dinsdag 10 december 2013

De Mainstream Pers 96

Robert van de Roer. Journalist. Onderhuids racisme.

Het onderhuids racisme van de blanke Nederlandse opiniemakers is in al zijn onbenulligheid telkens weer verbijsterend. 23 augustus 2013 verklaarde Robert van de Roer in het EO-programma Knevel & Van den Brink naar aanleiding van het toen dreigende Amerikaanse geweld tegen Syrië over president Obama:

Je zou eigenlijk verwachten dat hij als leider van de Vrije Wereld een oordeel, echt een oordeel geeft,

Daarbij suggererend dat Obama’s ‘rode lijn’ was gepasseerd door de gifgasaanval in Damascus en de VS geweld tegen Syrië moest beginnen. Zonder goed op de hoogte te zijn had Van de Roer net als de rest van de mainstream pers al een oordeel: het Assad-regime moest met westers geweld ten val worden gebracht. Dat deze opiniemaker in plaats van onderzoek te verrichten zich door bepaalde belangen liet gebruiken, werd duidelijk op zondag 8 december 2013 toen de bekende Amerikaanse onderzoeksjournalist Seymour Hersh het volgende onthulde:

In the months before the attack, the American intelligence agencies produced a series of highly classified reports, culminating in a formal Operations Order – a planning document that precedes a ground invasion – citing evidence that the al-Nusra Front, a jihadi group affiliated with al-Qaida, had mastered the mechanics of creating sarin and was capable of manufacturing it in quantity. When the attack occurred al-Nusra should have been a suspect, but the administration cherry-picked intelligence to justify a strike against Assad.
http://www.lrb.co.uk/2013/12/08/seymour-m-hersh/whose-sarin

Hoe dan ook: Knevel wees de als ‘diplomatiek deskundige’ aangekondigde Van de Roer tijdens de uitzending erop dat ‘We niet [weten] wie het gedaan heeft,’ waarop Van de Roer antwoordde: ‘Ja, dat is waar,’ en razendsnel overstapte op een ander aspect. Afgezien van zijn opportunisme is interessanter dat deze polder ‘deskundige’ de VS uitroept tot de ‘leider van de Vrije Wereld,’ een opmerkelijk positieve kwalificatie als we weten dat dezelfde ‘Vrije Wereld,’ onder leiding van de politieke macht in Washington, verantwoordelijk was voor de dood van een half miljoen Iraakse kinderen onder vijf jaar, als gevolg van het sanctiebeleid tegen Irak. De ‘Vrije Wereld’ kan dus consequentieloos een ‘genocide’ plegen, aangezien het Westen moreel superieur is aan de rest van de wereld, het is namelijk 'Vrij.' Dat nu is racisme, vooral ook omdat Robert van de Roer eerder een van de medeverantwoordelijke diplomaten aan dit genocidale beleid ook nog eens prees als 'het beste dat Nederland in huis heeft.’ De westerse cultuur is doortrokken van dit ‘onzichtbare’ racisme. De christenen Knevel & Van den Brink slikten het als doodnormaal, en dat is niet verwonderlijk, hun godsdienst is als het ware gebaseerd op racisme zoals valt op te maken uit onder andere het bijbelboek Deuteronomium:

Maar van de steden dezer volken, die u de HEERE, uw God, ten erve geeft, zult gij niets laten leven, dat adem heeft… gelijk als u de HEERE, uw God, geboden heeft. […] En de HEERE, uw God, zal haar in uw hand geven; en gij zult alles, wat mannelijk daarin is, slaan met de scherpte des zwaards

Diep gelovige Joden en Christenen beschouwen al millennia lang deze opdracht tot genocide als God’s wil, en als zodanig is deze mentaliteit in het Westen en Israel geïnternaliseerd, ook onder degenen die geen enkel geloof hechten aan het bestaan van een ‘judeo-christelijke God.’ Men gaat er blind vanuit dat de blanke westerling en de Jood in Israel superieur zijn en dus het recht hebben desnoods een genocidaal beleid te voeren zodra dit politiek of economisch uitkomt. De hele koloniale periode, die pas in de jaren zestig van de vorige eeuw afliep, is daarvan een sprekend voorbeeld. Dat de blanke westerling en de Joodse zionist dit niet beseffen, bewijst alleen maar hoe diep deze weerzinwekkende houding in het westers bewustzijn is verankerd. Dode Iraakse kinderen zijn slechts ‘collateral damage,’ maar dode blanke kinderen zijn ‘genocide.’ Hier in de polder mag dit niet worden beseft, maar in de rest van de wereld wel. Niet voor niets schreef de zwarte auteur Aimé Césaire in Discourse on Colonialism:

