woensdag 9 mei 2012

Europese Unie?

Een lezer van mijn weblog mailde mij het volgende artikel uit De Groene:

Democratie was nooit de bedoeling
EUROPA EN DE CRISIS
Na de machtswisselingen in Griekenland en Italië is het officieel: Europa wordt geregeerd door technocraten. Gevaarlijk? 'Het is nog een taboe, maar democratie is slechts een middel.'
FRANK MULDER

Stuur een link naar dit artikel per e-mail door naar een bekende


WAT NOU DEMOCRATISCH tekort? 'Een zeer bewust genomen principiële beslissing', noemt de Duitse schrijver Hans Magnus Enzensberger het gebrek aan zeggenschap van de Europese burger in zijn recente essay Het zachte monster Brussel. 'Alsof er in de negentiende en twintigste eeuw nooit strijd om burgerlijke grondrechten is geleverd, zijn Ministerraad en Commissie het er al bij de oprichting van de Europese Gemeenschap over eens geworden dat de bevolking geen inspraak krijgt bij hun besluiten.'
De leiders van het eerste uur werkten volgens de methode-Monnet, legt Enzensberger uit. De zakenman Jean Monnet was het Franse brein achter de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal (EGKS), opgericht in 1951. De natiestaat was de oorzaak geweest van alle oorlogen, dus die moest worden uitgehold door een niet te stoppen proces, geleid door technocraten. Met politici had Monnet weinig op. Hij gaf de voorkeur aan met consensus genomen elitebeslissingen.
'Aan de beleefde fictie van de volkssoevereiniteit hechtte hij geen waarde', schrijft Enzensberger. 'Monnet wist immers altijd precies wat hij wilde. Hij mikte bewust op een langlopend project dat stapje voor stapje, een inherente logica volgend, tot een steeds machtiger Unie zou leiden.' Monnet zelf hierover: 'Daar heb ik geen groot apparaat voor nodig. Aan een bureau, een telefoon en een secretaresse heb ik genoeg.'
Deze aanpak heeft geleid tot een monster, meent Enzensberger. Geen dictatoriaal, maar een bureaucratisch monster. Dat gaat met de beste bedoelingen steeds meer bepalen hoe we moeten leven, maar lijkt in de verste verte niet op een klassieke rechtsstaat met haar gescheiden machten. De machtige Europese Commissie komt niet met wetten, maar met directieven, richtlijnen en voorschriften. 'Dat strookt helemaal met het autoritaire karakter van de Brusselse instanties', zegt Enzensberger. 'Waar dat allemaal toe leidt, is samengevat in de zogeheten Acquis communautaire, een monstrueuze normencatalogus die geen mens ooit heeft gelezen. Al in 2005 woog het dagelijks verschijnende Publicatieblad van de Europese Unie al met al meer dan een ton, evenveel als een jonge neushoorn.'
Lees verder: http://www.groene.nl/2011/48/democratie-was-nooit-de-bedoeling




In mijn recent verschenen boek De Val van het Amerikaanse Imperium schrijf ik dit over ons Europa:


"Op dit punt aangekomen werpen de meeste opiniemakers, die zich bezighouden met een doorgaans oppervlakkige analyse van onze cultuur, de vraag op of er nog een toekomst bestaat voor onze beschaving. Hun antwoord in de massamedia is steevast: ja, er is nog hoop, want we kunnen een omwenteling teweeg brengen. Een eigentijds illustrerend voorbeeld uit mijn directe omgeving geeft de populaire auteur Geert Mak, die eind 2011 in het politiek pamflet De hond van Tišma. Wat als Europa klapt? zich over het Verenigd Europa angstig afvroeg: ‘Hoe zijn we zo plotseling in deze nachtmerrie terechtgekomen?’ waaruit de lezer moet opmaken dat de auteur verbijsterd is dat ‘Europa een lokaal probleem zo uit de hand liet lopen, dat het nu de hele wereldeconomie bedreigt.’ Hoe oprecht Maks ongerustheid ook moge zijn, het ontbreekt hem toch aan een dieper inzicht in de werking van de macht. Hij begrijpt niet dat er in een geglobaliseerde wereld geen ‘lokale’ economische of monetaire problemen meer zijn. Het ware vraagstuk lijkt me dan ook eerder het feit dat -- in de woorden van Mak -- ik niet zonder hoop [kan], Stan, dat klinkt misschien wat pathetisch, maar het is toch zo.’ Hoop verblindt en leidt bij Mak tot wanhopige adviezen als het belangrijkste is dat we de politiek en de democratie opnieuw centraal stellen,' zonder de vraag te stellen wie ‘we’ dan eigenlijk zijn. ‘We’ zijn in elk geval niet de Europese burgers die niets in te brengen hebben en slechts eens in de zoveel tijd mogen sanctioneren hetgeen de bureaucratie en de economische elite hebben bekokstoofd. Dit soort adviezen is gebaseerd op de naïeve veronderstelling dat de ingezetenen van de Europese Unie in staat zijn om ‘een cultuur, of een regio die de verkeerde kant ophelt in de juiste richting kan worden geduwd,’ zoals de absurde theorie van de ‘imperial messenger’ Thomas Friedman luidt. Deze gedachte gaat voorbij aan het feit dat de burger al sinds enkele decennia een consument is, die, zolang hij optimaal kan blijven verteren, zijn democratie onmiddellijk aan de hoogste bieder verkoopt. Het probleem van een aanzienlijk aantal opiniemakers in Nederland is hun onvermogen onbevangen de machtsverhoudingen te analyseren. Ze hebben zo lang door een ideologische bril naar de werkelijkheid gekeken dat ze in hun eigen theoretische modellen zijn gaan geloven. Zielsgelukkig dat ze onderdeel leken te zijn van de macht en bij allerlei officiële gelegenheden mochten aanschuiven, hebben ze te lang gemeend in een ware democratie te leven en dat, ondanks wat aberraties, mensenrechten de basis zijn van het westerse buitenlandse beleid. Een combinatie van hypocrisie en gemakzucht leidt tot een verkeerde voorstelling van zaken. De opiniemakers gaan voorbij aan het feit dat ondanks al hun gehamer op ‘de universele waarde van de mensenrechten’ de Europese Unie verantwoordelijk is voor bijna een derde van alle wapenexporten in de wereld, en het kleine Nederland op de zevende plaats staat van de wereldranglijst van wapenexporterende landen. Mensenrechten, de rechtstaat, democratische waarden worden verzwegen zodra het om werkgelegenheid gaat. De New York Times-correpondent in Berlijn, Judy Dempsey, wees er 5 maart 2012 op dat ‘de Europese wapenhandel naar vele landen haaks staat op de belofte van de Europese Unie de mensenrechten te respecteren. Lidstaten blijven grote hoeveelheden wapens aan dictaturen en autoritaire regimes verkopen.’ Maar daarover zwijgen polder intellectuelen. Uiterst hypocriet doen ze een beroep op waarden die niet reëel bestaan. Nooit stellen ze zichzelf de vraag hoe bijvoorbeeld na de val van de Sovjet-Unie de NAVO zonder enige serieuze democratische besluitvorming in plaats van te zijn ontmanteld in ledenaantal bijna is verdubbeld. Al even raadselachtig is het dat deze mensen klakkeloos hebben aanvaard dat zonder een diepgravende parlementaire discussie, laat staan publieke discussie, het Atlantisch bondgenootschap is veranderd van een defensieve in een offensieve organisatie die elk moment overal in Azië en Afrika met een maximum aan geweld kan worden ingezet om onder aanvoering van de Verenigde Staten de economische belangen van de grote concerns te behartigen. In plaats van deze ontwikkeling helder te analyseren vraagt een Nederlandse opiniemaker zich in ‘lekker leesbare non-fictie, speciaal geschreven door schrijvers die je verrassen met hun prikkelende kijk op de wereld’ af hoe ‘op Europees niveau eindelijk een publieke eenheid’ kan worden geschapen, nu er ‘een schreeuwende behoefte [is] aan een nieuw cultureel en politiek Europees reveil.’ Dronken van de eigen impotente retoriek, vraagt men zichzelf niet af waarom Europa zo bang is zich los te maken uit het Atlantisch verbond? Die vraag is urgent nu de VS zijn zwaartepunt naar de Stille Oceaan aan het verleggen is. Onze intellectuelen beseffen niet dat juist het expansionisme de motor is geweest en zal blijven van de Amerikaanse geschiedenis en dat als de VS niet ten koste van alle andere kan groeien, de macht van het imperium binnen afzienbare tijd volledig zal instorten. Opmerkelijk is het onvermogen om de werkelijkheid te zien en dit is al langere tijd het geval. Zo bleek de gevestigde orde in Nederland en haar woordvoerders in de journalistiek niet in staat de opkomst van Fortuyn als politiek fenomeen te voorspellen. Ze zagen het domweg niet, net zomin als ze nu inzien dat de Verenigde Staten en Europa een failliet systeem najagen dat niet in zijn oude vorm hersteld kan worden door wat politieke besluiten. We worden geconfronteerd met een diepe culturele crisis die de wereld met zich mee dreigt te trekken een onvoorstelbare afgrond in.



Om het huidige Europa te kunnen analyseren dient men allereerst het Amerikaanse systeem te doorgronden. Aimé Césaire wees er een halve eeuw geleden op dat voor een hegemonistische macht het welzijn van de gekoloniseerden van ondergeschikt belang blijft. Gezien vanuit het standpunt van de macht staat de minder ontwikkelde wereld zorgen in dienst van de ontwikkelde wereld, de armen daar moeten voor de rijkdom hier zorgen. En op dit punt wordt het bankroet van het kapitalisme zo zichtbaar dat alleen een westerse fundamentalist er niet in slaagt dit te zien. Feit is dat om de westerse dominantie in stand te houden al het andere moet wijken. Om de westerse rijkdom mogelijk te maken hebben de blanke christenen uit Europa en de VS eeuwenlang volkomen meedogenloos alles dat in hun weg stond vernietigd. Letterlijk alles, talen, gebruiken, volkeren, culturen en de toekomst van alternatieven voor de kapitalistische economie. Césaire benadrukt terecht dat de blanke nooit in de verste verte werkelijk de intentie heeft gehad om de zogeheten onderontwikkelde volkeren op hetzelfde westerse niveau te brengen. Het is namelijk geenszins de bedoeling dat degenen die de rijkdom van het Westen mogelijk maken dezelfde economische, politieke en militaire macht zullen krijgen als Europa of de Verenigde Staten, want dat zou het einde betekenen van de westerse hegemonie en de daarop gebaseerde overvloed. Zelfs een oppervlakkige bestudering van bijvoorbeeld Zbigniew Brzezinski’s studie The Grand Chessboard leert dat voor elke elite altijd en overal machtspolitiek doorslaggevend is om de eigen privileges te verzekeren, niet om anderen te helpen. Het is overigens deze zelfde Brzezinski, op de achtergrond al decennialang adviseur in nationale veiligheidszaken van talloze presidenten onder wie Obama, die in 2007 wees op de arrogantie van Washington toen hij schreef dat

‘De presidentiële reizen naar het buitenland de pracht en praal [zijn] gaan vertonen van keizerlijke veldtochten, die in omvang en veiligheidsvereisten de omhaal overschaduwen van welke andere staatsman dan ook… Amerika’s inwijding als leider van de wereld deed in enkele opzichten denken aan het moment dat Napoleon zichzelf kroonde.’

En zoals het een keizer betaamt, worden niet alleen de wingewesten maar ook de bevriende naties als ‘vazallen’ behandeld die ogenblikkelijk hun NAVO-troepen dienen te leveren om -- in de terminologie van Brzezinski – ‘te voorkomen dat de barbaren zich aaneensluiten.’ Welnu, al die tijd hebben onze goedwillende opiniemakers achter de dijken weinig benul gehad van het geopolitieke spel dat zich achter de schermen voltrok terwijl ze in al dan niet ‘kleine boekjes’ die ‘je een hoop wijzer’ maken zich afvroegen hoe het continent er bij [lag], aan het eind van de twintigste eeuw?’  Uit hun kloekere geschriften viel op te maken dat ze er blind van uitgingen dat thans een en ander volgens de regels verliep, geheel in de traditie van het poldermodel van geven en nemen, een onsje meer of minder. In plaats van tegen de draad in te gaan, (al was het maar omdat, in de woorden van de auteur Ian Buruma, 'westerse intellectuelen niets dan hun eigen idealen [vertegenwoordigen]') hielden ze hun lezers een beeld voor alsof Europa na al die oorlogen eindelijk op de juiste vreedzame koers zat. In werkelijkheid vond er een reaalpolitiek machtsspel plaats waarbij het moreel en financieel failliete Washington trachtte zijn hegemonie veilig te stellen. In Ideal Illusions beschrijft de Amerikaanse mensenrechtendeskundige James Peck de werkelijke stand van zaken. Nadat Michael Gorbatsjovs had opgeroepen de Koude Oorlog te beëindigen brak onmiddellijk paniek uit onder Amerikaanse beleidsmakers, omdat Gorbatsjovs ‘inzet voor een nieuwe politiek in Europa een vermetele uitdaging was aan president George H.W. Bush, die waarschuwde dat de Verenigde Staten “de slag” leek verliezen’ over de politieke richting die Europa zou gaan kiezen. ‘Met Oost-Europa dat losbrak uit de Russische overheersing, was in toenemende mate de voornaamste zorg : waarheen gaat Duitsland en dus waarheen gaat Europa?’ De VS had er alle belang bij om Europa binnen de NAVO te houden om op die manier de politieke koers van het avondland te kunnen bepalen in het postcommunistische tijdperk. Bush senior ‘pleitte voor een herenigd Duitsland binnen de NAVO, aangezien een onafhankelijk Duitsland buiten de NAVO zou kunnen leiden tot een onafhankelijk Europa, een meer multipolaire toekomst, en zo een vroegtijdig eind zou maken aan Washingtons vier decennia durende poging om de wereldorde naar eigen inzicht te modelleren. Tegen het midden van de jaren negentig waren deze vraagstukken voor een belangrijk deel onder controle. Zoals Paul Wolfowitz veel later opmerkte verwijst globalisering “voornamelijk naar de toenemende onderlinge verbondenheid van de wereldeconomie [en] vindt deze plaats binnen de context van de wereldwijde overheersing van de Amerikaanse economische en politieke denkbeelden, begeleid door de verspreiding van de Amerikaanse massacultuur.”’ De VS had gewonnen. Niet alleen had Washington voorkomen dat West-Europa een eigen onafhankelijke koers was gaan varen, bovendien hadden de Amerikanen ook nog eens het voormalige communistische Europa aan zich gebonden. De Amerikaanse plutocratie leek het voor de wind te gaan, de Europese intellectuelen hadden niets door, en degenen die kritiek hadden werden domweg gemarginaliseerd. Hoe dan ook, de meerderheid van hen sliep rustig verder, er leek geen vuiltje aan de lucht, het neoliberalisme had het definitieve einde ingeluid van de geschiedenis van het universum die ruim 14 miljard geleden met een big bang was begonnen. Deze veronderstelling was nauwelijks opgeschreven toen bleek hoe absurd die was. Niet alleen de onbeheersbare gevolgen van bevolkingsexplosie en klimaatverandering, maar ook met de consequenties van de onbeheersbare macht van staat en bedrijfsleven dwongen zelfs de grootste propagandisten om hun denkbeelden aan te passen aan de realiteit. Geen zinnig mens kan nog langer het feit negeren dat precies op het hoogtepunt van de Amerikaanse suprematie het systeem moreel en financieel failliet is, en ontspoord geraakt. In Verval en ondergang van het Romeinse Rijk beschrijft Edward Gibbon hoe ‘het verval van Rome het natuurlijke en onvermijdelijke resultaat [was] van buitensporige grootsheid… de oorzaken van de vernietiging vermenigvuldigden zich met de omvang van de veroveringen… het ontzagwekkende weefsel bezweek onder de druk van zijn eigen gewicht.’ Op soortgelijke wijze stort het Amerikaans imperium nu ineen, niet door druk van buitenaf maar door interne corruptie. Zodra de oorspronkelijke impuls is uitgewerkt die een bepaalde cultuur heeft gemaakt tot wat die is, treedt een herhaling van zetten in die steeds extremer wordt in een vergeefse poging de oorspronkelijke situatie te herstellen. Arnold Toynbee zei daarover: ‘Civilisaties sterven door zelfmoord, niet door moord,’ en constateerde geruime tijd geleden dat ‘van de tweeëntwintig beschavingen die de geschiedenis heeft gekend, negentien van hen in elkaar stortten toen zij de morele staat bereikten waarin de Verenigde Staten thans verkeert.’ Gibbon hanteerde een vijftal symptomen om de diagnose van verval te kunnen stellen, waarvan de obsessie met uiterlijkheden en vooral met seks, een van de belangrijkste is, naast de hang naar spektakel en sensatie ten koste van creativiteit en originaliteit. Een derde belangrijk symptoom is de ‘groeiende ongelijkheid tussen zeer rijken en zeer arm,’ terwijl uiterlijk vertoon belangrijker wordt dan het opbouwen van rijkdom. De macht is dan niet meer in handen van rationele bestuurders, maar het product van allerlei duistere krachten. Het systeem holt op die wijze zichzelf uit [...] 

