woensdag 26 november 2014

Media Corruptie 39



In de Volkskrant van 1 mei 2003 liet journalist Ferry Biedermann vanuit Bagdad weten:

Gevoel van bevrijding domineert in Irak... En de meeste mensen zijn blij: Saddam en zijn kliek zijn weg en langzaam kunnen ze ophouden bang voor hem te zijn. Ze zijn blij dat ze misschien een nieuwe kans krijgen hun land op te bouwen en dat hun isolement is opgeheven. Ze zijn blij dat ze hun religie weer vrij kunnen beoefenen, zoals de shiieten die vorige week massaal naar Karbala kwamen. En ze zijn blij dat ze als etnische groep niet meer worden bedreigd, zoals de Koerden in het noorden.

Deze niet op de werkelijkheid berustende visie werd geschreven vanuit de Iraakse hoofdstad, desondanks suggereerde Biedermann dat het voor héél Irak opging, en dit beeld sloot naadloos aan bij wat de Volkskrant-hoofdredactie drie weken eerder had beweerd: namelijk 'jubelende mensen in de straten van Bagdad,' waardoor 'Bush en Blair' zich 'nu gesterkt [kunnen voelen],' in de juistheid van de agressieoorlog. Dankzij de 'Amerikanen en Britten' was Irak 'bevrijd,' de democratie kon beginnen. Er waren weliswaar enkele 'incidenten' geweest, zoals Biedermann het begin van de bloedige burgeroorlog noemde, maar die hadden niet geleid 'tot blijvende vijandigheid onder de bevolking.' Met grote zekerheid wist de Volkskrant-journalist zijn publiek te vertellen dat alles pais en vree was onder de meer dan zeven miljoen inwoners van Bagdad plus de ongeveer 29 miljoen andere Irakezen, van wie naar schatting 60 procent shiieten waren en 30 procent soennieten. Bovendien 'is er veel werk te doen op het gebied van de wederopbouw en op het gebied van openbaar bestuur na jaren van dictatuur, verval en oorlog,' aldus Biedermann die verzweeg dat Irak onder de Baath-partij decennialang de beste gezondheidszorg, volkshuisvesting, en onderwijs had gekend van de hele Arabische wereld, en dat de 'wederopbouw' noodzakelijk was door de al  dertien jaar durende boycot en de vernietiging van de infrastructuur door westerse bombardementen. Deze informatie paste niet in de propaganda. Wat daar wel in paste was de laatste mening in zijn 'reportage':

'De meeste Irakezen,' van de in totaal 36 miljoen, 'zelfs velen die oorspronkelijk tegen het Amerikaanse ingrijpen waren, vinden dat de VS, nu het eenmaal gebeurd is, een verantwoordelijkheid hebben om het land weer op de been te helpen.'

Met andere woorden: 'de meeste Irakezen' vonden dat de 'Amerikanen' moesten blijven tot het land een welvarende democratie zou zijn. Althans, zo impliceerde Ferry Biedermann. Het zou voor een student in de journalistiek een leerzame opdracht zijn om alle Nederlandse propagandisten van die tijd eens te confronteren met hun beweringen en dan hun reacties te noteren, maar aangezien de journalistiek in de polder geen professioneel vak is, eerder een soort roeping, kent het land ook geen echte media-kritiek zoals die in grote cultuurlanden bestaat. Ik zou bijvoorbeeld Biedermann vragen waarom hij in zijn reportage van 1 mei 2003 eerst beweerde dat de 'er veel wantrouwen [is] over de Amerikaanse bedoelingen op de langere termijn,' om vervolgens te stellen dat 'zelfs velen die oorspronkelijk tegen het Amerikaanse ingrijpen waren,' verwachten dat de VS  'het land' zullen opbouwen. Tussen die twee zit een discrepantie. Daarnaast is het voor jonge journalisten belangrijk te weten waarom de 'vrije pers' zo geïndoctrineerd bleek dat zij daadwerkelijk geloofde in de beweringen van de macht die zo fundamenteel afweken van de werkelijkheid, zoals ik die zelf uitgebreid heb beschreven, nog voordat de inval begon. 

Bijna alle uiterst relevante, voor iedere journalist beschikbare, informatie drong niet door in de stukken van de mainstream-pers. Feiten die de officiële versie weerspraken werden bewust gecensureerd door de 'vrije pers' zelf. Zij wist precies wat wel en niet zou worden getolereerd door de macht. Dit feit is van vitaal belang voor elke burger om te begrijpen wat er daadwerkelijk gebeurt. Nu de mensheid aan de vooravond staat van wereldwijde gewapende conflicten die door de NAVO, onder aanvoering van Washington en Wall Street, noodzakelijkerwijs zullen worden uitgelokt, is het onvermijdelijk te benadrukken dat de westerse mainstream media collaboreren met de economische en politieke elite. Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Men dient onder andere de volgende conclusie te weten van een langdurig en uitgebreid onderzoek van de Amerikaanse geleerden Edward Herman en Noam Chomsky naar 'The Political Economy of the Mass Media,' getiteld Manufacturing Consent (1988):

In contrast to the standard conception of the media as cantankerous (kritisch. svh), obstinate, and ubiquitous in their search for truth and their independence of authority, we have spelled out and applied a propaganda model that indeed sees the media as serving a 'societal purpose,' but not that of enabling the public to assert meaningful control over the political process by providing them with the information needed for the intelligent discharge of political responsibilities. On the contrary, a propaganda model suggests that the 'societal purpose' of the media is to inculcate and defend the economic, social, and political agenda of privileged groups that dominate the domestic society and the state. The media serve this purpose in many ways: through selection of topics, distribution of concerns, framing of issues, filtering of information, emphasis and tone, and by keeping debate within the bounds of acceptable premises.

Men zou er ook goed aan doen om ook het boek Pay Any Price van de New York Times-journalist James Risen te lezen, dat door de Amerikaanse auteur Norman Solomon, 'co-founder of RootsAction.org and founding director of the Institute for Public Accuracy' op de volgende manier werd gerecenseerd:

No single review or interview can do justice to 'Pay Any Price: Greed, Power, and Endless War' — the new book by James Risen that is the antithesis of what routinely passes for journalism about the 'war on terror.' Instead of evasive tunnel vision, the book offers big-picture acuity: focusing on realities that are pervasive and vastly destructive.

Published this week,'Pay Any Price' throws down an urgent gauntlet. We should pick it up. After 13 years of militarized zealotry and fear-mongering in the name of fighting terrorism, the book—subtitled 'Greed, Power, and Endless War' — zeros in on immense horrors being perpetrated in the name of national security.

As an investigative reporter for the New York Times, Risen has been battling dominant power structures for a long time. His new book is an instant landmark in the best of post-9/11 journalism. It’s also a wise response to repressive moves against him by the Bush and Obama administrations.

For more than six years—under threat of jail—Risen has refused to comply with subpoenas demanding that he identify sources for his reporting on a stupid and dangerous CIA operation. (For details, see 'The Government War Against Reporter James Risen,' which I co-wrote with Marcy Wheeler for The Nation.)

A brief afterword in his new book summarizes Risen’s struggles with the Bush and Obama Justice Departments. He also provides a blunt account of his long-running conflicts with the Times hierarchy, which delayed some of his reporting for years—or spiked it outright—under intense White House pressure.

Self-censorship and internalization of official worldviews continue to plague the Washington press corps. In sharp contrast, Risen’s stubborn independence enables 'Pay Any Price' to combine rigorous reporting with rare candor.

Here are a few quotes from the book:

 'Obama performed a neat political trick: he took the national security state that had grown to such enormous size under Bush and made it his own. In the process, Obama normalized the post-9/11 measures that Bush had implemented on a haphazard, emergency basis. Obama’s great achievement -- or great sin -- was to make the national security state permanent.'

'In fact, as trillions of dollars have poured into the nation’s new homeland security-industrial complex, the corporate leaders at its vanguard can rightly be considered the true winners of the war on terror.'

'There is an entire class of wealthy company owners, corporate executives, and investors who have gotten rich by enabling the American government to turn to the dark side. But they have done so quietly… The new quiet oligarchs just keep making money… They are the beneficiaries of one of the largest transfers of wealth from public to private hands in American history.'

'The United States is now relearning an ancient lesson, dating back to the Roman Empire. Brutalizing an enemy only serves to brutalize the army ordered to do it. Torture corrodes the mind of the torturer.'

'Of all the abuses America has suffered at the hands of the government in its endless war on terror, possibly the worst has been the war on truth. On the one hand, the executive branch has vastly expanded what it wants to know: something of a vast gathering of previously private truths. On the other hand, it has ruined lives to stop the public from gaining any insight into its dark arts, waging a war on truth. It all began at the NSA.'

Fittingly, the book closes with a powerful chapter about the government’s extreme actions against whistleblowers. After all, whistleblowing and independent journalism are dire threats to the secrecy and deception that fuel the 'war on terror.'


James Risen bericht al lange tijd voor de New York Times over de Amerikaanse inlichtingendiensten. Zijn in 2006 verschenen boek State of War is een vernietigend portret van de CIA. Het onafhankelijke salon.Com meldde in een boekbespreking: 

The yes man and the thug In his disturbing new book, Times reporter James Risen reveals how George Tenet's gutless surrender to war-obsessed Donald Rumsfeld led to the total breakdown of U.S. intelligence… it turns out that far from an empty bit of P.R. puffery, 'tip of the iceberg' may be the perfect phrase to describe Risen's compelling, disturbing, if ultimately somewhat unfulfilling, volume. In sketching the recent history of the American intelligence apparatus, Risen serves up scooplet after astonishing scooplet of our spy agencies' mistakes and misdeeds.

Risen onthulde ook dat het bespioneren van Amerikaanse burgers al vóór de aanslagen van 11 september 2001 begon. De kritische Amerikaanse website Truthout berichtte in 2006: 

The National Security Agency advised President Bush in early 2001 that it had been eavesdropping on Americans during the course of its work monitoring suspected terrorists and foreigners believed to have ties to terrorist groups, according to a declassified document. The NSA's vast data-mining activities began shortly after Bush was sworn in as president and the document contradicts his assertion that the 9/11 attacks prompted him to take the unprecedented step of signing a secret executive order authorizing the NSA to monitor a select number of American citizens thought to have ties to terrorist groups.

In zijn in 2014 verschenen Pay Any Price zet Risen uiteen hoe de leiding van The New York Times na onder druk te zijn gezet door het Witte Huis zijn onthullingen tot twee maal toe weigerde te publiceren. Hetzelfde gold voor zijn onthullingen voorafgaand aan de agressieoorlog tegen Irak:

Before the invasion of Iraq, my stories that revealed that CIA analysts had doubts about the prewar intelligence on Iraq were held, cut, and buried deep inside the Times, even as stories by other reporters loudly proclaiming the purported existence of Iraqi weapons of mass destruction were garnering banner headlines on page one. I decided I wasn't going to let that happen again.

Hij besloot een boek te schijven met daarin de gecensureerde werkelijkheid:

After my manuscript was complete in the late summer of 2005, I told the editors at the Times that I was planning to include both the NSA story and the story about the CIA's botched Iran program in my book. 

They were furious. For several weeks, the editors refused to reconsider running the NSA story, which, of the two stories, was freshest in their minds and which became the focus of our tense internal negotiations.

Deze informatie is van doorslaggevend belang wanneer bijvoorbeeld de Nederlandse televisiejournalist Chris Kijne zijn publiek probeert wijs te maken dat The New York Times 'de beste krant van de wereld' is. Ook al zou dit waar zijn dan nog kan Kijne dit niet toetsen aangezien hij niet weet wat wel en niet gepubliceerd mag worden. Toch is deze krant normgevend voor de westerse pers, aangezien de Times de consensus aangeeft van wat waar en niet waar is; het Amerikaanse dagblad bepaalt daardoor wat de grenzen zijn van de officiële versie van de werkelijkheid. Dit dient de lezer niet het oog te verliezen wanneer hij de polderpers volgt. In 2007 papegaaide opiniemaker Paul Brill in de Volkskrant dat 'een Iraans kernwapen… dit jaar al in het vizier [kan] komen.' En waarom al zeven jaar geleden? Wel, omdat 'Benjamin Netanyahu' dit via/via aan de zionistische lobby bij The New York Times had laten weten. Wanneer Arie Elshout, VS-correspondent van de Volkskrant beweert dat 'feit en commentaar nergens zo tastbaar [zijn] gescheiden als bij The New York Times,' dan blijkt ook hij niet te weten wat er achter de schermen gebeurt. Zo is bekend dat

On May 26, 2004, a week after the U.S. government apparently severed ties with Ahmed Chalabi, a Times editorial acknowledged that some of that newspaper's coverage in the run-up to the war had relied too heavily on Chalabi and other Iraqi exiles bent on regime change. It also regretted that 'information that was controversial allowed to stand unchallenged.' While the editorial rejected 'blame on individual reporters,' others noted that ten of the twelve flawed stories discussed had been written or co-written by Miller. http://nytimes.com/critique 


Nadat de journaliste Judith Miller's bedrog door de feiten was ingehaald, en niet langer meer kon worden verzwegen, stapte ze moeiteloos over naar Fox News Channel van Rupert Murdoch, met andere woorden: van 'de beste krant van de wereld' naar het slechtste televisienetwerk ter wereld. De kritische Amerikaanse auteur James Moore schreef op salon.com van 27 mei 2004 dan ook

When the full history of the Iraq war is written, one of its most scandalous chapters will be about how American journalists, in particular those at the New York Times, so easily allowed themselves to be manipulated by both dubious sources and untrustworthy White House officials into running stories that misled the nation about Saddam Hussein's weapons of mass destruction. The Times finally acknowledged its grave errors in an extraordinary and lengthy editors note published Wednesday. The editors wrote:

'We have found... instances of coverage that was not as rigorous as it should have been... In some cases, the information that was controversial then, and seems questionable now, was insufficiently qualified or allowed to stand unchallenged. Looking back, we wish we had been more aggressive in re-examining the claims as new evidence emerged -- or failed to emerge... We consider the story of Iraq's weapons, and of the pattern of misinformation, to be unfinished business. And we fully intend to continue aggressive reporting aimed at setting the record straight.'

Het is goed dit alles te onthouden wanneer een opiniemaker als Arie Elshout weer eens iets bericht vanuit New York. Op 8 november 2010 beweerde hij in zijn Volkskrant dat er sprake zou zijn van een 'Nieuw front naast politiek in de VS: de journalistiek.' Dat de journalistiek in de kapitalistische VS al sinds tenminste een eeuw door de politieke en economische elite gebruikt wordt als spreekbuis is Arie volledig ontgaan. Hij gelooft blind wat hem op de mouw wordt gespeld. Zoals de beroemde Amerikaanse journalist journalist A. J. Liebling in The New Yorker van 14 mei 1960 vaststelde: 'Freedom of the press is guaranteed only to those who own one.' Maar omdat Elshout's geest zo gemanipuleerd is geraakt ziet hij niet dat de keizer geen kleren aan heeft en dus schreef hij braaf: 

waar het debat in de VS nu over gaat: activistische versus neutrale journalistiek. In The New York Times zegt ethicus Bob Steele dat door activistische journalistiek het principe van de journalistieke onafhankelijkheid van binnenuit gaat 'roesten.'

Dat in de woorden van Glenn Greenwald 'Alle goede journalistiek activisme [is]' blijkt Arie Elshout niet te beseffen. Sterker nog: dat ook 'alle slechte journalistiek activisme is,' weet hij niet, en dit moet haast wel de verklaring zijn waarom hij niet inziet dat ook hij aan 'activistische journalistiek' doet. Dat valt uit zijn werk op te maken, vooral wanneer het westers geweld weer eens aan het grote publiek verkocht moet worden. Wat dat betreft lijkt Elshout als twee druppels water op de corrupte Judith Miller die naar Fox News overstapte. Over de gehele linie van de mainstream-journalistiek wordt propaganda bedreven. De journalist John Hess verklaarde na 24 jaar bij The New York Times te hebben gewerkt dat hij

never saw a foreign intervention that the Times did not support, never saw a fare increase or a rent increase or a utility rate increase that it did not endorse, never saw it take the side of labor in a strike or lockout, or advocate a raise for underpaid workers. And don’t let me get started on universal health care and Social Security.

De 'muur' die volgens Elshout 'tussen feit en commentaar' bij de Times zou bestaan, is de praktijk van alledag onzichtbaar, en wanneer de Volkskrant-correspondent zijn lezers oproept om te  

bidden dat er een paar enclaves blijven met niet-onderhorige journalistiek; een journalistiek die niet bevestigt maar ontregelt, die tegenspreekt en ontmaskert, zonder aanzien des persoons,

dan mag hij van mij bidden tot zijn knieën versleten zijn, maar het laat onverlet dat hij zijn publiek bedriegt. Hetzelfde geldt voor zijn opmerking 'Laat opinies en feiten hun eigen werk doen.' Arie Elshout is net als de overgrote meerderheid van de polderpers eenvoudigweg corrupt en stupide. Hij is iemand die zich onbekommerd voor het karretje van de macht laat spannen, een opportunist en conformist, die niet ontregelt, maar bevestigt, die niet tegenspreekt, maar beaamt, die niet ontmaskert, maar verhult.

  • Lifelong dissent has more than acclimated me cheerfully to defeat. It has made me suspicious of victory. I feel uneasy at the very idea of a Movement. I see every insight degenerating into a dogma, and fresh thoughts freezing into lifeless party line.







Media Corruptie 38



De journalistiek is de waan van de dag, 'de wereld in een half uur.' Wat vandaag als waarheid geldt, is morgen een leugen. Februari 2013 kocht ik op het Amsterdamse Waterlooplein voor 50 eurocent een publicatie getiteld De Val Van Bagdad, feiten, reportages en achtergronden, zoals die in 2003 door de Volkskrant-redactie werden gepresenteerd. Onmiddellijk na de schijnbare overwinning van de VS en het Verenigd Koninkrijk, liet het dagblad zijn lezers weten dat het

Sindsdien stil [is] rond Chirac. Zeker doordat de oorlog voor de VS zo voorspoedig verliep, kan Frankrijk niet anders dan een bescheiden positie innemen. Zelfs in eigen land is de president niet meer de grote held. Ook in Frankrijk vragen sommigen zich af of het niet de Britse premier Tony Blair geweest is die waar staatsmanschap heeft getoond door juist tegen de publieke opinie in te gaan.

Afgezien van het feit dat doorgaans stellige waarheden van de mainstream media in werkelijkheid ééndagsvliegen zijn, valt er nog iets op. De Volkskrant suggereert dat 'waar staatsmanschap' in een democratie tevens betekent 'juist tegen de publieke opinie in gaan' door deel te nemen aan een agressieoorlog. En dat terwijl tijdens het eerste Neurenberg-Proces de Amerikaanse hoofdaanklager Robert H. Jackson heeft verklaard dat

To initiate a war of aggression... is not only an international crime; it is the supreme international crime differing only from other war crimes in that it contains within itself the accumulated evil of the whole.

Maar dit feit speelde geen enkele rol in de beschouwingen van de polderpers. Zo wees een lezer in januari 2010 in een brief gericht aan de NRC op het volgende:

In het ambtenarenblad PM (22 januari) lees ik onder de kop ‘Kabinet zette commissie Volkenrecht buitenspel’ dat uw krant in 2003 een kritische petitie over Irak zou hebben geweigerd. De petitie was ondertekend door volkenrecht-experts, onder wie Karel Wellens, de toenmalige voorzitter van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV). De petitie onderstreepte dat 'er geen volkenrechtelijke rechtvaardiging was te bedenken voor de inval in Irak.' In PM zegt Wellens: 'Wij boden onze tekst ter publicatie aan zowel NRC Handelsblad als de Volkskrant aan, maar geen van beide ging tot onze ergernis en verbazing over tot publicatie van de brief, die uiteindelijk wel werd afgedrukt in hetNederlands Juristenblad.'

Het was ook niet verwonderlijk dat de NRC op 20 maart 2003, de dag van de illegale inval zijn 'kwaliteitslezers' liet weten dat

Nu de oorlog is begonnen, president Bush en premier Blair [moeten] worden gesteund. Die steun kan niet blijven steken in verbale vrijblijvendheid. Dat betekent dus politieke steun - en als het moet ook militaire.

Het is één van de vele voorbeelden van wat 'censorship by omission' heet. Een ander voorbeeld van deze vorm van censuur: januari 2009 kreeg de Israelische hoogleraar Martin Levi van Creveld, een zionist met extremistische opvattingen, zes kolommen breed de kans van de NRC om het Israelische 'disproportionele geweld' tegen de Palestijnse bevolking in Gaza aan te prijzen met argumenten als: 'het laatste wat de Israeliers willen is de steegjes van Gaza, Rafah en Khan Yunis bestormen.' En dus moest de Palestijnse burgerbevolking het ontgelden. Israelische oorlogsmisdaden waren en zijn evenwel in de extremistische gedachtenwereld van Martin Van Creveld en de NRC een te verwaarlozen detail. Kinderen, vrouwen, bejaarden lopen in de Israelische strategie nu eenmaal 'de kans een zeer hoge prijs te betalen. Mais c'est la guerre,' aldus het betoog van de Israelische hoogleraar.

Acht dagen voordat Van Creveld zijn enthousiasme voor het schenden van het internationaal recht via de NRC mocht verspreiden, weigerde dezelfde krant een ingezonden stuk te plaatsen, geschreven door Nederlandse juristen, waarin deze deskundigen gedocumenteerd wezen op het feit dat Israel bezig was oorlogsmisdaden te plegen. Geweigerd, en wel omdat een artikel over oorlogsmisdaden ‘weinig nieuwe gezichtspunten bevat... Met vriendelijke groet, Anna Visser, redacteur Opinie NRC/H.' Dankzij het Nederlands Juristen Blad en vervolgens internet, kwam de informatie over de Israelische oorlogsmisdaden bij een breder publiek terecht, met als gevolg dat de schrijfster ervan door de ambtelijke top van het ministerie van Buitenlandse Zaken werd gevraagd om de juridische aspecten te komen toelichten, omdat het kennelijk nog niet tot de ambtelijke en politieke top was doorgedrongen dat oorlogsmisdaden niet door de Nederlandse regering consequentieloos gesteund konden worden. 

Ik meld dit in verband met het feit dat de Nederlandse commerciële massamedia ook nu nog oproepen tot het plegen van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. De Nederlandse 'vrije pers' steunt terreur, zodra die onder aanvoering van Washington, al dan niet in NAVO-verband, wordt gepleegd. In dit opzicht verschilt haar werkwijze niet van die van de nazi pers. 



De massale terreur moet natuurlijk worden verkocht aan het grote publiek. Zo rechtvaardigde de toenmalige adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant, Arie Elshout, op 15 maart 2003 de op handen zijnde agressieoorlog als volgt in zijn krant:

Het is deze zorg om de veiligheid van het Amerikaanse homeland die sinds de aanslagen in New York en Washington centraal staat in het universum van president George Bush…

Daarom ook wilde hij zich niet beperken tot een oorlog tegen het terrorisme, maar zou hij al meteen in de eerste dagen na 11/9 besloten hebben dat er iets moest gebeuren aan Irak, hoe riskant ook. Daarom ook is hij bereid om het stein te geven tot de eerste preventieve oorlog in de Amerikaanse historie, hoe omstreden ook.

Het vloeit allemaal voort uit zijn angst dat hij straks, als hij niets zou doen, voor nog grotere puinhopen komt te staan dan destijds op 11/9. Niet met drieduizend, maar honderdduizenden Amerikaanse doden. En dat hij dan het verwijt krijgt niets te hebben gedaan om het te voorkomen. Wie die angst niet begrijpt, begrijpt niets van Bush. Het komt allemaal neer op zijn 'dit-nooit-meer'-gevoel, zoals The Wall Street Journal het afgelopen week typeerde.

Kortom, volgens opiniemaker Arie Elshout was de agressieoorlog tegen Irak niets anders dan de 'eerste preventieve oorlog,'voortkomend uit de gedachte 'never again,' waarmee de aanslagen van 11 september 2001 de omvang kregen van de holocaust. Elshout, de huidige Volkskrant-correspondent in de VS, verzweeg ondertussen één van de belangrijkste redenen van de agressieoorlog, en wel omdat 'het politiek niet van pas komt om te erkennen wat iedereen weet: de Irak oorlog draait grotendeels om olie,' zoals Alan Greenspan, 18 jaar lang hoofd van de Amerikaanse Federale Bank, naderhand opmerkte. Bovendien wist zelfs de toenmalige adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant dat de 'Veiligheidsresoluties over Irak uit de jaren '90 geen mandaat [gaven] voor de Amerikaans-Britse inval in Irak,' zoals in 2010 de Commissie Davids nog eens concludeerde. Maar de mainstream-opiniemakers trekken zich niets aan van deze feiten. Terwijl nu nog sterk getwijfeld wordt over wie de daders waren van de chemische aanval in Syrië in 2013 was de voormalige adjunct-hoofdredacteur van de NRC, Hubert Smeets meteen een voorstander van westers militair ingrijpen, desnoods zonder mandaat. Als 'redacteur buitenland' verklaarde hij  namelijk het volgende:

Rusland sluit deelname aan een militaire operatie niet uit, zei Poetin, maar dan is een besluit daartoe van de Veiligheidsraad onontbeerlijk. En zo'n besluit is volgens Poetin weer ondenkbaar zonder onomstotelijk bewijs dat de Syrische regering zelf schuldig is aan de gifgasaanval twee weken geleden, en niet van een van de rebellen-groepen of Al-Qaeda. 

Kortom, wie wil het laatste woord hebben bij een interventie in Syrië? Niemand minder dan Poetin zelf! 

En dat kan natuurlijk niet, de suggestie is dat Rusland geenszins het recht heeft zich aan het internationaal recht te houden, en dat het Westen met zijn geweld 'het laatste woord' moet hebben. Op zijn beurt liet Arie Elshout op 9 september 2013 weten dat 

Er een diepe, diepe aversie [bestaat] tegen zelfs de kleinste vorm van militaire actie. Bij links en rechts, bij Democraten en Republikeinen, bij de gewone man en de elite, bij militairen en niet-militairen. Als Obama dinsdag het tij niet weet te keren in wat nu al de belangrijkste toespraak van zijn presidentschap wordt genoemd, koerst 's werelds enige supermogendheid af op een ongeluk van historische proporties… Een veeg teken was zaterdag het bericht dat de meeste Irak- en Afghanistan-veteranen in het Congres tegen actie zijn.

Als Obama geen omslag weet te bewerkstelligen, dreigt een klap die zal herinneren aan het moment na de Eerste Wereldoorlog dat een isolationistische Senaat tegen de door president Woodrow Wilson gepropageerde Volkenbond stemde.

Ik citeer: 'een ongeluk van historische proporties... een veeg teken,' en 'een klap [dreigt],' wanneer president Obama, ook zonder mandaat, geen grootscheeps geweld tegen het Assad-regime start. Deze voorstelling van zaken is misdadig. Het internationaal recht speelt opnieuw geen enkele rol van betekenis in de beschouwingen van de polderpers. De columnist Henk Hofland schreef dan ook in De Groene Amsterdammer van 17 juli 2013 verbolgen over ‘Het machteloze Westen’ dat verlamd zou zijn door ‘een populistisch alarmisme’ dat ‘het vredestichtende Westen’ verhindert gewelddadig in te grijpen in Syrië. Ook bij de alom geprezen nestor van de Nederlandse mainstream-journalistiek is het internationaal recht een te verwaarlozen detail. Voor hem en zijn 'politiek-literaire elite' in de polder is veel benauwender dat het 'populistisch alarmisme' slechts 'angst [zaait],' maar 'geen uitvoerbare oplossing [heeft],' een absurd argument aangezien de 'uitvoerbare oplossing' van grootscheeps westers militair geweld het afgelopen decennium Afghanistan, Irak, en Libië in totale chaos heeft gestort. Van zogenaamd links tot rechts, over het hele politieke spectrum in Nederland bestaat geen enkel respect voor het recht dat de beschaving in stand tracht te houden. De oproepen van de mainstream-pers zijn oproepen tot het plegen van massale oorlogsmisdaden. Vandaar dat ook Volkskrant-opiniemaker Martin Sommer er als de kippen bij was om propaganda te bedrijven voor de agressie-oorlog tegen Irak. In de Volkskrant van 20 maart 2003, de dag dat de inval begon, stond boven Sommer's interview met emeritus-hoogleraar moderne geschiedenis Maarten Brands (69) met dikke letters: 'Er is hier sprake van arrogantie van de onmacht.' Op de opmerking dat 'Ook oud-minister Van den Broek heeft gezegd dat Nederland een oorlog niet zou moeten steunen zonder de zegen van de Veiligheidsraad,' laat Sommer zijn gespreksgenoot onweersproken antwoorden:

Ook die is ver afgeraakt van zijn oude ideeën. Het is een reflex; wij kunnen in Europa eenvoudigweg niet verdragen dat er sprake van US primacy. Je hebt de arrogantie van de macht, maar ook de arrogantie van de onmacht.

Over het feit dat Frankrijk de illegale Amerikaans/Britse inval niet wilde steunen, merkte Brands onder andere op:

Wil Chirac nu meehelpen aan de wederopbouw van Irak? Dat betekent erbij zijn als er wat te halen valt. Ik kan niet over de grootmoedigheid van de Amerikanen oordelen. Maar het anti-Franse sentiment in dec VS loopt hoog op. Dat er een afrekening komt, is wel zeker. De secretaris-generaal van de NAVO stapt op, we nemen er eens een uit Polen. Amerikaanse troepen verplaatsen we van Duitsland naar het oosten. Dan zullen wij in Europa weer roepen dat de VS het helemaal verkeerd doen.

Brands, die als historicus internationaal niet meetelt, maar wel door de NRC tot een van de 'grote Nederlandse historici' wordt gerekend, was 'van 1970 tot 1988 hoogleraar Nieuwste Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.' Volgens http://historiek.net wist hij 'met zijn dikwijls originele standpunten een behoorlijke invloed uit' te oefenen 'op een complete generatie historici na hem.'   Maar waarom juist deze historicus naar zijn mening werd gevraagd wordt niet gemeld, maar wordt wel duidelijk uit de vragen en antwoorden. Op Sommer's voorzetje: 'Waarom loopt er zoveel spaak met het Europese Leiderschap?'was het makkelijk in koppen. Brands:

Ik ben niet zo dol op generatiedenken. Maar hier zien we de lichtzinnigheid van de generatie van '68. Vroegere generaties lieten zich niet in met gevaarlijke experimenten. Adenauer nam geen risico's, de relatie met Amerika was een vast gegeven. Schröder (toenmalige sociaal democratische kanselier. svh) zet dat gewoon bij het grof vuil. Tot overmaat van ramp schroeft hij zich helemaal in dat standpunt vast. Europa kan één Frankrijk verdragen, maar geen twee.

Dit was de bijdrage van een Hollandse historicus, in de polder vooral bekend als een rechtse historicus die in 'sjablonen denkt' en 'niets publiceert.' Dat Martin Sommer juist hem aan het woord liet, illustreert het feit dat de Volkskrant-opiniemaker het liefst gelijk gestemden aan het woord laat. Ook hij zag in het verzet tegen de schending van het internationaal recht niets anders dan 'de arrogantie van de onmacht.' En de drijfveer achter de buitenlandse politiek dient te zijn dat 'er wat te halen valt.' Als zodanig verbeeldt Sommer bij uitstek de Hollander in optima forma: de betweterige dominee en de geslepen koopman in één figuur verenigd. Het betreft hier tevens het cynisme van de conformist, die al die jaren diep in zijn hart de hervormingsgezinde jaren zestig verafschuwt. Daarbij geldt ook nog dat het doel de middelen heiligt. In een 'hoofdredactioneel commentaar' stelde de Volkskrant  op 10 april 2003 dat

Bush en Blair begonnen vanuit een eenzame  positie aan de oorlog. Zij kunnen zich nu gesterkt voelen door de beelden van jubelende mensen in de straten van Bagdad; de tegenstanders van de oorlog kunnen dit feit niet negeren. Of het voldoende is om achteraf de invasie te legitimeren, hangt sterk af van de vraag of er ook verboden massavernietigingswapens worden gevonden.

Deze met een pedante stelligheid gepresenteerde beweringen leggen de opvattingen van de Nederlandse mainstream-pers bloot. Allereerst beweert de hoofdredactie, onder wie Arie Elshout, dat 'de tegenstanders van de oorlog' moeten beseffen dat 'de beelden van jubelende mensen in de straten van Bagdad' een 'feit' zijn dat zij 'niet' kunnen 'negeren.' Dat er beelden bestonden van 'jubelende mensen' in Bagdad was zeker een feit, maar dat 'jubelende mensen de straten van' de Iraakse hoofdstuk vulden is een aperte leugen. Over de mensen rondom het door Amerikaanse militairen omver getrokken standbeeld van Saddam Hoessein werd al snel het volgende bekend: 

The entire event is a carefully staged photo op. The tightly cropped pictures sent out by the Pentagon, and subsequently broadcast and published around the world, show what appears to be a large crowd of celebrating Iraqis. However, aerial photos show that the square is nearly empty except for a small knot of people gathered in front of the statue. The square itself is surrounded by US tanks. And there is some question as to the authenticity of the celebrating Iraqis. Al-Jazeera producer Samir Khader later says that the Americans 'brought with them some people—supposedly Iraqis cheering. These people were not Iraqis. I lived in Iraq, I was born there, I was raised there. I can recognize an Iraqi accent.'
http://www.historycommons.org/context.jsp?item=SaddamRegimeCollapses


Ook de bewering dat 'achteraf' de agressieoorlog tegen Irak zou kunnen worden 'gelegitimeerd' wanneer er 'verboden massavernietigingswapens' werden gevonden, berust op een combinatie van onwetendheid en humbug. Het onrecht wordt geen recht zodra politici dit verordonneren  Bovendien blijkt opnieuw hoe de Volkskrant-hoofdredactie volstrekt niet besefte dat het argument van de massavernietigingswapens een politieke leugen was, iets dat serieuze journalisten maar al te goed wisten. Adjunct-hoofdredacteur Arie Elshout en zijn toenmalige hoofdredacteur, de huidige burgemeester van Hilversum, Pieter Broertjes, behoren tot de categorie journalisten die door VN-hoofdredacteur Frits van Exter zo fraai werd getypeerd met de woorden dat zij 'voor een belangrijk deel gestuurd' worden 'door de politieke machten' en dat dit 'voor een deel reflexmatig' werkt. 'Reflexen zijn het, je bent daar geconditioneerd in.' De mainstream-journalist is niet in staat door de façade heen te prikken en wil dit zelfs niet. In de Volkskrant van maandag 8 november 2010 stelde Arie Elshout zonder enige terughoudendheid dat:

feit en commentaar nergens zo tastbaar [zijn] gescheiden als bij The New York Times, zo ontdekten Pieter Broertjes en ik toen we in 2004 voor de Volkskrant een bezoek brachten aan wat wel 's werelds beste dagblad wordt genoemd... Contact tussen deze twee werelden was niet toegestaan. Als een commentator tijdens een achtergrondgesprek met een hooggeplaatste tegen nieuws aanliep, mocht hij dat niet doorgeven aan een verslaggever.

Elshout en consorten zijn dermate gehersenspoeld dat zij dit werkelijk geloven. Bij gebrek aan contacten en ervaringen met de grote mensenwereld kan men hen van alles op de mouw spelden. Dat vier jaar eerder, op 24 augustus 2006 de New York Times in een hoofdredactioneel commentaar stelde dat 

If we had known then what we know now the invasion if Iraq would have been stopped by a popular outcry.

Volgens de bekende onderzoeksjournalist John Pilger, 

This amazing admission was saying, in effect, that journalists had betrayed the public by not doing their job and by accepting and amplifying and echoing the lies of Bush and his gang, instead of challenging them and exposing them. What the Times didn’t say was that had that paper and the rest of the media exposed the lies, up to a million people might be alive today. That’s the belief now of a number of senior establishment journalists. Few of them—they’ve spoken to me about it—few of them will say it in public.

Maar onder hen bevinden zich niet de Nederlandse 'establishment journalists' als Arie Elshout die in 2013 met betrekking tot een mogelijke agressieoorlog tegen Syrië schreef dat het 'Een veeg teken was…  dat de meeste Irak- en Afghanistan-veteranen in het Congres tegen actie zijn,' waarbij 'actie' een eufemisme is voor massale NAVO-bombardementen. Ook nu weer is de polderpers druk doende het geestelijk klimaat voor te bereiden voor nieuw grootscheeps geweld. Daarom was het ook zo'n mazzel dat ik op het Waterlooplein het Volkskrant-pamflet De Val van Bagdad vond met 'feiten, reportages en achtergronden,' die de Volkskrant-versie van de werkelijkheid illustreerden. De bij Meulenhoff uitgegeven publicatie zou op scholen voor de journalistiek als handbank over propaganda gebruikt moeten worden. Het werk van opiniemaker Martin Sommer is wat dit betreft een eye-opener. Zo sprak hij in 2003 een Iraakse cineast van 53 jaar die dertig jaar voorheen naar Parijs was gevlucht. Sommer stelde de vraag: 'Wat vond u van de protesten in Europa tegen de oorlog?' waarop het  antwoord was:

Die jongeren hebben geen idealen meer, en bevinden zich niet bepaald in de beste positie om de Irakezen de les te lezen. Hun activisme is een vorm van totaal verblind anti-amerikanisme. 

Het criminaliseren van het verzet tegen een agressieoorlog is een oude en beproefde tactiek van wat Arie Elshout de 'activistische journalistiek' noemt. Bij monde van een geïnterviewde laat de journalist zijn eigen mening doorklinken, één van de veel gebruikte manieren van de 'vrije pers' om de scheiding tussen 'feit en commentaar' te omzeilen. Dat de miljoenen demonstranten in de hele wereld die tegen de illegale inval in Irak waren, niet alleen jongeren waren laat Sommer onbesproken. Dat jongeren 'geen idealen' zouden hebben omdat ze tegen de misdaad van een agressieoorlog waren, en de nazikopstukken ondermeer daarvoor ter dood waren veroordeeld, laat Sommer eveneens onweersproken voorbij gaan. En dat het demonstreren tegen oorlogsmisdaden bedoeld was 'om de Irakezen de les te lezen,' is net als de bewering over 'totaal verblind anti-amerikanisme' zo absurd dat het geen commentaar behoeft. Het zou van journalistieke integriteit getuigen als de pedante Martin Sommer vandaag de dag nog eens Saad Salman zou vragen wat zijn mening nu is over het resultaat van het Amerikaanse en Britse geweld. Drie weken na het begin van de invasie vroeg Sommer hem 'Hoe kijkt u aan tegen het voorlopig bestuur onder ex-generaal Garner?' Salman antwoordde:

Het lijkt mij nu niet het moment om de Amerikanen een spaak in het wiel te steken. Irak heeft behoefte aan orde en rust.

In al zijn onwetendheid en hoop zei de Iraakse cineast dit echt en voegde eraan toe:

Ik ben een optimist, voor mij is het omtrekken van het beeld van Saddam het equivalent van de val van de Muur. Ook andere 'kwaadsappige' regimes als Syrië, Egypte of Saudi-Arabië zullen de gevolgen ondervinden.

Omdat Martin Sommer een exponent van de mainstream-polderpers is, zal hij zijn publiek nooit zijn excuses aanbieden, zoals de New York Times dit deed. De reden is simpel, Sommer deelde de meningen van Salman. Diens verwarring is begrijpelijk, maar de doortraptheid van Martin Sommer  niet. Wat bezielt een dergelijke corrupte journalist nu werkelijk? 








MH 17 Mystery 26




Nederlandse regering: "Er is geen sprake van een non-disclosure overeenkomst."
  

   

In hetzelfde overheidsdocument:


  

   

Volledige overheidsdocument (Pdf) te downloaden via deze link.
Australische regering: 
"All parties to the criminal investigation have signed a non-disclosure agreement, which requires consensus among the parties before information regarding the investigation will be released."
  

   

Uitstekende onderzoeksjournalistiek van RTL Pieter Klein en team.Volledige RTL-artikel hier.


2)

- Op 5 november zei premier Rutte in Kuala Lumpur: "
het is zeer logisch dat Maleisië wordt betrokken bij het strafrechtelijk onderzoek naar het neerstorten van vlucht MH17."

- Op 26 november in Malaysia-Insider: "
Why is Malaysia not part of MH17 investigation?"

  


                                                                                           Betrokken partijen en geopolitieke verhoudingen


Sommige bronnen geven 'het andere juridische systeem met doodstraf' als reden van het niet welkom zijn van Maleisië. Er is ook gesteld dat Oekraïne de toelating van Maleisië tot het onderzoeksteam heeft geblokkeerd. Allemaal speculatie, alle informatie is immers geheim. Is uit te sluiten dat de afwijzing te maken heeft met het feit dat een Maleisische rechtbank de Westerse leiders Bush en Blair unaniem veroordeeld heeft voor genocide, misdaden tegen de vrede en misdaden tegen de menselijkheid vanwege de Irak-oorlog?

3) Kort na het verschijnen van mijn artikel 'Ooggetuigen MH17 genegeerd', verwijderde youtube de vier videofragmenten in het artikel. Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt. In een geval is copyright sowieso geen issue en in andere gevallen heb ik gebruik gemaakt van citaatrecht door slechts fragmenten van een video te gebruiken. Kennelijk gaat het om inhoudelijk gevoelige informatie. Engelse versie van het artikel hier.

Vriendelijke groet,
Max van der Werff Jr.
7mei.nl + dutchwarcrimes.com
Meer over MH17 op mijn Facebook page.

Ooggetuigen MH17 genegeerd

4 november 2014
Nederland leidt het Joint International team (JIT) en acht het in toenemende mate onwaarschijnlijk dat onderzoekers de crashzone van Malaysia Airlines MH17 in Oost-Oekraïne kunnen bereiken.
Deze mededeling komt op een moment dat de versie gevechtsvliegtuig  haalde het passagiersvliegtuig neer voor het eerst serieuze aandacht krijgt in het Westen. Talloze ooggetuigen claimen in op internet circulerende filmpjes dat ten minste één militair toestel zich in de buurt van MH17 bevond toen het in de lucht uiteen viel.
Waarom heeft JIT bijna vier maanden verspild?
Waarom heeft JIT niet al maanden geleden het verzamelen van getuigenverklaringen georganiseerd die bruikbaar zijn in juridische procedures? Betwistbaar is dat de crash zone te gevaarlijk was om onderzoek te doen, maar was het werkelijk onmogelijk de lokale bevolking uit te nodigen naar een veilige plek te komen en daar hun getuigenverklaringen te registreren?
Herinneringen vervagen, raken gecontamineerd door valse herinneringen, worden onbetrouwbaarder naarmate de tijd verstrijkt. Maar ooggetuigenverklaringen vormen een integraal en belangrijk onderdeel van elk serieus vliegramponderzoek. Een van de weinige uitzonderingen op deze regel voorafgaand aan MH17 was:
17 July (!) 1996. Vlucht TWA-800 explodeert niet ver van Long Island  New York in de lucht.
Anders dan in de zaak MH17 hebben veel mensen melding gemaakt van objecten, lichtkogels of raketten, die in de richting van TWA-800 vlogen voordat het toestel explodeerde.
Het strafrechtelijke onderzoek duurde vier jaar. Tijdens een zitting van de National Transport Safety Board in 2000 kwam geen enkele getuige aan het woord. Een explosie in een brandstoftank veroorzaakt door een technisch mankement was de oorzaak van de crash, aldus het eindrapport van het onderzoek.
Zestien jaar na de crash kwamen twee documentairemakers, ooggetuigen en zes inmiddels gepensioneerde onderzoekers bij elkaar. Hun gesprekken leidden tot een verzoek tot heropening van het onderzoek, maar de NTSB wees dat verzoek af in juli 2014. (zie ook de video van Democracy Now)
Terug naar MH17
17 juli 2014. Vlucht MH17 werd ‘geraakt door externe objecten met hoge snelheid’ en stortte neer in door rebellen gecontroleerd gebied in Oost-Oekraïne.
Een documentaire van de BBC een paar dagen na de crash waarin getuigen melding maken van een militair toestel in de buurt van MH17 werd vrijwel direct na plaatsing verwijderd.
Anders dan in de TWA-800 zaak maakte geen enkele persoon melding van iets dat ook maar in de verste verte op een raket lijkt. Niemand heeft een rookpluim of condenskolom in de lucht waargenomen. Toch meldden Westerse inlichtingendiensten vrijwel direct na de tragedie dat het passagiersvliegtuig neergehaald is door een Buk-M1 afgevuurd vanuit door rebellen gecontroleerd gebied. Tot op heden is niets van het ‘overweldigende bewijs’ openbaar gemaakt of onder voorwaarde van geheimhouding overgedragen aan de procureurs van het strafrechtelijke onderzoek.
De woorden van premier Rutte “de onderste steen komt boven” klinken steeds grotesker naarmate de tijd verstrijkt.