joodse Raad. V.l.n.r. Meyer de Vries, J. Brandon, de voorzitters A. Asscher en prof. D. Cohen, A. van der Laan. BeeldbankWO2 / NIOD, Joh. de Haas.' Een oude kennis van mij, de journalist Hans Knoop benadrukte in de NRC dat  'de Joodsche Raad voor Amsterdam de enige in bezet Europa [is] geweest die zichzelf, zonder opdracht van Duitse zijde, heeft geconstitueerd en ook de enige was die voor wat betreft het leiderschap in tact is gebleven tot het moment waarop de Duitsers het gebied “Judenrein” verklaarden.'


Dat ook de joodse Nederlanders een diep ontzag hadden voor autoriteiten, bleek uit het feit dat de zogeheten Joodse Raad’ in opdracht van de nazi’s meewerkte aan het deporteren van joodse Amsterdammers, waardoor 75 procent van de joodse Nederlanders werd vermoord. Enige feiten: 

Er is na de oorlog veel kritiek geweest op de Joodse Raad. Volgens critici heeft de raad het de nazi's alleen maar makkelijker gemaakt. Grotere tegenwerking en meer zand in de organisatorische molen in plaats van collaboratie hadden misschien veel levens kunnen redden. 

De joodse ‘Ereraad’ oordeelde: 'dat de voorzitters van de Joodsche Raad gefaald hebben in een wereld, die zelf in gebreke is gebleven,’en sprak als zijn mening uit:

dat het laakbaar is geweest, de opdracht tot vorming van een 'Amsterdamse Jodenraad' en het voorzitterschap van deze raad (wat verantwoordelijkheid jegens de Duitsers medebracht) uit handen van de Duitsers te hebben aanvaard;

dat het laakbaar is geweest, het Joodse Weekblad te blijven uitgeven, toen eenmaal bleek, dat het de Duitsers van meer nut dan de Joden moest zijn, waarbij de Ereraad tevens herinnert aan zijn afkeurend oordeel over een aantal berichten, die hiervoor zijn genoemd;

dat het laakbaar is geweest, medewerking te verlenen aan een aantal anti-Joodse maatregelen, zoals het uitgeven van de Jodenster en het verzenden van bevelen om naar Westerbork te vertrekken;

dat de wijze, waarop de voorzitters de weigerachtigen tot het geven van de bijdrage tot de eerste heffing aanschreven, laakbaar is geweest;

dat de medewerking, verleend bij de selectie voor deportatie, in het bijzonder de medewerking in mei 1943, zeer laakbaar is geweest.

EĆ©n van de voorzitters van de Joodse Raad, de diamantair ‘Abraham Asscher wees het vonnis van de hand,’ en ‘sneed alle banden met de Joodse gemeenschap door.’

Op 6 november 1947 werden Cohen (eveneens voorzitter. svh) en Asscher op last van N.J.C. Sikkel, procureur-fiscaal van het Bijzonder Gerechtshof te Amsterdam, gearresteerd en opgesloten in het Huis van Bewaring aldaar, wegens medewerking aan de vijand waardoor de Joodse deportatie in belangrijke mate zou zijn vergemakkelijkt. Na een maand werden ze in afwachting van een eventuele berechting voorlopig vrijgelaten. In 1951 werd van strafvervolging van Cohen afgezien (Asscher was in 1950 overleden) op gronden aan het algemeen belang ontleend.   


