Zoeken in deze blog 🔎🔎

zaterdag 10 januari 2015

Joe Sacco




Henk Hofland. Geert Mak. Hubert Smeets en Charlie Hebdo 4


Elf jaar geleden concludeerde Geert Mak aan het eind van zijn bestseller In Europa met grote stelligheid: 

De zwakte van Europa, diversiteit, is tegelijk haar grote kracht. Europa als vredesproces was een eclatant succes. Europa als economische eenheid is ook een eind op weg.

Deze door de autoriteiten zo geprezen boodschap ging er ook bij Mak's middenklasse-publiek als zoete koek erin. Terwijl tegelijkertijd overal in het Westen het neoliberalisme toesloeg, de positie van de doorsnee werknemer almaar verslechterde, de beurshandel in niet bestaand geld steeds desastreuzer uitwerkte, en de sociale spanningen binnen de 'diversiteit' van zogeheten autochtonen naast allochtonen bewust werden opgevoerd, zocht de mainstream naarstig naar iets hoopvols, en de domineeszoon Geert Mak was bereid voor enkele zilverlingen een verlossend antwoord te geven. Nog geen drie jaar later begon de kredietcrisis die de ernstigste economische crisis inluidde sinds de beurskrach van 1929. En anno 2015 blijkt dat de westerse interventies in Afghanistan, Irak, Libië, Oekraïne en Syrië, die alle in burgeroorlogen zijn geëindigd, het 'Europa als vredesproces' alles behalve 'een eclatant succes' te zijn, zeker nu de aanslagen in Parijs aantonen dat ook Europa een frontgebied dreigt te worden in de oorlog die de NAVO, het westerse militair-industrieel complex, tegen de islamitische wereld is begonnen. De hoop is vervlogen, de zelfgenoegzame borstklopperij is lachwekkend geworden. Mak en de anderen van Hoflands 'politiek-literaire elite' in de polder hadden beter kunnen weten als ze wat minder provinciaals waren geweest. Met betrekking tot het fenomeen hoop schreef al in de jaren dertig Albert Camus in een kort essay, getiteld Summer in Algiers, 
  
From Pandora's box, where all the ills of humanity swarmed, the Greeks drew out hope after all the others, as the most dreadful of all. I know no more stirring symbool; for, contrary to the general belief, hope equals resignation. And to live is not to resign oneself.

De 'hoop' waar Mak en zijn publiek een beroep op doen, is in wezen een vlucht uit de werkelijkheid, een wanhopige poging om de eigen verantwoordelijkheid niet te hoeven accepteren. Dit blijkt andermaal uit de volgende woorden van Geert Mak:

Het probleem met jou is dat je verdomd vaak gelijk hebt, en dat het vaak geen prettige mededelingen zijn die je te melden hebt… Jij ziet veel dingen scherper en eerder, maar 

en nu komt het

Ik kan niet zonder hoop, Stan, dat klinkt misschien wat pathetisch, maar het is toch zo.

Met andere woorden, voor de mainstream is het een waar 'probleem' om de 'dingen scherper en eerder' te zien. En dus zoekt men zijn toevlucht in de 'hoop,' terwijl 'hope equals resignation,' zoals de grote Franse auteur zijn lezers duidelijk maakt. Het fundamentele probleem van de mainstream-opiniemakers is dat zij hun publiek en zichzelf niet serieus nemen, ze draaien zichzelf en hun publiek een rad voor ogen. Ze sussen zichzelf en hun publiek in slaap om telkens weer op te schrikken wanneer hun 'hoopvolle' boodschap ineens niet blijkt te kloppen. Daarom moeten ze telkens weer iets beweren dat in strijd is met hetgeen ze eerder hebben beweerd. Zeven jaar na te hebben gesteld dat 'Europa als vredesproces een eclatant succes [was]' en 'Europa als economische eenheid ook een eind op weg [is],' was Mak gedwongen zijn zo stellig geformuleerde conclusies te herzien, en vroeg hij zichzelf in het pamflet De hond van Tišma(2011) verbijsterd af:

Hoe zijn we zo plotseling in deze nachtmerrie terechtgekomen?

