Van jongs af aan had George Kennan een diepe fascinatie voor Rusland. Als beginnend diplomaat werd hij in 1929 op kosten van de Amerikaanse regering naar Berlijn gestuurd om zich daar, aan de Humboldt-universiteit, te verdiepen in de Russische taal, cultuur en geschiedenis. In de ‘Russische ziel’ zag Kennan, eenzaam en getraumatiseerd door de vroege dood van zijn moeder, aanvankelijk veel terug van wat hij in zijn thuisland juist miste: gemeenschapszin, spiritualiteit en een hang naar een traditionelere levenswijze.

Maar toen Kennan in 1935 in Moskou werkte, werd hij geconfronteerd met de keiharde realiteit van de Sovjetrepressie onder Stalin. Russische vrienden werden vervolgd en het werk als diplomaat werd hem onmogelijk gemaakt door de constante dreiging en spionage door Stalins geheime politie. Kennan zag de door hem zo gewaardeerde Russische cultuur ten onder gaan aan een meedogenloze totalitaire staat.

Deze ervaring zou een blijvende impact op Kennan hebben en werkte door in zijn analyses en beleidsadviezen. Hij verzette zich dan ook hevig tegen de toenaderingspogingen van president Roosevelt tijdens de Conferentie van Jalta in februari 1945. Ondanks Stalins openlijke wens om grote delen van Oost-Europa te domineren, zag Roosevelt Moskou als partner en zette hij in Jalta vol in op naoorlogse samenwerking.

In een wanhopige poging om invloed te hebben op de gesprekken, schreef Kennan een felle, emotionele brief aan Roosevelts tolk en adviseur. ‘Het Kremlin geeft niets om westerse waarden, zowel materieel als spiritueel’, schreef hij. ‘Erger nog, het zou niets nalaten om Europa’s cohesie, balans en morele integriteit uit elkaar te scheuren.’ Kennan gebruikte de krachtige, emotionele stereotypen van barbaarse, Euraziatische horden die het rationele en beschaafde Westen onder de voet wilden lopen.

Elke onderhandeling met de Russen was volgens Kennan zinloos, ‘omdat hun ruige klimaat, onbegrensde vlaktes en Mongoolse erfenis hen tot compromisloze extremisten hebben gemaakt’. Zulke karikaturen, die vandaag ook weerklinken bij sterk anti-Russische politici, stonden in schril contrast met de bewonderenswaardige, haast liefdevolle manier waarop Kennan vaak over gewone Russen sprak. Maar Kennan zette zijn retoriek in om het gevaar van al te veel toenadering tot Moskou duidelijk te maken. Paradoxaal genoeg pleitte Kennan in dezelfde brief voor precies dat waar Roosevelt op aanstuurde. Het opdelen van Europa in invloedssferen, ‘waarbij wij uit de Russische invloedsfeer blijven en de Russen uit die van ons’.

De Russische president Vladimir Poetin (rechts) schudt de hand van de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Strobe Talbot (links). De Amerikaanse president Bill Clinton in het midden. Moskou, 5 juni 2000© Stephen Jaffe / EPA / AFP / ANP

Eerder dit jaar signaleerden Europese regeringsleiders dat ze bereid waren om in gesprek te gaan met Vladimir Poetin. ‘Er zal altijd een grens blijven bestaan, maar we moeten ook weer politieke relaties opbouwen’, zei de Finse president Alexander Stubb tegen de Neue Zürcher Zeitung. ‘Ik denk dat de EU uiteindelijk gesprekken zou moeten initiëren.’ De Franse president Macron, de Italiaanse premier Meloni en de Belgische premier De Wever lieten eerder al weten de noodzaak van dialoog in te zien.

De wens van Europese leiders is begrijpelijk. De regering-Trump heeft duidelijk laten blijken dat zij Rusland vooral als een Europees probleem ziet, niet als een Amerikaans probleem. Nu Rusland onder toenemende Oekraïense druk staat, heeft het zijn hybride oorlog tegen Europa flink opgevoerd. Onlangs werd een met explosieven geladen drone gevonden op het vliegveld van Leipzig, vermoedelijk afkomstig uit Rusland. Een kapotte ontsteker voorkwam een aanslag in het hart van Europa. De situatie wordt gevaarlijker en er is Europa veel aan gelegen om de relaties met Moskou te stabiliseren, terwijl het tegelijk Kyiv wil blijven steunen. Uiteindelijk moet Europa zo autonoom mogelijk de toekomst van zijn eigen veiligheid kunnen vormgeven. Als het tot een gesprek komt, met Poetin of met een opvolger, moet Europa weten hoe het Rusland tegemoet moet treden.

