vrijdag 30 januari 2015

Lodewijk Asscher's Angstpolitiek 5



Idith Zertal's excellent book follows the history of the manipulation of the Holocaust from the inception of Israel to the assassination of Prime Minister Yitzhak Rabin. Zertal's book is part of a revisionist scholarly literature in Israel, variously dubbed "post-Zionism," "new history," and "critical sociology," that emerged in the late '80s, all in one way or another part of a critique from within of Zionist conduct in the past and Israeli policies in the present. If some scholars retrenched into patriotism and nationalism after the outbreak of the second intifada in 2000, others, such as Zertal, continued energetically and courageously to challenge the Zionist narrative and to reconstruct Palestine's and Israel's history from a humanist and pluralist point of view.
http://www.bookforum.com/archive/fall_05/pappe.html


De Joods-Israëlische historica en hoogleraar Idith Zertal, constateert in haar alom geprezen studie Israël’s Holocaust and the Politics of Nationhood (2005) dat

het proces van het heilig verklaren van de Holocaust – dat op zichzelf al een vorm van devaluatie is -- gekoppeld aan het concept van de heiligheid van het land… een vaderland heeft veranderd in een tempel en een eeuwig altaar.

Op gedocumenteerde wijze zet zij uiteen op welke manier de herinnering aan de Holocaust een ideologisch wapen werd voor een verwerpelijke politiek, uiteindelijk ook ten koste van de ware slachtoffers zelf: 

Terwijl de Israëlische samenleving de herinnering aan de Holocaust nationaliseerde – door leiders en woordvoerders die ‘daar’ niet geweest waren – en organiseerde… in een geritualiseerde, didactische herinnering, die een nationale les uitdraagt in overeenstemming met haar visie, sloot ze de directe boodschappers van deze herinnering uit – zo’n kwart miljoen Holocaust-overlevenden die naar Israël waren gemigreerd.

Edith Zertal verklaarde in een interview met mij:

Wanneer ik in mijn boek schrijf dat door middel van Auschwitz Israël zich immuun heeft gemaakt voor kritiek en niet meer open staat voor een rationele dialoog met de wereld, moet opgemerkt worden dat voor die ontwikkeling geen duidelijk beginpunt aan te wijzen is. Er is sprake van een doorgaand proces, dat voortkomt uit de joodse geschiedenis die geen bijzonder vreugdevolle is, en die natuurlijk enorm verslechterd is door de Holocaust. Tijdens de Holocaust waren joden de ultieme slachtoffers en vanuit dit totale slachtofferschap en deze totale hulpeloosheid stamt nog steeds het gevoel slachtoffer te zijn. Het interessante is dat dit gevoel van slachtofferschap begrijpelijk was in de jaren tussen het eind van de oorlog en de stichting van de staat Israël, toen de herinnering aan de gruwelijkheden nog zo levendig en diep was, maar dat het nu veel minder begrijpelijk is geworden. Immers, de Israëlische werkelijkheid verwijdert zich steeds verder van de totale hulpeloosheid tijdens de Holocaust. Het huidige slachtoffer-gevoel is zelfs nogal vreemd en discutabel, aangezien Israël een machtige staat is geworden met een gevreesd leger. Meer nog dan een psychologisch fenomeen is het slachtoffer-gevoel een politiek verschijnsel geworden, beide zijn met elkaar verweven, in elkaar verstrikt geraakt, het psychologische voedt het politieke en omgekeerd. De claim slachtoffer te zijn, terwijl men dat niet is, is politiek gezien natuurlijk uiterst handig... terwijl we militair en technologisch sterk zijn, zijn we tegelijkertijd psychologisch zwak. Er zit een diepe neurose in de Israëlische psyche, een neurose die in stand wordt gehouden en gevoed door de Israëlische politiek, want het is opportuun om gezien te worden als slachtoffer. Dat geldt ook voor het huidige geweld tegen de Palestijnen, waarbij wij absoluut niet de slachtoffers zijn.

Precies hetzelfde gaat op voor de houding van joodse Nederlanders die de Israelische terreur tegen de Palestijnse bevolking blind steunen, en vooral ook voor een politicus als vicepremier Lodewijk Asscher die bij gebrek aan een eigen politieke identiteit vermeend 'antisemitisme' gebruikt om zich te kunnen profileren, waarbij de Holocaust voortdurend op de achtergrond een doorslaggevende rol speelt. Het is bekend dat het gebruiken van het leed van vorige generaties als politiek wapen uiteindelijk desastreus uitwerkt. Niet alleen voor de slachtoffers ervan, maar tevens voor de zionisten in en buiten Israel zelf. De joods-Canadese beeldend kunstenaar Bernice Eisenstein, schreef daarover in haar relaas Ik was een kind van Holocaust Overlevers (2006):

De Holocaust is een drug en ik ben in een opiumkit terechtgekomen. Mijn eerste roes heb ik gratis, argeloos, toegediend gekregen, van iedereen hier. Van de kracht ervan heb ik zojuist een glimp opgevangen, doordat ik mijn ogen liet gaan over de sporen van de naalden op elke linker-onderarm in deze kamer. En vanaf dat moment ben ik verslaafd. Ik zal erachter komen dat er geen eind is aan de dealers die ik weet te vinden voor nog één shot, nog één keer toegang tot die hallucinerende spookwereld. Mijn ouders beseffen niet eens dat ze drugsdealers zijn. Ze zouden zich nooit het soort roes kunnen voorstellen dat H teweegbrengt. Hoe ik ernaar verlang onder te duiken in zijn eindeloze diepte, hoe hij me het huis uit jaagt om in mijn eentje naar de bioscoop te gaan, naar de bibliotheek, waar ik elke film kan zien en elk boek kan lezen dat me aan Holocaust kan helpen. Ik zou hele rollen film, samen met bedrukte boekpagina's, tot een fijn poeder kunnen vermalen, in lijntjes achter elkaar neerleggen en opsnuiven. Toen ik in de twintig was heb ik de roman De laatste der rechtvaardigen van André Shwarz-Bart drie keer geïnhaleerd, alleen maar om steeds weer dezelfde dosis toegediend te krijgen. Hij leidde me naar de ultieme, onovertroffen superioriteit van Primo Levi, die me in een roes achterliet, onder mijn bed, opgekruld als een foetus, nog steeds bibberend om meer...

Er zijn geen grenzen aan hoe ver een geobsedeerde fantasie kan gaan met dit soort dingen. Maar om van die verslaving, die dwang, af te komen, zou ik mezelf moeten blinddoeken, mijn oren moeten dichtstoppen, mijn mond afplakken en de waarheid dat ik zonder de Holocaust niet zou zijn wie ik ben, moeten uitvlakken. Hij heeft me gestigmatiseerd en gebrandmerkt met zijn gestippelde kenteken op mijn onderarm, me onherroepelijk zijn wereld binnengetrokken als zijn nakomeling. Het collectieve geheugen van een generatie spreekt en ik ben gedwongen te luisteren, zijn verschrikkingen te zien en zijn verontwaardiging te voelen.

Dit proces van 'geobsedeerde fantasie' is het logische gevolg van hetgeen de joodse filosofe Hannah Arendt, zelf een zioniste, al in oktober 1945 voorspelde toen ze tot de slotsom kwam 

dat vele zionisten er inderdaad van overtuigd waren dat zij joden waren door de vijanden van het joodse volk. Hieruit concludeerden de zionisten dat het joodse volk zonder het antisemitisme in de landen van de diaspora niet overleefd zou hebben; en daarom waren zij tegen elke poging om antisemitisme op grote schaal te vernietigen. Integendeel, ze verklaarden dat onze vijanden, de antisemieten, ‘onze betrouwbaarste vrienden zijn, de antisemitische landen onze bondgenoten.’ (Herzl).

Het is exact dit wat wij vandaag de dag zien, het vermeend 'antisemitisme' wordt tot gigantische proporties opgeblazen. Het kweken van angst dient in dit proces als legitimering voor de steun aan het zionistisch fascisme. Het meest valse is dat 'joden' politiek misbruikt worden in een cynische machtspel dat het Westen al een eeuw lang in het Midden-Oosten speelt. In plaats van het bekritiseren en bestraffen van de langdurige en grootschalige Israelische schendingen van het internationaal recht, doen zowel de westerse politiek verantwoordelijken als hun mainstream media het voorkomen alsof Israel gedwongen wordt op Palestijns terrorisme te reageren. Die rechtvaardiging werkt alleen dankzij een 'conspiracy of silence' van zowel politici als pers, waarbij essentiële informatie wordt achtergehouden. Zodra dit spelletje wordt doorgeprikt, ontstaat er grote verontwaardiging. Een typerend voorbeeld voltrok zich in augustus 2014, net na het zionistisch bloedbad in Gaza. Ik citeer:

Ambtenaar en PvdA-lid Haifi schreef eerder deze week dat IS is opgezet door zionisten om de islam zwart te maken. 'ISIS heeft niets met Islam te maken. Is vooropgezet plan van zionisten om islam zwart te maken.' Ze trok de tweet woensdagochtend in, maar werd desondanks later op de dag geschorst door het ministerie.

Opstelten sluit niet uit dat Haifi, die al jaren als personeelsfunctionaris bij de rijksoverheid werkt, wordt ontslagen. De leiding van het ministerie heeft inmiddels een gesprek gehad met de ambtenaar en beraadt zich op verdere maatregelen.

'Ik moet afwachten wat die zijn. Het kan reden voor ontslag zijn, dat sluit ik niet uit.'

Vicepremier Lodewijk Asscher (PvdA) sprak eerder al zijn schande uit over de uitspraak. 'Mijn maag keerde om toen ik het hoorde.'

Vrijdag 15 augustus 2014 schreef ik hierover:     

Voor een politicus die als joodse Nederlander het zogeheten 'recht op terugkeer' naar Israel bezit, een recht dat de etnisch gezuiverde Palestijnen niet kennen, reageert vicepremier Asscher al langere tijd veel te emotioneel op een in wezen politieke kwestie. Terwijl zijn regering in de praktijk van alledag de Israelische terreur tegen de Palestijnse bevolking direct en indirect steunt, reageert hij overspannen zodra hij meent dat Israel of de zionistische sympathisanten van de zelfbenoemde 'Joodse staat' tekort worden gedaan. Het punt is dat de mening van de betrokken ambtenaar niet zo ver gezocht is als het lijkt, tenminste wanneer men bijvoorbeeld het volgende feit weet:

Last September (2013. svh), Israel’s Ambassador to the United States Michael Oren told the Jerusalem Post that Israel so wanted Assad out and his Iranian backers weakened, that Israel would accept al-Qaeda operatives taking power in Syria.

'The greatest danger to Israel is by the strategic arc that extends from Tehran, to Damascus to Beirut. And we saw the Assad regime as the keystone in that arc,' Oren said in the interview. 'We always wanted Bashar Assad to go, we always preferred the bad guys who weren’t backed by Iran to the bad guys who were backed by Iran.'

Oren said that was Israel’s view even if the other 'bad guys' were affiliated with al-Qaeda.

Oren, who was Israel’s point man in dealing with Official Washington’s neocons, is considered very close to Israeli Prime Minister Benjamin Netanyahu and reflects his views. For decades, U.S. neocons have supported Netanyahu and his hardline Likud Party, including as strategists on his 1996 campaign for prime minister when neocons such as Richard Perle and Douglas Feith developed the original 'regime change' strategy. 

[For details, see Consortiumnews.com’s 'The Mysterious Why of the Iraq War.'

In other words, Israel and its U.S. neocon supporters have been willing to collaborate with extreme right-wing and even anti-Semitic forces if that advances their key geopolitical goals, such as maneuvering the U.S. government into military confrontations with Syria and Iran.

Hier de oorspronkelijke bron:

'Israel wanted Assad gone since start of Syria civil war'
09/17/2013 05:05

'Tehran-Damascus-Beirut arc is the greatest danger,' says outgoing Israeli envoy to US Michael Oren.

'Bad guys' backed by Iran are worse for Israel than 'bad guys' who are not supported by the Islamic Republic, Israel’s outgoing ambassador to the US Michael Oren told The Jerusalem Post in a parting interview.

Oren, in the interview that is to be published in full on Friday, traced the evolution of Israel’s message on Syria during the three weeks of the chemical weapons crisis.

'The initial message about the Syrian issue was that we always wanted [President] Bashar Assad to go, we always preferred the bad guys who weren’t backed by Iran to the bad guys who were backed by Iran,' he said.

This was the case, he said, even if the other 'bad guys' were affiliated to al-Qaida.

'We understand that they are pretty bad guys,' he said, adding that this designation did not apply to everyone in the Syrian opposition. 'Still, the greatest danger to Israel is by the strategic arc that extends from Tehran, to Damascus to Beirut. And we saw the Assad regime as the keystone in that arc. That is a position we had well before the outbreak of hostilities in Syria. With the outbreak of hostilities we continued to want Assad to go.'


Met andere woorden, het feit dat minister Asscher's 'maag [om]keerde' toen hij de mening van deze ambtenaar hoorde zegt niets over de juistheid of onjuistheid van de bewering, maar veel meer over hemzelf. De zionisten, zo blijkt uit de geschiedenis, zijn tot alles in staat. In Libanon bijvoorbeeld steunde het zionistisch regime fascistische christenen die in 1982, tijdens de Israelische gewelddadige inval, in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila duizenden onschuldige burgers, inclusief vrouwen en kinderen, afslachtten. Waarom zou Israel dan niet in staat zijn fascistische islamieten te steunen? In de politiek, het machtsspel van belangen, is alles mogelijk. Algemeen bekend is dat Israel het ontstaan van Hamas mogelijk maakte in een poging Fatah te vernietigen. Realpolitiek heet dit…

Dit geldt zeker ook voor zionisten, zoals de Amerikaanse auteur van historische werken, Lenny Brenner, geboren in een orthodox joods gezin, uitgebreid en gedocumenteerd aantoont in zijn boek 51 Documents: Zionist Collaboration with the Nazis (2010), dat door Amazon als volgt wordt omschreven:

This book brings to light, through the use of actual historic documents, the disservice that the Zionist did to Jews before and during the Holocaust,

en door een lezer als volgt wordt gerecenseerd:

By William Hughes on October 11, 2003
Format: Hardcover

History can be deceptive. It's fair to say that some of the sensational never-published-before documents, in this book, will shock those who have accepted Zionism and its supposed history, at face value, as a political movement that was the hope of the Jews. Lenni Brenner, the intrepid author of 'Zionism in the Age of Dictators,' reveals disturbing new evidence in his latest effort, that suggest just the opposite. In fact, he makes a compelling case that the Zionist record was 'dishonorable.' You can consider this excellent tome as a worthy sequel to his first exposé on the myopic Zionist zealots of that bygone era.

For openers, Brenner showed how the Zionists had a long history of shameless cooperation with the Nazis, especially after the dictator Adolph Hitler had came to power in 1933. The Zionists were also in bed, to some extent, with the other members of what later became known as WWII's 'Axis of Evil,' that included Benito Mussolini's Italy, and Tojo Hideki's Japan. For example, in March 29,1936, Zionists praised Il Duce, and his regime, at the opening of a maritime school, funded by the Fascist government, at Civitavecchia. This is where a Zionist youth group, the 'Betar,' trained its sailors for the future Revisionist state. The speakers ignored the fact that on Oct. 3, 1935, Italian troops had invaded Abyssinia.

On another front, the 'Third Congress of the Jewish Community of the Far East,' was held in Jan., 1940, in Harbin, Manchuria, then reeling under a brutal military occupation by the Japanese imperial forces. At that time, too, Tokyo was already aligned with Hitler and Italy's Mussolini, in the notorious Anti-Comintern Pact. Also, keep in mind, that the Japanese's murderous 'Rape of Nanking,' had occurred in Dec., 1937, and the "Crystal Night" incident on Nov. 9, 1938. Nevertheless, the Zionist confab went out of its way to legitimize the Japanese occupation by certifying it as a guarantor of the 'equality of all citizens,' in that beleaguered land.

The Zionist also had a trade plan with the Berlin government by which German Jews could redeem their property in Nazi goods exported to then British-occupied Palestine. And to top it all off, the infamous SS-Hauptscharführer Adolf Eichmann, had visited Palestine, in October, 1937, as the guest of the Zionists. He also met, in Egypt, with Feivel Polkes, a Zionist operative, whom Eichmann described as a 'leading Haganah functionary.' The chain-smoking Polkes was also on the Nazis' payroll 'as an informer.'

Brenner isn't the first writer to address the mostly taboo subject of how the Zionist leadership cooperated with the Nazis. Rolf Hilberg's seminal 'The Destruction of European Jews'; Hannah Arendt's 'Eichmann in Jerusalem'; Ben Hecht's 'Perfidy'; Edwin Black's 'The Transfer Agreement'; Francis R. Nicosia's 'The Third Reich and the Palestine Question'; Rudolf Vrba and Alan Bestic's 'I Cannot Forgive'; and Rafael Medoff's 'The Deadening Silence: American Jews and the Holocaust,' also dared, with varying public success.

After the Holocaust began in 1942, Eichmann dealt regularly with Dr. Rudolf Kastner, a Hungarian Jew, whom he considered a 'fanatical Zionist.' Kastner was later assassinated in Israel as a Nazi collaborator. At issue then, however, was the bargaining over the eventual fate of Hungary's Jews, who were slated for liquidation in the Nazi-run death camps. Eichmann said this about Kastner, the Zionist representative, 'I believe that [he] would have sacrificed a thousand or a hundred thousand of his blood to achieve his political goal. He was not interested in old Jews or those who had become assimilated into Hungarian society. "You can have the others," he would say, "but let me have this group here." And because Kastner rendered us a great service by helping keep the deportation camps peaceful. I would let his groups escape.'

Readers, too, will be surprised to learn, that after the Nuremberg Anti-Jewish Race Laws were enacted in Sept., 1935, that there were only two flags that were permitted to be displayed in all of Nazi Germany. One was Hitler's favorite, the Swastika. The other was the blue and white banner of Zionism. The Zionists were also allowed to publish their own newspaper. The reasons for this Reich-sponsored favoritism was, according to the author: The Zionists and the Nazis had a common interest, making German Jews emigrate to Palestine.

As early as June 21, 1933, the German Zionist Federation was sending a secret memorandum to the Nazis, which said, in part:

'It is our opinion that an answer to the Jewish question truly satisfying to the national state [German Reich] can be brought about only with the collaboration of the Jewish movement that aims as a social, cultural and moral renewal of Jewry — indeed, that such a national renewal must first create the decisive social and spiritual premises for all solutions…'

Incredibly, Avraham Stern, the leader of the notorious 'Stern Gang,' late in 1940, made a written proposal to Hitler, by which the Jewish militias in Palestine, would fight on 'Germany's side,' in the war against England, in exchange for the Nazis help in resolving the 'Jewish Question' in Europe, and their assistance in creating an 'historic Jewish state.' By this date, German troops had already marched into Prague, invaded Poland, and had built the first concentration camp at Auschwitz. The deranged Stern had further bragged about how the Zionist organizations were 'closely related to the totalitarian movements of Europe in [their] ideology and structure.' Stern's obscene proposal was found in the German embassy, in Turkey, after WWII.

Finally, I think Brenner was right, when he wrote, 'This book presents 51 historic documents to indict Zionism for repeated attempts to collaborate with Adolf Hitler. The evidence, not I, will convince you of the truth of this issue...Exposing the Zionist role in the Nazis era is part of the scrutiny of the past, required of historians.'


Premier Netanyahu schudt de hand van een Syrische ISIS-terrorist, die in een Israelisch veldhospitaal wordt opgelapt om weer naar het front te kunnen terugkeren.

Gezien Lodewijk Asscher's uitspraak dat 'Mijn maag om[keerde] toen ik... hoorde,' dat volgens een partijgenoot van hem Israel betrokken was bij ISIS om de 'islam zwart te maken,' moeten we ervan uitgaan dat de vicepremier helemaal niets, werkelijk niets weet van de hierboven vermelde feiten over de cynische geopolitiek en de terreur van de zionisten. Als journalist betwijfel ik dit, maar afgezien daarvan is het onacceptabel dat een politicus, die zich ook nog eens profileert als joods, zulke uitgesproken meningen ventileert zonder kennelijk de feiten te kennen. Zonder enig onderzoek te hebben gedaan veroordeelde hij de betreffende ambtenaar, die nu ontslagen is. Op die manier probeert hij het zionisme te beschermen. Of Asscher onwetend is of juist doortrapt, is in wezen onbelangrijk. In beide gevallen zit hij fout. Dat Israel ISIS steunt wordt niet alleen aangetoond door de huidige Israelische bombardementen op de troepen van Assad en Hezbollah die tegen ISIS vechten, maar ook door het feit dat gewonde ISIS-terroristen in Israelische  ziekenhuizen worden verpleegd.  Hoe doortrapt en gevaarlijk de zionistische politiek voor de wereld is, blijkt ook uit bijvoorbeeld de

Lavon Affair

From Wikipedia, the free encyclopedia

The Lavon Affair refers to a failed Israeli covert operation, code named Operation Susannah, conducted in Egypt in the Summer of 1954. As part of the false flag operation,[1] a group of Egyptian Jews were recruited by Israeli military intelligence for plans to plant bombs inside Egyptian, American and British-owned targets. The attacks were to be blamed on the Muslim Brotherhood, Egyptian Communists, 'unspecified malcontents' or 'local nationalists' with the aim of creating a climate of sufficient violence and instability to induce the British government to retain its occupying troops in Egypt's Suez Canal zone.[2] The operation caused no casualties, except for those members of the cell who committed suicide after being captured.

The operation became known as the Lavon Affair after the Israeli defense minister Pinhas Lavon, who was forced to resign because of the incident, or euphemistically as the Unfortunate Affair or The Bad Business (Hebrew: העסק ביש, HaEsek Bish or העסק הביש, HaEsek HaBish). After being denied for 51 years, the surviving agents were in 2005 officially honored with a certificate of appreciation by the Israeli President Moshe Katzav.[3]

Operation Susannah

Aim

In the early 1950s, the United States initiated a more activist policy of support for Egyptian nationalism; this was often in contrast with Britishpolicies of maintaining its regional hegemony. Israel feared that this policy, which encouraged Britain to withdraw its military forces from the Suez Canal, would embolden Egyptian President Nasser's military ambitions towards Israel. Israel first sought to influence this policy through diplomatic means but was frustrated.[4]

In the summer of 1954 Colonel Binyamin Gibli, the chief of Israel's military intelligence, Aman, initiated Operation Susannah in order to reverse that decision. The goal of the Operation was to carry out bombings and other acts of espionage in Egypt with the aim of creating an atmosphere in which the British and American opponents of British withdrawal from Egypt would be able to gain the upper hand and block the British withdrawal from Egypt.

According to historian Shabtai Teveth, who wrote one of the more detailed accounts, the assignment was 'To undermine Western confidence in the existing [Egyptian] regime by generating public insecurity and actions to bring about arrests, demonstrations, and acts of revenge, while totally concealing the Israeli factor. The team was accordingly urged to avoid detection, so that suspicion would fall on the Muslim Brotherhood, the Communists, "unspecified malcontents" or "local nationalists."'[2]

The secret cell
The top-secret cell, Unit 131[5], which was to carry out the operation, had existed since 1948 and under Aman since 1950. At the time of Operation Susannah, Unit 131 was the subject of a bitter dispute between Aman (military intelligence) and Mossad (national intelligence agency) over who should control it.

Unit 131 operatives had been recruited several years before, when the Israeli intelligence officer Avram Dar arrived in Cairo undercover as a British citizen of Gibraltar called John Darling. He had recruited several Egyptian Jews who had previously been active in illegal emigration activities and trained them for covert operations.

Operation commenced

Aman decided to activate the network in the Spring of 1954. On July 2, the cell firebombed a post office in Alexandria,[6] and on July 14, it bombed the libraries of the U.S. Information Agency in Alexandria and Cairo and a British-owned theater. The homemade bombs, consisting of bags containing acid placed over nitroglycerine, were inserted into books, and placed on the shelves of the libraries just before closing time. Several hours later, as the acid ate through the bags, the bombs would explode. They did little damage to the targets and caused no injuries or deaths.

Before the group began the operation, Israeli agent Avri Elad (Avraham Zeidenberg) was sent to oversee the operations. Elad assumed the identity of Paul Frank, a former SS officer with Nazi underground connections. Avri Elad allegedly informed the Egyptians, resulting in theEgyptian Intelligence Service following a suspect to his target, the Rio Theatre, where a fire engine was standing by. Egyptian authorities arrested this suspect, Philip Natanson, when his bomb accidentally ignited prematurely in his pocket. Having searched his apartment, they found incriminating evidence and names of accomplices to the operation.
Several suspects were arrested, including Egyptian Jews and undercover Israelis. Colonel Dar and Elad had managed to escape. Two suspects, Yosef Carmon and Hungarian-born Israeli Meir Max Bineth committed suicide in prison.

Trials and jail

The Egyptian trial began on December 11 and lasted until January 27, 1955; two of the accused (Moshe Marzouk and Shmuel Azar) were condemned to execution by hanging, two were acquitted, and the rest receiving lengthy prison terms.

The trial was criticized in Israel as a show trial, although strict Israeli military censorship of the press, at the time, meant that the Israeli public was kept in the dark about the facts of the case and, in fact, were led to believe that the defendants were innocent.[7] There were allegations that evidence had been extracted by torture.[8]

After serving seven year jail sentences, two of the imprisoned operatives, Meir Meyuhas and Meir Za'afran, were released in 1962. The rest were eventually freed in February 1968, in a secret addendum to a prisoner of war exchange.

Soon after the affair, Mossad chief Isser Harel expressed suspicion to Aman concerning the integrity of Avri Elad. Despite his concerns, Aman continued using Elad for intelligence operations until 1956, when he was caught trying to sell Israeli documents to the Egyptians. Elad was tried in Israel and sentenced to 10 years imprisonment. In 1980, Harel publicly revealed evidence that Elad had been turned by the Egyptians even before Operation Susannah.

Political aftermath

Denial and first inquiry

In meetings with prime minister Moshe Sharett, minister of defense Pinhas Lavon denied any knowledge of the operation. When intelligence chief Gibli contradicted Lavon, Sharrett commissioned a board of inquiry consisting of Israeli Supreme Court Justice Isaac Olshan and the first chief of staff of the Israel Defense ForcesYaakov Dori that was unable to find conclusive evidence that Lavon had authorized the operation. Lavon tried to fix the blame on Shimon Peres, who was the secretary general of the defense ministry, and Gibli for insubordinationand criminal negligence.
Sharett resolved the dilemma by siding with Peres, who along with Moshe Dayan testified against Lavon, after which Lavon resigned, 17 February 1955. Former prime minister David Ben-Gurion succeeded Lavon as minister of defense. A short time later, Sharett, who did not know about the operation in advance, and who had strongly denied Israel's involvement, resigned as Prime Minister and was replaced by Ben-Gurion.

Subsequent revelations and inquiries

In April 1960, a review of minutes from the inquiry found inconsistencies and possibly a fraudulent document in Gibli's original testimony that seemed to support Lavon's account of events. During this time, it also came to light that Elad (the Israeli agent running Operation Susannah in Egypt), had committed perjury during the original inquiry. Elad was also suspected of betraying the group to Egyptian authorities; though the charges were never proven, he was eventually sentenced to a jail term of 10 years. Ben-Gurion scheduled closed hearings with a new board of inquiry chaired by Haim Cohn, a supreme court justice.

This inquiry found that the perjury indeed had been committed, and that Lavon had not authorized the operation. Sharett and Levi Eshkoltried to issue a statement that would placate both Lavon and those who had opposed him. Ben-Gurion refused to accept the compromise and viewed it as a divisive play within the Mapai party.

Another investigative committee took up the matter and sided with the Cohn inquiry. Ben-Gurion then resigned from his post as defense minister. This led to the expulsion of Lavon from the Histadrut labor union and an early call for new elections which changed the political structure in Israel. The specifics of Operation Susannah were kept secret from the Israeli public at the time of the political upheaval.

Public debate

Due to Israel's strict Military Censorship the details of the affair could not be openly discussed in the media. Despite this, debate did occur but with the use of code words such as the 'Senior Officer,' to refer to Gibli, and the 'unfortunate business' to refer to the Egyptian operation.[9]

Legacy
Operation Susannah and the Lavon Affair turned out to be disastrous for Israel in several ways:

▪   Israel lost significant standing and credibility in its relations with the United Kingdom and the United States that would take years to repair. (The encyclopedia of the Arab-Israeli conflict: a political, social, and military history. ABC-CLIO, 2008. p. 610)

▪   The political aftermath caused considerable political turmoil in Israel that affected the influence of its government. (Beinin, Joel. The dispersion of Egyptian Jewry: culture, politics, and the formation of a modern diaspora, AUC Press. 2005. p. 111)

In March 2005, Israel publicly honored the surviving operatives, and President Moshe Katsav presented each with a certificate of appreciation for their efforts on behalf of the state, ending decades of official denial by Israel.[10]
http://en.wikipedia.org/wiki/Lavon_Affair


Een ander voorbeeld van de geraffineerde complotten van Israel is de volgende affaire, die vicepremier Asscher ongetwijfeld kent:


JANUARY 06, 2015

NSA AGENT: ISRAEL ATTACKED USS LIBERTY TO HIDE THE TRUTH FROM WASHINGTON

The Israeli attack on the USS Liberty, which killed 34 sailors, wounded 171 other crew members, and severely damaged the ship, was no accident. It was a deliberate act of murder executed by Washington’s key ally in the Middle East.

For years, the Israeli and US governments have lied to the relatives of the murdered and wounded crew of the USS Liberty and to the American people, without whose hard-earned tax money Israel would not be the criminal, arrogant aggressor state that it is today.

However, according to a former signals intelligence analyst of the US National Security Agency (NSA), the Israeli combined air and sea attack on the USS Liberty, which took place on 8 June 1967, was a premeditated act carried out because the Israelis 'didn’t want the US to know what they were up to in the Sinai before they invaded Egypt.'

The analysis, Bill Scannell, was speaking at the Chaos Communications Congress in Hamburg in December 2014. His remarks about Israel’s attack on the USS Liberty can be viewed 18 minutes, 20 seconds into the above video.

Kortom, het PVDA/VVD kabinet heeft een ambtenaar ontslagen omdat die haar privé-mening had getwitterd, waardoor  'de maag' van vicepremier Asscher zich 'om[keerde] toen ik het hoorde.' Het opmerkelijke is dat 'de maag' van deze PVDA-minister zich niet spontaan 'om[keerde]' toen hij vernam dat tenminste 500 Palestijnse kinderen vorig jaar zomer door zijn bevriende zionisten in Israel waren vermoord. Voor alle duidelijkheid, dit ligt niet aan 'de maag' van de bewindsman, maar aan zijn hersenen, om precies te zijn: aan zijn pro-Israel-opvattingen, waarbij het vermoorden van meer dan 500 Palestijnse kinderen ook door hem onvoldoende werd geacht om voor te stellen het Associatie Verdrag met Israel op te schorten tot Israel zich niet langer meer als een schurkenstaat gedraagt. Sterker nog: het vermoorden van ruim 500 Palestijnse kinderen veroorzaakte geen enkele maagklacht bij hem, want als kabinetslid zorgde ook hij ervoor dat Nederland hierover zweeg toen deze oorlogsmisdaad ter sprake kwam in de Verenigde Naties. Van een massale kindermoord draait Lodewijk's 'maag' niet om, maar wel van de opmerking van een PVDA-ambtenaar over ISIS en Israel. Het demonstreert andermaal waar de vicepremier's sympathie ligt. De man gedraagt zich a-sociaal. Punt. Uit. Hij handelt als een politieke poseur, een gecorrumpeerde zionist, die een loopje neemt met de democratie en de mensenrechten. Zo, dat is gezegd, per slot van rekening dient een journalist duidelijk te maken waar hij staat. Volgende keer meer.


De 'maag' van vicepremier Lodewijk Asscher is een maag die direct door zijn hersenen wordt aangestuurd



Lodewijk Asscher's Angstpolitiek 4


Hoe verkoopt een PVDA-politicus zijn neoliberaal beleid aan kiezers die juist hem hebben gekozen om hen te beschermen tegen een neoliberaal beleid? Er is maar één manier: en dat is de aandacht afleiden door een vijand aan te wijzen, die het liefst zo dichtbij mogelijk is en die op elk moment overal in het land een bloedbad kan veroorzaken. En dus suggereert de zich als joods profilerende vicepremier Lodewijk Asscher tegenover Het Parool dat er een vijfde colonne van islamieten onder ons is, bestaande uit 'een jonge generatie die thuis Arabische zenders heeft opstaan,' waarop 'kinderlokkers met kwade intenties' hem of haar kunnen 'ronselen.' Het feit dat hij benadrukt dat deze islamtische 'kinderlokkers' ook nog 'kwade intenties' hebben, alsof er ook 'kinderlokkkers' met goede 'intenties' zouden bestaan, onderstreept nog eens dat de angst met volle kracht moet worden aangewakkerd. Nu de voormalige sociaal-democraten 'de bevrijdende werking' hebben ervaren 'van het afschudden van de ideologische veren,' om in de terminologie te blijven van hun grote voorman Wim Kok, en zij zich vroom bekeerd hebben tot het ware geloof, te weten het neoliberalisme, zitten de PVDA-ers met een probleem van formaat opgescheept, namelijk: hoe overtuigen ze hun achterban dat 'er geen alternatief [is] voor de maatschappelijke constellatie die we nu hebben' en het 'dus geen enkele zin [heeft] daar naar te streven'? De vraag is hoe zij nog geloofwaardig over kunnen komen nu volgens opiniepeilingen blijkt dat hun neoliberaal beleid zal leiden tot een verlies van bijna driekwart van het aantal parlementszetels die de partij nu heeft. Het helpt kennelijk niet om erop te blijven hameren dat 'er geen alternatief' voor het  neoliberalisme bestaat, een ideologie die 'het einde van de geschiedenis,' heeft ingeluid, aangezien het, volgens de aanhangers ervan, gehoorzaamt aan even universele en onveranderlijke wetmatigheden als elke andere natuurwet. 

In een poging de aandacht voor het failliet van de sociaal-democratie én het neoliberalisme af te leiden, zit er voor het PVDA-boegbeeld niets anders op dan het toepassen van de oude beproefde politiek van de angst. Alle aandacht moet dus worden gefocussed op een binnenlandse vijand, die een rampzalige bedreiging vormt voor de rust en orde in het vaderland. Vandaar dat  de vicepremier teruggrijpt op een niet bestaand 'antisemitisme' en vervolgens met veel pathos opmerkt: 'Niet meer vrijheid inleveren,' daarmee het absurde beeld oproepend dat 'zestienjarige' islamieten in Nederland, die 'willens en wetens geronseld zijn door kinderlokkers met kwade intenties' de oorzaak ervan zijn dat Nederlanders hun 'vrijheid' deels hebben moeten 'inleveren.' Maar over welke 'vrijheid' de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid spreekt, verzwijgt hij. Asscher doet het voorkomen alsof onze 'vrijheid,' die door zowel de Nederlandse staat als bijvoorbeeld de Amerikaanse NSA wordt ingeperkt dan wel geschonden, juist door jeugdige islamieten hier al is aangetast. Om deze leugen geloofwaardig te maken wordt naar het vermeende 'antisemitisme' in Nederland verwezen, benevens naar 'kinderlokkers' op 'Arabische zenders' en de 'Kristallnacht' uit het nazi-Duitsland van 1938. Lodewijk Asscher's uitlatingen zijn een schoolvoorbeeld van wat Slavoj Žižek 'postpolitiek' noemt, een  

politiek die beweert de oude ideologische strijd achter zich te laten en zich in plaats daarvan te richten op de deskundig management en bestuur, terwijl 'biopolitiek' de regulering van de veiligheid en het welzijn van het leven van mensen als haar primaire doel aanwijst.

Om te voorkomen dat zijn failliete neoliberale beleid ter discussie komt, probeert minister Asscher de aandacht af te leiden, te verleggen naar een interne vijand die met zijn slapende cellen het voortbestaan van fatsoenlijke burgers bedreigt. 

Zijn er dan geen 'islamitische extremisten' in Nederland? Ongetwijfeld zullen die bestaan. Zijn die dan niet 'antisemitisch'? Nee. Zij zijn woedend op joodse Nederlanders die publiekelijk de terreur van de 'Joodse staat' steunen. Die steun wordt niet bekritiseerd door Haagse politici die in theorie alle Nederlanders vertegenwoordigen. Integendeel zelfs, Israel kan en mag doen wat het wil, geen enkele westerse natie, zelfs de Verenigde Staten niet met zijn oppermachtige zionistische lobby, kan de terreur stoppen. En dus gaan de zionisten gewoon door met het stelen van Palestijns land en het terroriseren van de Palestijnse burgerbevolking. Joden in Nederland met kennelijk extremistische opvattingen steunen deze terreur, waarbij in 2009 meer dan 300 Palestijnse kinderen werden vermoord en in 2014 meer dan 500, ondanks het feit dat bij het laatste bloedbad

MORE CHILDREN THAN PALESTINIAN FIGHTERS ARE BEING KILLED IN ISRAEL'S OFFENSIVE ON GAZA, ACCORDING TO THE UN. SHOWN HERE ARE THE NAME, AGE, AND SEX OF 132 OF THOSE CHILDREN, RECORDED BY THE AL MEZAN CENTRE FOR HUMAN RIGHTS.


Waarom zouden joodse Nederlanders, die het verkiezen om hier in het veilige en comfortabele Nederland te blijven wonen, het zionistisch fascisme steunen, terwijl dappere Joods-Israeli's die de zionistische terreur van nabij hebben meegemaakt, zich fel hiertegen verzetten? Zo schreef 'Attorney Michael Sfard, an expert in international law and legal advisor to Yesh Din: Volunteers for Human Rights' in de Israelische kwaliteitskrant Haaretz over generaal Gadi Eisenkot, die in februari 2015 zal worden beëdigd als chef staf van de Israelische Strijdkrachten: 

'What happened in the Beirut suburb of Dahiya in 2006 will happen in every village from which shots are fired in the direction of Israel,' Eisenkot said to journalists from Yedioth Ahronoth. 'We will wield disproportionate power against every village from which shots are fired on Israel, and cause immense damage and destruction. From our perspective, these are military bases. This isn't a suggestion. This is a plan that has already been authorized.' 

Hence, in two short sentences, one of the Israel Defense Force's senior commanders stated, with the world as his witness, his intention to violate the two central tenets of the international laws of war: the principle of distinction, which states that every time military force is used, it is imperative to differentiate enemy combatants from enemy civilians, and that attacks may be directed only at the former; and the proportionality principle, which states that even in attacks against enemy combatants, disproportional use of power is prohibited. 

It is important to understand this: The international legal definition of an illegal military attack is one directed at civilians, or one that involves a disproportional use of force. It was as if Eisenkot, then, was standing on a hilltop, declaring his intention to commit war crimes, yelling to passersby, 'My intentions are biggest of all!' 

Upholding international law is not a privilege or a choice. It does not bend and shift depending on the complexities of regional geopolitics. Israel, as an active and essential member of the global community, relying on support and friendship from nations worldwide, has a responsibility and obligation to uphold the highest international standards of conduct. 
http://www.haaretz.com/hasen/spages/1027755.html

Geen woord hierover van het Nederlandse kabinet, geen woord hierover van vicepremier Lodewijk Asscher die zich steeds meer manifesteert als een zionistische Nederlander met scherpe kritiek op islamitische Nederlanders. Waarom zwijgt de PVDA-er hierover? Waarom dienen islamieten zich wel aan de wet houden en Joodse-Israeli's niet? Waarom zwijgt Lodewijk Asscher hierover, terwijl hij toch islamitische Nederlanders aanspreekt met de vermaning dat 'je je kind niet met oogkleppen [kunt] opvoeden'? Waarom spreekt hij niet de joodse gemeenschap in Nederland hierop aan? En waarom weigert hij het een initiatief te nemen om het Associatieverdrag met Israel op te schorten totdat de 'Joodse staat' zich aan het internationaal recht houdt? Fatsoenlijke mensen hebben hiervoor gepleit, niet alleen in het Westen, maar ook in Israel zelf. De dappere bejaarde Joods-Israelische Jeff Halper, 'head of The Israeli Committee Against House Demolitions (ICAHD),' schreef op de Amerikaanse website CounterPunch van 18 augustus 2014:

How Israel Undermines International Law Through 'Lawfare'

Globalizing Gaza

Operation Protective Edge was not merely a military assault on a primarily civilian population. As in its previous 'operations' (Cast Lead in 2008-9 and Pillar of Defense in 2012), it was also part of an ongoing assault on international humanitarian law (IHL) by a highly coordinated team of Israeli lawyers, military officers, PR people and politicians, led by (no less) a philosopher of ethics. It is an effort not only to get Israel off the hook for massive violations of human rights and international law, but to help other governments overcome similar constraints when they embark as well on 'asymmetrical warfare,' 'counterinsurgency' and 'counter-terrorism' against peoples resisting domination. It is a campaign that Israel calls 'lawfare' and had better be taken seriously by us all.

Vicepremier Asscher weet dit, maar blijft hierover muisstil, in tegenstelling tot kritische Joden in Israel. Ook via de 'conspiracy of silence' steunt hij de Israelische terreur. Vandaar de walging van onder andere islamitische Nederlanders over de hypocrisie van de Nederlandse politici, en hun spreekbuizen in de Nederlandse mainstream-media. Vandaar de woede over  joodse Nederlanders die — oh eeuwige gotspe — zichzelf alleen nog maar als slachtoffer kunnen zien. Het gecultiveerde slachtofferschap van een deel van mijn joodse generatiegenoten en hun kinderen is pathetisch, en heeft weinig tot niets te maken met antisemitisme, maar veel meer met een gebrek aan identiteit. Nagenoeg niemand in de polder die hen durft aan te spreken op hun persoonlijke verantwoordelijkheid, hun persoonlijke integriteit, hun persoonlijke moraliteit, en wel omdat door schuldgevoel, zoals Jan Blokker vaststelde, na 1945

het jodendom in de christelijke wereld vrijwel heilig [is] verklaard en geen volk dat in die processie zo hard vooroploopt als de Nederlanders 

En wat de identiteitskwestie betreft, daarover schreef Benjamin Beit-Hallahmi, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Haifa, in zijn boek Original Sins. Reflections on the History of Zionism and Israël (1998) ondermeer het volgende:

Het lijden van de joden door de eeuwen heen, en speciaal tijdens de Holocaust, is gebruikt om het ontzeggen van Palestijnse rechten te rationaliseren en te rechtvaardigen. Dit is zo doeltreffend gebeurd dat de Palestijnen beschouwd worden als de agressors in het Israëlisch-Palestijnse conflict, dat gezien wordt als een simpele voortzetting van de eeuwenlange joodse vervolging.

En:

Diep (of niet zo diep) is iedere zionist zich bewust van de fundamentele immoraliteit van de manier waarop het zionisme de oorspronkelijke bewoners heeft behandeld.

En:

In ruil voor de onbeperkte politieke steun aan Israël hebben de Amerikaanse joden gekregen waaraan het ze het meest ontbreekt: een ideologische inhoud om de leegte van hun identiteit te vullen.

Toen ik Beit Hallahmi begin maart 2008 interviewde bevestigde hij dat dat gebrek aan een duidelijk omlijnde joodse identiteit ook opgaat voor de meeste joden in Europa. Dit verklaart het almaar teruggrijpen op de holocaust en het vermeende antisemitisme onder islamitische Europeanen. Al in 1981 waarschuwde Nahum Goldman, 12 jaar lang president van de World Zionist Organisation:

Wij zullen moeten begrijpen dat het joodse lijden tijdens de Holocaust niet langer meer als verdediging zal dienen, en we zullen zeker moeten nalaten de Holocaust als argument te gebruiken om gelijk wat we ook mogen doen te rechtvaardigen. De Holocaust gebruiken als een excuus voor het bombarderen… is een soort 'ontheiliging,' een banalisering van de onschendbare tragedie van de Holocaust, die niet misbruikt moet worden om een politiek twijfelachtig en moreel onverdedigbaar beleid te rechtvaardigen.

Op zijn beurt waarschuwde Avraham Burg, voormalig voorzitter van de Knesset, het Israelisch parlement, die ten slotte de 'diaspora' verkoos boven het leven in Israël, dat de 'staat Israël definiëren als een Joodse staat de sleutel [is] tot zijn ondergang.’Burg verklaarde dat 

er weliswaar hier toch nog een Joodse staat mag ontstaan, maar het zal van een ander slag zijn, vreemd en lelijk… Wij leven in een verpletterend mislukte werkelijkheid. Jazeker, we hebben de Hebreeuwse taal nieuw leven ingeblazen, een prachtige theatercultuur geschapen en een sterke munteenheid. Onze Joodse hersenen zijn zo scherp als altijd. We handelen aan de Nasdaq. Maar zijn dit de redenen waarom we een staat creëerden? […] De 2000 jaar oude joodse strijd om te overleven is geëindigd in een nederzettingen-staat, georganiseerd door een amorele kliek van corrupte overtreders van de wet die doof zijn voor zowel hun eigen burgers als voor hun vijanden. Een staat die geen rechtvaardigheid bezit, kan niet overleven. Meer en meer Israëli’s beginnen dit te begrijpen wanneer zij hun kinderen de vraag stellen waar ze denken dat ze over 25 jaar leven. Kinderen die eerlijk zijn geven, tot hun ouders schok, toe dat ze het niet weten. Het aftellen van het einde van de Israëlische samenleving is begonnen.

Desondanks blijft een deel van de joodse gemeenschap in Nederland blind de zionistische terreur steunen, daarbij verwijzend naar het 'toenemend antisemitisme.' Op die manier proberen ze te ontsnappen aan hun eigen persoonlijke verantwoordelijkheid, terwijl ze tegelijkertijd wel een beroep doen op de democratische rechtstaat. Het gevolg is dat zij door ondermeer islamitische Europeanen worden aangesproken op die steun aan de 'Joodse staat.' Het is weerzinwekkend dat vandaag de dag nog steeds joodse Europeanen het zionistisch fascisme steunen. Zij zouden moord en brand schreeuwen zodra ze op dezelfde wijze werden behandeld als Israel de Palestijnse bevolking behandelt.  De kritiek op hen is volkomen begrijpelijk. En zelfs het feit dat onder islamitische jongeren extremisten rondlopen is, hoewel verwerpelijk, eveneens begrijpelijk. Een paar jaar voor zijn dood vertelde mij Hajo Meijer van een Ander Joods Geluid, die als jood Auschwitz overleefde:

Een van de ergste joodse terroristen uit de geschiedenis van Palestina/Israël was Avraham Stern, ook bekend onder zijn schuilnaam 'Yaïr'. Hij was de oprichter en - tot zijn dood in 1942 - de inspirator van de gevreesde terreurgroep Stern-Bende (Stern Gang). Deze terreurgroep, in het Ivriet LEHI geheten, was tijdens het Britse mandaat in Palestina en zelfs nog tot eind 1948 berucht om zijn moorden en massaslachtingen. Sterns schuilnaam verwijst naar Eleazar ben Yair, de fanatieke ‘held’ van de opstand tegen de Romeinen, die, na de val van Masada, met zijn mensen collectief zelfmoord pleegde. Het is opmerkelijk dat de minister-president van Israël, Ehud Olmert, het nodig en gepast vond om naar aanleiding van de honderdste geboortedag van Stern een speciale zitting van het Israëlische parlement te organiseren. Bij deze zitting waren, behalve de parlementsleden en de regering, ook de nog levende oud-leden van zijn terreurgroep uitgenodigd. 

Deze Avraham Stern was zo anti-Brits dat hij, nadat Mussolini in Noord-Afrika was verslagen, contact met de nazi's zocht om samen met hen tegen de Britten te vechten. Na de moord op de politiechef van Tel-Aviv door twee leden van zijn groep werd hijzelf eind 1941, mede door de hulp van minder extremistische zionisten, door de Britse geheime dienst gedood. De Stern-Bende heeft zich daarna nog schuldig gemaakt aan de moord op de Britse politicus Lord Moyne (op 6 november 1944 in Cairo), de moord op graaf Folke Bernadotte, de afgezant van de Verenigde Naties in het Nabije Oosten (op 6 november 1944) en, last but not least, aan het plegen van de massamoord in Deir Yassin (op 9 april 1948). Hierbij werden in koelen bloede 245 Palestijnen, onder wie veel vrouwen en kinderen, vermoord. De moord op Lord Moyne was aanleiding voor Churchill om 11 dagen later de volgende woorden in het Lagerhuis uit te spreken: 'Als onze dromen over het zionisme moeten eindigen in de rook van de pistolen van moordenaars en als onze pogingen voor zijn toekomst alleen een nieuwe groep gangsters voortbrengen die heel goed in Nazi-Duitsland zouden passen, dan zullen velen, zoals ook ikzelf, de houding moeten herzien die we zo lang en zo consistent in het verleden hebben aangenomen.’ 

Deze geschiedenis van gewelddaden is in gang gezet en geïnspireerd door een uiterst extremistische en niets ontziende man; Avraham Stern ofwel 'Yair.' Dat Israëls premier Olmert, wiens land ook door het EU-associatieverdrag nauw met ons land en Europa is verbonden, zijn honderdste geboortedag alsmede zijn bendegenoten EERVOL meende te moeten herdenken -- hem zelfs als nationale held meende te moeten presenteren -- moet ons ten aanzien van de moraal van dat land alsook van die van de premier zelf, tot nadenken stemmen. De heer Olmert gebruikte hierbij onder andere de volgende woorden: 

'Nu we herdenken dat hij 100 jaar geleden geboren is en dat het 65 jaar geleden is dat hij werd vermoord, verdient "Yair" het, dat de staat Israël hem niet vergeet en dat hij hem herdenkt als een van de pioniers van de mentaliteit van vrijheid en heldendom waarzonder onze natie niet zou zijn herboren. Dit betekent niet dat wij ons met alles wat hij ons leerde moeten identificeren, omdat ''Yair'' een onafhankelijk pad bewandelde in de zionistische strijd. Welke reserves men ook zou kunnen hebben, "Yairs" bijdrage aan de vrijheid van Israël kan niet geloochend worden. De LEHI-strijders die door zijn inspiratie vochten, hebben in belangrijke mate bijgedragen aan het geloof en de toewijding waarmee de strijd is gestreden; met als resultaat de wedergeboorte van -- en het einde aan de mandaat-regering over -- Eretz Israël (Groot Israël). 

Zou onze Minister van Buitenlandse Zaken, de heer Verhagen, van dit gebeuren op de hoogte zijn en zo ja, zou het zijn houding tegenover zijn Israëlische ‘collega´s’ kunnen beïnvloeden? Niets meer op gehoord. Ik bedoel maar, het door het Israëlische parlement eervol herdenken van een joodse terrorist kan allemaal consequentieloos. Joodse politici mogen dit. De Europeanen zouden één ding niet mogen vergeten: de huidige slachtoffers van tweeduizend jaar westers antisemitisme zijn de Palestijnen, en niet de Europeanen zelf. Het probleem van het christelijke antisemitisme is in het Midden-Oosten gedumpt. Dat maakt de Europeanen medeverantwoordelijk voor de onderdrukking en verdrijving van de Palestijnen. 


Kortom, terrorisme is geen exclusief islamitisch fenomeen, maar is het wapen geweest van zionistische extremisten, die de 'Joodse staat' hebben gecreëerd. Terrorisme is altijd het wapen van de zwakkere geweest tegen de terreur van de sterkere. En wanneer joodse Nederlanders de zionistische terreur blijven steunen dan zal, vrees ik, dit ook hier contra-terreur opleveren. En omdat de sterke zich omringt met veiligheidsmaatregelen zal de zwakke de dupe worden, zo leert ons de geschiedenis. Het joods slachtofferisme, waarop  vicepremier Asscher en de Nederlandse mainstream-media zich beroepen, werkt in de praktijk contraproductief. Het criminaliseren van islamitische Nederlanders, en hun weerzin over de westerse hypocrisie niet serieus nemen, is een domme politiek. Meer daarover later. 


Slachtoffers Israelische terreur in 2014.