What else has bourgeois Europe done? It has undermined civilizations, destroyed countries, ruined nationalisties, extirpated ‘the root of diversity.’ No more dikes, no more bulwarks. The hour of the barbarian is at hand. The modern barbarian. The American hour. Violence, excess, waste, mercantilism, bluff, conformism, stupidity, vulgarity, disorder.

Deze stem wordt nooit gehoord in de commerciële westerse mainstream media. Hij telt niet mee in de kakofonie van oppervlakkige meninkjes die elke dag weer  over het publiek worden uitgestrooid, door onbenullige mensjes als bijvoorbeeld Robert van de Roer, ‘diplomatiek deskundige’ in een klein kikkerlandje. Het feit dat ik hem eruit pik is omdat hij zo exemplarisch is voor de rest van al die kleinburgerlijke conformisten. En toch vertegenwoordigt de stem van Césaire de werkelijkheid zoals die door de slachtoffers van het Westers geweld wordt ervaren. Toch kent ook het Westen dissidente stemmen, weliswaar gemarginaliseerd, maar toch. Neem de Zweedse journalist en auteur Sven Lindqvist die aan het eind van zijn boek Exterminate all the Brutes (1997), het bestaan van de westerse genocidale politiek benadrukte toen hij concludeerde dat 

Auschwitz de moderne industriële toepassing [was] van een uitroeiingspolitiek waarop de Europese overheersing van de wereld […] lang heeft gesteund.

Hij voegde hieraan toe:

En toen hetgeen was gebeurd in het hart der duisternis werd herhaald in het hart van Europa, herkende niemand het. Niemand wilde toegeven wat iedereen wist. Overal in de wereld waar kennis wordt onderdrukt, kennis die als ze bekend zou worden gemaakt ons beeld van de wereld aan gruzelementen zou slaan en ons zou dwingen om onszelf ter discussie te stellen – daar wordt overal het Hart der Duisternis opgevoerd. U weet dat al. Net als ik. Het is geen kennis die ons ontbreekt. Wat gemist wordt is de moed om te begrijpen wat we weten en daaruit conclusies te trekken.

Europa. 1945.

Waar komt de westerse barbaarsheid vandaan? En waarom weigert men de uiterst zichtbare terreur van het westers geweld te herkennen? De Franse negentiende eeuwse historicus Edgar Quinet, volgens Encyclopædia Britannica van 1911 a man of great moral conscientiousness, and as far as intention went perfectly disinterested’ schreef daarover het volgende:

People ask why barbarism emerged all at once in ancient civilization. I believe I know the answer. It is surprising that so simple a cause is not obvious to everyone. The system of ancient civilization was composed of a certain number of nationalities, of countries which, although they seemed to be enemies, or were even ignorant of each other, protected, supported, and guarded one another. When the expanding Roman Empire undertook to conquer and destroy these groups of nations, the dazzled sophists thought they saw at the end of this road humanity triumphant in Rome. They talked about the unity of the human spirit; it was only a dream. It happened that these nationalities were so many bulwarks protecting Rome itself…
Thus when Rome, in its alleged triumphal march toward a single civilization, had destroyed, one after the other, Carthage, Egypt, Greece, Judea, Persia, Dacia, and Cisalpine and Transalpine Gaul, it came to pass that it had itself swallowed up the dikes that protected it against the human ocean under which it was to perish. The magnanimous Caesar, by crushing the two Gauls, only paved the way for the Teutons. So many societies, so many languages extinguished, so many cities, rights, homes annihilated, created a void around Rome, and in those places which were not invaded by the barbarians, barbarism was born spontaneously. The vanquished Gauls changed into Bagaudes. Thus the violent downfall, the progressive extirpation of individual cities, caused the crumbling of ancient civilization. That social edifice was supported by the various nationalities as by so many different columns of marble or porphyry. When, to the applause of the wise men of the time, each of these living columns had been demolished, the edifice came crashing down; and the wise men of our day are still trying to understand how such mighty ruins could have been made in a moment's time.

