Zoeken in deze blog 🔎🔎

Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht Uri Rosenthal. Een Nederlandse Minister. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht Uri Rosenthal. Een Nederlandse Minister. Sorteren op datum Alle posts tonen

zaterdag 12 februari 2011

Uri Rosenthal. Een Nederlandse Minister 31


De NRC:


Ik heb weinig met het woord ‘leuk’

[afbeelding]Woensdag bezocht VVD-minister Uri Rosenthal het Shoah-museum in Jeruzalem: „Ik draag de Holocaust niet voortdurend met mij mee.”
Foto AFP

Mark Kranenburg | pagina 9
Op zijn reis door het Midden-Oosten lag minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) in eigen land onder vuur. Crisismanagement vanuit het buitenland. ‘Ik zoek de high ground.’
Door
Het is een onrustige lunch in restaurant Fakhr el-Din in de Jordaanse hoofdstad Amman. Minister Rosenthal moet de overvloedige tafel met Libanese gerechten een paar keer verlaten voor telefonisch crisisberaad. Het binnenland roept. In een hoekje van het restaurant wordt koortsachtig overleg gevoerd. Zijn gastheer, de hoogste ambtenaar van het Jordaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en tijdelijk minister, heeft alle begrip.
Er waren tijden dat Nederlandse ministers in het buitenland nieuws maakten. Deze week was minister Uri Rosenthal zelf onderwerp van het nieuws op zijn eerste meerdaagse reis naar het buitenland, in het bijzonder Jordanië, Israël en de Palestijnse gebieden. Terwijl hij het vredesproces in het Midden-Oosten wilde bespreken, werd Rosenthal in eigen land hoofdpersoon van een heel ander proces: een snel uit de hand lopend diplomatiek conflict.
De kwestie-Iran blijft hem achtervolgen. Bewandelt Rosenthal de juiste weg in het beteugelen van de in hoog tempo oplopende diplomatieke crisis tussen Iran en Nederland, vraagt de Tweede Kamer zich af. Het conflict ontstond twee weken geleden na de onverwacht snelle executie van de begin januari ter dood veroordeelde Nederlands-Iraanse Zahra Bahrami.
Rosenthal was zondagavond nog maar net geland in Jordanië toen het bericht kwam dat het stoffelijk overschot van Zahra Bahrami op 400 kilometer afstand van Teheran was begraven zonder dat er familie bij was. „Respectloos”, reageerde de minister maandagochtend tegenover de meegereisde journalisten. „Het tekent de aard en het karakter van het regime.” Tevens kondigde hij aan dat de Nederlandse ambassadeur in Teheran, Cees Kole, later in de week naar Den Haag zou terugkeren. Ook was de Iraanse ambassadeur in Den Haag nog diezelfde maandag op zijn departement ontboden om opheldering te verschaffen. En dan waren er nog de ambassadeurs van de EU-lidstaten die woensdag in Teheran bij elkaar zouden komen om te overleggen over de situatie.
Tijdens het interview in het regeringsvliegtuig op de weg terug van Tel Aviv naar Nederland wil de minister eigenlijk niet nog eens de film afspelen. Had het beter gekund, zijn er fouten gemaakt? Het waren „moeilijke afwegingen” geweest waar hij „verantwoordelijkheid” voor draagt, is het enige dat Rosenthal erover kwijt wil. In het Tweede Kamerdebat van een week geleden is alles toch al gezegd? „Alles wat ik daarover nu weer ga zeggen, zet het in een groter perspectief. Daar begin ik niet aan”, zegt Rosenthal.
Hij trof nagenoeg de gehele Tweede Kamer tegenover zich. In een spervuur van vragen wilden Kamerleden weten of de minister werkelijk alles had ondernomen om de uitvoering van het doodvonnis te voorkomen. Uiteindelijk gaf hij toe: „Ik vraag me nog altijd tot op de dag van vandaag af wat ik anders en beter had kunnen en moeten doen.”
Het ging in de Tweede Kamer nauwelijks over het optreden van Iran maar des te meer over de minister.
Rosenthal: „Dat constateer ik. Hoewel door de woordvoerders ook een paar keer is gezegd dat de verantwoordelijkheid voor de tragische gebeurtenissen bij Iran lag.”
Alle vier de interruptiemicrofoons waren bezet. Toen u had gezegd dat het beter had gekund, dropen de Kamerleden af. Is dit nu wat men ‘politiek’ noemt?
„Ik ging ervan uit dat alle de Kamerleden hun opmerkingen hadden gemaakt vanwege het gewicht van de gebeurtenissen. Daar heb ik zo goed mogelijk op proberen te reageren. Als het van mijn kant zou gaan om alleen politieke spelletjes, zou ik heel gauw klaar zijn. Dan zou ik betere dingen kunnen doen. Ik zit op deze positie als minister van Buitenlandse Zaken vanuit het stellige gevoel van verantwoordelijkheid dat ik heb. Ik ben geen carrièrepoliticus. Ik heb ook geen carrièrepolitieke ambities. Ik heb een andere achtergrond. Ik zoek het in de inhoud, de high ground, zoals het in mooi Engels heet.”
‘Verantwoordelijkheid nemen’ klinkt calvinistisch. Minister zijn is toch ook leuk?
„Calvinistisch? En dat terwijl men het altijd over mijn joodse achtergrond heeft. Een zeker calvinisme draag ik met me mee. Een ver familielid uit Amerika zei eens tegen mij: je bent een typische calvinist. Maar ministerschap leuk? Ik heb weinig met het woord ‘leuk’. Leuk is voor mij naar een leuke film gaan, of naar leuk theater, een grappig boek lezen. Maar minister zijn is interessant, en boeiend. En geen misverstand: ik vind het mooi om mee te maken.”
Uw voorganger Maxime Verhagen noemde het ministerschap van Buitenlandse Zaken een jongensdroom.
„Mijn jongensdroom was een andere. Ik wilde sportjournalist worden en daardoor de gelegenheid krijgen om gratis naar voetbalwedstrijden te kunnen.”
Maar u koos ervoor te gaan studeren?
„Politicologie. Ik was toen voor de volle 100 procent toegewijd aan de zuivere wetenschap. Dat werd ons ook ingepeperd door professor Daudt die in Amsterdam politieke wetenschappen doceerde.”
Daudt werd slachtoffer van de democratiseringsgolf, eind jaren zestig.
„Ja, ik heb me toen op de universiteit verzet tegen de tirannie van de linkse activisten. Dat zit in mij. Als het er echt om gaat, sta ik voor mijn zaak.”
