vrijdag 11 januari 2013

'Deskundigen' 79



Geert Mak: 'Historici moeten waarschuwen.' Het onderwerp van het nieuwe boek ligt… min of meer vast, maar Mak is nog terughoudend over de precieze invulling: ‘Het is alsof ik in het bos op pad ben om een beer te schieten, en alleen nog maar wat voetafdrukken heb opgespoord. Ik heb nog niet eens het puntje van zijn staart gezien. Het zal ook nog zeker anderhalf jaar duren voor het boek af is.’

Voor het nieuwe boek zal Mak zijn feiten extra goed natrekken, want In Europa, en dan vooral de tv-serie, werd door sommige historici slordig gevonden… Gegarandeerd foutloos zal ook zijn volgende boek niet zijn, voorspelt hij: ‘Het blijft mensenwerk.’

‘Historici horen juist een diepe onzekerheid met zich mee te dragen over wat de juiste interpretatie van het verleden is. In mijn verhalen maak ik die onzekerheid zichtbaar. Ik blijf altijd voor meerdere interpretaties openstaan.’
Geert Mak. Juni 2010 van het Historisch Nieuwblad


Twee jaar voordat Mak’s 576 pagina’s tellende Reizen zonder John werd gepubliceerd had hij de beer dus nog niet geschoten, laat staan dat hij vivisectie op hem had gepleegd, of om concreet te worden: twee jaar voordat Mak’s boek op de markt verscheen wist hij nog steeds niet de omvang van zijn onderwerp, laat staan dat hij de VS historisch, cultureel, economisch en politiek in kaart gebracht. Trek daar een jaar van af voor het schrijven en corrigeren van zijn vuistdikke boek en dan blijft er slechts één jaar over om een lange reis door de VS te maken en zich voor te bereiden door middel van het lezen van de Amerikaanse literatuur en geschiedenis. Dat is opvallend weinig tijd om het lezen en verwerken van geschreven informatie over het machtigste imperium in de geschiedenis enigszins te kunnen begrijpen, zeker voor iemand die volgens eigen zeggen ‘alleen nog maar wat voetafdrukken’ van de ‘beer’ heeft ‘opgespoord’ en ‘nog niet eens het puntje van zijn staart’ heeft ‘gezien.’  Uit eigen ervaring als journalist en schrijver weet ik dat het onmogelijk is om in die korte tijd de VS werkelijk te kunnen doorgronden. Daarvoor moet men het land vele jaren lang bestuderen. Dit verklaart waarom Mak’s Reizen zonder John zo oppervlakkig en chaotisch is. Ik stel dit met nadruk omdat zijn boek een bestseller is, en dus honderduizenden lezers op het verkeerde been zet, terwijl een serieuze beschouwing van dit imperium in verval op dit moment van wezenlijk belang is. Mak’s reisboek wordt in het Engels als volgt aangeprezen:

The world worries about the United States. Has the country finally hit the buffers, or will it manage to maintain the illusion of being the ‘last best hope of earth’, as Abraham Lincoln put it? Geert Mak spent months travelling through America to discover what has become of the land of unlimited opportunity. Although still glorying in its recent past as the indisputable leader of the free West with a mission to police the universe, it is now clearly at odds with itself. The political climate is poisonous, the econo­my undermined by easy money, and an unprecedented number of Americans are living at or below subsistence level.

