In 2003 begon Kevin Prenger met het recenseren van boeken en films voor Go2War2.nl. 18 december 2017
Later ging hij ook recensies schrijven voor geschiedenis-website Historiek.net en in 2017 verscheen zijn boek Een rechter in Auschwitz. Eind van dat jaar verscheen zijn recensie van het boek Erfenis van Neurenberg ligt onder vuur, het begin van een serie processen van nazi-kopstukken die een basis legden voor het huidige internationale recht. "Een schitterende overwinning voor Robert Jackson, een nog grotere voor de hele mensheid." Zo noemt de Amerikaanse oud-rechter Norbert Ehrenfreund (1921) het besluit om nazi-oorlogsmisdadigers in Neurenberg een eerlijk proces te geven. Jackson, van 1941 tot 1954 rechter aan het Amerikaanse Hooggerechtshof, drukte als hoofdaanklager een belangrijk stempel op het tribunaal, dat de geallieerden na afloop van de Tweede Wereldoorlog in de Duitse stad voerden tegen tweeĆ«ntwintig hooggeplaatste nazi’s.
Terwijl de Britse premier Winston Churchill eerder verkondigd had dat de leiders van het Derde Rijk de kogel verdienden en de Sovjetautoriteiten voor eenzelfde bloedige afrekening pleitten, drong Jackson erop aan dat de verdachten een eerlijk proces moesten krijgen, dus met een competente advocaat en met de mogelijkheid dat ze ook onschuldig bevonden konden worden.
Ondanks alle tegenwerkingen won Jackson het pleit en werd in Neurenberg voor het eerst in de geschiedenis een internationaal tribunaal ingesteld ter berechting van oorlogsmisdadigers. Het proces vond plaats van 20 november 1945 tot 1 oktober 1946. Norbert Ehrenfreund was erbij als jongeman. Het einde van de oorlog had hij meegemaakt als waarnemer bij de B-batterij van het 607th Field Artillery Battalion van Pattons Third Army. Daarna was hij gaan werken als verslaggever voor de Amerikaanse legerkrant The Stars and Stripes. Vanuit de perstribune keek hij toe om verslag te doen van het internationale tribunaal en de twaalf daarop volgende Amerikaanse militaire tribunalen van 1946 tot 1949. Een gesprek met rechter Michael Musmanno, de rechtbankvoorzitter tijdens het Einsatzgruppen-proces, maakte op hem zoveel indruk dat hij bij terugkeer in de VS rechten ging studeren en nadien zelf dertig jaar werkte als rechter in Californiƫ.
In zijn boek “De erfenis van Neurenberg” (met een voorwoord van internationaal strafrechtdeskundige Heikelien Verrijn Stuart) beschrijft Ehrenfreund waarom de rechtsgang in Neurenberg revolutionair was en wat de invloed ervan is geweest op het (internationale) strafrecht. Hij legt uit dat het JoegoslaviĆ«- en Rwanda-tribunaal en de totstandkoming van het Internationaal Strafhof in Den Haag allemaal terug te voeren zijn op wat in Neurenberg in gang werd gezet: een eerlijke rechtsgang voor de verdachten van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Kritiekloos is hij overigens niet over de wijze waarop er in Neurenberg recht werd gesproken. EĆ©n van zijn grootste bezwaren is dat het tribunaal uitging van de ex post facto-regel, oftewel dat de verdachten werden berecht volgens wetten die werden opgesteld nadĆ”t de strafbaar gestelde daden gepleegd waren. De verdachten werden onder andere beschuldigd van het voeren van een aanvalsoorlog, een term die voorafgaand aan het proces in het internationaal recht nog niet bestond. Kritiek heeft Ehrenfreund ook op het handelen van Jackson. Zo veroordeelt hij het dat de hoofdaanklager tijdens het proces gesprekken voerde met de rechters, zonder dat de verdediging daarbij aanwezig of ingelicht was. De oud-rechter noemt dat “een inbreuk op de juridische, ethische code.” Maar desondanks valt Ehrenfreunds oordeel over zowel Jackson als het tribunaal positief uit. Hij noemt de hoofdaanklager “een reus in de geschiedenis van het recht”, maar wel “een reus met gebreken” en het proces “het belangrijkste proces uit de geschiedenis.” Zoals een rechter betaamt komt hij tot dit oordeel na een heldere analyse van positieve en negatieve aspecten, die hij stap-voor-stap doorneemt. Zo beantwoordt hij de kritiek dat het proces werd gevoerd door de overwinnaars en dus partijdig was met het argument dat na de oorlog geen enkel land volkomen neutraal was. “Ja, het wĆ”s rechtspreken door de overwinnaars en het proces hĆ”d zijn onrechtvaardige kanten,” zo concludeert hij, “maar het enige alternatief was gƩƩn proces.”
