Zoeken in deze blog šŸ”ŽšŸ”Ž

dinsdag 31 maart 2026

Het Joods Zionistische Terrorisme

Nu er geen eind komt aan het dagelijkse terrorisme van Israel en de Verenigde Staten is het belangrijk om allereerst nog eens de definitie van het begrip terrorisme te citeren, zoals dit in het 
Amerikaanse Leger Handboek  wordt gebruikt. De voortdurend oorlog voerende Strijdkrachten omschrijven terrorisme als ‘het bewust geplande gebruik van geweld of dreiging van geweld om doelen te bereiken die politiek, religieus, of ideologisch van aard zijn.’ 


Welnu, men hoeft geen academische studie te hebben afgerond om te beseffen dat de Verenigde Staten en zijn vazalstaat Israel de afgelopen driekwart eeuw grootschalig terrorisme hebben gepleegd om hun politieke doelen te verwezenlijken, daarbij gesteund door het NAVO-bondgenootschap en de Europese Unie.    


Zestien jaar geleden, op zaterdag 25 december 2010 schreef ik met betrekking tot dit onderwerp het volgende:


Joods Terrorisme 2







Op deze Eerste Kerstdag even een overzicht van mijn correspondentie met Likoed Nederland:

Na herhaaldelijk verzoek van mijn kant antwoordt Likoed Nederland twee dagen geleden:
 

"U wilt van Likoed Nederland een veroordeling van Joods terrorisme?

Dat kan: Likoed Nederland verooordeelt Joods terrorisme.

Mijn reactie ging gepaard met een aanvullende vraag:

Bravo, dat leidt onvermijdelijk tot de volgende vraag: 
distantieert Likoed Nederland zich van de oprichter van Likoed, te weten Menachem Begin, die de Joodse terroristische organisatie Irgun leidde, en tijdens de Tweede Wereldoorlog tegen de Britten vocht? Begin wordt tevens verantwoordelijk gehouden voor de terroristische bomaanslag op het Koning Davidhotel in Jeruzalem in 1946, waar op dat moment het Britse militaire hoofdkwartier was gevestigd, en waarbij 91 mensen omkwamen.
In afwachting van uw antwoord.
vriendelijke groet
Ik stel die vraag ook vanwege het feit dat Menachem Begin ook nog eens trots was op het Joods terrorisme.

In January 1974, while covering “what the history books call ‘Kissinger’s first Sinai Disengagement Shuttle,’ the prominent Brittish journalist Russell Warren Howe conducted a television interview with former terrorist, then-opposition leader and future Prime Minister Menachem Begin. As he recalled in his 'Seeing the Light' column: “The red light had come on, under the lens. Without preamble, I turned my shoulder to the camera, stared straight into Begin’s eyes, and asked: ‘How does it feel, in the light of all that’s going on, to be the father of terrorism in the Middle East?’

“‘In the Middle East?’ he bellowed, in his thick, cartoon accent. ‘In all the world!'"

Howe concluded his article with Ben-Gurion’s words to him in 1968:

'American Jews! I hate them!’ he said in his passionate Slavonic way, at one point in that evening in 1968. ‘They’ll do anything for Israel except live in the place!’

“Perhaps because then I ‘understood nothing,’ I was shocked and reminded Ben-Gurion, ‘They’re very generous toward Israel.’

‘Of course,’ he responded. ‘They feel guilty. And so they should!’”

http://www.wrmea.com/archives/March_2009/0903069.html



Likoed_Nederland schreef op 23-12-2010 18:53  Waarschuw de redactie
@Stan van Houcke

U schrijft zelf al, dat betrof het Britse militaire Hoofdkwartier.

Dat is dus geen terrorisme volgens de aanvaarde definitie, namelijk dat terrorisme zich kenmerkt doordat het zich tegen (willekeurige) burgers richt.

Nog afgezien dat het de bedoeling was om weinig of geen slachtoffers te maken, maar dat dit toch gebeurde omdat de Britten niet reageerden op de bommelding.