U had niets met dat modieuze…
„Je had veel mensen die mee bewogen met de maatschappelijke tijdingen. Ze zeiden de ene keer dit, de andere keer dat. Ik had in die jaren niet eens zoveel moeite met mensen die uit een echte principiële overtuiging een heel andere kant uit gingen dan ik. Zolang het maar niet gepaard ging met geweld en dreigen met geweld. Dat was voor mij de bottomline.”
Was daar sprake van?
„Er wordt nu vaak lacherig gedaan over de sfeer in de jaren zestig en zeventig. Maar op sommige punten was deze heel hard en heel bitter. Ik herinner me de pure fysieke bedreigingen van sommigen tegenover anderen nog heel goed.”
Een dag eerder in Israël. Uri Rosenthal zit in het ochtendpanel van de jaarlijkse Herzliya-conferentie, waar de veiligheid van Israël wordt besproken. ‘Is Israel losing Europe’ luidt het discussiethema. In zijn bijdrage zet Rosenthal uiteen wat het Nederlandse standpunt ten aanzien van het Midden-Oostenconflict is. „De Nederlandse regering doet niet mee aan Israël bashing.” Applaus. „De Nederlandse regering verzet zich tegen oproepen waarbij het bestaansrecht van Israël in twijfel wordt getrokken.” Applaus. „De Israëlische nederzettingen in bezet gebied vormen een obstakel voor het bereiken van vrede.” Stilte. Voorzitter Josef Joffe bedankt hem voor zijn gepassioneerde en kritische bijdrage.
Uri Rosenthal is joods en heeft sterke banden met Israël. Hij bezocht het land reeds talloze malen. Twee zussen wonen in Israël. Zijn vrouw, die hij in 1973 trouwde in Israël, heeft twee paspoorten: één Nederlands, de ander Israëlisch. Tijdens een persconferentie in Tel Aviv vraagt een Israëlische journalist omslachtig of het joods zijn van invloed is op zijn standpunt over Israël. Rosenthal merkt op dat altijd als hem die vraag gesteld wordt, de vragensteller een zeer lange introductie nodig heeft. „Het simpele antwoord is: nee”, zegt hij.
In het vliegtuig naar Nederland komt Rosenthal terug op „een merkwaardig moment” in het Kamerdebat over de begroting van zijn departement, eind vorig jaar. PVV-Kamerlid Wim Kortenoeven begon over de „bijzondere verwantschap” die hij met de minister had. „Onze liefde voor het land Israël”, aldus de PVV’er. Dat vond ik voor het Kamerdebat een irrelevante opmerking van hem”, zegt Rosenthal.
Stoort de verwijzing naar uw achtergrond u?
„Ik heb er zelf geen behoefte aan dat het voortdurend wordt opgebracht. Maar ik accepteer het en ga het niet uit de weg. Soms dringen anderen mij daardoor in een positie waarin ik simpelweg moet zeggen dat het niet zo is dat ik 24 uur van de dag, zeven dagen in de week bezig ben met mijn achtergrond. Dat ik niet 24 uur per dag, zeven dagen in de week bezig ben met de Holocaust. Ik ken de geschiedenis, ik heb er ook altijd een grote belangstelling voor gehad. Ik heb het meebeleefd en ervaren. Maar ik draag het niet voortdurend met me mee. Ik heb ook geen overgevoeligheid op dat punt. En dan hoor je dat er verbindingen worden gelegd tussen mijn handelen en mijn etnische achtergrond. Ik haal daar echt mijn schouders over op.”
En andersom. Zegt men in Israël tegen u: hoe kan jij met jouw achtergrond kritiek op ons hebben?
„Dergelijke argumentatie wordt vaak gebruikt door politieke leiders in Israël. Ook tegen mij. Het heeft geen invloed op mijn standpunt.”
Hebt u de politiek in Israël zien verharden?
„Wel als het gaat om de nederzettingenpolitiek, één van de belangrijkste problemen. Dat is een ontwikkeling die ik zeer betreur. Mijn oudste zuster woont in Ashkelon. Zij moet regelmatig in pyjama de schuilkelder in vanwege de raketten die vanuit Gaza worden afgevuurd. Maar ook zij zegt: die settlements zijn vreselijk. Wanneer gaan wij normaal doen? Daar moet dus echt wat aan gebeuren.”
Tijdens de Herzlya-conferentie draaide u de stelling om. Niet ‘Israel is losing Europe’, maar ‘Europe is losing Israel’, zei u. Was dat een waarschuwing?
„Ik denk wel dat Israël heel erg de Amerikaanse tour op is gegaan. The American way of life. Dat zie je in de wijze van politiek bedrijven en ook in de manier waarop ze zaken naar buiten toe willen communiceren. In de Israëlische public mind, ook bij jongeren, is Amerika het voorbeeld. Phd’s worden in Amerika gehaald. Europese universiteiten zijn veel minder in beeld. Het land zou zich moeten herpositioneren.”
Het vliegtuig begint te dalen. Nog een half uurtje vliegen en de minister van Buitenlandse Zaken is terug in Nederland. Terug in de Haagse politieke turbulentie met de daarbij behorende scorelijst. Een begrip dat de niet-carrière politicus vreemd is. „Ik doe mijn uiterste best om in het Nederlands belang mijn beslissingen te nemen.”
U wordt beschouwd als één van de vaders van premier Mark Rutte. Moet Nederland zich voorbereiden op een langdurige liberale leiding?
„Ik heb hem de afgelopen jaren goed leren kennen. Daardoor heb ik zonder meer vertrouwen in zijn premierschap en de allure en signatuur die hij daaraan zal weten te verbinden. Ik denk dat dit doorkomt. Maar van groot belang is dat we goede uitslag bij de Provinciale Statenverkiezingen maken.”
Wat is een goede uitslag?
„Natuurlijk hoop je erop dat de twee coalitiepartijen plus de gedoogpartij in de Eerste Kamer een meerderheid behalen. Zo niet, dan kunnen allerlei zaken vertragen en bemoeilijkt worden. Aan de andere kant: ik heb zelf tien jaar ervaring in de Eerste Kamer en weet dat daar nog altijd verantwoordelijkheidsbesef bestaat. Dat men zich ervan bewust is waar de Eerste Kamer voor is.”
Kan het kabinet verder regeren als er straks geen meerderheid in de Eerste Kamer is?
„Ik ben nu inmiddels politicus genoeg om te zeggen dat ik niet op dat soort ‘als’ vragen in ga. Ik ga ervan uit dat wij een meerderheid halen. ”