Duidelijk uit deze beschrijving is Mak’s allereerste uitgangspunt, namelijk het messiaanse denkbeeld dat de Verenigde Staten ‘the last best hope of earth’ is, de verlossing van de mensheid. Het woord ‘illusion’ speelt hier een merkwaardige rol, tenzij Mak wil zeggen dat president Lincoln een soort ‘illusionist’ was die een ‘waandenkbeeld’ najoeg. En dat is, zo weet ik uit gesprekken met hem en uit zijn reisboek, geenszins het geval. Nog steeds koestert hij, volgens eigen zeggen, een ‘geheime liefde’ voor het ‘Beloofde Land’ waarvan de ‘soft power… nog altijd sterk aanwezig [is]’ en dat met geweld ‘als ordebewaker en politieagent’ functioneert. Een imperium dat ondanks alles nog immerthe indisputable leader of the free West’ is ‘with a mission to police the universe.’ Kortom, volgens Mak, is de VS ‘de onbetwistbare leider van het vrije Westen,’ die als ‘missie’ heeft de verlossing van het hele ‘universum,’ zoals ook onder andere Abraham Lincoln geloofde. Mak citeert dan ook uit Lincoln’s toespraak van 1 december 1862 tegenover het Congres, een maand voordat de president de Emanicpation Proclamation tekende, waarbij hij zijn troepen opdracht gaf to treat as free all those enslaved’ in de ‘ten states that were still in rebellion.’ Lincoln, wiens troepen de eerste twee jaar van de Amerikaanse Burgeroorlog niet opgewassen waren tegen het leger van het Zuiden, rechtvaardigde zijn maatregel om het afgescheiden Zuiden op de knieen te dwingen als volgt:

the plan I propose, if adopted, would shorten the war, and thus lessen its expenditure of money and of blood. Is it doubted that it would restore the national authority and national prosperity, and perpetuate both indefinitely?

De voornaamste redenen waren dus het onvermogen tot dan toe van het Noorden om het Zuiden te verslaan, de kosten van het bloedbad, en om de macht van het geindustrialiseerde Noorden en zijn ‘indefinitely’ toenemende ‘prosperity’ te herstellen. Als dit zou lukken dan gold dat

We shall nobly save, or meanly lose, the last best hope of earth. Other means may succeed; this could not fail. The way is plain, peaceful, generous, just -- a way which, if followed, the world will forever applaud, and God must forever bless,

aldus Lincoln, die door Geert Mak op een misleidende manier wordt geciteerd. Wat Mak er ook niet bij vermeld is dat Lincoln zelf een uitgesproken racist was.

When most Americans hear of Abraham Lincoln, our 16th President, they have an almost knee-jerk, visceral response that elevates Lincoln to the level of the great emancipator of enslaved African Americans, national unifier, America’s first great non-racist and tolerant President, and defender of the Union and the racial equality of blacks. While this romanticized notion of Lincoln and his presidency has pervaded the national consciousness for almost 140 years, objective historical evidence paints a radically and fundamentally different picture of the real Abraham Lincoln.
Other scholars, such as Harvard expert Henry Louis Gates, Jr., have explored the complexities of Abraham Lincoln's views on race, raising awareness regarding the fallacy of those who view Lincoln as a great anti-racist.  
Lincoln’s views on race and the equality of African Americans are the focus of a recent book on the subject, Colonization After Emancipation: Lincoln and the Movement for Black Resettlement. Authored by George Mason University researchers Phillip W. Magness and Sebastian N. Page, the book examines numerous historical documents from the Library of Congress and British National Archives, and demonstrates that Lincoln possessed a strong commitment to the resettlement of African Americans on the African continent. Lincoln’s racial legacy is controversial, notes Magness, because of its complexity, a historical truth that forces the historical establishment and the American education system to reevaluate its presentation of Lincoln, who may not be the great anti-racist egalitarian historians previously made him out to be… Magness and Page’s book offers evidence that Lincoln continued to support colonization, engaging in secret diplomacy with the British to establish a colony in British Honduras, now Belize. Among the records found at the British archives is an 1863 order from Lincoln granting a British agent permission to recruit volunteers for a Belize colony.
“He didn’t let colonization die off. He became very active in promoting it in the private sphere, through diplomatic channels,” Magness said. He surmises that Lincoln grew weary of the controversy that surrounded colonization efforts, which had become enmeshed in scandal and were criticized by many abolitionists.
As late as 1864, Magness found a notation that Lincoln asked the attorney general whether he could continue to receive counsel from James Mitchell, his colonization commissioner, even after Congress had eliminated funding for Mitchell’s office.
While Magness and Page’s book offers a unique insight into previously unknown and unreported historical documents adding to our understanding of Lincoln and his views on race, an entire corpus of literature already exists which demonstrates that Lincoln’s considerations in fighting the Civil War were not motivated by a deep humanitarian sense of liberating African Americans from the cruel and bitter scourge of slavery, but instead by his desire to see the integrity of the Union preserved, as he opposed Southern secession, but nonetheless, did not share any profound commitment to abolitionism or to the equality and full inclusion and integration of blacks into American society.
Lincoln’s commitment to the resettlement of African Americans is particularly revealing because it demonstrates his belief that African Americans were incapable of being assimilated into white society, and that they were socially unequal to whites, thus “requiring” their forced resettlement to Africa or even Central America, in his view.
Magness and Page not only explore Lincoln’s connections with the African Colonization Society and other African resettlement societies, but also examine sources highlighting Lincoln’s elaborate and profoundly immoral plan to relocate freed slaves to a Central American colony where they would function as indentured servants for syndicates providing various commodities to the U.S. armed forces in a mercantilist relationship:
Ambrose W. Thompson, a Philadelphian who had grown rich in coastal shipping, provided the new president with what seemed to be a good opportunity. Thompson had obtained control of several hundred thousand acres in the Chiriqui region of what is now Panama, and had formed the "Chiriqui Improvement Company." He proposed transporting liberated blacks from the United States to the Central American region, where they would mine the coal that was supposedly there in abundance. This coal would be sold to the US Navy, with the resulting profits used to sustain the black colony, including development of plantations of cotton, sugar, coffee, and rice. The Chiriqui project would also help to extend US commercial dominance over tropical America.
Negotiations to realize the plan began in May 1861, and on August 8, Thompson made a formal proposal to Secretary of the Navy Gideon Wells to deliver coal from Chiriqui at one-half the price the government was then paying. Meanwhile, Lincoln had referred the proposal to his brother-in-law, Ninian W. Edwards, who, on August 9, 1861, enthusiastically endorsed the proposed contract.
Eager to proceed with the Chiriqui project, on August 14, 1862, Lincoln met with five free black ministers, the first time a delegation of their race was invited to the White House on a matter of public policy. The President made no effort to engage in conversation with the visitors, who were bluntly informed that they had been invited to listen. Lincoln did not mince words, but candidly told the group, ‘Even when you cease to be slaves, you are yet far removed from being placed on an equality with the white race.... The aspiration of men is to enjoy equality with the best when free, but on this broad continent, not a single man of your race is made the equal of a single man of ours. Go where you are treated the best, and the ban is still upon you.’
Likewise, an analysis of Lincoln’s life and career as an Illinois politician and attorney demonstrates that Lincoln the politician did not recognize blacks as his social or political equals and, during his years as a lawyer and office seeker living in Illinois, his opinion on this did not change. Lincoln was opposed to the institution of slavery during his entire lifetime but, like most white Americans, he was not an abolitionist (according to Professor Stacy Pratt McDermott of the University of Illinois-Springfield).
During the 1840s, when Lincoln was establishing himself in Springfield’s legal, political, and social circles, he was a frequent guest in the homes of individuals who held slaves, despite the fact that slavery by that time had been declared unconstitutional under Article VI of the Illinois State Constitution. In at least one case as a young attorney, Lincoln represented a slave-owner, Robert Matson. Lincoln's client each year brought a crew of slaves from his plantation in Kentucky to a farm he owned in Illinois for seasonal work. In 1847, Matson brought to the farm his favorite mulatto slave, Jane Bryant (wife of his free, black overseer there), and her four children.
A dispute developed between Jane Bryant and Matson's white housekeeper, who threatened to have Jane and her children returned to slavery in the South. With the help of local abolitionists, the Bryants fled. They were apprehended, and in an affidavit sworn out before a justice of the peace, Matson claimed them as his property. Lacking the required certificates of freedom, Bryant and the children were confined to local county jail as the case was argued in court. Lincoln lost the case, and Bryant and her children were declared free.
It therefore comes as no surprise that Lincoln was a vociferous defender of racial segregation throughout his career — he simply believed that racial integration was impossible, as evident in his comments at the first of the famous Lincoln-Douglas Debates, in August 1858:
I have no purpose to introduce political and social equality between the white and the black races. There is physical difference between the two, which in my judgment will probably forever forbid their living together upon the footing of perfect equality, and inasmuch as it becomes a necessity that there must be a difference, I, as well as Judge Douglas, am in favor of the race to which I belong having the superior position.
I will say then that I am not, nor ever have been, in favor of bringing about in any way the social and political equality of the white and black races; I am not nor ever have been in favor of making voters or jurors of negroes, nor of qualifying them to hold office, nor to intermarry with white people.
I will say in addition to this that there is a physical difference between the white and black races which I believe will forever forbid the two races living together on terms of social and political equality. And inasmuch as they cannot so live, while they do remain together there must be the position of superior and inferior, and I, as much as any other man, am in favor of having the superior position assigned to the white race.
The phenomenon of Americans ignoring Lincoln’s segregationist views is best described by the late columnist Joseph Sobran, who bifurcates the “fantasy Lincoln” and the true, racist Lincoln:
When Lincoln finally did grab the slavery issue in 1854, he again followed (Henry) Clay in advocating gradual emancipation, combined with a program of colonization — resettling former slaves outside of the United States. He expressly opposed political and social equality for Negroes in this country. They should be equal all right, but not here.... Lincoln's segregationist views are soft-peddled, shrugged off, explained away, or simply ignored ... the Fantasy Lincoln must be maintained at all costs." And this is exactly what many establishment scholars today do. They maintain the cottage industry that promotes the "Fantasy Lincoln" while conveniently ignoring his racist views — views they seem to find abhorrent in anyone else yet perfectly alright in Mr. Lincoln.
In brief, Colonization After Emancipation: Lincoln and the Movement for Black Resettlement by Phillip W. Magness and Sebastian N. Page highlights the complexity of Abraham Lincoln’s views on race and African Americans. Contrary to the widely popular view of Lincoln as a true racial egalitarian, historical documents demonstrate that his commitment to the relocation of African Americans to Africa and Central America is rooted in his racist, white-supremacist thinking that dehumanizes African Americans and seeks to write them out of the canon of American history.

Uit deze feiten blijkt dat Mak inderdaad ‘alleen nog maar wat voetafdrukken’ van de ‘beer’ heeft ‘opgespoord.’ Zijn gebrek aan kennis heeft geleid tot een verkeerde voorstelling van zaken, waarbij hij illusies voor waarheid aannam, en hij met stelligheid claimt dat de VS ‘the last best hope of earth’ is of tenminste was. Daarentegen is de werkelijkheid veel gelaagder zoals echte ‘Amerika-deskundigen’ weten.

'Historici moeten waarschuwen.'
 Geert Mak. Juni 2010 van het Historisch Nieuwblad

Dat 'historici moeten waarschuwen,' kan misschien waar zijn, maar dan moeten ze toch alleereerst weten waarvoor ze moeten waarschuwen, en zullen ze met feiten moeten komen. Ik denk dat Mak, die zelf geen historicus is, dit over het hoofd heeft gezien, of misschien andere motieven heeft om deze dwingende opdracht uit te spreken. Ik zelf ga als journalist/schrijver ervan uit dat zowel de auotdidact als de afgestudeerde historicus zich allereerst breed dienen te orienteren. Een jaar is echt te weinig om de drijfveren van de ‘beer’ werkelijk te kunnen begrijpen. De mainstream, of het nu Mak dan wel de eerste de beste televisie-correspondent betreft, geven bij gebrek aan kennis keer op keer het cliché beeld van ‘Amerika.’  En dat beeld vinden we dan ook weer terug bij RTL Nieuws correspondent in New York, Jos Mouthaan, die in 2008 na de verkiezing van Obama in het boekje Tijd Voor Verandering. Barak Obama en De Toekomst van Amerika, tenslotte zonder enige ironie beweerde:

De wereld zal altijd afhankelijk blijven van Amerika, het land dat zich telkens opnieuw uitvindt en uiterst zware tijden weet te doorstaan. Het is in staat van koers te veranderen en van zijn fouten te leren. De 44ste president van Amerika staat zeker geen eenvoudige taak te wachten, maar zoals Barack Obama in zijn overwinningsrede zegt: ‘Dit is ons moment om ons volk weer aan het werk te helpen en kansen voor onze kinderen te creëren; om de welvaart te herstellen en de zaak van de vrede te dienen; om de Amerikaanse droom te herwinnen en eens te meer de fundamentele waarheid te bevestigen dat wij met velen één zijn; dat zolang we ademen, we hoop houden. En als we op cynisme en twijfels steunen en te horen krijgen dat het niet kan, dan zullen we antwoorden met dat tijdloze credo waarin de geest van een volk is samengevat: Yes we can.’

Zolang de Nederlandse opiniemakers dit simplisme blijven herhalen, zal men hier onwetender blijven dan de overgrote meerderheid van de kiesgerechtigden die niet op Obama stemde, omdat ze niet kwam opdagen of niet op hem stemde, omdat zij allen wisten dat ‘change we can believe in’ in een plutocratie niets anders kan zijn dan een loze kreet. Terwijl ik dit opschrijf meldt het online radio station KJEF Cajun Radio dat ‘one in every four children in the USA faces hunger.’ De feiten onder Obama over ondervoeding in de VS zijn deze:

14.5 percent of U.S. households struggle to put enough food on the table. More than 48 million Americans—including 16.2 million children—live in these households. 
Source: Household Food Security in the United States, 2010 . U.S. Department of Agriculture, Economic Research Service, September 2011.
More than one in five children is at risk of hunger. Among African-Americans and Latinos, nearly one in three children is at risk of hunger. 
Source: Household Food Security in the United States, 2010 . U.S. Department of Agriculture, Economic Research Service, September 2011.

Deze cijfers worden niet gemeld in de mainstream-propaganda omdat ze niet passen in de visie dat ‘de wereld altijd afhankelijk [zal] blijven van Amerika.’ Als men een bewering maar lang genoeg herhaalt dan begint de mens op den duur ook in de grootst mogelijke nonses te geloven, zolang men maar de volgende gouden regel volgt: ‘You want your message to stick. Chances of that happening are greatly increased by repeating the message. Again. And again. And again.’ Of zoals Marshall McLuhan, een vooraanstaande communicatiedeskundige, ooit stelde: ‘Ads seem to work on the very advanced principle that a small pellet or pattern in a noisy, redundant barrage of repetition will gradually assert itself. Ads push the principle of noise all the way to the plateau of persuasion.’ Voor de verkoop van zowel een boek, een blikje Coca Cola of een president geldt dat  de naam van het product net zo vaak moet worden herhaald tot de consumenten het niet meer vergeten en erin gaan geloven. Jeff Hicks, ‘American advertising executive,zei het in 1965 aldus: ‘How do you become one of those brands that people want to wear on a T-shirt? There’s no one commercial that’s going to make me want to wear an Apple or a Nike T-shirt. It’s a succession of many different impressions and moments. That’s how marketing works now.’ En zo wint doorgaans degene met het meeste reclamegeld. Vandaar dat Mak’s reclame voor Reizen zonder John tot vervelens toe werd herhaald op Radio 4. En wil een Amerikaan president worden van zijn land dan zal hij allereerst bij de rijken moeten aankloppen voor zoveel mogelijk reclamegeld waardoor men, net als Obama,  een kans krijgt. En zodra hij president is, volgt de afrekening, zoals iedere serieuze journalist/schrijver kan zien. Hoewel de mainstream opniniemakers net doen alsof dit niet gebeurt, blijft het in de politiek toch een waarheid als een koe dat alleen de zon voor niets opgaat. Morgen meer daarover.


Geen opmerkingen:

De Misdadige Hypocrisie van de Nederlander

  Zondag 23 augustus 2020 schreef ik het volgende op mijn weblog over de cynische hypocrisie van de Polder Politici en Polder Pers: O p 20 m...