Ehrenfreund is vooral lovend over de precedentwerking van “Neurenberg.” Het toen vastgelegde juridische concept van misdaden tegen de menselijkheid noemt hij een “meesterzet” die de mensenrechten naar een hoger plan tilde. Het maakte sancties op internationale schendingen van de mensenrechten mogelijk, een pijler waarop het in 2002 opgerichte Internationaal Strafhof in Den Haag steunt. Als voorvechter van gerechtigheid is het de schrijver een doorn in het oog dat zijn moederland het statuut van Rome, waarin de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof vastgelegd is, nog altijd niet geratificeerd heeft. Hij veroordeelt het dat zijn land zich boven de internationale rechtsorde plaatst. De rechteloosheid van gevangenen in GuantĆ”namo Bay en de legalisering van martelingen door de CIA ziet hij als schandvlekken op het blazoen van zijn land, dat zich in Neurenberg nog presenteerde als de moreel leider van de wereld. “Amerika mag niet werkeloos toezien hoe alles wat [in Neurenberg] is bereikt, wordt uitgehold,” zo waarschuwt hij.
Bewustwording van de Holocaust
Ondanks zijn gĆŖne over de morele aftakeling van de VS is Ehrenfreund geen verbitterd man. Integendeel, hij weet op inspirerende wijze zijn enthousiasme over “Neurenberg” en het internationaal recht over te brengen. Misschien is hij iets te enthousiast als hij het proces een belangrijke rol toedicht met betrekking tot de bewustwording van de Holocaust in Duitsland. In werkelijkheid speelde de uitroeiing van de Joden slechts een bijrol in Neurenberg en hadden het Eichmannproces in Jeruzalem (1961) en het Auschwitzproces (1963-1965) in Frankfurt am Main hierin vermoedelijk een grotere rol, maar deze processen blijven ongenoemd. Het is slechts een klein kritiekpuntje op het over het algemeen evenwichtige betoog, waarin de auteur wel stilstaat bij onder meer het JoegoslaviĆ«-tribunaal, het Internationaal Straftribunaal voor Rwanda en de processen tegen de Iraakse dictator Saddam Hoessein en de krijgsheer Charles Taylor uit Sierra Leone.
"De erfenis van Neurenberg – Norbert Ehrenfreund
Behalve een pleidooi voor het koesteren van de erfenis van Neurenberg is Ehrenfreunds boek een persoonlijk en onderhoudend verslag, waarin ook veel ruimte is voor persoonlijke ervaringen uit de tijd dat de schrijver het proces bijwoonde. Zo vertelt hij over een reportage die hij schreef over een Duits meisje dat zich in een houten kist met de luchtpost naar Amerika had willen laten sturen, uit liefde voor een Amerikaanse soldaat die volgens de regels van zijn leger geen contact met haar had mogen hebben. Gelukkig werd ze betrapt door luchthavenpersoneel, want anders zou ze in de kist gestikt zijn. Dergelijke anekdotes vormen een “luchtige” onderbreking op de inhoudelijke kost. Mede hierdoor is het boek goed leesbaar voor een breed publiek. Juist in deze tijd, waarin de erfenis van Neurenberg onder vuur ligt, kan de lezer veel opsteken van Ehrenfreunds wijze lessen. Zeker in Amerika zal geluisterd moeten worden naar dit kritische geluid, wil het land zich ooit nog kunnen profileren als geloofwaardige voorvechter van internationale mensenrechten, waarvoor in Neurenberg de basis werd gelegd."