De globalisering van het westerse kapitalisme leidt nu tot het ingrijpende machtsverlies van het kapitalistische Westen, alleen verloopt dit proces veel sneller dan in vroegere tijden toen de communicatie, de dynamiek en de afhankelijkheid van grondstoffen en markten niet zo groot was als nu. Het directe gevolg is het grootscheepse Amerikaanse en Europese geweld in de Arabische wereld en straks in de Stille Zuidzee, in de buurt van China. In 1999 waarschuwde de Amerikaanse neoconservatieve politieke analist Samuel P. Huntington dat het merendeel van de wereldbevolking de VS in toenemende mate ziet als ‘the rogue superpower’ en als zodanig ‘the single greatest external threat to their societies,’ een feit dat kennelijk niet tot de ‘politiek-literaire elite’ in de polder doordringt als we afgaan op de suggestie van Robert van de Roer dat de VS als ‘leider van de Vrije Wereld’ met geweld zou moeten ingrijpen in Syrië, naar we moeten aannemen, in de absurde veronderstelling dat de westerse interventies in Afghanistan, Irak en Libië, een laaiend succes zijn geweest. Wij zijn ‘Het vredestichtende Westen’ meent Henk Hofland die in de eigen propaganda is gaan geloven. Nog steeds beschouwen de spreekbuizen van de blanke ‘elite’ de VS als -- in de woorden van Geert Mak -- de ‘ordebewaker en politieagent’ van de wereld. Veel intelligenter is de reactie van de Amerikaanse geleerde Samuel Huntington die  in zijn klassieke studie The Clash of Civilizations de lezer eraan herinnerde dat

the West won the world not by the superiority of its ideas or values or religion, but rather by its superiority in applying organized violence. Westerners often forget this fact, non-Westerners never do.

Het niveau van de Nederlandse 'intellectuelen' is schrikbarend laag, er is hier in de polder ook geen sprake van een serieuze gedachten-uitwisseling, en misschien wel het meest opvallende is de de poeha waarmee nonsens wordt gepresenteerd, die lachwekkend zou kunnen zijn als het niet zo gevaarlijk was.  In zijn boek Platter en Dikker over de culturele verpaupering van de onderklasse schreef Henk Hofland:

In mijn generatie, die nu overigens aan het uitsterven is, komen geen functioneel analfabeten voor. Die grote massa lees- en schrijfinvaliden hebben we pas ver na de oorlog ontdekt. Opnieuw de grote vraag. Wat is er binnen een halve eeuw met Nederland gebeurd?

En jawel hoor, opnieuw geen antwoord van Henk Hofland. Waarom niet? Hij en zijn generatie zijn mede-verantwoordelijk voor de analfabetisering. Denkt de tot grootste Nederlandse journalist van de twintigste eeuw uitgeroepen Hofland werkelijk dat hij met een dergelijke oppervlakkigheid kan wegkomen? Ja, dat denkt Hofland niet alleen, hij komt er daadwerkelijk mee weg, want ook de andere leden van zijn ‘politiek-literaire elite’ waar, volgens hem ‘een natie niet zonder [kan],’ zijn even onwetend als de nestor van de polder journalistiek zelf. En als onwetendheid de reden niet is, dan is het opportunisme, het niet willen aanvaarden dat de neoliberale ‘democratie’ dit proces heeft veroorzaakt. Een ander hoogtepunt van oppervlakkigheid in het essay van Hofland is dit fragment:

Terwijl alle westerse landen door deze diep ingrijpende veranderingen in zeden en gewoonten, waarden en normen werden beslopen, voltrok zich parallel daaraan de economische omwenteling waardoor in het Westen de nieuwe welvaart werd gevestigd. Dit is geen economische verhandeling; ik laat de oorzaken voor wat ze zijn. In dit verband gaat het erom dat de nieuwe materiële voorspoed waarin ook de lagere klassen in ruime mate meedeelden, de grondslag is geworden voor een nieuwe, ongeschreven ideologie: die van het consumentisme. Shoppen en televisie kijken horen tot de kenmerkend activiteiten van de consumentist, de onbewuste vervulling van zijn bestaan.

Volgens Hofland veranderde de westerse cultuur niet als gevolg van de alles overheersende economische ontwikkelingen en de niet aflatende miljarden verslindende reclame, maar gelijktijdig eraan. Was het dan een wisselwerking? Daar wil hij geen antwoord op geven omdat ‘Dit geen economische verhandeling [is]; ik laat de oorzaken voor wat ze zijn.’ Waarom? Dat maakt hij zijn lezers niet duidelijk. Laat ik een poging wagen een antwoord op die vraag te geven, en wel omdat een beetje intelligent mens wil weten waarom een zo ingrijpend proces plaatsvindt. Welnu, Hofland blijkt niet te weten dat de ideologie van het consumentisme al lang geleden is uitgedacht, lang voordat van de burgers consumenten werden gemaakt. Al eerder schreef ik daarover het volgende: 

In 1924 formuleerde de Amerikaanse publicist Samuel Strauss de kapitalistische noodzaak in een massamaatschappij op deze wijze:  

Formerly the task was to supply the things that men wanted; the new necessity is to make men want the things which machinery must turn out if this civilization is not to perish... the problem before us today is not how to produce the goods, but how to produce the customers.

Rond dezelfde tijd verwoordde Paul Mazur, bankier van de Lehman Brothers, de grondregels van de op handen zijnde consumptiecultuur:

We must shift America from a needs- to a desires-culture. People must be trained to desire, to want new things, even before the old have been entirely consumed. [...] Man's desires must overshadow his needs.

In 1984 concludeerde de Amerikaanse historicus Marvin Olasky dat de grondlegger van de public relations-industie, Edward Bernays, in het begin van de twintigste eeuw 'een van de eersten' was geweest 'to realize fully that American 20th Century liberalism would be increasingly based on social control posing as democracy, and would be desperate to learn all the opportunities for social control that it could.' En de Amerikaanse historicus Stewart Ewen kwam in zijn studie ‘PR! A Social History of Spin’ tot de slotsom dat al vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw

the mass media, dominated by commercial interests, would provide subservient channels through which as broad public might be schooled to a corporate point of view.

Het zal nu duidelijk zijn waarom opiniemaker Henk Hofland, zijn leven lang werkzaam geweest bij de commerciële massamedia nu stelt: ‘ik laat de oorzaken voor wat ze zijn.’ Ook zonder een ‘economische verhandeling’ te geven is het een onomstotelijk feit dat het kapitalisme een consument nodig heeft om zijn producten aan te verkopen. Die consument moet via reclame en propaganda worden gecreëerd. Niks democratie. In de fascinerende BBC-serie Century of Self verklaart de maker Adam Curtis over Edward Bernays, de grondlegger van de public-relations industrie:

In 1939 Edward Bernays, Sigmund Freud's nephew, created a vision of a future world in which the consumer was king. It was at the World's Fair in New York, and Bernays called it democracity. It was one of the earliest and most dramatic portrayals of a consumerist democracy, a society in which the needs and desires of individuals were read and fulfilled by business and the free market.

De Amerikaanse historicus Stuart Ewen beschreef het zo:

The World's Fair created a spectacle in which all of these concerns were met and they were met by Westinghouse and General Motors and the American Cash Register Company. Company after company presented itself as a sort of centerpiece of a society in which human desire and human want and human anxiety would all be responded to, and it would all be met purely through the free enterprise system. There was this sort of notion that the free market was something that was not guided by ideologies or by political power. It was something that simply was guided by people's will.

Adam Curtis:

This was the model of democracy that both new Labour and the American Democrats had bought into in order to regain power. They had used techniques of consumers and they had accepted Bernays' claim that this was a better form of democracy. But in reality the World's Fair had been an elaborate piece of propaganda designed by Bernays for his clients, the great American corporations. Privately Bernays did not believe that true democracy could ever work. He had been profoundly influenced in this by his uncle's theory of human nature. Freud believed that individuals were not driven by rational thought but by primitive unconcious desires and feelings. And Bernays believed that this meant it was too dangerous to let the masses ever have control over their own lives. And consumerism was a way of giving people the illusion of control while allowing the responsible elite to continue managing society.

In zijn boek Propaganda (1928) formuleerde Edward ‘democratie’ in een kapitalistische systeem als volgt:

The conscious and intelligent manipulation of the organized habits and opinions of the masses is an important element in democratic society. Those who manipulate this unseen mechanism of society constitute an invisible government which is the true ruling power of our country.




Hij stelde het volgende:

If we understand the mechanism and motives of the group mind, is it not possible to control and regiment the masses according to our will without their knowing about it? The recent practice of propaganda has proved that it is possible, at least up to a certain point and within certain limits.

Bernays noemde ‘this scientific technique of opinion-molding the ‘engineering of consent,’ en was ervan overtuigd dat de rijken zich moesten concentreren op ‘regimenting the public mind every bit as much as an army regiments the bodies of its soldiers.’ De Amerikaanse hoogleraar Noam Chomsky schreef over hem:

Bernays was drawing from his experience in Woodrow Wilson’s state propaganda agency, the Committee on Public Information. ‘It was, of course, the astounding success of propaganda during the war that opened the eyes of the intelligent few in all departments of life to the possibilities of regimenting the public mind,’ he wrote. His goal was to adapt these experiences to the need of the ‘intelligent minorities,’ primarily business leaders, whose task is ‘The conscious and intelligent manipulation of the organized habits and opinions of the masses.’ Such ‘engineering of consent’ is the very ‘essence of the democratic process,’ Bernays wrote shortly before he was honoured for his contributions by the American Psychological Association in 1949. 

The importance of ‘controlling the public mind’ has been recognized with increasing clarity as popular struggles succeeded in extending the modalities of democracy, thus giving rise to what liberal elites call ‘the crisis of democracy’ as when normally passive and apathetic populations become organized and seek to enter the political arena to pursue their interests and demands, threatening stability and order. As Bernays explained the problem, with ‘universal suffrage and universal schooling… at last even the bourgeoisie stood in fear of the common people. For the masses promised to become king,’ a tendency fortunately reversed – so it has been hoped – as new methods ‘to mold the mind of the masses’ were devised and implemented.


Bernays maakte de economische en politieke elite erop opmerkzaam dat in een kapitalistische democratie juist de ‘engineering of consent´ de ‘essentie van het democratische proces´ is. Kapitalisme en democratie zijn alleen mogelijk door reclame en propaganda. Maar om te voorkomen dat dit duidelijk wordt, ‘laat’ Hofland de economische ‘oorzaken’ die hebben geleid tot de culturele verpaupering van de onderklasse ‘voor wat ze zijn.’ Dus ‘geen economische verhandeling.’  Dit is nu precies de taak van een opiniemaker in de westerse massamedia, het mystificeren van de werkelijkheid, of in andere woorden: de kluit belazeren door net te doen alsof de onderklasse zelf geheel verantwoordelijk is voor hun ‘hufterigheid.’ Dat doet Hofland door oorzaak en gevolg te ontkoppelen en net te doen alsof alles zich gelijktijdig en ook nog eens autonoom voltrekt. In zijn werkelijkheid bestaan geen oorzaak en gevolg. Door de  geschiedenis naar zijn hand te zetten kan hij beweren dat ‘een van de eersten die het consumentisme hebben beschreven en geanalyseerd de Amerikaanse econoom John Kenneth Galbraith’ was ‘in 1958.’ En zo weet hij als een ouderwetse communistische apparatjik vier decennia geschiedenis in één zin onzichtbaar te maken. Meer later.


1 opmerking:

Sonja zei

Deze videoclip met Robert van der Roer mag je echt missen Stan http://www.eo.nl/tv/knevelenvandenbrink/makkelijk-praten-achteraf/-mc-/g/-mg-/192/-ms-/kvdb-mpa-robert-van-de-roer/-mp-/1/#