• All governments lie, but disaster lies in wait for countries whose officials smoke the same hashish they give out.

  • I.F. Stone

vrijdag 26 augustus 2016

Frank Westerman's Provinciale Schrijverij 13

report published by the London School of Economics last month found extreme levels of bias in BBC reporting. The 'impartial' BBC's early evening news was almost five times more likely to depict Labour leader Jeremy Corbyn in a negative light. In the time period studied (September 1 - November 1, 2015), no headlines on this key news programme presented Corbyn in a positive light.

But this is a mere drop in the ocean of the corporation's pro-establishment bias. It could hardly be more obvious that BBC news reports, comment pieces and discussions are overwhelmingly hostile to US-UK government enemies like Russia, Iran, Venezuela, North Korea and Syria, and overwhelmingly favourable to the United States and Israel. It has long been clear to us that BBC journalists perceive this, not as bias, but as an accurate depiction of a world that really is divided into well-intentioned Western 'good guys' and their enemies, the 'bad guys.’

On August 20, the BBC website featured a Radio 4 Today programme discussion hosted by former political editor Nick Robinson interviewing BBC World Affairs Editor John Cody Fidler-Simpson and Dr. Karin von Hippel, a former State Department official dealing with US strategy against Islamic State.

The discussion was introduced with the following written text, which was repeated in slightly altered form in Robinson's spoken introduction:

'Exactly five years ago President Obama called on the Syrian President Bashir-Al-Assad to step down but today he is still in power.’

The prominence and repetition of the observation of course conferred great significance. The implication: for the BBC, Obama is not just the leader of another country, he is a kind of World President with the authority to call on other leaders to 'step down.’ In reality, Obama made his demand, not in the name of the United Nations, or of the Syrian people, but because, as President George H.W. Bush once declared: 'what we say goes.’
Media Lens. Propagandizing For War. 25 augustus 2016


Of iets ‘waar gebeurd’ is of aan de fantasie van de schrijver ontsproten, is ongeschikt als indelings- of beoordelingscriterium. Daarom weg met fictie en non-fictie, vindt Frank Westerman… De grenzen tussen journalistiek, geschiedschrijving en literatuur vervagen… Het meest gangbare indelingscriterium heeft zijn langste tijd gehad: het muurtje tussen fictie (zoals romans en verhalen) en non-fictie (zoals studies en reisverslagen) brokkelt af. En dat is maar goed ook. Als onderscheidingskenmerk is het namelijk oninteressant en op den duur onhoudbaar.

Dit was de essentie van Frank Westerman’s betoog in 2000, toen hij -- en passant -- zichzelf verhief tot het niveau van een groot schrijver, want om zijn woorden kracht bij te zetten verklaarde de toen 37-jarige journalist dat 

[d]e zes-delige memoires van de Russische schrijver Konstantin Paustovksi zijn doorspekt met fictieve details. Toch bieden deze ‘herinneringen’ rakere en diepere inzichten in de Russische revolutiejaren dan een hele plank historische studies.

Het probleem voor de lezer is evenwel dat Westerman geen Paustovsky is, hoe graag eerstgenoemde dit ook zou willen. Ik vrees dat de voornaamste reden van dit feit is dat Frank Westerman niet de onontbeerlijke eerlijkheid kan opbrengen om een literair werk te creëren. Het ontbreekt hem aan een zekere intellectuele distantie. In tegenstelling tot Paustovsky is Westerman het product van een onverzadigbare consumptiecultuur waarin een virtuele werkelijkheid dominant is geworden, en waaraan een mainstream-journalist zich niet kan onttrekken. Frank Westerman is — net als zijn held Henk Hofland dit was — een broodschrijver die zich conformeert aan de algemeen geldende mores. Deed hij dit niet, dan zouden zijn boeken niet goed verkopen en zou hij in financiële moeilijkheden kunnen komen. Het kleine Nederlandse taalgebied laat weinig tot geen ruimte open voor experiment en afwijkende gedachten. En dat terwijl iedere minor poet in de polder zich wel kritiekloos een Paustovsky kan wanen. Niet voor niets koos Westerman het fenomeen ‘terrorisme’ als onderwerp, en niet bijvoorbeeld het verkeer dat elk jaar weer veel dodelijker is dan welke terreurdaad in het Westen ook. Waar het voor hem allereerst op aankomt is niet de realiteit, maar, volgens eigen zeggen:

de kwaliteit van het cement, en dat is de duiding, het blootleggen van de grote lijnen, het vertellen van het verhaal. Betogen en beschrijven vloeien dan ineen, en het bouwsel heeft alleen waarde als het overtuigt.

Kortom, de feiten zijn ondergeschikt aan de mening, in dit geval de boodschap van de journalist die voor hem zelfs een therapeutische waarde heeft, tenminste, als 'we' afgaan op Westerman stelling dat:

[m]et dit boek ik revanche [heb] genomen op mijn uitgeholde geloof in dat woorden er wel toe doen. Cynisme is de opzichtige camouflage van de machteloze. Ik heb terrein willen terugwinnen op mijn eigen cynisme, een boek lang.

Ook de voor hem helende werking van zijn tekst maakte het onmogelijk om de werkelijkheid weer te geven. Het boek Een Woord Een Woord (2016) over ‘het terrorisme’ is geschreven voor een zo groot mogelijk publiek dat door politici en mainstream-journalisten al jarenlang wordt bestookt met suggestieve terreurverhalen, die het doen voorkomen alsof elke westerling ‘best weerloos’ is tegen ‘de gesel van terreur’ die ‘ingrijpt in gewone levens.’  Westerman's boek speelt in op de irrationele angst van de  doorsnee-lezer dat hij op elk moment van de dag en de nacht verminkt of gedood kan worden door ‘zaaiers van dood en verderf.’ Het doortrapte van Westerman’s werkwijze is dat een — naar ik mag aannemen — geoefend lezer als Jeroen Vullings, literair criticus van Vrij Nederland, meent dat 

[h]et sterke van Westerman is dat hij geen oordeel uitspreekt; hij laat zijn presentatie van de feiten hun choquerende werk doen,

volstrekt niet beseffend dat alleen al Westerman’s keuze een uitgesproken oordeel verraadt van wat hij tot terrorisme rekent en vooral ook wat niet. Het in strijd met het internationaal recht uitvoeren van een agressieoorlog die leidt tot honderdduizenden doden en het uiteenvallen van landen als Afghanistan, Irak, Libië en nu Syrië, blijft onbesproken zodat de auteur de lezer op het verkeerde been kan zetten door de aandacht te verleggen van grootschalige staatsterreur tot kleinschalige terrorisme van zogeheten ‘non-state actors.’ Daarbij wordt bovendien voorbijgegaan aan het feit dat de VS jaarlijks bijna evenveel spendeert aan het militair-industrieel complex als de rest van de wereld bij elkaar, om zodoende de Amerikaanse hegemonie met massaal geweld ‘veilig te stellen.’ Alleen al in dit opzicht is Westerman’s bewering absurd dat ‘wij’ westerse burgers ‘weerloos [zijn],’ aldus een ‘nieuwsbrief’ van Vrij Nederland met als wonderlijke slogan: ‘Make Vrij Nederland great again!’  

Frank Westerman werpt met zijn boek de vraag op: ‘Wat kun je uitrichten met het woord tegenover iemand die de wapens opneemt?’ Hoe retorisch de vraagstelling is blijkt wanneer de auteur in interviews meteen al stelt dat de ‘pen niet zonder het zwaard’ kan. Uiteindelijk kan, volgens hem alleen met grootschalig ‘geweld’ de vrijheid van meningsuiting worden beschermd, waardoor de vraag wat men kan ‘uitrichten’ tegen ‘iemand die de wapens opneemt,’ onmiddellijk beantwoord wordt, zonder dat de VN-recensent beseft dat ‘Westerman’ een duidelijk ‘oordeel uitspreekt’ en hij ‘de feiten’ juist niet ‘hun choquerende werk’ laat ‘doen.’ Er gaat tenslotte voor ‘onze’ Frank niets boven het grootscheeps ‘geweld’ van de NAVO dat al zoveel doden en zoveel chaos heeft veroorzaakt. Hier demonstreert Westerman dat ‘[b]etogen en beschrijven [ineen]vloeien,’ omdat volgens hem ‘het bouwsel alleen waarde [heeft] als het overtuigt.’ De werkelijkheid speelt dan een secundaire, zo niet tertiaire rol. De aantrekkelijkheid voor het mainstream-publiek wordt onbedoeld treffend beschreven door Jeroen Vullings, wanneer deze ‘literair criticus’ verklaart:

De camera die Frank Westerman van zijn pen maakt voert ons soepel mee. Zijn actiebeschrijvingen van de (trein)kapingen zouden menige ster kunnen beuren in VN's Detective en Thriller Gids. Maar datgene wat het meest effect sorteert is zijn reconstructie van het toenmalige Nederland. We zijn omringd door gevaarlijk gekken, schreef W.F. Hermans, een waarheid die blijvend actueel is. Frank Westerman doet er in elk geval als schrijver boek na boek grandioos zijn voordeel mee.

Sleutelwoorden zijn: ‘soepel,’ oftewel ‘gemakkelijk, buigzaam, moeiteloos.’  Zijn stijl is die van de hapklare brokken, die door de lezer als het ware gedachteloos en daardoor frictieloos verteerd kunnen worden. Het is het kenmerk bij uitstek van een auteur van populistische boeken. En omdat Nederland, in tegenstelling tot grote cultuurlanden, geen intelligentsia bezit die zich in de commerciële media manifesteert, krijgt men commentaren als deze van mevrouw Margalith Kleiwegt in het Radio I-programma Argos van 4 juni 2016:

omdat Frank Westerman zo goed is, zo waanzinnig goed, is dit een boek dat je niet weg wilt leggen. Het is geloofwaardig en je weet het. Westerman heeft een heel eigen toon en een heel eigen lijn. Hij zet je echt aan het denken. Wat meer kan je willen bij een onderzoeksjournalistiek boek, überhaupt bij een boek? 

Doordat de meeste Nederlanders provinciaals zijn gefixeerd, ontbreekt het hen aan een serieus criterium om te oordelen, en lukt het Westerman een journaliste als Kleiwegt ‘aan het denken’ te zetten. Vandaar ook dat zij overenthousiast kan zijn over de conclusie dat in een tijdperk van massavernietigingswapens ‘de pen’ niet zonder ‘het zwaard’ kan. ‘Wij’ betreden hier het universum van het zelfvernietigende absurdisme. Dat in een moderne oorlog de overgrote meerderheid van de slachtoffers burger is, met voorop vrouwen en kinderen, tempert het oordeel van mevrouw Kleiwegt — die zelf nooit de consequenties van een oorlog van nabij heeft meegemaakt — op geen enkele manier. Zolang zij in vrede en veiligheid kan blijven leven, reageert zij épris over een ‘zo waanzinnig goed’ boek. Such is life. De kleinburger schermt zich af tegen de grote-mensen-werkelijkheid, en meent dat in een wereld van ruim zeven miljard inwoners grootschalig ‘geweld’ de status quo voor eeuwig kan handhaven, zodat de neoliberale terreur die 64 miljardairs zo rijk heeft gemaakt dat ze tegenwoordig evenveel bezitten als de helft van de hele mensheid tezamen, ongestoord kan doorgaan. ‘Waanzinnig goed.’  Nu het intellectuele niveau in de polder zover is gedaald wordt het tijd om de misdadige propaganda van de Nederlandse mainstream-journalistiek in een hedendaags perspectief te plaatsen. Hoogste tijd dus om een onderzoeksjournalist en cineast van wereldniveau te citeren, in dit geval John Pilger, die augustus 2016 het volgende vaststelde:
In 2008, the prosecutor of the International Criminal Tribunal for the Former Yugoslavia, Carla Del Ponte, revealed that she had been pressured not to investigate NATO’s crimes.

This was the model for Washington’s subsequent invasions of Afghanistan, Iraq, Libya and, by stealth, Syria. All qualify as ‘paramount crimes’ under the Nuremberg standard; all depended on media propaganda. While tabloid journalism played its traditional part, it was serious, credible, often liberal journalism that was the most effective –- the evangelical promotion of Blair and his wars by the Guardian, the incessant lies about Saddam Hussein’s non-existent weapons of mass destruction in the Observer and the New York Times, and the unerring drumbeat of government propaganda by the BBC in the silence of its omissions.

At the height of the bombing, the BBC’s Kirsty Wark interviewed General Wesley Clark, the NATO commander. The Serbian city of Nis had just been sprayed with American cluster bombs, killing women, old people and children in an open market and a hospital. Wark asked not a single question about this, or about any other civilian deaths.

Others were more brazen. In February 2003, the day after Blair and Bush had set fire to Iraq, the BBC’s political editor, Andrew Marr, stood in Downing Street and made what amounted to a victory speech. He excitedly told his viewers that Blair had ‘said they would be able to take Baghdad without a bloodbath, and that in the end the Iraqis would be celebrating. And on both of those points he has been proved conclusively right.’ Today, with a million dead and a society in ruins, Marr’s BBC interviews are recommended by the U.S. embassy in London.

Marr’s colleagues lined up to pronounce Blair ‘vindicated.’ The BBC’s Washington correspondent, Matt Frei, said, ‘There’s no doubt that the desire to bring good, to bring American values to the rest of the world, and especially to the Middle East … is now increasingly tied up with military power.’

This obeisance to the United States and its collaborators as a benign force ‘bringing good’ runs deep in western establishment journalism. It ensures that the present-day catastrophe in Syria is blamed exclusively on Bashar al-Assad, whom the West and Israel have long conspired to overthrow, not for any humanitarian concerns, but to consolidate Israel’s aggressive power in the region. The jihadist forces unleashed and armed by the U.S., Britain, France, Turkey and their ‘coalition’ proxies serve this end. It is they who dispense the propaganda and videos that becomes news in the US and Europe, and provide access to journalists and guarantee a one-sided ‘coverage’ of Syria.

The city of Aleppo is in the news. Most readers and viewers will be unaware that the majority of the population of Aleppo lives in the government-controlled western part of the city. That they suffer daily artillery bombardment from western-sponsored al-Qaida is not news. On 21 July, French and American bombers attacked a government village in Aleppo province, killing up to 125 civilians. This was reported on page 22 of the Guardian; there were no photographs.

Having created and underwritten jihadism in Afghanistan in the 1980s as Operation Cyclone –- a weapon to destroy the Soviet Union –- the U.S. is doing something similar in Syria. Like the Afghan Mujahideen, the Syrian ‘rebels’ are America’s and Britain’s foot soldiers. Many fight for al-Qaida and its variants; some, like the Nusra Front, have rebranded themselves to comply with American sensitivities over 9/11. The CIA runs them, with difficulty, as it runs jihadists all over the world.

The immediate aim is to destroy the government in Damascus, which, according to the most credible poll (YouGov Siraj), the majority of Syrians support, or at least look to for protection, regardless of the barbarism in its shadows. The long-term aim is to deny Russia a key Middle Eastern ally as part of a NATO war of attrition against the Russian Federation that eventually destroys it.

The nuclear risk is obvious, though suppressed by the media across ‘the free world.’ The editorial writers of the Washington Post, having promoted the fiction of WMD in Iraq, demand that Obama attack Syria. Hillary Clinton, who publicly rejoiced at her executioner’s role during the destruction of Libya, has repeatedly indicated that, as president, she will ‘go further’ than Obama.

Gareth Porter, a journalist reporting from Washington, recently revealed the names of those likely to make up a Clinton cabinet, who plan an attack on Syria. All have belligerent cold war histories; the former CIA director, Leon Panetta, says that ‘the next president is gonna have to consider adding additional special forces on the ground.’

What is most remarkable about the war propaganda now in flood tide is its patent absurdity and familiarity. I have been looking through archive film from Washington in the 1950s when diplomats, civil servants and journalists were witch-hunted and ruined by Senator Joe McCarthy for challenging the lies and paranoia about the Soviet Union and China. Like a resurgent tumor, the anti-Russia cult has returned.

In Britain, the Guardian’s Luke Harding leads his newspaper’s Russia-haters in a stream of journalistic parodies that assign to Vladimir Putin every earthly iniquity (onrechtvaardigheid. svh). When the Panama Papers leak was published, the front page said Putin, and there was a picture of Putin; never mind that Putin was not mentioned anywhere in the leaks…

Putin is Demon Number One. It was Putin who shot down a Malaysian airliner over Ukraine. Headline: ‘As far as I’m concerned, Putin killed my son.’ No evidence required. It was Putin who was responsible for Washington’s documented (and paid for) overthrow of the elected government in Kiev in 2014. The subsequent terror campaign by fascist militias against the Russian-speaking population of Ukraine was the result of Putin’s ‘aggression.’ Preventing Crimea from becoming a NATO missile base and protecting the mostly Russian population who had voted in a referendum to rejoin Russia –- from which Crimea had been annexed -– were more examples of Putin’s ‘aggression.’ 

Smear by media inevitably becomes war by media. If war with Russia breaks out, by design or by accident, journalists will bear much of the responsibility.

In the US, the anti-Russia campaign has been elevated to virtual reality. The New York Times columnist Paul Krugman, an economist with a Nobel Prize, has called Donald Trump the ‘Siberian Candidate’ because Trump is Putin’s man, he says. Trump had dared to suggest, in a rare lucid moment, that war with Russia might be a bad idea. In fact, he has gone further and removed American arms shipments to Ukraine from the Republican platform. ‘Wouldn’t it be great if we got along with Russia,’ he said.

This is why America’s warmongering liberal establishment hates him. Trump’s racism and ranting demagoguery have nothing to do with it. Bill and Hillary Clinton’s record of racism and extremism can out-trump Trump’s any day. (This week is the 20th anniversary of the Clinton welfare ‘reform’ that launched a war on African-Americans). As for Obama: while American police gun down his fellow African-Americans the great hope in the White House has done nothing to protect them, nothing to relieve their impoverishment, while running four rapacious wars and an assassination campaign without precedent.

The CIA has demanded Trump is not elected. Pentagon generals have demanded he is not elected. The pro-war New York Times — taking a breather from its relentless low-rent Putin smears — demands that he is not elected. Something is up. These tribunes of ‘perpetual war’ are terrified that the multi-billion-dollar business of war by which the United States maintains its dominance will be undermined if Trump does a deal with Putin, then with China’s Xi Jinping. Their panic at the possibility of the world’s great power talking peace –- however unlikely –- would be the blackest farce were the issues not so dire (verschikkelijk. svh).
‘Trump would have loved Stalin!’ bellowed Vice-President Joe Biden at a rally for Hillary Clinton. With Clinton nodding, he shouted, ‘We never bow. We never bend. We never kneel. We never yield. We own the finish line. That’s who we are. We are America!’

In Britain, Jeremy Corbyn has also excited hysteria from the war-makers in the Labour Party and from a media devoted to trashing him. Lord West, a former admiral and Labour minister, put it well. Corbyn was taking an ‘outrageous’ anti-war position ‘because it gets the unthinking masses to vote for him.’

In a debate with leadership challenger Owen Smith, Corbyn was asked by the moderator: ‘How would you act on a violation by Vladimir Putin of a fellow Nato state?’
Corbyn replied: ‘You would want to avoid that happening in the first place. You would build up a good dialogue with Russia … We would try to introduce a de-militarization of the borders between Russia, the Ukraine and the other countries on the border between Russia and Eastern Europe. What we cannot allow is a series of calamitous build-ups of troops on both sides which can only lead to great danger.’

Pressed to say if he would authorize war against Russia ‘if you had to,’ Corbyn replied: ‘I don’t wish to go to war –- what I want to do is achieve a world that we don’t need to go to war.’

The line of questioning owes much to the rise of Britain’s liberal war-makers. The Labour Party and the media have long offered them career opportunities. For a while the moral tsunami of the great crime of Iraq left them floundering, their inversions of the truth a temporary embarrassment. Regardless of Chilcot and the mountain of incriminating facts, Blair remains their inspiration, because he was a ‘winner.’

Dissenting journalism and scholarship have since been systematically banished or appropriated, and democratic ideas emptied and refilled with ‘identity politics’ that confuse gender with feminism and public angst with liberation and willfully ignore the state violence and weapons profiteering that destroys countless lives in faraway places, like Yemen and Syria, and beckon nuclear war in Europe and across the world.

The stirring of people of all ages around the spectacular rise of Jeremy Corbyn counters this to some extent. His life has been spent illuminating the horror of war. The problem for Corbyn and his supporters is the Labour Party. In America, the problem for the thousands of followers of Bernie Sanders was the Democratic Party, not to mention their ultimate betrayal by their great white hope.

In the U.S., home of the great civil rights and anti-war movements, it is Black Lives Matter and the likes of Codepink that lay the roots of a modern version.

For only a movement that swells into every street and across borders and does not give up can stop the warmongers. Next year, it will be a century since Wilfred Owen wrote the following. Every journalist should read it and remember it.

If you could hear, at every jolt, the blood
Come gargling from the froth-corrupted lungs,
Obscene as cancer, bitter as the cud
Of vile, incurable sores on innocent tongues,
My friend, you would not tell with such high zest
To children ardent for some desperate glory,
The old lie: Dulce et decorum est
Pro patria mori. (It is sweet and glorious to die for one's country. svh)


In deze ‘Umwelt’ functioneren Frank Westerman en de westerse mainstream-pers als propagandisten voor ‘the powers that be,’ die bepalen dat 'what we say goes.’ Binnen deze context geldt ‘gehoorzaamheid aan de Verenigde Staten’ en zijn bondgenoten als een ‘heilzame kracht.’ Dit geloof ‘ligt diep verankerd in de westerse establishment journalistiek,’ waardoor ‘als er opzettelijk of per ongeluk, een oorlog met Rusland uitbreekt, journalisten veel van de verantwoordelijkheid dragen,’ vooral ook omdat ‘afwijkende journalistiek en wetenschap systematisch’ zijn ‘verbannen’ door de ‘corporate media’ die uiteindelijk maar één doel nastreven: het maken van zoveel mogelijk winst. Mede door het gebrek aan een alternatieve zienswijze ‘overtuigt’ alleen Westerman’s ‘bouwwerk’ dat in het algemeen ‘wij’ de beschaving vertegenwoordigen en ‘onze’ tegenstanders de barbarij. Elke andere visie wordt ogenblikkelijk de kop in gedrukt, mocht die überhaupt ergens in de commerciële media opduiken. De vooraanstaande Amerikaanse hoogleraar Bruce Ackerman, die doceert aan de Yale Law School, onderdeel van één van de acht Ivy League Universiteiten in de VS, en auteur van The Decline and Fall of the American Republic (2013) waarschuwde in The Atlantic van 24 augustus 2016:

If his administration gets its way, it would be even easier for future commanders in chief to take military action without approval from Congress.

President Obama has been emphatically warning Americans about the dangers of a Trump presidency. But these warnings divert attention from a much darker reality. His Justice Department is in fact pushing the law in a direction that will enable the next president to declare war against any ‘terrorist’ group or nation without the consent of Congress.

This reality is clear from the Department’s response to a lawsuit challenging the legality of Obama’s war against the Islamic State.

In 1973, Congress passed the War Powers Resolution over President Richard Nixon’s veto. It represented the culmination of a national effort to prevent future presidents from repeating Nixon’s unilateral escalations in Vietnam. The Resolution provides that, when a president commits American forces to a new military engagement, he has 60 days to gain the explicit authorization of Congress for the war. If Congress refuses its consent, the Resolution requires the commander in chief to withdraw his forces from the battlefield within the next 30 days.
The Resolution represented a fundamental breakthrough. According to Senator Jacob Javits, its leading sponsor:

‘We live in an age of undeclared war, which has meant Presidential war. Prolonged engagement in an undeclared Presidential war has created a most dangerous imbalance in our Constitutional system of checks and balances… [The bill] is rooted in the words and the spirit of the Constitution. It [aims] to restore the balance which has been upset by the historical enthronement of that power over which the framers of the Constitution regarded as the keystone of the whole Article of Congressional power–the exclusive authority of Congress to declare war; the power to change the nation from a state of peace to a state of war.’

In making war against the Islamic State, Obama also launched an assault on the Resolution, attacking Congress's constitutional position as the ultimate arbiter over war and peace. When he began his new military campaign against ISIS in June 2014, he made no effort to gain Congress’s explicit approval  within the next 60 days. He asserted that the decade-old Congressional authorizations for President George W. Bush's wars against al-Qaeda and Saddam sufficed for his new war. In doing so, he took advantage of widespread confusion. ISIS did not even exist when Congress authorized Bush’s attacks in 2001 and 2002. And by the time that Obama began his new military adventure, ISIS had become al-Qaeda's bitter enemy. 

Margalith Kleiwegt met naast zich haar zionistische collega Max van Weezel, die zich, volgens eigen zeggen, een werkzaam leven lang liet gebruiken door Haagse politici. Op de vraag: 'Wat deed u als u in Den Haag was?' kreeg een interviewster van de Volkskrant in 2014 als antwoord: 'Vooral gezellige dingen. Boekpresentaties met een borrel na, symposia met een borrel na, conferenties met een borrel na — alles in Den Haag heeft een borrel na. Het draait om socializen…'


Hoewel een gezaghebbende insider als senator Davits verklaarde dat ‘We live in an age of undeclared war, which has meant Presidential war. Prolonged engagement in an undeclared Presidential war has created a most dangerous imbalance in our Constitutional system of checks and balances,’ blijft een outsider als Frank Westerman volhouden dat ‘de pen’ niet zonder ‘het zwaard’ kan. Het ongeremde en nauwelijks gecontroleerde massale geweld van de VS, dat sinds zijn oprichting slechts 22 jaar geen oorlog voerde, is voor Westerman de voorwaarde bij uitstek om zijn vrijheid van meningsuiting te garanderen. Gezien de onafzienbare reeks oorlogsmisdaden die uit deze mentaliteit voortvloeit, moet geconstateerd worden dat Frank Westerman een criminele onverschilligheid toont. Hij en de zijnen steunen ‘het terrorisme’ om ‘het terrorisme’ te bestrijden, en hier gaat dan ook de door hemzelf gestelde retorische vraag op: 

Wat kun je uitrichten met het woord tegenover iemand die de wapens opneemt?

Westerman gaat er vanuit dat uiteindelijk alleen geweld in een tijdperk van massavernietigingswapens afdoende werkt, maar hij beseft niet dat deze 'geweldsoplossing' ook op hemzelf en zijn gezin terugslaat. Dat is hij als hervormd opgevoede christen Westerman kennelijk vergeten, of hij heeft tijdens de catechisatie niet goed opgelet, want in Mattheüs 26:52 staat toch heel duidelijk, zwart op wit: 

Keer uw zwaard weder in zijn plaats; want allen, die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan.

Hoe dan ook, zodra de NAVO weer bij een nieuwe oorlog betrokken wordt, weten ‘we’ dat mede Frank Westerman daarvoor de voedingsbodem heeft geschapen. En dit allemaal omdat hij, volgens eigen zeggen, na de Charlie Hebdo-aanslagen in Parijs ‘iets hoopvols’ naar zijn ‘dochter’ wilde uitstralen. Inderdaad, de auteur Hermans had gelijk ‘[w]e zijn door gevaarlijke gekken omringd.’ 

In The Massacre of the Innocents laat de dichter W.H. Auden heerser Herodes zeggen:

Legislation is helpless against the wild prayer of longing that rises, day in, day out, from all these households under my protection: 'O God, put away with justice and truth for we cannot understand them and do not want them' [...] Reason will be replaced by Revelation. Instead of Rational Law, objective truths perceptible to any who will undergo the necessary intellectual discipline, and the same for all, Knowledge will degenerate into a riot of subjective visions -- feelings in the solar plexus induced by undernourishment, angelic images generated by fevers or drugs, dream warnings inspired by the sound of falling water. Whole cosmogenies will be created out of some forgotten personal resentment, complete epics written in private languages, the daubs of school children ranked above the greatest masterpieces. 

Idealism will be replaced by Materialism... Diverted from its normal and wholesome outlet in patriotism and civic or family pride, the need of the materialistic Masses for some visible Idol to worship will be driven into total unsocial channels where no education can reach it... Justice will be replaced by Pity as the cardinal human virtue, and all fear of retribution will vanish. Every corner-boy will congratulate himself: 'I'm such a sinner that God had to come down in person to save me. I must be a devil of a fellow.'




1 opmerking:

  1. "Westerman is geloofwaardig".
    En inderdaad, Westermans oorlog, en die van zijn bewonderaars, is een geloofsartikel.

    Hugo Brandt Corstius zei eens het volgende.
    Spreekt iemand, die aan een onwetende een giraf omschrijft als een 4-hoevig geel-bruin
    soort paard met een kort staartje met een kwastje, de waarheid?
    Nee, want het meest in het oog lopende kenmerk van een giraf wordt onvermeld gelaten.

    Frank Westerman is iemand die het meest essentiële, de grofste wandaad van terreur en
    terrorisme, bewust onvermeld laat.

    Frank Westerman is een ordinaire leugenaar.

    BeantwoordenVerwijderen