De hierboven beschreven voorbeelden van de Nederlandse mentaliteit, om liever te collaboreren dan te saboteren, of in opstand te komen, worden het liefst verzwegen of genegeerd. De Nederlandse Spoorwegen, die 4,80 gulden enkele reis per gedeporteerde joodse Nederlander ontving boden pas in 2005 hun excuses aan voor hun -- let op het eufemisme -- ‘niet zo’n fraaie’ rol.' Ander voorbeeld: tijdens de Koude Oorlog werd het feit verzwegen dat het vooral hoofdstedelijke communisten waren geweest die de Februaristaking hadden georganiseerd. 
Nog een voorbeeld van de Nederlandse neiging tot collaboratie. In het destijds al bevrijde zuiden van Nederland benoemde generaal H.J. Kruls, commandant van het Militair Gezag, in het najaar van 1944 de latere KVP-premier Jan de Quay tot voorzitter van het College van Commissarissen voor Landbouw, Handel en Nijverheid, in een tijd dus dat het grootste deel van de Nederlandse bevolking nog onder nazi-bezetting leefde. In die functie diende De Quay toe te zien op het opnieuw op gang brengen van het economische leven in het bevrijde zuiden. Naderhand werd hij zelfs in het laatste kabinet-Gerbrandy tot minister van Oorlog benoemd. Ook dit is tekenend voor de wijze waarop het poldermodel werkt, want de vrome katholiek Jan de Quay was een collaborateur geweest die na het bombardement op Rotterdam via de Nederlandse radio opriep om nauw met de nazi’s samen te werken aangezien er een 'nieuwe orde' in Europa was ontstaan. Om volledig deel te kunnen nemen aan die nieuwe nazi-orde richtte De Quay samen met L. Einthoven en J. Linthorst Homan op 24 juli 1940 de Nederlandse Unie op. 'Uit den nood der tijden...geboren' en onder 'erkenning van de gewijzigde verhoudingen' riep het driemanschap de Nederlandse bevolking op samen met hen te streven naar 'een nieuwe Nederlandsche saamhorigheid,’ die zich zou aanpassen aan de 'nieuwe orde.' De nazi-orde waarbij inmiddels de joodse rechtsgeleerde mr. Visser uit de Hoge Raad was gezet, terwijl de andere leden gewoon bleven zitten. In de praktijk van alledag kwam de ‘Nederlandsche saamhorigheid’ in de Nederlandse Unie al snel neer op het weren van joodse Nederlanders. Het zal ook niemand kunnen verbazen dat 'de historicus Lou de Jong in zijn magnum opus Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog geen goed woord over had voor het driemanschap, dat hij van collaboratie beschuldigde.' Een terechte beschuldiging want ‘nieuw archiefonderzoek van historicus en emeritus-hoogleraar G. van Roon van de Vrije Universiteit’ bracht ook nog eens 

aan het licht dat Louis Einthoven samen met andere hoge en lagere Nederlandse ambtenaren begin jaren dertig al contacten had met de Gestapo. Deze vorm van proto-collaboratie had ten doel de gezamenlijke bestrijding van ‘kommunistischer und marxistischer Umtriebe.’ 

De Nederlandse justitie speelde zo in de jaren dertig informatie aan de nazi's door, waarmee direct na de bezetting in mei 1940 tweehonderdvijftig naar Nederland gevluchte Duitse 'illegalen' door de Sicherheits Polizei werden opgepakt.

Tekenend voor het poldermodel is dat na de oorlog niet alleen Jan de Quay zelfs de hoogste politieke functie in Nederland kreeg, maar dat ‘Einthoven de leiding [kreeg] over het Bureau Nationale Veiligheid, dat in 1946 werd omgedoopt tot Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD),’ zodat ‘gevoelige’ dossiers over vooraanstaande Nederlanders die tijdens de oorlog met de nazi’s hadden samengewerkt in de juiste la konden verdwijnen. Net zo lang tot de geheime informatie politiek gebruikt kon worden om deze Nederlanders te chanteren of politiek kalt te stellen zoals met Willem Aantjes gebeurde. 

Aantjes' reputatie werd onherstelbaar beschadigd toen het Nieuwsblad van het Noorden op 6 november 1978 berichtte dat Aantjes lid was geweest van de SS. De historicus Loe de Jong van het RIOD verklaarde die avond tijdens een rechtstreeks door de twee Nederlandse televisiezenders uitgezonden persconferentie dat Aantjes… bij de Waffen-SS in vreemde krijgsdienst was geweest. Als gevolg hiervan trad Aantjes op 7 november af als fractieleider van het CDA.

In feite was de werkelijke reden waarom Aantjes politiek buitenspel werd gezet het feit dat hij 

tijdens het eerste CDA-congres… uiteen [zette] hoe het evangelie, geĆÆnspireerd op Matteüs 25, het richtsnoer van een politieke beweging zou kunnen zijn. Deze rede kwam bekend te staan als zijn Bergrede.

Toen bleek dat dit betekende dat hij als CDA-voorman kritisch stond tegenover de NAVO-doctrine van Mutual Assured Destruction met kernwapens was zijn lot bezegeld.