Een van de vele problemen hierbij is dat Europa relatief weinig ervaring heeft met zware diplomatieke gesprekken over veiligheid zonder de intensieve betrokkenheid van de VS. Tijdens de Koude Oorlog, maar ook daarna, was Europa ingebed in de Navo, het militaire bondgenootschap onder Amerikaanse leiding. Gesprekken over hoe om te gaan met Rusland werden altijd samen met de Amerikanen gevoerd, vaak in Navo-verband. Daarvoor werden in de jaren negentig fora als de Euro-Atlantische Partnerschapsraad, het Partnership for Peace en de Navo-Ruslandraad opgericht. Daarnaast spelen instituties als de EU, de Raad van Europa en de OVSE een rol in de Europese veiligheidsarchitectuur. Maar ook daarbij waren de Amerikanen altijd nauw betrokken. Nu moet Europa het zelf doen.

Dit maakt Kennan, maar ook andere strategen zoals hij, opnieuw lezenswaardig. Kennan was een van de zogenoemde wetenschapper-diplomaten: doorgewinterde academici, vaak op het gebied van politieke wetenschappen of Russische geschiedenis en cultuur, die als adviseurs en diplomaat in dienst traden van Amerikaanse presidenten. Ze combineerden diepe historische en culturele kennis met praktische diplomatieke vaardigheden. Hun analyses en adviezen waren gericht op het bereiken van structurele stabiliteit op de langere termijn, niet op crisismanagement of het sluiten van een deal. Zo bepaalden ze het Amerikaanse – en daarmee in hoge mate óók het Europese – veiligheidsbeleid voor meerdere decennia.

Op 22 februari 1946 stuurde Kennan vanuit de Amerikaanse ambassade in Moskou een uitzonderlijk lang telegram (sindsdien simpelweg bekend als ‘The Long Telegram’) naar Washington. In het bijna achtduizend woorden tellende telegram gaf Kennan een uitgebreide analyse van de politieke cultuur van de Sovjet-Unie. ‘De Sovjet-Unie is fanatiek toegewijd aan de overtuiging dat er met de VS geen duurzame modus vivendi mogelijk is. Moskou gelooft dat de Sovjetmacht alleen veilig kan zijn als het de interne harmonie van onze samenlevingen verstoort, onze traditionele levenswijze vernietigt en het internationale gezag van de VS breekt.’

Als gevolg daarvan was de Sovjetleiding volgens Kennan ‘ongevoelig voor de logica van het verstand en van de economie, maar uiterst gevoelig voor de logica van macht en geweld. Daarom kan zij gemakkelijk terugdeinzen – en dat doet zij doorgaans ook wanneer zij ergens op krachtig verzet stuit. Als de tegenstander dus over voldoende macht beschikt en duidelijk maakt bereid te zijn deze in te zetten, hoeft hij dat zelden daadwerkelijk te doen.’

Een jaar later schreef Kennan, onder het pseudoniem ‘Mr. X’ een artikel voor het gezaghebbende tijdschrift Foreign Affairs. Daarin introduceerde hij het woord dat het Amerikaanse beleid tijdens een groot deel van de Koude Oorlog zou bepalen: containment, indamming. Het Amerikaanse beleid tegenover Moskou moest bestaan uit ‘lange termijn, geduldige, maar krachtige en overtuigde indamming van de Russische expansieve neigingen’.

Hardliners in de nieuwe regering van president Truman concludeerden al snel dat ‘indamming’ vooral een Amerikaanse militaire opbouw in West-Europa betekende. Maar Kennan bedoelde het genuanceerder dan dat. Moskou was volgens Kennan in alle opzichten veel zwakker dan het Westen. Zijn inherente expansieve neigingen konden dus beïnvloed worden door behoedzame tegendruk op andere fronten. Indamming betekende volgens Kennan, naast militaire afschrikking, net zo goed het gezond houden van de westerse maatschappelijke instituties, sociale cohesie en het uitstralen van zelfverzekerdheid en geloof in de eigen waarden. Overigens waren dit voor Kennan niet per sé de liberaal-democratische waarden van nu. Kennan was sceptisch over massademocratie en consumentisme. Hij hield er een conservatief en zelfs enigszins racistisch wereldbeeld op na, niet ongebruikelijk in de elitaire, academische gemeenschap van zijn tijd.


