zaterdag 7 november 2020

Chris Kijne en de Gesubsidieerde Onwetendheid 25

Het echte 'Amerika' werd al meer dan 160 jaar geleden beschreven door Herman Melville in Moby Dick, de roman waarover D.H. Lawrence schreef:

What then is Moby Dick? He is the deepest blood-being of the white race; he is our deepest blood-nature. And he is hunted, hunted, hunted by the maniacal fanaticism of our white mental consciousness. We want to hunt him down. To subject him to our will. And in this maniacal conscious hunt of ourselves we get dark races… to help us, red, yellow, and black, east and west, Quaker and fire-worshipper, we get them all to help us in this ghastly maniacal hunt which is our doom and our suicide…


The Pequod went down. And the Pequod was the ship of the white American soul. She sank, taking with her negro and Indian and Polynesian, Asiatic and Quaker and good, businesslike Yankees and Ishmael: she sank all the lot of them?


Het gruwelijkste aspect van de visionaire strekking van dit boek uit 1851 bewaarde D.H. Lawrence voor het slot van zijn essay:


If the Great White Whale sank the ship of the Great White Soul in 1851, what's been happening ever since? Post-mortem effects, presumably.


Nu wij getuige zijn van het einde van het Amerikaans imperium, is het goed om F. Scott Fitzgerald’s postuum verschenen boek The Crack-Up (1945) te lezen over de zogeheten 'roaring twenties.’ De auteur van The Great Gatsby (1925) kwam tot de slotsom dat:


All the stories that came into my head had a touch of disaster in them — the lovely young creatures in my novels went to ruin, the diamond mountains of my short stories blew up, my millionaires were as beautiful and damned as Thomas Hardy's peasants. In life these things hadn't happened yet, but I was pretty sure living wasn't the reckless, careless business these people thought — this generation younger than me.

 

Desondanks is het publiek van Ian Buruma tot voor kort getuige geweest van zijn pogingen het ‘imperialisme uit Washington’ te verkopen als ‘a force for good,’ een ‘ideal of openness and democracy.’ Door een gebrek aan kennis, door luiheid, opportunisme en ideologische verstarring begrijpen hij en zijn mainstream-opiniemakers niet dat auteurs als Melville, Scott Fitzgerald, Kerouac, Mailer en dichters als Walt Whitman, Robinson Jeffers, Hart Crane, Allen Ginsburg en talloze andere beroemde Amerikaanse intellectuelen, een vernietigende leegte achter de Amerikaanse schijn beschrijven. Zo zette de Amerikaanse socioloog Philip Slater in zijn studie Pursuit of Loneliness (1970) uiteen:


One begins to sense a wide gap between the fantasies Americans live by and the realities they live in. Americans know from an early age how they're supposed to look when happy and what they're supposed to do or buy to be happy. But for some reason their fantasies are unrealizable and leave them disappointed and embittered. 

Ergens in deze virtuele realiteit probeert de zogeheten ‘vrije pers’ haar toko draaiende te houden, alsof haar ‘white soul,’ niet allang ‘doomed’ is. Het zijn alleen de meest kunstzinnige-, de meest gevoelige individuen die beseften dat de onverzadigbare en ontheemde Amerikanen druk doende waren ‘to create a nation of lunatics,’ zoals Walt Whitman al in de negentiende eeuw schreef, ‘krankzinnigen’ die, in de woorden van Allen Ginsberg, ‘broke their backs lifting Moloch to Heaven!’ Moloch, ‘What sphinx of cement and aluminum bashed open their skulls and ate up their brains and imagination?’ In dezelfde tijd waarschuwde John Steinbeck voor de ‘nervous restlessness’ in de VS, ‘a hunger, a thirst, a yearning for something unknown — perhaps morality.’ De bestseller auteur Geert Mak begreep hier allemaal niets van, en kwalificeerde de Nobelprijswinnaar Literatuur   Steinbeck als 'een doemdenker,' wiens 'eeuwig sluimerende pessimisme' regelmatig 'ongegeneerd naar buiten,' brak. Steinbeck's wereldberoemde boek Cannery Row (1945) met de fameuze openingszin:


Cannery Row in Monterey in California is a poem, a stink, a grating noise, a quality of light, a tone, a habit, a nostalgia, a dream,


was naar het oordeel van Geert Mak, de domineeszoon en inmiddels, volgens eigen zeggen, herboren christen: 


één grote ode aan het doelloze bestaan, het leven omwille van het leven — en in die afwijzing van Grootse Levensdoelen was het een buitengewoon on-Amerikaans, misschien zelfs anti-Amerikaans — boek. 


Steinbeck werd tijdens 'zijn reis met Charley voor het eerst ongenadig geconfronteerd met degene die hij in werkelijkheid was: een oudere man die zichzelf overschreeuwde, die zijn leeftijd niet kon accepteren, zijn jeugd niet kon loslaten.' Dat Steinbeck's boek Travels with Charley (1962) ruim een halve eeuw na verschijning nog steeds uitgegeven wordt, en nog zal worden gelezen lang nadat de boeken van Mak vergeten zijn, is voor mijn oude vriend Geert geen argument. Helaas is hij niet de enige dwaze opiniemaker van mijn babyboom-generatie. Zo stelde de gepensioneerde Volkskrant-opiniemaker Paul Brill dat Mak's Reizen zonder John ‘een monumentaal boek’ was, uitgerust ‘met een schat aan informatie’ die ‘qua betrouwbaarheid’ het ‘met gemak [wint]’ van Steinbeck's Travels with Charley. Overal waar de kleinburger met zijn rotsvaste geloof in de onstuitbare Vooruitgang het tragische ontkent, gaan Gustav Flaubert's woorden op dat:


Lichtzinnige, bekrompen lieden en verwaande bevlogen geesten willen overal een conclusie in  vinden; zij zijn op zoek naar het doel van het leven en de afmetingen van het oneindige. Ze nemen wat zand in hun arme kleine handjes en ze zeggen tegen de Oceaan: 'Ik ga de korrels van je kusten tellen.' Maar omdat de korrels door hun hun vingers stromen en het rekenen lang duurt, stampen zij van woede en huilen. 


