
Het publiek behagen, het is precies waardoor Philip Freriks zo populair is in de wereld van de kitsch. Dat lijkt leuk en ongevaarlijk, maar er zit een gitzwarte kant aan en opmerkelijk genoeg blijkt dat uit de volgende constatering van Freriks zelf: 'Het laatste boek dat ik heb gelezen, Les Bienveillantes van de Franstalige Amerikaan Jonathan Littell, is een boek waar ik voor het eerst in veertig jaar ’s nachts van wakker heb gelegen.’ En waarom Philip ervan wakker heeft gelegen blijkt uit de volgende zinnen: ‘Het is geschreven vanuit het perspectief van een SS-officier. Een psychopaat, maar ook een briljante man. Hij is na de Tweede Wereldoorlog ontsnapt, en schrijft zijn herinneringen op. Een verschrikkelijk boek. Die officier beschrijft heel precies wat er gebeurt – de gruwelijke moordpartijen waarbij hij betrokken is, maar ook een gezellig dinertje met zijn vrienden. Het is zó opgeschreven dat je denkt: ik had het zelf kunnen zijn.’
Hier zijn we bij de kern van de zaak: goede literatuur is een spiegel waarin de mens zichzelf herkent. Philip heeft er 'van wakker gelegen,’ omdat hij ineens besefte: ‘ik had het zelf kunnen zijn.’ Hoe komt het dat Philip zich in deze SS-er herkent? Dat is de centrale vraag. Ik denk omdat Freriks door de spiegel van 'een verschrikkelijk boek' beseft een massamens te zijn, die alleen zo succesvol kan functioneren omdat hij zelf geen sterke overtuigingen heeft. Hij waait met alle winden mee, hij is een spreekbuis van de bestaande macht, een conformist, zoals beschreven door Alberto Moravia en Jonathan Littell, een joodse schrijver die in mei van dit jaar in een interview met Haaretz, Israel ervan beschuldigde de Holocaust te gebruiken voor “political gain and likened Israel's behavior in the occupied territories to that of the Nazis prior to World War II: "If the [Israeli] government would let the soldiers do worse things, they would. Everyone says, 'Look how the Germans dealt with the Jews even before the Holocaust: cutting the beards, humiliating them in public, forcing them to clean the street.' That kind of stuff happens in the territories every day. Every goddamn day."
Daarin verschilt Jonathan Littell, de auteur van "De Welwillenden", fundamenteel met de nieuwslezer Philip Freriks, die zichzelf ‘wel eens’ heeft ‘afgevraagd: ben ik nou zo ontzettend gepantserd dat al die narigheid me niets meer doet?’ Er bestaat een onoverbrugbaar, wezenlijk verschil tussen betrokkenheid en onverschilligheid. Waar het hier om gaat is dat verzet tegen onrecht nu moet worden gepleegd, op dit moment, niet achteraf, als het al te laat is. De massamens, de welwillende maar niet doende, verzet zich niet, die past zich aan, als een conformist verandert hij van vorm en inhoud. Alleen kleurloos weet hij te overleven, als een mens zonder eigenschappen, als iemand die de macht behaagt. En pas op: er zijn miljoenen Philip Freriksen in een massamaatschappij.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten