‘Door het chanoekaconcert te schrappen, geeft het Concertgebouw het goede voorbeeld’
Door het Chanoekaconcert te schrappen vanwege de banden van voorzanger Shai Abramson met het IsraĆ«lische leger, laat Het Concertgebouw verantwoordelijkheid zien. Dat stellen vijf auteurs namens onder meer Een Ander Joods Geluid, organisaties van kritische IsraĆ«li’s en Culturele Boycot IsraĆ«l in dit opiniestuk.
Het recente besluit van het Concertgebouw om de voorzanger van het geplande chanoekaconcert de toegang te weigeren en de overeenkomst met Stichting Chanukah Concert te beĆ«indigen, is een lovenswaardige stap. Shai Abramson, chef-cantor van het IsraĆ«lische leger (IDF) en prominent cultureel ambassadeur van de IsraĆ«lische staat, zou tijdens het jaarlijkse chanoekaconcert op 14 december als hoofdartiest optreden in de uitverkochte kleine zaal. In zijn verklaring van 2 november schreef Concertgebouwdirecteur Simon Reinink: ‘Zijn aanwezigheid staat haaks op de missie om mensen te verbinden met muziek.’
En dat is ook zo. Want het optreden van Abramson is onverteerbaar voor de 250.000 mensen die onlangs een rode lijn trokken in Amsterdam. Tot 2017 diende Abramson actief bij het IsraĆ«lische leger (IDF). Sindsdien treedt hij nog steeds wereldwijd op als culturele vertegenwoordiger van de IDF en is hij een geliefde gast op solidariteit-met-IsraĆ«lconcerten. In januari 2024 zong hij zelfs tijdens een plenaire vergadering van de Knesset. Online video’s van zijn liederen verheerlijken de IDF en zegenen de IsraĆ«lische soldaat, tegen de achtergrond van een verwoest Gaza. Dit roept vragen op over waarom de stichting haar keuze überhaupt blijft verdedigen.
Waarborgen van principes
Het gaat hier niet om de beperking van artistieke vrijheid, inmenging in de vrijheid van godsdienst of de vrijheid van meningsuiting, zoals sommige critici menen. Het gaat hier om het respect voor en het waarborgen van de principes van rechtmatigheid, ethische gedragscodes, sociale veiligheid en antidiscriminatiebeleid. Culturele vertegenwoordigers van een leger dat volgens gezaghebbende internationale organisaties genocide pleegt op de Palestijnen, verdienen geen platform.
Een optreden van Abramson in Amsterdam toestaan zou de facto een rechtvaardiging betekenen van de oorlogsmisdaden en langdurige mensenrechtenschendingen van IsraĆ«l. Deze schendingen veroorzaken grootschalig menselijk leed, waaronder het verlies van talloze levens, de verwoesting van gemeenschappen en hun toekomst en de vernietiging van cultuur. De cultuursector is gebouwd op de overtuiging dat artistieke uitwisseling de wereld beter maakt en tot toenadering en dialoog leidt. In het licht van de totale vernietiging van de Palestijnse cultuur, kerken en moskeeĆ«n, onderwijsinstellingen, bibliotheken en cultureel erfgoed in de Gazastrook – en in toenemende mate ook op de Westelijke Jordaanoever – kan geen sprake zijn van dialoog. Er moet eerst een einde komen aan de straffeloosheid.
Rode lijnen in de kunst
Zoals te verwachten heeft de Stichting Chanukah Concert al juridische stappen aangekondigd en tickethouders geĆÆnformeerd dat het concert op een nog onbekende locatie toch doorgang zal vinden. De stichting mag, zoals de promotietekst luidt, dolenthousiast zijn over Abramsons ‘warme stem, vriendelijkheid en grote glimlach die de luisteraar in vervoering brengen’, maar ook voor kunst en cultuur gelden rode lijnen. Zelfs zonder de op zijn YouTubekanaal te vinden verheerlijking van het IsraĆ«lische geweld, had Abramson niet uitgenodigd mogen worden.
Kunst en cultuur opereren niet in een neutrale, ‘machtsvrije’ ruimte. Ze worden vaak, dus ook door IsraĆ«l, actief ingezet als middel om mensenrechtenschendigen wit te wassen (artwashing) en een positief imago van de staat te creĆ«ren of veilig te stellen. Culturele ambassadeurs die in het buitenland optreden, vervullen daarin een belangrijke rol. Kunstenaars die hun artistieke aantrekkingskracht in dienst stellen van de belangen van de staat, leiden met hun kunst daadwerkelijk de aandacht af van de misdaden van die staat.
Antisemitisme
Als die staat Israël heet, komt het magische en uiterst effectieve wapen van antisemitismebeschuldiging goed van pas. Cultuurinstellingen zijn begrijpelijkerwijs bang voor die verwijten van antisemitisme, soms zó bang dat ze geen stappen durven te nemen die in lijn zijn met hun ethische standaard. Het handelen van het Concertgebouw toont echter dat er geen plaats meer is voor die opgelegde schroom.
Een besluit om de chef-cantor van de IDF geen podium te bieden in het Concertgebouw betekent niet dat een religieuze gemeenschap wordt bestraft voor de misdaden van de IsraĆ«lische overheid. Het Concertgebouw heeft alles wat in zijn macht lag ingezet om de viering door te kunnen laten gaan – met een andere cantor. Door na de weigering van de stichting het evenement te schrappen, laat het Concertgebouw, als cultureel instituut met een belangrijke representatieve functie, zien dat het ‘een gebouw van ons allemaal’ is, en dat het verantwoordelijkheid weet te dragen tegenover de hele maatschappij en het publiek van de stad en ver daarbuiten.
Dit is een ingezonden bijdrage
Dit artikel is een ingezonden bijdrage, geschreven door Sruti Bala(universitair hoofddocent theaterwetenschap aan de UvA en mede-initiatiefnemer Culturele Boycot IsraĆ«l), Erella Grassiani (universitair hoofddocent antropologie aan de UvA en mede-oprichter Gate48, kritische IsraĆ«li’s in Nederland), Michal Grynbaum (architect en lid van DAGAmsterdam, kritische IsraĆ«li’s in de diaspora), Jaap Hamburger(voorzitter Een Ander Joods Geluid), Nan van Houte (cultureel coach en mede-initiatiefnemer Culturele Boycot IsraĆ«l) en Nikita Shahbazi (ambtenaar bij de gemeente Amsterdam, publicist en voormalig mensenrechtenrapporteur bij de VN).