Een jaar later verklaarde de man die in 2013 beweerde dat er 'Geen Jorwert zonder Brussel' mogelijk is, in een interview met het Belgische tijdschrift Humo:

Het Europese project als geheel is nu al zwaar beschadigd; met kunst- en vliegwerk blijft het misschien bestaan.

Geert Mak's verwarring illustreert de weigering volwassen te worden, ze toont het onvermogen van de mainstream om de last van de vrijheid te dragen, om zelf een koers te bepalen. Men zoekt naar een onvergankelijk houvast, men eist zekerheden en weigert te beseffen dat die ook voor de moderne geseculariseerde en materialistisch ingestelde mens per definitie niet kunnen bestaan. Wat ze hebben is het enige dat is. Zoals Camus noteerde:

Between this sky and these faces turned toward it, nothing on which to hang a mythology, a literature, an ethic, or a religion, but stones, flesh, stars, and those truths the hand can touch.

Maar omdat de hedendaagse consument onverzadigbaar is, blijft hij verlangen naar verlossing. Juist daarop is zijn 'hoop' gefundeerd. De 'hoop' dat het allemaal op de een of andere manier door iemand of iets, het maakt niet uit wie of wat, goed komt. Het is in feite de oude christelijke hunkering naar verlossing uit het lijden. Maar aangezien het lijden onlosmakelijk verbonden is met het leven kan geen enkele religie of ideologie de realiteit van het bestaan verzachten, laat steen oplossen. Zoals Camus duidelijk maakt zijn de menselijke idealen in de praktijk niets anders dan een vlucht. De mainstream, op zoek naar 'hoop,' leeft in een leugen, en het zijn mainstream-opiniemakers als onder andere Mak, Hofland en Smeets die bereid zijn de massa haar leugens te geven. Juist daarop berust hun status en inkomen. 


De Vrije Pers in Nederland

vrijdag 9 januari 2015

Bert van der Veer laat Blik op NOSjournaal verwijderen uit Jinekstudio



DEUTSCHE VERSION UNTEN. We hadden begrepen dat Hans van Baalen uitgenodigd was om bij Jinek zijn licht te laten schijnen over de zaak Charlie Hebdo. Daar het alweer een tijdje geleden is dat we Hans gesproken hadden, leek het ons een goed moment die kant op te gaan en tegelijkertijd eens wat sfeer te proefen bij Jinek. En die sfeer hebben we geproefd... 



Kortom, netjes aangemeld bij de recpetie, die ons met alle egards behandelde (zij wel) en vriendelijk een plekje voor ons had. Met drankje in de hand naar de studio waar we in het halletje voor de studio oog in oog kwamen met de beveiligingsman die we nog kenden van Knevel en van de Brink. Nadat hij, zoals hij later zei, mijn goede wensen voor het nieuwe jaar met gezonde tegenzin in ontvangst genomen had, beende hij naar achteren voor wat waarschijnlijk spoed- en crisisberaad was met Bert van der Veer. Wij vervolgden in ieder geval onze weg naar de studio, waar we getrakteerd werden op -bijna- een ereplek, frontaal ten opzichte van "de bank". Heerlijk nippend aan ons glaasje en in geanimeerd gesprek belandend met onze buren, een stel van middelbare leeftijd, die "voor het eerst in een grote en echte tv studio waren", verheugden wij ons op wat komen ging.....

"Wilt u even meekomen?"

"Ehh, waarom?"

"Wilt u even meekomen?"

We hadden geen zin in een herhaling van zetten zoals bij de EO, en zijn gelijk met dezelfde beveiliger als dus bij KvdB meegelopen, hopend iets van een verhaal van zijn kant te horen, of een normaal gesprek. Niets van dat alles. In de wandelgang achter de coulissen liepen we in het halfduister Bert van der Veer tegen het lijf die licht grijnzend iets mompelde van "niet op de lijst, gevaarlijk, dus feest gaat niet door". Bij de kluisjes mocht de jas gepakt worden. Drankje werd afgenomen. Beteuterd: "Mag die nog opgedronken worden?" - "Nee, wegwezen". En daar gingen we weer.