Met het oog op de Europese ondergeschiktheid binnen de NAVO is het goed te weten dat oud-president Truman met klem heeft gewaarschuwd voor de door hem opgerichte CIA, die inmiddels ‘een symbool’ was geworden ‘voor sinistere en geheime buitenlandse intriges.’ Hij riep de Amerikanen op de CIA aan banden te leggen door het mandaat van de inlichtingendienst te beperken tot het verwerven en analyseren van informatie. Bijna een halve eeuw later is de macht van de CIA, net als die van het militair industrieel complex, alleen maar toegenomen en is het in bijna elk land actief, zeker nadat de aanslagen van 11 september 2001 zijn speelruimte aanzienlijk deden uitbreiden. Na het bestuderen van vele geheime Amerikaanse overheidsdocumenten concludeerde in 2010 de Australische journalist Julian Assange dat net als vrijhavens gebruikt worden om belastingen te ontduiken en daarmee de wet te omzeilen, Guantanamo gebruikt wordt om mensen buiten de rechtstaat te plaatsen. Op dezelfde ondemocratische manier wordt geld van de Amerikaanse belastingbetalers doorgesluisd naar het militair-industrieel complex. Miljarden dollars uit de Amerikaanse begroting verdwijnen naar regimes in bijvoorbeeld Irak, Afghanistan of Colombia onder de voorwaarde dat de regering van die landen de ‘financiële en militaire steun’ of de leningen besteden aan nauw omschreven wapensystemen die door bepaalde Amerikaanse wapenfabrikanten worden geproduceerd en geleverd. In plaats van dat de fondsen rechtstreeks naar de grote wapenconcerns gaan, komen de miljarden via een simpele omweg bij hen terecht. En deze dekmantel is legaal. Daarnaast is de afgelopen tien jaar het aantal privé-ondernemingen, betrokken bij oorlogsvoering, verhonderdvoudigd. Deze bedrijven vormen een parasitaire lobby die permanent uit de staatsruif mee eet Het spreekt voor zich dat die industrie alle belang erbij heeft dat oorlogen doorgaan of begonnen worden. Het belang van permanente gewapende conflicten neemt almaar toe, hoe meer oorlog des te hoger de winst. Net als Coca Cola een markt moet creëren en behouden, moeten wapenconcerns hun markt creëren en vergroten. Aangezien zijzelf niet de bevoegdheid hebben geweld te beginnen, laten ze hun lobbyisten de politieke macht in Washington bewerken om invasies en oorlogen af te kondigen. De staat is gekidnapt door een rijke elite die onder andere via de subsidiëring van het militair industrieel complex vele miljarden verdient. Terwijl de kapitalistische ideologen wereldwijd de zegeningen verkondigen van de vrijhandel en de noodzaak van een terugtredende overheid, is er in de praktijk sprake van staatskapitalisme waarbij de kosten worden gefinancierd door de gemeenschap en de winsten die daaruit voortvloeien worden geprivatiseerd. Centraal in de moderne oorlogsvoering staat niet meer de veiligheid, maar het maken van maximale winsten. Dit proces versterkt zichzelf en de gevolgen ervan verergeren. Wat voorheen de taak van Amerikaanse militairen was, wordt steeds meer uitbesteed aan privé-ondernemingen die maar één doel hebben: het maken van zo groot mogelijke winsten. De Nationale Veiligheidsstaat is er niet voor de veiligheid van de burgers, maar om het militair industrieel complex draaiende te houden, en daarop is geen serieuze democratische controle meer. Om dit proces zo soepel mogelijk te laten functioneren hebben de Amerikanen sinds Bush junior de doctrine ontwikkeld van de preventieve oorlogsvoering waarbij de inzet van nucleaire wapens niet wordt uitgesloten, waardoor Washington opnieuw het zogeheten first-strike overwicht claimt. Een bijzonder gevaarlijke ontwikkeling vooral nu de VS ook nog eens druk doende is een ruimteschild te perfectioneren en in het kader daarvan in 2001 het zogeheten ABM-Verdrag opzegde waarbij de inzet van strategische nucleaire raketten aan banden werd gelegd.  Dit en het NAVO-expansionisme leidden ertoe dat in februari 2007 Vladimir Poetin als Russische president het Westen waarschuwde dat

‘De NAVO zijn frontlinie langs onze grenzen heeft gelegd… Het is onmiskenbaar dat de NAVO-expansie niets te maken heeft met de modernisering van de Alliantie zelf of met de veiligheid in Europa. Integendeel, het vertegenwoordigt een ernstige provocatie die het niveau van wederzijds vertrouwen vermindert. En wij hebben het recht te vragen: tegen wie is deze expansie gericht? En wat is er gebeurd met de garanties die onze westerse partners hebben gegeven na de ontbinding van het  Warschau Pact?’

De ‘unipolaire’ wereld met de Verenigde Staten als ‘enige supermacht’ vormt een wezenlijke bedreiging voor elke naties die niet onder de Amerikaanse hegemonie wil leven, en bij nadere beschouwing ook voor Washingtons bondgenoten. Sinds de val van de Sovjet-Unie zijn de Amerikaanse militaire uitgaven verdrievoudigd door de agressieve buitenlandse politiek van het Witte Huis. President Poetin verklaarde in 2007 dan ook:

‘Vandaag de dag zijn wij getuige van een nagenoeg onbeheerst excessief gebruik van geweld – militair geweld – in internationale betrekkingen, geweld dat de wereld in een afgrond van permanente conflicten stort. Daardoor bezitten we niet voldoende kracht om een veelomvattende oplossing te vinden voor welk van deze conflicten dan ook. Wij zien een steeds grotere minachting voor de wezenlijke beginselen van het internationaal recht.’

Als Russische president waarschuwde hij voor het destabiliserende effect van zogeheten ruimtewapens, een technologische ontwikkeling waaraan, ondanks de grootscheepse bezuinigingen, nu ook Nederland deelneemt, onder het mom dat het een Iraanse aanval zal tegenhouden, alsof de Iraniërs levensmoe zijn en niet beseffen dat als ze ook maar één raket op ons afschieten ze door het Westen totaal vernietigd zullen worden. Vladimir Poetin:

‘Het is onmogelijk de komst van nieuwe, destabiliserende hoogtechnologische wapens te sanctioneren… een nieuw gebied van confrontatie, vooral in de ruimte. Star Wars is niet langer een fantasie – het is een realiteit… In Ruslands opinie kan de militarisering van de ruimte onvoorziene consequenties hebben voor de internationale gemeenschap, en niets minder dan het begin van een nucleair tijdperk uitlokken. Plannen om bepaalde elementen uit te breiden van een anti-raket-defensiesysteem in Europa kunnen niet anders dan ons verontrusten. Wie heeft de volgende stap nodig van wat in dit geval een onvermijdelijke wapenwedloop zou betekenen?’

Nadat de Bush-regering had laten weten onderdelen van het raketschild in Polen en Tsjechië te willen stationeren werd Rusland gedwongen mee te doen aan een nieuwe wapenwedloop. 17 jaar na het einde van de Koude Oorlog deelde president Poetin mee dat Rusland de daarop volgende acht jaar 190 miljard dollar zou besteden aan nieuwe wapens voor leger en marine omdat ‘wij niet de constante pogingen kunnen blijven negeren om internationale geschillen door middel van geweld op te lossen.’ Gezien hun zwijgen gaan de goed betaalde westerse opiniemakers akkoord met deze nieuwe Koude Oorlog die de VS heeft veroorzaakt, of misschien is deze ontwikkeling hen totaal ontgaan. Ze beseften niet dat de Verenigde Staten alles in het werk stelt om de alleenheerschappij in de wereld af te dwingen, een politiek die door insiders wordt omschreven als ‘full-spectrum dominance.’ Deze militaire strategie coördineert de activiteiten van het leger, de luchtmacht, de marine, het korps mariniers en vanuit de ruimte zodat de Amerikaanse heerschappij op aarde verzekerd blijft. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan de verdere verfijning van de ‘revolutionair nieuwe techniek van regime change,’ waarbij al dan niet met geweld pro-Amerikaanse regimes in geheel Eurazië aan de macht worden geholpen. Over dit alles is de overgrote meerderheid van de Nederlandse opiniemakers muisstil. Misschien wel het meest schrijnend is hun zwijgzaamheid over de dagelijkse terreur van de Israëlische bezetting van Palestijns gebied. Hoewel het Internationaal Gerechtshof in 2004 bepaalde dat zowel de afscheiding op Palestijns land als de joodse nederzettingen op de Westbank volgens het internationaal recht illegaal zijn, blijft Europa de zogeheten Joodse staat politiek en zelfs militair steunen. Het betreft hier een uiterst verwerpelijke politiek die de westerse geloofwaardigheid wat betreft mensenrechten en democratie onderuit haalt.  De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft in een resolutie met 150 stemmen voor en 6 tegen de advisory opinion van het Internationaal Gerechtshof bekrachtigd en heeft Israël opgeroepen de uitspraak te gehoorzamen, een oproep die de zionistische staat onmiddellijk naast zich neerlegde. Sterker nog: de uitbreiding van de nederzettingen en de bouw van de muur gaan nog steeds ongestoord door. Alle landen van de Europese Unie mogen dan wel vóór de resolutie hebben gestemd, toch verbonden ze geen enkele consequentie aan de weigering van Israël om de uitspraak van ’s werelds hoogste rechtscollege te gehoorzamen. De zionisten kunnen ongestraft ook de eis van de wereldgemeenschap om te stoppen met het schenden van het internationaal recht negeren. Wel werd vervolgens de Palestijnse bevolking gestraft door een boycot omdat de meerderheid tijdens democratische verkiezingen op Hamas had gestemd. Terwijl Israël met steun van EU en VS het internationaal recht blijft schenden, is de Europese Unie, met al haar retoriek over mensenrechten en democratie, de belangrijkste handelspartner van Israël geworden. Deze politiek is niet alleen immoreel maar op langere termijn uiterst contraproductief. Ze vernietigt het laatste beetje westerse geloofwaardigheid, vooral omdat het Westen voortdurend op het belang van respect voor de mensenrechten blijft hameren zodra het de EU en de VS uitkomt. Artikel 2 van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Israël stelt dat ‘Betrekkingen tussen de Partijen, zowel als de voorwaarden van de Overeenkomst zelf, gebaseerd moeten zijn op respect voor de mensenrechten en democratische principes.’ Dat nu juist die al vele jaren lang door Israël massaal worden geschonden, betwijfelt geen enkele serieuze waarnemer. Ondertussen blijft het Westen Israël politiek, economische en zelfs militair steunen en schendt het op die manier de eigen overeenkomsten en verplichtingen. Even inconsequent is de houding van de Europese Unie met betrekking tot de clausule van de advisory opinion van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag waarbij staten worden opgeroepen ‘geen hulp of steun te verlenen voor het in stand houden van de  situatie die door de… bouw [van de Muur] is geschapen.’ Desondanks steunt de Europese Unie op elk gebied de staat Israël waardoor de illegale situatie in de bezette gebieden almaar aantoonbaar verslechtert. Daar komt nog bij dat de Israëlische strijdkrachten regelmatig in NAVO-verband oefenen, alsof de zionistische militairen niet betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Allen misdaden die door zowel de internationale gemeenschap als door joods-Israelische mensenrechtenorganisaties gedocumenteerd zijn aangetoond. Uit gesprekken met diplomaten in zowel de zogeheten ‘Joodse staat’ als op de bezette Westbank blijkt al snel dat geen van de EU-landen Israël durft te bekritiseren. Het probleem voor het Westen is dat niet alleen de Palestijnen zich bewust zijn van de westerse hypocrisie, maar de hele Derde Wereld. De meerderheid van de wereldbevolking weet dat mensenrechten en democratie inhoudsloze begrippen voor ons zijn zodra die de westerse economische belangen lijken te bedreigen. Ondertussen blijven veel Nederlandse opiniemakers de andere kant opkijken, kennelijk in de veronderstelling dat het probleem van de slinkende geloofwaardigheid zal verdwijnen. Daarbij wordt gemakshalve over het hoofd gezien dat de helft van de mensheid onder de achttien jaar, van wie de overgrote meerderheid in Derde Wereld leeft. Een aanzienlijk aantal van hen staat met de rug tegen de muur, het draait om meer dan drie miljard jonge mensen met dezelfde hoop en aspiraties als hun leeftijdgenoten in het rijke Westen. Maar in tegenstelling tot hen worden zij in het dagelijkse leven geconfronteerd met de frustrerende werkelijkheid van armoede en onderdrukking. Ze zien dat de met de mond beleden idealen in de praktijk voortdurend geschonden worden zodra de westerse economische belangen in het gedrang komen. Zij identificeren zich eerder met de Palestijnse slachtoffers dan met de door het westen gesteunde daders. Ze herkennen de onrechtvaardigheid en de schending van elementaire mensenrechten. De massa steeds woedender wordende jonge mensen die in een uitzichtloze situatie verkeren, groeit met de dag. De aanslagen van 11 september 2001 op de economische en militaire iconen van de Amerikaanse macht waren een waarschuwing.

Desondanks worden deze levensgevaarlijke ontwikkelingen domweg genegeerd door Nederlandse opiniemakers die hoog opgeven over het belang van een Verenigd Europa. Dit autisme getuigt van wat J.M. Coetzee in Wachten op de barbaren als volgt omschreef:

‘Ik denk: ik wilde buiten de geschiedenis leven. Ik wilde buiten de geschiedenis leven die het Imperium aan zijn onderdanen oplegt… Ik denk: er staart me de hele tijd iets in het gezicht en toch zie ik het niet.’

Blind voor de werkelijkheid. De schuldigen claimen de onschuld. De prijs die de instandhouding van het imperium, elk imperium, vereist wil men niet publiekelijk toegeven, die moet verborgen blijven achter mooie praatjes, propaganda, hoop, dromen over van alles en nog wat. Het is allemaal een onderdeel van wat Johan Huizinga het ‘georganiseerd puerilisme van mateloze omvang’ noemt, die volgens de historicus ‘in de huidige wereld [heerst].’ Nobelprijswinnaar Coetzee:

‘Bestaat er een betere manier om deze laatste dagen door te brengen dan dromend over een verlosser met een zwaard die de vijandelijke scharen uiteenslaat en ons de dwalingen vergeeft die door anderen in onze naam zijn begaan en ons een tweede kans gunt om ons paradijs op aarde op te bouwen?’

Dat imperium altijd een leugen is om de bestaande machtsverhoudingen te consolideren en te verhullen zolang de tijden gemakkelijk zijn, is iets dat onbesproken dient te blijven. Nu de waarheid niet meer te maskeren is, zoekt men even gedachteloos als bezeten naar verlossing, naar hoop, naar onschuld. En de medeplichtigheid? Coetzee:

‘Wat heeft het ons onmogelijk gemaakt om in de tijd te leven als vissen in het water, als vogels in de lucht, als kinderen? Het is de schuld van het Imperium! Het Imperium heeft de tijd van de geschiedenis geschapen. Het Imperium heeft zijn bestaan niet in de harmonieuze tijd van de wederkerende seizoenen geplaatst, maar in de woelige tijd van opkomst en ondergang, van begin en einde, van catastrofe. Het Imperium verdoemt zichzelf tot leven in de geschiedenis en tot het samenzweren tegen de geschiedenis. Slechts één gedachte beheerst de onderbewuste geest van het Imperium, hoe niet te eindigen, hoe niet te sterven, hoe zijn tijdperk te verlengen. Overdag achtervolgt het zijn vijanden. Het is sluw en meedogenloos, het stuurt zijn bloedhonden overal op af. ’s Nachts voedt het zich met beelden van rampspoed: de plundering van steden, de verkrachting van de bevolking, piramides van beenderen, akkers van troosteloosheid. Een krankzinnig visioen, maar wel een virulente: ik, die hier door het slijk waad, ben er evenzeer mee besmet als de gelovige kolonel Joll die de vijanden van het Imperium door de eindeloze woestijn achtervolgt, het zwaard ontbloot om de ene barbaar na de andere neer te sabelen...’

Ondertussen kan, moet iedereen weten dat wij, wij dus, en niet telkens weer die anderen, de barbaren zijn op wie we wachten omdat ze ‘tenminste een oplossing’ lijken voor ons cynisme en onze verveling. 11 januari 2012 verscheen een filmpje op internet dat dit feit helder in beeld bracht. Te zien is hoe Amerikaanse mariniers ergens in bezet Afghanistan over doodgeschoten Afghanen urineren. Dat hier sprake is van westerse terreur dringt niet echt door in het bewustzijn van degenen die zich verontrust afvragen hoe we het westers kapitalisme kunnen redden. Ondanks het feit dat de mensheid volgens Robert McNamara tijdens de Koude Oorlog tot driemaal toe ‘op het nippertje’ aan de ‘wederzijds verzekerde vernietiging’ door kernwapens is ontsnapt, menen de meesten van onze opiniemakers werkelijk dat het Westen de mensheid kan leren wat beschaving, democratie en mensenrechten inhouden, en kan onweersproken worden beweerd dat de Europeanen na 1945 ‘de moed vonden om boven zichzelf en hun nationale kleinheid uit te stijgen. En met wonderbaarlijk veel succes.’ Het bewijst andermaal dat ook de ontwikkelde mens op den duur in zijn eigen nonsens kan gaan geloven. Mijn welwillende oude vriend Geert Mak mag dan wel Hans Magnus Enzensberger betitelen als een ‘grumpy old,’ man die ‘alles heeft opgegeven,’ toch zit de Duitse auteur in zijn essay Brussels, the Gentle Monster or the Disenfranchisement of Europe dichter bij de waarheid wanneer hij concludeert dat er ‘tot nu toe weinig is geweest om aan te nemen dat de Europeanen geneigd zijn zichzelf te verdedigen tegen de onteigening van hun politieke rechten. Er bestaat geen gebrek aan uitingen van ressentiment, van stille of publieke sabotage, maar in het algemeen heeft het fameuze democratische deficiet niet geleid tot revolte, eerder tot apathie en cynisme, tot minachting van de politieke kaste of tot collectieve moedeloosheid.’ Duidelijk is dat ook het westers imperium onder aanvoering van de Verenigde Staten steeds verder afbrokkelt en daarmee ook de invloed van Europa. Enzensberger: ‘Alle imperia in de geschiedenis bloeiden niet langer dan een beperkte tijd, voordat ze door expansie en interne tegenstellingen ten onder gingen.’  Enzensberger komt uit een groot land met een tragische geschiedenis en niet, zoals Mak, uit een kleine handelsnatie, gekenmerkt door ‘hypocrisie en farizeïsme,’ die volgens Johan Huizinga ‘hier individu en gemeenschap [belagen],’ en daardoor een bevolking heeft gecreëerd die ‘een lichte graad van knoeierij of bevoorrechting van vriendjes zonder protest verdraagt.’ Het is het wereldje van het poldermodel waarbij de deelnemers altijd een oogje houden op de eigen portemonnee, maar niet in staat zijn het grotere geheel te overzien. Als Geert Mak schrijft dat ‘bij een overdracht van soevereiniteit aan Brussel kleine landen aan macht [winnen], hoe vreemd dat ook klinkt,’ dan blijkt hoe failliet het analytisch vermogen is in dat typisch Nederlandse poldermodel want in het neoliberale globalisme hebben niet de politici de macht in handen, maar de banken en het management van de grote concerns. Zij sturen hun lobbyisten in Brussel aan om het politieke beleid te bepalen. En zodra bijvoorbeeld  de banken door hun eigen gespeculeer in grote financiële moeilijkheden dreigen te komen dan is één telefoontje voldoende om buiten het parlement om in enkele uren tijd de macht van de institutionele beleggers weer veilig te stellen. Een ieder die dit niet inziet, begrijpt absoluut niets van de macht, ‘hoe vreemd dat ook klinkt’ voor hem of haar."


Geen opmerkingen:

De Misdadige Hypocrisie van de Nederlander

  Zondag 23 augustus 2020 schreef ik het volgende op mijn weblog over de cynische hypocrisie van de Polder Politici en Polder Pers: O p 20 m...