Zo werkt het poldermodel. ‘We’ moeten allemaal door dezelfde deuropening en dan moeten 'we' wel sjoemelen en collaboreren. De Nederlandse geschiedenis is daar het bewijs van. Dezelfde mentaliteit zien we nu terug in de collaboratie met de schurkenstaat Israel. Het CIDI doet daarbij een beroep op dezelfde collaboratie-reflex. Het spreekt voor zich dat het ‘antisemitisme’ wapen, de situatie van de Israelische samenleving juist verslechterd. Een permanente staat van oorlog leidt maar tot ƩƩn ding, nog meer haat, nog meer trauma’s, nog meer doden, nog meer verminkten, etc. Zaterdag 17 november 2018 eindigde ik de achtste aflevering van deze serie met het volgende citaat van de Franse auteur Laurent GuyĆ©not:

Israel's control of the American mind is achieved on the mass level through the press and he entertainment industry, on the governmental level through the irresistible influence of  the neocons and AIPAC, and on a still deeper level through wide-scale spying and the infiltration and highjacking of intelligence and secret services.

In zijn boek From Yahweh To Zion (2018) vervolgt GuyĆ©not zijn betoog over The Sociopathic State’ met een verwijzing naar de onthulling van de IsraĆ«lische kwaliteitskrant Haaretz dat:

two Israeli high-tech firms (Verint and Narus) with ties to Mossad, have provided the spy software for the NSA, thus securing for Israel access to all collected data. Other Israeli software ‘front companies’ have likewise infiltrated the US administration and military-industrial sector. And, as James   Petras   comments, 'because of the power and influence of the Conference of Presidents of the 52 Major American Jewish Organizations, Justice Department officials have ordered dozens of Israeli espionage cases to be dropped. The tight Israeli ties to the US spy apparatus serves to prevent deeper scrutiny into Israel's operations and political goals — at a very high price in terms of the security of US citizens.

The golden rule of manipulation formulated by Mandell House (who was the intermediary between the Zionist network and President Woodrow Wilson) applies generally to Israel's manipulation of the United States: ‘With the President [...] it was invariably my intention always to make him believe that ideas he derived from me were his own.’    Such is also the essence of Israel's strategy with the US; behind the mask of American patriotism, the neocons have managed to lead America into a Middle East policy that only serves Israeli interests, by pretending to the American people that it serves their interests. The psychopath tries to interfere in all the human relationships of his prey, so as to prevent any alliance that could allow him to be unmasked. Isolate and divide-and-rule are the essence of this strategy. This is precisely what Israel and its neoconservative moles have done, by trying to split the United States from its historic allies in the Middle East, with the aim of one day remaining the only ally of the United States in the area. The demonization of all heads of state in the Arab world is part of his strategy. One of Israel’s great successes has been to ensure that its own enemies, the Arab peoples, today have a fierce hatred for the United States. 

In de NRC van 18 november 2018 beweerde de bejaarde Carolien Roelants, die dertig jaar Midden-Oosten-redacteur is geweest voor deze krant, onder de kop 'IsraĆ«l heeft meer geliquideerd dan enig ander westers land'over de 'IsraĆ«lische liquidatiepolitiek' waar zij nooit eerder aandacht had besteed, dat ‘deze moordmachine voortkomt [uit] het trauma van de Holocaust en het permanente gevoel dat het land dreigt te worden vernietigd.’ 

De Holocaust wordt ook door haar als rechtvaardiging gebruikt. Dat deze angst bewust wordt gekweekt om allereerst nog meer  gebied van de Palestijnse bevolking te kunnen stelen, verzwijgt mevrouw Roelants. Decennialang de Midden-Oosten redactrice van de zelfbenoemde ‘kwaliteitskrant’ gebruikte zij haar avondblad al die jaren als een pro-Israel, anti-Palestina forum. Voorafgaand aan de Amerikaanse illegale inval in Irak in maart 2002 schreef ik dit over Roelants: 

