Voor Geert Mak, die mij eens schreef: "Het probleem met jou is dat je verdomd vaak gelijk hebt, en dat het vaak geen prettige mededelingen zijn die je te melden hebt… Jij ziet veel dingen scherper en eerder," om hier aan onmiddellijk toe te voegen: "Maar ik kan niet zonder hoop, Stan, dat klinkt misschien wat pathetisch, maar het is toch zo."
Kortom, Het "probleem" was ik, niet het feit dat ik "verdomd vaak gelijk" had, maar "dat het vaak geen prettige mededelingen zijn die je te melden hebt,"terwijl Mak "niet zonder hoop," kon en die drijfveer was voor hem veel belangrijker dan dat een collega "veel dingen scherper en eerder [ziet]."Desondanks laat mijn oude vriend Geert Mak zich al decennia-lang door de mainstream-media uitnodigen om zich uit te spreken over een brede variëteit van onderwerpen waarvan het "probleem is dat" ik "verdomd vaak gelijk heb, en dat het vaak geen prettige mededelingen zijn die" ik "te melden heb. Jij ziet veel dingen scherper en eerder."En inderdaad, zoals ik al lange tijd heb aangetoond op mijn weblog, en zelfs in boekvorm, slaat Mak keer op keer de plank volledig mis, zonder dat mijn modale collega's dit doorhebben, en blijft hij als profeet uitgenodigd worden om zijn licht te laten schijnen op "veel dingen" die ik volgens zijn zeggen "scherper en eerder" zie. En omdat te voorkomen dat zijn boeken over Europa en de VS geen bestsellers worden, blijft ook Geert Mak schaamteloos publiekelijk ingaan op "veel dingen," waarover ik "verdomd vaak gelijk" heb en Mak en zijn publiek niet.
Daarom, ziehier:
Er zijn meer mensen door hoop geveld dan door het zwaard
We willen het niet horen. Klimaatcrisis, fascisme, erosie van de democratie – liever kijken we weg. In zijn nieuwe boek Absolute democratie fileert Ilja Leonard Pfeijffer onze verslaving aan relativering en roept hij op tot de enige hoop die ons rest: de moed om het gevaar onder ogen te zien.
Negativiteit is vaak zo negatief en daar houden wij niet van. Doemscenario’s moeten beperkt blijven tot Netflix, waar ze knus vanonder een fleece-dekentje met een gezellig knisperende zak pindaflips behapbaar worden gemaakt. En dan nog, ook daar, moet het wel goed aflopen, want anders voelen wij ons bekocht. De levensbedreigende komeet, die veelbetekenend wordt gerubriceerd als een ‘extinction level event’, moet op het laatste moment vlak voor de aftiteling uit koers worden gemept door een heroïsche vuistslag van Bruce Willis, want anders is de hele film met terugwerkende kracht een kutfilm.
Omdat Bruce Willis in het echt natuurlijk niet bestaat, vinden we onheil in de werkelijke wereld storend en irritant. Voordat je het weet, gaan wij ons nog terechte zorgen maken ook, waarmee onze chakra’s verkleuren en onze hele energiebalans wordt verstoord en daar hebben we geen tijd voor, want de kleine moet naar zwemles en iemand moet ook nog langs het afhaalpunt van Amazon om de zending Japanse kyara-wierook op te pikken, want je steekt net het laatste staafje aan.
Dreigingen moeten derhalve koste wat kost worden ontkend en de effectiefste strategie daarvoor is relativering, die zich zo graag vermomt in de eerbiedbaardige gewaden van de wijsheid van iemand die alles al heeft meegemaakt en zich daardoor niet zo snel gek laat maken. ‘We zullen zien,’ zeggen we en na deze wijze woorden kunnen we ons opnieuw zonder schuldgevoel wijden aan de egoïstische beslommeringen van ons kleine eigenbelang. ‘Het zal zo’n vaart niet lopen,’ voegen wij er desnoods nog aan toe.
Hoop is van nature een illusie, want wat is hoop anders dan het fata morgana van een gewenste afloop die zich in alle realistische scenario’s weigert te vertonen? Hoop is vermomde wanhoop.
Hierom zijn het slechte tijden voor duiders, analisten, profeten en andere waarheidsverkondigers. Omdat zij wijzen op de waarheid en waarschuwen voor de teloorgang van de leefbaarheid van de planeet, voor erosie van de democratie, voor de wederopstanding van het fascisme, voor geopolitieke verschuivingen, voor oorlog, voor de onhoudbaarheid van toenemende economische ongelijkheid en voor het verdienmodel van kunstmatige intelligentie dat gebaseerd is op aantasting van onze analytische vermogens, worden zij beschouwd als een storende factor. Ze spreken tot een publiek dat de vingers in de oren stopt en zo hard mogelijk ‘lalala’ zingt.
Alle kwaadaardige krachten, die het uit eigenbelang slecht voorhebben met de wereld en de mensheid, zijn bij niets meer gebaat dan bij een publiek dat de vingers in de oren stopt en zo hard mogelijk ‘lalala’ zingt.
De komende week komt er een bijzonder onwelkom boek van mij uit, waarin ik in essays analyseer waarom zorgeloosheid en onverschilligheid in deze tijden bepaald ongepast zijn. Absolute democratie, heet het, met als ondertitel ‘Kroniek van een aangekondigde afrekening’. In aanloop naar de verschijning van het boek heb ik het voorrecht genoten enkele interviews te mogen geven over de zorgwekkende materie die in het boek aan de orde komt. Alle journalisten stellen dezelfde laatste vraag: is er hoop? Hoop is de Bruce Willis van de journalistiek. Als er vlak voor het einde van het interview geen hoop geboden kan worden, is het hele interview met terugwerkende kracht een kutinterview.
In mijn historische roman zegt Alkibiades het volgende over hoop. ‘Ach, hoop. Wat zou de mens zijn zonder hoop, de valse geruststelling in tijden van gevaar? Hoop, goede vrienden, is een luxe die alleen hij zich kan permitteren die haar niet nodig heeft omdat hij voor het gevaar is toegerust, terwijl de hoop zelf een gevaar vormt voor wie niets dan hoop heeft om zijn hoop op te baseren. Hoop is van nature een illusie, want wat is hoop anders dan het fata morgana van een gewenste afloop die zich in alle realistische scenario’s weigert te vertonen? Hoop is vermomde wanhoop. Hoop heeft een hoge prijs, maar het probleem met hoop is dat die prijs pas wordt betaald wanneer alle hoop vervlogen is, want zolang er nog iets te redden valt, is de hoop nog levend dat de onvermijdelijke finale afrekening te vermijden is. Er zijn in de geschiedenis meer mensen door hoop geveld dan door speerpunten of zwaarden.’ Thucydides heeft deze memorabele woorden later geciteerd.
Hoop is de verkeerde reddingsboei. Als we ons vastklampen aan hoop, zullen we met zekerheid verdrinken. Waar wij ons op moeten concentreren, is dat wij toegerust dienen te zijn voor het gevaar en de allereerste stap die wij daartoe moeten zetten, is dat wij de moed opbrengen om het gevaar onder ogen te zien. Om de hoop te mogen koesteren dat wij de vele angstaanjagend reële dreigingen het hoofd kunnen bieden, moeten we om te beginnen zo goed mogelijk begrijpen wat er aan de hand is. Zonder dat wordt onze missie waarlijk hopeloos. Daarom heb ik Absolute democratie geschreven en daarom kom ik de komende weken naar Nederland en België om uw vingers uit uw oren te halen en met u van gedachten te wisselen over de waarheid.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten