VVD Tweede Kamerlid Nicole Maes en de "Vrijheid" van de Neoliberale Mens
Het gebruik van het begrip "vrijheid" is in de westerse consumptiemaatschappij het meest efficiënt om de massamens aan een leiband mee te sleuren in de gewenste richting. Daarom moeten politici die dit woord te pas en te onpas gebruiken permanent diep gewantrouwd worden. Zij zijn namelijk geen voorstander van "vrijheid," maar juist het tegenovergestelde, zo weet ik uit ruim een halve eeuw journalistiek. De kritische socioloog C. Wright Mills waarschuwde dan ook voor het volgende:"De moderne samenleving bevordert een gevoel van apathie, waarbij mensen zich "gevangen" voelen door persoonlijke problemen, maar het "sociologische voorstellingsvermogen" missen om hun privéleven te verbinden met grotere historische en structurele kwesties."
Mills geloofde dat wanneer rationele organisatie een instrument wordt voor controle door de elite in plaats van een manier om het menselijk tekort te neutraliseren§, dit de vrijheid vernietigt. De "rationele" systemen (zoals technologie en grote bedrijven) beperken uiteindelijk de menselijke keuzes in plaats van ze uit te breiden.
https://www.google.com/search?client=safari&rls=en&q=c.+wrighht+mills+without+reason&ie=UTF-8&oe=UTF-8
Is het een teken van vrijheid dat wij nu rijp worden gemaakt voor een Derde Wereldoorlog, ditmaal met massavernietigingswapens?
"Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het. Het zou voor niemand onverwacht komen, als de waanzin eensklaps uitbrak in een razernij, waaruit deze arme Europese mensheid achterbleef in verstomping en verdwazing, de motoren nog draaiende en de vlaggen nog wapperende, maar de geest geweken."
Johan Huizinga. In de schaduwen van morgen. 1935

'Wij' zijn weer verloren geraakt in de "razernij," van de elites, alleen zal de 'waanzin' dit keer de
wereld van de mens en dier onherstelbaar verwoesten. Ook nu geldt hetzelfde als tijdens de jaren voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog toen sprake was van "Slaapwandelaars, waakzaam maar blind, achtervolgd door dromen, maar blind voor de realiteit van de gruwelen die ze op het punt stonden in de wereld te brengen,'' zoals de Britse historicus, professor Cristopher Clark, treffend samenvatte in zijn internationale bestseller The Sleepwalkers. How Europe went to war in 1914 (1012). L'histoire se répète, altijd en overal, in een iets andere vorm. Ook daarom is Geert Mak's vergoelijking van het antisemitisme van zijn ouders in de jaren dertig zo weerzinwekkend. Hij stelt namelijk dat:
"[m]ijn ouders nu eenmaal niet [wisten], zoals niemand dat weet, op welke plek ze zich bevonden in de geschiedenis. En met name wisten ze één ding niet: dat hun leven zich afspeelde tussen een voorbije wereldoorlog en een komende."
De populistische jurist verzwijgt dat door de hele geschiedenis heen het bestaan van de mens zich altijd tussen gewelddadige conflicten heeft voltrokken. Ook Mak junior leeft tussen twee 'wereldoorlogen,' en ook hij zal straks ongetwijfeld een beroep doen op zijn zorgvuldig gecultiveerde onwetendheid om maar te voorkomen dat hij zijn eigen verantwoordelijkheid onder ogen moet zien. Geert Mak doet momenteel enthousiast mee aan de hetze tegen 'meneer Poetin,' die volgens hem 'Europa [dwingt] om meer aan defensie uit te geven,' en 'wij' dus de westerse 'defensie… niet helemáál' kunnen 'afbreken.' Een bewering die des te absurder is aangezien de NAVO-leden tezamen zeker elf keer meer uitgeven aan het militair-industrieel complex dan de Russische Federatie. Toen Mak eraan herinnerd werd dat hij 'de voormalige fractiemedewerker van de PSP' was, antwoordde de voormalige pacifist-socialist ongemakkelijk lachend: 'Een mens denkt wel eens door, er gebeurt wel eens wat in die kop.' Ik neem voetstoots aan dat er van alles in zijn 'kop' gebeurt, maar dat hij 'weleens door[denkt]' is gezien zijn uitspraken uitermate twijfelachtig. Op het gevaar af door mijn oude vriend te worden uitgemaakt voor 'doemdenker' ontkom ik toch niet aan het sterke vermoeden dat in mensen als Geert Mak kennelijk een onuitroeibaar verlangen naar de dood huist. De Ierse dichter W.B. Yeats formuleerde deze hunkering aldus in The Wheel:
"Through winter-time we call on spring,
And through the spring on summer call,
And when abounding hedges ring
Declare that winter's best of all;
And after that there's nothing good
Because the spring-time has not come -
Nor know that what disturbs our blood
Is but its longing for the tomb."
Het is deze intense drang naar verlossing, waaruit de alles vernietigende messiaanse religies en totalitaire ideologieën zijn geboren. In de schitterende vertaling van wijlen Jan Eijkelboom:
"'s Winters willen wij de lente en in de lente liefst de zomer,
en als het wemelt in de heggen
zeggen wij: laat de winter komen.
En daarna is er niets meer goed:
het voorjaar komt er niet meer aan.
Wij weten niet dat in ons woedt
verlangen om maar dood te gaan."
Twee jaar voor zijn vroegtijdige dood merkte de auteur Frans Kellendonk tegenover mij het volgende op:
"Het is een, je zou kunnen zeggen, constructiefout in het menselijk bewustzijn. Het besef van menselijk tekort, en we kunnen ons een idee, een denkbeeld vormen van het volmaakte, van het absolute, al is het maar in de vorm van een ontkenning. Misschien is het precies dat vermogen tot ontkennen, dat vermogen om te zeggen 'wat ik nu meemaak is het niet, dat leidt tot dat onvoldane, en uit dat onvoldane komt weer die behoefte aan transcendentie voort.' Het geluk dat ik nu ervaar is misschien wel aardig op zichzelf, maar het is niet hét volmaakte geluk."
Het verlangen naar een God staat niet los van het verlangen naar de dood. Eben-Haëzer, ''tot hier heeft de Heer ons geholpen,'' zou de mutimiljonair Geert Mak kunnen stellen, maar hoezeer hij ook als Herboren Christen in zijn "milde, liefdevolle God" gelooft, het helpt hem niet, zoals we gezien hebben, om de "genade" van zijn "vaderlijke God" over te brengen op zijn armzalige "medemensen."" Misschien is dit wel de tweede "constructiefout in het menselijk bewustzijn," het onvermogen van de rijke om zijn bezit te delen met de medemens. Het draait om de eeuwig onverzadigbare, gecultiveerde begeerte, die hem verhindert te beseffen dat ook hijzelf, ik citeer wederom Mak, "deel uitmaakt van een gemeenschap die de hele wereld omvat, dat er lijnen lopen tussen" hem en "andere mensen" en tussen "hem en God."' Hij mag dan wel beweren dat zijn Godsbeeld hem "soms troost," geeft "soms ordening, soms een gevoel van verantwoording,"' maar in de praktijk van alledag blijft hij een even grote egoïst als de eerste de beste gereformeerde RABO-bankier. Het meest lachwekkende en tegelijk droevige aan hem is de pedanterie waarmee hij zijn opportunisme aan het grote publiek verkoopt. Zijn protestants-christelijk Godsbeeld van een 'milde man, die mensen doorziet in hun zwakheid' weerhoudt hem er niet van om het neoliberale fascisme te propageren. Hoe dit geweld zich verhoudt ten opzichte van het deel uitmaken "van een gemeenschap die de hele wereld omvat" is een Godsraadsel dat alleen Mak zelf kan oplossen. Zijn idealisme mag dan wel voor hemzelf "soms" troostrijk zijn en "soms" een schijn van orde geven, maar het is absoluut uitgesloten dat het christelijk utopia hem 'soms' daadwerkelijk ''een gevoel van verantwoording'' geeft.

In zijn essay 'The Death of Utopia,' opgenomen in de bundel Black Mass. Apocalyptic Religion and the Death of Utopia (2007), stelt de Britse hoogleraar John Gray over de drijfveer van westerse utopisten:
"Het theocratisch-communistische regime dat Jan van Leyden in Münster vestigde, draagt alle kenmerken van het millennialisme. Norman Cohen identificeert millennialistische sekten en bewegingen als aanhangers van een idee van verlossing met vijf onderscheidende kenmerken: het is collectief, in die zin dat het genoten wordt door de gemeenschap van gelovigen; aards, in de zin dat het op aarde gerealiseerd wordt in plaats van in de hemel of in een hiernamaals; imminent, in die zin dat het spoedig en plotseling zal komen; totaal, in de zin dat het niet alleen het leven op aarde zal verbeteren, maar het zal transformeren en vervolmaken; en wonderbaarlijk, in de zin dat de komst ervan bewerkstelligd of ondersteund wordt door goddelijke tussenkomst."
Vanuit deze hoop op een verlossing verklaarde in 2005 Geert Mak tegenover het glossy damesblad Opzij:
"Tien jaar geleden had ik 'geen godsdienst' ingevuld. Nu zou ik 'gelovig, christelijk opschrijven.'''
Hij kan niet meer zonder "vertroosting" en 'ordening,' al naar gelang het hem op zeker moment uitkomt. Wat hij evenwel ook moge doen, altijd zal "héél belangrijk" blijven dat er "een milde, liefdevolle,' en 'vriendelijke, vaderlijke God," hem vergiffenis zal schenken voor zijn "zwakheid."' Net als zijn vader met al diens antisemitische trekjes "op zijn manier met God [wandelde]," waardoor "zijn leven een bepaalde zorgeloosheid" kreeg en hem "afsloot" van niet alleen zijn medemensen, maar zelfs van 'zijn allernaasten,' zo weet ook zoon Geert Mak met zijn gekoesterd autisme "op zijn" eigen, dubbelzinnige "manier met God" te flaneren. En mocht hij met de Allerhoogste uitgewandeld zijn, dan is er voor hem altijd nog de verlossing van de Verlichting, waardoor Mak junior vrolijk kan blijven doormarcheren, net zolang tot zijn "milde man," die mensen doorziet in hun zwakheid" zijn zonden heeft vergeven, en hem ongetwijfeld een plaats in de hemel zal toewijzen. "Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het koninkrijk der hemelen." "Ignorance is bliss," en met deze rotsvaste overtuiging zit de gelovige altijd goed. Zelfs al gaat er wereldwijd iets ingrijpend fout door onverschilligheid of onwetendheid, heeft Mak alsnog zijn "vriendelijk, vaderlijke God." Eind goed, al goed voor degene die weigert "verantwoording" te nemen. Het is dit puerilisme waarvoor denkers als Johan Huizinga en Ortega y Gasset al in het interbellum waarschuwden. Vergeefs, zoals blijkt uit het leven van Catrinus Mak en zijn "zeer intelligente vrouw," de strenggelovige Geertje en hun nakomertje, Geert.
Met betrekking tot de kinderlijkheid van de moderne massamens schreef Johan Huizinga dat er "in de huidige wereld een georganiseerd puerilisme [heerst] van mateloze omvang... Het kan soms schijnen, alsof de hedendaagse mensheid geen hogere gemeenschappelijke cultuurfunctie meer kent, dan met blijde of toornige blik in de pas te lopen," waarbij de grote historicus op het volgende wees:
"de gemakkelijk bevredigde maar nooit verzadigde behoefte aan banale verstrooiing, de zucht tot grove sensatie, de lust aan massavertoon. Op iets dieper liggend niveau sluiten daarbij aan: de levendige clubgeest met zijn aankleve van zichtbare onderscheidingstekenen, formele handgebaren, herkennings- en aankondigingsgeluiden (yell's, kreten, groetformules), het optrekken in marspas en marsorde enz.. Een aantal eigenschappen, die psychologisch dieper geworteld liggen dan de genoemde, en die men eveneens het best onder den term puerilisme kan begrijpen, zijn het ontbreken van gevoel voor humor, het warmlopen op een woord, de verregaande argwaan en onverdraagzaamheid tegenover niet groepsgenoten, de mateloze overdrijving in lof en blaam, de toegankelijkheid voor elke illusie die de eigenliefde of het beroepsbesef vleit. Veel van deze pueriele trekken vindt men ook in vroegere beschavingstijdperken ruimschoots vertegenwoordigd, doch nooit in de massaliteit en met de brutaliteit, waarmee zij in het openbare leven van heden zich breed maken. Het is hier niet de plaats voor een uitvoerig onderzoek naar de oorzaken en den groei van dit cultuurverschijnsel. Onder de factoren die er deel aan hebben behoren in ieder geval de intrede der half-ontwikkelde massa's in het geestelijk verkeer, de verslapping der morele standaarden en de al te grote volgzaamheid, die techniek en organisatie aan de maatschappij verleend hebben. De adolescente geesteshouding, ongebreideld door opvoeding, vormen en traditie, tracht in elk domein de overhand te krijgen, en slaagt daarin maar al te zeer. Ganse gebieden van de openbare meningsvorming worden beheerst door het temperament van opgroeiende knapen en de wijsheid van de jongensclub."
In dezelfde jaren twintig van de vorige eeuw zette de Spaanse filosoof Ortega y Gasset in De Opstand Der Horden uiteen dat de "Europese beschaving — wij hebben het reeds verscheidene malen gezegd — heeft op automatische wijze de opstand der horden teweeggebracht… Sinds de zestiende eeuw de hele mensheid in een reusachtig process van unificatie [is] gekomen, dat in onze tijd zijn toppunt heeft bereikt. Er is geen enkel deel van de mensheid meer dat afgescheiden leeft van het geheel – er zijn geen eilanden meer. – Men kan dus zeggen dat wie er sinds de zestiende eeuw in de wereld gebiedt, de invloed van zijn gezag over het geheel ervan laat gelden. Europa heeft sindsdien bevolen, en onder de eenheid van haar gezag leefde de wereld in uniforme stijl, of ging ten minste voort op de weg van de unificatie.
Deze periode noemt men gewoonlijk "de Moderne Tijd," een vale, weinig zeggende naam, waaronder de volgende werkelijkheid ligt verscholen: de tijd van de hegemonie van Europa…
De wereld van vandaag de dag heeft wel een zeer kinderlijk voorkomen. Op school komen de bengels in beroering en gaan zij zich wanordelijk gedragen, als men merkt dat de meester is weggegaan. Iedereen schept er behagen in om aan de druk, die de aanwezigheid van de meester op hem uitoefende, te ontsnappen, de knellende banden van de voorschriften van zich af te werpen, op zijn hoofd te gaan staan en zich heer en meester van zichzelf te voelen. Maar omdat het wegnemen van de voorschriften die de bezigheden regelden en aan een ieder zijn taak gaven… is het gevolg dat hij maar één ding kan doen: herrie maken…
De Wereld waarin deze nieuwe mens van zijn geboorte af geplaatst is, noopt hem op geen enkele manier zichzelf te beperken, zij legt hem geen enkel verbod op en dwingt hem tot geen enkele onthouding. Integendeel, zij zweept zijn begeerten op, die in beginsel tot in het oneindige kunnen toenemen. Want een feit is, en dit is van groot belang, dat deze wereld van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw niet alleen de volmaaktheden en wijdten heeft die ze inderdaad bezit, maar bovendien nog haar inwoners de waan geeft dat zij morgen nog rijker, nog volmaakter en nog wijder zal zijn, alsof zij plotseling was gaan groeien en er aan haar expansionisme geen grenzen waren gesteld…
Hierdoor kunnen wij dus al twee eigenschappen aanwijzen in de huidige horde-mens van onze tijd: één trek van zijn wezen is de vrije ontplooiing van zijn begeerten en driften, dit wil dus zeggen van zichzelf, en een tweede kenmerkende eigenschap is zijn ingeboren ondankbaarheid ten opzichte van al hetgeen dat zijn bestaan zo heeft vergemakkelijkt… Hierdoor is ook de verdwaasde gemoedstoestand van deze horden te verklaren: zij hebben alleen maar oog en hart voor stoffelijk welzijn, en tegelijk keren zij zich tegen de grondslagen waarop dit gemeenschappelijk welzijn berust. Aangezien zij niet inzien dat de beschaving en haar voordelen voortkomen uit het scheppend vernuft en de ontzagwekkende creatie is van mensenhanden, en alleen gemaakt kunnen worden door onafgebroken zwoegen en spieden, menen deze horden dat het enige dat zij te doen hebben, is dringend eisen alsof wat hun gegeven wordt hun geboorterecht was."
Het is vanuit dit ééndimensionale bewustzijn dat Geert Mak, evenals VVD-Tweede Kamerlid Nicole Maes de neoliberale religie prediken, dat 'wij' de 'deur' naar de EU-"markt van bijna een half miljard mensen met de hoogste gemiddelde levensstandaard ter wereld," niet moeten "dichtgooien." Immers, "Alleen al voor Nederland is de Europese Unie goed voor tweederde van onze totale export, eenvijfde van het nationale product. We hebben nu een open toegang tot die markt."
Het ziekelijke materialisme van de Joodse en Christelijke God betekent immers dat de Europese Unie allereerst en bovenal het 'stoffelijk welzijn' van de neoliberale materialist moet dienen. Ook al gaan onze nakomelingen daar een onbetaalbare prijs betalen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten