Zoeken in deze blog šŸ”ŽšŸ”Ž

Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht eitan bronstein. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht eitan bronstein. Sorteren op datum Alle posts tonen

maandag 18 maart 2024

De Holocaust Is Geen Rechtvaardiging meer Voor Joodse Nazi's

Eitan Bronstein, bezig de geschiedenis van straten, wijken en steden terug te geven aan Palestijnen en daarmee aan de Joden in Israƫl.
.
Zeventien jaar geleden vertelde mij de uit ArgentiniĆ« naar IsraĆ«l geĆ«migreerde Eitan Bronstein: ‘Wij Joden in IsraĆ«l leven hier niet echt. Wij zijn niet geworteld in dit land.’ Eitan was destijds de 47-jarige directeur van Zochrot, de in 2002 opgerichte IsraĆ«lische organisatie die de Joodse bevolking bewust wil maken van de ‘Nakba, de Palestijnse catastrofe van 1948 en 1967’ door middel van  ‘te herdenken, erover te getuigen, te erkennen,’ volgens de initiatiefnemers van Zochrot (herinnering) de enige manier om te kunnen ‘helen.’ Volgens hen is dit de eerste stap om ook hun Palestijnse landgenoten, 20 procent van de Israelische bevolking, als volwaardige burgers te kunnen accepteren. Die stap zal de Joden in Israel werkelijk doen integreren, want tot nu toe voelen veel Joden zich in Israel — paradoxaal genoeg — nog steeds ontheemd. Zij mogen er dan wel leven, maar het gevoel echt onderdeel te zijn van de regio,  met hart en ziel aan grond en cultuur verbonden te zijn, bezitten zij niet. Al meer dan een miljoen IsraĆ«lische Joden is dan ook weer vertrokken. En sinds 7 oktober 2023 zijn daar nog eens een half miljoen bijgekomen. Bronstein vertelt dat veel Joden in IsraĆ«l onwetend zijn over de Nakba, en de gewelddadige rol die Joodse milities daarbij hebben gespeeld.  In de praktijk van alledag ontkennen ze zelfs die catastrofe. ‘De verschrikkingen zijn uit het collectieve bewustzijn gewist, ondanks het feit dat er natuurlijk wel vele duizenden Joden in IsraĆ«l leven die meegedaan hebben aan het massaal verdrijven van de Palestijnen,’ aldus Bronstein. Zochrot heeft als leidraad de uitspraak van Walter Benjamin dat een historicus ‘het als zijn taak beschouwt om tegen de draad in te gaan.’ Benjamin  -- een joodse intellectueel die op de vlucht voor de nazi’s in de PyreneeĆ«n zelfmoord pleegde -- was ‘er diep van overtuigd dat zelfs de doden niet veilig zijn voor de vijand als die wint.’ Over de context van het werk van Zochrot staat in hun kleine brochure: 

'De zionistische collectieve herinnering bestaat zowel in ons culturele als fysieke landschap, maar de zware prijs die de Palestijnen betaalden – in levens, in de vernietiging van honderden dorpen, en in de voortdurende hopeloze situatie van de Palestijnse vluchtelingen – krijgt weinig publieke erkenning. De Nakba is onzichtbaar gemaakt in het onderwijsprogramma, in de meeste geschiedenis- en geografie-boeken, en zelfs op de kaart van het land, aangezien Palestijnse plaatsen verwijderd zijn of een andere naam hebben gekregen. Zelfs vandaag de dag bestaat er geen officiĆ«le IsraĆ«lische erkenning of herdenking van de Nakba. Zochrot spant zich in om de geschiedenis van de Nakba toegankelijk te maken voor het IsraĆ«lische publiek, om zodoende Joden en Palestijnen te laten deelnemen aan een open en uitvoerige beschrijving van onze pijnlijke gemeenschappelijke geschiedenis.'

Juist vanwege het laatste herdenken de Duitsers het verdrijven en vermoorden van de joden in Europa. Zij noemen dit proces VergangenheitsbewƤltigung, een samengesteld Duits woord, waarmee de worsteling wordt aangeduid om in het reine te komen met het (nationaalsocialistische) verleden. (Vergangenheit = verleden; BewƤltigung = overmeestering). 

An Israeli NGO launched a smartphone app on Monday that allows users to find the remains of Palestinian villages that now lie inside modern-day Israel.

VergangenheitsbewƤltigung is de poging om het verleden te analyseren, te verwerken, en om met dat verleden te leren leven. Het gaat daarbij om pijnlijke zaken uit dat verleden, zoals de Holocaust. Het doel van het actieve verwerkingsproces is vooral de toekomstige vermijding van de misstappen uit het verleden. In debatten tussen geleerden wordt de term specifiek gebruikt met betrekking tot de misdaden die begaan zijn onder verantwoordelijkheid van Adolf Hitler en met betrekking tot bestaande en historische connecties tussen Duitse culturele, godsdienstige en politieke instellingen en het nationaalsocialisme. De term heeft dus betrekking op zowel de verantwoordelijkheden en legitimiteit van de huidige Duitse staat (die rechtsopvolger is van het Derde Rijk) als op de verantwoordelijkheden van individuele Duitsers tijdens de nationaalsocialistische machtsontplooiing. Na de val van de Berlijnse Muur, wordt de term VergangenheitsbewƤltigung ook gebruikt in de voormalige DDR om de verwerking van de communistische misdaden aan te duiden. Zochrot hoopt daarmee 'een kwalitatieve verandering aan te brengen in de politieke dialoog van deze regio. Erkenning van het verleden is de eerste stap in het verantwoording nemen voor zijn gevolgen. Erkenning moet gelijke rechten opleveren voor alle volkeren van dit land, met inbegrip van het recht van de Palestijnen om naar hun huizen terug te keren.' Eitan Bronstein voegt daaraan toe: 'Het oprichten van herdenkingstekens op de ruĆÆnes van Palestijnse dorpen is een wezenlijk onderdeel van het cultiveren van civiele en nationale gelijkheid, en is een uitdaging aan de geschreven geschiedenis die in het landschap is gegraveerd. Het zichtbaar maken van de vernietigde dorpen is een uitdrukking van menselijkheid, het schept openheid en betekent het nemen van verantwoordelijkheid, en het begint het proces van catharsis binnen de Joodse gemeenschap.' Norma Musih, een Joodse onderwijzeres uit Jaffa die betrokken is bij het werk van Zochrot schrijft: 'Reizend door IsraĆ«l kan men wegwijzers zien, markeringen en herdenkingstekens die het joods-IsraĆ«lische verhaal creĆ«ren en ondersteunen. Joods-IsraĆ«lische gebeurtenissen die meer dan 2000 jaar geleden plaatsvonden worden door deze herdenkingstekens gehuldigd, terwijl nergens Palestijnse herdenkingstekens te zien zijn. Bovendien wordt getracht deze herinnering weg te vagen uit het collectieve bewustzijn en uit het landschap. Wij, de IsraĆ«li’s, leren op onze scholen dat de Joden naar IsraĆ«l kwamen om de woestijn te veranderen in een bloeiend vaderland, omdat wij een “volk zonder een land” waren die terugkeerden naar een ''land zonder volk.'''

Last May, activists around the world stood with us as we faced yet another massacre in besieged Gaza, resisted ethnic cleansing in Jerusalem and the Jordan Valley, and stood in unity against Israeli settler-colonial and apartheid attacks in our cities in historic Palestine. Yet, Western governments offered only condemnation at best, and at worst - complete inaction. 

Apartheid Israel’s colonial violence and naked aggression have never stopped. But neither has Palestinian resilience and sumud (steadfastness).  In Sheikh Jarrah, Silwan, Al-Naqab and Masafer Yatta and across historic Palestine, Palestinians stand united against ongoing ethnic cleansing. In scenes eerily similar to last May, Palestinians are once again facing and resisting apartheid Israel’s violent aggression and desecration of our holy sites. Israel’s brutality towards Palestinians has been ongoing for over 74 years, yet, during the month of Ramadan Israel escalated its violent suppression of our rights in our occupied city of Jerusalem and beyond.

During April, apartheid Israel murdered at least 23 Palestinians, including 3 women and 2 children; violently suppressed demonstrations; desecrated the Al-Aqsa Mosque and assaulted Palestinians as they worshipped. It also embarked on a campaign of mass arrest, including the arrest of more than 500 Palestinians in and around the Al-Aqsa compound, and once again it bombed the Palestinian population of besieged Gaza. 

Our Nakba did not end in 1948.

https://bdsmovement.net/news/commemorating-74-years-ongoing-nakba

Norma Musih legt uit dat de organisatie de Nakba een plaats wil geven in het Joods-IsraĆ«lische bewustzijn: ‘om een alternatieve herinnering te promoten tegenover de hegemonistische zionistische herinnering. De Nakba is de ramp van het Palestijnse volk: de verwoesting van de dorpen en steden, het moorden, de verdrijving, de vernietiging van de Palestijnse cultuur. Maar ik geloof dat de Nakba ook ons verhaal is, het verhaal van de Joden die in IsraĆ«l leven, die profiteren van de privileges van de winnaars.' EĆ©n van de elementaire uitgangspunten van ons werk is dat de Nakba de "ground zero'' is van het IsraĆ«lisch-Palestijnse conflict, de plaats die een einde maakte aan al het voorafgaande. Bewustwording en erkenning van de Nakba door het Joods-IsraĆ«lische volk, en het nemen van verantwoordelijkheid voor deze tragedie, zijn essentieel om de strijd te eindigen en om een verzoeningsproces te kunnen beginnen tussen de twee volkeren van Palestina-IsraĆ«l. Wat bedoel ik met het nemen van verantwoordelijkheid? Ik bedoel daarmee de erkenning en het diepe begrip van de tragedie die plaatsvond, en het verantwoording nemen voor ons deel van deze tragedie. Erkenning van het individuele en collectieve recht op terugkeer voor elke vluchteling die verdreven werd, en de hoop op de implementering van dit recht, of door het teruggeven van het in beslag genomen land, het betalen van compensatie of de terugkeer daadwerkelijk toe te laten. Kennis van de Nakba is de essentiĆ«le stap tot verzoening. Het toestaan van het recht op terugkeer zal de demografische balans in IsraĆ«l veranderen en de IsraĆ«lische staat zou in zijn huidige vorm niet langer meer bestaan. Ik ben van mening dat het leven in de nieuwe staat beter zal zijn voor zowel Palestijnen als IsraĆ«li’s die in dit land leven.’ Door hun eigen geschiedenis te aanvaarden krijgen de Joden in Israel de kans zich te bevrijden van hun kwade geweten en hun trauma's daarover, net zoals de nazi's dit de afgelopen driekwart eeuw hebben gedaan of op zijn minst hebben geprobeerd. Hoe moeilijk dit ook mag zijn, in elk geval geeft het een mogelijkheid om de de langdurige reeks misdaden te verwerken. Dit is in een notendop de kern van het hele verhaal. Eitan Bronstein:

'In Tel Aviv zijn nog restanten van een Palestijns dorp, ze liggen niet zo ver van ons kantoor. Als je daar de Joodse bewoners vraagt waar ze precies leven, weten ze nog wel dat ze in het voormalige dorp Summeil wonen. Maar verder weten ze niets over de voormalige bewoners, over wat er met hen is gebeurd, over waar ze nu zijn of over wat ze deden voor hun levensonderhoud. Niets weten ze erover. Zelfs niet wanneer ze in de huizen leven van de verdreven Palestijnen. Ook al wonen ze te midden van herinneringen toch zullen de joods-IsraĆ«li’s niets doen om dat verleden te achterhalen. 

In augustus 2005 kwam Summeil in het nieuws nadat Joodse en Palestijnse IsraĆ«li’s hadden geprotesteerd tegen het feit dat de gemeente Tel Aviv de oude Palestijnse huizen wilde laten slopen om ruimte te maken voor woon- en kantoortorens. Onder andere Michael Jacobson en Sima Tzafoni van de Faculteit Architectuur van de Bezalel Academie waren fel tegen de plannen. Terwijl veel goedwillende mensen, onder wie ik, opgevoed zijn met de opvatting dat Tel Aviv een stad was, ontstaan op zand, is het verbazingwekkend om te ontdekken dat de stad een aantal plaatsen kent die tot het uitbreken van de Onafhankelijkheidsoorlog de locatie waren van Arabische dorpen. Tel Aviv was niet "op zand geboren," was niet "uit de zee ontstaan," en ''liep'' zeker niet door "de velden." Tel Aviv is niet alleen Herzl, Jabotinsky, Arlosorov, en Ben Goerion, het is ook de verlaten Arabische dorpen -- Sheikh Muwannis, Jammusin, Salame en Summeil. Nurit Moskovitch van de Faculteit Architectuur van de Universiteit van Tel Aviv verklaarde in 2005: "De universiteit staat op het punt haar grond op het vernietigde Palestijnse dorp Sheikh Muwannis uit te breiden. Met grote ironie is ze van plan daar een nieuw gebouw neer te zetten voor de Faculteit Archeologie." Met de hulp van Zochrot schreef Moskovitch een voorstel om in de uitbreiding van de campus het dorp te herdenken door middel van "leegte gebieden," greppels van drie meter diep die de leegte zouden creĆ«ren, die het verdwenen dorp heeft opgeroepen. De Universiteit van Tel Aviv was mordicus tegen. In het verleden heeft het universiteitsbestuur zelfs geweigerd om een bord te laten plaatsen waarop vermeld werd dat de campus "grotendeels was gebouwd op het land van het Palestijnse dorp Sheikh Muwannis." Tijdens een conferentie over dit onderwerp, georganiseerd door Zochrot, steunde professor Moshe Zuckerman het verzoek om het dorp te herdenken: 

"Als we niet symbolisch rekenschap geven van het feit dat wij wetenschap en cultuur en onderwijs bedrijven zonder het besef dat wij een cultuur vernietigden, leven vernietigden, onderwijs vernietigden, en dat vernietigden wat er stond – dan worden onze cultuur en onze wetenschap voornamelijk iets ideologisch. De herinnering is niet slechts een zaak van morele reiniging, maar van een principe dat, als het niet wordt toegepast, van ons allen barbaren maakt, en degenen die geen barbaren willen worden kunnen beter beginnen met zich te herinneren," aldus Zuckermann, die tevens het hoofd is van het Instituut voor Duitse Geschiedenis van de Universiteit van Tel Aviv. 

Nogmaals Eitan Brontein:

'Wij Joden in IsraĆ«l leven hier niet echt, wij zijn niet geworteld in dit land. De grondleggers kwamen uit Europa en daar wilden we op lijken. De regio waarin we leven interesseert ons niet. Wanneer wij naar het buitenland gaan, gaan we naar het Westen of naar India, nooit naar JordaniĆ« of Egypte. De band met IsraĆ«l is een ideologische, metafysische band, is gebaseerd op geloof of een bepaalde politieke visie op de geschiedenis. Ik denk daarom dat de sleutel voor de oplossing het recht op terugkeer is. Zodra we dit recht voor de Palestijnen zullen erkennen, erkennen we tegelijk dat wij een onderdeel zijn van deze regio en dat we hier in vrede met onze buren willen leven en met de cultuur en de geschiedenis van het Midden-Oosten. Het gaat dus niet alleen om hun recht, maar ook om onze mogelijkheid hier geworteld te raken, vrede te sluiten met het land zelf, met de grond waarop we leven en daarom vooral ook met onszelf. Wij laten dan weten dat we werkelijk hier, op deze plaats willen leven, en niet op een stuk grond dat een vooruitgeschoven post van de westerse wereld is. Het zal ons mogelijk maken onszelf te accepteren als inwoners van deze regio. Daarom zullen we onze verantwoordelijkheid voor de Nakba moeten erkennen. Maar we staan pas aan het begin van dat proces. Een paar weken geleden was er ineens een fel debat in IsraĆ«l over het feit dat voor het eerst in een IsraĆ«lisch lesboek van het ministerie van Onderwijs, geschreven voor Arabische lagere scholen, enkele regels over de Nakba stond. Het was alleen nog maar in het Arabisch. Desondanks ontstond er een enorme commotie onder de Joden in IsraĆ«l, terwijl er alleen maar heel feitelijk stond dat de Palestijnen waren gevlucht in 1948 en dat deze gebeurtenis voor hen bekendstaat als de Nakba. Verder niets. De meeste reacties waren in de trant van: als we dit erkennen geven we ze een wapen in handen, ze hebben dan argumenten om geen gehoorzame burgers van IsraĆ«l meer te zijn en bovendien kunnen de Palestijnse vluchtelingen dit gebruiken om aanvallen op ons te legitimeren. Duidelijk is geworden dat een aanzienlijk aantal joods-IsraĆ«li’s wel degelijk weet dat er grootschalige misdaden den zijn gepleegd. Dat wordt ook niet betwist. Het gaat er niet om dat ze toen gebeurd zijn, maar om de consequenties ervan heden ten dage. Men weet van de terreur, maar dat weten zit op een laag niveau. Het is verdrongen kennis. Of op zijn minst weet men dat er iets is dat een kwaad geweten kan oproepen.' 

Zonder rekenschap te geven van de eigen misdaden is de mens niet in staat mentaal te groeien. Hetzelfe geldt voor het land en de cultuur waarin hij leeft. Hij of zij snijdt zichzelf af van de wereld en vervreemd op die manier steeds meer van zichzelf. Bronstein: 'Er zijn genoeg mensen die ervan afweten. Niet alleen van plan D, het draaiboek van de etnische zuivering, maar ook van de talloze slachtpartijen die werden aangericht. Er komt nu steeds meer boven water, door bijvoorbeeld getuigenverklaringen. Zo verscheen er in 2006 een uitstekende filmdocumentaire met als titel "De Dagboeken van Yossef Nachmani." Nachmani was een zionist die in Galilea land aankocht voor het Joods Nationaal Fonds. Van 1935 tot 1965 hield hij een dagboek bij, waarin hij melding maakte van Joodse wreedheden. Nachmani was een gematigd man, die Arabisch sprak en zijn Palestijnse buren respecteerde, iemand die van mening was dat beide volkeren samen konden leven. De documentaire behandelt de wreedheden die de Hagana, de zionistische militie, en later de IDF, de officiĆ«le IsraĆ«lische strijdkrachten, rond 1948 begingen, inclusief de bloedbaden, de gewelddadige verdrijving van de Palestijnen en de daaropvolgende verwoesting van hun huizen om te voorkomen dat de vluchtelingen zouden terugkeren. De documentaire richt zich op de gebeurtenissen in Tiberias, de plaats waar Nachmani woonde, de eerste gemeenschap waar Palestijnen en Joden harmonieus samenleefden. Hoewel de Palestijnen in Tiberias het Verdelingsplan van de Verenigde Naties hadden geaccepteerd, waren zij toch de eersten die -- nog voor de oprichting van de staat -- uit hun huizen werden verdreven. Dit werd de start van de wijdverspreide etnische zuivering van het land. Nachmani was een man vol tegenstrijdigheden. Hij wees de terreur tegen de Palestijnen af, maar bleef toch als overtuigd zionist de Joodse staat steunen. Bronstein: 'Nachmani was een gecompliceerd mens, hij kocht land voor het Joods Nationaal Fonds en verdreef zo de boeren die er de grond bewerkten van rijke landeigenaren, die in veel gevallen hier niet eens woonden. Maar hoewel hij de boeren van hun land afzette, had hij gelijkertijd medelijden met hen. Hij zag hoe op een bepaald moment Joden de Palestijnen provoceerden om gevechten tussen de plaatselijke bevolking uit te lokken. Ten slotte slaagden deze provocateurs erin de Palestijnse inwoners te verdrijven. Dat geweld was hartverscheurend. Hij schreef over de talloze bloedbaden die onder de Palestijnen werden aangericht, bijna in elk dorp dat de Joden binnendrongen werden misdaden gepleegd tegen de Palestijnse burgerbevolking. En daar gaat de documentaire van Delia Karpel over. Dus de kennis is er wel, ze bestaat ergens en als je zoekt vind je de informatie ook, maar je moet er moeite voor doen.’

About the film:
This film presents a portrait of the complex and contradictory personality of the man largely responsible for the Zionist enterprise in the Galilee during the 1930s and 40s.
Nachmani, who was director of the Jewish National Fund office in the Galilee, set himself the goal of acquiring as much land from Arabs as possible and establishing Jewish settlements upon it.
Nachmani left behind a fascinating series of diaries that shed new light upon events in the Galilee during those years. Through these diaries, the film examines the critical years of Zionism and the beginning of the Jewish-Arab conflict from the unique perspective of a man displayed determination and persistence on the one hand, fear and doubt on the other. This is also the story of the city of Tiberius, the first mixed city whose Arab inhabitants were expelled during the course of the War of Independence.

Director: Dalia Karpel
D.O.P: Shai Goldman
Editor: Anat Lubarsky

Een redacteur van Haaretz schreef over deze documentaire: ‘Fascinerend! Een subtiele balans tussen feiten en ideologie, die het verleden belicht door het prisma van het heden.’ Eitan Bronstein: ‘De documentaire werd op kanaal 1 hier getoond, het belangrijkste kanaal van de publieke omroep.’ Ook dit toont de schizofrenie van de IsraĆ«lische samenleving aan. Een documentaire over de etnische zuivering wordt getoond en geprezen, maar de samenleving kan er niet over praten en slaagt er al helemaal niet in er consequenties uit trekken. Zochrot probeert nu op verschillende manieren Joods IsraĆ«li’s te confronteren met dit verleden. De organisatie heeft een goed gedocumenteerde website, de vrijwilligers organiseren workshops, lezingen en ontmoetingen tussen Palestijnse vluchtelingen en Joods-IsraĆ«li’s die op hun land wonen. Bovendien organiseert Zochrot tochten naar dorpen die met de grond zijn gelijkgemaakt, en worden boekjes gepubliceerd met verhalen, foto’s, documenten over het bewust onzichtbaar gemaakte verleden, in het Hebreeuws, Arabisch en sommige gedeelten in het Engels. Bronstein laat ons een brief zien van het hoofd van een IsraĆ«lische bibliotheek die schrijft dat hij de boekjes van Zochrot niet wenst te ontvangen en de al opgestuurde boekjes heeft weggegooid. Hij wil weten wat de mensen die dit materiaal hebben samengesteld, bezielt om ‘zulke giftige woorden te schrijven’ over de oorlog van 1948, die ‘ons opgedrongen werd.’ Hij beschuldigt de Joodse organisatie van 'antisemitisme.' Eitan Bronstein moet er hartelijk om lachen. ‘Het bekende argument antisemitisme komt weer om de hoek kijken. En het slachtofferisme. Wij Joden zijn niet de daders, maar de slachtoffers. wezenlijke probleem van het slachtofferisme is dat het een dader de confrontatie belet met zijn diep verborgen schaamte over het onrecht dat hij anderen aandoet. Het gevolg is dat de IsraĆ«li’s niet toekomen aan het noodzakelijke proces van erkenning.’ Net als in elk totalitair systeem geldt ook in de zionistische heilstaat dat hoe moediger de dissidenten zich er gedragen des te weerzinwekkender worden de propagandisten van het zionistisch regime. Centraal in deze reactie staat het feit dat de zionisten hun decennialang gecultiveerde slachtofferschap niet kunnen laten vallen omdat die de essentie vormt van hun Joods-Zionitische identiteit. Zonder het slachtofferrisme bestaan ze domweg niet meer, dat wil zeggen: dat zij zich dan gedwongen zullen voelen te erkennen dat de Joods Israeli's vandaag de dag de nazi's van het heden zijn geworden. Zij zijn in dat geval niet langer meer bij machte zich te verschuilen achter zes miljoen vermoorde joden. Nahum Goldman, 12 jaar lang president van de World Zionist Organisation, waarschuwde hier al in 1981 toen hij over het Joods-Israelisch slachtofferisme verklaarde:

We zullen moeten begrijpen dat het joodse lijden tijdens de Holocaust niet langer meer als verdediging zal dienen, en we zullen zeker moeten nalaten de Holocaust als argument te gebruiken om gelijk wat we ook mogen doen te rechtvaardigen. De Holocaust gebruiken als een excuus voor het bombarderen… is een soort 'ontheiliging,' een banalisering van de onschendbare tragedie van de Holocaust, die niet misbruikt moet worden om een politiek twijfelachtig en moreel onverdedigbaar beleid te rechtvaardigen.

Over de context van het werk van Zochrot staat in hun kleine brochure: ‘De zionistische collectieve herinnering bestaat zowel in ons culturele als fysieke landschap, maar de zware prijs die de Palestijnen betaalden – in levens, in de vernietiging van honderden dorpen, en in de voortdurende hopeloze situatie van de Palestijnse vluchtelingen – krijgt weinig publieke erkenning. De Nakba is afwezig in het onderwijsprogramma, in de meeste geschiedenis- en geografieboeken, en zelfs op de kaart van het land, aangezien Palestijnse plaatsen verwijderd zijn en een ander naam hebben gekregen. Zelfs vandaag de dag bestaat er geen officiĆ«le IsraĆ«lische erkenning of herdenking van de Nakba. Zochrot spant zich in om de geschiedenis van de Nakba toegankelijk te maken voor het IsraĆ«lische publiek, om zodoende Joden en Palestijnen te laten deelnemen aan een open en uitvoerige beschrijving van onze pijnlijke gemeenschappelijke geschiedenis.’ Zochrot hoopt daarmee ‘een kwalitatieve verandering aan te brengen in de politieke dialoog van deze regio. Erkenning van het verleden is de eerste stap in het verantwoording nemen voor zijn gevolgen. Erkenning moet gelijke rechten opleveren voor alle volkeren van dit land, met inbegrip van het recht van de Palestijnen om naar hun huizen terug te keren.’ Eitan Bronstein voegt daaraan toe: ‘Het oprichten van herdenkingstekens op de ruĆÆnes van Palestijnse dorpen is een wezenlijk onderdeel van het cultiveren van civiele en nationale gelijkheid, en is een uitdaging aan de geschreven geschiedenis die in het landschap is gegraveerd. Het zichtbaar maken van de vernietigde dorpen is een uitdrukking van menselijkheid, het schept openheid en betekent het nemen van verantwoordelijkheid, en het begint het proces van catharsis binnen de Joodse gemeenschap.’



woensdag 20 maart 2024

De Holocaust Is Geen Rechtvaardiging meer Voor Joodse Nazi's

 

Eitan Bronstein, bezig de geschiedenis van straten, wijken en steden terug te geven aan Palestijnen en daarmee aan de Joden in Israƫl.
.
Zeventien jaar geleden vertelde mij de uit ArgentiniĆ« naar IsraĆ«l geĆ«migreerde Eitan Bronstein: ‘Wij Joden in IsraĆ«l leven hier niet echt. Wij zijn niet geworteld in dit land.’ Eitan was destijds de 47-jarige directeur van Zochrot, de in 2002 opgerichte IsraĆ«lische organisatie die de Joodse bevolking bewust wil maken van de ‘Nakba, de Palestijnse catastrofe van 1948 en 1967’ door middel van  ‘te herdenken, erover te getuigen, te erkennen,’ volgens de initiatiefnemers van Zochrot (herinnering) de enige manier om te kunnen ‘helen.’ Volgens hen is dit de eerste stap om ook hun Palestijnse landgenoten, 20 procent van de Israelische bevolking, als volwaardige burgers te kunnen accepteren. Die stap zal de Joden in Israel werkelijk doen integreren, want tot nu toe voelen veel Joden zich in Israel — paradoxaal genoeg — nog steeds ontheemd. Zij mogen er dan wel leven, maar het gevoel echt onderdeel te zijn van de regio,  met hart en ziel aan grond en cultuur verbonden te zijn, bezitten zij niet. Al meer dan een miljoen IsraĆ«lische Joden is dan ook weer vertrokken. En sinds 7 oktober 2023 zijn daar nog eens een half miljoen bijgekomen. Bronstein vertelt dat veel Joden in IsraĆ«l onwetend zijn over de Nakba, en de gewelddadige rol die Joodse milities daarbij hebben gespeeld.  In de praktijk van alledag ontkennen ze zelfs die catastrofe. ‘De verschrikkingen zijn uit het collectieve bewustzijn gewist, ondanks het feit dat er natuurlijk wel vele duizenden Joden in IsraĆ«l leven die meegedaan hebben aan het massaal verdrijven van de Palestijnen,’ aldus Bronstein. Zochrot heeft als leidraad de uitspraak van Walter Benjamin dat een historicus ‘het als zijn taak beschouwt om tegen de draad in te gaan.’ Benjamin  -- een joodse intellectueel die op de vlucht voor de nazi’s in de PyreneeĆ«n zelfmoord pleegde -- was ‘er diep van overtuigd dat zelfs de doden niet veilig zijn voor de vijand als die wint.’ Over de context van het werk van Zochrot staat in hun kleine brochure: 

'De zionistische collectieve herinnering bestaat zowel in ons culturele als fysieke landschap, maar de zware prijs die de Palestijnen betaalden – in levens, in de vernietiging van honderden dorpen, en in de voortdurende hopeloze situatie van de Palestijnse vluchtelingen – krijgt weinig publieke erkenning. De Nakba is onzichtbaar gemaakt in het onderwijsprogramma, in de meeste geschiedenis- en geografie-boeken, en zelfs op de kaart van het land, aangezien Palestijnse plaatsen verwijderd zijn of een andere naam hebben gekregen. Zelfs vandaag de dag bestaat er geen officiĆ«le IsraĆ«lische erkenning of herdenking van de Nakba. Zochrot spant zich in om de geschiedenis van de Nakba toegankelijk te maken voor het IsraĆ«lische publiek, om zodoende Joden en Palestijnen te laten deelnemen aan een open en uitvoerige beschrijving van onze pijnlijke gemeenschappelijke geschiedenis.'

Juist vanwege het laatste herdenken de Duitsers het verdrijven en vermoorden van de joden in Europa. Zij noemen dit proces VergangenheitsbewƤltigung, een samengesteld Duits woord, waarmee de worsteling wordt aangeduid om in het reine te komen met het (nationaalsocialistische) verleden. (Vergangenheit = verleden; BewƤltigung = overmeestering). 

An Israeli NGO launched a smartphone app on Monday that allows users to find the remains of Palestinian villages that now lie inside modern-day Israel.

VergangenheitsbewƤltigung is de poging om het verleden te analyseren, te verwerken, en om met dat verleden te leren leven. Het gaat daarbij om pijnlijke zaken uit dat verleden, zoals de Holocaust. Het doel van het actieve verwerkingsproces is vooral de toekomstige vermijding van de misstappen uit het verleden. In debatten tussen geleerden wordt de term specifiek gebruikt met betrekking tot de misdaden die begaan zijn onder verantwoordelijkheid van Adolf Hitler en met betrekking tot bestaande en historische connecties tussen Duitse culturele, godsdienstige en politieke instellingen en het nationaalsocialisme. De term heeft dus betrekking op zowel de verantwoordelijkheden en legitimiteit van de huidige Duitse staat (die rechtsopvolger is van het Derde Rijk) als op de verantwoordelijkheden van individuele Duitsers tijdens de nationaalsocialistische machtsontplooiing. Na de val van de Berlijnse Muur, wordt de term VergangenheitsbewƤltigung ook gebruikt in de voormalige DDR om de verwerking van de communistische misdaden aan te duiden. Zochrot hoopt daarmee'een kwalitatieve verandering aan te brengen in de politieke dialoog van deze regio. Erkenning van het verleden is de eerste stap in het verantwoording nemen voor zijn gevolgen. Erkenning moet gelijke rechten opleveren voor alle volkeren van dit land, met inbegrip van het recht van de Palestijnen om naar hun huizen terug te keren.' Eitan Bronstein voegt daaraan toe: 'Het oprichten van herdenkingstekens op de ruĆÆnes van Palestijnse dorpen is een wezenlijk onderdeel van het cultiveren van civiele en nationale gelijkheid, en is een uitdaging aan de geschreven geschiedenis die in het landschap is gegraveerd. Het zichtbaar maken van de vernietigde dorpen is een uitdrukking van menselijkheid, het schept openheid en betekent het nemen van verantwoordelijkheid, en het begint het proces van catharsis binnen de Joodse gemeenschap.' Norma Musih, een Joodse onderwijzeres uit Jaffa die betrokken is bij het werk van Zochrot schrijft: 'Reizend door IsraĆ«l kan men wegwijzers zien, markeringen en herdenkingstekens die het joods-IsraĆ«lische verhaal creĆ«ren en ondersteunen. Joods-IsraĆ«lische gebeurtenissen die meer dan 2000 jaar geleden plaatsvonden worden door deze herdenkingstekens gehuldigd, terwijl nergens Palestijnse herdenkingstekens te zien zijn. Bovendien wordt getracht deze herinnering weg te vagen uit het collectieve bewustzijn en uit het landschap. Wij, de IsraĆ«li’s, leren op onze scholen dat de Joden naar IsraĆ«l kwamen om de woestijn te veranderen in een bloeiend vaderland, omdat wij een “volk zonder een land” waren die terugkeerden naar een ''land zonder volk.'''

Last May, activists around the world stood with us as we faced yet another massacre in besieged Gaza, resisted ethnic cleansing in Jerusalem and the Jordan Valley, and stood in unity against Israeli settler-colonial and apartheid attacks in our cities in historic Palestine. Yet, Western governments offered only condemnation at best, and at worst - complete inaction. 

Apartheid Israel’s colonial violence and naked aggression have never stopped. But neither has Palestinian resilience and sumud (steadfastness).  In Sheikh Jarrah, Silwan, Al-Naqab and Masafer Yatta and across historic Palestine, Palestinians stand united against ongoing ethnic cleansing. In scenes eerily similar to last May, Palestinians are once again facing and resisting apartheid Israel’s violent aggression and desecration of our holy sites. Israel’s brutality towards Palestinians has been ongoing for over 74 years, yet, during the month of Ramadan Israel escalated its violent suppression of our rights in our occupied city of Jerusalem and beyond.

During April, apartheid Israel murdered at least 23 Palestinians, including 3 women and 2 children; violently suppressed demonstrations; desecrated the Al-Aqsa Mosque and assaulted Palestinians as they worshipped. It also embarked on a campaign of mass arrest, including the arrest of more than 500 Palestinians in and around the Al-Aqsa compound, and once again it bombed the Palestinian population of besieged Gaza. 

Our Nakba did not end in 1948.

https://bdsmovement.net/news/commemorating-74-years-ongoing-nakba

Norma Musih legt uit dat de organisatie de Nakba een plaats wil geven in het Joods-IsraĆ«lische bewustzijn: ‘om een alternatieve herinnering te promoten tegenover de hegemonistische zionistische herinnering. De Nakba is de ramp van het Palestijnse volk: de verwoesting van de dorpen en steden, het moorden, de verdrijving, de vernietiging van de Palestijnse cultuur. Maar ik geloof dat de Nakba ook ons verhaal is, het verhaal van de Joden die in IsraĆ«l leven, die profiteren van de privileges van de winnaars.' EĆ©n van de elementaire uitgangspunten van ons werk is dat de Nakba de "ground zero'' is van het IsraĆ«lisch-Palestijnse conflict, de plaats die een einde maakte aan al het voorafgaande. Bewustwording en erkenning van de Nakba door het Joods-IsraĆ«lische volk, en het nemen van verantwoordelijkheid voor deze tragedie, zijn essentieel om de strijd te eindigen en om een verzoeningsproces te kunnen beginnen tussen de twee volkeren van Palestina-IsraĆ«l. Wat bedoel ik met het nemen van verantwoordelijkheid? Ik bedoel daarmee de erkenning en het diepe begrip van de tragedie die plaatsvond, en het verantwoording nemen voor ons deel van deze tragedie. Erkenning van het individuele en collectieve recht op terugkeer voor elke vluchteling die verdreven werd, en de hoop op de implementering van dit recht, of door het teruggeven van het in beslag genomen land, het betalen van compensatie of de terugkeer daadwerkelijk toe te laten. Kennis van de Nakba is de essentiĆ«le stap tot verzoening. Het toestaan van het recht op terugkeer zal de demografische balans in IsraĆ«l veranderen en de IsraĆ«lische staat zou in zijn huidige vorm niet langer meer bestaan. Ik ben van mening dat het leven in de nieuwe staat beter zal zijn voor zowel Palestijnen als IsraĆ«li’s die in dit land leven.’ Door hun eigen geschiedenis te aanvaarden krijgen de Joden in Israel de kans zich te bevrijden van hun kwade geweten en hun trauma's daarover, net zoals de nazi's dit de afgelopen driekwart eeuw hebben gedaan of op zijn minst hebben geprobeerd. Hoe moeilijk dit ook mag zijn, in elk geval geeft het een mogelijkheid om de de langdurige reeks misdaden te verwerken. Dit is in een notendop de kern van het hele verhaal. Eitan Bronstein:

'In Tel Aviv zijn nog restanten van een Palestijns dorp, ze liggen niet zo ver van ons kantoor. Als je daar de Joodse bewoners vraagt waar ze precies leven, weten ze nog wel dat ze in het voormalige dorp Summeil wonen. Maar verder weten ze niets over de voormalige bewoners, over wat er met hen is gebeurd, over waar ze nu zijn of over wat ze deden voor hun levensonderhoud. Niets weten ze erover. Zelfs niet wanneer ze in de huizen leven van de verdreven Palestijnen. Ook al wonen ze te midden van herinneringen toch zullen de joods-IsraĆ«li’s niets doen om dat verleden te achterhalen. 

In augustus 2005 kwam Summeil in het nieuws nadat Joodse en Palestijnse IsraĆ«li’s hadden geprotesteerd tegen het feit dat de gemeente Tel Aviv de oude Palestijnse huizen wilde laten slopen om ruimte te maken voor woon- en kantoortorens. Onder andere Michael Jacobson en Sima Tzafoni van de Faculteit Architectuur van de Bezalel Academie waren fel tegen de plannen. Terwijl veel goedwillende mensen, onder wie ik, opgevoed zijn met de opvatting dat Tel Aviv een stad was, ontstaan op zand, is het verbazingwekkend om te ontdekken dat de stad een aantal plaatsen kent die tot het uitbreken van de Onafhankelijkheidsoorlog de locatie waren van Arabische dorpen. Tel Aviv was niet "op zand geboren," was niet "uit de zee ontstaan," en ''liep'' zeker niet door "de velden." Tel Aviv is niet alleen Herzl, Jabotinsky, Arlosorov, en Ben Goerion, het is ook de verlaten Arabische dorpen -- Sheikh Muwannis, Jammusin, Salame en Summeil. Nurit Moskovitch van de Faculteit Architectuur van de Universiteit van Tel Aviv verklaarde in 2005: "De universiteit staat op het punt haar grond op het vernietigde Palestijnse dorp Sheikh Muwannis uit te breiden. Met grote ironie is ze van plan daar een nieuw gebouw neer te zetten voor de Faculteit Archeologie." Met de hulp van Zochrot schreef Moskovitch een voorstel om in de uitbreiding van de campus het dorp te herdenken door middel van "leegte gebieden," greppels van drie meter diep die de leegte zouden creĆ«ren, die het verdwenen dorp heeft opgeroepen. De Universiteit van Tel Aviv was mordicus tegen. In het verleden heeft het universiteitsbestuur zelfs geweigerd om een bord te laten plaatsen waarop vermeld werd dat de campus "grotendeels was gebouwd op het land van het Palestijnse dorp Sheikh Muwannis." Tijdens een conferentie over dit onderwerp, georganiseerd door Zochrot, steunde professor Moshe Zuckerman het verzoek om het dorp te herdenken: 

"Als we niet symbolisch rekenschap geven van het feit dat wij wetenschap en cultuur en onderwijs bedrijven zonder het besef dat wij een cultuur vernietigden, leven vernietigden, onderwijs vernietigden, en dat vernietigden wat er stond – dan worden onze cultuur en onze wetenschap voornamelijk iets ideologisch. De herinnering is niet slechts een zaak van morele reiniging, maar van een principe dat, als het niet wordt toegepast, van ons allen barbaren maakt, en degenen die geen barbaren willen worden kunnen beter beginnen met zich te herinneren," aldus Zuckermann, die tevens het hoofd is van het Instituut voor Duitse Geschiedenis van de Universiteit van Tel Aviv. 

Nogmaals Eitan Brontein:

'Wij Joden in IsraĆ«l leven hier niet echt, wij zijn niet geworteld in dit land. De grondleggers kwamen uit Europa en daar wilden we op lijken. De regio waarin we leven interesseert ons niet. Wanneer wij naar het buitenland gaan, gaan we naar het Westen of naar India, nooit naar JordaniĆ« of Egypte. De band met IsraĆ«l is een ideologische, metafysische band, is gebaseerd op geloof of een bepaalde politieke visie op de geschiedenis. Ik denk daarom dat de sleutel voor de oplossing het recht op terugkeer is. Zodra we dit recht voor de Palestijnen zullen erkennen, erkennen we tegelijk dat wij een onderdeel zijn van deze regio en dat we hier in vrede met onze buren willen leven en met de cultuur en de geschiedenis van het Midden-Oosten. Het gaat dus niet alleen om hun recht, maar ook om onze mogelijkheid hier geworteld te raken, vrede te sluiten met het land zelf, met de grond waarop we leven en daarom vooral ook met onszelf. Wij laten dan weten dat we werkelijk hier, op deze plaats willen leven, en niet op een stuk grond dat een vooruitgeschoven post van de westerse wereld is. Het zal ons mogelijk maken onszelf te accepteren als inwoners van deze regio. Daarom zullen we onze verantwoordelijkheid voor de Nakba moeten erkennen. Maar we staan pas aan het begin van dat proces. Een paar weken geleden was er ineens een fel debat in IsraĆ«l over het feit dat voor het eerst in een IsraĆ«lisch lesboek van het ministerie van Onderwijs, geschreven voor Arabische lagere scholen, enkele regels over de Nakba stond. Het was alleen nog maar in het Arabisch. Desondanks ontstond er een enorme commotie onder de Joden in IsraĆ«l, terwijl er alleen maar heel feitelijk stond dat de Palestijnen waren gevlucht in 1948 en dat deze gebeurtenis voor hen bekendstaat als de Nakba. Verder niets. De meeste reacties waren in de trant van: als we dit erkennen geven we ze een wapen in handen, ze hebben dan argumenten om geen gehoorzame burgers van IsraĆ«l meer te zijn en bovendien kunnen de Palestijnse vluchtelingen dit gebruiken om aanvallen op ons te legitimeren. Duidelijk is geworden dat een aanzienlijk aantal joods-IsraĆ«li’s wel degelijk weet dat er grootschalige misdaden den zijn gepleegd. Dat wordt ook niet betwist. Het gaat er niet om dat ze toen gebeurd zijn, maar om de consequenties ervan heden ten dage. Men weet van de terreur, maar dat weten zit op een laag niveau. Het is verdrongen kennis. Of op zijn minst weet men dat er iets is dat een kwaad geweten kan oproepen.' 

Zonder rekenschap te geven van de eigen misdaden is de mens niet in staat mentaal te groeien. Hetzelfe geldt voor het land en de cultuur waarin hij leeft. Hij of zij snijdt zichzelf af van de wereld en vervreemd op die manier steeds meer van zichzelf. Bronstein: 'Er zijn genoeg mensen die ervan afweten. Niet alleen van plan D, het draaiboek van de etnische zuivering, maar ook van de talloze slachtpartijen die werden aangericht. Er komt nu steeds meer boven water, door bijvoorbeeld getuigenverklaringen. Zo verscheen er in 2006 een uitstekende filmdocumentaire met als titel "De Dagboeken van Yossef Nachmani." Nachmani was een zionist die in Galilea land aankocht voor het Joods Nationaal Fonds. Van 1935 tot 1965 hield hij een dagboek bij, waarin hij melding maakte van Joodse wreedheden. Nachmani was een gematigd man, die Arabisch sprak en zijn Palestijnse buren respecteerde, iemand die van mening was dat beide volkeren samen konden leven. De documentaire behandelt de wreedheden die de Hagana, de zionistische militie, en later de IDF, de officiĆ«le IsraĆ«lische strijdkrachten, rond 1948 begingen, inclusief de bloedbaden, de gewelddadige verdrijving van de Palestijnen en de daaropvolgende verwoesting van hun huizen om te voorkomen dat de vluchtelingen zouden terugkeren. De documentaire richt zich op de gebeurtenissen in Tiberias, de plaats waar Nachmani woonde, de eerste gemeenschap waar Palestijnen en Joden harmonieus samenleefden. Hoewel de Palestijnen in Tiberias het Verdelingsplan van de Verenigde Naties hadden geaccepteerd, waren zij toch de eersten die -- nog voor de oprichting van de staat -- uit hun huizen werden verdreven. Dit werd de start van de wijdverspreide etnische zuivering van het land. Nachmani was een man vol tegenstrijdigheden. Hij wees de terreur tegen de Palestijnen af, maar bleef toch als overtuigd zionist de Joodse staat steunen. Bronstein: 'Nachmani was een gecompliceerd mens, hij kocht land voor het Joods Nationaal Fonds en verdreef zo de boeren die er de grond bewerkten van rijke landeigenaren, die in veel gevallen hier niet eens woonden. Maar hoewel hij de boeren van hun land afzette, had hij gelijkertijd medelijden met hen. Hij zag hoe op een bepaald moment Joden de Palestijnen provoceerden om gevechten tussen de plaatselijke bevolking uit te lokken. Ten slotte slaagden deze provocateurs erin de Palestijnse inwoners te verdrijven. Dat geweld was hartverscheurend. Hij schreef over de talloze bloedbaden die onder de Palestijnen werden aangericht, bijna in elk dorp dat de Joden binnendrongen werden misdaden gepleegd tegen de Palestijnse burgerbevolking. En daar gaat de documentaire van Delia Karpel over. Dus de kennis is er wel, ze bestaat ergens en als je zoekt vind je de informatie ook, maar je moet er moeite voor doen.’

About the film:
This film presents a portrait of the complex and contradictory personality of the man largely responsible for the Zionist enterprise in the Galilee during the 1930s and 40s.
Nachmani, who was director of the Jewish National Fund office in the Galilee, set himself the goal of acquiring as much land from Arabs as possible and establishing Jewish settlements upon it.
Nachmani left behind a fascinating series of diaries that shed new light upon events in the Galilee during those years. Through these diaries, the film examines the critical years of Zionism and the beginning of the Jewish-Arab conflict from the unique perspective of a man displayed determination and persistence on the one hand, fear and doubt on the other. This is also the story of the city of Tiberius, the first mixed city whose Arab inhabitants were expelled during the course of the War of Independence.

Director: Dalia Karpel
D.O.P: Shai Goldman
Editor: Anat Lubarsky

Een redacteur van Haaretz schreef over deze documentaire: ‘Fascinerend! Een subtiele balans tussen feiten en ideologie, die het verleden belicht door het prisma van het heden.’ Eitan Bronstein: ‘De documentaire werd op kanaal 1 hier getoond, het belangrijkste kanaal van de publieke omroep.’ Ook dit toont de schizofrenie van de IsraĆ«lische samenleving aan. Een documentaire over de etnische zuivering wordt getoond en geprezen, maar de samenleving kan er niet over praten en slaagt er al helemaal niet in er consequenties uit trekken. Zochrot probeert nu op verschillende manieren Joods IsraĆ«li’s te confronteren met dit verleden. De organisatie heeft een goed gedocumenteerde website, de vrijwilligers organiseren workshops, lezingen en ontmoetingen tussen Palestijnse vluchtelingen en Joods-IsraĆ«li’s die op hun land wonen. Bovendien organiseert Zochrot tochten naar dorpen die met de grond zijn gelijkgemaakt, en worden boekjes gepubliceerd met verhalen, foto’s, documenten over het bewust onzichtbaar gemaakte verleden, in het Hebreeuws, Arabisch en sommige gedeelten in het Engels. Bronstein laat ons een brief zien van het hoofd van een IsraĆ«lische bibliotheek die schrijft dat hij de boekjes van Zochrot niet wenst te ontvangen en de al opgestuurde boekjes heeft weggegooid. Hij wil weten wat de mensen die dit materiaal hebben samengesteld, bezielt om ‘zulke giftige woorden te schrijven’ over de oorlog van 1948, die ‘ons opgedrongen werd.’ Hij beschuldigt de Joodse organisatie van 'antisemitisme.' Eitan Bronstein moet er hartelijk om lachen. ‘Het bekende argument antisemitisme komt weer om de hoek kijken. En het slachtofferisme. Wij Joden zijn niet de daders, maar de slachtoffers. wezenlijke probleem van het slachtofferisme is dat het een dader de confrontatie belet met zijn diep verborgen schaamte over het onrecht dat hij anderen aandoet. Het gevolg is dat de IsraĆ«li’s niet toekomen aan het noodzakelijke proces van erkenning.’ Net als in elk totalitair systeem geldt ook in de zionistische heilstaat dat hoe moediger de dissidenten zich er gedragen des te weerzinwekkender worden de propagandisten van het zionistisch regime. Centraal in deze reactie staat het feit dat de zionisten hun decennialang gecultiveerde slachtofferschap niet kunnen laten vallen omdat die de essentie vormt van hun Joods-Zionitische identiteit. Zonder het slachtofferrisme bestaan ze domweg niet meer, dat wil zeggen: dat zij zich dan gedwongen zullen voelen te erkennen dat de Joods Israeli's vandaag de dag de nazi's van het heden zijn geworden. Zij zijn in dat geval niet langer meer bij machte zich te verschuilen achter zes miljoen vermoorde joden. Nahum Goldman, 12 jaar lang president van de World Zionist Organisation, waarschuwde hier al in 1981 toen hij over het Joods-Israelisch slachtofferisme verklaarde:

We zullen moeten begrijpen dat het joodse lijden tijdens de Holocaust niet langer meer als verdediging zal dienen, en we zullen zeker moeten nalaten de Holocaust als argument te gebruiken om gelijk wat we ook mogen doen te rechtvaardigen. De Holocaust gebruiken als een excuus voor het bombarderen… is een soort 'ontheiliging,' een banalisering van de onschendbare tragedie van de Holocaust, die niet misbruikt moet worden om een politiek twijfelachtig en moreel onverdedigbaar beleid te rechtvaardigen.

Over de context van het werk van Zochrot staat in hun kleine brochure: ‘De zionistische collectieve herinnering bestaat zowel in ons culturele als fysieke landschap, maar de zware prijs die de Palestijnen betaalden – in levens, in de vernietiging van honderden dorpen, en in de voortdurende hopeloze situatie van de Palestijnse vluchtelingen – krijgt weinig publieke erkenning. De Nakba is afwezig in het onderwijsprogramma, in de meeste geschiedenis- en geografieboeken, en zelfs op de kaart van het land, aangezien Palestijnse plaatsen verwijderd zijn en een ander naam hebben gekregen. Zelfs vandaag de dag bestaat er geen officiĆ«le IsraĆ«lische erkenning of herdenking van de Nakba. Zochrot spant zich in om de geschiedenis van de Nakba toegankelijk te maken voor het IsraĆ«lische publiek, om zodoende Joden en Palestijnen te laten deelnemen aan een open en uitvoerige beschrijving van onze pijnlijke gemeenschappelijke geschiedenis.’ Zochrot hoopt daarmee ‘een kwalitatieve verandering aan te brengen in de politieke dialoog van deze regio. Erkenning van het verleden is de eerste stap in het verantwoording nemen voor zijn gevolgen. Erkenning moet gelijke rechten opleveren voor alle volkeren van dit land, met inbegrip van het recht van de Palestijnen om naar hun huizen terug te keren.’ Eitan Bronstein voegt daaraan toe: ‘Het oprichten van herdenkingstekens op de ruĆÆnes van Palestijnse dorpen is een wezenlijk onderdeel van het cultiveren van civiele en nationale gelijkheid, en is een uitdaging aan de geschreven geschiedenis die in het landschap is gegraveerd. Het zichtbaar maken van de vernietigde dorpen is een uitdrukking van menselijkheid, het schept openheid en betekent het nemen van verantwoordelijkheid, en het begint het proces van catharsis binnen de Joodse gemeenschap.’


woensdag 4 juli 2018

Hanna Luden of the CIDI Keeps Silent about Israeli Terror



What happens when you say ‘Nakba’ in Hebrew 

– an interview with Eitan Bronstein Aparicio

Middle East 
 on 
  • e

The Arabic term “Nakba”, meaning “catastrophe”, is a description of the major wave of ethnic cleansing that was inflicted upon Palestinians in 1948, which has also continued in various modes since (a process also known as the “ongoing Nakba”).
To speak about this in Palestinian society, in Arabic, is to address a definitive part of one’s national Palestinian history. But to speak about it in Hebrew-speaking-Jewish Israel, in Hebrew, is an act of defiance – defiance of an institutionalized denial and even outlawing of Nakba commemoration by the state. The Nakba is supposed to remain an exclusively “Palestinian narrative”, and eventually to be erased together with all else Palestinian, in favor of Israeli “independence”. 
Eitan Bronstein Aparicio, together with his wife and working partner ElĆ©onore Marza Bronstein, has recently authored a book in Hebrew, literally titled Nakba in Hebrew – A Political Journey summarizing the transformation of the Nakba discourse in Israel since 2001, when Eitan had established Zochrot, an organization dedicated to Nakba commemoration (he later moved on to De-Colonizer – research and art laboratory for social change, in which the couple both work today, in similar territory).
The book itself is an incredibly moving, as well as informative account. As it is not yet published in any other language than Hebrew, this is not the place for me to do an English book review (I have done one in Hebrew). Nonetheless, the book has managed to penetrate into the Israeli political reality recently, challenging the state, which has attempted to shut down discussion about it through legislation. This is the story that has become a real-life drama, which I thus spoke with Eitan about. 
The backdrop was a book-discussion event at the Barbour Gallery in Jerusalem, which took place a couple of weeks ago. In advance of the event, the Jerusalem Municipality tried, unsuccessfully, to get the courts to bar the event (in both Municipal and Regional courts). Culture Minister Miri Regev was highly involved behind the scenes. Bemoaning the weakness of the current anti-Nakba legislation, Regev wrote to the Attorney General requesting his “immediate intervention to advance legislation that would enable us to cease supporting once and for all cultural institutions that use their public spaces to provide a platform for relentless subversion against our very existence, symbols and values”.
Israel already has a ‘Nakba-law’ from 2011, but it is mostly aimed at outlawing Nakba commemoration ceremonies held on Israeli Independence Day. The Municipality sought to have the court apply the Nakba Law, but the judge rejected that it applied. This is the ‘loophole’ that Regev seeks to close.
I ask Eitan, first of all, about the event itself. 
Eitan: It passed peacefully and quietly. Maybe it’s a bit disappointing (but not surprising in my view), that all this mess didn’t bring that many people. In my opinion, and we wrote about it also in the book, the issue is that the Nakba, also in the Israeli left, is not… what they support is the freedom of expression, but that doesn’t mean that a whole lot of people will come and get interested in such a thing. So about 35 people came, it was alright, reasonable, nice, without any special provocations. The main thing was in the press, which was indeed interesting, that is in court – that was amazing, but the event itself passed without anything special [occurring]. [….] It’s important to understand, that the context of the fight of the municipality against the event was part of a larger fight against the Barbour Gallery. Now, in addition, [the municipality] argued against the event itself, and that added to it, but the appeal itself against holding this particular event is occurring within a legal procedure that the municipality is conducting against the gallery already for over a year, since they brought Breaking the Silence [Israeli army whistleblower organization]. 
The issue is, that 13 years ago, the foundation which runs Barbour Gallery, got the building from the Jerusalem Municipality, in some way without even a contract. And they operated there for 13 years and all is good and well, until last year, where they suddenly brought people who were ‘too leftist’ for the municipality [Breaking the Silence], and then it exploded – then they said “how can it be that in an asset that is owned by the municipality, an event would take place that delegitimizes the IDF soldiers and all that”… There’s a very nice photo in the Haaretz coverage, of a big demonstration of many leftists against the intention to close Barbour. In the meanwhile, it seems that [Barbour] are in a pretty good legal state – they have managed to get a decision in the court which forces the municipality to conduct a complete trial around all this, which prevents the Municipality from just making a single act [of eviction] and getting the asset back. And that actually puts the municipality in a difficult position in terms of getting the asset back – it may be that the municipality will win the case, but it will apparently take years. Now in the meanwhile, the gallery continues to conduct events which raise the ire of the municipality. A few months ago they hosted a discussion about Memorial Day – for the “Palestinians and for IDF soldiers”, and that already made the Municipality jump, and now they’re jumping again. […]
I’ll tell you a little anecdote: Regev’s letter [to the Attorney General] was published just a few hours after her resounding failure to bring the Argentinian soccer team to Jerusalem. And then, she published that letter [to Attorney General] as a kind of contra, to save herself, to show that she is still alive and kicking. And then she got hundreds of responses to that letter, which were all about Argentina and Messi, and not even about this event! It was hilarious. And in her letter she wrote that in Barbour Gallery they were doing “incessant pro-Palestinian babble” about “Nakba fairytales” [see full letter here ].
Eitan tells me how a right-wing troll by the name of Shai Glick was instrumental in the campaign to get the event cancelled.
Eitan: He heads an organization named ‘B’tzalmo’ [a pun on the Israeli human-rights organization B’tselem’], which seeks to protect ‘the rights of the Jews’ or something, against the leftists and the anti-Zionists and all […], so he’s a very clever guy, and he constantly monitors leftist events, and he seeks loopholes through which he could enter. [….] In our case he referred directly to Miri Regev and said ‘look what’s going on here’.
I ask Eitan about the nature of the Culture Ministry’s involvement in the actual court procedure. I asked whether the Ministry was in fact involved in the appeal to the court. 
Eitan: Not directly. She contacted [Jerusalem Mayor] Nir Barkat, and I understand that Nir Barkat is not going to contend any more for municipal elections – he is going for the national, for the Likud, and he’s a friend of Miri Regev, and he’s trying to make this political connection […]. So Nir Barkat is the one who activated the legal department, although the woman from the municipality who testified in court denied this […]. It was clear that this was politically maneuvered. Their claim was that this is all legal, and not political, because if it was political, the court would wave them away. 
JO (me): So there was an unofficial lobbying here from the Minister of Culture, which activated the legal mechanisms in the municipality, which were already existent. 
Eitan: She wrote it explicitly. She wrote explicitly that she spoke with Mayor Nir Barkat, you can see it in her letter, she wrote explicitly that she is working both to close the place as well as the event. 
JO: How would you characterize the nature of the first Municipal court rejection?
Eitan: The judge rejected them on the basis of the bureaucratic procedure, what is called the main procedure regarding returning of the asset to the municipality. And she said to them, you’re actually coming now and trying to dictate rules via ad-hoc injunctions, while there is a main procedure that is taking place. It cannot be – the main procedure needs to be exercised, and a decision taken on whether the place is being closed or not – but it cannot be that in the meantime you come anytime you feel like it in ad-hoc fashion. She didn’t enter the question of the content of the event and whether it was incitement or anything. She said ‘if you have such a problem, contact the police’. 
JO: So then the municipality tries again, and appeals to the Regional Court. 
Eitan: [….] There they brought forth the ‘Nakba Law’ [….]. They cited the main line of the Nakba Law, which says that it is illegal to commemorate Independence Day as a day of mourning, and that an organization which does this, an organization which is supported by the state (or municipality) is liable to be fined […]. This is of course a far-fetched interpretation of this law. [….] We wrote this in the book too, that since the law was passed, Miri Regev constantly tries to interpret the law in a wider fashion. And it’s very important that the court, in its decision, regarded that law in itself, and stated that it doesn’t apply here. What is important to understand here is, that Miri Regev admitted already in her letter, that they don’t have the legal tools to prevent this.
JO: Yes, on the one hand, there is the legal victory here, wherein it is stated by the court that you cannot apply the Nakba Law in this way, in a way that makes blanket censorship on any discussion of the Nakba. On the other hand, as you are telling me, this was known in advance, and we are looking at a much wider process, which is to do with cultural censorship. 
Eitan: Clearly, there is a much wider context here. But what is important to note here, is that to the best of my knowledge, and as you know I am one of the people who follow this very closely, to the best of my knowledge this [law] was not previously tried in court. It’s a first time that someone comes with a legal complaint and tries to apply it legally [….]. On the other hand, regarding the wider context which you rightfully mention, it’s necessary to accentuate, that I do not know of another case wherein discussion of a book has gone through two courts – it’s pretty amazing. 
JO: It’s very interesting, because what we are seeing here, is that the state apparatus is as if responding to attempts by you, by Zochrot, by De-Colonizer, by the book etc., always attempting to respond, as if it was a kind of fence-breach – breach of the ‘Nakba-fence’. In the book, you and ElĆ©onore tell how the Nakba law was actually a response to the fact that more and more Nakba commemoration marches were taking place on Independence Day, and that [the law] was a direct response to this – and this is why the law is phrased as it is. And now you have encountered another legal procedure, wherein the state once again tried to respond to yet another attempt in this territory, and now Miri Regev admits that the law is insufficient, so they will probably continue on with [advancing further legislation]. It’s an inevitable process. 
Eitan: This is precisely the process we have here, which is of course this kind of dialectical process, which brings with it increasing interest around this subject. 
JO: What is you feeling in the end, after the event took place, about the event itself, about those who came, about the interest?
Eitan: The atmosphere was excellent. It’s possible that of those who came, there were people who came out of solidarity in terms of wanting there to be a space for discussion of this type, concerning the Nakba and the [Palestinian] Right of Return – because it was clear from the questions and also answers, that not all are really with us in our [ideological] line, and that’s totally fine. So it was a fine event. There were two Palestinians speaking there, refugees actually – one [woman] from the town of Miskeh, which was the first town to which Zochrot made a tour in 2002. [….]
JO: Eitan, when you say ‘refugees’, are you meaning ‘Present Absentees’, that is internally displaced Palestinians?
Eitan: So yes, in her case yes, she is internally displaced, living in Tira [….]. And it was very moving to hear from her that she thought that the book had an incredible value. [….] And then spoke a man from the village of Lifta, [a depopulated Palestinian village at the outskirts of Jerusalem] which is under ongoing destruction attempts [….]. And he’s a Palestinian East-Jerusalemite, who lives in the French Hill neighborhood, upon the lands of Lifta [….]. So he spoke very emotionally [….]. 
There was also a founding member of Zochrot, and he spoke about what we’re doing as causing “empathetic friction”. I think it’s a very nice and very precise description – I keep insisting not to give up on the Israelis. I keep proposing to Israelis this challenge, of the Nakba. He said that what I was leading, was something where we don’t just come and say what is the right and true position, we don’t push it in their face. Rather, we pose a challenge, as a kind of invitation to study. We invite them to look and see, ‘what is around your house?’. You lived in Givat Haim? Look, what do you know about your area? Let’s go and look at it, let’s study it together. I’m not telling you ‘yes, here is Khirbat Manshiya, they have to return back tomorrow morning’ – no. And this is our position, it always was – we say ‘let’s go and research this together’. So he said, that this insistence to always keep returning and to pose this mirror, the Nakba as a kind of mirror or constant challenge, this erodes the usual wall of resistance against leftists, where they say ‘oh you’re just Israel-haters, you’re just against us’. [….]
And maybe a final little anecdote which moved me a lot:  my dear friend from Miskeh [another one], he bought another ten books – he had already bought seven books before – he buys them and sells them to people around him, to the uprooted people, people in Tira… and it’s interesting to note, that the greatest interest of someone concerning the book is actually from a Palestinian.
Eitan tells me that a French translation of the book is due to be released in September. After that, English translations will be explored. Eitan also notes that they are currently seeking opportunities for translation and publishing in Arabic.   

Jaap Hamburger: 'Iran stelt helemaal geen ‘nieuwe eisen’,

  JaapHamburger @hamburger_jaap “Iran stelt helemaal geen ‘nieuwe eisen’, Iran verlangt dat de VS zich houdt aan wat eerder in ‘t MOU overe...