De lezer van mijn weblog zal na mijn twee kritische reacties op het propaganda-artikel van de NAVO-medewerker Maarten Muns inmiddels beseffen dat ik de beweringen van deze academisch geschoolde Koude Oorlogsprofeet onmogelijk serieus kan nemen.
‘Het Kremlin geeft niets om westerse waarden, zowel materieel als spiritueel,’ schreef hij. Erger nog, het zou niets nalaten om Europa’s cohesie, balans en morele integriteit uit elkaar te scheuren,’ aldus suggereert deze typisch Nederlandse academicus dat Kennan in de rest van zijn lange leven (hij werd 101 jaar), er geen sprake was geweest van een ontwikkeling in zijn gedachtenwereld. Door deze vertekening van de werkelijkheid kan hij Kennan in De Groene Amsterdammer van 29 augustus 2026 misbruiken om de gedateerde Koude Oorlogsretoriek opnieuw salonfähig te maken. "L'enfer, c'est les autres" (de hel, dat zijn de anderen) is een fameuze uitspraak van de Franse filosoof Jean-Paul Sartre uit zijn toneelstuk Huis Clos. Inderdaad, achter de gesloten deuren zijn voor de machthebbers alle anderen de hel, zoals zelfs de NAVO-propagandist Muns maar al te goed beseft. Hij mag nu dan wel met het oog op een Derde Wereldoorlog volhouden dat “Welke ideologie er ook regeert, Rusland blijft een expansieve macht. ‘Het Kremlin zou niets nalaten om Europa’s cohesie, balans en morele integriteit uit elkaar te scheuren,’ schreef de Amerikaanse diplomaat George Kennan al in 1946. Zijn ideeën blijven relevant voor het Europa van nu,” maar slechts dertien jaar geleden schreef Muns zelf met evenveel stelligheid onder de kop ‘George Kennan: Een misbruikt visionair’ verkondigde Maarten Muns toen nog: “ondanks zijn visionaire blik voelde Kennan zich genegeerd en daardoor eenzaam in Moskou, als een roepende in de woestijn. Toen in februari 1946 de vraag vanuit Washington kwam waarom de Sovjets niet wilden meewerken aan de oprichting van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds ergerde hij zich dan ook aan hoe naïef de diplomaten in zijn ogen waren. Maar het was een kans om nogmaals uiteen te zetten hoe de Rus volgens hem werkelijk in elkaar zat."
Opnieuw Muns:
"Toen in februari 1946 de vraag vanuit Washington kwam waarom de Sovjets niet wilden meewerken aan de oprichting van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds ergerde hij zich dan ook aan hoe naïef de diplomaten in zijn ogen waren. Maar het was een kans om nogmaals uiteen te zetten hoe de Russische politiek volgens hem werkelijk in elkaar zat. In het ‘lange telegram’ (hier volledig te lezen), schrijft Kennan waarom het onmogelijk is om een naoorlogse relatie met de Sovjet-Unie op te bouwen. ‘Het Russische beleid is niet gebaseerd op een objectieve analyse van de buitenwereld (…). Hun neurotische wereldbeeld van het Kremlin komt door het traditionele en instinctieve Russische gevoel van onveiligheid.’ Hun beleid was volgens Kennan berekenend en gericht op tegengaan van deze onveiligheid door middel van constante uitbreiding van macht en invloed. Stalin had bovendien een vijandige buitenwereld nodig om zijn binnenlandse dictatuur te legitimeren.”
Op de achtergrond speelde voor de Amerikaanse machthebbers ook al eind jaren veertig een fundamenteel belang, zoals blijkt uit de inmiddels vrijgegeven geheime documenten uit die tijd. Het ware probleem waarmee de Amerikaanse elite zich geconfronteerd zag, werd in 1948 helder verwoord door de vooraanstaande Amerikaanse diplomaat, George Kennan. Hij schreef:
“Wij hebben ongeveer 50 procent van de rijkdommen in de wereld, maar slechts 6,3 procent van haar bevolking… In deze omstandigheden zullen wij niet in staat zijn te voorkomen dat wij het voorwerp worden van jaloezie en haat. Onze werkelijke taak in het komende tijdperk is om een netwerk van betrekkingen op te bouwen die ons in staat stelt deze positie van ongelijkheid te handhaven… Daartoe zullen wij alle sentimentaliteit en dagdromen opzij moeten zetten en dient onze aandacht overal geconcentreerd te zijn op onze directe nationale doelstellingen… Wij moeten ophouden te spreken over vage en imaginaire doelstellingen als mensenrechten, het verhogen van de levensstandaard, en democratisering. De dag is niet veraf dat wij in pure machtsconcepten moeten handelen. Hoe minder we daarbij gehinderd worden door idealistische slogans, des te beter het is,” aldus Kennan in een destijds nog geheim memorandum dat hij schreef als Hoofd van het Planningsbureau van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Washington. Let wel, Kennan was niet de eerste de beste, maar de geestelijk vader van de Amerikaanse “containment-politiek” die zelfs na de val van de Sovjet Unie, eind 1991, de hoeksteen bleef van de Amerikaanse buitenlandse politiek. Met andere woorden: de angst van de Sovjet Unie voor de Verenigde Staten was niet gebaseerd op een paranoïde levenshouding, maar op de werkelijkheid van de Amerikaanse realpolitik
Kennan's advies was destijds niet vreemd. Net als elk imperium in de geschiedenis streeft ook de elite in Washington en op Wall Street naar de hegemonie in de wereld. Een opmerkelijk fenomeen gezien het feit dat door het expansionisme de kiem wordt gelegd van de eigen ondergang, zoals de historische werkelijkheid ons leert. Om de helft van alle 'rijkdommen in de wereld' met nauwelijks 6 procent procent van de wereldbevolking in handen te houden, kan natuurlijk niet vreedzaam. Door zowel de technologische vooruitgang als de wereldwijde bevolkingsexplosie kon een dergelijk overwicht per definitie alleen met het grootst mogelijke grof geweld in stand worden gehouden. En dit empirisch eenvoudig te voorziene gegeven, besefte ook George Kennan al snel na de interne publicatie van zijn invloedrijk memorandum. In een interview met mij verklaarde Anders Stephanson, hoogleraar Geschiedenis aan de prestigieuze Columbia University en auteur van de studie Kennan and The Art of Foreign Policy (1992), dat de beleidsbepalers van de Amerikaanse buitenlandse politiek onvoldoende oog hadden voor de gruwelijke werkelijkheid van de permanente oorlogsvoering die onvermijdelijk uit deze doctrine voortvloeit en dat dit de belangrijkste reden was waarom Kennan voortdurend scherpe kritiek op hen bleef uitoefenen. In zijn boek schreef professor Stephanson:
“Realistisch zijn in deze omstandigheden betekende in zekere zin de inherente beperkingen van dingen begrijpen, de nutteloosheid (ja, zelfs blasfemie) van radicaal verder gaan dan het bestaande, het reële. Op verschillende momenten bekritiseerde Kennan zowel de Sovjet-Unie als de Verenigde Staten omdat ze in die zin onrealistisch waren en de gegeven grenzen niet erkenden... hij was zich er tegen het einde van de jaren 40 van bewust dat de Verenigde Staten een koers insloeg van potentieel onbeperkte verplichtingen over de hele wereld, en hegemonie vond hij gevaarlijk en onnatuurlijk."