VVD-professor

De VVD’er Uri (Uriël) Rosenthal werd in 1945 in het Zwitserse Montreux geboren. Na zijn studie politicologie hield hij zich als wetenschapper vooral bezig met het openbaar bestuur.
Vanaf 1996 legde hij zich met het door hem opgerichte Crisis Onderzoeks Team toe op crisismanagement. Daaraan dankt hij de bijnaam ‘rampenprofessor'.
Rosenthal is sinds 1984 lid van de VVD. Voor deze partij zat hij vanaf 1999 in de Eerste Kamer. De laatste vijf jaar was hij fractievoorzitter. Tijdens de afgelopen kabinetsformatie trad Rosenthal twee keer op als informateur.

zondag 24 maart 2013

Minister Asscher's Antisemitisme 7



'Shot in the face at point blank range.' Het Westen loopt voortdurend te koop met begrippen als beschaving. democratie, mensenrechten en zoiets verplicht, dat spreekt voor zich. Daarom was het ook verbazend dat de vorige minister van Buitenlandse Zaken, de VVD-zionist Uri Rosenthal, tegenover de Volkskrant in december 2010 verklaarde dat voor de Nederlandse regering economische belangen boven mensenrechten gingen, want 

welvaart en werkgelegenheid voor Nederlanders gaan voor mensenrechten, betoogt de minister vandaag in een interview met de Volkskrant. 

In diezelfde tijd verklaarde de minister  tegenover de Telegraaf dat hij 'zeer frequent' naar Israel ging 'omdat ik contacten had met een aantal intellectuelen en mensen die in de advisering voor de regering zitten.' Met andere woorden: hij adviseerde als joods zionistische Nederlander en 'vriend' van de ‘Joodse staat’ indirect dan wel direct de zionistische regeringen die weigeren het internationaal recht te respecteren en de mensenrechten, en zelfs niet willen luisteren naar hun grote 'vriend' de Verenigde Staten. In deze context was het volgende feit op zijn minst opmerkelijk:

Minister Rosenthal: ‘Contacten Nederlanders met Joodse nederzettingen niet illegaal.’

Contacten tussen Nederlandse personen, organisaties en overheden met inwoners van de Joodse nederzettingen zijn ‘niet illegaal’. Het staat hen vrij te beslissen die contacten al dan niet te hebben. Dat schrijft de kersverse minister van Buitenlandse Zaken, Uri Rosenthal naar aanleiding van Kamervragen van Joël Voordewind (ChristenUnie), Kees van der Staaij (SGP) en Raymond de Roon (PVV). De Parlementariërs stelden die vragen in reactie op het eerdere standpunt van de Nederlandse regering over de reis van Israelische burgemeesters, die werd afgeblazen omdat er burgemeesters van de Joodse nederzettingen bij waren.


Minister Rosenthal zegt niet hoe het afgelasten van de reis tot stand is gekomen. Onduidelijk blijft dus of de Nederlandse ambassade in Tel Aviv, zoals Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft beweerd, of het Ministerie zelf het initiatief heeft genomen. 'Contacten tussen de Rijksoverheid en vertegenwoordigers van de betreffende nederzettingen vinden er in beginsel niet plaats', aldus de bewindspersoon. ‘Voorzover zij wel plaatsvinden, wordt het Nederlandse standpunt uitgedragen’. *Het verbod op het bouwen van nederzettingen vloeit, volgens Rosenthal, voort uit art. 49 van het Vierde Verdrag van Geneve uit 1949. Het advies van het Internationale Gerechthof uit 2004 hierover noemt de minister ‘een gezaghebbende uitleg van het internationale recht’. Maar een dergelijk advies ‘is juridisch niet bindend’.


Wat bedoelde minister Rosenthal nu precies met deze welhaast jezuitische spitsvondigheid? Illegaal en tegelijkertijd niet bindend. Van de wet mag u niet stelen, maar dit is niet bindend. Dat wil zeggen voor de rijken en voor de machtigen. Rosenthal unplugged:

Contacten tussen Nederlandse... overheden met inwoners van de Joodse nederzettingen zijn ‘niet illegaal’. Het staat hen vrij te beslissen die contacten al dan niet te hebben. 

Klopt dit ook? Er zijn gerenommeerde juristen, gespecialiseerd in het internationaal recht, die van mening zijn dat dit volstrekt onjuist is, aangezien in 2004 het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, het hoogste rechtscollege ter wereld, bepaalde dat de Joodse nederzettingen op de Westbank illegaal waren en onmiddellijk ontruimd dienden te worden, waarbij werd aangetekend dat: 

159. Given the character and the importance of the rights and obligations involved, the Court is of the view that all States are under an obligation not to recognize the illegal situation resulting from the construction of the wall in the Occupied Palestinian Territory, including in and around East Jerusalem. They are also under an obligation not to render aid or assistance in maintaining the situation created by such construction. It is also for all States, while respecting the United Nations Charter and international law, to see to it that any impediment, resulting from the construction of the wall, to the exercise by the Palestinian people of its right to self determination is brought to an end. In addition, all the States parties to the Geneva Convention relative to the Protection of Civilian Persons in Time of War of 12 August 1949 are under an obligation, while respecting the United Nations Charter and international law, to ensure compliance by Israel with international humanitarian law as embodied in that Convention.

Met andere woorden: de Nederlandse overheden zijn verplicht geenszins mee te werken aan een directe of indirecte erkenning van de illegale Joodse nederzettingen. Zodra de Nederland dit wel doet door bijvoorbeeld Joodse burgermeesters in bezet gebied te erkennen als rechtmatige functionarissen van de illegale Joodse nederzettingen, dan schendt ons land het internationaal recht. En dat mag niet. Wij hebben immers 'an obligation not to render aid or assistance in maintaining the situation created by such construction.' Daar komt nog bij dat het Internationaal Gerechtshof  alle staten heeft opgeroepen om Israël te verplichten zijn uitspraak te respecteren. Dit staat dus haaks op het VVD beleid van 'investeren in de relatie met Israël,' waardoor de banden met deze staat nog verder worden aangehaald, een beleid dat onder de huidige regering niet wezenlijk is veranderd, gezien de steeds nauwere banden van de EU en de NAVO met Israel. Ook vice-premier Asscher heeft geen stappen ondernomen om aan deze schending van het recht een einde te maken, zo weet ik uit goed geinformeerde bronnen. Kennelijk staat ook voor hem de ‘Joodse staat’ boven de wet die voor elk ander land geldt op straffe van bijvoorbeeld sancties. 

Daardoor doet zich er een merkwaardige situatie voor. Vice-premier Asscher neemt een aantal ‘Turkse jongeren’ moreel de maat, terwijl hij de bevriende ‘Joodse natie’ het recht laat schenden en het zionistische regime daarvoor zelfs laat belonen met nog nauwere banden, zelfs militaire. Dit zou men nog kunnen toeschrijven aan genadeloze machivallistische opvattingen van de minister van Sociale Zaken en Wergelegenheid. Zijn acceptatie levert genoeg werkgelegenheid in Israel op, een land waarvan de grootste handelspartner de EU is. Waar het mij vooral om gaat is het volgende:

In een brief aan de Tweede Kamer schrijft Asscher dat het onacceptabel is als solidariteit en sterke identificatie met moslims elders in de wereld leiden tot openlijke vijandigheden tegen andere groepen.

Minister Asscher stelt hier de 'loyaliteitskwestie' aan de orde. In zijn ogen zijn deze ‘moslims’ van Turkse afkomst niet loyaal aan de uitgangspunten van de Nederlandse democratische rechtstaat. Ze bezitten volgens hem een ‘sterke identificatie met moslims elders in de wereld.’ Ongewild maar toch onvermijdelijk werpt de vice-premier daarmee de loyaliteitsvraag op van ook sommige joodse Nederlanders die al decennialang blind achter de Israelische terreur staan. Ook bij hen speelt een verklaarbaar identiteitsprobleem. Vijf jaar geleden interviewde ik de eminente joods-Israelische hoogleraar Psychologie, Benjamin Beit Hallahmi, over dit onderwerp, een geleerde die ondermeer stelt dat

Hoewel overal in de moderne wereld het kolonialisme verworpen is, is Israël nog steeds een koloniale garnizoensstaat.
  
Beit-Hallahmi die in de VS, Engeland en Frankrijk doceerde, is auteur van talloze boeken waaronder Original Sins. Reflections on the History of Zionism and Israël. Daarin schrijft ondermeer het volgende:

Het lijden van de joden door de eeuwen heen, en speciaal tijdens de Holocaust, is gebruikt om het ontzeggen van Palestijnse rechten te rationaliseren en te rechtvaardigen. Dit is zo doeltreffend gebeurd dat de Palestijnen beschouwd worden als de agressors in het Israëlisch-Palestijnse conflict, dat gezien wordt als een simpele voortzetting van de eeuwenlange joodse vervolging.

Tijdens het interview met hem verklaarde hij:

Diep (of niet zo diep) is iedere zionist zich bewust van de fundamentele immoraliteit van de manier waarop het zionisme de oorspronkelijke bewoners heeft behandeld.

En over de identiteit van joden in het buitenland schreef hij onder andere dit:

In ruil voor de onbeperkte politieke steun aan Israël hebben de Amerikaanse joden gekregen waaraan het ze het meest ontbreekt: een ideologische inhoud om de leegte van hun identiteit te vullen.

Beit Hallahmi werkt zijn bevindingen uitgebreid uit in zijn publicaties en toont gedumenteerd aan dat de loyaliteitskwestie van de joden elders even groot is als die van de ‘Turkse jongeren’ die  door minister Asscher worden aangesproken op hun haat en minachting voor ‘joden’. Het probleem is nu dat politici al dan niet met een joodse achtergrond zoals meneer Asscher, zich te weinig of helemaal niet in het openbaar hebben uitgesproken tegen de terreur van Israel, of die terreur zelfs hebben gesteund. Politici als Uri Rosenthal vonden het opportuun om op verschillende manieren Israel tegen kritiek van democratische landen te beschermen:

Ties with Israel are like our bond with NATO... ‘It’s like government support for an organization saying we should totally sever our ties with NATO, while the Dutch government feels itself a strong supportive member state,’ Rosenthal said.

En:

Wij willen weerstand bieden aan Israël-bashing, we willen investeren in de relatie met Israël.

Terwijl de NRC berichtte dat volgens ingewijden Rosenthal ‘een nog grotere vriend van Israël' was 'dan zijn voorganger Verhagen en dat zegt wat.’

En dit wekt logischerwijze weerzin op bij islamitische burgers, net zoveel weerzin als joodse burgers voelen zodra joodse burgers als tweederangs burgers worden behandeld, voor wie de zogeheten ‘universele rechten van de mens’ niet gelden.

