donderdag 21 maart 2013

Rob Vreeken. Een Volkskrant Schurk 3





Sonja20 maart 2013 20:38:00 CET
Rob Vreeken als spreekbuis voor de imperialisten, over de de verkiezingen in Afghanistan in 2009:

"Er gaat worden gesjoemeld, dat is zeker. Maar de keus is: déze verkiezingen of géén verkiezingen. Alleen de Taliban verkiezen de laatste optie. (...) De internationale gemeenschap, de VS voorop, heeft zich zwaar gecommitteerd aan het welslagen van deze exercitie. Het opbouwen van een democratische Afghaanse staat is van meet af een Amerikaans project geweest. De verkiezingen móeten slagen – of ze nu slagen of niet."

Niet verassend werd na de verkiezingen in 2009 volgzaam de boodschap van de EU-waarnemers verspreid: 'Afghaanse verkiezingen eerlijk verlopen'. De verkiezingen waren een "succes", want "dat de verkiezingen hebben plaatsgevonden is op zich al een voorname prestatie."

Dan nog een authentiek stukje racisme van Rob Vreeken in de Volkskrant:

"Moeten we ons, los daarvan, zorgen maken om de Syrische agressie?

Welnee, vooralsnog is het Israël dat Syrië heeft aangevallen, niet andersom. Hun enige reactie na die Israëlische actie bestond eruit dat ze braaf de rommel zijn gaan opruimen. Vergeet niet dat de Syriërs Arabieren zijn: een hoop poeha om de mannelijke eer te redden, maar als het erop aankomt springen ze kermend op hun kameel – hun ware geheime wapen."

Stel je eens voor dat Vreeken iets over de 'aard' van bijvoorbeeld Joden had geschreven, en hun 'ware geheime wapen'. De man zou op staande voet ontslagen worden.



Het ware probleem met Rob Vreeken is dat zijn opvattingen niet gebaseerd zijn op feiten en logica, met als gevolg dat hij niet goed kan schrijven. Zijn stijl is geforceerd, soms zelfs ongewild hilarisch. In Vreeken's artikel waar Sonja naar verwijst staat onder andere:
Sinds het genante optreden van Colin Powell in de Veiligheidsraad geldt dat, als de Verenigde Staten komen met gedetailleerde informatie, bewijsstukken en satellietbeelden, de rest van de wereld denkt: nou, dan zal het wel niet waar zijn.

Hebben ze ook dit keer dan geen gelijk?
Het gaat niet om gelijk hebben, maar om gelijk krijgen. 
Wat staat hier nu precies? Wat wordt in dit fragment gesuggereerd? Er staat dat de Amerikaanse machthebbers ook al hebben ze gelijk, geen gelijk krijgen. Vervolgens dat het niet om gelijk hebben, maar om gelijk krijgen gaat. Gelijk hebben is dus een irrelevant punt, veel belangrijker is of het 'gelijk' goed in de markt ligt. Dit is exact het standpunt zoals dat jaren geleden tegenover mij eens werd verwoord door de Amsterdamse communistische partij, bij monde van fractievoorzitter Roel Walraven. Het is cynisme pur sang, overal de prijs van weten maar van niets de waarde. In de postmoderne virtuele werkelijkheid is de 'waarheid' een te verwaarlozen detail. Vandaag geldt dit, morgen weer dat. Om een voorbeeld te geven van het 'gelijk krijgen': ruim tien jaar geleden schreef Rob Vreeken in de Volkskrant in een artikel gericht tegen Paul Rosenmoller's anti-oorlogsstandpunt: 

Jouw voornaamste punt in je toespraak tot de betogers was dat Amerika niet op eigen houtje een land mag aanvallen... Dan liever geen internationale rechtsorde?  

Oftewel: Vreeken steunde de illegale Amerikaanse inval in Irak om tien jaar later te constateren dat die 'inval in Irak onvoorstelbaar veel bloed en dollars [heeft] gekost,' en uitgelopen is op 'een enorme mislukking.' En het enige belangrijke aan dit opportunisme is dat de Amerikanen toen geen 'gelijk' hadden, maar van hem wel 'gelijk' kregen. Wat voor Vreeken toen nog als overtuigend overkwam heet nu 'het genante optreden van Colin Powell in de Veiligheidsraad.' Deze chaos in zijn hoofd kan alleen bestaan omdat voor hem weinig of niets meer van waarde is. Dat er bloed kleeft aan zijn handen realiseert hij zich niet eens, hij doet net alsof zijn neus bloedt.


Hollands Glorie versus 'kermende Arabieren.'

Lees  het volgende citaat van Rob Vreeken:
Moeten we ons... zorgen maken om de Syrische agressie?

Welnee, vooralsnog is het Israël dat Syrië heeft aangevallen, niet andersom. Hun enige reactie na die Israëlische actie bestond eruit dat ze braaf de rommel zijn gaan opruimen. Vergeet niet dat de Syriërs Arabieren zijn: een hoop poeha om de mannelijke eer te redden, maar als het erop aankomt springen ze kermend op hun kameel – hun ware geheime wapen. Israël houdt sinds 1967 een deel van Syrië bezet. De Veiligheidsraad heeft in resolutie 497 Israël opgeroepen aan eind te maken aan de de facto annexatie van de Golan. En wat doen de Syriërs al veertig jaar lang? Helemaal niets.

Waarom niet?

Ze kijken wel uit. Israël heeft 75 tot 200 kernkoppen, het enige land in het Midden-Oosten met kernwapens. Als de Israëliërs kwaad willen, is Syrië straks één grote berg babymelkpoeder.
http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/910627/2008/04/26/Q-A-het-geheime-wapen-van-Syrie.dhtml

Hier wordt Vreeken's racisme en minachting voor een semitisch volk, de Arabieren ditmaal, door hem gepresenteerd als  'tongue-in-cheek,' een soort corps humor, een vorm van ironie. Vervang het woord Arabieren door Joden en u weet precies met wat voor soort hedendaags antisemitisme we te maken hebben. Met dezelfde minachting werden vroeger de joden in Europa in de massamedia en in de kroeg afgeschilderd. Aan zijn ironie kleeft een verdacht luchtje. Er is namelijk ook zo iets als een dubbele bodem van de ironie:

In ‘Het ironische van de ironie, over het geval G.K. van het Reve,’ schreef Harry Mulisch aan het eind van de jaren zeventig over het racisme en antisemitisme van de ‘grote volksschrijver,’ Gerard Reve, het volgende:

  1. ‘De ironie leidt to parodie, de parodie leidt tot identificatie – dat is de onwrikbare wet, waaraan Van het Reve nog het meest onderhorig is… Zo wordt het spel ernst. De corpsstudent speelt net zo lang de man met de grote bek, tot hij het is. Dat is het ironische van de ironie: dat zij het plotseling niet meer is. Hij is als het ware door de dubbele bodem van de ironie gezakt. Wie ironisch spreekt, zegt het tegendeel van wat hij meent, maar zodanig, dat de ander dat doorziet. Van het Reve zegt wat hij meent, maar zodanig, dat de ander dat niet doorziet en denkt nog steeds met ironie te doen te hebben… Als hij… schrijft: ‘'Ik vind, dat de arbeiders in bepaalde aparte wijken zouden moeten wonen, die ze alleen op weg van of naar hun werk zouden mogen verlaten, & verder alleen met speciale verlofpasjes’' - dan is dat eenvoudig zijn mening, geen grap, geen fantasie.’

    Vreeken's journalistieke formuleringen zijn 'geen grap, geen fantasie,' hij meent wat hij schrijft, hij is door de dubbele bodem van de ironie gezakt. Vreeken is niet alleen een schurk, hij is een racist die bij gebrek aan argumenten met beelden werkt, wanneer hij schrijft:

    Vergeet niet dat de Syriërs Arabieren zijn: een hoop poeha om de mannelijke eer te redden, maar als het erop aankomt springen ze kermend op hun kameel – hun ware geheime wapen.

    Op soortgelijke wijze schreef Julius Streicher in Der Stürmer over joden. Beelden voor mensen die niet door rationele overwegingen te mobiliseren zijn maar door ressentimenten. Meer hierover in een:


    Interview met Jack Shaheen

    “In de huidige cartoons heeft de Arabier de gelaatstrekken van de jood van vroeger, ze zijn identiek.”
    Jack G. Shaheen, emeritus hoogleraar van de faculteit Massa Communicatie van de Universiteit van Southern Illinois, voormalig adviseur van CBS News, en auteur van Reel Bad Arabs. How Hollywood Vilifies a People.

    Uit Reel Bad Arabs: “Wat is een Arabier? In ontelbare films beweert Hollywood het antwoord te weten: Arabieren zijn wrede moordenaars, gore verkrachters, religieuze fanatici, olierijke domoren, en aanranders van vrouwen... Vanwege het onmetelijke Amerikaanse culturele bereik via televisie en film – zijn wij ’s werelds grootste exporteur van filmbeelden – de alles doordringende Arabische stereotype heeft vandaag de dag een veel negatievere invloed op kijkers dan het dertig of veertig jaar geleden had.”

    Jack Shaheen: ‘Hollywood erfde de stigmatiserende beelden van semieten hoofdzakelijk van Europa en al meer dan een eeuw worden die via films verspreid. Het beeld van de Arabier is gefundeerd op geslepen Bedouienen bandieten in de woestijn die de helden van de beschaving de soldaten van het Vreemdelingen Legioen overvallen. Alle clichés zijn erin verwerkt: de doortrapte barbaren uit de wildernis tegen de cultureel superieure vertegenwoordigers van recht en orde. De blanke Europeaan was de held, de gekleurde Arabier de schurk. Dat beeld veranderde geleidelijk aan in vooral de tweede helft van de jaren zestig. De Arabieren en met name de Palestijnen werden voorgesteld als figuren uit een cultureel volledig andere wereld, lui die gevreesd moesten worden. Palestijnen werden zeker niet afgebeeld als burgers die onteigend waren, en uit hun eigen land waren verdreven of bezet werden door een vreemde macht. De filmindustrie koos voor de Israelische versie van het conflict en portretteerde de Palestijnen als terroristen, als daders en niet als slachtoffers. Mensen zoals u en ik, zestigers, zijn opgegroeid met het beeld van Hollywood dat de Palestijnen terroristen zijn en niet een volk dat al vele jaren lijdt onder een bezetting en slachtoffer is van etnische zuiveringen. Die ééndimensionale beelden zijn een ramp. Het ontnemen van iemands menselijkheid, het brandmerken van een heel volk is levensgevaarlijk. In onze beeldcultuur worden Arabieren met beelden gedemoniseerd en we weten uit de geschiedenis dat het ontmenselijken aan het moorden vooraf gaat. Hollywood heeft de Arabieren vanaf het begin gecriminaliseerd, tot het absurde toe. Egyptenaren werden opgevoerd in de vorm van herlevende mummies die Amerikaanse vrouwen proberen te veroveren. In de jaren zeventig werden sjeiks afgebeeld als een bedreiging omdat ze met hun oliegeld de westerse samenlevingen begonnen te infiltreren. Ze kochten in Londen en de Verenigde Staten onroerend goed, de kreet was: “De Arabieren komen er aan,” terwijl iedere multimiljonair op aarde in de VS en Europa investeert. Maar omdat het Arabisch geld was, was het gekleurd en moest men bang zijn. Begin jaren negentig was er de Tweede Golfoorlog met alle voorafgaande propaganda om de strijd te rechtvaardigen. Ik herinner me nog levendig hoe een jonge vrouw uit Koeweit in het Amerikaanse Congres getuigde dat Irakese soldaten op de kraamafdeling van een ziekenhuis in Koeweit Stad baby’s uit hun couveuses trokken en op de grond smeten om ze daar te laten sterven. Geen enkele journalist, geen enkel Congreslid onderzocht destijds de identiteit van deze jonge vrouw. Was zij echt in Koeweit geweest? Had zij daadwerkelijk Irakese soldaten deze gruweldaden zien verrichten? Pas later ontdekte het publiek dat de officiële getuige de 15-jarige dochter was van de Koeweitse ambassadeur in de Verenigde Staten die speciaal hiervoor getraind was door het al eerder in opspraak geraakte Public Relations kantoor Hill & Knowlton. Alle betrokken journalisten en volksvertegenwoordigers gingen er blind vanuit dat zij de waarheid sprak. De pers en de politiek waren daartoe ook bereid. Ze vonden het kennelijk aannemelijk dat Arabieren dit doen. En dan hebben we natuurlijk in 2003 de invasie en bezetting van Irak. Het was niet moeilijk voor een groot deel van het Amerikaanse publiek het geweld te steunen, omdat al meer dan een eeuw de Arabieren in alle media, van stripverhalen tot romans, videospelletjes en persberichten, beschuldigd worden van het kwaad in de wereld en daarom afgebeeld worden als onze vijand.’

    Uit Reel Bad Arabs: ‘Vooral de islam wordt uitgekozen voor een onrechtvaardige behandeling. De huidige beeldenmakers verbinden het islamitische geloof regelmatig met mannelijke suprematie, heilige oorlog, en terreurdaden, Arabische moslims worden geportretteerd als vijandige vreemde binnendringers, en als hitsige olie sjeiks die van plan zijn nucleaire wapens in te zetten. Wanneer moskeeën op het beeldscherm worden vertoond, dan draait de camera onvermijdelijk naar biddende Arabieren, en vervolgens naar het met kogels neermaaien van burgers. Dergelijke scenario’s zijn gebruikelijke kost.”

    Jack Shaheen: ‘In de beginjaren van de filmindustrie was iedereen een zondebok die niet blank en protestants was, de Afrikanen waren barbaren in het oerwoud, de Indianen waren wilden uit de open prairies, de Chinezen leefden in hutten van modder, en de Mexicanen waren zuipschuiten die op straat hun roes uitsliepen. Al die groepen waren destijds perfecte types om de rol van bedreigende wilden te spelen, vooral tijdens de periode van de stomme film. Na 1945, toen de Verenigde Staten zich als een wereldmacht was gaan gedragen, leerden we geleidelijk aan deze vooroordelen af te zweren. Het zijn alleen nog de Arabieren die worden gediscrimineerd, gestereotypeerd en gestigmatiseerd. Zij vertegenwoordigen de ander, de buitenstaander, de bedreiging, het gevaar. Het stigmatiseren versterkt ook de behoefte van sommige westerlingen om zich superieur te voelen aan anderen. Wanneer we ons niet langer meer als beter mogen beschouwen dan Aziaten, joden, Latino’s of zwarten, dan kunnen we ons tenminste nog superieur voelen aan die verachtelijke Arabieren. Bovendien moet iemand de rol van de slechterik spelen, zoals Sidney Furie verklaarde, de scenarioschrijver van Iron Eagle. “En dus creëer je er één… een aanvaardbare slechterik. Iemand moet het kwaad vertegenwoordigen.” En die iemand is dus de Arabier, zoals het vroeger de jood was. Een van de producenten gaf als verklaring “Jack, sommigen van ons willen geen goede Arabieren afbeelden, zelfs niet goede Arabische Amerikanen, omdat we dan als pro-Arabisch worden bestempeld.” Op dit alles wordt ingespeeld door de westerse berichtgeving van het Israelisch-Arabisch conflict. Waren de joden in Israel en de Palestijnen tot een vergelijk gekomen en was er vrede geweest dan zou de filmindustrie de Arabieren niet zo negatief afbeelden als nu het geval is. Politiek speelt een sleutelrol in dit hele ontmenselijkingsproces. Daarnaast voeden christelijke fundamentalisten de angst voor de islam. Zij winden zich al op over andere christenen die niet precies hetzelfde denken. Nu in deze tijd van globalisering de moslims net als alle andere groepen verspreid over de wereld raken, zien ze hen als bedreigend. De christelijke fundamentalisten begrijpen de islam niet en willen die ook niet begrijpen. Ze hebben hun eigen benarde visie van de wereld en alles dat daarin niet past, wordt onmiddellijk als vijandig beschouwd. Daar komt nog een zekere jaloezie bij over het feit dat de Arabische wereld nog een gemeenschap van mensen lijkt, bijeengehouden door een traditioneel mensbeeld, door een bepaalde geborgenheid, warmte, gastvrijheid, vriendelijkheid en een duidelijk decorum. Iedere buitenstaander die de regio bezoekt valt dat onmiddellijk op zodra ze met de gewone mensen in contact komen. Die gedeeltelijk nog organische wereld met zijn hechte familiebanden wordt doorgaans niet in films en nieuwsverslagen belicht, maar zodra Amerikanen het merken, worden ze herinnerd aan hun eigen jeugd toen diezelfde samenhang nog in de Verenigde Staten bestond. Voor de kolonisten van de vorige eeuw betekende de familie alles, en de Arabieren bezitten die familiecultuur nog. En tenslotte moeten we niet vergeten dat de Arabieren op de rijkste olievoorraden ter wereld zitten, en almaar rijker lijken te worden van ons geld, terwijl dit in de praktijk helemaal niet waar is, de meeste mensen zijn er arm. In dat gevoel zit natuurlijk een racistisch element, want we zouden niet zo snel een blank, christelijke Europees volk met olie, zoals de Noren, net zo criminaliseren als we met de Arabieren doen. De oliemaatschappijen maken momenteel recordwinsten, en geen enkel serieus debat bestaat hierover in de media, maar als de Arabieren al dit geld zouden opstrijken dan zou er een geweldig publiek kabaal ontstaan en zouden er demonstraties volgen. Daarentegen mogen onze eigen oliemaatschappijen doen wat ze willen. En dit complex van factoren wordt nog eens versterkt door de Israelische propaganda, die buitengewoon effectief is.’ 

    De vooraanstaande filmcriticus Anthony Lane van The New Yorker schreef in zijn weekblad: ‘Tenslotte is er het Arabische vraagstuk. De Arabische bevolking heeft altijd de meest wrange en onbegrijpelijke behandeling gekregen van Hollywood, maar met het einde van de Koude Oorlog is de stereotype zelfs nog verachtelijker geworden. In The Mummy (1999) kon ik nauwelijks geloven wat ik zag… Dus, ziehier een gezelschapsspelletje voor elke filmproducent die denkt aan een Midden Oosterse plaats van handeling; probeer de ene semitische groep te vervangen door een andere – joden in plaats van Arabieren – en luister DAN of er gelachen wordt.” En de prominente Amerikaanse politieke journalist William Greider schreef: “Joden werden veracht als exemplaren van het modernisme,” terwijl de huidige “Arabieren geportretteerd worden als de verspreiders van het primitivisme – beiden zouden onze behaaglijke moderne wereld bedreigen met hun vreemde gebruiken en begeertes.” 


    Lees verder: http://www.stanvanhoucke.net/deoneindigeoorlog/interviews/shaheen2.html




2 opmerkingen:

Sonja zei

Die ironie, van Vreeken, is inderdaad opmerkelijk, en wordt bijna onverdragelijk, wanneer je dit kunstwerkje leest.

AdR zei

Vreeken - die mij eerst nog een veelbelovende buitenlandredacteur leek - was de druppel in de toch al volle emmer van de Volkskrant voor mij, omstreeks de eeuwwisseling.
Hij bestond het de andersglobalistische beweging, door hem natuurlijk antiglobalistisch genoemd, te beschuldigen van stompzinnig nationalisme en geborneerdheid. En dat meende hij.
En dat in een krant die een vorige generatie actievoerders nog welgezind was - zij het in een hoekje als Dag In Dag Uit, maar toch. De omtovering tot Wildersbode was al in volle gang in 2000 ("Wilders" bestond nog niet eens).