Het gevolg was dat George Kennan al spoedig werd vervangen door een fanatieke havik, Paul Nitze, over wie de historicus en auteur Mark Atwood in 2009 in The New York Times stelde:
“Het einde van de Koude Oorlog bracht opluchting, zelfs vreugde, voor de meeste Amerikanen. Met de ineenstorting van het Oostblok in 1989 leek er een einde te komen aan meer dan vier decennia van angst. Een van de weinige afwijkende stemmen kwam, verrassend genoeg, van George Kennan, de voormalige Amerikaanse diplomaat die het 'inperkingsbeleid' had bedacht, dat algemeen wordt beschouwd als de oorzaak van de westerse overwinning. 'Ik geloof dat het eerder zou zijn gebeurd,' klaagde Kennan minder dan een maand nadat de Duitsers gaten in de Berlijnse Muur begonnen te hakken, 'als we niet hadden aangedrongen op het militariseren van de rivaliteit.'
Kennan specificeerde niet wie er verantwoordelijk was geweest voor het feit dat de Koude Oorlog langer en gevaarlijker was geworden dan nodig was geweest. Maar Paul Nitze, een voormalig collega van het ministerie van Buitenlandse Zaken die het buitenlands beleid onder elke president van Roosevelt tot Bush senior mede had vormgegeven, stond ongetwijfeld hoog op zijn lijst van schuldigen.
Het was immers Nitze die het sterkst had gepleit voor een enorme opbouw van de Amerikaanse militaire macht. En het was Nitze die er vaak voor had gezorgd dat Washington zijn arsenaal bleef uitbreiden. Terugkijkend in 1995, kon Nitze's beoordeling van het Amerikaanse beleid ten aanzien van de Koude Oorlog nauwelijks meer verschillen van die van Kennan. 'Ik ben tot de conclusie gekomen dat we het verdomd goed hebben gedaan,' pochte hij.”
http://www.nytimes.com/2009/09/13/books/review/Lawrence-t.html?pagewanted=all&_r=0
Na een lang leven getuige te zijn geweest van de desastreuze ‘machiavellistische realpolitik’ van de VS, schreef Kennan een gedesillusioneerde terugblik op zijn tijdperk. Aan het slot van zijn Sketches From A Life (1989) stelde hij somber vast:
“Ik beschouw de Verenigde Staten van deze laatste jaren van de twintigste eeuw als een in wezen tragisch land, begiftigd met uitstekende natuurlijke hulpbronnen die het snel aan het verkwisten en uitputten is, en met een intellectuele en artistieke intelligentsia van groot talent en originaliteit. Voor deze intelligentsia hebben de dominante politieke machten in het de Verenigde Staten weinig begrip of respect. Haar stem wordt doorgaans tot zwijgen gebracht of overschreeuwd door de commerciële media. Het is waarschijnlijk veroordeeld om, net als de Russische intelligentsia in de negentiende eeuw, voorgoed een hulpeloze toeschouwer te blijven van de verontrustende koers in het leven van de natie.”
Op zijn beurt constateerde de historicus Mark Attwood dat:
“De acceptatie van de containment-politiek Kennan teleurstellingen bracht die hem tot aan zijn dood in 2005 bleven achtervolgen. Kennan geloofde dat de Sovjet-Unie, hoe weerzinwekkend ook, weinig militaire bedreiging vormde voor het Westen en drong erop aan dat de Verenigde Staten zich vooral zou richten op economische en politieke middelen om communistische expansie tegen te gaan. Andere functionarissen, met name Nitze, die Kennan opvolgde als hoofd van de beleidsplanning, zagen de zaken anders, vooral na het uitbreken van de Koreaanse Oorlog in 1950. Kennan zag met spijt hoe de Verenigde Staten vervolgens enorme middelen investeerden in wapens en militaire bases."
Maar ook dit laatste verzwijgt de opportunist Maarten Muns, nu hij zich vrijwillig in dienst heeft gesteld van het Westers, en vooral Amerikaans, Militair-Industrieel Complex
Geen opmerkingen:
Een reactie posten