Zoeken in deze blog 🔎🔎

zaterdag 3 augustus 2019

America Has Gulags of Its Own

America Has Gulags in Its Own Backyard 

Plucking chickens for for-profit companies, caring for elderly patients without any training, and other forms of hard, uncompensated labor are sanctioned in the United States as court-mandated rehabilitation for drug-related charges. As the deficit of rehab care in the U.S. grew during the far-reaching opioids crisis over recent years, what are essentially work camps—where detainees work for no money or face prison time, despite often not even being convicted of a crime—started to pop up all over the country.
In a hard-hitting series for Reveal from the Center for Investigative Reporting, investigative journalist Shoshana Walter details the shocking discoveries she and her former Reveal colleague Amy Julia Harris, now at The New York Times, made as they investigated long-term residential treatment programs in which recovering addicts worked for such employers as Exxon, Shell and Walmart—and received no pay.
Their work was a finalist for the 2018 Pulitzer Prize for national reporting, won numerous major journalism prizes and led to government investigations, two criminal probes and five federal class-action lawsuits alleging slavery, labor violations and fraud.
“Most people who need addiction treatment can’t get it,” Walter tells Truthdig Editor in Chief Robert Scheer in the latest installment of “Scheer Intelligence.” “So that just led me to question: If there’s a treatment shortage, where are these defendants being sent? And what we found is that judges all over the country are oftentimes sending people who face very low-level charges and crimes to these long-term residential treatment programs that claim to provide rehabilitation, but in reality all they are are work camps for private companies and industries.”
The journalists’ investigation led them from Oklahoma to North Carolina and other places, where they found stories about different forms these programs take in several states, depending on the regulation, which varied significantly from place to place. Scheer highlights how these programs are in direct violation of the 13th Amendment of the Constitution, as Walter repeatedly found throughout her reporting.
“We forget the founders faced a situation in society where we had a lot of people who were held in the stockade or something, because ‘Oh, you violated the terms of your employment,’ or what have you,” Scheer says. “So tell us about the 13th Amendment and how it applies to your series, because it keeps coming up.”
“The 13th Amendment,” Walter explains, “basically outlawed slavery in the United States. And it states that involuntary servitude is not OK, except essentially as a punishment upon conviction of a crime. So, when you have participants who are getting sent by courts to these programs, ostensibly for rehab and treatment for their addictions, what lawyers have told us is there’s an argument that that violates the 13th Amendment. Because not only sometimes are there no convictions in these cases yet, but a lot of the time, even if there are convictions, the courts are saying: This is not for punishment. This is to rehabilitate you. This is to provide treatment so that you can recover from your addictions and become a productive member of society.”
Perhaps most egregious is the fact that these programs not only do not lead to rehabilitation, but more often lead to drug use relapses, untreated injuries, abuse and mistreatment, prison time and, in the worst cases, suicide. In the wealthiest country in the modern world, these programs are a clear example of how, when left unchecked, many American companies seem happy to use exploited labor to turn obscene profits, despite the moral questions these centers clearly pose. And to add insult to injury, as Scheer points out, the industries profiting from these abusive practices even “give themselves awards for their prison rehabilitation work.”
Listen to Scheer and Walter discuss the sordid American work camps that pass for rehab centers and what regulators have failed to do—as well as what they could do in the future. You can also read a transcript of the interview below the media player and find past episodes of “Scheer Intelligence” here.
Introduction by Natasha Hakimi-Zapata

Hiroshima en Nagasaki Oorlogsmisdaden

Hiroshima en Nagasaki een oorlogsmisdaad



(commons-wikimedia.org)
Facebooktwittergoogle_plusmail
De USA bracht op 6 augustus 1945 een atoombom tot ontploffing boven de Japanse stad Hiroshima. Drie dagen later, op 9 augustus, ontplofte een tweede kernbom, nu was Nagasaki aan de beurt. De eerste was een uraniumbom (het uranium kwam voornamelijk uit Belgisch Congo, geleverd door Union Minière). Het tweede exemplaar was een plutonium bom.
De twee meest aangehaalde redenen voor de controversiële beslissing van president Truman waren enerzijds de oorlog te verkorten en anderzijds Amerikaanse levens te redden. Men sprak van 250.000 tot 500.000 duizend Amerikaanse soldaten, die mogelijk in de strijd zouden omkomen als het Amerikaanse leger de eilanden van Japan had moeten binnenvallen. President Truman beweerde naar verluidt: “Ik kon deze gedachte niet verdragen en dat leidde tot mijn beslissing om de atoombom te gebruiken.

oorlogsmisdaad

Betreft de vernieling van steden met enorme aantallen burgerslachtoffers een oorlogsmisdaad?
Dr. Anscombe, een vooraanstaande filosofe van Oxford en Cambridge, noemde Truman openlijk een oorlogsmisdadiger vanwege zijn beslissing om met een atoombom de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki plat te leggen. Volgens de overleden Amerikaanse historicus Howard Zinn, werden tenminste 140.000 Japanse burgers door een vuurzee ‘verast’ in Hiroshima. Meer dan 70.000 burgers werden gedood door verbranding in Nagasaki. En nog eens 130.000 inwoners van de twee steden stierven in de daaropvolgende jaren aan stralingsziekte.
Voor Dr. Gertrude Anscombe waren morele regels absoluut. “Wie kiest om onschuldigen te doden als middel om z’n doel te bereiken, begaat moord”. In 1956 protesteerden professor Anscombe en andere prominenten van de universiteit van Oxford openlijk tegen het besluit van het universiteitsbestuur om ex-president Truman een eredoctoraat te verlenen als dank voor Amerika’s oorlogshulp. Ze schreef zelf een pamflet waarin ze uitlegde dat de voormalige VS-president ‘een moordenaar’ en ‘oorlogsmisdadiger was.
Voormalig president Herbert Hoover was een andere vroege criticus en verklaarde openlijk: “Het gebruik van de atoombom met zijn willekeurige moord op burgers, vrouwen en kinderen doet me in opstand komen”. Zelf de eigen stafchef van president Truman, de vijf sterren admiraal, William D. Ledy (de hoogste Amerikaanse militaire officier tijdens de oorlog) maakte geen geheim van zijn sterke afkeuring van de atoombom. Naar zijn mening was het gebruik van dit barbaars wapen in Hiroshima en Nagasaki “geen materiële hulp in onze oorlog tegen Japan”.