De Publieke omroep, van iedereen, voor iedereen..., nou ja, bijna iedereen dan. 

Appa na voorgesprek niet meer welkom bij Jinek - Hij benadert het stereotyp niet voldoende

We herinneren er aan dat Telegraaf correspondent in Moskou Pieter Waterdrinker uit de school klapte dat de Nederlandse talkshows sterk geregisseerd zijn. Ook herinneren we eraan dat voor dezelfde uitzending als waar wij voor kwamen, Appa het volgende getweet heeft:

Appa ‏@thisisAppa Hele middag ben ik gestalkt, daarna een voorgesprek gehad, heb stereotype niet bevestigd & nu niet meer welkom bij @JinekLive vanavond. Tsja 

http://blikopnosjournaal.blogspot.co.uk/2015/01/bert-van-der-veer-laat-blik-op.html

Charlie Hebdo 12



The New Yorker
January 9, 2015

Unmournable Bodies

By Teju Cole

A northern-Italian miller in the sixteenth century, known as Menocchio, literate but not a member of the literary élite, held a number of unconventional theological beliefs. He believed that the soul died with the body, that the world was created out of a chaotic substance, not ex nihilo, and that it was more important to love one's neighbor than to love God. He found eccentric justification for these beliefs in the few books he read, among them the Decameron, the Bible, the Koran, and "The Travels of Sir John Mandeville," all in translation. For his pains, Menocchio was dragged before the Inquisition several times, tortured, and, in 1599, burned at the stake. He was one of thousands who met such a fate.

Western societies are not, even now, the paradise of skepticism and rationalism that they believe themselves to be. The West is a variegated space, in which both freedom of thought and tightly regulated speech exist, and in which disavowals of deadly violence happen at the same time as clandestine torture. But, at moments when Western societies consider themselves under attack, the discourse is quickly dominated by an ahistorical fantasy of long-suffering serenity and fortitude in the face of provocation. Yet European and American history are so strongly marked by efforts to control speech that the persecution of rebellious thought must be considered among the foundational buttresses of these societies. Witch burnings, heresy trials, and the untiring work of the Inquisition shaped Europe, and these ideas extended into American history as well and took on American modes, from the breaking of slaves to the censuring of critics of Operation Iraqi Freedom.

More than a dozen people were killed by terrorists in Paris this week. The victims of these crimes are being mourned worldwide: they were human beings, beloved by their families and precious to their friends. On Wednesday, twelve of them were targeted by gunmen for their affiliation with the satirical French magazine Charlie Hebdo. Charlie has often been often aimed at Muslims, and it's taken particular joy in flouting the Islamic ban on depictions of the Prophet Muhammad. It's done more than that, including taking on political targets, as well as Christian and Jewish ones. The magazine depicted the Father, the Son, and the Holy Ghost in a sexual threesome. Illustrations such as this have been cited as evidence of Charlie Hebdo's willingness to offend everyone. But in recent years the magazine has gone specifically for racist and Islamophobic provocations, and its numerous anti-Islam images have been inventively perverse, featuring hook-nosed Arabs, bullet-ridden Korans, variations on the theme of sodomy, and mockery of the victims of a massacre. It is not always easy to see the difference between a certain witty dissent from religion and a bullyingly racist agenda, but it is necessary to try. Even Voltaire, a hero to many who extol free speech, got it wrong. His sparkling and courageous anti-clericalism can be a joy to read, but he was also a committed anti-Semite, whose criticisms of Judaism were accompanied by calumnies about the innate character of Jews.

This week's events took place against the backdrop of France's ugly colonial history, its sizable Muslim population, and the suppression, in the name of secularism, of some Islamic cultural expressions, such as the hijab. Blacks have hardly had it easier in Charlie Hebdo: one of the magazine's cartoons depicts the Minister of Justice Christiane Taubira, who is of Guianese origin, as a monkey (naturally, the defense is that a violently racist image was being used to satirize racism); another portrays Obama with the black-Sambo imagery familiar from Jim Crow-era illustrations.

On Thursday morning, the day after the massacre, I happened to be in Paris. The headline of Le Figaro was "LA LIBERTÉ ASSASSINÉE" Le Parisien and L'Humanité also used the word liberté in their headlines. Liberty was indeed under attack -- as a writer, I cherish the right to offend, and I support that right in other writers -- but what was being excluded in this framing? A tone of genuine puzzlement always seems to accompany terrorist attacks in the centers of Western power. Why have they visited violent horror on our peaceful societies? Why do they kill when we don't? A widely shared illustration, by Lucille Clerc, of a broken pencil regenerating itself as two sharpened pencils, was typical. The message was clear, as it was with the "jesuischarlie" hashtag: that what is at stake is not merely the right of people to draw what they wish but that, in the wake of the murders, what they drew should be celebrated and disseminated. Accordingly, not only have many of Charlie Hebdo's images been published and shared, but the magazine itself has received large sums of money in the wake of the attacks -- a hundred thousand pounds from the Guardian Media Group and three hundred thousand dollars from Google.

But it is possible to defend the right to obscene and racist speech without promoting or sponsoring the content of that speech. It is possible to approve of sacrilege without endorsing racism. And it is possible to consider Islamophobia immoral without wishing it illegal. Moments of grief neither rob us of our complexity nor absolve us of the responsibility of making distinctions. The A.C.L.U. got it right in defending a neo-Nazi group that, in 1978, sought to march through Skokie, Illinois. The extreme offensiveness of the marchers, absent a particular threat of violence, was not and should not be illegal. But no sensible person takes a defense of those First Amendment rights as a defense of Nazi beliefs. The Charlie Hebdo cartoonists were not mere gadflies, not simple martyrs to the right to offend: they were ideologues. Just because one condemns their brutal murders doesn't mean one must condone their ideology.

Rather than posit that the Paris attacks are /the/ moment of crisis in free speech -- as so many commentators have done -- it is necessary to understand that free speech and other expressions of liberté are already in crisis in Western societies; the crisis was not precipitated by three deranged gunmen. The U.S., for example, has consolidated its traditional monopoly on extreme violence, and, in the era of big data, has also hoarded information about its deployment of that violence. There are harsh consequences for those who interrogate this monopoly. The only person in prison for the C.I.A.'s abominable torture regime is John Kiriakou, the whistle-blower. Edward Snowden is a hunted man for divulging information about mass surveillance. Chelsea Manning is serving a thirty-five-year sentence for her role in WikiLeaks. They, too, are blasphemers, but they have not been universally valorized, as have the cartoonists of Charlie Hebdo.

The killings in Paris were an appalling offence to human life and dignity. The enormity of these crimes will shock us all for a long time. But the suggestion that violence by self-proclaimed Jihadists is the only threat to liberty in Western societies ignores other, often more immediate and intimate, dangers. The U.S., the U.K., and France approach statecraft in different ways, but they are allies in a certain vision of the world, and one important thing they share is an expectation of proper respect for Western secular religion. Heresies against state power are monitored and punished. People have been arrested for making anti-military or anti-police comments on social media in the U.K. Mass surveillance has had a chilling effect on journalism and on the practice of the law in the U.S. Meanwhile, the armed forces and intelligence agencies in these countries demand, and generally receive, unwavering support from their citizens. When they commit torture or war crimes, no matter how illegal or depraved, there is little expectation of a full accounting or of the prosecution of the parties responsible.

