maandag 6 oktober 2008

De Commerciele Massamedia 143


Even ter zake. Over de rol van de westerse commerciele massamedia schreef ik in april:

'Al in de jaren twintig van de vorige eeuw schreef de befaamde Amerikaanse columnist Walter Lippmann dat journalisten als ‘gespecialiseerde klasse’ de taak hebben om de ‘gemeenschappelijke belangen… die voor het overgrote deel de publieke opinie ontgaan’ zo te presenteren dat ze door de massa aanvaard werden, waarbij natuurlijk de ‘gemeenschappelijke belangen’ vooral de rijken dienden. Met andere woorden: de media moesten de visie van de machtigen propageren. De toonaangevende Lippmann, een fervent adept van de imperialistische presidenten Theodore Roosevelt en Woodrow Wilson, was uiterst sceptisch over de mogelijkheid van een ware democratie in een complexe moderne samenleving. Het gewone volk kon zijn eigen belangen niet zomaar gaan formuleren, want dan zou het een chaos worden. ‘Het publiek moet zijn plaats weten,’ zodat ‘verantwoordelijke mensen… niet gestoord door het gestamp en het gebrul van een verbijsterde kudde’ hun beleid kunnen bepalen. De enige ‘functie’ in een democratische samenleving van ‘onwetende en bemoeizuchtige buitenstaanders’ was die van ‘geïnteresseerde toeschouwers.’ Zij mochten tijdens verkiezingen hun stem geven aan - door coöptatie gekozen – beleidsbepalers en verder niets. Om dit proces mogelijk te maken moest de pers worden gebruikt. Zij was verantwoordelijk voor ‘het fabriceren van consensus… een zelfbewuste vaardigheid en standaard instrument van een regeringen die namens het volk besturen.’ Keer op keer onderstreepte Lippmann het belang dat journalisten de juiste ‘reflexen’ ontwikkelden en voldoende ‘geconditioneerd’ zouden worden waardoor ‘de aandacht van de media natuurlijk voor een belangrijk deel gestuurd’ kon worden ‘door de politieke machten.’ Hij besefte de propagandistische waarde van een gecontroleerde pers, die er diep van doordrongen is dat ze ‘moet… kiezen.’ Als lid van Wilson’s Commissie voor Publieke Informatie, speciaal in het leven geroepen om de oorlogspropaganda te coördineren, was hij erin geslaagd de sentimenten zo te bespelen dat de Amerikaanse bevolking deelname aan de Eerste Wereldoorlog uiteindelijk accepteerde. Maar niet alleen Lippmann, die onder president Wilson als assistent van de minister van Oorlog diende, was zo negatief over de wenselijkheid van een echte democratie. Het was de heersende opvatting in brede kringen van de Amerikaanse elite. Zo verklaarde Robert Lansing, minister van Buitenlandse Zaken onder president Wilson, dat de grote massa van de bevolking ‘onwetend en geestelijk onvolwaardig’ was en dus via de pers in de juiste richting gemanipuleerd moest worden. En ook Reinhold Niebuhr, hoogleraar Praktische Theologie uit New York, de ‘officiële theoloog van het establishment,’ waarschuwde voor ‘de domheid van de gemiddelde mens… het proletariaat,’ die niet de rede volgde maar het geloof en daarom door de media gevoed moest worden met ‘emotioneel krachtige oversimplificaties,’ die dienden om de ‘noodzakelijke illusie,’ in stand te houden. De illusie dat de VS een echte democratie was, waarbij iedere burger in alle vrijheid de politieke koers van zijn land bepaalt. Volgens deze vooraanstaande adviseur van degenen die ‘de verantwoordelijkheden van de macht onder ogen zien,’ moest dit een ‘noodzakelijke illusie’ blijven, wilde tenminste de economische en politieke elite ongestoord haar werk kunnen doen, wat in de praktijk neerkwam op het uitbuiten en onderdrukken van het ‘proletariaat’ dat wereldwijd ‘onwetend en geestelijk onvolwaardig’ was. Het volk moest door de media gedisciplineerd worden en gedirigeerd, anders zou de Westerse beschaving ten onder gaan, zo vreesde Niebuhr. Het resultaat van deze strategie is niet uitgebleven, want ondanks of beter nog dankzij de overvloed aan massamedia is de constatering van de Britse auteur John Berger correct dat ‘er grote delen van de… arbeiders en middenklasse bestaan die zich niet helder kunnen uitdrukken als gevolg van de grootscheepse culturele deprivatie. De middelen om datgene wat ze weten te vertalen in gedachten is hen ontnomen… Ze bezitten geen voorbeelden die ze kunnen volgen, waarbij woorden ervaringen duidelijk maken.’ Een avondje televisie kijken en men weet wat Berger bedoeld. ‘Wat kan er, uitgezonderd halve waarheden, grove simplificaties of onbenulligheden, overgebracht worden aan dat halfgeletterde massale gehoor, dat… overal de voorstelling mag bijwonen?’ zo schreef de hoogleraar George Steiner, die aan Yale en Oxford doceerde. Op zijn beurt noemt de auteur Milan Kundera journalisten ‘termieten van de reductie,’ die ‘over de hele wereld dezelfde simplificaties en clichés uit[strooien], waarvan mag worden verwacht dat ze door de meerderheid zullen worden aanvaard, door allen, door de hele mensheid.’ Iedereen die deze consensus verbreekt, iedereen die weigert de rol van propagandist te spelen, vormt per definitie een bedreiging en moet dan ook met alle wapens bestreden worden.'
Het was de voormalige hoofdredacteur van Trouw, Frits van Exter die het zo fraai verwoordde toen hij tegenover Extra, een tijdschrift dat de media kritisch volgde, onder de kop: 'De conditionering van de kudde' het volgende verklaarde: 'Lezers horen wantrouwend te zijn tegenover de media ... De aandacht van de media [wordt] natuurlijk voor een belangrijk deel gestuurd … door de politieke machten … Dat geldt voor de nationale politiek, maar natuurlijk ook voor de internationale politiek … Het heeft voor een deel te maken met de vluchtigheid van het medium. Deels ook volgen de media elkaar, sommige zijn dominanter, en andere lijden aan kuddegedrag … Als je volgend bent, dan betekent dat als een autoriteit, of iemand die gekozen is om een bepaald gezag uit te oefenen, zegt “ik vind dit een belangrijk onderwerp, daar gaan we nou es wat aan doen,” dat je dat ook bekijkt. De dingen waar hij (sic) het niet over heeft, die volg je dus minder… het werkt voor een deel reflexmatig. Reflexen zijn het, je bent daar geconditioneerd in.'
Onthoudt dit wanneer de commerciele massamedia berichten over de kredietcrisis. Onze wakkere journalisten worden gedreven door 'reflexen' en natuurlijk ook door hun eigen portemonnaie.