Terwijl in de bezette gebieden de IsraĆ«lische inval voluit in gang was, sprak NRC-redactrice Carolien Roelants met Khader Shkirat, directeur van LAW, de door Nederland financieel gesteunde Palestijnse mensenrechtenorganisatie die al een decennium-lang gedocumenteerd over de IsraĆ«lische schendingen van het humanitair recht rapporteert. Zeven kolommen tekst, vijftien vragen, waarvan zeven over de Palestijnse zelfmoordaanslagen. Hoewel Shkirat verklaarde de aanslagen niet te rechtvaardigen, bleef Roelants op dit onderwerp door gaan. Shkirat probeerde een verklaring te geven voor die aanslagen, met als enige resultaat haar opmerking: 'Dus u kunt zelfmoordterrorisme rechtvaardigen?'Geen enkele vraag stelde de NRC-redactrice over bijvoorbeeld de grove schendingen van de Vierde Geneefse Conventie door IsraĆ«l. In de feiten die de directeur van LAW had willen vertellen en de reden was van zijn bezoek aan Nederland, bleek ze niet geĆÆnteresseerd.  
Een week later — het IsraĆ«lische leger was op dat moment volgens internationale getuigen druk bezig de sporen van oorlogsmisdaden uit te wissen — stelde mevrouw Roelants op de voorpagina van haar krant zich de tendentieuze vraag of hier nu sprake was van 'Anti-Israel of antisemitisch.' Hoe moeten wij 'de verklaring van leden van het comitĆ© voor de Nobelprijs voor de vrede,' duiden 'dat de IsraĆ«lische minister van Buitenlandse Zaken Shimon Peres zijn Nobelprijs moet worden afgenomen.' En wat te denken van 'de veroordeling door de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties in GenĆØve van het “massaal doden” door IsraĆ«l van Palestijnen bij de militaire operatie bij Jenin.' Intussen weten we dan al wel dat volgens dezelfde Peres de strijd bij Jenin een 'slachting' was. Een paar dagen later, op 20 april 2002 — het IsraĆ«lische leger is nog steeds bezig in Jenin — krijgt de NRC-lezer de ultieme mening gepresenteerd. Onder de kop 'De Tweede Holocaust' wordt een artikel van de Amerikaan Ron Rosenbaum als volgt ingeleid: 

De vraag is niet óf de Tweede Holocaust zal komen, maar wanneer. En opnieuw zullen Europeanen bereid zijn tot medeplichtigheid aan moord op de joden.

En zo zijn we stapsgewijs van kritiek op oorlogsmisdaden via haar suggestie van ‘antisemitisme’ in de Tweede Holocaust beland. De naakte feiten zijn vervangen door suggestieve meningen om elke terechte kritiek te criminaliseren en daarmee monddood te maken. Vorig jaar publiceerden 220 joodse Zuid-Afrikanen een zogeheten 'Gewetens-Verklaring', waarin zij de IsraĆ«lische behandeling van de Palestijnen op ƩƩn lijn stelden met de onderdrukking van de zwarte bevolking tijdens het apartheidsregime. Maar dat zijn kritische joden, dus die kregen, net als Een Ander Joods Geluid, geen ruimte van haar. 

Tot zover 2002. Wat de lezer moet weten is dat Ron Rosenbaum door het intelligente deel van de joodse gemeenschap in de VS gezien wordt als een lachwekkende, hysterische zionistische fanaticus. Zo publiceerde Rosen in december 2015 

the article ‘Thinking the Unthinkable,’ in which he expresses his view that there exists a frightening possibility that Israel might not survive as a nation. In it he claims that 'The Palestinians want a Hitlerite Judenrein state, however much violence it takes to accomplish it. Not separation, elimination.' The Palestinians are, he asserts, engaged in incessant state and religious incitement to murder Jews. The 'stabbing intifada' is not an insurgency, but a matter of 'the ritual murder of Jews'. Whereas Hitler tried to hide his crimes, the Palestinians celebrate killing Jews.
https://en.wikipedia.org/wiki/Ron_Rosenbaum

In werkelijkheid werkt het Joodse regime in Israel al zeven decennia met geweld aan de totale etnische zuivering van het vroegere mandaatgebied Palestina om daar hun 'Joods-Zijn' optimaal te kunnen beleven, zonder de aanwezigheid van de goyim. Over de vraag wat dit Joods-Zijn in het dagelijkse leven betekent bestaan er onderling grote meningsverschillen, die -- zo wordt gevreesd   -- bij het uitbreken van vrede in een burgeroorlog zullen eindigen. Hoe dan ook, Rosenbaum kreeg van de NRC de volle ruimte om zijn pathologisch slachtofferisme weer eens te kunnen uitdragen, kennelijk in de overtuiging dat dit ‘het uitverkoren volk’ in ‘het beloofde land’ zou helpen, weliswaar ten koste van de Palestijnse bevolking, maar dat interesseerde mevrouw Carolien Roelants geenszins. Hoewel de mainstream-journaliste de mond vol heeft over de westerse beschaving met haar geclaimde mensenrechten en democratie, blijft ook bij haar en haar ‘urban elites’ het onderhuids racisme sluimeren. Zo wordt na de Tweede Wereldoorlog het mensenleven van een Jood hoger ingeschat dan dat van een Arabier.  En hiermee zijn we precies bij het punt waar het om draait. Jan Blokker schreef een paar jaar voor zijn dood in 2010:

