donderdag 20 maart 2025

‘Laten we nu verder ook eens eerlijk zijn tegenover ons zelf: zijn wij nog wel Joden?

It’s hard enough to grieve, isn’t it?  When you don’t know the truth, everything friezes and you can’t go on. 


Ik  stel u voor aan ‘Avraham Yehoshua (December 1936 – 14 June 2022), an Israeli novelist, essayist, and playwright. The New York Times called him the "Israeli Faulkner.” Underlying themes in Yehoshua's work are Jewish identity, the tense relations with non-Jews, the conflict between the older and younger generations, and the clash between religion and politics.

Yehoshua was born to a third-generation Jerusalem family of Sephardi origin from Salonika, Greece. His father Yaakov Yehoshua, the son and grandson of rabbis, was a scholar and author specializing in the history of Jerusalem. His mother, Malka Rosilio, was born and raised in Mogador, Morocco, France, and immigrated to Jerusalem with her parents in 1932… As a youth, Yehoshua was active in the Hebrew Scouts. After completing his studies, Yehoshua was drafted to the Israeli army, where he served as a paratrooper from 1954 to 1957, and participated in the 1956 Sinai War. After studying literature and philosophy at the Hebrew University of Jerusalem, he began teaching. 

https://en.wikipedia.org/wiki/A._B._Yehoshua 


In 1990 verklaarde Yehoshua desgevraagd tegenover mij: 


‘Ik vrees ten zeerste dat het almaar door laten gaan van “het conflict” onze identiteit uiteindelijk zal vernietigen. Er zijn joods-Israëli’s die de externe strijd voortdurend zoeken, want — zo zeggen ze — zolang er een externe druk bestaat zal er onder de Joden zelf geen gewapend conflict uitbreken. Vooral sommige religieuze fanatici zijn buitengewoon bang voor vrede, omdat dan de seculiere Joodse identiteit in Israël zich vrij zal kunnen ontwikkelen. Juist uit angst daarvoor zijn de zeloten zo fel tegen vrede. Zij zijn ervan overtuigd dat de joden gedoemd zijn om in een permanent conflict met de buitenwereld te leven, niet alleen met de Arabieren, maar met alle andere volkeren op aarde. Aan dat conflict ontlenen ze hun identiteit, vrede zou hun identiteit vernietigen. Die sluimerende strijd tussen extremistische en gematigde joden is al millennia-oud, het leidde er tweeduizend jaar geleden toe dat de Joden in ballingschap gingen. De Buitenwereld moet zich goed realiseren dat wij niet uit Israël zijn verdreven, maar dat wij in ballingschap zijn gegaan om zo aan de aanhoudende crisis tussen de staat en het religieuze systeem te kunnen ontsnappen. Door in de diaspora te vluchten hoefden de joden geen keuze te maken, we hadden namelijk niets meer te kiezen, in het buitenland bestond eenvoudigweg geen Joods nationaal gezag meer. De gola, oftewel de ballingschap, was dus niet een van buitenaf opgelegd fenomeen, zoals algemeen wordt beweerd, maar een van binnenuit gevormd verlangen ernaar, om zo aan de interne strijd te ontkomen, de strijd over de vragen: wie en wat is een Jood en volgens welke regels moet hij zich gedragen? 


Door de stichting van de staat Israël is dit oeroude conflict ineens weer uiterst actueel geworden. Dat probleem betreft niet alleen een religieus vraagstuk, ook onder seculiere joden in Israël bestaat hierover veel verwarring. Een deel van hen heeft, net als de religieuze fundamentalisten, dit permanente externe conflict nodig om hun identiteit te kunnen bepalen, zij zijn niet zeker over zichzelf, ze geloven niet echt in hun seculariteit. Zij zijn bang dat als er vrede uitbreekt ze niet langer meer als Jood worden beschouwd, dat ze dan als het ware gedwongen worden zich te bekeren tot de religie om weer Jood te kunnen zijn. Die onzekerheid over wie zij zijn, ervaren zij als een bedreiging.  Zij kunnen hun nationale Joodse identiteit alleen handhaven dankzij het externe conflict.’

Het was Theodor Herzl, de Oostenrijks-Hongaarse ‘vader van het moderne zionisme' die al in een vroegtijdig stadium besefte dat ‘de antisemieten onze betrouwbaarste vrienden [zullen] worden, de antisemitische landen onze bondgenoten,’ want zonder antisemitisme zou de staat Israel niet kunnen bestaan. Vandaar dat dit fenomeen van cruciaal belang is voor de Joods-Israelische politici, aldus Yehoshua:


Kijk, de uiterst orthodoxe Joden van Neturei Karta zijn absoluut niet bang voor vrede, omdat zij een religieuze identiteit bezitten. Zij hebben Israël niet nodig om Joods te kunnen zijn. Waar zij ook leven, al zouden op de maan wonen, dan nog zullen ze uiterst orthodoxe Joden blijven. Sterker nog: zij zijn fel gekant tegen de staat Israël die volgens hen de normen en waarden van het Judaïsme probeert te vernietigen. Die mensen zijn dus niet bang voor vrede met de Arabieren. Het zijn evenwel de semi-religieuzen, de Gush Emunim, het fanatieke Blok der Getrouwen, zoals zij zichzelf noemen en de lui die eromheen hangen, die het permanente conflict zoeken, want alleen op die wijze kunnen ze telkens weer de inhoud en de grenzen van hun identiteit bepalen.’ 