The scale, intensity, and manner of the solidarity that we are seeing for the victims of the Paris killings, encouraging as it may be, indicates how easy it is in Western societies to focus on radical Islamism as the real, or the only, enemy. This focus is part of the consensus about mournable bodies, and it often keeps us from paying proper attention to other, ongoing, instances of horrific carnage around the world: abductions and killings in Mexico, hundreds of children (and more than a dozen journalists) killed in Gaza by Israel last year, internecine massacres in the Central African Republic, and so on. And even when we rightly condemn criminals who claim to act in the name of Islam, little of our grief is extended to the numerous Muslim victims of their attacks, whether in Yemen or Nigeria -- in both of which there were deadly massacres this week -- or in Saudi Arabia, where, among many violations of human rights, the punishment for journalists who "insult Islam" is flogging. We may not be able to attend to each outrage in every corner of the world, but we should at least pause to consider how it is that mainstream opinion so quickly decides that certain violent deaths are more meaningful, and more worthy of commemoration, than others.

France is in sorrow today, and will be for many weeks come. We mourn with France. We ought to. But it is also true that violence from "our" side continues unabated. By this time next month, in all likelihood, many more "young men of military age" and many others, neither young nor male, will have been killed by U.S. drone strikes in Pakistan and elsewhere. If past strikes are anything to go by, many of these people will be innocent of wrongdoing. Their deaths will be considered as natural and incontestable as deaths like Menocchio's, under the Inquisition. Those of us who are writers will not consider our pencils broken by such killings. But that incontestability, that unmournability, just as much as the massacre in Paris, is the clear and present danger to our collective liberté.

___
Teju Cole is a photographer and the author of two works of fiction, "Open City" and "Every Day Is for the Thief." He contributes frequently to Page-Turner.

Zijn Wij Charlie? 4

In plaats van hun publiek te informeren, voeren de commerciële media de massa nu het rijk van het absurdisme binnen. De Volkskrant laat weten:

Charlie zijn is zo makkelijk nog niet 
ANALYSE Sinds woensdag klinkt overal: 'Ik ben Charlie'. En: 'We zijn allemaal Charlie'. Deze hommage aan de vrijheid van meningsuiting begint ongemakkelijke trekjes te krijgen: kritiek is niet welkom.

Geen Charlie zijn, dat is in Hilversum van overheidswege onmogelijk gemaakt. Donderdagavond onthulde burgemeester Pieter Broertjes aan de Kerkbrink een levensgrote cartoon, met daarop in het Frans deze mededeling: 'In de mediahoofdstad van Nederland zijn wij allemaal Charlie.'

'Wij zijn allemaal Charlie', vertelde ook in Rotterdam burgemeester Ahmed Aboutaleb aan zijn inwoners.

'Als één Charlie staan wij hier', zei zijn collega Eberhard van der Laan op de Dam in Amsterdam.
Jeannette Bougrab, levenspartner van de doodgeschoten Charlie Hebdo-hoofdredacteur Stéphane 'Charb' Charbonnier, vindt het ongemakkelijk, zegt ze in een interview op de Franse televisie.

Henk Hofland. Geert Mak. Hubert Smeets en Charlie Hebdo 3



Laten we de machteloosheid van Henk Hofland, nogmaals tegen het licht houden. De eens zo prominente spreekbuis van de gevestigde orde schreef in De Groene Amsterdammer van 17 december 2014 onder de kop 'Het zwarte scenario':

Om de wereldwijde ontwikkeling naar de grote afbraak te keren is er ten eerste een overtuigend systeem van denkbeelden nodig, een ecologische ideologie, en ten tweede een internationale politieke klasse die daaraan continu uitvoering geeft…

We zien hoe overal ter wereld beperkte economische belangen boven het algemeen belang worden gesteld en hoe op welke manier dan ook vergroting van de chaos het gevolg is.

Daarbij komt dat we nu een jaar of twintig leven met de revolutie die door internet is veroorzaakt. Aan de digitale revolutie hebben we veel goeds te danken: versnelde communicatie, grotere toegankelijkheid van de wetenschap, enzovoort. Maar er is ook een digitale anarchie gegroeid. Iedereen die is aangesloten op het wereldwijde web kan zijn vijanden uitschelden, verdacht maken, met de dood bedreigen. Internet heeft een digitale individualisering veroorzaakt die de politieke samenhang ondermijnt, vooral de rancune bevordert en de chaos vergroot.