Na de Tweede Wereldoorlog is het jodendom in de christelijke wereld vrijwel heilig verklaard en geen volk dat in die processie zo hard vooroploopt als de Nederlanders, 

om hieraan toe te voegen dat de Nederlander uiterst flexibel is, opportunistisch, iemand die  de macht blindelings gehoorzaamt zodra het om zijn eigen hachje gaat. In de woorden van Blokker:

In de Nederlandse geschiedenis is onverschilligheid doorgaans de vriendelijkste houding ten opzichte van joden geweest. Nederlanders hebben altijd precies geweten wie van hun buren een jood was en op elk gewenst moment kon die wetenschap consequenties krijgen: het verraden van joden voor ‘kopgeld’ tijdens de Duitse bezetting is daar maar ƩƩn vorm van. De paniekerige pogroms in het pestjaar 1349 was een andere.

De combinatie van opportunisme en conformisme in onze handelsnatie verklaart tevens het feit dat uit het zogenaamde tolerante Nederland procentueel tweemaal zoveel joden zijn gedeporteerd naar de vernietigingskampen als uit BelgiĆ«, en drie keer zoveel als uit Frankrijk. De 'onverschilligheid' gecombineerd met het aloude christelijk antisemitisme, is natuurlijk niet na 1945 als sneeuw voor de zon verdwenen. De Europeaan, die altijd 'de ander, de buitenstaander, de jood' als negatief contrabeeld nodig had om zichzelf positief te kunnen definiĆ«ren, is niet in ƩƩn generatie wezenlijk veranderd. 'Het jodendom' mag dan 'vrijwel heilig' zijn ‘verklaard,' maar daarmee is zeker niet het antisemitisme verdwenen, het ressentiment tegen 'de ander, de vreemde, de jood' is ondergronds gegaan en wordt nu geprojecteerd op een andere semitische tak: 'de Arabier.’ 

Omdat na de Holocaust jodenhaat politiek niet meer correct is, projecteert men die haat nu op 'de Arabier/de moslim,' wiens 'cultuur' vanzelfsprekend in elk opzicht ondergeschikt wordt geacht aan 'onze cultuur,' zijnde —  absurd genoeg — de ‘joods-christelijke’ cultuur die tenslotte culmineerde in zowel Auschwitz als Hiroshima. Een huidige filosemiet als Hidde J. van Koningsveld is een schoolvoorbeeld van iemand die zijn politieke en religieuze opvattingen niet baseert op rationele argumenten, maar op troebele sentimenten over Palestijnse burgers. 'De Ander, de Jood, de Arabier/Moslim' is voor hem het object bij uitstek om zijn haat op te kunnen projecteren.   'Gefundenes Fressen.' Hoe filosemitischer de antisemiet lijkt, des te harder hij 'de Arabier/moslim'nodig heeft. Was hij niet tot Jood bekeert dan zou zijn haat tegen 'de Arabier/moslim' onmiddellijk gezien worden voor wat het is, namelijk de hedendaagse vorm van antisemitisme. Het filosemitisme is het masker waarachter de antisemiet schuilgaat. Beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het is evenwel geen symbiotische verhouding, maar een parasitaire relatie, de gastheer verzwakt tot hij uiteindelijk niets meer te geven heeft en sterft, terwijl de parasiet een nieuw slachtoffer zoekt om zijn ressentimenten op te kunnen projecteren. De auteur Arnon Grunberg heeft gelijk wanneer hij vaststelt:

Voor veel mensen is het moeilijk onderscheid te maken tussen de Jood, al dan niet herkenbaar, en de politiek van de staat Israel.  

Meer daarover de volgende keer. 





Voorzitter van het CIDI, Hanna Luden volgens eigen zeggen 'geboren en getogen' in Israel.


De Groene NAVO-Propagandist Maarten Muns

  Op zoek naar een modus vivendi met Rusland Containment of detente? Welke ideologie er ook regeert, Rusland blijft een expansieve macht. ‘H...