Maar in wezen is dit een valse identiteit, want niet de Jood bepaalt wat zijn identiteit is, maar de niet-Jood, de goj met zijn antisemitisme. In feite is de niet-Jood vanaf het allereerste begin een afgeleide geweest van de Jood, en vice versa. Abraham Yehoshua verwoordde dit fenomeen als volgt in zijn boek Naar Een Normaal Joods Bestaan (1983)


‘Diep in het wezen van onze identiteit ligt de eis dat wij anders, afwijkend, uniek en bijzonder zullen zijn; dat wij ons van alle andere volkeren moeten onderscheiden… Een volk dat ánders is, héél anders. De idee om “als andere volkeren’’ te zijn, klinkt de Jood zonder meer negatief in de oren… En toch, ook al lijkt de wens om uitverkoren te zijn en verschillend van de medemens in het individuele vlak dwaas of zelfs krankzinnig, is het merkwaardig te zien hoe wij in het nationale vlak deze opvatting of roeping als bijna vanzelfsprekend accepteren. Ik schrik vaak wanneer ik orthodoxe Joden, maar ook wel niet-gelovigen, hoor zeggen: “Wij mogen niet als andere volken zijn; als Israël een staat zou worden als alle andere, dan verliest hij zijn recht van bestaan.” Niets lijkt beledigender voor een Jood, en voor sommige Israëli’s, dan een volk te moeten zijn als alle andere… Is het principieel mogelijk anders te zijn, afgezien van de al bestaande verschillen tussen allerlei volken? Het is inderdaad mogelijk om anders te zijn, maar binnen relatieve grenzen — het verschil is nooit absoluut. En in dit relatieve verschil delen alle volken. En toch wordt aan het Joodse volk op ondubbelzinnige wijze de eis gesteld dat het verschillend, ánders zal zijn dan andere volken. Stapels interpretaties zijn al over dit onderwerp geschreven. Het Joodse volk zuchtte onder de last van deze innerlijke opdracht, die het niet kon vervullen binnen het raam van het normale soevereine bestaan in zijn land, eenvoudig omdat hij onuitvoerbaar was. De enige manier om deze opdracht uit te voeren, was in ballingschap te gaan. Zolang het volk zich in de gola (diaspora svh) bevindt, onderscheidt het zich inderdaad fundamenteel van de rest van de volkeren… De gola schept het verschil tussen ons en alle andere volken. Aangezien we fundamenteel onmachtig zijn onszelf anders te maken, brengen we een ‘‘technische’’ scheiding aan, als we een dergelijke uitdrukking in deze context kunnen gebruiken. En deze technische afscheiding schept een essentie die, ook al bevalt ze ons niet en bezorgt ze ons geestelijk en lichamelijk leed, een neurotische oplossing biedt voor een onuitvoerbare opdracht. Zijn eenzame bestaan onder vreemde volkeren, ook al lijkt de Jood in ieder opzicht op het volk temidden waarvan hij leeft, al spreekt hij zijn taal en deelt hij zijn leven – dit bestaan en het Jood-zijn op zich onderscheiden hem, en geven hem het prettige en bevredigende gevoel ánders te zijn… Een uitverkoren volk, een voorbeeldige maatschappij – het zijn lege frasen.’ 


Toch hebben deze loze kreten gedurende naar schatting drieënhalf millennia de kern uitgemaakt van het Joodse bestaan op aarde, een geloof waaraan men zich krampachtig vastklampte en die zoveel leed over hen heeft gebracht. De religie werkte enerzijds als een zegen en anderzijds als een banvloek. De Joden plaatsten zich bewust buiten de gemeenschap der volkeren, met als gevolg dat zij werden gehaat door de Christenen. Als volstrekt willekeurige vingerwijzing maak de lezer attent op een pamflet dat in 1925 in Culemborg verscheen onder de titel Jood Of Niet? En Zo Ja, Dan… De Inleiding van een anonymus begint aldus:


Het woord ‘Jood’ heeft, zelfs in beschaafde christelijke kringen, een min of meer geringschattende betekenis. Men zal daar dus wel wat verwonderd zijn, als zij nu horen, dat wij, Joden, tegen de westerling, nu niet zo heel hoog opzien. Wij zijn er ons zeer goed bewust van bewust, dat ons geslacht reeds een hoge trap vn beschaving ha bereikt, toen de volken hier nog in beestenvellen rondliepen en in ontwikkeling misschien nog onder de tegenwoordige Hottentotten of negers stonden; dat, toen de heerlijke tempel van Salomo gebouwd werd, men hier nog holbewoner was. En tegenwoordig? Op elk gebied, in de kunst en wetenschap, industrie en handel, overal zien wij onze stadgenoten een eervolle plaats innemen. Velen onzeker beseffen  dikwijls allerlei feiten, die de anderen eerst na moeilijke denkarbeid, tot hun verrassing, ontdekken. Hebben wij niet het gevoel, dat wij de gist der samenleving zijn, het zout, dat bederf weert? 


Na eerst zijn afschuw en haat te hebben geuit over met name ‘de Katholieken,’ neemt zijn betoog ineens een opmerkelijke wending: 


‘Laten we nu verder ook eens eerlijk zijn tegenover ons zelf: zijn wij nog wel Joden? Kom me nu niet aan met dat woordenspel van wél nationaal-Joods, doch niet Joods-godsdienstig te zijn. Tot het Joodse volk werd gerekend, wie de Joodse godsdienst omhelsde; hoeveel Grieken, Semieten en anderen uit de volkeren der diaspora waren dat niet? en hoevelen van ons stammen van deze af, en niet van één der twaalf zonen van Jacob? Dit kunnen wij zelfs niet meer nagaan. 


Op boven bedoelde vraag moeten wij dus, als wij oprecht willen zijn, beantwoorden: ‘Dat is geen Jood, die zich niet meer stipt houdt aan de Mozaïsche wetten en de overgeleverde gebruiken, waardoor God ons geheiligd heeft.’ En het is de grote meerderheid onder ons, die eigenmachtig vele van deze geboden voortdurend buiten werking stelt, alsof wij daartoe het recht hadden. 


Het land Israel werd volgens de Joden door het hoogste gezag dat zij kenden, te weten God, aan hen geschonken onder de voorwaarde dat de Joodse stammen de oorspronkelijk bewoners zouden uitmoorden. Hier begint het Joodse probleem pas goed. Zo staat in Deuteronomium de goddelijke opdracht om genocide te plegen, het uitmoorden van alle volkeren die lang voor de Joden in het Beloofde Land woonden. In tegenspraak met ‘Gij zult niet stelen’ geeft God tevens opdracht het bezit van de oorspronkelijke bewoners van het beloofde land te roven, met de opdracht om ‘alles dat ademt’ te vermoorden gaf de Joodse God opdracht tot de eerste Holocaust, aldus De Thora, ‘de eerste vijf boeken van de Tenach (Hebreeuwse Bijbel), die de grondslag van het joodse geloof vormen en daarmee als de voornaamste heilige boeken van deze monotheïstische godsdienst gelden.’ Belangrijk is te weten dat de Thora om twee redenen voor het (religieuze) Jodendom van zeer groot belang is. Enerzijds omdat erin wordt verhaald dat God een verbond met drie personen heeft gesloten Abraham, zoon Isaak en kleinzoon Jakob die als de aartsvaders zijn gaan fungeren van de Israëlieten. Vanwege dit verbond verkreeg Gods uitverkoren volk het Eretz Jisrael dat zich van de Nijl tot aan de Eufraat uitstrekte. 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Thora 