Dit alles is niet zo moeilijk te begrijpen, het zijn millennia-oude psychologische wetmatigheden. De mens is een gebrekkig wezen, dat geldt voor Turken, Nederlanders, Joden in Israel etc. Mensen die niet begrijpen dat hun houding vijanden maakt en haat oproept zijn niet geschikt voor de politiek. En zeker ook niet mensen die daar politiek profijt uit proberen te slepen, zoals bijvoorbeeld Geert Wilders. Ik vrees dat minister Asscher's hypocriete opstelling als resultaat zal hebben dat alleen Wilders daar straks profijt van trekt. Juist sociaal-democraten zouden moeten laten zien hoe bepaalde processen werken, in plaats van ze tamelijk schijnheilig te veroordelen, terwijl men in wezen hetzelfde doet. In plaats van anderen te veroordelen zouden ze allereerst zelf het goede voorbeeld moeten geven. Ik kom hierop terug. Vooruitlopend daarop een fragment van mijn interview met

Benjamin Beit-Hallahmi: ‘Het zionisme heeft het Joodse volk de mogelijkheid gegeven om nieuwe Joden te worden en sommigen zijn dat ook geworden. Ikzelf ben daar een voorbeeld van, en ik heb er veel profijt van gehad. Tegelijkertijd zijn veel Joden in Israël in hoge mate geglobaliseerd. De zionisten zijn daar buitengewoon ontsteld over omdat het betekent dat deze mensen de joodse traditie van migratie in stand houden, het zoeken naar betere perspectieven elders en doortrekken. Precies zoals de diaspora-joden doen. Nu de Israëlische diaspora groeit, lijkt het alsof de zionistische oplossing voor de joden niet werkt. Het is net alsof jonge joods-Israëli’s de diaspora in vluchten op zoek naar normaliteit, nadat de Israëlische poging tot normalisering gefaald heeft. Gaandeweg zijn er joden die de Israëlische claim op superioriteit aanvechten, zoals de joods-Amerikaanse geleerde Jacob Neusner, die schrijft dat “het tijd wordt om te zeggen dat Amerika een betere plaats is om jood te zijn dan Jeruzalem. Als er ooit een Beloofd Land is geweest, dan leven wij joods-Amerikanen er in. Hier zijn de joden tot volledige ontplooiing gekomen, niet alleen in de politiek en de economie, maar ook in de kunst, de cultuur en in de wetenschap… Amerika, de meest vrije en open samenleving die joden ooit hebben gekend, is voor de joden niet alleen goed, maar zelfs beter dan de staat Israël.” De Israëlische diaspora heeft Israël dus niet nodig om als volk of als individuen te kunnen bestaan. Daarentegen ontlenen talloze joden in de diaspora wel veel psychologische steun aan het bestaan van Israël als Joodse staat, het is zelfs een centraal onderdeel geworden van de identiteit van de meeste joden op aarde en dat komt doordat de joden zich nog altijd onzeker voelen. Het antisemitisme is nog steeds overal een realiteit als gevolg van het feit dat het een onderdeel vormt van de christelijke cultuur. Zolang het christendom bestaat, zal er antisemitisme zijn. De religie is een probleem en het antisemitisme is een probleem en die veroorzaken onzekere, bange joden en het verlangen naar een schuilplaats zodra het weer fout gaat. Ze weten dat ze altijd naar Israël kunnen uitwijken. Op dit moment zullen ze dat zeker niet doen, maar niemand kent de toekomst. Bovendien zijn de geseculariseerde joden onzeker over hun joodsheid. Wat maakt hen nog tot jood? Ze zijn daarom heel blij met de nieuwe Jood, die ze zien als volstrekt anders dan de diaspora-jood. De nieuwe Jood is een soldaat, een krijger, een atleet, stoer, dapper, iemand die betrokken is bij talloze zaken die de joden in de diaspora niet kennen, het vult een bepaalde leegte in hun persoonlijkheid, het voldoet aan een psychische behoefte. En nu kunnen ze zeggen: “Kijk maar, we kunnen anders zijn, de nieuwe Joden worden niet als abnormaal beschouwd, als mensen zonder wortels, als nomaden. Zij hebben een andere werkelijkheid gecreëerd.” Het is immers nog steeds een realiteit dat joden in de diaspora tot op zekere hoogte als afwijkend worden gezien omdat ze niet aan een bepaalde plaats gebonden zijn. Toen rond 2000 een grote economische crisis in Argentinië uitbrak vertrokken veel joden, en nadat de economie zich wat had hersteld gingen ze weer terug. Dit vermogen tot mobiliteit kennen maar weinig volkeren en ook daardoor voelen joden zich anders en ook daarom is Israël voor hen zo belangrijk. Wanneer verschillende gemeenschappen bij elkaar wonen dan veroorzaakt elk contact met een andere identiteit enige onzekerheid, dat is een bekend fenomeen, en de joden voelen ook dat ze anders zijn, dat is hun psychologische werkelijkheid, en Israël lijkt hen paradoxaal genoeg in contact te brengen met normaliteit. Herzl heeft altijd gesteld dat de joden die in de diaspora bleven uiteindelijk zouden assimileren. Het zal enige tijd duren, maar het ligt in de aard der zaak dat dit gebeurt. Wij allen worden door de moderniteit geassimileerd, door de globalisering raken we geïntegreerd in een wereldwijd netwerk. U treft nu talrijke mensen uit de hele wereld aan in Amsterdam, New York, Londen, Tel Aviv, terwijl nog geen halve eeuw geleden de overgrote meerderheid van de mensen binnen zijn eigen gemeenschap bleef. Die ontwikkeling kan het zionisme niet tegenhouden. De assimilatie zet door en de joodse identiteit verdwijnt simpelweg in de grote smeltpot. Ook de Israëli’s zullen als de wandelende jood ten slotte integreren. De huidige realiteit ondermijnt de logica en rechtvaardiging van het zionisme. Het zionisme is niet het antwoord geworden op de diaspora. En de joden worden niet langer meer vervolgd omdat ze joden zijn. De joods-Israëli’s zijn in oorlog met de Arabische wereld doordat zij de zonde van het kolonialisme hebben begaan, en niet om het feit dat ze joden zijn.’

 Uri Rosenthal: 'Contacten tussen Nederlandse... overheden met inwoners van de Joodse nederzettingen zijn niet illegaal. Het staat hen vrij te beslissen die contacten al dan niet te hebben.' 

Fragmenten uit Original Sins: ‘Het zonder taboes analyseren van het zionisme betekent de harde realiteit zien van de overheersing en onderdrukking dat het gecreëerd heeft. Uit de erfzonden van de wereld tegen de joden groeiden de erfzonden van het zionisme tegen de Palestijnen… Israëli’s lijken te worden achtervolgd door een vloek. Het is de vloek van de erfzonde tegen de inheemse Arabieren. Hoe kan Israël worden bediscussieerd zonder de onteigening en uitsluiting van de niet-joden in herinnering te brengen? Dit is het meest fundamentele feit over Israël, en geen enkel begrip van de Israëlische realiteit is mogelijk zonder dit feit te kennen. De erfzonde achtervolgt en kwelt de Israëli’s; het tekent alles en bezoedelt iedereen. De herinnering eraan vergiftigt het bloed en kleurt elk moment van het bestaan.’

‘De meeste Israëli’s van vandaag, geboren na 1950, kunnen niet verantwoordelijk worden gesteld voor de onrechtvaardigheden van de vroegere zionisten. Wel kunnen en moeten ze verantwoordelijk worden gesteld voor de huidige onrechtvaardige werkelijkheid, die een directe voortzetting is van de vroege zionistische principes. Alle Israëli’s zijn de erfzonden van het zionisme tegen de Palestijnen gaan erkennen. Het verschrikkelijke geheim van het onrecht kent iedereen, maar het kan niet openlijk worden behandeld. Het zich bewust zijn van de gruwelijke onrechtvaardigheid die werd begaan om de staat te kunnen scheppen, en de druk tegen het openlijk bespreken ervan, vervormt elke poging om een morele discussie te voeren in Israël.’

 Uri Rosenthal: 'Wij willen weerstand bieden aan Israël-bashing, we willen investeren in de relatie met Israël.'

vrijdag 28 januari 2011

Uri Rosenthal. Een Nederlandse Minister 26


Absolute Aanrader. De NRC:

Wil Rosenthal een Arabische Lente?

Dan moet hij zijn kritiek intrekken op de steun van hulporganisatie ICCO aan een Palestijnse website, betoogt Petra Stienen.
De kritiek van minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) op de steun van ontwikkelingsorganisatie ICCO aan het discussieforum Electronic Intifada (NRC Handelsblad, 14 januari) zou weleens verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor het werk van Nederlandse ngo’s en hun partners in de Arabische wereld.
Juist op het moment dat Arabische activisten op Facebook, via Twitter en op allerlei blogs speculeren of de revolutie in Tunesië en de demonstraties in Egypte tot een Arabische lente zullen leiden, zet Rosenthal met zijn houding de geloofwaardigheid van het Nederlandse, maatschappelijke middenveld en hun partners in de Arabische wereld onder druk. Vooral zijn dreigement dat hij mogelijk ngo’s gaat korten als zij steun geven aan organisaties die Nederlandse regeringsbeleid ondermijnen, roept vragen op.
In het vragenuur in de Tweede Kamer op 18 januari bleek Rosenthal niet te vermurwen door het feit dat de bewuste, Palestijnse website redactionele onafhankelijkheid geniet. ICCO is dus niet verantwoordelijk voor de inhoud van de website, die overigens is gebaseerd op de universele mensenrechten en het internationaal recht. De website bevat oproepen tot een vreedzame boycot van Israël door Palestijnse en Israëlische ngo’s die toepassing van het internationaal recht willen bewerkstelligen.
Rosenthal lijkt vooral gespitst op dat ene zinnetje in het regeerakkoord over de intensivering van de relatie met Israël, waarbij blijkbaar elke kritiek op dat land onacceptabel wordt gevonden. Hij lijkt niet te beseffen dat zijn stellingname tegenover ICCO precies past in het straatje van Arabische regimes die de vrijheid van mensenrechten-ngo’s willen inperken.
Uiteraard moeten Nederlandse ngo’s zich aan de wet houden en uiteraard kan de regering voorwaarden stellen voor financiering van organisaties, maar ICCO is ervan overtuigd dat het werkt binnen de grenzen van de Grondwet en de internationale regelgeving. Bemoeienis van ICCO met de inhoud van de website, zoals Rosenthal blijkbaar wil, leidt tot censuur en inperking van de vrijheid van meningsuiting.
Inmiddels hebben vele Nederlandse ngo’s hun steun uitgesproken aan ICCO. Branchevereniging Partos heeft staatssecretaris Knapen (Buitenlandse Zaken, CDA) gevraagd of hier sprake is van een beleidswijziging. De vraag is inderdaad of Rosenthal de traditie wil doorbreken dat tussen het regeringsbeleid en de subsidieverstrekking door de overheid geen rechtstreekse koppeling bestaat. Niet duidelijk is welk belang hij wil dienen, dat van Nederland of dat van Israël. Ook is de vraag of hij zich, behalve dit specifieke geval met een Palestijnse website, ook in andere gevallen wil mengen in het beleid van ngo’s als landen hun beklag doen over Nederlandse ngo’s en hun activiteiten. Na de Tunesische revolutie en de demonstraties in Egypte en Jemen is dit vooral urgent in de Arabische wereld.
De afgelopen decennia kwamen Arabische ambassadeurs geregeld klagen op het ministerie van Buitenlandse Zaken, over de activiteiten van Nederlandse organisaties of hun partners die zich inzetten voor de bevordering van mensenrechten in hun landen. Ook in de regio kregen Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken, politici en diplomaten vaak te horen dat de steun van het Nederlandse, maatschappelijke middenveld aan mensenrechten- of vrouwenrechtenactivisten veel te ver ging en dat dit onacceptabele inmenging betrof in interne aangelegenheden. Het standaardantwoord was altijd dat Nederlandse ngo’s autonoom waren, zolang ze opereerden conform het nationale en internationale recht.
Dit waren meestal lastige gesprekken. In de ogen van vertegenwoordigers van autoritaire regeringen is het veel verstandiger om het maatschappelijke middenveld volledig aan de leiband te leggen, via restrictieve ngo-wetten die de regering volledige controle geven. Ondanks deze tegenstand bleven vele mensenrechtenactivisten, jongeren en voorvechters voor vrouwenrechten doorstrijden voor hun vrijheid – soms met steun uit het buitenland, vaak ook geheel op eigen kracht. Zoals we de afgelopen weken in Tunesië en Egypte hebben kunnen zien, vindt deze strijd ook plaats op internet, via websites, blogs, Facebook-pagina’s en Twitter. Inmiddels proberen de regeringen in Egypte, in Syrië en op het Arabisch schiereiland van alles om die sites te dwarsbomen, bijvoorbeeld door arrestaties van bloggers en activisten of door het verhinderen van toegang tot Facebook of Twitter.
Nederlandse ngo’s hebben de afgelopen decennia veel activisten en mensenrechtenorganisaties in de Arabische wereld gesteund. Iedereen wist dat de Nederlandse regering de autonomie van het maatschappelijke middenveld hoog in het vaandel had staan. Daarom was het Nederlandse, maatschappelijke middenveld – ondanks een pro-Israëlbeleid van de regering – een geloofwaardige partner voor velen in de Arabische wereld die zich voor mensenrechten inzetten.
Wat zal Rosenthal antwoorden als zijn Arabische collega’s of Arabische ambassadeurs de komende tijd hun beklag doen over activisten die de stabiliteit van hun land ondermijnen, zeker als deze activisten steun krijgen van Nederlandse ngo’s? Het standaardantwoord over de autonomie van Nederlandse ngo’s zal, gezien de uitspraken van Rosenthal over ICCO en zijn ontwijkende antwoorden over de onafhankelijkheid van Nederlandse ngo’s, nogal hol klinken. Of antwoordt Rosenthal dat hij alleen bereid is om in te grijpen bij Nederlandse ngo’s als dat de relatie met Israël intensiveert? Wellicht levert hem dat punten op bij de Israëlische regering en de aanhang van zijn collega Lieberman, maar het valt te betwijfelen of zo’n houding iets oplevert voor een stabiel en vreedzaam Midden-Oosten, waar ook Israël een veilige plek heeft.
Aanzetten tot censuur en dreigen met het intrekken van subsidies helpen in elk geval niet om een Arabische Lente dichterbij te brengen. Juist nu is het van het grootste belang dat de vreedzame krachten in het maatschappelijke middenveld in de Arabische wereld zich volledig gesteund voelen door hun bondgenoten in Europa. Zonder het belang van één land voorop te stellen. Het zou mooi zijn als de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken daaraan kan bijdragen.
Petra Stienen is publicist. Ze heeft meer dan tien jaar als diplomaat gewerkt in de Arabische wereld. Ze schreef Dromen van een Arabische Lente. Een Nederlandse diplomate in het Midden Oosten (Nieuw Amsterdam, 2008).

vrijdag 18 februari 2011

Uri Rosenthal. Een Nederlandse Minister 33

Een zionistische minister van Buitenlandse Zaken van Nederland kan alleen maar brokken maken zodra het 't Midden Oosten aangaat. Uri Rosenthal zou gedwongen moeten worden op te stappen voor zijn beleid nog meer desastreuze gevolgen krijgt. De NRC bericht:


Rosenthal schoof advies voor bemiddeling Bahrami terzijde

DEMONSTRATIE IRANIëRS TEGEN EXECUTIES
Een demonstratie in Den Haag van Iraniërs tegen de doodstraf in Iran, na de dood van Zahra Bahrami. Foto WFA / Bart Maat
BINNENLAND
Minister Rosenthal wees al in een vroeg stadium een ambtelijk advies af om bemiddeling in te roepen in de kwestie van de Nederlands IraanseZahra Bahrami.
Gisteren gaf Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken) toe dat hij het advies, van 12 januari, terzijde schoof. Op een vraag van Alexander Pechtold bevestigde Rosenthal dat ambtenaren inderdaad al eerder bemiddeling hadden geadviseerd. Volgens hem was bemiddeling niet aan de orde, omdat er nog andere mogelijkheden waren, zo schrijft NRC Handelsblad vandaag.
Mark Kranenburg, die de zaak voor NRC volgt, verwacht niet direct politieke gevolgen voor Rosenthal.
“Dit zingt natuurlijk nog wel een tijdje door. Eerder was er al dat debat in de Kamer, waar Rosenthal met op z’n minst een krasje uitkwam. Deze nieuwe ontboezeming komt daar bovenop. Een minister mag een advies gewoon terzijde schuiven, maar de Kamer zal het zeker onthouden.” – Mark Kranenburg
Zahra Bahrami werd op 5 januari ter dood veroordeeld wegens het in bezit hebben van cocaïne. Ze werd op 29 januari ter dood gebracht.
Rosenthal veronderstelde tot het moment van haar executie nog dat er met Iran te praten viel. Direct daarna zei hij door Iran ‘misleid’ te zijn.
In de Tweede Kamer kwam de minister twee weken geleden onder vuur te liggen om de zaak. Uiteindelijk gaf hij toe dat ‘achteraf gezien meer nodig was geweest.’
De Nederlandse ambassadeur in Iran, Cees Kole, die naar Den Haag was teruggeroepen, keert dit weekend weer terug naar Teheran. Hij is daar, meent Rosenthal, nodig om de familie van Bahrami te helpen met de afwikkeling van de formaliteiten. Ook moet hij eventueel andere Nederlanders in Iran bijstaan. Het terugroepen van een ambassadeur geldt als een vorm van protest.

zondag 19 december 2010

Uri Rosenthal. Een Nederlandse Minister 14

Meneer Uri Rosenthal,

Haaretz, de Israelische kwaliteitskrant bericht het volgende naar aanleiding van een interview met u:

'Ties with Israel are like our bond with NATO...

A hardened scientist specialized in analyzing and managing mega-crises, Dutch Foreign Minister Uri Rosenthal has limited patience for questions about his Jewish background and Israeli wife...He often visits Israel, where he has family in Haifa and Ashkelon. "Sometimes I come a few times a year, sometimes only once in two years." [...] Rosenthal says he believes in the Middle East policy of his predecessor, Maxime Verhagen, who now heads the Christian-Democrat party - VVD's coalition partner. Verhagen was seen as one of Israel’s staunchest supporters in Europe [...] Rosenthal compares calls to cut ties with Israel to demands to sever ties with NATO – a bond which according to researchers from the University of Twente has “determined a large part of Dutch foreign policy.” 
“It’s like government support for an organization saying we should totally sever our ties with NATO, while the Dutch government feels itself a strong supportive member state,” Rosenthal said.'

