Zoeken in deze blog 🔎🔎

maandag 2 augustus 2021

Steeds meer burgers controleren zélf of hun gezondheid lijdt onder bedrijven.


null

Burgerverzet

Steeds meer burgers controleren zélf of hun gezondheid lijdt onder bedrijven. ‘Wij buffelen door’

Beeld Sjoerd van Leeuwen

Met de rapporten van de overheid nemen burgers geen genoegen. Zij onderzoeken zelf of hun gezondheid schade ondervindt van bijvoorbeeld staalfabriek Tata, pesticiden of vliegtuigen.

Just the Tip of the Israeli Cyber Spying Iceberg

 

Pegasus is Just the Tip of the Israeli Cyber Spying Iceberg, with Whitney Webb 

Investigative journalist Whitney Webb joins MIntCast to discuss Pegasus, Toka, and the global Israeli cyberspying network.

Edward Snowden has called it “the story of the year.” An Israeli spying company has been caught selling software to authoritarian regimes that have used it to surveil more than 50,000 people worldwide.

That company is NSO, founded in 2010 by former members of Unit 8200, the Israeli military’s notorious intelligence squad. Their product is called Pegasus, and it was sold to military, law enforcement, and intelligence agencies in 40 countries, among them some of the world’s worst human rights abusing governments.

On this “MintCast,” investigative journalist Whitney Webb joins Mnar Adley today to discuss Pegasus, Toka, and the global Israeli cyberspying network. Whitney Webb is a writer and researcher for the outlets Unlimited Hangout and The Last American Vagabond. She principally covers intelligence, technology, surveillance, and civil liberties. Between 2017 and 2020, she was also a senior investigative reporter for MintPress. Her latest article, “Meet Toka, the Most Dangerous Israeli Spyware Firm You’ve Never Heard Of,” was published by MintPress earlier this week.

Pegasus is able to attack the cellphones of targeted individuals without them realizing it, monitoring and recording their calls, texts and accessing other information stored on their devices. Dozens of human rights activists, nearly 200 journalists, several Arab royals, and more than 600 politicians are known to have had their communications spied on and compromised. Among those include French President Emmanuel Macron, Pakistani prime minister Imran Khan and president of Iraq, Barham Salih.

Close associates of the Washington Post journalist Jamal Khashoggi were also attacked and compromised just before his murder by Saudi operatives in 2018, strongly indicating that the information gleaned through Pegasus was crucial in this endeavor. NSO vehemently denied that their product was used in his assassination. Yet it also put out a statement insisting that it had no access to what its clients did with the software — two seemingly contradictory assertions.

The Pegasus story has made major waves in India, too, where it was revealed Prime Minister Narendra Modi had used it to spy on his political opponents in the run-up to the 2019 elections. The Indian Congress Party has accused the prime minister of committing treason. Also disclosed was that the government hacked the phone of a woman who accused the Chief Justice of India of raping her, a revelation undermining the entire justice system and the concept of a fair trial.

Yet a new MintPress News investigation asserts that Pegasus is merely the tip of the Israeli cyber spying iceberg and that another piece of software, Toka, is far more dangerous and outrageous. Toka markets itself as “a one-stop hacking shop for governments that require extra capability to fight terrorists and other threats to national security in the digital domain.” The company’s software is designed to infiltrate any device connected to the internet, not just smartphones.

Toka is a product of the Israeli national security state, having been co-founded by former prime minister, Ehud Barak, and was also designed by members of Unit 8200, leading Webb to suggest that it is a front for the Israeli government.

https://www.mintpressnews.com/pegasus-just-tip-israel-unit-8200-toka-spyware-whitney-webb/278042/

Feature photo | Graphic by Antonio Cabrera

Israël is niet wat het voor veel mensen lijkt

    Laatste update 16:19 

 5.659 
94

Voorzitter Religies voor Vrede


Israël is niet wat het voor veel mensen lijkt

Het is tijd om de geschiedenis te herschrijven en het propagandaverhaal - dat tot op heden verteld wordt - te vervangen door feiten

cc-foto: IDF

Kortgeleden zag ik een video die me diep raakte en terugwierp in de tijd. Ik voelde me weer dat meisje van de basisschool dat een boekje kreeg over wat er in de Tweede Wereldoorlog met de joden was gebeurd. De witte kaft met enkele zwarte silhouetten van kinderen staat nog op mijn netvlies gegrift.

De inhoud was eigenlijk te pijnlijk voor me om te lezen. Ik had net mijn moeder verloren en die wond was nog vers. Verlies… daar ‘wist’ ik ook iets van. Al was dat niet wat tot op denkniveau kwam. Ik voelde het en hoefde daar geen boekje voor te lezen. De kaft had me al voldoende geraakt.

Mijn vriendinnetje wilde later in een kibboets gaan werken. Zeker na de Zesdaagse Oorlog. Verschrikkelijk, dat mensen, die al zoveel verloren hadden, nu weer met een oorlog geconfronteerd werden. Het sterkte mijn vriendin in haar voornemen. Gaan helpen in die nieuwe staat Israël. Ik wenste dat ik dat dúrfde te willen, maar mijn onzekerheid, mijn onbewuste verlangen naar bescherming liet dat niet toe. Maar ik vond haar voornemen een voorbeeld van wat je zou kunnen doen in zo’n situatie.

Twee herinneringen waarmee ik ben opgegroeid en waardoor ik Israël een warm hart toe bleef dragen. Tot er in de jaren 80 kritische krasjes op kwamen. Het was in die tijd dat ik schreef:

De onderdrukte vecht tegen zijn onderdrukker;
maar hoe vaak gaat het niet mis
wanneer de onderdrukte zelf de macht krijgt…
Hoe oneindig groot
moet een hart zijn<
om deze cirkel te doorbreken…
De mens die in zijn leven zichzelf en de ander
als gelijke grootheden respecteert
zal democratisch kunnen handelen.’

In 2009 ontmoette ik een joods-Israëlische vrouw, met een belangrijke economische functie. Ze was tevens vredesactiviste en spande zich in voor vrede tussen joden en Palestijnen. Voor een vreedzame toekomst voor beide volkeren. Voor de drie prominent aanwezige religies in het gebied.

Ze was naar Nederland gekomen voor hulp. “Als vredesactivisten wordt ons de mond gesnoerd. Als ergens steun vandaan moet komen, dan is dat toch zeker van Nederland, met jullie Stad van Vrede, een Vredespaleis, jullie inzet voor gerechtigheid. Deel het in Europa, laat Europa zich sterk maken voor de rechten van Palestijnen. Van de Verenigde Staten hoeven we niets meer te verwachten.” Haar noodkreet raakte me en motiveerde me om me meer te verdiepen in wat er speelde in het Midden-Oosten. Ik sloot me aan bij een politieke Midden-Oosten-groep.

Vanaf dat moment ontmoette ik meer joden, meer Israëliërs, meer Palestijnen. Hoorde hun verhalen. Ontdekte mooie onderlinge contacten binnen Israël en de Palestijnse gebieden. Niet alleen haat, maar lichtpuntjes van samenwerking tussen christenen en joden, tussen moslims en joden. Het hielp me nuanceren. Maar mijn blik op de Israëlische politiek kantelde wel. Ik zag een bezetter, die een mensonwaardig beleid voert dat op een deel van de bevolking gericht was. Soldaten die om niets burgers doodschieten. Kinderen ’s-nachts van hun bed lichten. Burgers die een baby spiesen en verbranden.

Politieke leiders zwijgen over deze grove schendingen van mensenrechten, van het internationaal recht waaraan Nederland zich heeft gecommitteerd.

Enkele jaren later zit ik in een vliegtuig dat uit Tel Aviv komt en schuin achter me zit een onrustige groep Israëlische soldaten. Ze spreken luid over Amsterdam, waar ze naar toe gaan om te ontspannen en drugs te gebruiken. Ik hoor het aan. Mijn nieuwsgierigheid is groter dan het lichte gevoel van afkeer dat in me opwelde toen ik me bewust werd van wie er achter me zaten. Een van hen wordt verschillende malen door zijn kameraden tot kalmte gemaand. Ik kijk om en zie de wilde blik in zijn ogen.

Die blik… Wat verschrikkelijk. Het zal je zoon maar zijn. Opgefokt, door hoe hij zich als militair moet gedragen? Wat zou zijn geschiedenis zijn? Wat heeft hij gedaan, vanuit de overtuiging dat Palestijnen zijn vijanden zijn en dat hij voor de rust en vrede in zijn land tot het uiterste mag gaan? Ik heb met hem te doen en een gevoel van afschuw komt over me – over de indoctrinatie en desensibilisering die deze militairen hebben ondergaan. Ze staan op dit moment voor mij symbool voor alle militairen die te goeder trouw voor hun vaderland tegen een ‘vijand’ moeten vechten. Wat doen wij onze jongeren aan? Waarmee vullen wij hun geest, hun hart?

Een vooraanstaande Palestijns-joods-Israëlische delegatie komt op bezoek bij de Tweede Kamer. Het CDA, de organisator, en een VVD-lid zijn de enige Kamerleden die bij het gesprek zijn. De andere partijen schitteren door afwezigheid. De delegatieleden roepen de Nederlandse politici op tot een veel steviger stellingname tegen het Israëlische (apartheids)beleid. Niet veel later komt een joods-christelijke delegatie op bezoek op het CDA-partijbureau. Ook zij drukken ons op het hart om actie te ondernemen.

Al jaren neemt niet alleen de verborgen maar ook zichtbare annexatie door kolonisten, van de weinig overgebleven Palestijnse gebieden, schrikbarend toe. Een Kamermeerderheid houdt de Israëlische regering de hand boven het hoofd en het kabinet doet alles om te zwijgen over het vele en grove onrecht dat een bezetter de bezette bewoners aandoet. Ik herinner me wat ik eerder schreef over macht. Mijn onmacht doet pijn.

Het wordt 2021 en weer laait er een flinke strijd op tussen Israël en de bewoners van Gaza en zelfs hier en daar in steden in Israël en de Palestijnse gebieden. We zien nu live hoe Israël allerlei (burger)gebouwen opblaast. Hoe kinderen vol angst ineengekropen zitten, schuilend bij volwassenen. Een meisje, een kind nog, uit voor de camera haar machteloosheid. Ze wil dokter worden, mensen helpen, maar ze kan niets tegen dit geweld doen. Hartverscheurend. Op internet delen joden van over de hele wereld de video waarin joodse mannen vol vuur ‘Dood aan de Arabieren’ zingen. Vlak naast de Al-Aqsa moskee in Jerusalem.

Maar dan komt, voor mij, het dieptepunt nog. Ik krijg een video gemaild met een toespraak van Miko Peled, de kleinzoon van een van de ondertekenaars van Israëls Onafhankelijkheidsverklaring, en zoon van Mattityahy Peled, generaal in de Zesdaagse oorlog in 1967. Hij verhaalt met documenten hoe niet Egypte de oorlog begon tegen Israël, maar Israël tegen Egypte. “Israël werd niet bedreigd. De generaals wilden de oorlog omdat zij een kans zagen. Israël begon een massieve aanval tegen zijn Arabische buren, tegen Egypte. Omdat het Hoge Commando hun legers wilde uitschakelen en hun land wilde.”

Geen video? Klik hier.

Het was goed uitgekiend, omdat Egypte een van de grootste legers had van de Arabische landen in de regio – en slecht was voorbereid op oorlog. “Het had anderhalf, twee jaar nodig om klaar te zijn voor een oorlog. “Dit is een kans. Wij moeten aangeven en herhalen dat we bedreigd worden, als drukmiddel op de publieke opinie en de regering om ons groen licht te geven.” Mensen wérden bang, de regering werd onder druk gezet – en de generaals kregen groen licht… “In 5 dagen was de oorlog over. Het was een leugen. En al werd dat later toegegeven, het herhalen dat Israël bedreigd werd bleef plakken.”

Het kind in me voelt zich diep bedrogen. Maar dat weegt niet het zwaarst – ik denk aan de zovele oprechte joden, die tot op de dag van vandaag onder hun huid een constant angstgevoel kennen, door deze leugen..,  aan de haat die hierdoor is gezaaid in de harten van vele mensen…

Het is tijd om de geschiedenis te herschrijven en het propagandaverhaal – dat tot op heden verteld wordt – te vervangen door feiten. Hoe niet de Arabische landen, maar Israël zélf de agressor was, die in 1967 de oorlog begon tegen haar buurlanden. Dat de gezaaide angst verzonnen was.

Tijd om breed te delen dat het geweld jegens Palestijnen door de Israëlische overheid, die jaarlijks $3,8 miljard steun van de VS ontvangt en in het bezit van kernwapens is, door politieke leiders nimmer gebagatelliseerd mag worden als ware het ‘recht op zelfverdediging.’
Het is tijd om onder ogen te zien dat in het Midden-Oosten apartheid-politiek en sluipende genocide plaats vinden jegens Palestijnen en dat wij vuile handen maken door dat beleid economisch en politiek te steunen.
Het is tijd om de bezetting te beëindigen.

En het is de hoogste tijd om onze jongeren te leren dat de waarheid op een dag naar boven komt, omdat mensen een geweten hebben, dat zegt dat het creëren van vijanden, het uitsluiten van mensen, het doden van anderen niets oplost. Dat onderdrukking leidt tot wraak en nimmer tot vrede.

Het is tijd om onze medemenselijkheid vorm te geven en onrecht ongedaan te maken. Door recht te doen.

https://joop.bnnvara.nl/opinies/israel-is-niet-wat-het-voor-veel-mensen-lijkt?fbclid=IwAR0EDFb5Vvpku86NUPX8VNiC9B2HH1a7Q5jrg70KasLxOtAt9hPOTQnvAQo

zondag 1 augustus 2021

NRC's Caroline de Gruyter en Andere Clowns 20

Onder de angstaanjagend bedoelde kop ‘Laatste kans voor het Westen’ stelde vrijdag 30 oktober 2020 de NRC-opiniemaakster Caroline de Gruyter in haar krant:

President Theodore Roosevelt zei een eeuw geleden: ‘Ons voornaamste nut voor de mensheid berust op het combineren van kracht met high purpose.’ Na de val van de Muur in 1989 werd dit hogere doel aangepast. Het Westen had gezegevierd. Nu wilden de Amerikanen het uitbreiden: de rest van de wereld zou ook westerse waarden overnemen en democratisch worden. Europa dreef uit de Amerikaanse focus. Dat speet veel Europeanen niet. Ze deelden die universele missiedrang niet en verafschuwden de methodes die de Amerikanen in Irak of Afghanistan gebruikten.


Deze mondiale ‘beschavingsmissie’ liep stuk op China, Rusland, islamitische staat en oorlogen als in Syrië. 

https://www.nrc.nl/nieuws/2020/10/30/laatste-kans-voor-het-westen-a4018093 


The early decades of the 20th century saw a number of interventions in Latin America by the U.S. government often justified under the Roosevelt Corollary to the Monroe Doctrine. 

https://en.wikipedia.org/wiki/Foreign_interventions_by_the_United_States   


‘Big stick ideology, big stick diplomacy, or big stick policy refers to President Theodore Roosevelt’s foreign policy: ‘speak softly and carry a big stick; you will go far.’ Op 2 april 1903 introduceerde de Amerikaanse president deze leer. In Roosevelt’s visie betekende het dat ‘it was essential to possess serious military capability that would force the adversary to pay close attention. At the time that meant a world-class navy.’ Bovendien was van ultiem belang ‘never to bluff, to strike only when prepared to strike hard.’ Theodore Roosevelt voegde hieraan toe: ‘If the American Nation will speak softly, and yet build, and keep at a pitch of the highest training, a thoroughly efficient navy, the Monroe Doctrine will go far.’ 


