
Joris Luyendijk. Het Verlangen te Behagen 2
De houding van de massamens in de huidige, totalitair functionerende technocratie wordt gekenmerkt door opportunisme, hij beschouwt dit als zijn enige overlevingsstrategie in een chaotische- en daarmee bedreigende wereld, zoals Alberto Moravia in zijn boek Il Conformista (1951) zo helder heeft aangetoond. Zijn protagonist is een man die 'tot elke prijs' streeft 'naar normaliteit; een wil tot aanpassing aan een algemeen aanvaarde norm, een verlangen om gelijk te zijn aan alle anderen, omdat anders-zijn hetzelfde was als schuldig zijn.' Dat pijnlijke verlangen veroorzaakt 'een zucht tot behagen die aan slaafsheid of aan koketterie grensde,' en resulteert in de collaboratie van Moravia's hoofdpersoon met het heersende fascisme, een ideologie waarin de conformist niet gelooft, maar die hem wel een vaste baan geeft, een functie, en zodoende een valse identiteit. Eindelijk hoort hij ergens bij, en hoewel hij een niemand is geworden, heeft de conformist het gevoel juist daardoor iemand te zijn. Door het lenen van een eigentijdse identiteit lijkt de leegte te zijn verdwenen, en kan de conformist onbekommerd zijn rol spelen van moordenaar, beul, verrader, brave burger, of journalist van een zelfbenoemde ‘kwaliteitskrant.’ Het conformisme stelt hem in staat op elk moment moeiteloos een passende rol aan te nemen. Op de politiek en de prostitutie na zijn er maar weinig beroepen waar de ‘zucht tot behagen’ zo’n belangrijke drijfveer speelt als in de mainstream-journalistiek. Overal en altijd duiken daar de behaagzieke conformisten op. En nergens wordt de kitsch zo zichtbaar als bij deze drie beroepsgroepen. De auteur Milan Kundera wijst erop dat:
[h]et woord kitsch verwijst naar de houding van degene die tot elke prijs zoveel mogelijk mensen wil behagen. Om te behagen dien je je te conformeren aan wat iedereen wenst te horen, in dienst te staan van de pasklare ideeën, in de taal van de schoonheid en de emotie. Hij beweegt ons tot tranen van zelfvertedering over de banaliteiten die wij denken en voelen.
Deze houding is niet zonder ingrijpende consequenties, want zoals Kundera stelt:
Op grond van de dwingende noodzaak te behagen en zo de aandacht van het grootst mogelijke publiek te trekken, is de esthetiek van de massamedia onvermijdelijk die van de kitsch en naarmate de massamedia ons gehele leven meer omsluiten en infiltreren, wordt de kitsch onze dagelijkse esthetiek en moraal.
Bovendien, zo waarschuwt Kundera, is het:
niet zo belangrijk dat in de verschillende organen van de media de verschillende politieke belangen tot uiting komen. Achter het uiterlijke verschil heerst een en dezelfde geest. Je hoeft de Amerikaanse en Europese opiniebladen maar door te kijken, van rechts zowel als links, van Time tot Der Spiegel: in al die bladen tref je dezelfde kijk op het leven aan, die zich in dezelfde volgorde waarin hun inhoudsopgave is opgebouwd weerspiegelt, in dezelfde rubrieken, dezelfde journalistieke aanpak, dezelfde woordkeus en stijl, in dezelfde artistieke voorkeuren en in dezelfde hiërarchie van wat ze belangrijk en onbeduidend achten. De gemeenschappelijke geestesgesteldheid van de massamedia, die schuilgaat achter hun politieke verscheidenheid is de geest van de tijd.