Dat is de algemene wereldsituatie aan het einde van dit jaar – een algemeen ecologisch gevaar dat steeds dreigender wordt en waartegen wel maatregelen worden genomen, maar in toenemende mate niet toereikend zodat het gevaar steeds verder nadert. Wees blij dat u nu leeft. 

Wat betreft Hoflands eerste alinea valt vooral de impliciete misvatting op dat een 'internationale politieke klasse' de politieke koers van het Westen zou bepalen, een waanbeeld dat wijd verspreid is onder de Nederlandse mainstream-opiniemakers. Typerend in dit verband is dat in 2012 Geert Mak mij liet weten dat de Duitse auteur Hans Magnus Enzensberger een ‘grumpy old,’ man was, die ‘alles heeft opgegeven,’ omdat de Duitse auteur, in tegenstelling tot Mak, veel sceptischer was over de politieke ‘Europese eenwording.’ Zo schreef Enzensberger over opiniemakers als Mak dat

het lot niet, zoals Napoleon nog dacht, door de politiek, maar door de economie [wordt] bepaald. Die presenteert zichzelf als een hogere macht die door niets wordt tegengehouden, en zeker niet door de eeuwenoude tradities, mentaliteiten en constituties van de Europese landen.


Gezien het feit dat Mak zelfs nog in september 2013 rotsvast leek te geloven dat er 'Geen Jorwert zonder Brussel' mogelijk was, (hoewel hij vijf maanden eerder nog met even grote stelligheid had verklaard dat ‘het grootkapitaal' de dienst uitmaakt en dat die macht 'ons totaal ontglipt’) zit Enzensberger veel dichter bij de waarheid, zoals in feite iedereen die niet gehersenspoeld is, dagelijks kan waarnemen. Het gecorrumpeerde poldermodel belemmert evenwel de Nederlandse opiniemakers om de werkelijkheid te kunnen zien, laat staan te beschrijven. Zo merkte Enzenberger met het oog op de Verenigde Staten op:

Alle imperia in de geschiedenis bloeiden niet langer dan een beperkte tijd, voordat ze door expansie en interne tegenstellingen ten onder gingen.

De vraag is: wat moet de lezers van NRC of De Groene Amsterdammer met een zelf benoemde 'politiek-literaire elite' aan, die niet beseft dat de politieke macht ondergeschikt is aan de economische macht en dat het slaafs volgen van Washington en Wall Street funest voor Europa is? Welke verwarring ontstaat er wanneer de nestor  van de polderpers, en de bestseller-auteur van gepopulariseerde historische boeken, zichzelf telkens tegenspreken zonder dit kennelijk te beseffen? In het geval van Hofland beweert hij in de eerste alinea dat een 'internationale politieke klasse' een 'ecologische ideologie' moet gaan uitvoeren, om in de volgende alinea te concluderen dat 'overal ter wereld beperkte economische belangen boven het algemeen belang worden gesteld.'  En niemand van de spraakmakende gemeente die de hoogbejaarde columnist van De Groene erop wijst dat hier sprake is van een paradox. Hoe kan een 'ecologische ideologie' in de praktijk worden gebracht wanneer 'het lot' van de mensheid door de economische macht wordt vastgelegd? 

Aan Hoflands betoog ontbreekt logica, en wel omdat ondanks 'het zwarte scenario,' waarbij 'het gevaar steeds verder nadert,' de stem van het establishment geen consequenties durft te trekken uit zijn eigen constateringen. In dit verband is de Fehlleistung 'steeds verder nadert,' illustrerend, Hofland bedoelt steeds dichterbij komt. Zijn probleem is het volgende. Wanneer hij als erelid van de'politiek-literaire elite' in de polder wel consequenties zou trekken uit het feit dat het neoliberale kapitalisme totaal failliet is en de mensheid naar de afgrond voert, dan zou Hoflands eigen werkzame leven een leugen blijken te zijn geweest. Hij zou zich dan moeten afvragen waarom hij zolang propaganda heeft gemaakt voor de bestaande machtsverhoudingen die hebben geleid tot wat hijzelf 'het zwarte scenario' noemt, zo 'zwart' dat hij zijn column eindigt met de verzuchting 'Wees blij dat u nu leeft.' Een werkzaam leven lang een mens- en wereldbeeld te hebben gepropageerd om op zijn 87ste te constateren dat hij en de zijnen het nageslacht met een volstrekt failliet systeem hebben opgezadeld, is iets dat hij niet onder ogen kan zien. En dus moeten anderen de schuld krijgen voor het vernietigende materialisme van het geglobaliseerde en op talloze niveau's gewelddadige, westerse kapitalisme. Hoflands generatie, en de mijne, hebben een systeem ontwikkeld, in stand gehouden en gepropageerd waarbij op dit moment 85 miljardairs evenveel bezitten als de helft van de mensheid. Kan er nog een duidelijker  voorbeeld worden gegeven die aantoont hoe misdadig dit systeem is? Desondanks durft Hofland te spreken van 'het vredestichtende Westen.' Als het 'vredestichtend' zou zijn, vanwaar die woede tegen het Westen, en waarom de aanslag op Charlie Hebdo? Alleen vanwege de cartoons? Zo simplistisch ligt het niet. Hoe gehersenspoeld kan een intellectueel zijn? Hoflands dwaasheid bereikt een absoluut hoogtepunt wanneer hij tenslotte dit stelt:

Daarbij komt dat we nu een jaar of twintig leven met de revolutie die door internet is veroorzaakt. Aan de digitale revolutie hebben we veel goeds te danken: versnelde communicatie, grotere toegankelijkheid van de wetenschap, enzovoort. Maar er is ook een digitale anarchie gegroeid. Iedereen die is aangesloten op het wereldwijde web kan zijn vijanden uitschelden, verdacht maken, met de dood bedreigen. Internet heeft een digitale individualisering veroorzaakt die de politieke samenhang ondermijnt, vooral de rancune bevordert en de chaos vergroot.

Al meer dan zes decennialang heeft Hofland het westerse kapitalisme in woord en daad verdedigd, en in plaats van zijn eigen verantwoordelijkheid te nemen voor de chaos, probeert de oude man nu de schuld van het onvermijdelijke politieke en economische failliet van zijn systeem voor een deel in de schoenen te schuiven van 'een digitale individualisering' die 'de politieke samenhang ondermijnt.' Dit is niet alleen een vorm van intellectuele hufterigheid, maar ook een voorbeeld van zijn eigen 'rancune' over het feit dat internet tevens zijn monopolie op de berichtgeving heeft vernietigd, waardoor naast zijn propaganda nu andere kritische stemmen te vernemen zijn. De mainstream-opiniemaker is niet meer de enige die publiekelijk bepaalt wat waar en niet waar is, wie belangrijk is en wie niet, wat het gemeenschappelijk belang is en wat niet. Niets dat mijn collega's zo haten als tegengesproken te worden, en zeker in een tijd waarin hun ideologie ontploft. Vandaar Hubert Smeet's woedende reactie dat 'een groot deel wat op internet verschijnt gewoon gelul is.' Inderdaad, lezers, 'It takes one to know one.'


Charlie Hebdo 11



UPDATE: According to news reports, police found the ID of Said Kouachi at the scene of the Charlie Hebdo shooting. Does this sound familiar? Remember, authorities claimed to have found the undamaged passport of one of the alleged 9/11 hijackers among the massive pulverized ruins of the twin towers. Once the authorities discover that the stupid Western peoples will believe any transparent lie, the authorities use the lie again and again. The police claim to have discovered a dropped ID is a sure indication that the attack on Charlie Hebdo was an inside job and that people identified by NSA as hostile to the Western wars against Muslims are going to be framed for an inside job designed to pull France firmly back under Washington’s thumb.


Joods Zionistische Leugens

  Red Collective @RedCollectiveUK Don't take my word that Israel killed the majority of its own civilians on October 7th. Here's Is...