Maar u heeft uw veroordeling waar u om vroeg, dus u plaatst onze reactie alsnog op uw site?

De Mossad Spion Gidi Markuszower, afkomstig uit de voormalige Terroristische Bende waaruit de Likoed ontstond, en waarvoor Einstein al in 1948 waarschuwde:



stan van houcke schreef op 23-12-2010 19:13  Waarschuw de redactie
Nee natuurlijk niet, u noemt een terreuraanslag geen terreuraanslag omdat het tegen een militair hoofdkwartier gericht was van de Britten die de Nazi's versloegen en die op hun beurt joden hadden uitgemoord. Dat was kennelijk een dankbetuiging. 

Bovendien, werden er 91 personen gedood onder wie 41 Arabieren, 28 Britten, 17 Joden, twee Armeniƫrs, een Rus, een Griek en een Egyptenaar. de meesten waren geen militairen, maar burgers. Daar komt onder andere het bloedbad van Deir Yassin nog bij, waarbij meer dan 100 Palestijnse burgers in koele bloede werden vermoord door Joodse terroristen. Likoed Nederland noemt dit geen terrorisme. En hier zijn we bij de kern van de zaak, zodra Joden terreur bedrijven is het voor Likoed geen terreur, zodra anderen hetzelfde doen is het wel terreur. Het zal duidelijk zijn dat ik reacties van Likoed Nederland, die de misdaden van joodse terroristische bewegingen goedpraat, niet op mijn weblog toelaat, net zomin als ik reacties van sympathisanten van Christelijke of Islamtische terroristische bewegingen toelaat. Ik hoop alsnog dat Likoed Nederland zich distantieert van terrorisme, maar ik vrees het ergste...

Ik stel die vraag aan Likoed Nederland vanwege het feit dat Menachem Begin ook nog eens trots was op het Joods terrorisme. Terwijl hij toch mede verantwoordelijk was voor het bloedbad van Deir Yassin, dat "plaatsvond op 9 april 1948, toen ongeveer 120 strijders van de zionistische paramilitaire groepen Irgun en Lehi het dorp Deir Yassin aanvielen nabij Jeruzalem, een Palestijns dorp met ongeveer 600 inwoners. De invasie vond plaats toen Joodse milities probeerden de blokkade van Jeruzalem te verlichten tijdens de burgeroorlog die voorafging aan het einde van de Britse overheersing in Palestina.

Hieruit blijkt dat vanaf het begin van de staat Israel geweld specifiek gericht was tegen de burgerbevolking om angst in te boezemen zodat Palestina etnisch kon worden gebruikt, in strijd was en godzijdank nog steeds is met het internationaal recht.

Op 9 april 1948 drongen leden van de Joodse ondergrondse terreurgroep Irgun, of IZL, onder leiding van Menachem Begin, die in 1977 premier van IsraĆ«l zou worden, het vredige Arabische dorp Deir Yassin binnen, richtten een bloedbad aan onder 250 mannen, vrouwen, kinderen en ouderen, en dumpten veel van de lichamen in putten. Er waren ook meldingen van verkrachtingen en verminkingen. De Irgun werd bijgestaan ​​door de Joodse terreurgroep Stern, onder leiding van Yitzhak Shamir, die Begin begin jaren 80 opvolgde als premier van IsraĆ«l, en ook door de Haganah, de militie onder leiding van David Ben Gurian. De Irgun, Stern Gang en Haganah fuseerden later tot de IsraĆ«lische Defensiemacht. Hun tactieken zijn sindsdien niet veranderd.

Britse Politiefoto's uit 1940 van de terrorist Menachem Begin.

Het bloedbad in Deir Yassin werd breed uitgemeten in de media door de terroristen en de talloze opgestapelde lijken werden aan de media getoond. In Jaffa, dat destijds voor 98 procent Arabisch was, evenals in  andere Arabische gemeenschappen reden luidsprekerwagens door de straten om de bevolking te waarschuwen te vluchten en te dreigen met een nieuwe ramp zoals Deir Yassin. Begin zei destijds: "We zaaiden terreur onder de Arabieren en alle omliggende dorpen. Met ƩƩn klap veranderden we de strategische situatie."

Vanaf ongeveer 1938 tot de oprichting van Israƫl was Begin de leider van de Irgun. Deze groep vermoordde regelmatig Engelse soldaten in Palestina en hing hun met explosieven gevulde lichamen vaak op openbare plaatsen op. Onder leiding van Begin blies de Irgun in 1946 het King David Hotel in Jeruzalem op, waarbij 97 Britse ambtenaren om het leven kwamen. De Stern-groep, onder leiding van Shamir, vermoordde in 1948 ook de VN-vertegenwoordiger voor Palestina, graaf Bernadotte.

Maar Deir Yassin was niet het enige bloedbad. De IDF onder leiding van Moshe Dayan, veroverde het ongewapende en onverdedigde dorp al-Dawazyma, gelegen in de heuvels van Hebron, slachtte 80 tot 100 inwoners af en gooide hun lichamen in kuilen. "De kinderen werden gedood door hun hoofden met stokken te verbrijzelen... De overgebleven Arabieren werden vervolgens in huizen opgesloten, terwijl het dorp systematisch met de grond gelijk werd gemaakt..." (Nur Masalha, De historische wortels van de Palestijnse vluchtelingenkwestie).

We lezen verder. Volgens de biografie van Yitzhak Rabin:

We liepen naar buiten, Ben-Gurion vergezelde ons. Alon herhaalde zijn vraag: "Wat moeten we met de bevolking doen?" Ben-Gurion wuifde met zijn hand, een gebaar dat zei: Verdrijf ze! [...] Ik was het ermee eens dat het essentieel was om de inwoners te verdrijven.

In het vervolg van het verhaal schrijft historicus Benny Morris van de Ben-Gurion Universiteit in "Operation Dani and the Palestinian Exodus from Lydda and Ramle in 1948," Middle East Journal:

"Rond het middaguur op 13 juli informeerde het hoofdkwartier van Operatie Dani de generale staf/operaties van het Israƫlische leger: 'Het politiefort van Lydda is veroverd. [De troepen] zijn bezig de inwoners te verdrijven... De inwoners van Lydda werden gedwongen oostwaarts te lopen naar de linies van het Arabische legioen; veel inwoners van Ramle werden per vrachtwagen of bus vervoerd. De wegen raakten verstopt... de tienduizenden vluchtelingen marcheerden verder, waarbij ze gaandeweg hun bezittingen achterlieten. Het was een hete zomerdag. Arabische kroniekschrijvers, zoals sjeik Mohammed Nimr al Khatib, beweerden dat honderden kinderen tijdens de mars stierven aan uitdroging en ziekte. Een Israƫlische getuige beschreef de sporen: de vluchtelingenkolonne 'begon met [afgeworpen] gebruiksvoorwerpen en meubels en eindigde met de lichamen van mannen, vrouwen en kinderen.'

Er waren nog veel meer van zulke dorpen met Arabische namen die bijna uit het geheugen zijn gewist – maar niet helemaal. Deze feiten waren al langer bekend bij sommige historici, maar ze zijn steevast ontkend door de officiĆ«le IsraĆ«lische geschiedschrijving. IsraĆ«l heeft immers nooit enige verantwoordelijkheid genomen voor de uittocht van Palestijnen uit het gebied van de huidige staat IsraĆ«l.

De afgelopen tien tot twintig jaar is er echter een exponentiƫle toename geweest in historisch onderzoek naar de oorsprong van de staat Israƫl. Deze toename viel samen met de vrijgave door Israƫl van veel, maar niet alle, historische en militaire archieven. Historicus Benny Morris van de Ben-Gurion Universiteit, en anderen, hebben deze documenten systematisch onderzocht en talloze gevallen van massamoorden gevonden. Overigens vonden ze geen enkel bewijs voor de veelvuldig herhaalde officiƫle Israƫlische leugen dat de Palestijnen Palestina ontvluchtten omdat de omringende Arabische staten hen daartoe hadden opgedragen.

Volgens schattingen van de VN, die volgens sommigen conservatief zijn, vluchtten in 1948 maar liefst 750.000 Palestijnen uit het gebied waar nu de Joodse staat ligt. Deze vluchtelingen en hun nakomelingen tellen nu ongeveer 4,5 miljoen mensen en vormen de grootste en langst bestaande vluchtelingenpopulatie ter wereld. Velen leven in erbarmelijke vluchtelingenkampen verspreid over de omliggende Arabische staten, de Westelijke Jordaanoever of Gaza. Velen behouden de eigendomsrechten op hun land, die vóór 1948 door de Britten of daarvoor door de Ottomanen werden erkend. En velen hebben nog steeds de sleutels van hun voordeur in hun voormalige huizen in wat nu Israël is, ongeacht of die deuren er nog steeds zijn.

De oorlog van '67 bracht een tweede golf van ongeveer 300.000 vluchtelingen uit de Westelijke Jordaanoever en Gaza voort. Zij werden verdreven door directe of psychologische methoden, of vluchtten voor de Israƫlische luchtaanvallen op het gebied, waarbij op grote schaal napalm werd gebruikt.

De lezer wordt uitgenodigd om Plan D van de Hagana te lezen, dat sinds de jaren 60 in het Engels beschikbaar is en een militaire strategie uit 1948 beschreef die de evacuatie van de Palestijnse bevolking uit de gebieden van een toekomstige Joodse staat inhield.

Degenen die de zelfmoordaanslagen tegen voornamelijk Israƫlische burgers aanhalen om de rechtvaardigheid van de Israƫlische zaak te onderbouwen, leven in een schemergebied van psychische ontkenning van een anderszins ondubbelzinnige historische feiten: de staat Israƫl is gesticht op terrorisme en etnische zuivering.

De zelfmoordaanslagen in Israƫl, waarvan de eerste pas in 1994 plaatsvond, na 25 jaar bezetting, zijn slechts een bijzaak. Dat is een symptoom en staat ver af van de kern van het Israƫlisch-Palestijnse conflict.

Er zal nooit een oplossing komen voor het Israƫlisch-Palestijnse conflict totdat Israƫl, conform VN-resolutie 194, de verantwoordelijkheid neemt en herstelbetalingen eist aan de Palestijnse vluchtelingen, en het immense leed erkent dat het destijds heeft veroorzaakt. We moeten ook erkennen dat de VS onvoorwaardelijke morele steun verleent aan een staat die gebaseerd is op raciale zuiverheid en die inherent expansionistisch is.

William James Martin is gastdocent wiskunde aan de University of Central Florida in Orlando. Hij is bereikbaar via: martinw@email.unc.edu

In 2003 begon Kevin Prenger  met het recenseren van boeken en films voor Go2War2.nl. 18 december 2017

Later ging hij ook recensies schrijven voor geschiedenis-website Historiek.net en in 2017 verscheen zijn boek Een rechter in Auschwitz. Eind van dat jaar verscheen zijn  recensie van het boek Erfenis van Neurenberg ligt onder vuur, het begin van een serie processen van nazi-kopstukken die een basis legden voor het huidige internationale recht. 

"Een schitterende overwinning voor Robert Jackson, een nog grotere voor de hele mensheid." Zo noemt de Amerikaanse oud-rechter Norbert Ehrenfreund (1921) het besluit om nazi-oorlogsmisdadigers in Neurenberg een eerlijk proces te geven. Jackson, van 1941 tot 1954 rechter aan het Amerikaanse Hooggerechtshof, drukte als hoofdaanklager een belangrijk stempel op het tribunaal, dat de geallieerden na afloop van de Tweede Wereldoorlog in de Duitse stad voerden tegen tweeĆ«ntwintig hooggeplaatste nazi’s.

Terwijl de Britse premier Winston Churchill eerder verkondigd had dat de leiders van het Derde Rijk de kogel verdienden en de Sovjetautoriteiten voor eenzelfde bloedige afrekening pleitten, drong Jackson erop aan dat de verdachten een eerlijk proces moesten krijgen, dus met een competente advocaat en met de mogelijkheid dat ze ook onschuldig bevonden konden worden.

Ondanks alle tegenwerkingen won Jackson het pleit en werd in Neurenberg voor het eerst in de geschiedenis een internationaal tribunaal ingesteld ter berechting van oorlogsmisdadigers. Het proces vond plaats van 20 november 1945 tot 1 oktober 1946. Norbert Ehrenfreund was erbij als jongeman. Het einde van de oorlog had hij meegemaakt als waarnemer bij de B-batterij van het 607th Field Artillery Battalion van Pattons Third Army. Daarna was hij gaan werken als verslaggever voor de Amerikaanse legerkrant The Stars and Stripes. Vanuit de perstribune keek hij toe om verslag te doen van het internationale tribunaal en de twaalf daarop volgende Amerikaanse militaire tribunalen van 1946 tot 1949. Een gesprek met rechter Michael Musmanno, de rechtbankvoorzitter tijdens het Einsatzgruppen-proces, maakte op hem zoveel indruk dat hij bij terugkeer in de VS rechten ging studeren en nadien zelf dertig jaar werkte als rechter in Californiƫ.

In zijn boek “De erfenis van Neurenberg” (met een voorwoord van internationaal strafrechtdeskundige Heikelien Verrijn Stuart) beschrijft Ehrenfreund waarom de rechtsgang in Neurenberg revolutionair was en wat de invloed ervan is geweest op het (internationale) strafrecht. Hij legt uit dat het JoegoslaviĆ«- en Rwanda-tribunaal en de totstandkoming van het Internationaal Strafhof in Den Haag allemaal terug te voeren zijn op wat in Neurenberg in gang werd gezet: een eerlijke rechtsgang voor de verdachten van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Kritiekloos is hij overigens niet over de wijze waarop er in Neurenberg recht werd gesproken. EĆ©n van zijn grootste bezwaren is dat het tribunaal uitging van de ex post facto-regel, oftewel dat de verdachten werden berecht volgens wetten die werden opgesteld nadĆ”t de strafbaar gestelde daden gepleegd waren. De verdachten werden onder andere beschuldigd van het voeren van een aanvalsoorlog, een term die voorafgaand aan het proces in het internationaal recht nog niet bestond.
Kritiek heeft Ehrenfreund ook op het handelen van Jackson. Zo veroordeelt hij het dat de hoofdaanklager tijdens het proces gesprekken voerde met de rechters, zonder dat de verdediging daarbij aanwezig of ingelicht was. De oud-rechter noemt dat “een inbreuk op de juridische, ethische code.” Maar desondanks valt Ehrenfreunds oordeel over zowel Jackson als het tribunaal positief uit. Hij noemt de hoofdaanklager “een reus in de geschiedenis van het recht”, maar wel “een reus met gebreken” en het proces “het belangrijkste proces uit de geschiedenis.” Zoals een rechter betaamt komt hij tot dit oordeel na een heldere analyse van positieve en negatieve aspecten, die hij stap-voor-stap doorneemt. Zo beantwoordt hij de kritiek dat het proces werd gevoerd door de overwinnaars en dus partijdig was met het argument dat na de oorlog geen enkel land volkomen neutraal was. “Ja, het wĆ”s rechtspreken door de overwinnaars en het proces hĆ”d zijn onrechtvaardige kanten,” zo concludeert hij, “maar het enige alternatief was gƩƩn proces.”
Ehrenfreund is vooral lovend over de precedentwerking van “Neurenberg.” Het toen vastgelegde juridische concept van misdaden tegen de menselijkheid noemt hij een “meesterzet” die de mensenrechten naar een hoger plan tilde. Het maakte sancties op internationale schendingen van de mensenrechten mogelijk, een pijler waarop het in 2002 opgerichte Internationaal Strafhof in Den Haag steunt. Als voorvechter van gerechtigheid is het de schrijver een doorn in het oog dat zijn moederland het statuut van Rome, waarin de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof vastgelegd is, nog altijd niet geratificeerd heeft. Hij veroordeelt het dat zijn land zich boven de internationale rechtsorde plaatst. De rechteloosheid van gevangenen in GuantĆ”namo Bay en de legalisering van martelingen door de CIA ziet hij als schandvlekken op het blazoen van zijn land, dat zich in Neurenberg nog presenteerde als de moreel leider van de wereld. “Amerika mag niet werkeloos toezien hoe alles wat [in Neurenberg] is bereikt, wordt uitgehold,” zo waarschuwt hij.

Bewustwording van de Holocaust

Ondanks zijn gĆŖne over de morele aftakeling van de VS is Ehrenfreund geen verbitterd man. Integendeel, hij weet op inspirerende wijze zijn enthousiasme over “Neurenberg” en het internationaal recht over te brengen. Misschien is hij iets te enthousiast als hij het proces een belangrijke rol toedicht met betrekking tot de bewustwording van de Holocaust in Duitsland. In werkelijkheid speelde de uitroeiing van de Joden slechts een bijrol in Neurenberg en hadden het Eichmannproces in Jeruzalem (1961) en het Auschwitzproces (1963-1965) in Frankfurt am Main hierin vermoedelijk een grotere rol, maar deze processen blijven ongenoemd. Het is slechts een klein kritiekpuntje op het over het algemeen evenwichtige betoog, waarin de auteur wel stilstaat bij onder meer het JoegoslaviĆ«-tribunaal, het Internationaal Straftribunaal voor Rwanda en de processen tegen de Iraakse dictator Saddam Hoessein en de krijgsheer Charles Taylor uit Sierra Leone.

"De erfenis van Neurenberg – Norbert Ehrenfreund
Behalve een pleidooi voor het koesteren van de erfenis van Neurenberg is Ehrenfreunds boek een persoonlijk en onderhoudend verslag, waarin ook veel ruimte is voor persoonlijke ervaringen uit de tijd dat de schrijver het proces bijwoonde. Zo vertelt hij over een reportage die hij schreef over een Duits meisje dat zich in een houten kist met de luchtpost naar Amerika had willen laten sturen, uit liefde voor een Amerikaanse soldaat die volgens de regels van zijn leger geen contact met haar had mogen hebben. Gelukkig werd ze betrapt door luchthavenpersoneel, want anders zou ze in de kist gestikt zijn. Dergelijke anekdotes vormen een “luchtige” onderbreking op de inhoudelijke kost. Mede hierdoor is het boek goed leesbaar voor een breed publiek. Juist in deze tijd, waarin de erfenis van Neurenberg onder vuur ligt, kan de lezer veel opsteken van Ehrenfreunds wijze lessen. Zeker in Amerika zal geluisterd moeten worden naar dit kritische geluid, wil het land zich ooit nog kunnen profileren als geloofwaardige voorvechter van internationale mensenrechten, waarvoor in Neurenberg de basis werd gelegd."
– Go2War2

Boek: De erfenis van Neurenberg – Norbert Ehrenfreund

Kevin Prenger (1980) is verbonden aan TracesOfWar.nl. Zijn aandacht gaat uit naar de geschiedenis van de Holocaust en nazi-Duitsland. In 2015 verscheen zijn boek Oorlogszone Zoo, over de Berlijnse dierentuin tijdens de naziperiode. 

Dat de Erfenis van Neurenberg onder vuur ligt toont de Verenigde Staten sinds het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw, en demonstreerde het Witte Huis, Het Pentagon, de CIA en de NAVO door de recente aanval op Venezuela. 
De Processen van Neurenberg, die in 1946 begonnen, weerspiegelden het zelfvertrouwen van de Verenigde Staten als de dominante imperialistische macht die uit de Tweede Wereldoorlog tevoorschijn kwam. De Amerikaanse kapitalistische klasse meende dat zij zich onder de gegeven omstandigheden niet alleen democratische principes kon veroorloven, maar ook kon verklaren dat deze principes universeel waren en van toepassing op alle landen, inclusief de Verenigde Staten zelf.

Zo zei de Amerikaanse Hoofdaanklager Robert Jackson op 23 juli 1945 tegen de Internationale Conferentie van Militaire Tribunalen, het intergeallieerde orgaan dat de processen voorbereidde:

"Als bepaalde schendingen van verdragen misdaden zijn, zijn het misdaden, ongeacht of de Verenigde Staten ze begaan of Duitsland, en wij zijn niet bereid een regel voor strafbaar gedrag tegen anderen vast te stellen die wij niet tegen onszelf zouden willen laten toepassen."

In zijn slotwoord tijdens de Processen van Neurenberg, verklaarde Robert H. Jackson, vertegenwoordiger en hoofdadvocaat van de Verenigde Staten van Amerika, het volgende:

"Dit proces maakt deel uit van de grote inspanning om de vrede veiliger te maken. Het vormt een juridische maatregel die ervoor zorgt dat degenen die een oorlog beginnen, daar persoonlijk voor boeten."

Bij de oprichting van het Russell-tribunaal citeerde Bertrand Russell de hoofdaanklager van de Neurenbergse oorlogstribunalen, Robert H. Jackson, die had verklaard:
"Als bepaalde handelingen en schendingen van verdragen misdaden zijn, dan zijn het misdaden, ongeacht of de Verenigde Staten ze begaan of Duitsland. We zijn niet bereid een regel voor strafbaar gedrag tegen anderen vast te stellen die we niet tegen onszelf zouden willen laten toepassen."

Tijdens het proces verklaarde de Amerikaanse hoofdaanklager, Jackson:

"Het beginnen van een agressieoorlog is daarom niet alleen een internationale misdaad; het is de allerhoogste internationale misdaad, die zich van andere oorlogsmisdaden alleen onderscheidt doordat zij het verzamelde kwaad van het geheel in zich draagt."

Zijn opmerkingen benadrukken nog eens overduidelijk dat Trump's agressieoorlog tegen Venezuela en Iran bestraft moeten worden, omdat die aanval een ernstige schending is van het internationaal recht. Een feit dat niet doordringt tot de Amerikaanse- en Nederlandse regering en de voorzitter van de Europese Commissie, de Duitse Ursula von der Leyen.


Begin april 2021 schreef de kritische academicus Rik Min:

"Waarom moet Nederland meedoen om de spanningen met Rusland, China en het Midden Oosten te verhogen in de Oekraïne (met tanks), Syrië (met geld) en de Chinese zee (met een slagschip)? Moet dat van de USA? (Want het is fascisme!) Staat dat soms in geheime verdragen? Staat dat soms in de kleine lettertjes van het Marshallplan? Staat dat in de statuten van elke Nederlandse krant (zoals in de NRC) of in de eed die ministers afleggen om ten alle tijden Atlanticus te blijven?"

Ik zou nog een vraag hieraan willen toevoegen: waarom zwijgen de Nederlandse mainstream-media over deze uiterst actuele vragen? En, waarom zijn mijn commerciĆ«le collega's zo opvallend racistisch en weinig kritisch? 

Hoe dit racisme onderhuids en vaak onbewust nog steeds de identiteit van de witte Europeaan bepaalt, bewees mijn oude vriend Geert Mak toen hij op 7 januari 2015, zonder enige intellectuele reserve onmiddellijk een oordeel velde over de aanslag in Parijs op het kantoor van het satirische weekblad Charlie Hebdo. Een journalist van de Vlaamse zakenkrant De Tijd schreef:   

"Het nieuws van de aanslag tegen het Franse satirisch weekblad raakt enkele minuten voor onze interview-afspraak in Amsterdam bekend. Mak komt net van de trein en heeft de berichten nog niet gehoord.Misselijk van woede,’ reageert hij geschokt. Hij moet even bekomen, zich herpakken. Maar het duurt niet lang voor hij het bredere plaatje begint te schetsen. Mak is de man van het grote verhaal, de verbanden, de historische context. ‘De kracht van onze westerse samenleving is onze democratie, onze variatie in ideeĆ«n, onze tolerantie, onze openheid tegenover andere culturen. Maar dat is tegelijk onze kwetsbaarheid, blijkt nu ook weer.’

Tegelijkertijd zweeg Mak als het graf over de massale Joods Zionistische oorlogsmisdaden.  Een beter voorbeeld van Mak’s superioriteitsgedachte is nauwelijks denkbaar. Als toonaangevende journalist van de corrupte mainstream-media verzwijgt hij tevens enige fundamentele kritiek op de ineenstortende Europese cultuur.  Hij reageert doorgaans in een reflex die vooral merkbaar is zodra de domineeszoon overvallen wordt door de actualiteit. Zonder te hoeven nadenken heeft hij zich in een mum van tijd ‘herpakt,’ en begint hij ‘het bredere plaatje te schetsen,’ want Geert is voor de massa de profeet van ‘het grote verhaal, de verbanden, de historische context.’ Mak gaat er blind vanuit dat er sprake is van ‘onze variatie in ideeĆ«n, onze tolerantie, onze openheid tegenover andere culturen.’ Net als destijds zijn ouders gedreven werden door ‘het gevoel van vanzelfsprekende superioriteit tegenover alle niet-Europese volken en culturen,’ zoals hij in het boek over zijn vader schreef. Zijn lofzang uit 2015 op de ‘tolerantie’ en ‘openheid’ van het Westen bestaat uit overbekende clichĆ©’s die hij verspreidde twaalf jaar nadat in 2003, onder andere Nederland, in strijd met het internationaal recht een agressieoorlog steunde tegen Irak. pas tamelijk recentelijk begon hij in te zien dat het Amerikaanse gewelddadige expansionisme overal in de wereld een totale chaos had achtergelaten. Toch kon ook Geert Mak, die staatsrecht studeerde, weten dat de Amerikaanse hoofdaanklager tijdens het Neurenberg Proces in 1946, Robert H. Jackson, destijds had opgemerkt dat ‘[t]his trial is part of the great effort to make the peace more secure,’ en dat het Neurenberg Proces een ‘juridical action’ was ‘to ensure that those who start a war will pay for it personally.’ Op hun beurt veroordeelden de betrokken geallieerde rechters de 24 nazi-kopstukken op grond van het feit dat ‘to initiate a war of aggression is the supreme international crime, differing only from other war crimes in that it contains within itself the accumulated evil of the whole.’ Eerder al had Jackson erop gewezen dat: 

If certain acts of violation of treaties are crimes, they are crimes whether the United States does them or whether Germany does them, and we are not prepared to lay down a rule of criminal conduct against others which we would not be willing to have invoked against us.

Desondanks bleef voor de jurist Mak de VS het imperium, waarvoor hij volgens eigen zeggen een 'geheime liefde' bleef koesteren waar hij, terwijl hij in feite niets van het land en zijn geschiedenis wist. Volgende keer meer over de geslepen Nederlandse onnozelheid.





Het Bloedbad van Deir Yassin


Geen opmerkingen:

Het Joods Zionistische Terrorisme

Nu er geen eind komt aan het dagelijkse terrorisme van Israel en de Verenigde Staten is het belangrijk om allereerst nog eens de definitie v...