nucleair inferno

Op aandringen van een collega kernfysicus, de anti-nazi Hongaar Leo Szilard, had Albert Einstein president Franklin D. Roosevelt aanbevolen te werken aan een krachtig atoom-apparaat als een defensief afschrikmiddel tegen de eventualiteit dat Nazi-Duitsland nucelaire wapens zou verwerven en gebruiken. Maar toen het ultra geheime Manhattan project begin 1942 van de grond kwam, had het Amerikaanse leger duidelijk andere, veel meer offensieve plannen. Tenminste 67 andere Japanse steden, waaronder Tokio, werden door dagelijkse conventionele bombardementen –  er werd daarbij ook  napalm gebruikt –  vernield. Maar Hiroshima en Nagasaki  stonden niet op deze lijst, ze moeten dus echt van weinig militair belang zijn geweest. Ze vormden wel een uitstekend doelwit voor het testen van de destructiviteit van het nieuwe atoomwapen.
Een belangrijker reden voor het gebruik van de bom vindt men in de afschrikkingstheorie tegenover Stalin. President Truman zag in de Sovjet-Unie geen bondgenoot maar een “rode dreiging”. Truman had het beleid van zijn voorganger, Franklin Roosevelt, verlaten en was uit op een vijandige confrontatie met Stalin. Het monopolie op het kernwapen moest worden uitgebuit als een agressief instrument van Washingtons anti-Sovjet diplomatie.

Truman

Twee maanden voor Hiroshima en Nagasaki had dezelfde Leo Szilard een privégesprek met Trumans staatssecretaris James F. Byrnes. Hij probeerde toen hem ervan te overtuigen het kernwapen niet te gebruiken om onschuldige burgers en burgerdoelwitten aan te vallen. Tevergeefs. Volgens Dr. Szilard, argumenteerde Dhr. Byrnes dat het militair gezien niet nodig was om de bom tegen Japanse steden te gebruiken om de oorlog met Japan te winnen. Wel, dat een demonstratie van de kracht van deze bom, Rusland in Europa zou intomen.
De Truman administratie had de vergadering in Potsdam van de ‘Grote Drie’ geallieerden in feite uitgesteld tot 17 juli 1945, een dag na de succesvolle Trinity-test in Alamogordo, New Mexico. Zodoende had Truman extra diplomatieke invloed in de onderhandelingen met Stalin. Op dat moment was de Truman regering niet langer geïnteresseerd in de bevrijding van Noord-China (Mantsjoerije) door het Rode Leger zoals Roosevelt, Churchill en Stalin hadden afgesproken tijdens de Jalta conferentie in februari 1945. Winston Churchill vertelde privé aan zijn minister Buitenlandse Zaken, Anthony Eden, op de conferentie van Potsdam: “Het is vrij duidelijk dat de Verenigde Staten op dit moment niet verlangen naar een Russische deelname aan de oorlog tegen Japan”
Zelfs het last-minute aanbod van Tokio, gemaakt tijdens de Potsdam conferentie zelf, om zich over te geven als de geallieerden beloofden de Japanse keizer niet te vervolgen of af te zetten, kon Truman niet stoppen om met zijn atoombom het Amerikaanse machtsvertoon in scene zetten.
Mocht Moskou zoals afgesproken tijd gehad hebben om Japan aan te vallen dan zou dit zeker een alternatief zijn geweest om het leven te redden van duizenden Amerikaanse militairen over wie Truman  zo bezorgd leek te zijn. Begin 1945 had een Amerikaanse legergeneraal Dwight Eisenhouwer, opperbevelhebber van de westerse geallieerden in Europa, besloten om de verovering van Berlijn over te laten aan de troepen van de Sovjetmaarschalk Georgi Zoekov, precies om zware Amerikaanse verliezen te vermijden. Maar na de onvoorwaardelijke capitulatie van Nazi-Duitsland in mei 1945, deelde Truman  de beroemde revisionistische beoordeling van Winston Churchill: “We hebben het verkeerde zwijn gedood”.
Het is zelf niet duidelijk of Tokio zich uiteindelijk op 14 augustus 1945 heeft overgeven als gevolg van de twee A-bom aanvallen van 6 en 9 augustus (waarna er praktisch geen Japanse steden meer waren om nog meer Amerikaanse A-bommen te droppen). Het vooruitzicht van de Russische oorlogsverklaring deed de Japanse legerleiding inzien dat de krachtsverhoudingen totaal in haar nadeel evolueerden.

Conclusie

Als resultaat van de immorele nucleaire aanval van Truman werden ruim 200.000 burgers onmiddellijk door het vuur gedood en vele duizenden stierven later door stralingsziekte.
Dr. Robert Opperheimer, wetenschappelijk directeur van het Manhattan-project en vader van de A-bom, verklaarde dat Trumans beslissing een ernstige fout was “omdat we nu bloed aan onze handen hebben”. Howard Zinn  merkte op dat het argument ter verdediging van de atoombom grotendeels gebaseerd was op een sfeer van vergelding voor de dood van militairen, burgers en kinderen door de Japanse aanval op Pearl Harbor. De vraag die je hierbij kan stellen is of bijvoorbeeld Amerikaanse kinderen het verdiend zouden hebben om te sterven vanwege het Amerikaanse bloedbad op burgers, vrouwen, mannen en kinderen op My Lay in Vietnam?
De controversiële generaal Curtis Lemay die zich tegen de twee atoomaanvallen had verzet, vertrouwde de later VS-minister van defensie Robert McNamara (die in de oorlog voor Lemay had gewerkt) toe “Als we de oorlog hadden verloren, dan zouden we allemaal als oorlogsmisdadigers vervolgd zijn.
Tot de dag van haar overlijden, geloofde dr. Ancombe dat Truman voor de rechter moest worden gebracht omdat hij en zijn regering enkele van de grootste en ergste oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid hadden gepleegd.
Geen enkele Amerikaanse president heeft tot op heden zijn verontschuldigingen aangeboden voor de barbaarse nucleaire aanvallen. Omgekeerd, men gaat gewoon voort met de modernisering van het bestaande kernwapenarsenaal.


Trump Is Not The Problem




vrijdag 2 augustus 2019

Pentagon Confirms It Is Training Terrorists In Syria

WE ALREADY KNEW: Pentagon Confirms It Is Training Terrorists In Syria

Kashba: Deel 3 De Chinese Keizercollectie

Deel 3  De Chinese keizercollectie


De Eeuw van Vernedering

Van de ene kunstverzamelaar in het Oosten                    
naar de andere in het Westen

Arhat Luohan 2

17 mei 1842
’De heer Zilling bracht een handrol: “De Voorlaatste heerser Li kijkt naar een spelletje Weiqi", geschilderd door Zhou Wenju (tiende eeuw). Ik had bij me de handrol "Aangedaan door gevoelens" (ca. 303-361). Om gezamen-lijk te kunnen bestuderen en te vergelijken.
Schildering 'Li kijkt naar...'
Op beide rollen is het penseelwerk ongelijkmatig. Het zijn ongetwijfeld kopieën, gemaakt middels een overtrek-en-invul manier.
De kalligrafie is buitengewoon mooi, jammer dat er delen van ontbreken.
HANGING SCROLL
De aanwijzing dat zijn rol door Zhou Wenju werd geschilderd, bestaat uit een bijgaand opschrift met negen karakters. Geschreven in de slanke, goudkleurige stijl van keizer Huizong (1082-1135). Maar de authenticiteit van een oude meester blijft moeilijk vast te stellen. Toeschrijvingen kunnen beter worden toegekend op grond van voortreffelijkheid. 
Of het wel of niet van de hand van Zhou Wenju komt, hoefde niet te worden besproken.’ - Dagboek Saying’a.
Scroll initiation
In de schaduw van de Verboden Stad ligt de oude wijk Liulichang. Tijdens de Ming-periode (1368-1644) ontstaan hier werkplaatsen voor het glazuren van beelden, tegels en dakpannen. In de theehuizen eromheen treffen kunstenaars, kalligrafisten, schriftgeleerden en geletterden elkaar. 
Liulichang – zo’n vier voetbalvelden groot – is hun trefpunt in een hoofdstad waar het gros van de bevolking lezen noch schrijven kan. 
In enkele van de vele theehuizen worden geschriften en kunstwerken uitgewisseld of verhandeld. Na de verovering van de hoofdstad door de Mantsjoes op de Han-chinezen (1644), groeit Liulichang geleidelijk uit tot ‘het beroemdste antiekstraatje van China’ – op zich verhullend taalgebruik, want daar waar over geschiedenis, cultuur en kunst wordt gesproken, komt onvermijdelijk ook politiek aan bod.
Kaligrafie werk
Door de eeuwen heen komen in Liulichang mensen als An Qi (1683-1744), die een beschrijving van zijn verzameling als titel meegeeft: ‘Een verslag van de kaligrafieën en schilderijen die het lot mij wilde laten zien.’
Of zoals de negentiende eeuwse Chen Jieqi die duizenden oude en nieuwe kleien zegels verzamelt. Of Wang Yirong die honderden bronzen potten en potjes – van soms twee, drie duizend jaar oud – bijeen brengt. Anderen staan weer bekend om hun kleine, doch zeer verfijnde collecties.
Via de kunstvoorwerpen die in Liulichang voorbij komen, kennen ze de geschiedenis en bevolking van het uitgestrekte rijk. Op oude schilderijen drukken ze soms hun verzamelaars-zegel om aan te geven dat zij zich gelukkig prijzen met dit stuk in hun collectie – iets waar latere kunsthistorici doorgaans eveneens gelukkig mee zijn.
Kalligrafie 2
De verzamelende bezoekers kennen elkaar, ze weten dat die ene stille man vroeger in het paleis werkzaam was en dat die andere, geletterde heer zeer ingewijd is in de vroege Song-periode.
Om onderling te kunnen ruilen of te verhandelen is een veelzijdige kennis voor elke bezoeker een voorwaarde. Maar om de liefhebberij te kunnen blijven bekostigen, leren ze vooral ook om sommige zaken – spijtig maar beslist – voorbij te laten gaan. 
De handelaren lopen tussen de verzamelaars door, gewoonlijk in jassen met wijde mouwen waarin belangstellenden een vertrouwelijk bod kunnen laten glijden.
‘Toeschouwers zullen soms erg gelachen hebben om onze begerige blik,’ noteert een van hen in de kantlijn van z’n aantekeningen.

