• All governments lie, but disaster lies in wait for countries whose officials smoke the same hashish they give out.

  • I.F. Stone

zondag 15 mei 2016

Vluchtelingenstroom 101


Whatever the type, there is a deep-seated craving common to almost all men of words which determines their attitude to the prevailing order. It is a craving for recognition; a craving for a clearly marked status above the common run of humanity. ‘Vanity,’ said Napoleon, ‘made the Revolution; liberty was only a pretext.’ There is apparently an irremediable (onherstelbare. svh) insecurity at the core of every intellectual, be he noncreative or creative. Even the most gifted and prolific seem to live a life of eternal self-doubting and have to prove their worth anew each day. What de Rémusat (een Franse hofdame. svh) said of Thiers (Franse conservatieve politicus. svh) is perhaps true of most men of words: ‘he has much more vanity than ambition; and he prefers consideration (aanzien. svh) to obedience, and the appearance of power to power itself. Consult him constantly, and then do just as you please. He will take more notice of your deference (aandacht. svh) to him than of your actions.’ 

There is a moment in the career of almost every faultfinding (iemand die fouten in een systeem aan de kaak stelt. svh) man of words when a deferential or conciliatory (verzoenend. svh) gesture from those in power may win him over to their side. At a certain stage, most men of words are ready to become timeservers (opportunist. svh) and courtiers (hoveling. svh),

aldus de Amerikaanse ‘longshoreman filosoof’ Eric Hoffer, die afkomstig uit een arbeidersmilieu tien boeken schreef en voor zijn inzichten de hoogste Amerikaanse civiele onderscheiding kreeg, de ‘Presidential Medal of Freedom,’ en die toen hij een intellectueel werd betiteld erop stond  een ‘dokwerker’ te worden genoemd, wat hij inderdaad eveneens was. Hoffer schreef:

My writing is done in railroad yards while waiting for a freight,
in the fields while waiting for a truck, and at noon after lunch.
Towns are too distracting.

Als buitenstaander die bewust niet wilde behoren tot wat Henk Hofland de ‘politiek-literaire elite’ kwalificeert, waar geen ‘natie zonder [kan],’ wist hij haarscherp de parasitaire maatschappelijke positie van journalisten en opiniemakers, commentatoren en de rest van wat Norman Mailer de ‘punditti’ betitelde, te analiseren. De pluimstrijkers van de macht, zo merkte Hoffer al snel, zijn makkelijk te corrumperen, want ‘When his superior status is suitably acknowledged by those in power, the man of words usually finds all kind of lofty reasons for siding with the strong against the weak.’ Het gevolg van dit conformisme is dat bijvoorbeeld de meest gerespecteerde opiniemaker in Nederland, H.J.A. Hofland, enerzijds kan beweren dat ‘orde niet [bestaat]’ en zelfs ‘verderfelijk’ is -- de titel van zijn essaybundel uit 1985 -- om anderzijds, na van de gevestigde wanorde de P.C. Hooftprijs 2011 te hebben ontvangen,  in De Groene Amsterdammer te verkondigen dat het Westen een ‘vredestichtende’ orde op aarde creëert. In zijn ogen is het gewelddadige neoliberale expansionisme geenszins ‘verderfelijk,’ daarmee bewijzend hoe actueel Eric Hoffer’s diepe inzichten in zijn boek The True Believer. Thoughts On The Nature Of Mass Movements (1951) nog steeds zijn. En ook Hoffer's volgende inzicht gaat op voor sycophanten als Hofland, Mak, en al die ander orakelende betweters in ons polderland, die ik in het verleden gedocumenteerd heb bekritiseerd:

However much the protesting man of words sees himself as the champion of the downtrodden and injured, the grievance which animates him is, with very few exceptions, private and personal. His pity is usually hatched out of his hatred for the powers that be. ‘It is only a few rare and exceptional men who have that kind of love toward mankind at large that makes them unable to endure patiently the general mass of evil and suffering, regardless of any relation it may have to their own lives,’   

zo citeert Hoffer de filosoof Bertrand Russel. http://www.zpub.com/notes/rfree10-intro.html Het grote probleem is nu dat de ‘man of words’ de waarheid claimt. Die aanspraak is de belangrijkste rechtvaardiging van zijn bestaan. De mens die het van woorden moet hebben, is er diep van doordrongen dat zonder de waarheid te claimen zijn leven een zinloze leugen is. En hier geldt dat hoe meer opiniemakers er zijn des te groter wordt het gevaar voor de samenleving. Immers, ‘Where all learned men are clergymen, the church is unassailable. Where all learned men are bureaucrats or where education gives a man an acknowledged superior status, the prevailing order is likely to be free from movements of protest.’ Doordat de mainstream-pers een bolwerk van opportunisme en conformisme is geworden kan ‘the prevailing order’ dissidenten probleemloos marginaliseren, en kan fundamentele kritiek tamelijk moeiteloos gecriminaliseerd worden. Zodra zelfs de verbeeldingskracht ontbreekt, waardoor het lijkt alsof er geen alternatieven meer bestaan, hebben de gecorrumpeerden vrij spel. Hier voltrekt zich hetzelfde proces als tijdens de Renaissance, waarbij 

Those of the scholars affiliated with the church or who, as in Italy, enjoyed the patronage of the Popes, ‘showed a tolerant spirit on the whole toward existing institutions, including the ecclesiastical abuses, and, in general, cared little how long the vulgar herd was left in superstitious darkness which befitted their state. 

Alleen een buigzame ‘politiek-literaire elite,’ op een of andere wijze gelieerd aan  de macht, kan nagenoeg zonder frictie collaboreren met de macht, net als tijdens het Rome keizerrijk. Lukt dit niet, dan bezit de macht een te nauwe basis om ongestoord te kunnen heersen. De machtigen zowel als hun woordvoerders kunnen niet zonder elkaar, de één legitimeert het bestaan van de ander. Eric Hoffer schrijft in dit verband:

As it was, the British who ruled India were of a type altogether lacking in the aptitude for getting along with intellectuals in any land, and least of all in India. They were men of action imbued with a faith in the innate (aangeboren. svh)superiority of the British. For the most part they scorned the Indian intellectual both as a man of words and as an Indian. The British in India tried to preserve the realm of action for themselves. They did not to any real extent encourage the Indians to become engineers, agronomists or technicians. The educational institutions they established produced ‘impractical’ men of words; and it is an irony of fate that this system, instead of safeguarding British rule, hastened its end. 

Ook dit toont aan hoe belangrijk een nauwe band tussen de elite en de gezagsgetrouwe intelligentsia is. Hoffer stelt terecht:

In any social order where the reign of men of words is so supreme, no opposition can develop within and no foreign mass movement can gain a foothold. 

The mass movements of modern time, whether socialist or nationalist, were invariably pioneered by poets, writers, historians, scholars, philosophers and the like.

Vandaar de connectie tussen bijvoorbeeld Geert Mak en de Europese Unie. Deze neoliberale 'orde' geeft hem niet alleen een doel in zijn leven, maar tevens het aanzien en de aandacht waarnaar hij snakt. Het is, precies als Hoffer stelt, 

the deep-seated craving (hunkering. svh) of the man of words for an exalted status which makes him oversensitive to any humiliation imposed on the class or community (racial, lingual or religious) to which he belongs however loosely.

Deze hunkering is zo diep bij hem geïnternaliseerd dat hij zonder enige reserve het ene moment kan beweren dat de EU in greep is van wat hij het ‘grootkapitaal’ noemt, ‘die ons totaal ontglipt,' om naderhand te verklaren dat de ‘EU een markt [is] van bijna een half miljard mensen met de hoogste gemiddelde levensstandaard ter wereld. Alleen al voor Nederland is de Unie goed voor tweederde van onze totale export,’ en 'we' de 'deur' naar deze neoliberale 'markt' absoluut niet moeten 'dichtgooien,' aangezien ‘Jorwert zonder Brussel’ ten dode is opgeschreven. Evenals bij Hofland is hier sprake van een schizofrene levenshouding die naadloos past in het corrupte poldermodel, gezien het feit dat beiden hier gerespecteerde opiniemakers zijn. Het probleem waarmee de ‘man of words’ worstelt is dat hij zich, in tegenstelling tot iemand die iets concreets vervaardigt, telkens weer moet rechtvaardigen; hij dient tegenover de gemeenschap de noodzaak van zijn bestaan te bewijzen, en moet tegelijkertijd ook nog eens een inkomen ontlenen aan de woorden die hij verspreidt. Dit dwingt de zwakkere broeders onder hen zich dienstbaar op te stellen tegenover de macht, die immers het geld bezit. En aangezien de macht ook in een consumptiemaatschappij, die doorgaat voor een democratie, berust op gehoorzaamheid geldt ook hier de zienswijze van de Schotse Verlichtings-filosoof David Hume, die zich verbaasde over 'the easiness with which the many are governed by the few' en 'the implicit submission with which the men resign their own sentiments and passions to those of their rulers.' Hume verklaarde dit fenomeen als volgt:

When we enquire by what means this wonder is brought about we shall find, that as Force is always on the side of the governed, the governors have nothing to support them but opinion. It is therefore, on opinion only that government is founded; and this maxim extends to the most despotic and most military governments, as well as to the most free and most popular. 

The soldan (sultan. svh) of EGYPT, or the emperor of ROME, might drive his harmless subjects, like brute beasts, against their sentiments and inclination: But he must, at least, have led his mamelukes, or praetorian bands, like men, by their opinion.

Het zal duidelijk zijn hoe doorslaggevend het belang is van volgzame mainstream-journalisten en -opiniemakers, die meestal zonder het zelf te beseffen zich braaf houden aan de officiële consensus betreffende de werkelijkheid. Of, zoals de Amerikaanse geleerden Chomsky en Herman in hun 412 pagina’s tellende studie Manufacturing Consent. The Political Economy Of The Mass Media (1988) uiteenzetten: 

As we have stressed throughout this book, the U.S. media do not function in the manner of the propaganda system of a totalitarian state. Rather, they permit -- indeed, encourage -- spirited debate, criticism, and dissent, as long as these remain faithfully within the system of presuppositions and principles that constitute an elite consensus, a system so powerful as to be internalized largely without awareness,

hetgeen hen tenslotte tot de conclusie voert dat:

the mass media of the United States are effective and powerful ideological institutions that carry out a system-supportive propaganda function by reliance on market forces, internalized assumptions, and self-censorship, and without significant overt coercion.


Toen de politiek-verslaggever van de BBC, Andrew Marr, eens verontwaardigd reageerde op Chomsky’s voorbeelden over de zelf-censuur bij de westerse mainstream-media merkte de geïnterviewde op:

I don’t say you are self-censoring. I’m sure you believe everything you are saying. But what I am saying is, if you believed something different you would not be sitting where you are sitting.

De mainstream-journalist bedrijft doorgaans onbewust propaganda voor de gevestigde orde, en ikzelf heb van nabij decennialang kunnen zien hoe de onafhankelijkheid van journalisten almaar bleef afnemen, uit angst inkomen en aanzien te verliezen. De westerse mainstream-journalistiek is vandaag de dag dan ook een farce, de ‘vrije pers’bestaat eenvoudigweg niet. De hedendaagse journalist en commentator van de commerciële media is een opportunist en conformist, waarbij men Hoffer's woorden niet dient te vergeten dat,

The ‘men of words’ are not themselves true believers. They are not the kind to lead a bloody coup, or to sustain a mass movement over any length of time, or to repose (vertrouwen stellen in. svh) absolute faith in any dogma or creed. What influence they wield is a function of where they happen to stand in relation to power. What they crave most is recognition and approbation (goedkeuring. svh). If lauded and embraced by power, they tend to cultivate a sympathy for the strong against the weak; if excluded, ignored or calumnied (belasteren. svh), their sympathies become more ardent and demotic (volks. svh).

Dit alles zegt evenwel nog niets over de kritische journalist, of de gemarginaliseerde ‘man of words,’ kortom, over mensen zoals ik. Hoffer schreef over ‘the faultfinding man of words’ dat die in tijden van crisis en overgang ‘by persistent ridicule and denunciation, shakes prevailing beliefs and loyalties, and familiarizes the masses with the idea of change.’ Maar dit draagt tevens een groot gevaar in zich:

What is not so obvious is the process by which the discrediting of existing beliefs and institutions makes possible the rise of a new fanatical faith. 

For it is a remarkable fact that the militant man of words who ‘sounds the established order to its source to mark its want of authority and justice’ (Pascal. svh) often prepares the ground not for a society of freethinking individuals but for a corporate society that cherishes utmost unity and blind faith. 

A wide diffusion (verspreiding. svh) of doubt and irreverence (respectloosheid. svh) thus leads often to unexpected results. The irreverence of the Renaissance was a prelude to the new fanaticism of Reformation and Counter Reformation. The Frenchmen of the enlightenment who debunked (ontmaskeren. svh) the church and the crown and preached reason and tolerance released a burst of revolutionary and nationalist fanaticism which has not abated (verminderen. svh) yet. Marx and his followers discredited religion, nationalism and the passionate pursuit of business, and brought into being the new fanaticism of socialism, communism, Stalinist nationalism and the passion for world dominion. 

When we debunk a fanatical faith or prejudice, we do not strike at the root of fanaticism. We merely prevent its leaking out at a certain point, with the likely result that it will leak out at some other point. Thus by denigrating prevailing beliefs and loyalties, the militant man of words unwittingly creates in the disillusioned masses a hunger for faith. For the majority of people cannot endure the barrenness and futility of their lives unless they have some ardent dedication, or some passionate pursuit in which they can lose themselves. Thus, in spite of himself, the scoffing man of words becomes the precursor of a new faith. 


Mijn hele werkzame leven ben ik me bewust geweest van dit pijnlijke dilemma. Hoewel ik gevoelsmatig aan de kant sta van de onderdrukte en uitgebuite massa, besef ik rationeel hoe gevaarlijk het is om de massa te mobiliseren. Ik ben daarom, in tegenstelling tot mijn oude vriend Geert Mak, nooit lid geweest van een politieke partij, ik heb zeer zelden gestemd tijdens politieke verkiezingen, en ik heb me niet ingespannen voor een totalitair bureaucratisch systeem als de Europese Unie. Ik heb nooit het marktdenken bejubeld, maar ook niet het zogeheten ‘reëel bestaande socialisme,’ waar ook ter wereld. De scepticus in mij behoedt me voor het deelnemen aan een massabeweging. Voor mij geldt in mindere of meerdere mate datgene wat Hoffer als volgt beschrijft:

The genuine man of words himself can get along without faith in absolutes. He values the search for truth as much as truth itself. He delights in the clash of thought and in the give-and-take of controversy. If he formulates a philosophy and a doctrine, they are more an exhibition of brilliance and an exercise in dialectics than a program of action and the tenets of a faith. His vanity, it is true, often prompts him to defend his speculations with savagery and even venom; but his appeal is usually to reason and not to faith. The fanatics and the faith-hungry masses, however, are likely to invest such speculations with the certitude (zekerheid. svh) of holy writ, and make them the fountainhead of a new faith. Jesus was not a Christian, nor was Marx a Marxist. 

Toen Hoffer benadrukte dat wanneer de ‘militante mens van woorden’ geconfronteerd wordt met een gewelddadige omslag hij geen enkel ‘belang’ ziet ‘om te sterven voor overtuigingen en principes,’ en onmiddellijk ‘zonder slag of stoot zwicht voor de nieuwe orde,’ kiestverwees de auteur van The True Believer naar een citaat die de Amerikaanse journalist van de Saturday Evening Post in 1941 optekende uit de mond van een Nederlandse bankier die verklaarde:

We don’t want to become martyrs any more than most modern people want martyrdom.


Dit is precies de houding van Mak, Hofland en overgrote meerderheid van de mainstream-journalisten en -opiniemakers. Volkomen consequentieloos en vrijblijvend verspreiden ze hun praatjes over oorlog en vrede, roepen ze op om nog meer te bewapenen en te bombarderen zodra hun vermeend eigenbelang en dat van de elite benadeeld dreigt te worden. Onverschilligheid is hun overlevingsstrategie. Zij willen niet sterven voor hun ‘idealen,’ maar er geld en aanzien mee verwerven. Wanneer Mak oproept nog meer geld aan bewapening te spenderen en wanneer Hofland oproept tot nog meer bombardementen op Arabisch sprekende landen, dan moeten anderen maar sterven. Zij ‘willen geen martelaren worden,’ ze kijken wel uit, de mond vol over mensenrechten en democratie, maar als het erop aan komt willen ze rust en zekerheid, zo functioneert het cynisme van de postmoderne tijd. De opportunistische ‘man of words’ die zijn publiek en de macht wil behagen eet van twee wallen tegelijk. Hij wil doorgaan voor een intellectueel en belijdt na al zijn leugens zijn zonden publiekelijk wanneer hij stelt dat ‘wij chroniqueurs van het heden en verleden, onze taak,’ te weten het ‘uitbannen van onwaarheid’ niet ‘serieus genoeg [nemen],’  waardoor, ik citeer Mak opnieuw, ‘Op dit moment op Europees en mondiaal niveau een misvorming van de werkelijkheid plaats[vindt] die grote consequenties heeft,’ om vervolgens weer onbekommerd zijn leugens te verspreiden. Dezelfde mentaliteit kenmerkt Hoflands opinies. Na decennialang de neoliberale gevestigde orde en haar spreekbuis, de commerciële media, te hebben gediend, gaf hij in De Groene Amsterdammervan 30 maart 2016 zichzelf en zijn mainstream-collega’s een brevet van onvermogen door te stellen:

Langzamerhand is in de westerse wereld een nieuwe klassenmaatschappij gegroeid. Daarvan is de gevestigde politieke orde zich onvoldoende bewust geweest en ook de meeste traditionele media hebben zich nauwelijks aan een analyse gewaagd.

Maar ook de positie van de oprecht kritische ‘man of words’ in een massamaatschappij is problematisch. Als hij zwijgt verzwijgt hij de waarheid, maar als hij spreekt weet hij dat zijn woorden de waarheid zullen vernietigen zodra ze door de woedende massa worden overgenomen. Eric Hoffer: 

To sum up, the militant man of words prepares the ground for the rise of a mass movement: 

  1. by discrediting prevailing creeds (geloof. svh) and institutions and detaching from them the allegiance of the people; 
  2. by indirectly creating a hunger for faith in the hearts of those who cannot live without it, so that when the new faith is preached it finds an eager response among the disillusioned masses; 
  3. by furnishing the doctrine and the slogans of the new faith; 
  4. by undermining the convictions of the ‘better people’ — those who can get along without faith — so that when the new fanaticism makes its appearance they are without the capacity to resist it. They see no sense in dying for convictions and principles, and yield to the new order without a fight.

Thus when the irreverent (oneerbiedige. svh) intellectual has done his work:

           The best lack all conviction, while the worst
           Are full of passionate intensity.
           Surely some revelation is at hand,
           Surely the Second Coming is at hand. (The Second Coming, gedicht van W. B. Yeats uit 1919. svh)

The stage is now set for the fanatics.


Op dit punt is de westerse cultuur opnieuw aangekomen. Terwijl de opportunisten alles op alles zetten om het corrupte systeem overeind te houden, formuleert de oprecht ‘strijdbare mens van woorden’ de kwalen van de oude elite, oftewel de kongsi van hoge bureaucraten, technocraten en de financiële macht. Tegelijkertijd prikt nu de massa dwars door de leugens van de  machtigen en hun media heen. Hoffer:

However, the freedom the masses crave is not freedom of self-expression and self-realization, but freedom from the intolerable burden of an autonomous existence. They want freedom from ‘the fearful burden of free choice,’ (Dostojevski. De Gebroeders Karamazov. svh) freedom from the arduous responsibility of realizing their ineffectual selves and shouldering the blame for the blemished product. They do not want freedom of conscience, but faith — blind, authoritarian faith. They sweep away the old order not to create a society of free and independent men, but to establish uniformity, individual anonymity and a new structure of perfect unity. It is not the wickedness of the old regime they rise against but its weakness; not its oppression, but its failure to hammer them together into one solid, mighty whole. 

De westerse massamaatschappijen zijn in de twintigste eeuw verantwoordelijk geweest voor twee desastreuze wereldoorlogen en hebben daar niets van geleerd, zodat nu de vrees almaar toeneemt dat er een Derde en definitieve Wereldoorlog zal uitbreken die de twee vorige bloedbaden terugbrengen tot een ‘bagatelle.’ De holocaust-overlevende en Nobelprijswinnaar Literatuur Imre Kertész's visie blijft dan ook buitengewoon actueel:

In onze ongelovige tijd worden bijbelse oorlogen gevoerd, oorlogen tussen ‘goed’ en ‘kwaad.’ En ik moet die woorden tussen aanhalingstekens zetten, omdat we gewoon niet weten wat goed en kwaad is. We hebben er verschillende opvattingen over, en die opvattingen blijven net zo lang onderwerp van discussie tot er weer een vast waardesysteem tot stand komt van een gemeenschappelijk gecreëerde en gemeenschappelijk gedragen cultuur.

Zonder op enigerlei wijze te claimen dat ik de waarheid in pacht heb — ik heb niet eens een begin van een oplossing — weet ik alleen wat ik absoluut niet moet doen, en dat is het behagen van de macht, zoals zoveel van mijn generatiegenoten hebben gedaan  en nog steeds doen om in het gevlei te komen. Ik kijk neer op de opportunisten, en beschouw ze als tragische figuren, die er nooit in zijn geslaagd te beseffen hoe vergeefs al het menselijk handelen uiteindelijk is. Ondertussen vergeet ik de waarschuwing van Hoffer niet dat

once a movement gets rolling, power falls into the hands of those who have neither faith in, nor respect for, the individual. And the reason they prevail is not so much that their disregard of the individual gives them a capacity for ruthlessness, but that their attitude is in full accord with the ruling passion of the masses. 


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen