Zoeken in deze blog 🔎🔎

vrijdag 29 mei 2026

Het “Overton Window."-Wereldje van Twan Huys

In de PS-bijlage van Het Parool van 3 mei 2026 beweert de televisie-journalist Twan Huys: “Plotseling dacht ik: wij zitten in een vechthuwelijk met de Verenigde Staten en toch gaat het goedkomen, het wordt geen scheiding. Ja, zolang Trump aan de macht is, blijft het een puinhoop — en het wordt steeds erger — maar ik kan mij  niet voorstellen dat Amerika daarin blijft hangen. Je hebt maar één nieuwe president nodig.” Ziehier één van de grootste problemen van het postmodernisme, het onvermogen van de mainstream-pers om te beseffen hoe complex de problemen van een technocratie zijn, en hoe onlosmakelijk alles met alles is verbonden.
Twan Huys in de jaren zestig in het landelijke gelegen Horst/Sevenum.

Het boerengehucht Horst Sevenum, waar Huys opgroeide, en er zijn wereldbeeld vormde. "Nieuwe columnist bij De Limburger en VS-kenner Twan Huys: ‘Wij hebben Trump enorm onderschat, maar niet verwacht dat het zó grimmig zou worden.'"

Alleen de Goden zijn in staat te zien wat de toekomst zal brengen, de mens zelf is daar te blind voor, met als gevolg dat democratische politici goedgemutst van de ene naar de andere oorlog overstappen. Dat weet elk mens die wel eens een boek heeft gelezen, behalve dan de westerse commerciële pers, met onze Twan voorop, gevormd in het katholieke Limburgse gehucht Sevenum, met een eigen Boerenleenbank, op de lagere school één meisje met een donkere huid, geen auto’s op straat, maar wel boeren op een Kreidler-buikschuiver. Er was een Boerenbond, de vrouwen droegen een vlekkeloos wit schort, de schoolmeisjes hadden allen een pagekapsel, het drinkwater werd op sommige plaatsen nog in emmers uit een put gehesen, één van de onderwijzeressen was een non. Twan: “Zoals ­bijna alle kinderen vond ik wandelen ­vroeger een traumatische gebeurtenis. Bij mij zat het op de lijn van naar de kerk gaan – de rooms-katholieke kerk tegenover ons huis in Horst – en de Duitse Schlagermuziek die mijn vader opzette ­tijdens het warme middageten na de dienst. Dat waren de zondagen bij ons thuis in Limburg. Ik vond zondag echt een stomme dag.”

Dit was het provinciale wereldje waarin Twan op groeide, en waar hij als “puber dacht” dat zijn “vader geen ambitie had, maar dat was helemaal niet zo. Het ging hem niet om hogerop te komen in het onderwijssysteem, hij vond lesgeven veel leuker. En hij wilde vroeg met pensioen om te wandelen, zijn vogelkennis te verdiepen en boven alles om met de familie te zijn. Dat vond hij allemaal veel belangrijker dan carrière te maken.” Pas nu beseft Twan H. dat zijn inmiddels overleden vader “Een wijze man” was geweest. Het heeft deze journalist een werkzaam leven gekost om te beseffen dat zijn eigen brandende ambitie hem geen groot journalist heeft gemaakt. Toen ik hem in begin jaren tachtig tegenkwam bij Stad/Radio Amsterdam was Twan een pathologisch ambitieuze jongeman met een zachte “G” die, in navolging van de AVRO-éminance grise Jaap van Meekeren, stelde dat de kwaliteit van een interview bepaald werd door de geïnterviewde. Ik probeerde Twan vergeefs uit te leggen dat dit een gevaarlijke misvatting is, omdat de kwaliteit van een interview allereerst wordt bepaald door kennis en inzicht van de interviewer. Dat hij dit totaal niet begreep bleek al snel door zijn carrière in Hilversum, waar hij doorgaans alleen de in zijn ogen “belangrijke mensen” interviewde, meestal politici of bestuurders, interviews die zelfs de interviewer zich niet kan herinneren, zoals de parlementair-journalist Max van Weezel tegen het einde van z'n leven over zijn eigen werkzaamheden opmerkte.

De Amerikaanse geleerde Noam Chomsky wijst erop dat een “slimme manier om mensen passief en gehoorzaam te houden, het spectrum van acceptabele meningen strikt moet worden beperkt, maar dat binnen dit spectrum een ​​zeer levendig debat moet worden toegestaan ​​— door zelfs de meer kritische en afwijkende standpunten aan te moedigen. Dat geeft mensen het gevoel dat er vrij gedacht wordt, terwijl de vooronderstellingen van het systeem ondertussen worden versterkt door de beperkingen die aan het debat zijn gesteld.”


"De kritiek en de theorieën van Chomsky over de journalistiek zijn gebaseerd op de volgende pijlers:Het Propagandamodel: Samen met Edward Herman ontwikkelde hij dit model (bekend van het boek Manufacturing Consent). Het stelt dat journalistieke keuzes door vijf filters worden geleid voordat ze het publiek bereiken.De Vijf Filters: De berichtgeving wordt gevormd door:Eigendom: Bedrijfsbelangen, de winstgedrevenheid en de eigenaren van mediabedrijven.Reclame: Het feit dat media afhankelijk zijn van adverteerders voor hun inkomsten (waardoor ze het product worden dat adverteerders kopen: het publiek).Informatiebronnen: De journalistieke afhankelijkheid van overheden, bedrijven en PR-instellingen, die de 'officiële' waarheid dicteren. Flak: Druk, boycots of dreigende rechtszaken tegen journalisten of media die buiten de geaccepteerde lijnen kleuren.Anticommunisme / Ideologie: Het inzetten van angst en vijandbeelden (historisch het communisme, tegenwoordig andere ideologische dreigingen) om de bevolking te mobiliseren en kritiekloos achter het regeringsbeleid te scharen.Grenzen van het Debat: Chomsky stelt niet dat journalisten direct worden gecensureerd. Integendeel, de meeste journalisten geloven oprecht dat ze onafhankelijk zijn. Het systeem werkt echter doordat het de grenzen van het debat bepaalt. Binnen die geaccepteerde kaders is er zogenaamd kritiek mogelijk, maar fundamentele vragen over de machtsstructuur zelf worden stelselmatig genegeerd of gemarginaliseerd.Wil je dieper in de materie duiken? Een helder overzicht van deze theorie en de werking ervan is te vinden op de Nederlandstalige Wikipedia."

chomsky over journalistiek


Wegkapel nabij Horst, die de vrome katholiek eraan herinnerde welke van zijn gedachten acceptabel waren en welk beslist niet. De televisie van de mainstream media heeft deze propaganda overgenomen. zonder God ditmaal.
De mainstream-opiniemaker Ian Buruma schreef mij evenwel dat de “ideeën” van de linkse, Joods-Amerikaanse intellectuelen zoals Noam Chomsky en Howard Zinn “uit een wat ouderwetse Amerikaanse hoek” afkomstig zijn, die “door een oudere generatie serieus werden genomen,” maar die inmiddels als verouderd terzijde moeten worden geschoven. Nu zou ik natuurlijk graag met postmoderne opiniemakers van het allooi Buruma graag in discussie willen gaan over de vermeende “ouderwetse” gedachten van beide prominente Amerikaanse intellectuelen, maar mijn oude vriend en generatiegenoot Ian en zijn hedendaagse “urban elites” zijn daartoe niet bereid, zoals mij telkens weer opvalt wanneer ik hun beweringen in de “corporate media” ter discussie stel. Het aardige nu is dat de verklaring hiervoor juist door Noam Chomsky scherp wordt geformuleerd in het bovenstaand citaat, door ‘het spectrum van aanvaardbare meningen strikt te beperken,’ waardoor een echt debat onmogelijk wordt, en daarmee één van de noodzakelijke vereisten van een ware democratie wordt getorpedeerd, namelijk een open discussie. Omdat de 74-jarige Ian B. de “ideeën” van een “oudere generatie” niet “serieus” kan “nemen” is onder geschoolde mensen een vrije uitwisseling van feiten en opvattingen onmogelijk geworden. Wat rest is de vraag wat er nu precies “ouderwets” is aan Chomsky’s stelling dat de “meest slimme manier om mensen passief en gehoorzaam te houden het strikt beperken is van het spectrum aan aanvaardbare meningen.” Ironisch is hierbij het feit dat Burumas houding nu juist Chomsky’s stelling bevestigt, namelijk dat — om een serieus debat te voorkomen — men “het spectrum van acceptabele opinies strikt” moet “beperken,” waardoor bepaalde ideeën geen rol kunnen spelen tijdens het gesprek. 


Het beperken van het politieke debat heeft een naam: “Overton Window.” Daarbij wordt via de mainstream-pers precies vastgelegd wat op een bepaald moment al dan niet “politiek aanvaardbaar” is om een rol te spelen, waardoor politici en hun kiezers gedwongen zijn “binnen het toelaatbare raamwerk” te blijven. Uiterst zelden bepaalt de bevolking wat desondanks toch bespreekbaar moet zijn. Zo gaf begin 2019 de Amerikaanse onafhankelijke senator Bernie Sanders het volgende voorbeeld: “Wij hebben een enorme vooruitgang geboekt in de manier waarop het Amerikaanse volk nu wetgeving en concepten eist die een paar jaar geleden nog als zeer radicaal werden beschouwd.”


De toonaangevende New York Times constateerde vervolgens beduusd onder de kop “Hoe het politiek ondenkbare mainstream kan worden”: “Nu het politieke landschap soms op verrassende wijze verandert, heeft een idee dat ooit obscuur was, aan bredere relevantie gewonnen.”


Het spreekt voor zich dat het establishment en zijn opiniemakers het Overton Raam zo klein mogelijk willen houden, en geneigd zijn om elk nieuw denkbeeld, bedreigend voor de bestaande status quo, als “radicaal” te verwerpen. Vandaar het belang van de “corporate press” om het publiek te overtuigen wat wel en niet een ‘acceptabel’ gespreksonderwerp is. 


Een ander voorbeeld: in de jaren zestig en zeventig, toen de westerse bevolking allerlei hervormingen eiste, raakte de beleidsbepalende elite dermate bang voor de aanval op haar machtspositie dat de invloedrijke Trilaterale Commissie in haar rapport “The Crisis of Democracy (1975) met klem benadrukte dat aangezien burgers: "aandringen op meer actie om de problemen waarmee ze geconfronteerd worden aan te pakken; zij meer sociale controle nodig [hebben].” Tegelijkertijd verzetten zij zich tegen elke vorm van sociale controle die verbonden is met de hiërarchische waarden die zij hebben leren verwerpen. Het probleem is mogelijk wereldwijd."


Een ander voorbeeld van de “Overton Window” is gebaseerd op één van de talloze eigen ervaringen die ik in meer dan een halve eeuw journalistiek opdeed. Het moet in 1984 zijn geweest tijdens het honderdjarig bestaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten. Er was een televisie-discussie georganiseerd in het gebouw van Arti et Amicitiae tussen wat toen nog linkse- en rechtse journalisten heette. Na een vorstelijke maaltijd werden de deelnemers — onder wie ondermeer De Groene-hoofdredacteur Martin van Amerongen, de spreekbuis van het establishment Jaap van Meekeren, en ik — meegetroond richting de camera’s. Vlak voordat wij de zaal betraden nam Van Amerongen, die ik al geruime tijd kende, mij even terzijde om me mee te delen: “Zeg Stan, je gaat toch geen radicale dingen zeggen,” een vriendelijke opdracht waar ik me tijdens de opnamen vanzelfsprekend niet aan hield. 


Het probleem met de Overton Window is dat als iemand de grenzen overschrijdt alle gesprekspartners gedwongen worden kleur te bekennen, en juist dat wil de overgrote meerderheid van mijn collega’s voorkomen, aangezien dan duidelijk wordt wat ze eerder hebben verzwegen. Centraal in de Overton Window is niet alleen wat men zegt, maar meer nog wat de journalist verzwijgt. Iedere journalist, waar ook ter wereld, wordt dagelijks geconfronteerd met de vraag wat wel en niet bespreekbaar is. En degene die zich niet aan deze regel houdt, wordt eerst vriendelijk aangemaand volgzaam te zijn, en helpt dit niet, dan worden hij of zij gemarginaliseerd en tenslotte eruit gewerkt, zoals op dit moment de meeste integere journalisten in het Westen. Eén van de vooraanstaande westerse onderzoeksjournalisten, de Amerikaan Seymour Hersh, is sinds enkele jaren gedwongen zijn vaak onthullende artikelen in het buitenland te publiceren. Als de “corporate press” ook maar iets haat dan is dat zogenaamde “controversiële” informatie, die de grenzen van het “Overton Raamwerk” overschrijdt. Wikipedia: “Hersh heeft de regering-Obama ervan beschuldigd te liegen over de gebeurtenissen rond de dood van Osama bin Laden en heeft de bewering betwist dat het Assad-regime chemische wapens tegen burgers heeft gebruikt in de Syrische burgeroorlog. Beide beweringen hebben tot controverse geleid…


Critici hebben Hersh omschreven als een complotdenker, met name vanwege zijn afwijzing van de officiële beweringen over de dood van Osama bin Laden en zijn ontkenning dat het Assad-regime chemische wapens tegen Syrische burgers had gebruikt.” 

https://en.wikipedia.org/wiki/Seymour_Hersh  

The opening of Europe’s Overton window

Research

A damaged window of the office of the Alternative for Germany (AfD) far-right party is pictured in the city of Doebeln, Germany, January 4, 2019, one day after an explosion set the office on fire and damaged vehicles and nearby buildings.     REUTERS/Matthias Rietschel - RC1972A5B3D0

Executive summary

Over the past decade, Europe’s political discourse has expanded to include ideas that used to be on the fringe. The three most significant are Brexit, right-wing populism, and left-wing populism. Meanwhile, the old centrist consensus has shrunk and new divisions have emerged, particularly between Germany and France. The European Union and eurozone remain robust and are very unlikely to collapse but their future will be shaped by the new ideological environment, rather than by the traditional ideals associated with European integration.

It is frequently said that the European Union suffers from a democratic deficit owing to the lack of a European demos, but what is remarkable about the Union today is that Europe is a topic of fierce debate at both national and transnational levels, and the full tapestry of public opinion is on vivid display. Right-wing populists are in power in Austria, Hungary, Poland, and Italy. Left-wing populists are in government in Greece and Italy. Britain is on its way out. Centrism seems to be making a comeback in France while the Greens compete with the Alternative for Germany (AfD) to be the largest opposition party in Germany. EU policy toward immigration, the free movement of EU citizens, and the eurozone have become wedge issues, debated from Riga to Dublin, regularly deciding election outcomes. At the time of writing, speculation is rife about the European Parliament elections of May 2019, which could well see major gains by euroskeptic parties that would then be in a position to undermine the EU from within. It is a far cry from the days when the public seemed disengaged from the Union.

The late public policy scholar Joseph Overton lent his name to a concept, the Overton window, to describe the acceptable range of political discourse in a society—some ideas are so controversial that they will not be taken seriously. Europe’s Overton window were narrowly ajar in the post-Cold War era. European politics was dominated by the center-left and center-right—they disagreed about tax and spending but agreed on globalization, the European Union, and open societies. The window opened wider over time, usually in response to policy failures, including the 2003 Iraq War, the 2008-09 financial crisis, and the 2015 refugee crisis. Disaffected citizens were open to new ideas, although few were initially on offer. Entrepreneurial politicians, often on the younger side, have taken advantage of this opportunity to develop new alternatives to the status quo. They have succeeded by using the technological tools provided by social media, which enable them to bypass traditional media. This heterogeneity of ideas is creating a real debate about the future of Europe, but many of them are radical and half-baked or incompatible with the rules of the European Union.

Related Content

The Brookings Institution is committed to quality, independence, and impact.
We are supported by a diverse array of funders. In line with our values and policies, each Brookings publication represents the sole views of its author(s).


In zijn al eerder geciteerde analyse The Host & The Parasite. How Israel’s Fifth Column Consumed America stelt de Amerikaanse onderzoeksjournalist Greg Felton:


De Ondergang van de Fascisten onder president Bush-junior.

De gevolgen van de electorale winst van de Democraten waren direct merkbaar. Rumsfeld kondigde zijn ontslag aan, net als zijn adviseur op het gebied van marteling in het Pentagon, Stephen Cambone. John Bolton, die ondanks bezwaren van de Senaat tijdelijk was aangesteld als VN-ambassadeur, kondigde aan dat hij geen officiële bevestiging zou aanvragen. Twee maanden eerder had senator Richard Lugar, voorzitter van de commissie Buitenlandse Zaken, een geplande stemming over de benoeming afgeblazen nadat de Republikeinse senator Lincoln Chafee had aangekondigd dat hij Bolton niet zou steunen totdat hij bepaalde vragen over het Midden-Oosten-beleid had beantwoord. 


Deze drie ontslagen van vooraanstaande zionisten volgden op die van onder anderen de Joods Amerikaanse zionisten Feith, Perle, Wolfowitz en Libby. Bush stond vrijwel geïsoleerd, nu de belangrijkste voorstanders van de Midden-Oosten-invasie waren afgetreden of overgeplaatst. In een laffe poging tot zelfrechtvaardiging probeerden (merendeels Joods Amerikaanse. svh) oorlogsstokers Richard Perle, Kenneth Adelman, David Frum, Michael Ledeen, Frank Gaffney en anderen nu alle schuld voor het moeras in Irak op Bush en zijn incompetente regering af te schuiven, alsof ze wilden zeggen dat ze er niets mee te maken hadden. Dat de ratten het schip verlieten is begrijpelijk. Bush's criminele "presidentschap" is een volstrekte mislukking en Irak is een etterende wond die niet wil genezen. Net als bij zijn eerdere mislukkingen zijn de adviseurs van zijn vader opnieuw ingezet om Bush te redden. Het feit dat James Baker III adviseert over het Midden-Oostenbeleid en dat Robert Gates is bevestigd als de nieuwe minister van Defensie, duidt op een onmiskenbare ommekeer van het fascisme, althans tot op zekere hoogte. Deze nieuwe denkwijze werd belichaamd in het onlangs gepubliceerde rapport van de Iraq Study Group. De commissie, ook wel bekend als de Baker-Hamilton-commissie naar de co-voorzitters Baker en voormalig Congreslid Lee Hamilton, was een panel van tien leden uit beide partijen, benoemd door het Congres op 15 maart 2006, om de verslechterende situatie in Irak en de Amerikaanse betrokkenheid te analyseren. Van de 79 aanbevelingen in het eindrapport zijn de volgende drie noemenswaardig: 


“Aanbeveling 9: De Verenigde Staten moeten in gesprek gaan met Iran en Syrië om te proberen hun toezegging te verkrijgen voor een constructief beleid ten aanzien van Irak en andere regionale kwesties. Aanbeveling 39: Alle Amerikaanse gevechtsbrigades moeten Irak verlaten vóór het eerste kwartaal van 2008, hoewel veel critici van het rapport zeggen dat dit lang niet snel genoeg is. Aanbeveling 71: Het Witte Huis moet financiering voor Irak opnemen in de begroting en niet langer het Congres ondermijnen door blanco cheques uit te schrijven.”


Baker ging zelfs zo ver dat hij Bush waarschuwde om niet slechts een selectie te maken uit de aanbevelingen van de ISG (Iraq Survey Group. svh), maar om ze allemaal te implementeren. Bush bleef echter een pathologische afkeer van rationele kritiek tonen. Hij verwierp het ISG-rapport vrijwel direct en vroeg om een ​​defensiebudget van 468,9 miljard dollar voor het fiscale jaar 2008 – 6,3 procent hoger dan de gevraagde 441,2 miljard dollar voor 2007. Het enige aspect van het ISG-rapport dat hij wel omarmde, was de aanbeveling voor een kortstondige militaire opbouw om het Iraakse leger in staat te stellen de oorlog over te nemen: 


De Iraakse regering moet het dringend noodzakelijke nationale verzoeningsprogramma, waartoe zij zich al heeft verbonden, versnellen. En zij moet de verantwoordelijkheid voor de Iraakse veiligheid sneller op zich nemen door het aantal en de kwaliteit van de brigades van het Iraakse leger te vergroten. Naarmate het Iraakse leger in omvang en capaciteit toeneemt, zou de Iraakse regering in staat moeten zijn om daadwerkelijke verantwoordelijkheid voor het bestuur op zich te nemen. Terwijl dit proces gaande is, en om het te faciliteren, zouden de Verenigde Staten het aantal Amerikaanse militairen, inclusief gevechtstroepen, dat is ingebed in en ondersteuning biedt aan eenheden van het Iraakse leger, aanzienlijk moeten verhogen. Naarmate deze acties vorderen, zouden we gevechtstroepen uit Irak kunnen terugtrekken. De primaire missie van de Amerikaanse troepen in Irak zou moeten evolueren naar het ondersteunen van het Iraakse leger, dat de primaire verantwoordelijkheid voor de gevechtsoperaties zou overnemen. We moeten ondersteuningstroepen, snelle reactietroepen, speciale operatietroepen, inlichtingeneenheden, zoek- en reddingseenheden en eenheden voor troepenbescherming blijven handhaven. 


De strijdkrachten, inclusief de Generale Staf, verzette zich fel tegen deze strategie van een "militaire escalatie,” omdat men geen enkel voordeel zag in het opofferen van meer Amerikaanse levens voor een onduidelijk of verdedigbaar doel. Het zou de VS bovendien voorbij het punt van geen terugkeer duwen, zoals het volgende fragment uit de Miami Herald duidelijk maakte: 


“Elke denkbare escalatie zou het tij niet keren — zou het zelfs niet tegenhouden. Dat zagen we afgelopen zomer toen de uitzending van 7.000 Amerikaanse troepen ter versterking van Bagdad een hevige tegenaanval uitlokte — het hoogste niveau van geweld sinds het Pentagon in 2005 begon met het publiceren van kwartaalrapporten. Een grote opbouw zou het Amerikaanse leger en de mariniers verplichten tot een beslissende strijd waarin er geen strategische reserves meer beschikbaar zouden zijn om naar het front te sturen. Zoals commandant van de mariniers, generaal James Conway, maandag opmerkte: "Als je je reserves inzet voor iets anders dan een beslissende overwinning, of om een ​​nederlaag af te wenden, dan heb je in feite je kruit verschoten." Het zal een kwestie zijn van winnen of sterven in de poging. In die situatie zal iedereen in uniform ter plaatse zich met hart en ziel inzetten voor de “overwinning,” en er zullen geen maatregelen worden geschuwd. Vergelijkingen dringen zich op: Stalingrad, de Ardennen, Dien Bien Phu, de Slag om Algiers. Het zal een totale oorlog zijn met de waarschijnlijkheid van alle excessen en massale slachtoffers die daarmee gepaard gaan. Het opleggen van een dergelijke strategie aan onze strijdkrachten zou ronduit immoreel zijn, gezien de voorspelbare verliezen aan manschappen en het enorme aantal Irakezen dat gewelddadig gewond zou raken of zou sterven. Als de ‘surge’-strategie wordt aangenomen, zal het een traumatische ervaring zijn waar we een generatie lang mee te maken zullen hebben.”

