Rechts ben ik, samen met een programmamaker van Lochbhroom 102.2 FM, de locale zender van Ullapool, aan de ruige westkust van Schotland. Ik was toen 50 jaar oud. Deze reis was in het geheim voorbereid door mijn vrouw Heikelien Verrijn Stuart en mijn kinderen Alexandra en Dylan. Ik was toen niet echt bewust van hoe snel het leven verloopt, en hoe zwaar de rest van het leven zou zijn. 50 jaar, maar ik leek nog een jochie. Inmiddels ben ik 78, en nog steeds beseffen politici niet dat oorlog vernietigend is, en niets oplost. Ook, of juist niet in een democratie.
Wat is het leven toch raar. "Après moi, le déluge," zou koning Lodewijk XV van Frankrijk gezegd hebben. "Na mij de zondvloed," de zienswijze van een schoft met teveel macht. Ik zou zeggen; "Na mij de vrede." Ik heb als journalist teveel leed gezien als gevolg van oorlogen. Sinds kort weet de wetenschap dat oorlogstrauma's genetisch overdraagbaar zijn. "Vrede is het alleen in de pauze," zei W.L. Brugsma mij ooit eens. Hij kon het weten, want de oud-Haagse Post-hoofdredacteur W. L. 'Boebie' Brugsma "zat tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet. Hij werd in Parijs gearresteerd. Hij overleefde een aantal concentratiekampen, waaronder Neuengamme, Natzweiler-Struthof en Dachau. Aan deze periode dankt hij ook zijn bijnaam Boebie. Hij werd in de kampen als jongeman door oudere gevangenen met Bub (jongen) aangeduid. Na de capitulatie van Duitsland organiseerden enkele andere Nederlandse gevangenen, onder wie Carel Steensma en Hans Teengs Gerritsen, een autobus waarmee het gezelschap naar Nederland reisde. De bus werd aanvankelijk bij Vaals tegengehouden, omdat de inzittenden niet over geldige papieren beschikten."
Zet u schrap voor de komende oorlogen, die geen oorlogen meer zijn met elkaar bestrijdende legers, maar genocidale slachtpartijen. Gaza is ons voorland. De Zionisten zijn dit keer de werkelijke vijand. "Lord Have Mercy." Wie had dit ooit kunnen verzinnen? In elk geval Gustave Flaubert die op 27 mei 1853 in een brief aan zijn vriendin Louise Colet schreef
"Het is merkwaardig dat de mensen stompzinniger worden naarmate zij zichzelf meer verafgoden. De kletspraatjes die tegenwoordig hun geestdrift wekken, wegen door hun hoeveelheid op tegen de weinige, maar ernstiger kletspraatjes waar ze vroeger voor op de knieën lagen."
In De aderlating van een continent. Vijf eeuwen economische exploitatie van Latijns Amerika (1973) schreef Eduardo Galeano:
"Roven in binnen- en buitenland was het belangrijkste middel voor de primitieve accumulatie van kapitaal die na de middeleeuwen een nieuwe historische fase in de economische evolutie van de wereld deed ontstaan. Naarmate de geldeconomie zich uitbreidde, kregen steeds meer sociale lagen en gebieden van de aardbol met de ongelijke uitwisseling te maken. Ernest Mandel (joods Belgische marxistische hoogleraar. svh) heeft de waarde van het goud en het zilver dat tot 1660 uit Zuid-Amerika is weggesleept, opgeteld bij de buit die de Nederlandse Oostindische Compagnie vanaf 1650 tot 1780 uit Indonesië heeft weggehaald, bij de winsten die het Franse kapitaal gemaakt heeft met de slavenhandel in de 18de eeuw, bij de inkomsten die verkregen zijn door de slavenarbeid op de Britse Antillen en bij de anderhalve eeuw durende plundering van India door de Engelsen: het resultaat overtreft de waarde van het totale kapitaal dat omstreeks 1800 in alle Europese industrieën was geïnvesteerd. Mandel wijst erop dat deze reusachtige hoeveelheid kapitaal in Europa een klimaat schiep dat gunstig was voor investeringen, de 'ondernemersgeest' prikkelde en regelrecht de vestiging van manufacturen financierde die een grote impuls gaven tot de industriële revolutie. Maar tegelijkertijd verhinderde de geweldige internationale concentratie van de rijkdom ten gunste van Europa de leeggeroofde landen om de sprong te maken naar de accumulatie van industriekapitaal. De dubbele tragedie van de ontwikkelingslanden is dat ze niet alleen het slachtoffer waren van dat proces van internationale concentratie, maar dat ze later hebben moeten proberen om hun industriële achterstand in te halen, dat wil zeggen de oorspronkelijke accumulatie van industriekapitaal moesten realiseren in een wereld die overstroomd werd door artikelen die vervaardigd waren door een reeds volwassen industrie, namelijk de westerse."
Welnu, deze parasitaire cultuur, het kapitalisme, is de afgelopen vier decennia een nieuwe fase ingegaan, namelijk de neoliberale, waarbij, zo meldt het Britse weekblad The Economist 'de verstoring van de arbeidsmarkt door technologie nog maar net is begonnen,' aldus de vertaling in nrc.next, en hier komt nog bij dat,
Veel van de banen die gevaar lopen voor mensen [zijn] onderaan de maatschappelijke ladder, terwijl de vaardigheden die het minst kwetsbaar zijn voor automatisering (creativiteit, management) vaak het terrein zijn van hoger geplaatsten.
De boosheid over de toegenomen ongelijkheid zal groeien, maar politici zullen moeite hebben er iets aan te doen. De vooruitgang mijden zal net zo onzinnig blijken te zijn als protesteren tegen gemechaniseerde weefgetouwen in 1810.
The Economist, spreekbuis van de neoliberale elite, heeft gelijk, de technologische 'vooruitgang' is niet te stoppen; dat zou voor het kapitalisme net zo 'onzinnig' zijn als dat het de 'slavernij' had afgeschaft die vanaf het begin van de zestiende tot het midden van de negentiende eeuw de 'vooruitgang' van het toenmalige kapitalisme mogelijk maakte. Elk systeem volgt zijn eigen onverbiddelijke logica. Elk systeem maakt zijn eigen specifieke ontwikkeling door. Wat stilstaat sterft af. Alles maakt een cyclus door. En dus heeft het kapitalisme in zijn neoliberale fase een aanzienlijk deel van de mensheid niet meer nodig om te kunnen voortbestaan. Sterker nog, net als ten tijde van de slavernij er te weinig arbeidskrachten waren, zijn er nu teveel om het neoliberalisme tot volle bloei te laten komen. De overtolligen drukken op het budget, die leveren geen geld op, maar kosten geld. Tenzij de mens het winstprincipe afschaft, zal dit systeem tegenover de blanke westerling even meedogenloos zijn als destijds tegenover de gekleurde slaaf. Het kapitalisme is namelijk a-moreel, het is een systeem van nut en efficiency dat de rijke elite bevoordeelt, zo simpel is het. De 'democratie' heeft een monster gebaard waarop geen greep meer is. En de mogelijkheden om het kapitalisme bij te sturen hebben de westerse volksvertegenwoordigers via deregulering en privatisering de afgelopen drie decennia stelselmatig afgebroken in het kader van de niet bestaande 'vrije markt.' De Amerikaanse dichter Gary Snyder schreef in Turtle Island, waarvoor hij in 1975 de prestigieuze Pulitzer Prize kreeg:
a culture that alienates itself from the very ground of its own being — from the wilderness outside (that is to say, wild nature, the wild, self contained, self-informing ecosystems) and from that other wilderness, the wilderness within — is doomed to a very destructive behavior, ultimately perhaps self-destructive behavior.
Het is de taak van de intelligentsia om dit duidelijk te maken. Voor een intellectueel bestaat er geen andere taak die zo belangrijk is. Ik stel dit met nadruk om duidelijk te maken dat een opiniemaker als Geert Mak, die enerzijds rondbazuint dat er 'Geen Jorwerd zonder Brussel' mogelijk is, en anderzijds dat 'ik geloof in een genadige God… een milde, liefdevolle God,' iemand is die in grote verwarring verkeert. Er schuilt een niet te verwaarlozen gevaar in het feit dat een bestseller-auteur van non-fiction boeken van oordeel is dat je Gods 'genade overbrengt op je medemensen,' wanneer die 'genade' in de praktijk betekent dat je propaganda maakt voor een neoliberaal systeem. In dat opzicht liegt Mak zelfs wanneer hij verklaart te geloven 'dat je deel uitmaakt van een gemeenschap die de hele wereld omvat, dat er lijnen lopen tussen andere mensen en jou en tussen jou en God. Dat geeft soms troost, soms ordening, soms een gevoel van verantwoording. Het geeft lijn aan je handel en wandel.' En wanneer hij zegt dat 'Als je vraagt wat mijn godsbeeld is: een vriendelijke, vaderlijke God, een milde man, die mensen doorziet in hun zwakheid,' dan is het alsof wij zijn vader horen spreken, zoals die in De eeuw van mijn vader (1999) wordt geportretteerd, een karakterloze, opportunistische man, wiens christelijk geloof onvoldoende bleek te zijn om in de jaren dertig onmiddellijk in het geweer te komen tegen het nationaal-socialisme. 'Men wist, en tegelijk wilde men niet weten, uit puur lijfsbehoud,' schreef zijn zoon Geert zes decennia later, en merkte in dit verband op dat 'Mijn vader hierin niet [verschilde] van de overgrote meerderheid.' De appel valt niet ver van de boom. Het is ook niet verwonderlijk dat Mak gelooft in 'een vriendelijke, vaderlijke God, een milde man, die mensen doorziet in hun zwakheid.' Wie anders zou zijn 'zwakheid' moeten vergeven?
Dat de van zichzelf vervreemde Mak zich nu ineens 'Thuis in de Tijd' wil voelen is een teken van hoe weinig hij van zijn eigen tijd begrijpt, laat staan van de geschiedenis. Toch wil hij de opinie van de mainstream blijven vormen en beseft hij niet dat hij beter kan zwijgen. Geert Mak en de Makkianen vormen een onderdeel van de leugen die de mainstream media verspreiden. Dinsdag 11 februari 2014 schreef de gerenommeerde Australische onderzoeksjournalist John Pilger daarover ondermeer het volgende:
There is no question that the epic crime committed in Iraq has burrowed into public consciousness. Many recall that Shock and Awe was the extension of a murderous blockade imposed for 12 years by Britain and the US and suppressed by much of the 'mainstream' media, including the BBC. Half a million Iraqi infants died as a result, according to Unicef. I watched children dying in hospitals denied basic pain-killers.
Ten years later, in New York, I met the senior British official responsible for these 'sanctions.' He is Carne Ross, once known in the UN as 'Mr. Iraq.' He is now a truth-teller. I read to him a statement he had made to a parliamentary selection committee in 2007: 'The weight of evidence clearly indicates that sanctions caused massive human suffering among ordinary Iraqis, particularly children. We, the US and UK governments, were the primary engineers and offenders of sanctions and were well aware of the evidence at the time, but we largely ignore it and blamed it on the Saddam government. [We] effectively denied the entire population a means to live.'
I said to him: 'That's a shocking admission.'
'Yes, I agree,' he replied. 'I feel ashamed about it ...' He described how the Foreign Office manipulated a willing media. 'We would control access to the foreign secretary as a form of reward to journalists. If they were critical, we would not give them the goodies of trips around the world. We would feed them factoids of sanitized intelligence, or we'd freeze them out.'
In the buildup to the 2003 invasion, according to studies by Cardiff University and Media Tenor, the BBC followed the Blair government's line and lies and restricted airtime to those opposing the invasion. When Andrew Gilligan famously presented a dissenting report on 'Today,' he and a director-general were crushed.
The truth about the criminal bloodbath in Iraq cannot be 'countered' indefinitely. Neither can 'our' support for the medievalists in Saudi Arabia, the nuclear-armed predators in Israel, the new military fascists in Egypt and the jihadist 'liberators' of Syria, whose propaganda is now BBC news. There will be a reckoning - not just for the Blairs, Straws and Campbells, but for those paid to keep the record straight.
50 jaar en nog een jochie. Maar nu, ruim een kwart eeuw later, een oude man, melancholisch en verdrietig.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten