Zoeken in deze blog 🔎🔎

donderdag 5 februari 2009

Het Poldermodel 4

Een maand voor het begin van de illegale westerse inval in Irak publiceerde het tijdschrift de Humanist de eerste van een drietal artikelen die ik had geschreven over olie, een van de belangrijkste drijfveren, zo niet de belangrijkste drijfveer, van het Westen om Irak aan te vallen. Omdat de geschiedenis van 's werelds belangrijkste grondstof van vitaal belang is, begon ik mijn artikelen met een historische context. Ik schreef:

Oorlog om Olie.

In een moment van opmerkelijke openheid verklaarde in 1898 de Britse onderkoning van India, Lord George Curzon: 'Ik beken dat voor mij [landen] stukken zijn op een schaakbord waarmee een groot spel wordt gespeeld met als inzet de heerschappij over de wereld.' Een van die stukken was Perzië en het aansluitende gebied rond de Golf. Die strategisch belangrijke regio moest veilig gesteld worden tegen het expansionisme van het Russische rijk. In mei 1903 liet de toenmalige Britse minister van Buitenlandse Zaken, Lord Landsdowne, het Hoger Huis weten dat zijn regering 'het vestigen van een marinebasis of een versterkte haven rond de Perzische Golf door een andere grootmacht als een zeer ernstige bedreiging [zal] beschouwen van de Britse belangen, en we zullen het zeker belemmeren met alle middelen die ons ter beschikking staan.' Nog voor het einde van dat jaar maakte Lord Curzon een rondreis door het Golfgebied om naar de buitenwereld toe andermaal te benadrukken hoe serieus de oliebelangen voor het Brits imperium waren. Vijftien jaar later, tien dagen na de wapenstilstand die een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog, vertelde Lord Curzon, ditmaal als voorzitter van de Inter-Geallieerde Petroleum Conferentie, dat 'een van de meest verbazingwekkende dingen' die hij als lid van het Britse Oorlogskabinet tijdens de gevechten in Frankrijk en Vlaanderen had gezien 'het enorme leger van gemotoriseerde vrachtwagens' was geweest, om daar vervolgens de conclusie aan te verbinden dat 'de geallieerde zaak naar de overwinning was gedreven op een golf van olie.' De Franse afgevaardigde bij deze conferentie, senator Henry Bérenger, directeur van het Comité Général du Pétrole, was tijdens het banket nog explicieter. Olie was 'het bloed van de aarde' en tegelijk 'het bloed van de overwinning… Duitsland had teveel opgeschept over de superioriteit van ijzer en kolen, maar het had onvoldoende rekening gehouden met de superioriteit van olie. Zoals de olie het bloed van de oorlog is geweest, zo zal het het bloed van de vrede zijn. Op dit moment, bij het aanbreken van de vrede, vragen onze burgerbevolkingen, onze industrieën, onze handel, onze boeren allen naar olie, naar meer benzine.' Om zijn punt te onderstrepen sloot Bérenger zijn toespraak in het Engels af met de gedenkwaardige woorden: 'Meer olie, almaar meer olie.'

Binnen twee weken nadat Curzon en Bérenger op 'het bloed van de overwinning' hadden getoast reisde de Franse premier Georges Clemenceau naar Londen om daar over de oorlogsbuit te onderhandelen. Nu olie de toekomst van de mensheid bepaalde was een van de belangrijkste gesprekthema's hoe de gebieden waar de oliebronnen lagen zouden worden verdeeld. De vraag was daarom wie welke provincie van het ineengestorte Ottomaanse Rijk in het Midden Oosten in handen zou krijgen. Groot Brittannië eiste Mesopotamië op, inclusief het olierijke gebied rond Mosul dat de Franse staat had geclaimd. De Britse premier Lloyd George stelde voor dat de Fransen Syrië zouden krijgen als ze afstand deden van Mosul. Clemenceau ging akkoord op voorwaarde dat zijn land een deel van de opbrengsten van de olieproductie zou ontvangen. En zo geschiedde. Ambtenaren gingen aan de slag en binnen twee jaar was het Midden Oosten in afzonderlijke staten opgedeeld. Met passer en liniaal was een reeks Arabische staten op een tekentafel ontworpen, geheel conform de geopolitieke belangen van de koloniale machten. Een van de landen die vanuit het niets was gecreëerd kreeg de naam Irak. Etnische en religieuze verschillen van de plaatselijke bevolking werden daarbij genegeerd. Koerden, sjiieten en soennieten waren lukraak bijeen geveegd en onder een door de Britten tot koning verheven zoon van een Saoedisch stamhoofd gesteld. Toen de Koerden daartegen in opstand kwamen en door de Britse Strijdkrachten met zenuwgas werden bestookt, reageerde Winston Churchill als minister van Koloniën met de opmerking: 'Ik begrijp die teergevoeligheid niet over de inzet van gas. Ik ben er zeer voor geporteerd om gifgas te gebruiken tegen ongeciviliseerde stammen.' Elders in Irak werd de onafhankelijkheidsbeweging de kop ingedrukt door het met artillerievuur verpulveren van dorpen, het vernietigen van landbouwgrond met fosforbommen en het verspreiden van metalen kraaienpoten om het vee te verminken. Tot 1956 zou Irak in alles behalve naam een uiterst lucratieve kolonie van het Britse rijk blijven. Een van de grootste autoriteiten op het gebied van oliepolitiek, de schrijver en adviseur Daniel Yergin, schreef in 1991: 'De Eerste Wereldoorlog maakte het overduidelijk dat petroleum een wezenlijk bestanddeel was geworden in de strategie van naties; en de politici en bureaucraten… zouden vanaf nu halsoverkop naar het brandpunt van de strijd rennen, in de competitie worden gezogen door een gemeenschappelijke besef - dat de naoorlogse wereld een steeds grotere hoeveelheid olie voor zijn welvaart en nationale macht nodig zou hebben. De strijd zou zich focussen op die ene specifieke regio - Mesopotamië.'

Geen enkele belangstelling hadden de Nederlandse massamedia voor het feit dat volgens de machthebbers al een eeuw lang olie 'het bloed van de aarde' en tegelijkertijd 'het bloed van de overwinning' is. 'Massavernietigingswapens, het verspreiden democratie, Saddams weigering VN-resoluties uit te voeren', en alle andere politieke rechtvaardigingen werden eindeloos herhaalt, maar eigen onderzoek deden de Nederlandse massamedia niet, men had geen enkele behoefte aan andere informatie. Die werd dan ook bewust en stelselmatig verzwegen. Sterker nog, die wordt nog steeds verzwegen. Opvallend aan de Nederlandse journalistiek is dat het ruim vier jaar duurde voor mijn wakkere collega's zich bogen over de vraag of ze politiek gebruikt waren. De website van De Nieuwe Reporter berichtte op 22 oktober 2007:

'Verloren de Nederlandse media na 11 september hun hoofd en werden er daarom te weinig kritische vragen gesteld over de Irak-oorlog? Volgens Maarten van Rossem wel. "Ik was door mijn mening minder welkom in de media. Ik zat thuis op de bank en werd als een paria behandeld." Van Rossem deed zaterdag zijn beklag tijdens het symposium ''Media onder vuur – Welke lessen kunnen de media trekken uit de kwestie-Irak'' in de Rode Hoed in Amsterdam.' Al snel kwam vast te staan dat de Nederlandse journalisten vonden dat ze naar omstandigheden goed werk hadden afgeleverd'. De Nieuwe Reporter: 'Volgens defensiedeskundige Ko Colijn is het achteraf altijd makkelijk om gelijk te hebben. "Veel van de scepsis was niet gebaseerd op feiten. Ik heb destijds op integere gronden een positie ingenomen. Ik zie geen reden om daar nu op terug te komen." Colijn wilde best toegeven dat hij zich had vergist in de presentatie die de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell in februari 2003 had gegeven in de Veiligheidsraad. Maar dat er sprake zou zijn geweest van ''een toneelstukje waar een 4 Havo-scholier doorheen kon kijken'' – zoals Van Rossem suggereerde – dat klopte zeker niet.'

Omdat Jan en alleman was uitgenodigd behalve ik, besloot ik om Kolijn's geheugen dan maar via mijn weblog wat op te frissen. Ik schreef: 'Ko, ik kan je vertellen dat mijn Amerikaanse collega's van de alternatieve pers onmiddellijk wisten dat ze geflest werden. Ik trouwens ook. Veel van de scepsis was niet gebaseerd op feiten? Alle scepsis is, zodra het over politici gaat, altijd gebaseerd op feiten. Heb je dan nooit iets van bijvoorbeeld I.F. Stone gelezen? En wie gaat er nu over scepsis spreken als is aangetoond dat je te onnozel was om ook maar een greintje scepsis te hebben toen de neoconservatieven vertelden dat Irak elk moment kon toeslaan met massavernietigingswapens. Ik kan je in mijn herinering nog steeds rechts aan die NOS tafel zien babbelen. Je was een aanfluiting, een travestie van een echte journalist. En nu nog zeuren ook over andermans terechte scepsis die op NIETS gebaseerd zou zijn, terwijl de sceptici in alles gelijk hebben gekregen. Lees deze drie artikelen van me eens, geschreven voor het tijdschrift de Humanist in de tijd dat jij jezelf en je publiek in de luren liet leggen door Colin Powell en wel omdat je de feiten niet wilde weten. En waarom wilde je die niet weten? Omdat je het spel meespeelt, omdat je de grenzen van de officiele versie maar al te goed kent, omdat je erbij wilt horen, omdat je financieel afhankelijk van je praatjes bent, omdat je de consensus niet durft te doorbreken en natuurlijk omdat je een oliebol bent. Lees de feiten nou eens.
http://home.planet.nl/~houck006/oorlogomolie.pdf

En waarom ik niet was uitgenodigd terwijl ik toch wel degelijk via de VPRO en de Humanist een volstrekt andere drijfveer had gegeven voor de illegale inval in Irak, weet u inmiddels al. Ik geef informatie die niet in de officiele versie van de werkelijkheid past. Het poldermodel. Meer daarover in een ander stuk.

Het Poldermodel 3

De Volkskrant bericht:

'Balkenende staakt zijn verzet tegen een parlementaire enquête over Irak
REPORTAGE, Van onze verslaggever Bart Dirksgepubliceerd op 04 februari 2009 23:13, bijgewerkt op 5 februari 2009 08:29
Den Haag - Hoe krijg je de meeste feiten over de Nederlandse politieke steun aan de Irak-oorlog boven tafel? Via een ‘tv-show’, zoals CDA-fractieleider Pieter van Geel de roep om een parlementaire enquête afserveerde? Of via een ‘burgercommissie’, zoals D66-voorman Alexander Pechtold denigrerend oordeelde over de door premier Balkenende voorgestelde commissie-Davids?'
Lees verder:
Balkenende_staakt_zijn_verzet_tegen_een_parlementaire_enquecirc_te_over_Irak

Zes jaar na het begin van de inval in Irak onder aanvoering van de Bush-regering besluit het Nederlandse parlement dat onderzocht moet worden waarom Nederland meedeed aan het westerse geweld dat nu inmiddels meer dan een miljoen Irakezen het leven heeft gekost. Na zes jaar en meer dan een miljoen doden en miljarden aan belastinggeld is de volksvertegenwoordiging bereid te onderzoeken waarom we aan grootscheeps geweld meededen. Een antwoord daarop is vooral ook van belang omdat de militaire inval een ernstige schending was van het internationaal recht. Zoals de BBC berichtte: 'the United Nations Secretary-General Kofi Annan has told the BBC the US-led invasion of Iraq was an illegal act that contravened the UN charter. He said the decision to take action in Iraq should have been made by the Security Council, not unilaterally.' Zie: http://news.bbc.co.uk/2/hi/middle_east/3661134.stm
Hoe het komt dat het zo lang heeft geduurd voordat de Nederlandse volksvertegenwoordiging in actie kwam, is simpel te verklaren. Er was voorheen geen bereidheid om het te weten. In het poldermodel wordt van alles door de regenten in achterkamertjes geritseld en bedisseld, en de rest accepteert dat. Een vitaal onderdeel in deze politiek zijn de massamedia. In dit geval deden de Nederlandse commerciele pers geen enkel eigen onderzoek naar de werkelijke drijfveren om Irak binnen te vallen. Sterker nog, mijn collega's gaven de rechtvaardigingen van de betrokken autoriteiten klakkeloos door. Saddam had massavernietigingswapens die ons elk moment konden treffen, Saddam volgde de VN-resoluties niet uit, wat een vrij stupide rechtvaardiging was aangezien Israel dit ook niet doet en al decennialang door het Westen wordt gesteund daarin. En dan waren er nog journalisten als bijvoorbeeld Raymond van den Boogaard van 'de slijpsteen voor de geest' die heilig ervan overtuigd waren en nog zijn dat de 'Amerikanen in Irak de democratie willen verspreiden'. Maar geen van allen kwam op het idee om deze beweringen eens te toetsen aan de werkelijkheid.

Ik bedoel dit: al jaren voordat op 20 maart 2003 het westen Irak binnentrok en Bagdad zwaar bombardeerde waren er talloze aanwijzingen dat olie een van de belangrijkste motieven was om Irak te bezetten. Omdat zowel angelsaksische wetenschappers en beleidsbepalers hierop hadden gewezen, vertrok ik een jaar voor de inval naar de VS om daar voor de VPRO-radio met deskundigen te praten over het belang van de olie voor het Westen, en de dreigende inval in Irak. Drie dagen voor de inval zond de VPRO de eerste van een serie van vijf radioprogramma's uit waarin ik aan de hand van interviews duidelijk probeerde te maken hoe belangrijk olie was bij het besluit om Irak binnen te vallen. De inleiding van de eerste uitzending was als volgt:

'Olie: bron van Amerikaanse terreur
WEEK 12 (17 - 21 maart 2003)
Serie van Stan van Houcke over olie en de bron van de Amerikaanse terreur.
In zijn internationale bestseller ‘The Prize’, over de geschiedenis van de olie industrie, concludeert Daniel Yergin dat ‘tijdens de gehele twintigste eeuw olie, heerschappij heeft betekend.’ Heerschappij over de wereld. ‘Olie heeft de politiek van de twintigste eeuw bepaald en heeft de manier waarop wij ons dagelijks leven leiden ingrijpend veranderd… petroleum blijft de drijvende kracht achter de industriële samenleving en het levensbloed van onze civilisatie… Geweld, oorlogen, technologische risico’s, politieke explosies, economische noodzaak, etnische of religieuze of ideologische of sociale conflicten – alle kunnen als een verrassing komen, en de toegang tot olie beïnvloeden… Beheersing over, of op zijn minst toegang tot, grote oliebronnen vertegenwoordigt al sinds lang een strategische prijs. Daarover kan geen twijfel bestaan. Het stelt naties in staat om rijkdom te vergaren, om hun economieën van brandstof te voorzien, om goederen en diensten te produceren en te verkopen, om te bouwen, te kopen, te transporteren, om wapens te fabriceren en aan te schaffen, om oorlogen te winnen… In oorlog en vrede bezit olie de capaciteit om naties te maken of te breken, en was doorslaggevend in de grote politieke en economische strijd van de twintigste eeuw… Veel bloed is in haar naam verspild. De intensieve en soms gewelddadige zoektocht naar olie –en daarmee naar rijkdom en macht– zal zeker doorgaan zo lang olie een centrale plaats inneemt. Want wij leven in een tijdperk waarin elk aspect van onze beschaving veranderd is door de moderne en fascinerende alchemie van petroleum. Onze tijd blijft het tijdperk van de olie.’

Al in 1998, tijdens het bewind van president Clinton, schreef een groep vooraanstaande Amerikanen een brief aan het Huis van Afgevaardigden, waarin werd opgeroepen militair in te grijpen in het Golf gebied. ‘We moeten een sterke militaire aanwezigheid in de regio vestigen en behouden, en we moeten voorbereid zijn die macht te gebruiken om onze vitale belangen in de Golf te beschermen - en zonodig, moeten we meehelpen Saddam ten val te brengen.’ Dit alles met het oog op ‘het behoud van de Amerikaanse wereldwijde superioriteit, om de toekomst van een grote machtsrivaal uit te sluiten, en om de internationale veiligheidsorde te laten sporen met Amerikaanse principes en belangen… De Verenigde Staten heeft decennialang getracht een meer permanente rol te spelen in de regionale veiligheid van de Golf. Hoewel het onopgeloste conflict met Irak een onmiddellijke rechtvaardiging verschaft, overstijgt de noodzaak van een aanzienlijke Amerikaanse aanwezigheid in de Golf het vraagstuk van het regime van Saddam Hoessein.’ De brief was ondertekend door de huidige minister van Defensie Donald Rumsfeld, de huidige vice-president Dick Cheney, de huidige onderminister van Defensie Paul Wolfowitz, de huidige onderminister van Buitenlandse Zaken Richard Armitrage en de huidige voorzitter van de Raad voor Defensiepolitiek van het Pentagon Richard Perle. Al een dag na de aanslagen van 11 september 2001 had minister Rumsfeld, zonder zelfs ook maar één enkel bewijs van wie de daders precies waren, tijdens een kabinetsvergadering geëist dat Irak ‘een hoofddoel van de eerste ronde in de oorlog tegen terrorisme’ zou moeten zijn. Vijf dagen later, op 17 september 2001, ondertekende president Bush een tweeëneenhalf pagina’s tellend document, voorzien van de stempel TOP SECRET, waarin het Pentagon opdracht kreeg om militaire operaties voor te bereiden voor een invasie van Irak, het tweede grote olieland ter wereld.
Volgens de olie-industrie zelf ligt meer dan 70 procent van alle oliereserves op aarde in tien landen met een overwegend islamitische bevolking. Tegen 2010 zullen deze naties zestig procent van ’s werelds olieproductie in handen hebben. Tot begin jaren zeventig kon de Verenigde Staten in zijn eigen oliebehoefte voorzien. Momenteel moet het rond 55 procent importeren, een percentage dat de komende jaren snel zal stijgen. December vorig jaar schreef de Britse Observer dat vooraanstaande beleidsbepalers ‘in Washington van mening zijn dat een militaire interventie de dood van OPEC teweeg kan brengen, waardoor de olieprijzen zullen dalen.’ Deze maand publiceerde The New York Review of Books een toespraak van Norman Mailer, waarin de auteur Ralph Nader citeerde, de Amerikaanse voormalige presidentskandidaat van de Groene Partij die het volgende opmerkte: ‘De Verenigde Staten verbruikt op dit moment 19,5 miljoen vaten per dag, oftewel 26 procent van de dagelijkse wereldwijde olie consumptie… De Verenigde Staten [moet] 9,8 miljoen vaten per dag [importeren], oftewel meer dan de helft van de olie die we verbruiken… De veiligste manier voor de Verenigde Staten om zijn overweldigende afhankelijkheid van olie te waarborgen is de heerschappij te hebben over de 67 procent van de bewezen oliereserves op aarde, die onder het zand van de Perzische Golf liggen. Alleen al Irak bezit bewezen voorraden van 112,5 miljard vaten, ofwel 11 procent van ’s werelds resterende reserves… Alleen Saoedi Arabie heeft meer.’ Vervolgens zei Mailer: ‘Ik zou daar aan willen toevoegen dat zodra Amerika eenmaal Irak bezet, het Saoedi Arabie en de rest van het Midden Oosten in een wurgreep heeft.’ In Madiwodo deze week het verslag van een reis door het Oosten van de Verenigde Staten, waarin gesprekken met woordvoerders van de Amerikaanse olie industrie, met Britse en Amerikaanse olie experts, met de voormalige voorzitter van Klimaatscommissie van de Verenigde Naties, met een voormalige hoge CIA-functionaris en fragmenten uit Amerikaanse en Britse beleidsnota’s. Vijf uur lang een historisch overzicht van de strijd om ’s werelds meest vitale grondstof.'

Hier kunt u de uitzendingen beluisteren: http://www.vpro.nl/programma/madiwodo/dossiers/10840950/

Ondanks de grote stroom reacties van luisteraars had geen enkele Nederlandse collega van mij na de vijf uur durende programma's enige belangstelling voor de feiten die waren uitgezonden. Deze informatie viel buiten de context van de officieel goedgekeurde versie van de werkelijkheid, zoals de Nederlandse massamedia die zich voorstelden, en was dus taboe. Daar moest bewust over gezwegen worden. En dat deden de Nederlandse commerciele massamedia dan ook braaf.

Ik schrijf dit omdat opnieuw hetzelfde dreigt te gaan gebeuren. Maar daarover in een ander stuk meer.

woensdag 4 februari 2009

Obama 81

Het zijn niet zozeer 'ontnuchterende dagen voor Barack Obama', zoals Tom-Jan Meeus beweert, maar veel meer voor de commerciele massamedia die hebben beweerd dat Obama CHANGE betekende. Die dachten echt dat er sprake zou zijn van een ware CHANGE. Mijn collega's beseften niet dat er niets wezenlijks verandert zolang het oude systeem nog op volle toeren draait. De macht geeft nooit de macht vrijwillig uit handen. Waarom zouden ze ook?

De NRC bericht:

'Obama erkent fouten in zaak-Daschle
Gepubliceerd: 4 februari 2009 07:04 Gewijzigd: 4 februari 2009 18:57
Door onze correspondent Tom-Jan Meeus
Washington, 4 febr. Het zijn ontnuchterende dagen voor Barack Obama. Twee weken na zijn aantreden zit de man die Washington zou veranderen gevangen in een wereld die verraderlijk veel op het oude Washington lijkt. Het voorlopige dieptepunt kwam gisteren, toen
Tom Daschle, Obama’s vertrouweling en kandidaat-minister van Volksgezondheid, zich terugtrok na dagenlange aandacht voor zijn comfortabele levensstijl (gratis Cadillac met chauffeur) en zwakke belastingmoraal. Hij verdiende miljoenen als adviseur van zorgbedrijven maar droeg 128.000 dollar te weinig aan de fiscus af.
Maandag verklaarde de president nog dat hij ,,absoluut’’ achter Daschle bleef staan. Kritiek zwol aan, conservatieven maakten zich vrolijk over Obama’s Limousine Liberal, en The New York Times
riep om Daschle's vertrek.
,,Ik heb het verknald’’,
zei de president gisteren nadat Daschle alsnog de eer aan zichzelf had gehouden. ,,We moeten duidelijk maken dat er niet twee soorten regels zijn: één voor prominenten en één voor gewone mensen die hun belastingen betalen.’’'


Wie weet, misschien leert Tom-Jan hier iets van. Uitgesloten is bijna niets. Lees Niccolo Machiavelli, beste collega. Of lees anders het werk van Ralph Milliband, dan zie je hoe smal de marges zijn in een parlementaire democratie, zoals Den Uyl ooit eens probeerde uit te leggen aan zijn achterban.
Het was de Amerikaanse schrijver Shelby Steele die in A Bound Man schreef dat 'apparently, it is Barack Obama's fate to have notice of his racial pedigree precede even the mention of his politics -- as if pedigree inevitably explains the politics.' En dat is een scherpe observatie van een auteur die zelf ook het kind is van een witte moeder en een zwarte vader. Black is beautiful, maar kleur zegt werkelijk niets over de politieke inhoud, hoe hard en gretig de massamedia dat beeld, die mythe, erin proberen te hameren. De mythe van de vooruitgang is even hardnekkig als de oude mythen van het christendom.

Het Poldermodel 2


‘Steun Irak-oorlog hielp benoeming De Hoop Scheffer'
Gepubliceerd: 30 januari 2009 08:44 Gewijzigd: 30 januari 2009 09:15
Door een onzer redacteuren
Den Haag, 30 jan. Een groot deel van de Tweede Kamer wil opheldering van het kabinet over uitlatingen van Richard Armitage, ex-onderminister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten.


Secretaris-generaal van de NAVO, Jaap de Hoop Scheffer.Foto AP
Armitage zei tegen het regionale persbureau GPD dat de politieke steun die Nederland aan de Irak-oorlog gaf volgens hem geholpen heeft bij de latere benoeming van Jaap de Hoop Scheffer tot NAVO-chef. Bovendien zou Armitage hebben voorkomen dat Nederland sancties opgelegd kreeg wegens de destijds toenemende mensensmokkel vanuit Nederland naar de VS.
De ex-bewindsman zei verder dat de VS „absoluut” een verzoek hebben ingediend voor militaire steun voor de invasie van Irak in 2003: „We hebben officiële documenten gezonden en diplomaten naar Nederland gestuurd. Ik noem dat een verzoek. Hoe iemand anders dat noemt, moet hij weten.”'


En dit was de reactie van: 'Ismael heeft een nieuwe reactie op uw bericht "Het Poldermodel." achtergelaten: Je moet eens goed lezen en luisteren naar de politici en de media. Er vielen mij telkens dezelfde zaken op. De kritiek op het buitenspel zetten van het parlement, wordt door de parlementariers en de meeste Nederlandse kranten als volgt verwoord: een parlementaire enquête is het enige juiste middel om onderzoek te doen naar de besluitvorming rondom de politieke steun aan de Amerikaans-Britse inval in Irak. Wat valt op? Het gaat hier om een onderzoek naar de politieke (!) steun. Dit zie je telkens terug komen in de kranten, op de radio en de tv.Nu, als je terug gaat naar het waarom van de plotseling aangekondigde onderzoek van Balkenende, dan is dat naar aanleiding van de woorden van Armitage, die het duidelijk had over een verzoek om militaire (!) steun waar de beloning o.a. de positie van secretaris-generaal zou zijn. De s-g is er gekomen, dus is de vraag: was er militaire (!) steun aan de oorlog in en invasie van Irak.Argos wijdde daar al enige tijd geleden meerdere uitzendingen aan. Misschien is het silzwijgen over de militaire steun door de oppositiepartijen en veel van de media deel van het eufemisme 'het poldermodel'. Hier een uitstekend artikel van Joerie Boom in de Groene:
Bush’ braafste bondgenoot→ NEDERLANDSE MILITAIRE STEUN AAN DE IRAK-OORLOGEen parlementair onderzoek naar de besluitvorming rond de oorlog in Irak zal ook moeten gaan over de Nederlandse militaire betrokkenheid. Geheime militaire inzet wordt door diverse bronnen binnen krijgsmacht en inlichtingendiensten bevestigd.DOOR JOERI BOOM‘WAAROM DENKT U dat bij de eerste grote persconferentie door de hoogste Amerikaanse generaal Tommy Franks in Qatar een Nederlandse officier op het podium stond? Dat was echt niet alleen wegens de verbale steun die Nederland heeft gegeven’, aldus een anonieme inlichtingenofficier ‘uit een westers land’ in een van de uitzendingen die het radioprogramma Argos wijdde aan de Nederlandse militaire betrokkenheid bij de oorlog in Irak. De Nederlandse regering zei de Amerikaanse aanval slechts politiek te steunen, maar de redactie van het gelauwerde onderzoeksprogramma heeft flink wat aanwijzingen dat er ook sprake was van militaire betrokkenheid. Eén daarvan is de aanwezigheid van luitenant-kolonel Jan Blom bij generaal Franks persconferentie van 22 maart 2003. Op het podium stonden nog drie officieren, afkomstig uit Groot-Brittannië, Australië en Denemarken. Landen die actieve militaire steun gaven aan de oorlog, openlijk en niet in het geniep, zoals Nederland.Premier Balkenende ziet nog steeds niets in een onderzoek naar de Nederlandse besluitvorming rond de oorlog in Irak, zei hij zondag in Buitenhof. Het lijkt hem ‘niet zinnig’, omdat ‘er al zoveel informatie is gewisseld’. Hij wees erop dat de Tweede Kamer er inmiddels zestien keer over heeft gesproken en dat tien moties voor een onderzoek zijn ingediend die allemaal zijn afgewezen. De regering heeft steeds op het standpunt gestaan dat een onderzoek in Nederland niet nodig was, omdat zij haar instemming met de oorlog niet baseerde op de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak, maar op de jarenlange weigering van Saddam Hoessein om uitvoering te geven aan Veiligheidsraad-resoluties.Maar de premier heeft zijn hand overspeeld. Met de toetreding van de PVDA tot zijn regering werd meerderheidssteun voor een onderzoek in de Tweede Kamer weliswaar onmogelijk, de PVDA-fractie in de Eerste Kamer negeert de afspraak dat niet voor een onderzoek gepleit zou worden. PVDA-senator Klaas de Vries diende 63 vragen in bij de regering. De Eerste-Kamerfracties van SP, GroenLinks, D66 en Partij voor de Dieren stelden hun eigen lijst op, met 39 vragen. De beantwoording liet ruim een half jaar op zich wachten, maar voegde niets toe aan de mantra die de regering al jaren afdraait.Wellicht hoopte Balkenende de parlementariërs moedeloos te maken met steeds weer hetzelfde riedeltje. Maar juist het eindeloos aanvoeren van dezelfde argumenten en het vasthouden aan dezelfde categorische ontkenningen trok de VVD-Eerste-Kamerfractie in het kamp van de partijen die een onderzoek eisen. Die hebben nu een meerderheid. ‘Het kabinet heeft ruim zeven maanden de tijd genomen om de vragen te beantwoorden. Wat nu op tafel ligt, levert niets nieuws op. De beantwoording draait in een kring rond’, zei VVD-fractievoorzitter Uri Rosenthal. Hij wil af van ‘de politieke mist’ die het kabinet al vijf jaar verspreidt. Nog één keer dienen de fracties nieuwe vragen in. Als die niet behoorlijk beantwoord worden, steunt de VVD een parlementair onderzoek. Naar verwachting is dit proces niet eerder dan in juni afgerond.Maar zal het onderzoek wel gaan over de juiste vragen? De vragen die de Senaat tot nog toe stelde, gaan voornamelijk over de volkenrechtelijke aspecten van de aanval en de rol die de leugens over niet-bestaande massavernietigingswapens bij het Nederlandse besluit speelden. Opmerkelijk is dat de vraag naar militaire betrokkenheid ontbreekt. Juist die vraag zou het stelselmatig foutief informeren van het parlement – een politieke doodzonde – kunnen blootleggen. Dat zou wel eens kunnen zijn wat de premier al die jaren heeft willen verbergen.Jan Blom was een verbindingsofficier die in Qatar was gestationeerd in verband met de Nederlandse Patriot-luchtafweerraketten aan de Iraaks-Turkse grens. Dat hij op het podium van de Amerikaanse bevelhebber stond, was volgens toenmalig minister van Defensie Henk Kamp een inschattingsfout: ‘We hebben niet geweten dat het een persconferentie zou zijn.’ Een povere verklaring. Meer dan dertig landen gaven openlijke militaire steun aan de aanval en wilden waarschijnlijk graag een officier leveren voor de belangrijke persconferentie. Het is moeilijk te geloven dat in die omstandigheden zo’n gewilde plek wordt ingenomen door een land dat niet meevecht.Sinds november 2002 wijdde Argos minstens zes uitzendingen aan de geheime Nederlandse militaire bijdragen aan de oorlog. De onderzoekers ontdekten dat in de aanloop naar de oorlog zowel de landmacht als de luchtmacht als de marine de Amerikanen hielp bij het vergaren van inlichtingen die de aanval mogelijk moesten maken. In oktober en november 2002 voerden Nederlandse F16’s fotoverkenningen uit boven Irak. Argos werd daarover getipt door ‘een bron met contacten in kringen van de Nederlandse luchtmacht’. Het verhaal wordt door andere bronnen bevestigd. Details die de tipgever vertelde over een noodlanding van twee Nederlandse F16-piloten die aan de geheime missie deelnamen, kwamen overeen met de gegevens die Argos vond op een website van een luchtmachtmilitair. De naam Irak kwam op de site niet voor. De militair vertelde dat hij de pagina had moeten aanpassen op last van Defensie, maar wilde over Irak niets zeggen.Ook Nederlandse commando’s werden ingezet. Dat bleek uit informatie van ‘een inlichtingenofficier van een West-Europees Navo-land’. Hij vertelde dat begin maart 2003 een Deens rapport uitlekte naar inlichtingendiensten van Navo-partners en naar het Navo-hoofdkwartier. Het gaat om een verslag, gedateerd 4 maart 2003, van een geheime operatie van Deense special forces in Irak die gericht was op het vergaren van inlichtingen. Het betreft een interne evaluatie van de Deense commando’s aan hun superieuren. In het rapport wordt melding gemaakt van Nederlandse commando’s die op dat moment samen met de Denen bezig zijn met een geheime missie in Irak. Letterlijk wordt gesproken over ‘attached parts NL-forces’. De Argos-redactie krijgt geen kopie van het rapport maar de bron leest er wel passages uit voor.Na het begin van de oorlog op 20 maart 2003 zijn eveneens Nederlandse commando’s ingezet. In Noord-Irak hebben ze de Amerikanen geholpen bij het openen van een tweede front. ‘Daartoe moest bij Harir, in Koerdisch gebied, een landingsbaan op een vervallen vliegveld worden klaargemaakt. Voor deze operatie waren veel special forces nodig en daarbij kregen de Amerikanen hulp van special forces van verschillende bondgenoten, waaronder de Britten, maar ook de Nederlanders’, aldus een bron bij de Britse special forces tegenover Argos. Het verhaal werd bevestigd door een inlichtingenofficier uit ‘een ander westers land’, door ‘een officier uit de Nederlandse krijgsmacht’ en door de Britse jounalist John Simpson, die de oorlog voor de BBC versloeg.En dan is er nog het verhaal van Hare Majesteits De Walrus, een onderzeeër die zeer geschikt is voor het afluisteren van allerlei radio- en telefoonverkeer. Eind 2002 bericht RTL4 vanuit Dubai over de boot, die net terug is van een geheime missie in de Golfregio. De verslaggever interviewt staatssecretaris van Defensie Cees van der Knaap op het dek van De Walrus. Die zegt: ‘De Amerikanen zijn heel druk bezig om te kijken van: hoe is dit gebied. Het ligt vlak bij Irak. Het is de toegangsweg tot Irak, dus het is heel duidelijk dat ze zo goed mogelijk kennis willen nemen van alle activiteiten in dit gebied, dat ze daar een scenario over willen maken, en in dit kader moet u ook deze activiteiten van deze onderzeeboot zien.’ Pikant detail: aan boord zijn vier Amerikaanse ‘afluisteraars’ die volgens de verslaggever ‘zowat elk Arabisch dialect kunnen verstaan’. Een heterdaadje dus: Nederland helpt met zijn geavanceerde spionageduikboot, een type waarover de Amerikanen niet beschikken, de oorlogsvoorbereidingen van Bush.Maar Defensie ontkent alles. Niet alleen in de beantwoording van Kamervragen, ook in het debat van 4 april 2007. Acht uur lang wordt minister van Defensie Van Middelkoop onder vuur genomen door Alexander Pechtold (D66), Femke Halsema (GroenLinks) en Harry van Bommel (SP). Maar hij geeft geen krimp: ‘We hebben geen bijdrage in welke vorm dan ook geleverd aan de Amerikaanse inval in Irak.’Huub Jaspers, onderzoeker en Argos-redacteur, is er ‘echt van overtuigd’ dat alledrie de krijgsmachtonderdelen rond het begin van de oorlog in Irak actief zijn geweest. ‘Na de uitzendingen is dat nog eens door verschillende bronnen bevestigd’, zegt hij. ‘De regering heeft duidelijk een probleem met al die geheime militaire inzet ten behoeve van een oorlog die we alleen politiek zeiden te ondersteunen.’Tot nog toe had het parlement geen wapen tegen de ontkenningen van de regering. Dat zal veranderen met een parlementair onderzoek. Tenminste, als de bestraffing voor het lekken van staatsgeheimen wordt opgeschort. Eind 2005 kreeg een AIVD’er vierenhalf jaar cel voor het prijsgeven van geheime informatie. Wie door de onderzoekscommissie onder ede wordt gehoord, dient ongestraft de waarheid te kunnen vertellen. Maar aangezien het staatsgeheimen betreft, is de kans aanwezig dat de verhoren grotendeels achter gesloten deuren zullen plaatsvinden. Jaspers is er niet gerust op dat de parlementariërs daar voldoende hun tanden zullen laten zien: ‘Tijdens het Srebrenica-onderzoek werd niet scherp genoeg ondervraagd. Ik vrees dat ons parlement niet zo grondig te werk gaat als bijvoorbeeld in Duitsland.’Daar wordt een secuur parlementair onderzoek gehouden. Met name de rol van de Bundesnachrichtendienst (de nationale inlichtingendienst) wordt stapje voor stapje uitgeplozen. Dat levert schokkende resultaten op. Officieel was de Duitse regering fel gekant tegen de oorlog en verleende ze geen enkele steun aan de Amerikanen. Achter de schermen werd echter wel degelijk samengewerkt. Zo leidde informatie van Duitse geheim agenten over Iraakse plannen om oliebronnen in brand te steken tot een vervroeging van de invasie.Als het Nederlandse onderzoek er komt, heeft het zin om zo diep en secuur mogelijk te spitten. Als het ‘anti-Amerikaanse’ Duitsland al bij de oorlog betrokken was, maakt dat de parlementaire zoektocht naar bewijzen voor geheime militaire steun van Bush’ braafste bondgenoot des te prangender.© JOERI BOOM / De Groene Amsterdammer'

De Israelische Terreur 736

Palestinians in the West Bank city of Hebron gather around the body of a protester after he was killed by Israeli troops during a rally by Hamas supporters against Israel's military operation in Gaza, 16 January 2009. (Mamoun Wazwaz/MaanImages)

'The status of Israel as the enemy of the Arabs has largely depended in the last six decades on its enmity or alliance with Arab regimes and not with the Arab peoples. Insofar as Israel threatened Arab regimes, it was depicted by them as the enemy, insofar as it did not, it was welcomed as a friend. This was certainly the case in Israel's ambivalent position toward the Jordanian regime with which it has allied itself since the 1920s while at the same time working to undermine the regime when some of its strategies changed. This in turn explains why the Jordanian regime was historically ambivalent about whether Israel was an enemy or an ally. In 1967, some in Israel contemplated unseating King Hussein from the throne while in 1970 Israel sought to extend its military assistance to buttress his throne. While King Hussein became convinced that Israel's ambivalence had been resolved by the early 1990s in favor of an alliance, many Jordanian nationalists as well as Jordanian chauvinists were not. It is in this context that many anti-Palestinian Jordanian nationalists opposed the peace agreement that Jordan signed with Israel in 1994 and pointed to the continuing Israeli ambivalence towards Jordan. They correctly observed that Israel would sacrifice the regime in favor of establishing a Palestinian state in Jordan after expelling all West Bank Palestinians to the country, a project that Ariel Sharon had been proposing since the 1970s and that retains support among key people in the Labor Party. Indeed, Sharon wanted Israel to support the Palestine Liberation Organization (PLO) in 1970 against King Hussein. The recent indecisiveness of the Jordanian government regarding the best response to Israel's carnage in Gaza was on account of the regime's uncertainty of where Israel's strategy lies at present. At the outset of the carnage, Jordanian intelligence chief Muhammad al-Dhahabi, who reopened talks with Hamas a few months ago, was dismissed from his job, while at the same time the government allowed massive demonstrations across the country with limited but evident police repression. But US, Saudi, and Egyptian pressure on Jordan have clearly won the day, especially in their insistence that Jordan return its ambassador to Tel Aviv whom it had recalled for a few days in protest. These developments show that the Jordanian government has a different set of priorities and worries than its Egyptian and Saudi counterparts, but that it hopes and prefers that Israel remain a friend and not become an enemy. The Egyptian regime, which considers Israel its most important ally in the region after the United States, believes correctly that Israel is not trying to undermine it, which is why Israel has not been an enemy of Egypt since the mid 1970s. The days when Israel tried to destroy the Arab nationalist regime of Gamal Abdel Nasser are over, and since his successor Anwar Sadat's capitulationist overtures, Israel has been a sure supporter of the Egyptian regime, which supports Israel in turn, sometimes as many have recently speculated, to the regime's own detriment.'

De Israelische Oorlogsmisdaden 51



'Rights groups says laws of war violated in Gaza
By BEN HUBBARD AND ALFRED DE MONTESQUIOU

ASSOCIATED PRESS WRITERS

In this Monday, Jan. 19, 2009 photo, Fatma Zidane El-Banneh, 8, right, and her mother Azza, are seen after returning from a hospital to the Beit Lahiya Elementary Co-educational school, where Azza claims Fatma was burned by white phosphorus, which could not be independently verified, in Beit Lahiya, in the northern Gaza strip. Human rights groups are seeking to build a case that Israel and Hamas violated the laws of war during the fighting last month in this tiny coastal territory - a charge both combatants reject. (AP Photo/Ben Curtis)
GAZA CITY, Gaza Strip -- Human rights groups are seeking to build a case that Israel and Hamas violated the laws of war during the fighting last month in this tiny coastal territory - a charge both combatants reject.
On Tuesday, the International Criminal Court said the Palestinian Authority had recognized the court's jurisdiction in a move aimed at allowing a war crimes investigation.
Given the clarity of Hamas' violations, such as firing rockets at Israeli cities, organizations are focusing more on Israeli actions, the facts of which they say are harder to establish.
"The Israeli authorities deny everything, so one has to prove what happened in a way that you don't need to do with the Palestinian rockets," said Donatella Rovera of Amnesty International.
Among the questions being raised are whether Israel used disproportionate force and failed to protect civilians.
In one case, Israeli artillery fire hit near a U.N. school where hundreds of Gazans had sought refuge, killing 42 people. Israeli said its troops were responding to fire from militants near the school.
In another instance, Gazans allege Israeli soldiers ordered 110 civilians into a warehouse, then shelled it the next day, killing 30. Israel denies the army targeted the warehouse, saying the building was hit during intense combat with militants in that area.
"The suspected war crimes make for a very long list," said Jessica Montell, head of the Israeli group B'Tselem.
Rights activists say Gaza's Hamas rulers and other Palestinian groups committed war crimes by targeting Israeli civilians with rockets. They also say Hamas' use of human shields, as alleged by Israel, would constitute war crimes.'

De Israelische Terreur 735



Israel considers declaring Al Jazeera "hostile entity"
Israel's frosty relationship with Al Jazeera is heading for a deep freeze.
Over the past year, Israel has been gradually disengaging from Al Jazeera.
Last March, Israeli leaders threatened to stop working with Al Jazeera because they were unhappy with their coverage if the last Israeli military operation in Gaza.
Six months ago, Israel temporarily stopped approving work visas and press cards for Al Jazeera after one of the station's anchors hosted a birthday celebration for Samir Kuntar, the Lebanese killer freed in a prisoner exchange with Israel.(Al Jazeera later conceded that the birthday cake and musical serenade for Kuntar were unethical.)
Now, Israel is taking new steps to prevent Al Jazeera from working in Israel.
Israel has decided to deny work visas to the the Al Jazeera reporters and allow the station's journalists to talk only to spokespeople for the prime minister, foreign minister and Israeli military.
The moves come in response to a decision by Qatar, which launched and funds Al Jazeera, to sever ties with Israel in the aftermath of Israel's 22-day military operation in Gaza.
According to Haaretz, Israel even considered declaring Al Jazeera a "hostile entity" and shutting down its offices in Israel. But top officials decided not to go that far because it wasn't clear the decision would be approved by the country's high court.
Israeli leaders who barred reporters from freely entering Gaza during the war and are now penalizing Al Jazeera for Qatar's political decisions still contend that they believe in freedom of the press.'

Truthout Sunday 20/11/2026

  SUNDAY, SEPTEMBER 20, 2026 Walking September 11’s Other Crime Scenes Millions had fled along the highway I had taken. Behind them Iraq was...