– Go2War2
Boek: De erfenis van Neurenberg – Norbert Ehrenfreund
Kevin Prenger (1980) is verbonden aan TracesOfWar.nl. Zijn aandacht gaat uit naar de geschiedenis van de Holocaust en nazi-Duitsland. In 2015 verscheen zijn boek Oorlogszone Zoo, over de Berlijnse dierentuin tijdens de naziperiode.
Dat de Erfenis van Neurenberg onder vuur ligt toont de Verenigde Staten sinds het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw, en demonstreerde het Witte Huis, Het Pentagon, de CIA en de NAVO door de recente aanval op Venezuela.
De Processen van Neurenberg, die in 1946 begonnen, weerspiegelden het zelfvertrouwen van de Verenigde Staten als de dominante imperialistische macht die uit de Tweede Wereldoorlog tevoorschijn kwam. De Amerikaanse kapitalistische klasse meende dat zij zich onder de gegeven omstandigheden niet alleen democratische principes kon veroorloven, maar ook kon verklaren dat deze principes universeel waren en van toepassing op alle landen, inclusief de Verenigde Staten zelf.
Zo zei de Amerikaanse Hoofdaanklager Robert Jackson op 23 juli 1945 tegen de Internationale Conferentie van Militaire Tribunalen, het intergeallieerde orgaan dat de processen voorbereidde:
"Als bepaalde schendingen van verdragen misdaden zijn, zijn het misdaden, ongeacht of de Verenigde Staten ze begaan of Duitsland, en wij zijn niet bereid een regel voor strafbaar gedrag tegen anderen vast te stellen die wij niet tegen onszelf zouden willen laten toepassen."
In zijn slotwoord tijdens de Processen van Neurenberg, verklaarde Robert H. Jackson, vertegenwoordiger en hoofdadvocaat van de Verenigde Staten van Amerika, het volgende:
"Dit proces maakt deel uit van de grote inspanning om de vrede veiliger te maken. Het vormt een juridische maatregel die ervoor zorgt dat degenen die een oorlog beginnen, daar persoonlijk voor boeten."
Bij de oprichting van het Russell-tribunaal citeerde Bertrand Russell de hoofdaanklager van de Neurenbergse oorlogstribunalen, Robert H. Jackson, die had verklaard:
"Als bepaalde handelingen en schendingen van verdragen misdaden zijn, dan zijn het misdaden, ongeacht of de Verenigde Staten ze begaan of Duitsland. We zijn niet bereid een regel voor strafbaar gedrag tegen anderen vast te stellen die we niet tegen onszelf zouden willen laten toepassen."
Tijdens het proces verklaarde de Amerikaanse hoofdaanklager, Jackson:
"Het beginnen van een agressieoorlog is daarom niet alleen een internationale misdaad; het is de allerhoogste internationale misdaad, die zich van andere oorlogsmisdaden alleen onderscheidt doordat zij het verzamelde kwaad van het geheel in zich draagt."
Zijn opmerkingen benadrukken nog eens overduidelijk dat Trump's agressieoorlog tegen Venezuela en Iran bestraft moeten worden, omdat die aanval een ernstige schending is van het internationaal recht. Een feit dat niet doordringt tot de Amerikaanse- en Nederlandse regering en de voorzitter van de Europese Commissie, de Duitse Ursula von der Leyen.
Begin april 2021 schreef de kritische academicus Rik Min:
"Waarom moet Nederland meedoen om de spanningen met Rusland, China en het Midden Oosten te verhogen in de Oekraïne (met tanks), Syrië (met geld) en de Chinese zee (met een slagschip)? Moet dat van de USA? (Want het is fascisme!) Staat dat soms in geheime verdragen? Staat dat soms in de kleine lettertjes van het Marshallplan? Staat dat in de statuten van elke Nederlandse krant (zoals in de NRC) of in de eed die ministers afleggen om ten alle tijden Atlanticus te blijven?"
Ik zou nog een vraag hieraan willen toevoegen: waarom zwijgen de Nederlandse mainstream-media over deze uiterst actuele vragen? En, waarom zijn mijn commerciƫle collega's zo opvallend racistisch en weinig kritisch?
Hoe dit racisme onderhuids en vaak onbewust nog steeds de identiteit van de witte Europeaan bepaalt, bewees mijn oude vriend Geert Mak toen hij op 7 januari 2015, zonder enige intellectuele reserve onmiddellijk een oordeel velde over de aanslag in Parijs op het kantoor van het satirische weekblad Charlie Hebdo. Een journalist van de Vlaamse zakenkrant De Tijd schreef:
"Het nieuws van de aanslag tegen het Franse satirisch weekblad raakt enkele minuten voor onze interview-afspraak in Amsterdam bekend. Mak komt net van de trein en heeft de berichten nog niet gehoord. ‘Misselijk van woede,’ reageert hij geschokt. Hij moet even bekomen, zich herpakken. Maar het duurt niet lang voor hij het bredere plaatje begint te schetsen. Mak is de man van het grote verhaal, de verbanden, de historische context. ‘De kracht van onze westerse samenleving is onze democratie, onze variatie in ideeĆ«n, onze tolerantie, onze openheid tegenover andere culturen. Maar dat is tegelijk onze kwetsbaarheid, blijkt nu ook weer.’
Tegelijkertijd zweeg Mak als het graf over de massale Joods Zionistische oorlogsmisdaden. Een beter voorbeeld van Mak’s superioriteitsgedachte is nauwelijks denkbaar. Als toonaangevende journalist van de corrupte mainstream-media verzwijgt hij tevens enige fundamentele kritiek op de ineenstortende Europese cultuur. Hij reageert doorgaans in een reflex die vooral merkbaar is zodra de domineeszoon overvallen wordt door de actualiteit. Zonder te hoeven nadenken heeft hij zich in een mum van tijd ‘herpakt,’ en begint hij ‘het bredere plaatje te schetsen,’ want Geert is voor de massa de profeet van ‘het grote verhaal, de verbanden, de historische context.’ Mak gaat er blind vanuit dat er sprake is van ‘onze variatie in ideeĆ«n, onze tolerantie, onze openheid tegenover andere culturen.’ Net als destijds zijn ouders gedreven werden door ‘het gevoel van vanzelfsprekende superioriteit tegenover alle niet-Europese volken en culturen,’ zoals hij in het boek over zijn vader schreef. Zijn lofzang uit 2015 op de ‘tolerantie’ en ‘openheid’ van het Westen bestaat uit overbekende clichĆ©’s die hij verspreidde twaalf jaar nadat in 2003, onder andere Nederland, in strijd met het internationaal recht een agressieoorlog steunde tegen Irak. pas tamelijk recentelijk begon hij in te zien dat het Amerikaanse gewelddadige expansionisme overal in de wereld een totale chaos had achtergelaten. Toch kon ook Geert Mak, die staatsrecht studeerde, weten dat de Amerikaanse hoofdaanklager tijdens het Neurenberg Proces in 1946, Robert H. Jackson, destijds had opgemerkt dat ‘[t]his trial is part of the great effort to make the peace more secure,’ en dat het Neurenberg Proces een ‘juridical action’ was ‘to ensure that those who start a war will pay for it personally.’ Op hun beurt veroordeelden de betrokken geallieerde rechters de 24 nazi-kopstukken op grond van het feit dat ‘to initiate a war of aggression is the supreme international crime, differing only from other war crimes in that it contains within itself the accumulated evil of the whole.’ Eerder al had Jackson erop gewezen dat:
If certain acts of violation of treaties are crimes, they are crimes whether the United States does them or whether Germany does them, and we are not prepared to lay down a rule of criminal conduct against others which we would not be willing to have invoked against us.
Desondanks bleef voor de jurist Mak de VS het imperium, waarvoor hij volgens eigen zeggen een 'geheime liefde' bleef koesteren waar hij, terwijl hij in feite niets van het land en zijn geschiedenis wist. Volgende keer meer over de geslepen Nederlandse onnozelheid.
Het Bloedbad van Deir Yassin
Geen opmerkingen:
Een reactie posten