Aangezien de joodse Europeanen die de eerste generatie kolonisten in Palestina vormden, voor het merendeel niet gelovig was, en zelfs neerkeek op de religie, ontbrak het hen aan een rechtvaardiging om ‘het heilige land’ te claimen. Maar toch bekleedden zij alle belangrijke posten in het bestuur van het land en zijn strijdkrachten, zeer tot de frustratie van Joodse Arabieren, die naderhand via allerlei machinaties uit het Midden-Oosten en de Maghreb naar Israel werden gehaald. Dankzij de religieuze Joden uit de Arabische wereld konden de joodse Europeanen achteraf de etnische zuivering van een groot deel van het voormalige Palestina voor zichzelf rechtvaardigen. Toch kijken de Asjkenazische joden uit vooral Oost-Europa nog steeds neer op de Sefardische Joden uit de Arabische wereld, met hun door de Arabische cultuur beïnvloede stijl. In het begin moesten zij zoveel mogelijk van hun Arabische cultuur afzweren, hun muziek mocht bijvoorbeeld geruime tijd niet op de nationale radiozenders ten gehore worden gebracht. Zij moesten ont-arabiseren via scholing en propaganda. Bovendien keek de eerste generatie joodse Europeanen die eind negentiende, begin twintigste eeuw naar ‘het Beloofde Land’ waren vertrokken neer op de joden die de Holocaust hadden overleefd, en wel omdat die zich niet hadden verzet, maar zich gewillig tot slaven hadden laten degraderen, en dit notabene door allereerst de nauwelijks ontwikkelde Duitse onderkaste, afstammelingen van de ooit in ’berenvellen’ gehulde barbaren. Soortgelijke opvattingen en ressentimenten doen nu ook in Israel opgang. 


In het ergste geval haten de Jood en de Goj elkaar, in het beste geval staan zij onverschillig tegenover elkaar. Maar altijd bleef de Jood in de christelijke cultuur de buitenstaander, terwijl op zijn beurt de Goj in de Joodse cultuur een buitenstaander bleef. Na de Tweede Wereldoorlog hebben de zionisten dermate handig gebruik gemaakt van de Holocaust dat de joods-Amerikaanse oud hoogleraar en auteur Norman Finkelstein eind twintigste eeuw zich genoodzaakt zag zijn boek The Holocaust Industry: Reflections on the Exploitation of Jewish Suffering (2000) te schrijven. Op zijn beurt waarschuwde de prominente zionist Nahum Goldmann, 12 jaar lang president van de World Zionist Organization en oprichter van World Jewish Congress, al in 1981 voor het gecultiveerde Joods-Israelische slachtofferschap: ‘De Holocaust gebruiken als een excuus voor het bombarderen is een soort “ontheiliging,” een banalisering van de onschendbare tragedie van de Holocaust, die niet misbruikt moet worden om een politiek twijfelachtig en moreel onverdedigbaar beleid te rechtvaardigen.’


Dat de Holocaust een banale industrie is geworden om het genocidale geweld van Israel te rechtvaardigen, valt tevens op te maken uit de opmerking van rabbijn Arnold Jacob Wolf, Hillel-bestuurder aan de Yale Universiteit: ‘Het komt mij voor dat de Holocaust wordt verkocht; in plaats van dat er onderwijs over wordt gegeven.’ In de inleiding van zijn ook in het Nederlands vertaalde De Holocaust-industrie schrijft Finkelstein:


‘Dit boek is een ontleding van en een aanklacht tegen de Holocaust-industrie. Op de hiernavolgende bladzijden zal ik betogen dat de ‘Holocaust’ een ideologische voorstelling is van de holocaust van de nazi’s. Net als de meeste andere ideologieën vertoont ze een, zij het vaag, verband met de werkelijkheid. Den Holocaust is niet een arbitraire, maar eerder een intern  samenhangende constructie. De centrale dogma’s ervan ondersteunen significante politieke en klassenbelangen. De Holocaust is zonder meer een onmisbaar ideologisch wapen gebleken. Door het in stelling brengen heeft een van de meest geduchte militaire machten ter wereld (Israel. svh), met een verschrikkelijke staat van dienst wat de mensenrechten betreft, zich opgeworpen als een ‘slachtoffer-staat’; en evenzo heeft de meest succesvolle etnische groep (de joden. svh) in de Verenigde Staten zich de slachtoffer-status toegeëigend.’


De prominente Joods-Israelische historicus Benny Morris toont via onderzoek van militaire archieven aan dat ‘cultureel ontwikkelde officieren’ ten tijde van de stichting van de staat ‘in ordinaire moordenaars [waren] veranderd en dit niet in het heetst van de strijd,’ maar ‘vanuit het systeem van verdrijving en vernietiging; hoe minder Arabieren bleven, des te beter het was; dit principe was de politieke motor voor de verdrijvingen en de wreedheden.’ The Birth of the Palestinian Refugee Problem Revisited (2004).


Ari Shavit, correspondent bij Haaretz, gaf commentaar op Morris' rechtvaardiging voor het met geweld verdrijven van de Palestijnse in 1948 door de meer recente ‘burger’ Morris te contrasteren met ‘historicus’ Morris. Hij merkte op dat de ‘staatsburger Morris en de geschiedkundige Morris tewerk gaan alsof er geen verband tussen beiden bestaat; de één probeert te redden wat de ander graag wil vernietigen,’ een schizofreen kenmerk die mij al ruim drie decennia geleden was opgevallen bij de meeste zionisten zowel in als buiten Israel die zich politiek links voelen