"Zelfs actieve soldaten geloofden niet dat een kortstondige troepenversterking enig nut zou hebben: "Dit is een burgeroorlog, en we maken het alleen maar erger", zei sergeant Justin Thompson. "We zijn aan het verliezen. Ik ben niet bang om dat te zeggen." In tegenstelling tot de beginperiode van "de oorlog tegen het terrorisme,” toen bijna iedereen in het Congres de oorlogszuchtige paranoia van de junta omarmde, is instemming met een oneindige oorlog nu niet langer vanzelfsprekend, ongeacht de partij. De Republikeinse senator Gordon Smith zei in de Senaat dat het Amerikaanse beleid ten aanzien van Irak "crimineel" zou kunnen zijn, en de toenmalige senior Democratische senator Joe Biden weigerde elke troepenversterking te steunen. Dezelfde weerstand wordt verwacht ten aanzien van andere aspecten van de ongrondwettelijke agenda van de junta. Het resultaat zal een virtuele oorlog zijn tussen de interpretaties van het Congres en de "president" van de grondwettelijke suprematie; dat wil zeggen, tussen de republikeinse en totalitaire versies van democratie, zoals besproken in hoofdstuk 13. Naar alle waarschijnlijkheid zou het schrikbewind van de junta ten einde komen, maar een dergelijke conclusie zou ongegrond zijn, omdat de junta slechts een manifestatie is van de fascistische kanker. Net zoals kanker die in remissie gaat valse hoop op herstel kan wekken, zo wekt een Congres dat zich slechts richt op de symptomen van het machtsmisbruik van de junta – militaire tribunalen, marteling van gevangenen, binnenlandse spionage, vriendjespolitiek binnen het bedrijfsleven en eindeloze oorlog – vals optimisme. Alleen een Congres dat bereid is het land te dé-zioniseren, zou de oorzaak van het misbruik kunnen aanpakken, maar een dergelijk scenario is ondenkbaar, aangezien, zoals we hierboven zagen, de lobby beide partijen onderdrukt en tot onderwerping aan Israël dwingt. Nog voordat het ISG-rapport openbaar werd gemaakt, sprak de Israëlische premier Ehud Olmert zijn vertrouwen uit dat het gesaboteerd zou worden: op weg naar huis vanuit Los Angeles stelde de premier de verslaggevers — en misschien zelfs zichzelf — gerust door te zeggen dat er geen gevaar bestaat dat de Amerikaanse president George W. Bush de verwachte aanbevelingen van het Baker-Hamilton-panel zou accepteren en zou proberen Syrië uit de as van het kwaad te halen en in een coalitie op te nemen om Amerika uit Irak te bevrijden. De premier hoopte dat de Joodse lobby een Democratische meerderheid in het nieuwe Congres kon mobiliseren om elke afwijking van de status quo ten aanzien van de Palestijnen tegen te gaan. Hervorming is uitgesloten, aangezien een kanker zichzelf niet geneest. Een terugkeer naar een constitutionele regering vereist radicalere maatregelen — de oprichting van een nieuwe republiek — en daarvoor moet het bestaande, door parasieten gedomineerde Amerikaanse politieke systeem ten onder gaan."


Volgende keer meer over de de val van het Westers model. 



Geen opmerkingen:

Het “Overton Window."-Wereldje van Twan Huys

In de PS -bijlage van Het Parool van 3 mei 2026 beweert de televisie-journalist Twan Huys: “Plotseling dacht ik: wij zitten in een vechthuw...