SCHOLAR
Gedurende deze yaji (‘inspirerende bijeenkomst’) biedt men elkaar waardering, kennis maar ook kritiek. Door de eeuwen is er een groeiend connaisseurschap ontstaan in de vorm van talloze beschrijvingen in monografieën, dagboeken en inventarisaties. Met daarin soms nog een reliëfdruk of ander spoor van iets dat ooit bestond.

Het bekijken en bespreken van antiquiteiten leert een ieder hoe de voorouders leefden en dachten, waar stijlen en gebruiken vandaan kwamen en hoe die zich verder ontwikkelden. 
Tegelijkertijd laat je indirect zien wie je bent : boeddhist, taoïst of niets; enthousiast of juist zwijgzaam over de keizer; wel of geen eigen gedichten in eigen kalligrafie schrijvend – en uiteraard je financiële status.

Scroll scolar

Awakening of China
Ten gevolge van buitenlandse agressie en binnenlandse rebellie neemt halver-wege de negentiende eeuw de chaos toe. 
In Liulichang lijkt het alsof de liefde voor de eigen geschiedenis, cultuur en kunst mettertijd verandert in een nostalgische hang naar ‘antiquarisme'.
Op de yaji is men naar binnen gericht en niet geïnteresseerd in voorwerpen van niet-Chinezen (die als barbaren of dieren die kunnen spreken worden weggezet – andersom overigens idem dito). Evenmin in het feit dat miljoenen van hun landgenoten uit bittere armoe emigreren naar omringende landen of naar de overkant van de Pacific om in de Verenigde Staten – in gelijke armoe – spoorrails aan te leggen.
Vreemd genoeg is in diezelfde tijd in Europa – afgezien van het reeds eeuwen bekende porseleinwerk – juist de kijk op Chinese voorwerpen aan het verruimen: van louter curio(sity) naar de soms zeldzaam schone schilderijen en bronzen. 

soldaten 1925 kanon

Juli 1898, achtentwintig jaar na de plundering en vernietiging van het Zomerpaleis, zet de VS-minister Edwin H. Conger (1843–1907) voet aan wal als juist de zogenoemde bokseropstand in volle gang is. 

Conger, Squiers
Op weg van de zeekust naar Beijing ziet hij nauwelijks nog een huis dat niet geplunderd en in brand gestoken is.
In de westerse wiki-wereld staat de bokseropstand doorgaans omschreven als de plotse opkomst van grote groepen doorgedraaide fanatiekelingen die lid waren van geheime sekten die hun wijs maakten dat ze fysiek onkwetsbaar waren – waardoor ze regelrecht het koloniale spervuur inliepen.

Sloot riolering 1917

Boksers gevangen 1901
Deze beeldvorming is met name gebaseerd op de Slag bij de Senluo-tempel, oktober 1899, waar zo’n 1500 ‘boksers’ inderdaad een dwaze strijd leveren door met blote handen de bewapende buitenlandse legers te lijf te gaan. 

Boksers oefeningen


De rapportage stamt echter uit een tijd dat het westen onbekend is met vechtsporten als Kung Fu, waarbij leermeesters een stalen torso (‘ijzeren hemd’) dat alle klappen opvangt als mannelijk ideaalbeeld stellen.

Boer op veld

Boeren verkoop graan
In feite gaat de bokseropstand over verpauperde boeren die na drie jammerlijk mislukte oogstjaren – en slinks aangemoedigd door de wanhopige Mantsjoese elite – hun frustratie op de buitenlandse indringers richtten.

JEZUS CHINEES AVONDMAAL
Met name op zendelingen en missionarissen, die dankzij nieuw afgedwongen verdragen intussen meer te zeggen hebben dan de dorps- of zelfs regio-hoofden.
Boxer verdrag
‘Van de generaal tot de laagste rang’ rapporteert VS-minister Conger, ‘van de buitenlandse ambts-dragers tot de laagst geplaatste attachés, van de bisschoppen tot de missionarissen, iedereen heeft hier opgelicht, gestolen, geplunderd, gechanteerd of zichzelf anderszins te schande gemaakt - en dat is nog steeds elke dag gaande.’

arbeiders eten 2

Arbeider
‘Als ik om me heen kijk,’ schrijft zijn vrouw Sarah naar haar neef in de VS, ‘verbaast het me niet dat Chinezen ons westerlingen haten. 
De buitenlanders behandelen hen alsof ze honden zijn en geen enkel recht hebben. Niet verwonderlijk dat ze soms grommen en bijten.’
Vijfenvijftig dagen gijzelen de ‘boksers’ (gesteund door het keizerlijk leger) de buitenlandse zones. Daarop vormen de Europese naties een gezamenlijk leger om dit ‘Legation Quarter’ te ontzetten.
Terwijl ze Beijing binnentrekken, zien ook zij slechts ravage rondom: gesloten winkels, lege straten, her en der achtergebleven lijken.

filmposter 55 days
Zodra de buitenlandse zones op 14 augustus worden bevrijd, breken de gegijzelde kolonialen uit in ongebreidelde woede. Samen met de soldaten trekken ze de stad in om hun 55 dagen van angst voor plunder, verkrachting en verderf om te zetten in plunder, verkrachting en verderf.
Veel verschil tussen ‘boskers’ en burgers zien de westerlingen niet, dus elke Chinees en z’n huis is prooi. Pas na drie, vier, vijf weken, als de kostbaarste spullen door zowel Jan als Chan en Alleman zijn geroofd, grijpt het geallieerde leger in – met tegenzin.