Over de etnische zuivering van 1948 stelde de in Israel gezaghebbende Morris dat zijn land ‘rustiger zou zijn en minder lijden zou kennen als Ben-Gurion een grote verdrijving had uitgevoerd en het hele land had schoon gemaakt — het hele land Israël tot aan de rivier de Jordaan. Het zou nog wel eens zijn fatale fout kunnen blijken. Als hij een volledige verdrijving had uitgevoerd — in plaats van een gedeeltelijke — zou hij de staat Israël generatieslang hebben gestabiliseerd. Zelfs de grote Amerikaanse democratie had niet tot stand kunnen komen zonder de vernietiging van de Indianen. Er zijn gevallen waarin het algehele, uiteindelijke goede, de wrede daden rechtvaardigt die in de loop van de geschiedenis zijn gepleegd.’ Deze extremistische uitspraak demonstreert dat zowel Joodse academici, intellectuelen, autoriteiten, politici, en gewone burgers nazi-opvattingen erop nahouden. Begrippen als ‘Heim ins Reich,’ ‘Lebensraum,’ ‘Übermenschen,’ en ‘Untermenschen’ passen verrassend naadloos in de gedachtenwereld dat 'Er gevallen [zijn] waarin het algehele, uiteindelijke goede, de wrede daden rechtvaardigt die in de loop van de geschiedenis zijn gepleegd.’ Hier doet zich het weerzinwekkende sentiment voor dat juist een Jood deze overtuiging kan aanhangen, die ook nazi's koesterden.   


Uiteindelijk worden daarmee genocide en Holocaust gelegitimeerd, zoals nu blijkt uit de aanval op en de poging tot etnische zuivering van Gaza. Norman Finkelstein over zijn boek over de  commercialisering van de Holocaust-industrie:


Dit boek is zowel een ontleding als een aanklacht tegen de Holocaust-industrie. Op de volgende bladzijden zal ik beargumenteren dat ‘De Holocaust’ een ideologische weergave is van de nazi-holocaust. Zoals de meeste ideologieën heeft ook deze een, zij het zwak, verband met de werkelijkheid. De Holocaust is niet arbitrair fenomeen, maar eerder een intern samenhangend constructie. De centrale dogma’s ondersteunen belangrijke politieke- en klassenbelangen. De Holocaust is inderdaad een onmisbaar ideologisch wapen gebleken. Door zijn inzet heeft één van de meest formidabele militaire machten ter wereld, met een afschuwelijke staat van dienst op het gebied van de mensenrechten, zichzelf opgeworpen als een ‘slachtoffer-staat,’ en heeft de meest succesvolle etnische groep in de Verenigde Staten eveneens de status van slachtoffer verworven. Er vloeien aanzienlijke voordelen voort uit dit misleidende slachtofferschap – in het bijzonder de immuniteit tegen kritiek, hoe gerechtvaardigd ook. Degenen die deze immuniteit genieten, zo zou ik willen toevoegen, zijn niet ontsnapt aan de morele corruptie die daarmee gepaard gaat. 


Het huidige probleem is dat de meesten van ons  in de luwte van de geschiedenis hebben geleefd, misschien wel de belangrijkste reden dat het merendeel van de Westerlingen niet bij hun volle verstand is. Men voelt zich 'entitled,' is verdwaald geraakt temidden van de instituten die nog bestaan, maar niet langer meer functioneren; zij vormen slechts de achtergebleven façades van een voorbij tijdperk, een tijd die voor de huidige westerling een niet doorleefde werkelijkheid is. 


Telkens weer vergist men zich door te denken dat wij vandaag de dag de bodem van de afgrond hebben bereikt. In werkelijkheid is alles waarvan wij getuige zijn, slechts een opmaat naar de totale vernietiging. Wie had ooit kunnen bedenken dat Joden na de Holocaust een genocide op hun Palestijnse buren zouden plegen, dat de dynamiek van het Westen is uitgewerkt, een moreel en cultureel berooid landschap achterlatend. Desondanks bereidt de elite zich voor op een alles vernietigende Derde Wereldoorlog. We zien machteloos toe hoe een herhaling van zetten de geschiedenis versteend heeft terwijl wij omringd zijn door verdriet en eenzaamheid;  er is geen licht aan het einde van de tunnel. Diep in ons onderbewustzijn hebben wij altijd geweten dat er geen oplossing is voor  de condition humaine. De man die over water liep is er niet in geslaagd de drenkelingen te redden, het  rationalisme van de Verlichting is geëindigd in Aushwitz en Hiroshima. De hedendaagse consument — de eens zo overtuigde burger — bezit geen trots meer, geen gevoel voor eigenwaarde. Hij laat zich  meeslepen, steeds dieper de eigen hel in, niet beseffend dat alle pracht en praal van de hoer van Babylon vergankelijk is, dat het 'uitverkoren' zijn geen recht oplevert, maar een verplichting. Onverzadigbaar zijn wij, in alles, maar waar we werkelijk naar verlangen weten we niet, of het moet het verlangen naar de dood zijn, wanneer alles stilvalt. 


In de Amerikaanse HBO-serie True Detective zegt één van de hoofdrolspelers, Matthew McConaughey, die de rol van rechercheur speelt:


I consider myself a realist. But in philosophical terms I am what is called a pessimist. I think human awareness is a tragic misstep in evolution. We became too self-aware. Nature created an aspect of nature seperated from itself. We are creatures that should not exist by natural law. We are things that labor under the illusion of having a self, this secretion of sensory experience and feeling. Programmed, with total assurance that we are each somebody, when in fact everybody is nobody. I think the honorable thing to do is deny our programming, stop reproducing, walk hand in hand into extinction. One last midnight, brothers and sisters opting out of a raw deal.


Deze zienswijze bewijst zich dagelijks gezien de grootscheepse terreur die als een rode draad door de hele geschiedenis loopt. Bovendien voert het onvermogen van de mens om te leren de menselijke soort nu naar de eigen ondergang. Weliswaar kan de christen hier tegenover stellen dat God de mens ‘naar zijn evenbeeld’ schiep ‘om de heerschappij te voeren over alle andere schepselen.’ Tenslotte keek [God] naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was,’ zo staat in het eerste boek van de bijbel. Maar wat eens ‘zeer goed was,’ is inmiddels in gevaar, de mens is als een parasiet die zich ten koste van andere organismen in stand houdt en vermenigvuldigt. Hij is niet in staat tot wat in de biologie mutualisme heet, het vermogen om een harmonische interactie aan te gaan met andere levensvormen waarvan alle partijen profijt hebben.


De kapitalistische consumptiecultuur is per definitie parasitair, en blijkt niet in staat te evolueren, dat wil zeggen zich aan te passen aan veranderende omstandigheden. De mens is op die manier, volgens Darwin's zienswijze, gedoemd uit te sterven als soort. De mensheid bezit niet de evolutionaire intelligentie die bijvoorbeeld de Bristlecone pine wel heeft, terwijl deze boom onder veel moeilijkere omstandigheden moet zien te overleven. The Bristlecone Book (2007):


In rocky terrain, roots wrap tightly around boulders, forming a strong anchorage, and they seek water in cracks in the rocks. Like most pine roots, Great Basin bristlecone roots stay close to the surface, mainly in the first foot of soil, and there is usually no taproot. Instead, lateral mother roots leave the trunk like the arms of an octopus, sinuously passing to the side of the roots of neighbors and extending as far as 50 feet…


Pine mother roots subdivide into finer roots that bear new white tips during the spring growth flush. Most of those tender tips die within days or weeks. Luckier ones form a beneficial symbiosis with fungi living in the soil, in which the fungal tissue covers the root tips like a glove covering fingers. These roots will live several months and be replaced the next year. During that brief lifetime, the mycorrhizal tips will outperform non-mycorrhizal tips in the uptake of water and nutrients, and they may even ward off root-rotting fungi. Compared to the relatively fungus-rich soils of lower-elevation forests, the soils of the Great Basin bristlecone stands in the White Mountains have been found to harbor only a few species of fungi capable of linking up with the pines’ roots. The fine roots are of great importance in drawing up soil water with its hoard of dissolved minerals, but water is absorbed through the bark of larger roots as well.


De Bristlecone pine, die in spleten tenmidden van kale granieten rotsen in onherbergzaam gebied leeft, is een wonder van evolutionaire intelligentie. Het past zich aan en weet zo te overleven, de oudste is rond de 5000 jaar. Een paar honderd kilometer verderop, dichterbij de westkust van Californië leeft een boomsoort die meer dan honderd meter hoog kan worden. In 2013 schreef de academicus David Harris:


For 20 million years, California’s entire northern coastal cusp, from Monterey Bay to the Oregon border, from water’s edge to as deep as forty miles inland, had been dominated by sequoia sempervirens, a forest of some 2 million acres. After little more than seventy years of logging, that giant ancient forest had disappeared from all but the least accessible locales along the North Coast.

David Harris. The Last Stand. The War Between Wall Street and Main Street Over California’s Ancient Redwoods. 1996


Ondanks het kappen van bijna 97 procent van alle sequoia's aan de Amerikaanse westkust was de onverzadigbare roofbouw nog niet gestopt. Ook een deel van de resterende gigantische bomen zou verdwijnen door de praktijken van een Amerikaanse neoliberale speculant, genaamd Charles Hurwitz.  In The Last Stand schreef de Harris over hem: 


Business Week described him as an ‘inscrutable’ and ‘enigmatic financier’ whose ‘quiet Texas charm and baby face conceal a steel-nerved dealmaker who has stripped down companies and squeezed out their shareholders… Day and night, Hurwitz studies takeover targets, poring through files or talking to former executives and investment bankers… Patience is one of the biggest attributes. So is tenacity… Hurwitz is tight-lipped about his next targets. But he will not let himself become overconfident… Most of the risks, it seems, are borne by the companies unlucky enough to catch his eye… Charles Hurwitz doesn’t bark, he just bites.’ In an economy in which predators were playing all the lead roles, Charles was recognized as a predator of the first order by all concerned.


Predator: roofdier, plunderaar. Een plunderaar is in dit geval iemand die met geleend geld van banken succesvolle bedrijven leeg zuigt en stervend achterlaat. Dit is één van de activiteiten van zogeheten investeerders die als speculanten schatijk worden dankzij hun immorele praktijken, waarop geen enkele effectieve democratische controle bestaat. Terecht heeft Noam Chomsky opgemerkt dat ‘corporations are more totalitarian than most institutions we call totalitarian in the political arena,’ aangezien een ‘board of directors at the top of managers give orders, everyone follows orders.’ Toen ik in 2010 David Harris in Californië interviewde zei hij dat Hurwitz model staat voor het neoliberale kapitalistische systeem, het globalisme, dat egoïsme beloont ten koste van alles. Eén van de weinige loyaliteiten die Hurwitz bezit, is ‘the state of Israel,’ de staat van de Joden. Zijn ’Maxxam Group, his Houston flagship corporation,’ had destijds de status van:


a national juggernaut. Fortune ranked it number 184 in its 1989 list of the nation’s 500 largest companies — first in sales increase, fourth in profit increase, and tenth in percentage of return to its investors — and Business Month named Maxxam the nation’s single fastest growing company for 1989, listing its interests as ‘lumber, aluminum, [and] real estate. […] The company’s board, of which he was chairman, was about to reward him with a 1989 salary payment of $3.97 million, an additional bonus of $3.5 million, and $497.000 worth of stock options. The remuneration package was larger than those of the chairman of General Motors, IBM, and General Electric combined.’


Charles Hurwitz: het prototype van de neoliberale mens die alleen met zichzelf solidair is, en daarom over een vorstelijk inkomen kon beschikken, zeker voor de zoon van een winkelier uit Kilgore, Texas, een dorp dat rond het midden van de jaren dertig bijna was geëindigd als ghost town. Misschien juist vanwege zijn eenvoudige joodse afkomst besefte Hurwitz hoe belangrijk geld is om te worden geaccepteerd in de Amerikaanse kleinburgerlijke christelijke maatschappij, met zijn onderhuidse afkeer van joden. Hij presenteerde zich, net als alle andere speculanten, graag als een zakenman die iets opbouwde. David Harris over het beeld dat Hurwitz van zichzelf had:


Raider? He found no small element of anti-semitism in the term, applied, as it often was, by Ivy goyem insiders to Jews who made money even without the Ivy Leaguers’ old-boy connections. What was he? Some kind of gunslinger? Buying and selling was what this country was all about and, as far as he was concerned, he was just being run down because he was better at it than most.


Aangezien werkelijk alles in de VS om geld draait was rijkdom de manier om de gojim met gelijke munt terug te betalen. En dat deed Hurwitz als volgt nadat hij een Californisch houthakkersbedrijf had opgekocht :


In 1985, the sleepy, well-fed, well-manicured, company town of Scotia, California, got a rude awakening. Its bread-and-butter, the Pacific Lumber Company was taken over by Maxxam. It was a classic ‘greed is good,’ 1980s’ event. The little logging company had a lot of land on which grew giant redwoods. The little logging company had been harvesting redwoods in a manner that allowed re-growth on a long-term basis. In other words, there were still giant redwoods as far as the eye could see. What Hurwitz apparently saw were chainsaws turning those trees into lumber for cash to pay off the high-demand junk bonds used in the little logging company’s takeover. The company doubled its rate of logging, according to the Environmental Protection Information Center, a local watchdog group. A company document listed the 1997 tree cut rate as 253 million board feet. That’s a lot.


By threatening to cut down some of the vestiges of the ancient forest, Maxxam was able to cut a deal with taxpayers to buy out some of its property to avoid logging. The Headwaters forest, about 3,800 acres, cost taxpayers in the vicinity of $400 million in debt-for-nature swap… Neighbors have complained and filed lawsuits over the effects of increased logging. It’s not just the barren hillsides that once hosted lush forests and wildlife, including the spotted owl, but the increased flooding that have severely impacted some of the local community…


In addition to the chance to plunder the forest, Hurwitz also seems to have noticed the company workers' well-stocked pension fund…  When Hurwitz took the company over, the pension fund disappeared as far as the workers were concerned. Later on, right before Christmas 2001, Hurwitz laid off 10 percent of the logging company’s workforce… Even before the logging and the labor disputes, Hurwitz was in trouble for his business practices. Two federal agencies, the Treasury Department’s Office of Thrift Supervision (OTS), and the Federal Deposit Insurance Corporation (FDIC), have brought actions against Hurwitz. Hurwitz allegedly had a hand in the demise of the United Saving Association of Texas in 1988. Backed by the FDIC, OTS was seeking $820 million against Hurwitz…


And after all that help from taxpayers, all that raiding of workers’ pension, all that nasty flooding from all that wicked logging of giant redwoods, what does Hurwitz have? As far as Maxxam goes, its latest report to the Securities & Exchange Commission show a shaky operation at best. In the first quarter of the year it showed a $55 million deficit. Meanwhile, a statement from last year to stockholders reveals Hurwitz has a total package of $1.8 million in income -- $786,000 in salary, $910,000 in bonus and $142,000 in 'other' recompense.

http://www.alternet.org/story/13796/the_original_mean_ceo 


Toen ik in 2010 Scotia bezocht was geen mens te zien bij de houtzagerij, de voormalige ‘company town’ was doodstil, er was geen enkele bedrijvigheid. Het leeggeplunderde houthakkersbedrijf Palco was inmiddels door Hurwitz verkocht nadat: 


In 2003, the Company was sued civilly, by the District Attorney of Humboldt County, for fraud and violations of the California Business and Professions Code. The suit was predicated on the allegation that PALCO had affirmatively represented that its timber operations would have a similar environmental impact across all of its land holdings, when in fact there were wide variances and effects on differing watershed environments. The suit was ultimately dismissed by a California Superior Court Judge, but was later appealed to the California Court of Appeal. In January 2008, the California court of Appeal for the 1st district upheld the trial court's dismissal of the litigation, and the suit is for all practical purposes over. During the pendency of this litigation MAXXAM filed for Bankruptcy.


Door het faillissement kon Hurwitz financieel niet aansprakelijk worden gesteld voor zijn asociale praktijken. Het geplunderde bedrijf ‘announced in 2006 a desire to sell the homes (to the employees and retirees who currently live there) and commercial property. The company suggested that Scotia become part of Rio Dell, which is a small neighboring city located directly across the Eel River. In 2007, the company filed for bankruptcy. Additionally the need for employees has reduced from over 1,000 to around 300 in part due to a lack of logs.’


Naderhand sprak ik met voormalige werknemers van het bedrijf in Scotia, één van hen vertelde dat door dit roofbouw kapitalisme zijn land geen toekomst had, en dat de VS een plutocratie was geworden waarop een gewone burger geen enkele greep heeft. Hoe de democratie in ere herstellen? ‘Ik heb zelfs geen begin van een antwoord. Ik weet het niet,’ antwoordde de man, die voorts vertelde dat de crisis ook zijn gezin had getroffen. Hoe nu verder? ‘Wij hebben een groep vrienden uit alle lagen van de bevolking die regelmatig bijeenkomen, maar dat is meer om elkaar te steunen dan om een oplossing te bedenken voor dit systeem. En ook al zouden we een alternatief kunnen bieden, dan zou dit niets veranderen, want wijk hebben geen enkele macht. Bovendien zijn wij te geïsoleerd  en de media zijn in handen van dezelfde schurken, dus ook daar kun je je verhaal niet kwijt. Wij zijn niet eens in staat om daadwerkelijk te kunnen doorgronden wat er precies is gebeurd. Wij merken alleen de negatieve gevolgen ervan.’ Wat zal het lot zijn van zijn kinderen? ‘Zelfs dat weet ik niet. Ik hoop dat ze alle drie goed terechtkomen.’ Net als anderen die ik in Scotia sprak, hoopte ook hij dat zijn kinderen door eigen talenten te ontwikkelen zich onkwetsbaar zouden maken voor de gevolgen van het neoliberalisme. Voor de slachtoffers was duidelijk dat dit parasitaire systeem de gemeenschap van gewone mensen vernietigt. 


Hoe anders is het bestaan van het mutualistische systeem van de Sequoia’s die eens dit gebied bevolkten. Tien tot twintig miljoen jaar ‘natural selection... has organized ecosystems into a complex, symbiotic relationship of species.’  Bossen zijn het concrete bewijs dat ‘nature knows best what it is doing,’ aldus de Amerikaanse auteur Erik Reece in zijn boek Lost Mountain dat de vernietiging beschrijft van ‘the cycle of nature.’ Maar in tegenstelling tot geld heeft de natuur geen stem en dus blijven de plunderaars aan de macht. Dat kan domweg niet anders, want ‘American democracy is that citizens have the freedom to speak, but unless they are wealthy, not the authority to be heard.’ Bovendien heeft de calvinistische cultuur in de VS een aanzienlijk aantal mensen fatalistisch gemaakt. ‘In this view, such seeming injustices as exploitative bosses, terrible working conditions, and grinding poverty may not get righted in this world, but will certainly be compensated for in the next,’ een mentaliteit die ik tegenkwam zowel onder de  bevolking in de heuvels van Noord Californië tot die van Kentucky en West Virginia. Datzelfde fatalisme is te merken aan het gevoel van machteloosheid van veel Amerikanen ten aanzien van de milieuvernietiging door de rijke elite. De academicus Erik Reece:


We are currently witnessing – and  ignoring – the sixth great extinction since the advent of life on earth. This is not the hysterical cry of some druid; it is cold scientific fact.


The history of life on earth has seen five great extinctions, all caused by natural phenomena. The last extinction, 65 million years ago, possibly caused by an asteroid, wiped out the dinosaurs. Everybody learns this in school. What we don’t usually learn is that up until the age of agriculture, species became extinct at roughly the rate of a few every million years – the same rate at which new species evolved. Or as E.O. Wilson has figured it, one species out of a million went extinct each year. That formula is known to biologists and archeologists as the ‘background rate.’ Now, because of rising temperatures, chemical pollution, the introduction of exotic plants, and forest fragmentation, species worldwide are disappearing at 1,000 to 10,000 times that rate. That is to say, roughly one species goes extinct every hour.


According to the World Conservation Union Red List, one in four mammals and one in eight bird species are in some degree of danger. Since 1980, habitat destruction has reduced our closest genetic and socially predisposed relative, the bonobo of West Africa, from 100,000 to merely 3,000. Of the 9,946 known bird species, 70 percent are declining in number.


De 'sequoia sempervirens,' (kustsequoia) overleeft al meer dan 10 miljoen jaar, maar wordt nu door de mens bedreigd in zijn voortbestaan.


Het lijkt alsof er zich een collectieve doodsdrift heeft meester gemaakt van de westerse mensheid. Tegelijkertijd meent de westerling de idealen van de Verlichting te hebben verwezenlijkt en daardoor zijn wil overal ter wereld kan opleggen, altijd gepaard gaande met geweld, of op zijn minst met de dreiging van grootschalige verwoesting. Het meest gewelddadige systeem, verantwoordelijk voor zowel Auschwitz als Hiroshima, claimt nu de democratie en de mensenrechten te verspreiden. In werkelijkheid isn. precies het tegenovergestelde het geval, en is juist een pathologische doodsdrift de motor achter het Westerse systeem, een cultuur die meent de verlossing in pacht te hebben. Wij zijn de mensen over wie W.B. Yeats in ‘Het Wiel’ dichtte:


The Wheel

THROUGH winter-time we call on spring,

And through the spring on summer call,

And when abounding hedges ring

Declare that winter's best of all;

And after that there’s nothing good

Because the spring-time has not come —

Nor know that what disturbs our blood

Is but its longing for the tomb.


Het Wiel

's Winters willen wij de lente

en in de lente liefst de zomer,

en als het wemelt in de heggen

zeggen wij: laat de winter komen.

En daarna is er niets meer goed:

het voorjaar komt er niet meer aan.

Wij weten niet dat in ons woedt

verlangen om maar dood te gaan.

De schitterende vertaling is van wijlen Jan Eijkelboom. 


De soort Homo Sapiens is uitgeput en sterft liever dan dat zij overleeft. Liever de droom van het paradijs in het hiernamaals in een materialistische cultuur dan de werkelijkheid op aarde. In het laatste hoofdstuk van ‘On The Origen of Species’ schreef Charles Darwin met verwondering het volgende:


Thus, from the war of nature, from famine and death, the most exalted object which we are capable of conceiving, namely, the production of the higher animals, directly follows. There is grandeur in this view of life, with its several powers, having been originally breathed into a few forms or into one; and that, whilst this planet has gone cycling on according to the fixed law of gravity, from so simple a beginning endless forms most beautiful and most wonderful have been, and are being, evolved.


De evolutie beschermt de soort die zich het beste aanpast aan de eeuwig veranderende omstandigheden. Het ironische is dat ik Darwin’s regels opnieuw las op een bord bij de ingang van het Museum of the Rockies in het universiteitsstadje Bozeman in de staat Montana, genoemd naar John Merin Bozeman. Hij behoorde tot het leger van armen dat rond het midden van de negentiende eeuw naar Colorado en Californië trok in de hoop daar snel rijk te worden als goudzoeker. Bozeman vond een nieuwe route die de ‘gold rush territory’ van Montana verbond met de Oregon Trail, een van de weinige begaanbare routes door de Rocky Mountains naar de Westkust waar ontelbare gelukzoekers gebruik van gingen maken. Drie jaar later, in 1867, werd Bozeman vermoord. Hoewel de Indianen de schuld kregen was naar alle waarschijnlijkheid een partner van hem de dader. Juist in dit stadje waar de ‘survival of the fittest’ heerste, worden vandaag de dag studenten en andere museumbezoekers erop gewezen dat de evolutie niet betekent dat de sterkste overleeft, maar juist degene die zich het beste aanpast, dat dus niet het parasitaire principe overwint maar juist het mutualistische, waardoor myriaden levensvormen mogelijk zijn gemaakt. Op die verscheidenheid wordt nu door onze alles verwoestende cultuur een vernietigende aanslag gepleegd en raakt noodzakelijke kennis verloren, ‘irretrievably in many cases,’ aldus Reece. Die verwoesting is irrationeel. ‘Consider that one in every ten plant species contains anticancer compounds. In a purely selfish sense, Homo sapiens who care about the survival of their species should find the current rate of extinction rather alarming. I may think – I do think – that preserving species diversity enriches the very concept of life, but it also holds the secrets to the perpetuation of human life. Because in the end, the natural world does not need conserving. The planet has survived five extinctions; it can survive another one. No, it is we who need conserving. And it is the current logic of short-term profit, affluence, and convenience that had blinded us to the havoc we are inflicting on future generations.


Nadat Erik Reece aan de Amerikaanse evolutiebioloog James Krupa, hoogleraar biologie aan de University of Kentucky, de vraag had gesteld waar onze parasitaire cultuur op uitloopt antwoordde deze: ‘Oh, I think we’re doomed. With our levels of population and rates of consumption, it’s just a matter of time before we kill ourselves off.’ Krupa voegde er wel aan toe: ‘It’s not something I tell my freshmen.’


Zo wisten de Amerikanen in minder dan een eeuw 96 procent van ’s werelds grootste boomsoort, de Sequoia, om te kappen. Laten we deze vernietiging in een relevant perspectief plaatsen. De Sequoia leeft als soort al tien tot 20 miljoen jaar, de Homo sapiens ‘began to exhibit full behavioral modernity around 50,000 years ago.’ Met andere woorden: de mens bezit een evolutionaire intelligentie niet groter dan hooguit 0,5 procent van die van de Sequoia en toch meent de mens het recht te hebben om de overgrote meerderheid van die bomen in het — evolutionair gezien — tijdsbestek van een oogwenk om te hakken, zonder ook nog eens precies te weten welke consequenties zijn ingreep in de natuurlijke harmonie boven maar vooral ook onder het aardoppervlak veroorzaakt. Deze houding werkt de zelfvernietiging in de hand.


Hoe weten bomen en planten, als soort, zolang te overleven? Hier begint het wonderbaarlijke mutualisme. ‘The roots of nearly all land plants form mycorrhizal symbioses with specialized soil fungi. The mycorrhizal fungi serve as extensions of plant roots, taking up nutrients and water and transferring them to the roots. In return, the mycorrhizal fungi receive their primary energy source in the form of simple sugars from plant photosynthates translocated to the roots. Sequoiadendron giganteum forms a type of mycorrhizae referred to as vesicular-arbuscular mycorrhizae… Forest fungi are one of the more numerous groups of forest organisms and play a critical role in nutrient cycling, soil fertility, and thus ecosystem productivity. They are also cornerstones in the complex forest food web. Forest plants have co-evolved mutualistic relationships with symbiotic root fungi such that their survival and fitness depends upon the healthy functioning of these fungi and vice versa. Just as forests invest tremendous capital in the form of photosynthates to fuel beneficial soil organisms, so too must we protect the unseen and overlooked belowground ecosystem.’

United States Department of Agriculture, Forest Service 


Hier is dus sprake van een ingenieus samengaan. De Sequoia kan blijven doorgroeien doordat de lange draden van ondergrondse schimmels voedingsstoffen naar de wortels van de boom brengen en daarvoor beloond worden met suikers. Tegelijkertijd onttrekken de bovenste naalden van de maximaal honderd meter hoge sequoia water niet aan de grond, maar uit de nevels die ‘s ochtends opstijgen uit de relatief koude Stille Oceaan en vervolgens over de lage heuvels aan de kust wegtrekken. Zou de Sequoia even parasitair zijn geweest als de mens dan was de boom al miljoenen jaren geleden uitgestorven. Was de westerse mens net zo rationeel geweest als de Indianen, dan had hij allang een les uit de natuurwetten geleerd. Het kapitalisme kan dat niet, aangezien het om te kunnen overleven mateloos dient te zijn. Het is per definitie een irrationeel systeem, gebaseerd op driften en op geconditioneerde reflexen die onvermijdelijk zijn eigen ondergang inluiden.


Consider that one in every ten plant species contains anticancer compounds. In a purely selfish sense, Homo sapiens who care about the survival of their species should find the current rate of extinction rather alarming. I may think — I do think — that preserving species diversity enriches the very concept of life, but it also holds the secrets to the perpetuation of human life. Because in the end, the natural world does not need conserving. The planet has survived five extinctions; it can survive another one. No, it is we who need conserving. And it is the current logic of short-term profit, affluence, and convenience that had blinded us to the havoc we are inflicting on future generations.

http://stanvanhoucke.blogspot.nl/2013/01/deskundigen-93.html 


Reculer pour mieux sauter. True Detective: 'I think human awareness is a tragic misstep in evolution. We became too self-aware… We are things that labor under the illusion of having a self, this secretion of sensory experience and feeling. Programmed, with total assurance that we are each somebody, when in fact everybody is nobody.’


Hier staan wij nu 165 jaar na het verschijnen van Darwin’s evolutietheorie ‘On the Origin of Species (1859)’ met lege handen, een chaotisch bewustzijn, een niet te bedaren doodsdrift en een pathologisch gebrek aan zelfrespect. Burgers die daar wel over beschikken, zo schreef de Amerikaanse journaliste/schrijfster Joan Didion ‘exhibit a certain toughness, a kind of moral nerve; they display what was once called character, a quality which, although approved in the abstract, sometimes loses ground to other, more instantly negotiable virtues,’ waaraan zij in het aangrijpende essay ‘Self-respect: Its Source, Its Power’ — opnieuw gepubliceerd in haar verzamelbundel Slouching Towards Bethlehem (1968) — toevoegde dat ‘character — the willingness to accept responsibility for one's own life — is the source from which self-respect spring.’ Een karakterloos leven zonder ‘zelfrespect,’ is volgens Didion ‘counting up the sins of commission and omission, the trusts betrayed, the promises subtly broken, the gifts irrevocably wasted through sloth or cowardice or carelessness. However long we postpone it, we eventually lie down alone in that notoriously uncomfortable bed, the one we make ourselves. Whether or not we sleep in it depends, of course, on whether or not we respect ourselves.’ Dit werkte Didion als volgt uit: ‘To have that sense of one's intrinsic worth which, for better or for worse, constitutes self-respect, is potentially to have everything: the ability to discriminate, to love and to remain indifferent. To lack it is to be locked within oneself, paradoxically incapable of either love or indifference. If we do not respect ourselves, we are on the one hand forced to despise those who have so few resources as to consort with us, so little perception as to remain blind to our fatal weaknesses. On the other, we are peculiarly in thrall to everyone we see, curiously determined to live out — since our self-image is untenable — their false notions of us. We flatter ourselves by thinking this compulsion to please others an attractive trait: a gift for imaginative empathy, evidence of our willingness to give. 


At the mercy of those we can not but hold in contempt, we play roles doomed to failure before they are begun, each defeat generating fresh despair at the necessity of divining and meeting the next demand made upon us.


Het is niet verbazingwekkend dat The New York  Review of Books Joan Didion als ‘a great American writer’ prees, met één van de ‘most recognizable — and brilliant — literary styles to emerge in America during the past four decades,’ een bewonderenswaardige vrouw die het gebrek aan zelfrespect ‘alienation from self’ noemde, aangezien ‘Without it, one eventually discovers the final turn of the screw: one runs away to find oneself, and finds no one at home.’ 


Geen opmerkingen:

Jackson Hinkle delivers a POWERFUL speech in Yemen!

https://x.com/stairwayto3dom/status/1904670187724435531 Nieuwe posts bekijken Gesprek The Saviour @stairwayto3dom Jackson Hinkle delivers a...