3 opmerkingen:

  1. stan,

    bij mij rijpt steeds meer het idee dat wij erg in een gestuurde democratie leven, waarin de burger op niet al te zichtbare manieren beinvloedt wordt.

    Die beinvloeding zou, zoals jij schrijft, inderdaad, via de media uitgeoefend kunnen worden. In zekere programma´s komen zekere programmamakers op bepaalde momenten met onderwerpen, waar vervolgens kamervragen uit voortkomen. Het zou eens gecheckt moeten worden welke onderwerpen aan de orde komen op het moment dat de publieke opinie dreigt door te slaan, naar welke kant dan ook.

    De burger wordt bovendien niet alleen beinvloed, maar, druk met eigen zaken en geldverdienen, laat zich ook makkelijk beinvloeden. Er is nauwelijks nog interesse voor ´democratie´, het wordt erg als vanzelfsprekend beschouwd. In de troonrede is gezegd dat er een Huis van de Democratie komt, om de burgers weer meer van deze staatsvorm bewust te maken. Er wordt dus aan gewerkt, ik mag hopen ook binnen de media! Het lijkt erop dat Duyvendak een eerste aanzet voor de discussie heeft gegeven, Onkruit in Andere Tijden, zoek maar uit wie beinvloeden wil. En door wie zij beinvloed worden. Lia

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Henk Blanken, adjunct hoofd van het Dagblad van het Noorden, is ook een rare. Zo verkondigde hij onlangs in de Leugen Regeert, en op zijn site dat als iets over of door iemand gepubliceerd is op internet, dit gepubliceerd is, en dus niet meer verwijderd moet worden, tenzij er zwaarwegende belangen gelden. Hij schreef er ook een advies over voor de raad van de journalistiek. Het gaat over integere archieven.

    Op zich is er niets mis met zijn verhaal, maar wat ik persoonlijk wel bevreemdend vind, is dat Blanken zelf onlangs een post van zijn blog heeft verwijderd inclusief de reacties daarop. Die post ging over zijn vriend Erik, die bij de Orde van Transformanten is gegaan. Zoals de wind waait, waait z'n jasje? Of waren er zwaarwegende belangen in het geding? De vraag aan Henk waarom hij deze post verwijderde, is nog niet beantwoord.

    --(http://www.henkblanken.nl/?p=584)

    De Leugen Draait Door

    Mwah. Gisteravond bij De Leugen Regeert minder goed kunnen uitleggen wat ik wilde dan de bedoeling was. Ik “zat er niet lekker in”, zoals ze dat in sportkringen zeggen. Versprak me, werd verrast door het standpunt van “de mediaraad”, en deed me van de weeromstuit gereformeerder en stelliger voor dan ik wilde zijn.