‘De veronderstelde aftakeling en zwakte van de kapitalistische wereld’, schreef Kennan in zijn artikel, ‘vormen de hoeksteen van de communistische filosofie. Bij elk teken van dergelijke verschijnselen gaat er een golf van hoop en opwinding door de communistische wereld, en neemt de Russische druk op het internationale toneel op alle fronten toe.’ Ziehier de grondgedachte van een sterke, zelfbewuste westerse wereld onder Amerikaanse leiding, die een paar jaar later gestalte zou krijgen met het Marshallplan en de Navo.


Kennan overleed in 2005. Hij zou misschien verrast zijn over de wending die de relaties met Rusland sindsdien hebben genomen. Maar als Kennan de Europese onderhandelaars zou moeten adviseren, dan zou hij zijn analyse van 1946 herbevestigd zien in het Rusland van nu. Europa moet, net als hijzelf deed, met zowel een realistische als een cultuurhistorische bril naar Moskou kijken. Alleen dan kan Europa begrijpen wie het tegenover zich heeft. Rusland is niet uit op compromis of duurzaam samenleven met Europa. Het is niet bevattelijk voor economische of rationele argumenten, maar wel flexibel en beïnvloedbaar door de taal van de macht. Tegelijk profiteert het volop van verdeeldheid en vooronderstelde zwakte van de westerse wereld en wakkert die zelf aan.

Wat deels miste in Kennans analyse was een geostrategische dimensie. Door zijn focus op de ideologie en dynamiek van het Sovjetleiderschap heeft Kennan weinig aandacht voor het feit dat Stalin na de Tweede Wereldoorlog best bereid was om samen te werken met Washington en Londen op veiligheidsgebied, al was het maar om nieuwe agressie vanuit Duitsland af te wenden. Stalin maakte zich ernstig zorgen over een nieuwe aanval op zijn land en eiste daarom volledige controle over Polen en Oekraïne, de landen waar zo'n invasie doorheen zou moeten. In andere landen was hij bereid meer autonomie toe te staan. Poetin ziet een soortgelijke dreiging vanuit de Navo. Hoewel deze dreiging volledig ongegrond is, moet Europa zich wel rekenschap geven van de Russische dreigingsperceptie.

In dat licht bezien is het interessant terug te blikken op de carrière van Zbigniew Brzezinski, een andere wetenschapper-diplomaat. Hij was politiek wetenschapper aan Harvard en de Columbia University voordat hij in 1977 nationale veiligheidsadviseur van president Jimmy Carter werd. Net als Kennan zou ook Brzezinski de Europeanen op het hart drukken dat er geen stabiele modus vivendi met de Russen mogelijk is. Brzezinski, in 1928 geboren in Warschau, publiceerde aan Harvard in de jaren vijftig en zestig analyses waarin hij stelde dat de Sovjetstaat inherent expansionistisch en revolutionair is en daarom constant probeert de internationale orde omver te werpen. Het bestaan van externe vijanden en de gepercipieerde veiligheidsdreiging is volgens Brzezinski de belangrijkste raison d'être van de Sovjetstaat. Hij waarschuwt dat dit diep in de Russische strategische cultuur zit ingebakken. ‘Ook zonder communistische ideologie zou Rusland constant streven naar dominantie van het Euraziatische continent’, schreef hij.


Brzezinski wilde in het begin van de jaren zeventig een einde maken aan het steeds sterker gemilitariseerde indammingsbeleid; een gevolg van de ideeën van Kennan. Brzezinski was aanvankelijk voorstander van het ontspanningsbeleid (détente) van Henry Kissinger, ook zo'n wetenschapper-diplomaat. Brzezinski deelde Kissingers analyse dat de Sovjet-Unie te machtig was om in te dammen, maar te zwak om een echte strategische partner te zijn. Maar later zag hij dat de Russen détente weliswaar met de mond beleden, maar ondertussen hun wapenarsenaal uitbouwden en proxy-regimes over de hele wereld bleven steunen. Na de Sovjetinvasie in Afghanistan eind 1979 was de ontspanningspolitiek volgens Brzezinski kansloos geworden. Hij wist Carter te overtuigen van een nieuwe, wereldwijde confrontatie met de Sovjet-Unie, die onder Reagan nog verder opgevoerd werd.

Brzezinski zag de principiële noodzaak van het maken van afspraken en het voeren van dialoog. Maar uiteindelijk werd vooral zijn diepe wantrouwen jegens Moskou bevestigd. De les van Brzezinski voor Europa is de waarschuwing niet te veel te vertrouwen op eventuele Russische toezeggingen. Alle recente Europese pogingen om Rusland te incorporeren in een detente-achtig raamwerk van economische en politieke samenwerking zijn mislukt. Net als Kennan begreep Brzezinski dat de Russische politiek onvermijdelijk expansief is, ongeacht de daar heersende ideologie. Moskou luistert alleen wanneer de tegenstander duidelijk laat zien waar de rode lijnen liggen.

Die les leerde ook Strobe Talbott. Na een academische en journalistieke carrière werd hij in 1993 Rusland-adviseur van president Clinton en een belangrijke architect van de verhoudingen met Rusland na de Koude Oorlog. Talbotts advies was om, toen de Sovjet-Unie was ineengestort, Rusland te integreren in de internationale gemeenschap. Aanvankelijk stond hij hierin nogal alleen, maar uiteindelijk wist hij Clinton ervan te overtuigen dat dit een unieke kans was om een einde te maken aan de spanningen van de Koude Oorlog. Tegelijk met de uitgestoken hand naar Moskou moest Talbott tegemoetkomen aan de zorgen die de Oost-Europese staten hadden over hun eigen veiligheid. Daarom moesten deze staten op termijn een plekje kunnen krijgen in de Navo, die dus moest blijven bestaan.

Om de dialoog tussen Rusland en de Navo te kunnen voeren, bedacht Talbott overlegorganen zoals het Partnership for Peace en de Navo-Ruslandraad. Maar Poetin heeft het voortbestaan van de Navo, en zeker de uitbreiding daarvan met de Oost-Europese en later ook de Baltische landen, nooit geaccepteerd, en Talbott wantrouwde hem vanaf hun eerste ontmoeting. Talbotts ideeën weerspiegelen het optimisme van de jaren negentig en hadden een zekere mate van succes.

De relaties tussen Rusland en de Navo ontwikkelden zich in die tijd nog constructief. Bij de oprichting van de Navo-Ruslandraad in 2002 werd er zelfs nagedacht over een Russisch lidmaatschap van de Navo. Dat paste in Poetins aanvankelijke beleid om Rusland te laten aansluiten bij het Westen. Maar dan wel als grootmacht met een bijzondere status. Want al snel werd duidelijk dat Poetin niet van plan was om netjes de lidmaatschapsprocedure te volgen. Hij eiste dat Rusland uitgenodigd werd om lid te worden, en ‘niet in de rij hoefde te staan met allerlei landen die er niet toe doen’.

Het gezamenlijke westerse front staat nu onder druk, precies waar Kennan voor waarschuwde, terwijl de Russische politiek hetzelfde is gebleven. Nog steeds wordt Moskou gedreven door expansiedrift, revanchisme en gepercipieerde veiligheidsdreigingen. Hoewel zeker niet onfeilbaar, handelden Kennan en de andere Amerikaanse wetenschapper-diplomaten vanuit dit begrip. Als er ergens een Europese George Kennan is, mag die nu opstaan.


https://www.groene.nl/artikel/containment-of-detente


Maarten Muns


Writer, editor and researcher on geopolitics, security and defence | history and political philosophy | Editor-in-Chief of magazine Atlantisch Perspectief.


Het is opmerkelijk dat juist De Groene Amsterdammer een NAVO-adept en

anti-Rusland propagandist als Maarten Muns inhuurt om zijn lezers te

informeren over een dreigende oorlog met de Russen. Opmerkelijk, maar niet

onverklaarbaar, want de Nederlandse journalistiek is sinds de oprichting van de NAVO één van de

braafste collaborateurs van The

Powers That a be, zoals de nazi-bezetting eerder weer eens haarscherp had aangetoond. De genocidale Duitsers werden bij de uitroeing van Joden uit Nederland  enthousiast gesteund en beloond met 4 gulden en 80 cent per verraadde Jood. Het gevolg was dat er procentueel twee maal zoveel Joden werden vermoord dan Belgische Joden en drie zoveel als uit Frankrijk. Die verradersmentaliteit herken ik in het artikel van Muns over George Kennan. Want deze Amerikaanse diplomaat was veel subtieler dan de NAVO-propagandist Maarten Muns doet voorkomen. Ik heb daarover regelmatig geschreven en kom daar volgende keer op terug.