Brugverbindingen

Sommige diplomaten adviseren de soldaten wèlke huizen leeg te halen en wàar de inhoud  op te slaan. Het lukt de manschappen zelfs enkele keren om de Verboden Stad binnen te dringen en ook daar het nodige vandaan te slepen. 
Cixi's boksers tekst
Na een paar weken kijkt niemand meer op als een Euro-Amerikaanse soldaat voor inspectie aantreedt in een broek van blauwe of roze zijde, al dan niet met bijpassende mandarijnen jas en laarzen.
De Amerikaanse oorlogscorrespondent Jasper Whiting noteert dat soldaten hun plunderingen onder elkaar vergoelijken door hard te roepen dat 'als zij het niet stelen, anderen het zullen doen’. Die anderen zijn ‘de buitenlandse diplomaten, missionarissen en collega-journalisten’.

Waldersee
Aanval is de beste verdediging lijkt Veldmaarschalk Alfred Waldersee te denken: ‘De lokale bevolking nam deel aan overval en plundering. Chinese functionarissen stalen links en rechts, vooral uit de paleizen, en probeerden de buiten-landse troepen daarvan de schuld te geven. Ook Europese en Amerikaanse curio-kopers speelden een grote rol. Grote hoeveelheden gestolen goederen vielen in de handen van handelaren.’

- Britse politie Hong Kong

Volgens correspondent Whiting doen alleen de Britten een poging om de chaos enigszins onder controle te krijgen. Bij terugkeer van een rooftocht door de stad, legaliseert de legerleiding de buit en regelt de centrale opslag ervan. Vervolgens worden er op de zonnige namiddagen open-bare veilingen georganiseerd, waarna de opbrengst ‘gelijk onder de rangen’ wordt verdeeld.
Veiling porselein
‘Lady Macdonald, de vrouw van de Britse minister, verwierf het beste uit alle buit,’ schrijft Whiting. ‘Ik heb zelf een deel van haar sortering kunnen bekijken. Uiteindelijk vulde ze 87 grote kisten met de meest waardevolle schatten.’

Percival David Vases
De eerstvolgende ‘beste sortering’ is die van Mr. Squires, de Eerste Secretaris van de Amerikaanse Legatie. Hij gaat geraffineerd te werk. Door alle soldaten persoonlijk langs te gaan, kan hij talloze prachtige geroofde voorwerpen overnemen, ‘waar zij geen kennis van hebben of waarover zij zich toch al ongemakkelijk voelen’.
De eerste secretaris en zijn lady behoren tot de puriteinse blue noses uit New England ‘met een verfijnde smaak en een bijpassende hebzucht’. Hun verzameling aan het eind van zijn diplomatieke dienst telt meerdere spoorwagons richting haven.
Maar ook uit de Russische, Duitse en Franse ‘beschermzones’ vertrekken wagonladingen vol buit.

HOFHOUDING
Keizerlijke hofhouding
Prins Gong
Zodra de keizerlijke hofhouding terug aan de macht is en de meegevluchte Mantsjoese elite in hun geplunderde paleizen weerkeren, worden er terstond meedogenloze speurtochten naar gestolen goederen uitgezet. Niet onder buitenlanders maar onder de Chinese bevolking vinden talloze executies plaats.

Cixi draagstoel eunuchen
Rijke Chinezen die vooraan stonden toen er buit uit de Verboden Stad werd gehaald, deden dit uiteraard alleen om de schatten te redden en ze bij haar terugkomst aan hare keizerin-regentes terug te geven                                                                                                                                           als teken van trouw en toewijding… 
Keizerin-regentes Cixi.

Rijke kooplieden muziekmeisjes

Liulichang is inmiddels volstrekt van karakter veranderd en min of meer een handelswijk geworden voor – al dan niet gestolen – antiek. Eind negentiende eeuw zijn de sociale verhoudingen dermate gekanteld dat niemand meer weet waar wat vandaan komt. Tussenmannen verkopen en speuren in opdracht. 
Voorbij komen schatten uit verlaten paleizen, verzamelingen van geletterden die op de verkeerde macht hadden gegokt, unieke stukken van ambtenaren met gokschulden of van prinsen op de vlucht voor paleisintriges.
‘Vaak gebruiken deze noodgedwongen verkopers go-betweens om schaamte en gezichtsverlies te vermijden vanwege hun kwijnende fortuinen en dalende status.’ – Di Yin Lu, kunsthistoricus.

Eliza Ruhamah Skidmore 2 kopie
Eliza Ruhamah Skidmore (1856-1928), een foto- en geograaf uit Midwest die maar liefst zeven reizen naar China maakte, geeft een beschrijving van Tai-sing-kai oftewel de Jade Straat: stoffig bij zon, modderig bij regen. 
Kinderen etend
Ze raakt ‘dizzied’ doordat ze bij de vele donkere winkeltjes aan beide straatkanten naar binnen wil turen, terwijl draagstoel-koelies haar ‘opzij schreeuwen of tegen de muur pletten omdat er weer een groep gehate buitenlanders voorbij moet’. 
Bij eethuisjes staan tobbes vol vis voor de deur. 'Mensen kibbelen luid over walgelijke stukken bloedend vlees of slachtafval vol vliegen, dat ze aan een lus van gevlochten bamboe over straat mee naar huis slepen.'

Beijing brug 2

antropoloog Bertholt Laufer
In 1911 beschrijft antropoloog Bertholt Laufer de handelshuisjes in Liulichang als smalle, diepe vertrekken. In het voorgedeelte staat vooral bric-a-brac en hangen her en der kreukelige, papieren schilderijtjes aan de muur. Maar altijd staat er tussendoor wel ergens een enkel goed object.
'De juiste gang van zaken is deze respectvol te bekijken,' weet de diplomatenvrouw Sarah Conger. ‘Pas dan zal de handelaar me naar een volgend vertrek met betere objecten leiden.’ 
De clou is geleidelijk meer bewondering te tonen maar nog niets te besluiten. ‘Ik ben soms wel door zes kamers geleid, voordat ik uiteindelijk in een vertrek stond waar àlle voorwerpen kwaliteit bezaten.’