Welnu, meneer Rosenthal, uw standpunt wijkt fundamenteel af van de opvatting van de doorsnee westerling die de expansionistische politiek van 'de Joodse staat'  scherp afkeurt. In 2003 bleek dit weer eens uit een opiniepeiling van de Europese Unie dat Israël algemeen gezien wordt als 'de grootste bedreiging' voor de wereldvrede. In 2007 toonde een BBC-onderzoek aan dat Israël door een representatieve groep burgers het meest negatief werd beoordeeld van in totaal twaalf landen, waaronder zelfs Iran en Noord-Korea. Ondertussen beoordeelt 43 procent van de Amerikanen Israel als een bedreiging voor de wereldvrede. 

Ik kan niet anders concluderen dan dat uw standpunt als Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken gekleurd wordt door uw joodse achtergrond. U stelt dat de banden met Israel even nauw dienen te zijn als die tussen Nederland en de NAVO. Dat is een levensgevaarlijke mening, immers

'de NAVO is een bondgenootschap van 28 landen die samenwerken om de veiligheid en vrijheid van de bondgenoten met behulp van politieke en militaire middelen te garanderen.'

In de praktijk betekent dit dat als een van de bondgenoten aangevallen wordt de anderen verplicht zijn hem te verdedigen. Oorlog dus. Nu is er weliswaar een 'samenwerkingsakkoord' tussen de NAVO en Israel, maar toch is dit land in het Midden-Oosten geen lid van het bondgenootschap. Godzijdank, want Israel gedraagt zich in toenemende mate als een schurkenstaat, die ondermeer weigert VN-resoluties uit te voeren en weigert Joods-Israelische militairen juridisch te vervolgen voor oorlogsmisdaden. Het schendt de mensenrechten op grote schaal en steelt land van de Palestijnen, terwijl toch in 2004 het Internationaal Gerechtshof in Den Haag heeft bepaald dat zowel 'de muur' als de Joodse nederzettingen in bezet gebied onmiddellijk ontmanteld moeten worden, een uitspraak van het Hof dat door de EU werd aanvaard en in een VN-resolutie met overgrote meerderheid van stemmen werd bekrachtigd. Israël weigert als vanouds de wereldgemeenschap te gehoorzamen. Uw beleid is dan ook verwerpelijk, vooral ook omdat het Hof als hoogste rechtscollege ter wereld alle staten eraan heeft herinnerd 'dat zij de verplichting hebben om de illegale situatie niet te erkennen die voortvloeit uit de constructie van de Muur en om geen hulp of bijstand te verlenen in het handhaven van de situatie die geschapen is door de bouw ervan.'

En u schendt nu met uw uitspraak en uw beleid niet alleen de 'advisory opinion' van het Internationaal Gerechtshof maar ook de wil van de wereldgemeenschap. Dat kan niet, u dient niet in eerste instantie met Israel te zijn, maar met het recht, zeker gezien het feit dat de overgrote meerderheid der Nederlanders tegen schendingen van het recht is, zoals uit elk serieus onderzoek weer blijkt.  We leven in een democratie die claimt de wil van de meerderheid tot uitdrukking te brengen. Uw joodse achtergrond mag daarbij geen rol van betekenis spelen. Als Nederlands staatsburger kunt u allerlei al dan niet absurde prive-meningen behartigen, maar niet als minister van het Koninkrijk der Nederlanden. 

Stel dat de zionisten zo krankzinnig zijn om Iran aan te vallen. Gaat Nederland dan Israel militair steunen? Door uw standpunt worden wij ongevraagd meegesleept in een oorlog die veroorzaakt wordt door criminele zionisten. Dat kan niet, meneer Uri Rosenthal. Israel schendt al lang het internationaal recht, daar horen beschaafde landen met klem afstand van te nemen. Uw uitspraken tegenover Haaretz zijn niet alleen onbesuisd, maar in wezen krankzinnig.

Meer daarover in een volgend stukje. Vergeet u ondertussen niet dat de zionisten zelf het tegengeweld over zich heen haalt, een feit waarvoor Hannah Arendt al in 1948  waarschuwde toen ze schreef:

‘Joodse overwinningen worden niet beoordeeld in het licht van de huidige realiteit in het Midden-Oosten, maar in het licht van een zeer ver verleden. De huidige oorlog geeft iedere Jood ‘‘zo’n genoegdoening als we in eeuwen niet hebben gekend, misschien niet sinds de dagen van de Makkabeeën’’ (Ben-Goerion). Dit gevoel van een historisch momentum, deze vastberadenheid om deze recente gebeurtenissen te beschouwen als een definitief vonnis van de geschiedenis, wordt ongetwijfeld versterkt door succes, maar succes is niet de bron ervan. De Joden trokken ten strijde tegen de Britse bezettingstroepen en de Arabische legers met de ‘‘geest van Masada’’, geïnspireerd door de leuze ‘‘of anders zullen we ten onder gaan’’, vastbesloten om elk compromis af te wijzen, zelfs ten koste van nationale zelfmoord. Vandaag de dag spreekt de Israëlische regering van voldongen feiten, van het recht dat uit de loop van een geweer komt, van militaire noodzaak, van de wet van verovering, terwijl twee jaar geleden dezelfde mensen in het Joods Agentschap van gerechtigheid spraken en van de vreselijke behoeften van het Joodse volk. De Joden in Palestina hebben alles op één kaart gezet.’ 

Straks wordt Israel geconfronteerd met zijn eigen 'voldongen feiten,' en ook wij in Europa zullen daarvan de ongewenste consequenties moeten dragen. Ook daarom dienen wij Israel niet te belonen maar te bestraffen. Zo schrijft het recht voor en de beschaving en niet in de laatste plaats het gezond verstand.
 







Germany’s War Against Russia Never Really Ended

  Germany’s War Against Russia Never Really Ended From Hitler’s Wehrmacht to today’s German calls for Europeans to kill more Russians FELIX ...