Eén van de journalisten wiens journalistieke bestaan in het teken van het behagen en de kitsch staat, is Joris Luyendijk, zoals ook hijzelf toegeeft. In een interview met de Volkskrant, gepubliceerd op zaterdag 5 februari 2022, zei hij over het feit dat hij ‘niet lekker lag in de groep,’ te weten de redactieleden van The Guardian, waar hij een contract had:
lees verder: https://stanvanhoucke.blogspot.com/2022/02/joris-luyendijk-het-verlangen-te.html
De houding van de massamens in de huidige, totalitair functionerende technocratie wordt gekenmerkt door opportunisme, hij beschouwt dit als zijn enige overlevingsstrategie in een chaotische- en daarmee bedreigende wereld, zoals Alberto Moravia in zijn boek Il Conformista (1951) zo helder heeft aangetoond. Zijn protagonist is een man die 'tot elke prijs' streeft 'naar normaliteit; een wil tot aanpassing aan een algemeen aanvaarde norm, een verlangen om gelijk te zijn aan alle anderen, omdat anders-zijn hetzelfde was als schuldig zijn.' Dat pijnlijke verlangen veroorzaakt 'een zucht tot behagen die aan slaafsheid of aan koketterie grensde,' en resulteert in de collaboratie van Moravia's hoofdpersoon met het heersende fascisme, een ideologie waarin de conformist niet gelooft, maar die hem wel een vaste baan geeft, een functie, en zodoende een valse identiteit. Eindelijk hoort hij ergens bij, en hoewel hij een niemand is geworden, heeft de conformist het gevoel juist daardoor iemand te zijn. Door het lenen van een eigentijdse identiteit lijkt de leegte te zijn verdwenen, en kan de conformist onbekommerd zijn rol spelen van moordenaar, beul, verrader, brave burger, of journalist van een zelfbenoemde ‘kwaliteitskrant.’ Het conformisme stelt hem in staat op elk moment moeiteloos een passende rol aan te nemen. Op de politiek en de prostitutie na zijn er maar weinig beroepen waar de ‘zucht tot behagen’ zo’n belangrijke drijfveer speelt als in de mainstream-journalistiek. Overal en altijd duiken daar de behaagzieke conformisten op. En nergens wordt de kitsch zo zichtbaar als bij deze drie beroepsgroepen. De auteur Milan Kundera wijst erop dat:
[h]et woord kitsch verwijst naar de houding van degene die tot elke prijs zoveel mogelijk mensen wil behagen. Om te behagen dien je je te conformeren aan wat iedereen wenst te horen, in dienst te staan van de pasklare ideeën, in de taal van de schoonheid en de emotie. Hij beweegt ons tot tranen van zelfvertedering over de banaliteiten die wij denken en voelen.
Deze houding is niet zonder ingrijpende consequenties, want zoals Kundera stelt:
Op grond van de dwingende noodzaak te behagen en zo de aandacht van het grootst mogelijke publiek te trekken, is de esthetiek van de massamedia onvermijdelijk die van de kitsch en naarmate de massamedia ons gehele leven meer omsluiten en infiltreren, wordt de kitsch onze dagelijkse esthetiek en moraal.
Bovendien, zo waarschuwt Kundera, is het:
niet zo belangrijk dat in de verschillende organen van de media de verschillende politieke belangen tot uiting komen. Achter het uiterlijke verschil heerst een en dezelfde geest. Je hoeft de Amerikaanse en Europese opiniebladen maar door te kijken, van rechts zowel als links, van Time tot Der Spiegel: in al die bladen tref je dezelfde kijk op het leven aan, die zich in dezelfde volgorde waarin hun inhoudsopgave is opgebouwd weerspiegelt, in dezelfde rubrieken, dezelfde journalistieke aanpak, dezelfde woordkeus en stijl, in dezelfde artistieke voorkeuren en in dezelfde hiërarchie van wat ze belangrijk en onbeduidend achten. De gemeenschappelijke geestesgesteldheid van de massamedia, die schuilgaat achter hun politieke verscheidenheid is de geest van de tijd.
Eén van de journalisten wiens journalistieke bestaan in het teken van het behagen en de kitsch staat, is Joris Luyendijk, zoals ook hijzelf toegeeft. In een interview met de Volkskrant, gepubliceerd op zaterdag 5 februari 2022, zei hij over het feit dat hij ‘niet lekker lag in de groep,’ te weten de redactieleden van The Guardian, waar hij een contract had:
lees verder: https://stanvanhoucke.blogspot.com/2022/02/joris-luyendijk-het-verlangen-te.html
Minder weergeven
Geen opmerkingen:
Een reactie posten