Koopmans gezin
Koopmans gezin
Volgens Laufer gaat het de handelaar er niet zozeer om of de klant de prijs zal willen of kunnen betalen maar vooral om te zien of hij over onder-scheidend vermogen beschikt. 
Handelaren prijzen namelijk zelden tot nooit een voorwerp aan, ze zeggen er nagenoeg niets over. Eenmaal in de achterkamer wordt de koper verondersteld te weten waar hij naar kijkt en selecteert. Mocht hij achteraf teleurgesteld zijn, treft alleen hem de blaam. Het is dan ook regel om ter plekke en in contanten te betalen.

Streetscene Beijing
Als elke nieuwkomer na 1920klaagt Juliet Bredon dat zij voor 'marvelous bargains, alas, too late' is. De reisschrijfster (begintijd National Geographic), die zich in een riksja door Liulichang laat rijden, heeft geen benul hoe achter de facades de antiek-winkeltjes inmiddels zijn veranderd. Hoe plaatselijke handelaren inmiddels connecties, familieleden of netwerken hebben die – mede dankzij aangelegde spoorlijnen – tempeltjes, grotten en graftombes op het platteland laten afstruinen – op zoek naar antiek.

Siddhi

Soms laten ze vaste klanten bespieden om te weten wie wellicht mòet verkopen wegens politieke of familie-omstandigheden (huwelijk, scheiding, overlijden). 
Niet anders dan de antiquairs in Londen, Parijs en New York, overigens. De antiekhandel is wereldwijd een zeer serieuze business geworden.

Family courtyard

Laufer licht toe dat oude, rentenierende families in China van oudsher niet investeren in een bank of bedrijf maar liever waardevol antiek kopen. Wanneer er geld nodig is voor een reis, een huwelijk of een begrafenis, laten ze via de tussenpersoon een erfstuk verkopen. Ook dit is in negentiende eeuws Europa niet anders.

Looting newspaper 1
In 1886 heeft een Amerikaans veilinghuis porselein uit de collectie van Comte de Semalle en Count Kleczkowski in de aanbieding. 
De Von der Heyden collectie in Den Haag wordt na een paar generaties door de oudste zoon in 1900 in z’n geheel verkocht aan de New Yorkse antiquair Duveen.

Museum splendor of imperial china
‘Al doende neemt zelfs Europa afscheid van z’n schatten,’ schrijft kapitein Brinkley (Brits artillerieofficier). ‘Om uiteindelijk verzamelkabinetten in de Verenigde Staten te verrijken.
Daar wordt Chinees porselein nog wel gewaardeerd. 'And thither the choicest examples steadily gravitate.’
Het nieuws over de plunderingen in China leidt in Europa soms wel tot veroordelingen. Maar met een slotzin als ‘Een beschaving dient de gratie in zich te hebben om te kunnen blozen.’ lijkt de Daily Express eerder een bijdrage te willen leveren aan de toentertijd nog populaire poesiealbums.

Poort met Buitelands leger

Geen verandering zonder moeilijkheden. Met name de aanleg van spoorwegen veroorzaakt eind negentiende eeuw overal ter wereld grote omwenteling en strijd. Het gaat investeerders niet zozeer om het vervoeren van passagiers als wel om de kolen en goedkope grondstoffen uit afgelegen streken en de zogenoemde 'diepe binnenlanden’.

Go west young man
'Go west, young man, go west!'
Als de burgeroorlog in de VS ten een einde komt, schiet de bedrijvigheid omhoog. In de jonge staat ontstaat een eerste generatie groot-industriëlen in kolen en ijzer, rails en wagons, automobielen en tractoren, stedenbouw en zo voorts. Met daarbij nieuwe financiële werelden: grootfinanciers, banken, beurzen en verzekeringen.
In eerste instantie decoreren ze hun nieuwe rijkdom met schilderkunst uit de landen van herkomst, overwegend Europa. 
Oude meesters als Vermeer, Veronese of Velasquez zijn aanvankelijk te duur. Men kiest voor latere Britse schilders of Frans expressionisten. 
Scroll waterbuffelo
Tegelijkertijd wint ook het oude porselein aan populariteit. En daar heeft Europa veel van, de rentenierende generaties willen maar al te graag verkopen om hun landhuizen te kunnen onderhouden.
‘Rechtstreeks uit het Zomerpaleis,’ luidt soms nog de provenance in de catalogi van veilinghuizen in Londen en Parijs.
Vóór 1900 is de VS een late koloniale nieuwkomer, zij het een grote. In 1898 geeft marinebaas Theodore Roosevelt zijn admiraal Dewey de opdracht om de Amerikaanse vlag op de Filipijnen te planten. 
Vijf jaar later spreekt hij in San Francisco als president een enthousiaste menigte toe. ‘Onze sterke republiek dient een grootmacht in de Pacific te zijn!’
Brullende instemming, volgens de aanwezige pers.

- SICKMAN LAURENCE 1933
‘Ik wàs al een expansionist, maar nu ik in China ben geweest, begrijp ik niet hoe iemand… géén expansionist kan zijn!’
Of zoals de New Yorkse senator Chaucey Depew die in 1900 op de Republikeinse Nationale Conventie uitroept: ‘Er is hier geen enkele man die zich niet vìerhonderd procent gròter voelt dan vier jaar geleden!’

Freer Longmen Caves

Rijke ondernemers als Charles L. Freer (spoorwagons en bankwezen) trekken inmiddels zelf de binnen-landen in. 
Mèt een legertje bewapende ‘gidsen’. Tegen een ondersteunende donatie vindt zijn expeditie ruiterlijk onderkomen bij plaatselijke missio-narissen – die de omgeving goed kennen.
FreerPeacock Room
Freer wil namelijk het antiek voor zijn verzameling ter plekke inkopen – hetgeen logischerwijs aanzet tot plundering van plaatselijke tempels, tombes en grotten (bijv. de befaamde Longmen caves). 
Opdat hij bij elk verworven object een waterdicht bewijs van echtheid heeft. Een ‘impeccable provenance’ zoals veilinghuizen tegenwoordig vermelden. 
Daarbij hoeft hij niet in een of andere publieke ruimte tegen anderen op te bieden – echte heren doen namelijk zoiets niet.
Freer in Japan
Het gaat dit soort superrijke industriëlen – die thuis loonstakingen uithongeren of laten neerslaan – in de onderlinge rivaliteit om de àlleroudste objecten. Richting pers noemen ze zich ‘toegewijde archeologen op zoek naar de vroegste perioden van de mensheid’ – of iets dergelijks. Maar waar het om gaat is datgene dat een verliezer op een New Yorkse veiling naar het hoofd van de winnaar slingert: ‘O, maar ik krijg het wel na jòuw dood!’
Charles Freer in Japan.
Morgan portret
‘De VS heeft geld en Europa zit vol kunst,’ licht een antiekhandelaar de tamelijk plots opgestoken Amerikaanse verzameldrift toe. ‘Art follows money.’ 
Daar doet JP Morgan ook niet snobistisch over. Een journalist vraagt waarom hij zoveel Chinees antiek verzamelt?
‘Because it is so damn cheap!’ luidt zijn antwoord.

Squiers newspaper


‘Bij het besteden van dergelijke fortuinen kan geen enkele liefdadigheid het wangedrag tijdens het verwerven ervan op enigerlei wijze goedmaken', reageert Theodore Roosevelt wanneer John D. Rockefeller in 1909 voorstelt een (overigens belasting-aftrekbare) stichting tot behoud van zijn verzameling op te richten.

FREER MET VAAS
Ook de keurig-netjes-ingetogenCharles L. Freer krijgt de nodige kritiek. Alsmede de musea die zonder voorbehoud complete verzamelingen onderdak geven (en vervolgens dienen te catalogiseren, restaureren en tonen dankzij belastinggeld).
Freer probeert zijn rooftochten te verdedigen met teksten als: 
‘Het Chinese antiek is harmonieus in spirituele zin, het heeft de kracht om de esthetische cultuur te verbreden en de elegantie om de menselijke geest te verheffen’.
Hij besluit uiteindelijk toch maar z’n eigen museum te bouwen. Dan kan hij namelijk alle voorwaarden stellen. Zoals: er mag never-ever iets bij en er never-ever iets uit. Eenmaal bevroren in tijd zal zijn verzameling vanzelf zijn kunstwerk zijn. (Dit is overigens maar ten dele gelukt, het gebouw heet nu The Freer/Sackler Gallerie, onderdeel van Smithsonian).

FREER SACKLER GALLERY

Een groot aantal van de Amerikaanse verzamelaars doneren hun collectie aan musea of universiteiten op voorwaarde van naamsvermeldingen: the Samuel P. Avery collection, the bequest of C. Moore, a gift of Mr. and Mrs. Samuel Colman, the bequest of Mary Clark Thompson, the Havermeyer collection, enzovoorts.
Niets is eeuwig en zeker stoffelijke vormen niet. Om tijd te rekken kun je er een klimaat-gecontroleerd gebouw omheen zetten – en mensen er zo veel mogelijk vandaan houden door slechts enkele stuks te tonen – maar samenkomen en uiteenvallen is nou eenmaal dè kosmische ademhaling – en die stroomt uiteindelijk zeer plastisch door alle verzamelingen heen.
Rockefeller
Onder druk van John D. Rockefeller (olie/bank) en J.P. Morgan (staal/bank), beiden verwoed porseleinverzamelaar, keurt het Congres in 1909 de Payne-Aldrich Tariefwet goed. Daarmee wordt tevens alle invoerbelasting afgeschaft op kunstwerken van meer dan een eeuw oud. In afwachting van deze wet liet Morgan jarenlang zijn kunstinkopen in Europa in opslag liggen.
Als critici het bezwaar maken dat degenen die zich dergelijke kunst kunnen veroorloven, makkelijk heffing kunnen betalen, luidt het verweer: 
'Deze kunst-werken, die weliswaar door individuen worden binnen-gebracht, vinden in de geschiedenis van alle landen onvermijdelijk hun weg naar musea en andere plekken waar grote kunstwerken voor het hele publiek worden bewaard.’ 
(Ook hier in Nederland valt ‘ouder dan 100 jaar’ nog steeds onder het lage btw-tarief).
Maar wiens natte vinger wijst aan wat daadwerkelijk kunst is èn meer dan honderd jaar oud? Vele objecten en schilderingen uit zowel Freers als Morgans verzamelingen worden mettertijd door kunsthistorici – dankzij betere onderzoeksmethodes – als ‘later’ bestempeld. (In die denkwereld nagenoeg synoniem aan 'onecht’.)

British museum

De collecties van de grootste verzamelaars in de VS zijn even tegen-gesteld als de heren zelf. Freer beseft dat je met enige kennis-van-zaken beter scoort: hoe meer je weet, hoe beter je ziet. 
Bovendien weet hij waar en bij wie te zwijgen, met name in China. Evenzo weet hij bij welke antiekhandelaar in de VS en Europa zich als onnozele miljonair te profileren, of een dandy-toontje aan te slaan: 
‘Stuur mij niets Ming of later!’ 

Celadon
Omdat het lichtgroene porselein hem niet aanspreekt – of dat hij er te weinig van weet – ontbeert zijn latere museum elke vorm van het prachtige celadon. 



Celadon 2

Freer selecteert en beperkt zich het liefst tot objecten en schilderingen uit de alleroudste perioden. Z’n in kunst investerende concurrent J.P. Morgan vergaart het liefst partijtjes en verkoopt er soms uit. Freer gaat zelf naar Japan en China. 
Morgan spotprent
Morgan koopt soms complete collecties op van mensen die jarenlang in China waren. Hun beider verzamelingen variëren sterk in kwaliteit en ‘echtheid’ – volgens latere kunsthistorici.
Op 8 maart 1913 ontvangt Morgan een telegram uit Beijing van ene Francis H. McKnight, een Amerikaanse diplomaat die naar China werd gestuurd:

MORGAN TELEGRAM
Morgan,
Voor H.P. Davison. Strikt vertrouwelijk. Keizerlijke familie treft voorbereidingen om voor eigen rekening en in zijn geheel paleiscollecties te verkopen inclusief parels, brons, porselein, etc. 
Ik vermoed dat eerste optie J.P. Morgan op Johol en Peking collecties ook misschien Mukden kan worden verkregen op voorwaarde van zijn eigen deskundige waarde vaststelling. STOP. Zal vollediger details telegraferen indien belangstelling. Belangrijk dat we zo snel mogelijk een antwoord hebben. - F.H. McKnight

’Stuur meer informatie’, telegrafeert Morgans secretariaat terug. Het aanbod volgt op de ineenstorting van de Qing dynastie. Op dat moment maken Morgan en zijn entourage zijn geliefde, jaarlijkse vaartocht over de Nijl. Vele telegrammen vliegen heen en weer om de schatten nader gespecificeerd te krijgen, maar vaker nog over de essentiële vraag wie de rechtmatige eigenaar is: de vertrokken keizer of de huidige krijgsheer?
McKnight werkt met de keizerlijke familie een plan uit waarin Morgan – na het verstrekken van een lening voor de helft van de waarde – de complete collectie voor uiteindelijke taxatie naar Londen kan laten verschepen. Eenmaal in Londen, kan hij dan als eerste uit de schatten selecteren.

Paul Singer (Sackler)
Nog meer telegrammen volgen echter om de legitimiteit te verifiëren van ene Shi Shu, hoofd bewaking van het keizerlijk huishouden tijdens de overgang naar een republiek.
Vervolgens laat een stortvloed van gecodeerde telegrammen weten dat de keizerlijke familie èn de nieuwe krijgsheer Yuan Shikai met het plan akkoord gaan. Goedkeuring van de nieuwe Nationale Assemblee moet echter nog komen…

Treasures Mukden Jehol
Tussenman McKnight, die beweert op te treden als agent van de keizerlijke familie, blijft aandringen en voegt er op 12 maart 1913nog aan toe: 
‘Elke geschatte waardeverzameling moet noodzakelijkerwijs een gok zijn, maar de indruk bestaat dat Mukden een waarde van 2.000.000.000 gouden dollars betreft en dat Jehol en Peking elk 1.000.000.000 dollar waard zijn.’
MORGAN CARTOON kopie
De vijfenzeventigjarige, nonstop Havana’s rokende Morgan heeft al langer te kampen met ‘chronische zenuwaandoeningen’, maar tijdens deze tocht over de Nijl loopt de koorts zo hoog op dat hij soms zelfs ijlt.
Dit nieuws bereikt Wallstreet en prompt zakken er beurskoersen (Morgan is goed voor zo’n acht procent van het nationale product in de VS). Zijn artsen sporen hem aan naar New York terug te keren, maar J.P. wil naar zijn vertrouwde suite in het Grand Hotel in Rome. Ondertussen houdt de stroom telegrammen met Beijing onverminderd aan. Over vragen als hoeveel precies vooruit te betalen en vooral aan wie. Hoe ziek ook, hij blijft er bovenop zitten.
Zoals elk jaar stroomt de lobby van het Grand Hotel in Rome na zijn aankomst direct vol met antiquairs – die eerst door de voorselectie van Morgans staf moeten. Tijdens de ochtendvergadering van 31 maart, stuurt J.P. plots iedereen weg met de woorden: ‘I’ve got to go up the hill.’ 
Even later is hij dood.

The Met Chinese dept 1900

Ook al was hij voorzitter van The Metropolitan Museum of Art geweest, Morgan was nooit voornemens zijn verzameling aan het museum na te laten. 
Sackler
De collectie werd op zo’n 50.000.000dollar getaxeerd. Hij achtte het bedrag te hoog om uit zijn nalatenschap te laten halen zonder consequenties voor het voortbestaan van zijn bedrijven.
Na zijn overlijden doet men het argument af als vrekkigheid. Totdat de cijfers van z’n estateworden gepubliceerd. Morgans vermogen werd door iedereen veel te hoog ingeschat – en daar wist hij z’n leven lang handig gebruik van te maken.

John D. Rockefeller
John D. Rockefeller Sr (Standard Oil), die binnen een jaar voor vijf miljoen aan porselein uit de nalatenschap van zijn opponent weet te bemachtigen, verzucht daarbij hardop: 
‘And to think he wasn’t even a rich man.’

Avery Brundage
Wellicht had kunstverzamelaar Avery Brundage gelijk:  ‘It’s not a hobby, it’s a disease.’




Jade paardje
Wordt vervolgd.


https://www.kashba.nl/blog/i-het-ontstaan-van-de-chine/deel-3-de-chinese-keizercol.html




Joodse lobby gaat het kabinet Jetten redden.

De van origine Israelische extremist Gidi Markuszower, gaat als Nederlands parlementslid de regering Jetten redden. Terwijl in de VS de Jood...