    Waar ging het over? Dit: mag je van de media verwachten dat ze jou, jaren nadat je aan een artikel hebt meegewerkt als geinterviewde, ook weer vergeten? Als je last hebt van dat artikel van toen, omdat het nog steeds op internet staat, en gevonden wordt met Google, moet de krant jouw naam dan weghalen als jij dat vraagt?

    Ik heb over zo’n zaak een advies geschreven voor de Raad voor de Journalistiek dat grotendeels is overgenomen. In de regel, zegt de Raad, hoeft een krant niet tegemoet te komen aan zo’n wens. Het maatschappelijke belang van archieven waarop je kunt vertrouwen, is belangrijker, tenzij er zwaarwegende belangen zijn.

    Het is al moeilijk, bleek me gisteren, om uit te leggen dat er een maatschappelijk belang gemoeid is met integere archieven. Maar als je gaat discussieren over individuele gevallen, verlies je het altijd. Ik wilde duidelijk maken dat er uiteraard omstandigheden zijn waardoor je iemand moet anonimiseren (het Volkskrant-voorbeeld zou zo’n geval kunnen zijn, maar dat moest nog wel blijken). Maar ik wilde vooral uitleggen dat het zo moeilijk is te bepalen waar je de grens legt.

    AFSLUITEN DAN MAAR

    Heel raar en bijna verbijsterend vond ik de oplossing waarmee Lia van Bekhoven als lid van de Mediaraad kwam. De Londen-corerspondente suggereerde, vooral na afloop, het archief van kranten op internet dan maar te sluiten, en voor de volledige waarheid door te verwijzen naar het oude krantenarchief. Wie echt zijn best zou doen, zou dan ook wel aan zijn gerief worden geholpen.

    Ik heb een advies gelezen van een jurist, Wouter Hins, dat op hetzelfde neerkomt. Maak archieven, als ze mensen in de weg zitten, dan maar onzichtbaar voor Google. Dan bestaan ze nog wel, zijn ze zelfs integer, maar doen ze geen kwaad meer.

    Het onbegrijpelijke hieraan vind ik hoe deze critici zich vergissen in de betekenis van krantenarchieven, of beter: in The Long Tail van het nieuws. Een artikel dat nu wordt gepubliceerd over het nieuws van vandaag, heeft een goede kans nog jarenlang te worden gelezen door mensen die op internet informatie zoeken. Het wordt uiteindelijk vaker als “archiefmateriaal” geraadpleegd dan als “breaking news”. Met dien verstande dat de meest Googleaars dat onderscheid niet hanteren.

    Voor hele generaties nieuwe mediaconsumenten zijn de archieven van kranten, het oude nieuws dus, een wezenlijk onderdeel van hun kijk op de wereld. Oud nieuws en nieuw nieuws lopen door elkaar heen. Als journalisten het belangrijk vinden dat ze in de krant bekend staan als betrouwbaar, moeten ze dat op internet ook belangrijk vinden.

    Nog belangrijker zelfs. Want internet heeft, terecht of niet, de reputatie dat er zoveel onzin op staat. Daar moeten journalisten zich van onderscheiden doordat ze hun archieven serieus nemen, en openstellen voor hun lezers. Daarin past niet dat je bij kleinigheden al meebuigt met een betrokkene die vergeten wil worden.

    Wel past erin dat je mensen die je interviewt wijst op het feit dat archieven op internet blijven bestaan. En uiteraard betekent het dat je fouten in oude artikelen rechtzet met correcties bij het artikel zelf.

    Gepost in Code en ethiek'
    --


    Lia:
    Wat is er eigenlijk met je blogbijdrage ‘Godverdomme Erik’ van half juli (over de Orde van Transformanten) gebeurd Henk? Eerst waren de reacties (van oa Eriks zus Ellemieke en zijn vrouw) verwijderd, nu is zelfs je hele verhaal verdwenen.

    October 4th, 2008 at 8:44 pm

    erwin blom:
    Ook wel benieuwd, naar hoe en waarom van ‘Erik’ verhaal. Vond het namelijk een mooie (want) persoonlijke post die overeen kwam met ervaringen van mijn zus met diezelfde familie. En heeft zo via een omweg veel te maken met dit onderwerp.
    October 4th, 2008 at 10:20 pm

    BeantwoordenVerwijderen
  3. En daarbij komt nog dat de meeste journalisten blij zijn als ze de deadline halen zonder voor het publiek te herkennen schrijf en stijlfouten. Dus tijd voor beschouwing, reflectie, onderzoek, scepsis en gezond wantrouwen is er niet.

    BeantwoordenVerwijderen