De Monroe Doctrine uit 1823 ging er vanuit ‘that any intervention in the politics of the Americas by foreign powers was a potentially hostile act against the United States.’ Het doel was ‘that the U.S. could exert its influence undisturbed’ door Europese landen. Vanaf toen werd Zuid- en Midden-Amerika de achtertuin van de VS, waar de militairen van de politieke elite in Washington, en met name op Wall Street, konden doen en laten wat ze wilden om de belangen van de rijken te laten expanderen, ten koste van ontelbare doden en verminkten in deze wingewesten. Ondermeer de Monroe-Leer verklaart waarom de VS het zwaarst bewapende land in de geschiedenis van de mensheid is geworden, dat 93 procent van zijn bestaan in oorlog is geweest, en anno 2021 te kennen geeft bereid te zijn ‘to go to war against Russia over Ukraine.’ Onder deze kop vatte de Amerikaanse onderzoeksjournalist Rick Rozoff de huidige stand van zaken als volgt samen:


Recent press releases from the White House, the Defense Department and the North Atlantic Treaty Organization uniformly communicate the message that the U.S. and NATO are willing, and perhaps are preparing, to enter into armed conflict with Russia over their joint client regime in Ukraine.


On April 1 U.S. Defense Secretary Lloyd Austin held a phone conversation with his Ukrainian counterpart, Defense Minister Andrii Taran, in which he ‘reaffirmed unwavering U.S. support for Ukraine’s sovereignty, territorial integrity, and Euro-Atlantic aspirations.’ The last expression means joining NATO, first, and the European Union, second (as has occurred with all thirteen NATO members inducted since 1999 that also joined the EU.) In the words of the Pentagon’s readout of the conversation, Austin also ‘condemned recent escalations of Russian aggressive and provocative actions in eastern Ukraine…’ The defense chief also ‘reiterated the U.S. commitment to building the capacity of Ukraine’s forces to defend more effectively against Russian aggression.’


Austin recalled that the U.S. has provided Ukraine with over $2 billion in military and security assistance since the American-engineered violent uprising in the nation seven years ago that resulted in the ouster of the legally-elected and internationally-recognized government of Viktor Yanukovych and war in the Donbas region. Austin also confirmed a recent $125 million package from the Pentagon to ‘enhance the lethality, command and control, and situational awareness of Ukraine’s Armed Forces.’


When the head of the mightiest military organization in the world, one which outspends Russia on defense more than ten times, speaks of a key political and military client regime — and one in a nation moreover that has enriched the family of the current U.S. president — as the victim of military aggression, the inevitable corollaries of his pronouncement are not hard to divine (voorspellen. svh).


The following day President Joe Biden (or so it was reported) spoke with Ukrainian President Volodymyr Zelenskyy and ‘affirmed the United States’ unwavering (onwankelbaar. svh) support for Ukraine’s sovereignty and territorial integrity in the face of Russia’s ongoing aggression in the Donbas and Crimea.’ Biden reportedly spoke of intensifying the strategic partnership between the two states and spoke of reforms — to repeat, Biden spoke of reforms in Ukraine — that are ‘central to Ukraine’s Euro-Atlantic aspirations.’ That is, to becoming a full member of NATO.


The same day Ukrainian Foreign Minister Dmytro Kuleba called for an ‘urgent American involvement in the de-occupation of (Donbas) and Crimea’ in a newspaper interview.


On April 1 (2021. svh) NATO itself joined the chorus of Western denunciations of Russia, with an alliance official stating, ‘Russia’s destabilizing actions undermine efforts to de-escalate tensions,’ in the Donbas, adding, ‘Allies shared their concerns about Russia’s recent large scale military activities in and around Ukraine.’ The ‘in Ukraine’ reference was no doubt concerning Crimea, and the ‘around Ukraine’ one relating to Russian troop movements within Russia itself. Given the fact that the Ukrainian government has been waging war for seven years in Donetsk and Lugansk, which border Russia, and that Russian citizens have been killed and wounded by Ukrainian shelling across the border into Russia, would seem to justify Russian troop movements given the recent escalation of hostilities in the region.


U.S. European Command (EUCOM) has raised its alert status to the highest level. EUCOM is one of six geographical unified (Army, Marine Corps, Navy, Air Force, Space Force and Coast Guard) combatant commands the Pentagon employs to divide up the surface of the world. It shares its top commander with NATO.


In a recent Ukrainian television interview the commander-in-chief of the Ukrainian army, Ruslan Khomchak, affirmed that the nation’s armed forces are fully operational for a possible war, able to ‘protect the territorial integrity and independence of our state.’


That’s true of any army, of course, but Khomchak was more specific: ‘To accomplish this task, we must be ready to act both offensively and defensively and to carry out maneuvers. Of course we are preparing for the offensive… We have experience in warfare in eastern Ukraine.’ Seven years of it in fact.


On February 8, President Zelensky approved a plan to admit foreign troops into Ukraine in 2021 to take part in several multinational military exercises led by the U.S. and other NATO nations, including the U.S.-led exercises Rapid Trident 2021 and Sea Breeze 2021, the British-Ukrainian Cossack Mace 2021 and Warrior Watcher 2021 exercises, the Romanian-Ukrainian Riverine 2021 exercise, and the Polish-Ukrainian Three Swords 2021 and Silver Sabre 2021 war games.


He also recently approved Ukraine’s new military strategy, which not surprisingly emphasizes the subjugation of Donetsk and Lugansk and even Crimea. All-out assaults against the first two would probably provoke a war with Russia; an attack on the third would make it inevitable.


NATO is mentioned 19 times in the document, which speaks of an impending war with Donetsk and Lugansk, and by inference with Russia, in which Ukraine would be provided ‘the help of the international community on terms favorable to Ukraine.’


More pointedly it mentions depending on ‘the political, economic and military support of Ukraine by the international community in its geopolitical confrontation with the Russian Federation.’ The new military strategy also speaks of Ukraine becoming involved in a war between NATO and Russia in which Ukraine ‘will be drawn into an international armed conflict, especially between nuclear-armed states.’


The Euro-Atlantic integration of Ukraine advocated by Biden and Austin would make Ukraine’s participation in a war between the world’s two major nuclear powers inevitable. It might also make Ukraine the main battleground in such a war.

https://antibellum679354512.wordpress.com/2021/04/02/biden-pentagon-nato-signal-readiness-to-go-to-war-against-russia-over-ukraine/?  



The Monroe Doctrine is back: Its purpose is to serve the neoliberal order


Al deze informatie is van vitaal belang om de achtergrond te beseffen van Caroline de Gruyter’s niet aflatende anti-Russische propaganda. Zodra de eerste oorlogshandelingen plaatsvinden, is het eenvoudig te traceren welke opiniemakers van de polderpers mede-verantwoordelijk zijn geweest voor de onvermijdelijke oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. De Amerikaanse auteur Henry Adams, wiens grootvader en overgrootvader president van de Verenigde Staten waren, en die van binnenuit wist hoe de zaken werkelijk geregeld worden, constateerde niet voor niets in het begin van de twintigste eeuw: ‘The press is the hired agent of a moneyed system, set up for no other reason than to tell lies where the interests are concerned.’ Pas na de woorden volgt het moorden. 


Om de context van het heden te begrijpen dient de lezer tevens te weten dat Caroline de Gruyter’s citaat van Theodore Roosevelt dat ‘Ons voornaamste nut voor de mensheid berust op het combineren van kracht met high purpose,’ misleidend is, zonder de volgende vermelding van de gezaghebbende Amerikaanse historica Patricia O’Toole, ‘who taught at Columbia University. She is a Society of American Historians fellow and was a visitor at the Institute for Advanced Study.’  In haar boek When Trumpets Call: Theodore Roosevelt after the White House (2005) toont zij aan dat ‘The power (kracht. svh) Roosevelt had in mind was of the canon-and-battleship variety… Blind to his longing for power, he would repeatedly deceive himself about the loftiness of his purpose.’ Bovendien was Theodore Roosevelt in ‘international affairs’ een ‘strong believer in the superiority and civilizing mission of the Anglo-Saxons in general and the United States in particular’ en ‘in the use of force.’ Vijf jaar voordat hij in 1901 president werd: 


Roosevelt had complained about President Cleveland’s failure to annex Hawaii because it meant the islands would be settled not by ‘white Americans, but of low caste laborers from the yellow races.’ 


Algemeen bekend is dat Theodore Roosevelt een uitgesproken racist was, maar dit feit verzwijgt Caroline de Gruyter, omdat het niet past in haar pro-Amerika-propaganda, waarbij zij ondermeer zijn citaat misbruikt dat ‘Ons voornaamste nut voor de mensheid berust op het combineren van kracht met high purpose,’ zonder erbij te vermelden wat dit concreet betekende. Zij beweert zelfs dat ‘Na de val van de Muur in 1989 dit hogere doel [werd] aangepast. Het Westen had gezegevierd. Nu wilden de Amerikanen het uitbreiden: de rest van de wereld zou ook westerse waarden overnemen en democratisch worden.’ Ten tijde van het presidentschap van Teddy Roosevelt, aan het begin van de twintigste eeuw vroeg Mark Twain, naar aanleiding van de Amerikaanse bloedbaden op de Filippijnen die vele honderdduizenden doden veroorzaakte, in zijn ‘anti-imperialistische’ essays zich spottend af of ‘het zo zou kunnen zijn dat er twee soort beschavingen bestaan — één voor binnenlandse consumptie en één voor de heidense markt?’ Twain zette in To the Person Sitting in Darkness (1901) uiteen dat:  


‘Our case is simple. On the 1st of May, Dewey (admiraal van de Amerikaanse marine. svh) destroyed the Spanish fleet. This left the Archipelago in the hands of its proper and rightful owners, the Filipino nation. Their army numbered 30,000 men, and they were competent to whip out or starve out the little Spanish garrison; then the people could set up a government of their own devising. Our traditions required that Dewey should now set up his warning sign, and go away. But the Master of the Game happened to think of another plan — the European plan. He acted upon it. This was, to send out an army — ostensibly to help the native patriots put the finishing touch upon their long and plucky struggle for independence, but really to take their land away from them and keep it. That is, in the interest of Progress and Civilization. The plan developed, stage by stage, and quite satisfactorily. We entered into a military alliance with the trusting Filipinos, and they hemmed in Manila on the land side, and by their valuable help the place, with its garrison of 8,000 or 10,000 Spaniards, was captured — a thing which we could not have accomplished unaided at that time. We got their help by — by ingenuity. We knew they were fighting for their independence, and that they had been at it for two years. We knew they supposed that we also were fighting in their worthy cause — just as we had helped the Cubans fight for Cuban independence — and we allowed them to go on thinking so. Until Manila was ours and we could get along without them. Then we showed our hand. Of course, they were surprised — that was natural; surprised and disappointed; disappointed and grieved. To them it looked un-American; uncharacteristic; foreign to our established traditions. And this was natural, too; for we were only playing the American Game in public — in private it was the European. It was neatly done, very neatly, and it bewildered them. They could not understand it; for we had been so friendly — so affectionate, even — with those simple-minded patriots! We, our own selves, had brought back out of exile their leader, their hero, their hope, their Washington — Aguinaldo; brought him in a warship, in high honor, under the sacred shelter and hospitality of the flag; brought him back and restored him to his people, and got their moving and eloquent gratitude for it. Yes, we had been so friendly to them, and had heartened them up in so many ways! We had lent them guns and ammunition; advised with them; exchanged pleasant courtesies with them; placed our sick and wounded in their kindly care; entrusted our Spanish prisoners to their humane and honest hands; fought shoulder to shoulder with them against “the common enemy” (our own phrase); praised their courage, praised their gallantry, praised their mercifulness, praised their fine and honorable conduct; borrowed their trenches, borrowed strong positions which they had previously captured from the Spaniard; petted them, lied to them — officially proclaiming that our land and naval forces came to give them their freedom and displace the bad Spanish Government — fooled them, used them until we needed them no longer; then derided the sucked orange and threw it away. We kept the positions which we had beguiled them of; by and by, we moved a force forward and overlapped patriot ground — a clever thought, for we needed trouble, and this would produce it. A Filipino soldier, crossing the ground, where no one had a right to forbid him, was shot by our sentry. The badgered patriots resented this with arms, without waiting to know whether Aguinaldo, who was absent, would approve or not. Aguinaldo did not approve; but that availed nothing. What we wanted, in the interest of Progress and Civilization, was the Archipelago, unencumbered by patriots struggling for independence; and the War was what we needed. We clinched our opportunity. It is Mr. Chamberlain's case over again — at least in its motive and intention; and we played the game as adroitly as he played it himself.’


At this point in our frank statement of fact to the Person Sitting in Darkness, we should throw in a little trade-taffy (snoepje. svh) about the Blessings of Civilization — for a change, and for the refreshment of his spirit — then go on with our tale:


‘We and the patriots having captured Manila, Spain's ownership of the Archipelago and her sovereignty over it were at an end — obliterated — annihilated — not a rag or shred of either remaining behind. It was then that we conceived the divinely humorous idea of buying both of these spectres from Spain! [It is quite safe to confess this to the Person Sitting in Darkness, since neither he nor any other sane person will believe it.] In buying those ghosts for twenty millions, we also contracted to take care of the friars and their accumulations. I think we also agreed to propagate leprosy and smallpox, but as to this there is doubt. But it is not important; persons afflicted with the friars do not mind the other diseases.


With our Treaty ratified, Manila subdued, and our Ghosts secured, we had no further use for Aguinaldo and the owners of the Archipelago. We forced a war, and we have been hunting America's guest and ally through the woods and swamps ever since.’

http://xroads.virginia.edu/~DRBR/sitting.html 


Deze Amerikaanse koloniale oorlog was inmiddels onderdeel van het overzeese expansionisme van de VS, in wat Twain sarcastisch ‘the interest of Progress and Civilization’ noemde, oftewel in de woorden van Caroline de Gruyter, 119 jaar later, een 'beschavingsmissie' zodat de hedendaagse Persons Sitting in Darkness de ‘westerse waarden overnemen en democratisch worden,’ met opnieuw het grootst mogelijke geweld, zoals we in deze eeuw hebben gezien in Afghanistan, Irak, Libië, Syrië. Twain schreef over de Filipino’s ‘Of course, they were surprised — that was natural; surprised and disappointed; disappointed and grieved,’ maar zij, waren, evenals Mark Twain, door ervaring wijs geworden. In The New York Herald van 15 oktober 1900 liet hij weten dat:


I have seen that we do not intend to free, but to subjugate the people of the Philippines. We have gone to conquer, not to redeem… And so I am an anti-imperialist. I am opposed to having the [American] eagle put its talons (klauwen. svh) on any other land.


Dit alles in tegenstelling tot de NRC-opiniemaakster Caroline de Gruyter, die dermate journalistiek corrupt is dat zij niet van de geschiedenis kan leren.



Caroline de Gruyter. Journalistiek Corrupt.




An Argentine Hooker, a Jabhat al-Nusra Terrorist, and A Homosexual Prime Minister.

  Herman Meeuwissen @HermanMeeuwiss1 Petra Wetering is in de Heer, daarom zal ze zoiets als onderstaand nooit zeggen over Bibi Netanyahu - B...