In 1866 schreef Flaubert in een brief aan een bevriende dame: 


U heeft het over de verdorvenheid van de pers; die maakt mij zo doodziek dat kranten me een regelrechte lichamelijke walging bezorgen. Ik lees liever helemaal niets dan die verfoeilijke lappen papier. Maar men doet al het mogelijke om er iets belangrijks van te maken. Men gelooft erin en men is er bang voor. Dat is de wortel van het kwaad. Zolang de eerbied voor het gedrukte woord niet uit de wereld is geholpen, komen wij geen stap verder. Breng het publiek de liefde voor het grote bij en het zal de kleine dingen in de steek laten, of liever gezegd het zal de kleine dingen zichzelf laten uitschakelen. Ik beschouw het als een van de gelukkigste omstandigheden van mijn leven dat ik niet in kranten schrijf. Het doet mijn beurs geen goed, maar mijn geweten vaart er wel bij en dat is het voornaamste.


Vijf jaar later liet hij in een brief aan George Sand weten: 


De hele droom van de democratie bestaat uit het verheffen van de proletariër tot het domheidspeil van de burgerman. Die droom is al gedeeltelijk verwezenlijkt. Hij leest dezelfde kranten en heeft dezelfde hartstochten.


Dit proces heeft zich in het gehele Westen voltrokken. Maar nu de Amerikaanse mainstream-opiniemakers van de ‘corporate press’ niet langer meer de Moloch in zichzelf en hun beschaving kunnen negeren, pretendeert één van hen, Michelle Goldberg, de gruwelijke afgod te hebben geïdentificeerd. Op de voorpagina van The New York Times van 3 november 2020, geeft zij de schuld voor al het etterende kwaad, dat zich de afgelopen tweeënhalve eeuw in de VS heeft opgebouwd, aan president Trump, ‘a narcissistic philistine’ die, volgens haar ‘bent American culture toward him.’ In het simplistische wereldbeeld van opiniemaakster Goldberg is één ‘narcistische proleet’ in een land van ruim 330 miljoen mensen van talloze etniciteiten bij machte om de gehele ‘Amerikaanse cultuur’ te vergiftigen. Als dit waar zou zijn dan stelt vanzelfsprekend de zogenaamde ‘Amerikaanse cultuur’ niets voor. Maar omdat de liberal intellectuelen hun eigen tijd niet kunnen analyseren zonder fundamentele kritiek te moeten uiten op het neoliberale kapitalisme, zien zij zich gedwongen op overleefde ideologische modellen terug te vallen, zoals de Verlichting met zijn Vooruitgangsgeloof, en zijn ‘rationality without reason,’ zoals de baanbrekende Amerikaanse socioloog C. Wright Mills dit al eind jaren vijftig van de vorige eeuw beschreef. 


In tegenstelling tot  de Christelijke leer zoekt de Verlichtingsideologie de verlossing juist in de materie. De Britse ‘political theorist’ John Gray wees er in zijn boek Enlightenment’s Wake (1995) terecht op dat:


For most of its disciples the appeal of the Enlightenment has always been that of an ersatz religion. The Enlightenment was another version of Christian myth more than it was a critique of Christianity, and the evangelical atheism that has staged an anachronistic revival in recent years is significant chiefly as a sign of the unreality of secularization. 


Net als met elk geloof en alle myriade verschijningsvormen is ook de ‘Enlightenment’ onderworpen aan de natuurwet van opkomst, bloei, en ondergang. Van het laatste is de mensheid nu getuige, zoals onder andere Pankaj Mishra beschrijft. Een systeem waarvan de elite een groot deel van de bevolking heeft afgeschreven, vernietigt zijn eigen toekomst. De oorspronkelijk impuls die een bepaalde samenleving mogelijk maakte, raakt onvermijdelijk, net als alles, een keer uitgewerkt. Wat volgt is de chaos van een versplinterde gemeenschap die er nu toe leidt dat bijvoorbeeld:


Since the beginning of the pandemic, the total net worth of America’s billionaires, all 686 of them, has jumped by close to a trillion dollars. In September, nearly 23 million Americans reported going without enough to eat, according to the Center on Budget and Policy Priorities. 

https://www.nytimes.com/2020/11/04/magazine/societal-collapse.html 



Terwijl de Amerikaanse bevolking nu in het zwarte gat van de zelf gecreëerde chaos staart, geeft Michelle Goldberg, als woordvoerder van de elite, de schuld voor alle ellende aan één man, Donald Trump. En dit, terwijl zij toegeeft te oordelen vanuit haar ‘obviously privileged position on the texture of daily life during the past four years.’ Ronduit absurd is haar uitspraak: 'How can arguments based on fact prevail in a nation where so many people know so little?' Het allereerste wat zij en haar publiek van 'urban elites' zich hadden moeten afvragen hoe het mogelijk is dat in het 'rijkste land ter wereld' zoveel mensen 'zo weinig weten'? Dan zou Goldberg onmiddellijk begrijpen wat er fout is aan het systeem in de VS. Dan zou zij de schuld niet exclusief bij Trump kunnen leggen. Maar als ze werkelijk naar de oorzaken had gezocht zou het meteen het einde van haar carrière betekenen, want voordurende fundamentele kritiek op het neoliberale kapitalisme wordt in de westerse massamedia niet getollereerd. 


Ook bij Goldberg worden oorzaak en gevolg omgedraaid. Ook hier ontbreekt enige rationaliteit, en wordt een mythisch beeld opgeroepen van één Moloch, die als een oud-testamentische afgod het kwaad in de wereld vertegenwoordigt. Dit simplisme negeert het feit dat Trump door een aanzienlijk deel van het electoraat tot president werd gekozen, en op het moment dat ik dit schrijf 2.7 procent minder stemmen heeft dan Biden met zijn 50.5 procent. Bij Goldberg openbaart zich, net als bij alle andere liberal opiniemakers, een infantiele mentaliteit, te vergelijken met die van een kind dat de tafel de schuld geeft van de pijn die het, na zich gestoten te hebben, heeft opgelopen. Wat wil Michelle Goldberg met de bijna 70 miljoen Amerikanen, die opnieuw op Trump hebben gestemd? Die kiezers zullen niet als vanzelf verdwijnen. En wat wil op zijn beurt de Nederlander Ian Buruma dat er met de 70 miljoen Amerikanen gaat gebeuren, die zich in Trump herkennen. Mijn oude vriend heeft, volgens eigen zeggen, ‘[l]ange tijd’ de VS ‘door een soort roze bril,’ bekeken, maar stelt nu dat dit ‘in de afgelopen jaren steeds minder roze [is] geworden,’ en voegt hieraan toe: 


Ik dacht lang: waar het ook misgaat, in de Verenigde Staten blijft de democratie altijd overeind. Die illusie ben ik inmiddels kwijt. Vooral die onbezonnen Irak-oorlog heeft mij cynisch gemaakt. Onder het mom van vrijheid en democratie richtten de Amerikanen een catastrofe aan.

https://www.nporadio1.nl/buitenland/27323-ian-buruma-nog-vier-jaar-trump-kan-leiden-tot-chaos-en-geweld 


Had Buruma dan nooit van de uitgebreid gedocumenteerde CIA-interventies gehoord, waarbij al in de eerste helft van de jaren vijftig  de democratische regeringen van Iran en Guatemala werden omvergeworpen? Natuurlijk wist hij dat, maar pas de zogenaamde ‘onbezonnen Irak-oorlog heeft’ hem ‘cynisch gemaakt.’ Hoe nu? Zoals bekend is ‘cynisme’ een 'houding van wantrouwen tegenover andermans bedoelingen, tegen het nut van instituties of van grote ongevoeligheid voor de gevolgen van de eigen daden.'

https://nl.wikipedia.org/wiki/Cynisme_(psychologie) 


Van Dale omschrijft ‘cynisch’ als ‘niet gelovende aan oprechtheid of goede bedoelingen van de mensen.’ Het gevolg van een cynische  levenshouding is het best omschreven door Oscar Wilde: ‘A cynic is a man who knows the price of everything, and the value of nothing.’ Let wel: er bestaat een subtiel maar wezenlijk verschil tussen een cynicus en een scepticus. Laatst genoemde durft te twijfelen, terwijl een cynicus alles zeker weet. De cynicus gaat ervan uit dat de mens niet deugt. Het is een mentaliteit die veel voorkomt bij mensen die ineens van hun geloof vallen, en door middel van het cynisme zichzelf een nieuwe identiteit proberen te verschaffen. Uit ervaring met cynici weet ik dat dit slag uiterst gevaarlijk kan zijn.  Zij proberen de geschiedenis te stoppen. In 1913 schreef de joodse, marxistische cultuurfilosoof Walter Benjamin in zijn essay ‘Ervaring’ over de cynicus:


Ons gevecht om verantwoordelijkheid vechten wij uit met een gemaskerde. Het masker van de volwassenen heet 'ervaring.' Het is uitdrukkingloos, ondoorgrondelijk, altijd hetzelfde. Alles heeft deze volwassene al achter de rug: jeugd, idealen, hoop, de vrouwen. Het was allemaal een illusie. Vaak zijn wij uit het veld geslagen of verbitterd. Misschien heeft hij gelijk. Wat zouden we er tegenin moeten brengen? Wij missen nog elke ervaring.


We zullen eens een poging doen om het masker op te lichten. Wát heeft deze volwassene ervaren? Wát wil hij ons bewijzen? Vóór alles eerst dit: ook hij is jong geweest, ook hij heeft gewild wat wij wilden, ook hij heeft zijn ouders niet geloofd, maar het leven heeft ook hem geleerd dat zij gelijk hadden. Nu denkt hij met een hautain glimlachje: zo zal het ook ons gaan — bij voorbaat ontneemt hij de jaren die we doormaken hun waarde, deelt ze in bij de tijd van de zoete jeugdzonden, de kinderlijke roes voordat de lange nuchtere jaren aanbreken van de ernst deze levens. Aldus de welwillenden, de verlichten. We kennen nog andere pedagogen, en die zijn zo bitter dat ze ons niet eens de snel voorbijgaande jaren van de 'jeugd' gunnen; ernstig en onverbiddelijk willen ze ons nu al onder de zware last van het leven doen buigen. Beide types ontwaarden en ruïneren onze levensjaren. 


En steeds meer krijgen wij het gevoel van: je jeugd is niet meer dan een korte nacht (vul haar met roes!); daarna volgt de grote 'ervaring,' jaren van compromissen, ideeën-armoede en gebrek aan vitaliteit. Zo is het leven. Dat vertellen de volwassenen ons, dat hebben ze ondervonden. Ja! Dat hebben ze ondervonden, dit ene, onveranderlijke: de zinloosheid van het leven. De hardheid van het leven. Hebben ze ons ooit opgewekt tot het grote, tot het nieuwe, het toekomstige? O nee, want dat kan men immers niet ervaren. Alle zin, het ware, goede en schone is geworteld in zichzelf; wat moeten we hier met ervaring? — En daar hebben we het geheim: omdat hij nooit zijn blik richt op het grote en zinvolle werd de ervaring het evangelie van de filister. Ze werd voor hem de boodschap van de alledaagsheid van het leven. Maar hij heeft nooit begrepen dat er nog iets anders is dan alleen maar ervaring, dat er waarden zijn — niet te ervaren waarden — die wij dienen.


Het cynisme is het masker van teveel borrelhapjes, teveel lunches, teveel diners, teveel opportunisme, teveel corruptie, teveel vlees, te weinig geest. De gemaskerde dient de macht en zijn eigen welzijn, meer niet. Walter Benjamin adviseerde daarom:


Zegt u hem

Dat hij de dromen van zijn jeugd

Niet minacht als hij eenmaal man geworden is.

Niets haat de filister meer dan 'de dromen van zijn jeugd.' [...] Want wat er in die dromen aan hem verscheen, was de stem van de geest die ook hem eens riep, net als ieder ander.

  

Dit verklaart veel van Ian Buruma’s ‘cynisme,’ zijn opportunisme, zijn conformisme, het verraad aan zijn publiek en aan zichzelf. Het is als het ware in zijn, op het eerste gezicht, uitdrukkingsloze  gelaat gegroefd. Wat moet een serieuze intellectueel aan met professor Buruma’s praatjes, nu hij bekent als opiniemaker al die jaren niet goed te hebben opgelet, en die kennelijk juist daarom in de aanloop van de rampzalige Irak-invasie ervoor pleitte dat Europa een deel van ‘the dirty work’ van de VS zou overnemen, en ‘wij’ in Europa het risico zouden moeten aanvaarden door het International Criminal Court in Den Haag te worden veroordeeld voor de onvermijdelijke daaruit voortvloeiende oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Wat moeten Buruma’s ‘urban elites' aan met zijn bewering tegenover Pankaj Mishra dat het Europees en Amerikaans kolonialisme wereldwijd streeft naar ‘more individual liberty, secularization, less dependence on revealed truth and all the rest of it’? Hoe is het te verklaren dat Buruma nog steeds door de ‘corporate press’ wordt uitgenodigd om zijn licht te laten schijnen over ondermeer  het huidige ‘Amerika,’ terwijl  hij nog in 2017 met grote stelligheid verkondigde dat:

we ons moeten voorbereiden op een tijd waarin we met weemoed terugkijken op het betrekkelijk goedaardige imperialisme uit Washington.


Dit was niet 'cynisch' bedoelt, maar werkelijk gemeend, zoals hij mij liet weten. Waarom speelde het door de VS gepleegde massale geweld sinds de Korea-Oorlog, waarvan vele tientallen miljoenen mensen slachtoffer werden, geen enkele rol in zijn oordeel? Wat gebeurt er, wanneer ‘con-men’ uit cynische overwegingen hun publiek bedriegen? Even misselijk was Buruma’s zelfgenoegzame betweterigheid tegenover Pankaj Mishra toen deze intellectueel hem vergeefs probeerde duidelijk te maken dat:


I honestly want to diagnose the problem correctly. What I am saying is that the idea’s (de verlichtingsidealen. svh) which were proposed by a tiny minority for itself, and became attached to all kinds of different processes in the nineteenth and twentieth century, and, mostly, in the last few decades. But there is not a true line between the ideas of the Enlightenment and the present. What we see are different periodes, in which this modern project of emancipation assumes different forms, which is not to say that the modern project of emancipation should be abandoned, but the challenge is to make it available for people for whom it was not originally meant.


In zijn het voorwoord van de 2009-editie van False Dawn. The Delusions of Global Capitalism (1998) benadrukte de prominente Britse emeritus hoogleraar en politiek filosoof John Gray:  


In the era of the free market, now fast slipping from memory, the past hardly existed. Only the present had any reality, and it was being constantly refashioned and made new. New industries, new careers, new lives were continuously created, then discarded, according to market imperatives. Grandiose doctrines sprang up to support the belief that the free-market capitalism that had been adopted in a handful of countries would prevail over every other economic system. 


The long boom, the weightless economy, the great moderation, the new paradigm and the flat world — these and other wild fancies were recycled as established truths by politicians and journalists, economists and bankers, academics and supposedly hard-headed business people. No more would economies suddenly implode and currencies vanish, governments collapse and entire societies go up in smoke. No longer would geopolitical conflict repeatedly redraw the map of the world. Above all a collapse of the kind that occurred in the Thirties would not be repeated. All such disturbing events were in the past, and any suggestion that similar episodes might occur in future was dismissed as apocalyptic. 


Of course it was the idea that global economic collapse could no longer happen that was truly apocalyptic. History does not stop. It continues, as evolving technologies interact with the unalterable human animal and old conflicts are given new twists. Governments may be better informed than they have ever been, but they are not any wiser and if politicians and their advisers believed the boom could go on for ever it was because they had lost any sense of history. Capitalism may be the most productive economic system that has so far developed but it has always been highly volatile. The idea that once released from government regulation the market would be self-stabilizing can only be explained in the context of the absurdly unrealistic world-view that prevailed in the twenty years after the collapse of communism… The downfall of American finance-capitalism is a similarly world-changing event. The US is not going to implode, and cease to exist, in the way the former Soviet Union did. A long, Argentina-style decline is the most likely upshot of the current crisis, but the US has been a far more powerful force in world affairs than Argentina ever was. As a result, the breakdown of the model of capitalism which the US incessantly urged on other countries, and even on occasion applied itself, looks set to reshape the global order in deep and lasting ways. In the first edition of this book, published in March 1998, I wrote: ‘Today’s regime of global laissez-faire will be briefer even than the belle époque of 1870 to 1914, which ended in the trenches of the Great War’( p. 7). Not much more than a decade ago this seemed outlandish, but there have since been many signs that global capitalism was heading for a fall.


Waarom ontgaat dit alles Buruma en de polderpers? Het gevolg is ondermeer geweest dat zij in 2008 in totale verwarring toekeken hoe de kredietcrisis culmineerde in de ergste economische crisis sinds 1929. Om de eigen onnozelheid nog eens te onderstrepen, verklaarde op 7 oktober 2008, een verbijsterde Egbert Kalse, destijds economisch redacteur van nrc.next


Jij vraagt je natuurlijk af waarom jouw bank in Nederland in hemelsnaam in Amerikaanse hypotheken gaat beleggen? Dat komt omdat ze dachten daar meer geld mee te kunnen verdienen dan met andere beleggingen. Iedereen (dan bedoel ik voor de verandering maar weer eens echt iedereen) dacht dat de huizenprijzen in Amerika altijd zouden blijven stijgen. Dom natuurlijk, maar zo was het wel. En omdat iedereen dat dacht, dacht ook iedereen dat het wel veilig was daarin te beleggen. Niet dus.


Hoewel ook deze bewering op niets concreets berustte, zoals onder andere uit Gray’s betoog van tien jaar eerder valt op te maken, en door talloze Angelsaksische deskundigen was voorspeld, werd in 2013 Kalse, naar goed Hollands gebruik, tot adjunct-hoofdredacteur benoemd van NRC Handelsblad, en doet nu, volgens eigen zeggen, aan de ‘snelle duiding bij het belangrijkste nieuws van NRC.’ Al lang geleden heeft John Gray antwoord gegeven op de vraag waarom journalistieke lichtgewichten steeds verder omhoog vallen. In Enlightenment’s Wake schreef hij dat in ‘the late modern period in which we live, the Enlightenment project is affirmed chiefly for fear of the consequences of abandoning it.’ En zo blijven het establishment en zijn woordvoerders in de mainstream-media de geloofsartikelen van de Verlichting herhalen. Maar angst is een slechte raadgever en leidt zelden tot nooit tot oplossingen, doorgaans verergert het de kwaal. Met als gevolg dat ‘we’ in de postmoderne tijd:


[c]ontrary to the hopes which buoyed up Enlightenment thinkers throughout the modern period, find at the close of the modern age a renaissance of particularisms, ethnic and religious,’


aldus John Gray. Hij stelt dat:


within Western cultures, the Enlightenment project of promoting autonomous human reason and of according to science a privileged status in relation to all other forms of understanding has successfully eroded and destroyed local and traditional forms of moral and social knowledge; it has not issued in anything resembling a new civilization, however, but instead in nihilism… The legacy of the Enlightenment project — which is also the legacy of Westernization — is a world ruled by calculation and willfulness which is humanly unintelligible and destructively purposeless. Wherever the Enlightenment project has animated a culture or a polity, it has evoked counter-projects of re-enchantment of the world, via fundamentalist religion or a reversion to premodern forms of thought or community. Where traditional cultural forms remain intact, it is sensible to seek to nurture them, to shelter them from modern technologies which would rend (verscheuren. svh) them, and to develop new technologies which serve human needs while preserving traditional communities and cultural forms. Where modernization has been achieved without the destruction of the traditional culture, and without the incursion of the illusions of the Enlightenment — as in Japan and Singapore, Malaysia and potentially perhaps in China, despite its Marxist inheritances — it is reasonable, and in fact imperative, to resist Western demands for the development of social and economic institutions on a bankrupt Western model. Even in those non-Occidental cultures which have preserved themselves substantially intact, and which have modernized without Westernizing their social forms and structures, the impact of the revolutionary nihilism of Westernization has been to disrupt traditional conceptions of the human relationship with the earth, and to supplant them by humanist and Baconian instrumentalist understandings, in which nature is no more than an object of human purposes. In those non-Occidental cultures which have remained substantially intact, there may nevertheless be a possibility of a recovery of their traditional conceptions, such that they might successfully integrate Western technology without thereby succumbing wholly to Western humanism and nihilism.


Onwetend van wat er werkelijk onder hun neus en elders in de wereld gebeurt, onbewust van het feit dat het neoliberale kapitalisme geenszins gewonnen heeft en niet 'het einde van de geschiedenis' van de mensheid heeft ingeluid, blijven de geprivilegieerde opiniemakers de bestaande status quo propageren, kennelijk in de hoop dat de storm zal overwaaien. In juni 2017 vroeg ik Buruma via een email hoe ‘betrekkelijk goedaardig’ het ‘imperialisme uit Washington’ in zijn optiek was geweest: 


gezien het feit dat een alom gerespecteerde Amerikaanse onderzoeksjournalist als Tim Weiner, die jarenlang voor The New York Times had gewerkt, in zijn boek Legacy of Ashes: The History of the CIA (2008), 720 pagina’s lang het bloedspoor analyseert dat de CIA door de hele wereld heeft getrokken en nog steeds trekt. De recensent van The Washington Times kwalificeerde dit boek als:

Een vernietigend rapport van een inlichtingendienst die meestal faalde bij het voorspellen van belangrijke politieke gebeurtenissen op de wereld, mensenrechten schond, Amerikanen bespioneerde, moordaanslagen op buitenlandse regeringsleiders beraamde en geld stak in klungelige doofpotacties dat hij niet toekwam aan zijn eigenlijke werk, het verzamelen en analyseren van informatie.


De titel is afkomstig van president Eisenhower, die na acht jaar presidentschap


called into his office, the former legendary OSS officer and director of the CIA Allen Dulles, and said to him point- blank. ‘After eight years you have left me, a legacy of ashes.’


Concreet gesteld: zijn Vietnam, Afghanistan en Irak voorbeelden van 'het betrekkelijk goedaardige imperialisme uit Washington'? Of waren de door de VS gesteunde staatsgrepen in Perzië en Guatemala, Chili en Congo voorbeelden van die goedaardigheid? Zo nee, waren dit soort bloedige interventies slechts te verwaarlozen details in een verder goed bedoeld beleid? 


Wie zijn 'we' die met 'weemoed terugkijken' op zoveel 'betrekkelijk goedaardige imperialisme'? Toch niet de vele miljoenen slachtoffers van het uiterst gewelddadig Amerikaans imperialisme. Waarom tellen die — gekleurde doden en verminkten — niet mee in jouw beschouwing? 


Ik hoop snel iets van je te vernemen, nu je op het punt staat The New York Review of Books te gaan leiden.


Collegiale groet,

Stan

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/06/09/pax-americana-nadert-haar-einde-11006828-a1562395   


Ik kreeg geen concreet antwoord op de vraag hoe ‘betrekkelijk goedaardig’ het ‘imperialisme uit Washington’ was geweest, waarin hij nog drie jaar geleden braaf geloofde. Dat kon ik ook niet verwachten aangezien Ian Buruma zelfs Pankaj Mishra, de auteur van onder andere het scherpzinnige boek Age of Anger (2018), probeerde wijs te maken dat keizer Napoleon Bonaparte  een Verlichtingsautoriteit was geweest, die ‘the idea of the universality of rights’ had verspreid. Dat was een een makkelijk te ontzenuwen leugen, aangezien Napoleon opdracht had gegeven tot een massaal bloedbad op Haiti, omdat de slaven daar zich onafhankelijk hadden verklaard. Met het oog op de verwarde Buruma’s van de westerse mainstream-pers   wijst Mishra er in het recente nummer van The New York Review of Books erop dat:


It was clear, even during the cold war, that the shape of things to come would be decided by ideas and movements occurring in places geographically remote from the West, with their vast majority of the world’s population, rather than by Western cold warriors. The Chinese Revolution of 1949 always seemed to hold greater consequences for the wider world than the Russian Revolution, and Mao Zedong’s declaration that ‘the Chinese people have stood up’ after a century of humiliation by Western countries was always more than just boosterish rhetoric, inaugurating as it did a feverish, calamity-prone, but ultimately successful pursuit of national wealth and power.


Today, it cannot be denied that the major developments within Anglo-America — from de-unionization, increased corporate clout (slagkracht. svh), and the outsourcing of jobs to extreme inequality and white supremacist upsurge — cannot be explained without reference to the rise of China as a manufacturing giant and aggressively nationalist world power. In other words, understanding the contemporary world requires a truly global perspective — and not just one that merely adds the history of ‘democratic’ India and ‘authoritarian’ China to preexisting narratives of Western eminence. It means forsaking the whole structure of preconceptions on which a parochial West-centric view has long been based.


It is not easy to stop beating the old drums. The self-images and modes of thought and perception developed during the cold war are as pervasive as they are tenacious. American and British commentators were then battling against a potent indictment of Western-style democracy and capitalism by Communists and Communist sympathizers around the world. One consequence of this intense ideological clash was that anti-Communist commentators consistently overestimated their ‘free world’: they saw in it more widespread and enduring material, moral, and intellectual uplift than could be supported by historical facts.


In the most significant defensive maneuver by Western commentators during the cold war, liberalism became ‘not only the dominant but even the sole intellectual tradition,’ as Lionel Trilling confidently put it in 1950. This moral promotion was an odd fate for an ideology of individual freedom and property rights that had been denounced from both the left and the right for conceitedly fueling inequality and mass disaffection. As Reinhold Niebuhr wrote in 1944, ‘bourgeois liberalism was, on the whole, completely unconscious of the corruption of its own class interest and fondly imagined its perspectives to be ultimate.’


Nevertheless, as the cold war intensified, liberalism came to have, almost by default, a flattering image, especially when set against the miserable realities of Soviet and Chinese communism. It acquired, too, as contemporary scholars have shown, a prestigious intellectual ancestry, with John Locke and Thomas Hobbes enlisted as brainy forebears. The Enlightenment, sharply questioned within Europe from the late nineteenth century onward, came to be depicted as the source of the free world’s uniquely good fortune. This tradition of self-congratulation has reached its reductio ad absurdum in Steven Pinker’s (Canadees-Amerikaanse taalkundige, experimenteel psycholoog. svh) door-stopping data banks that claim things are getting better all the time and we just don’t realize it.


Many outraged young people today want to know how it became possible for white police officers to murder black people and for armed vigilantes to assault antiracist protesters in broad daylight with the tacit consent of a sitting US president. The glowing accounts of the free world as custodian of liberalism and democracy, heir to the Enlightenment, and nemesis of authoritarianism were never going to be of much help here. These cold war mythologies of virtue suppressed too many awkward facts — about, for instance, Voltaire, who described black people as ‘animals’ with ‘little or hardly any intelligence’; Kant, who believed that dark skin constituted a clear proof of stupidity and that women were unsuited for public life; or John Stuart Mill, who assumed that Indians were ‘barbarians,’ unfit for self-rule.


Moreover, a fixation on the crimes of Stalin, Mao, and Hitler managed to obscure the long centuries of global violence and dispossession that made Britain and the United States uniquely powerful and wealthy. As the feminist philosopher Lorna Finlayson recently wrote:


‘As surely as terrible crimes have been committed by socialist states, the history of liberal nations is the history of systematic acquisitive (hebzuchtige. svh) violence: from the genocide of indigenous populations, to chattel slavery, to contemporary ‘regime change’ and ‘humanitarian intervention. This much is uncontroversial, even though it may not be thought relevant — or polite, perhaps — to talk about it.’

https://www.nybooks.com/articles/2020/11/19/liberalism-grand-illusions/ 


Meer over de ingrijpende omwenteling waarvan wij nu getuige zijn, de volgende keer. 



 

Chris Kijne en de Gesubsidieerde Onwetendheid 24

 

Tegenover de London Review of Books verklaarde de Britse historicus en hoogleraar Tony Judt vlak voor zijn dood in 2010:


My generation has been catastrophic. I was born in 1948 so I am more or less the same age as George W. Bush, Bill Clinton, Hillary Clinton, Gerhard Schröder, Tony Blair and Gordon Brown — a pretty crappy (waardeloze. svh)generation, when you come to think of it, and many names could be added. It is a generation that grew up in the 1960s in Western Europe or in America, in a world of no hard choices, neither economic nor political. There were no wars they had to fight. They did not have to fight in the Vietnam War. They grew up believing that no matter what choice they made, there would be no disastrous consequences. The result is that whatever the differences of appearance, style and personality, these are people for whom making an unpopular choice is very hard…


Today it is a criticism to describe a politician as idealistic. This is in a way a new phenomenon and it too is born from the fact that Europe has not been involved in wars that would demand the mobilization of the whole population for over 60 years now. The last time there was such a sustained period of peace was probably the early Middle Ages. Traditionally leaders rose to power through wars or conquest. We have had six, seven generations of leaders who came to power exclusively by political manoeuvering, which is historically very unusual. It’s like inbreeding: there are no external inputs, no new kinds of people, only the political class breeding itself. This isn’t an argument in favor of war, just a historical fact.

https://www.lrb.co.uk/the-paper/v32/n06/tony-judt/the-way-things-are-and-how-they-might-be 


Ook de Nederlandse politiek-literaire elite, zoals wijlen Henk Hofland dit zo trots betitelde, lijkt inderdaad op inteelt, de bevruchting gebeurt altijd binnen de eigen soort van nauw aan elkaar verwante individuen, waardoor al snel een autisme ontstaat die niet in staat is signalen uit de buitenwereld te registreren, zoals het te laat signaleren van de opkomst van zogenaamde ‘populisten’ demonstreerde. Het elkaar soms letterlijk napraten is een ander voorbeeld, net als het collectief verzwijgen van informatie die het officiële verhaal weerlegt. Daardoor vervullen de huidige mainstream-journalisten dezelfde functie als de clerus in de middeleeuwen. De commerciële pers bepaalt wat de waarheid is en wat niet, wie de vijand is en wie niet. Maar evenals de clerus ten tijde van de reformatie het monopolie van de waarheid verloor, zo heeft vandaag de dag de ‘corporate press’ haar hegemonie verloren, de clerus door de komst van de boekdrukkunst, het journaille door de introductie van internet. En evenals de protestantse reformatie de katholieke contra-reformatie dwong om de verloren macht van de kerk terug te winnen, zo ziet de commerciële westerse pers zich genoodzaakt het verlies aan invloed terug te draaien door te claimen dat zij de waarheid spreekt en de sociale media slechts ‘nep nieuws’ verspreiden. Maar ook nu zal de poging vergeefs zijn, omdat, zoals de elfde eeuwse Perzische wijsgeer Al Ghazali destijds al opmerkte:


Er geen hoop [bestaat] terug te keren naar een traditioneel geloof nadat het eens verlaten is, aangezien de wezenlijke gesteldheid van de traditionalist is dat hij niet weet een traditionalist te zijn. 


Hetzelfde geldt voor de uitdrukking ‘you can’t go home again’ die: 


entered American speech to mean that once you have left your country town or provincial backwater city for a sophisticated metropolis you can’t return to the narrow confines of your previous way of life and, more generally, attempts to relive youthful memories will always fail.


Wanneer de mens eenmaal zijn onschuld heeft verloren zal hij die nooit terugvinden, omdat hij inmiddels weet geen ‘onschuldige’ meer te zijn. Men kan niet een verloren naïef bewustzijn in zijn oude vorm herstellen, men weet inmiddels te veel. De mens slaagt er niet in opnieuw te worden wat hij eens was. Een volwassene kan nooit meer een kind worden, zonder zichzelf te bedriegen. Ik benadruk dit om het zelfbedrog van mijn generatiegenoten in de journalistiek aan de kaak te stellen. Ik was dan ook blij verrast dat de Brits/Indiase auteur Pankaj Mishra in The New York Review of Books van 19 november 2020 op het volgende wijst:


In Radical Hope: Ethics in the Face of Cultural Devastation (2006), Jonathan Lear (Amerikaanse filosoof, psychoanalyticus, en hoogleraar. svh) writes of the intellectual trauma of the Crow Indians. Forced to move in the mid-nineteenth century from a nomadic to a settled existence, they catastrophically lost not only their immemorial world but also ‘the conceptual resources’ to understand their past and present. The problem for a Crow Indian, Lear writes, wasn’t just that ‘my way of life has come to an end.’ It was that ‘I no longer have the concepts with which to understand myself or the world… I have no idea what is going on.’

It is no exaggeration to say that many in the Anglo-American intelligentsia today resemble the Crow Indians, after being successively blindsided by far-right insurgencies, an uncontainable pandemic, and political revolts by disenfranchised minorities. For nearly three decades after the end of the cold war, mainstream politicians, journalists, and businesspeople in Britain and the US repeatedly broadcast their conviction that the world was being knit together peaceably by their guidelines for capitalism, democracy, and technology. The United States itself appeared to have entered, with Barack Obama’s election, a “post-racial age,” and Americans seemed set, as President Obama wrote in Wired a month before Donald Trump’s election, to “race for new frontiers” and ‘inspire the world.’


This narrative of a US-led global journey to the promised land was always implausible. Four years of Trump have finally clarified that between 2001 and 2020 — and through such events as the terrorist attacks of September 11, intensified globalization, the rise of China concurrent with the failed war on terror, and the financial crisis — the world was moving into an entirely new historical period. Moreover, in this phase, many ideas and assumptions dominant for decades were rapidly becoming obsolete.


Today, those who insisted that there was no practical alternative to Western-style liberal democracy and capitalism have no concepts with which to explain how China, a Communist-ruled country, became central to global networks of trade and finance; how India, ostensibly the ‘world’s largest democracy’ and fastest-growing economy, as well as a counterweight to China, came to be ruled by Hindu supremacists inspired by European fascist movements of the 1920s; and how electorates angered by dysfunctional democracy and capitalism at home empowered far-right demagogues. An intelligentsia shocked and traumatized by Brexit and Trump has seemed largely bemused, too, by the biggest protests in the United States since the civil rights movement — mass uprisings led by young people and fueled by the stunningly swift spread of a new historical awareness of how slavery and racial capitalism underpinned the wealth and power of the United States and Britain.


As members of what Lear calls a ‘literate culture,’ we may seem to be better placed than the Crow Indians to grasp our altered reality. But the upheavals of our times have devastatingly exposed our own deficit of conceptual resources, and it won’t be addressed by anything that happens in the US elections in November.


Guilty of calamitously mismanaging their response to the pandemic, Trump and his fellow travelers in Britain have plainly staked their future on victory in the ‘culture wars’: stories of past greatness, of America and Winston Churchill, and the villainy of ‘cultural Marxists’ are their talking points. But rational illumination has not been forthcoming from their critics, who lurch from shock and despair over outbreaks of Trumpism to absurd hopes that Joe Biden’s election will restore the ‘liberal order.’ Whether in the Murdoch-owned Wall Street Journal and The Times of London or in The Washington Post, The New York Times, The Economist, and the Financial Times, the laments and exhortations of a still largely white, male, and middle-aged commentariat bring to mind James Baldwin’s verdict that ‘the white man’s world, intellectually, morally, and spiritually, has the meaningless ring of a hollow drum and the odor of slow death.’


A new way to understand the forces at play is urgently needed. But it will come about only if we make a conscious attempt to interrogate and discard the formative influences of many writers over the age of forty.


The late Tony Judt, born in 1948, once spoke of the ‘pretty crappy’ generation he belonged to, which ‘grew up in the 1960s in Western Europe or in America, in a world of no hard choices, neither economic nor political.’ In Judt’s view, too many of his intellectual peers moved from radical postures into the ‘all-consuming business of material accumulation and personal security’ in the 1970s and 1980s as the postwar consensus in favor of the welfare state gave way to neoliberalism; they were especially quick to internalize the popular belief when the Berlin Wall fell that liberal democracy and capitalism had ‘won.’


A similar worldview prevails among a still younger generation than Judt’s. Its members, beneficiaries of an even more complacent era, the end of the cold war, are entrenched in senior positions in the periodicals, television channels, think tanks, and university departments of Anglo-America. Growing up during the triumphalist 1990s, they assumed that American-style democracy and capitalism had proven their superiority; ‘the class issue,’ Francis Fukuyama wrote in 1989 while declaring the end of history, had been 'successfully resolved’ in the ‘fundamentally egalitarian’ West — and it was only a matter of time before ‘authoritarian' China and Russia moved to duplicate such Western accomplishments, and ‘democratic’ India became a stakeholder in the liberal international order.


It is imperative today to abandon not only these shattered fantasies of two Western generations but also the intellectual narcissism implicit in them. For only then will the deeper structural changes of a suddenly unfamiliar world come into view — the changes that flow from decolonization, the central event of the twentieth century.

https://www.nybooks.com/articles/2020/11/19/liberalism-grand-illusions/  



Dit ‘intellectueel narcisme’ leidt tot de beschamend oppervlakkige en vooral ook gevaarlijke propagandistische mainstream-journalistiek in  het Westen, waarbij maar al te vaak verzwegen worden dat:  


The West won the world not by the superiority of its ideas or values or religion, but rather by its superiority in applying organized violence. Westerners often forget this fact, non-Westerners never do, 


zoals de Amerikaanse politicoloog Samuel Huntington uiteenzet in The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order (1996). Grootscheeps geweld is, zoveel is duidelijk, het fundament waarop vijf eeuwen westerse overheersing rust. Het probleem waarmee de Amerikaanse- en Europese bourgeoisie momenteel wordt geconfronteerd, is dat de massale ‘organized violence’ onvoldoende is geworden om de rest van de wereldbevolking te dwingen de status quo te bestendigen. Zoveel is zelfs voor de elite duidelijk geworden. Sinds de Tweede Wereldoorlog hebben de Amerikaanse strijdkrachten en hun NAVO-partners vanaf 1950 geen enkele omvangrijke oorlog weten te winnen, niet in Korea, niet in Afghanistan, niet in Irak, niet in Libië, en niet in Syrië. Eén van de belangrijkste redenen is dat de tegenstanders van het westerse neokolonialisme niets meer te verliezen hebben, zelfs niet het eigen, armoedige en uitzichtloze leven. Miljarden mensen staan met de rug tegen de muur, zij beseffen uit ervaring dat zij nooit het consumptieniveau van de —  tot voor kort — welvarende middenklasse in het Westen zullen bereiken, al was het maar omdat er dan vier aardes nodig zijn. Daarentegen willen degenen die nog volop mogen deelnemen aan de consumptiemaatschappij zolang mogelijk van hun relatieve rijkdom blijven genieten, zonder lastig te worden gevallen door terroristen en economische dan wel politieke vluchtelingen. En wat zij helemaal niet willen, is te sneuvelen voor het behoud van hun 'democratische' privileges. Evenals Huntington concludeert ook de neoconservatieve Amerikaanse historicus Victor Davis Hanson in zijn boek Why The West Has Won. Nine Landmark Battles in the Brutal History of Western Victory (2002) dat de westerse superioriteit altijd gebaseerd is geweest op ‘the most lethal practice of arms conceivable.’ In een poging zijn lezers gerust te stellen, stelde hij:


Let us hope that we at last understand this legacy. It is a weighty and sometimes ominous heritage that we must neither deny nor feel ashamed about — but insist that our deadly manner of war serves, rather than buries, our civilization.


Hij schreef dit 57 jaar na Auschwitz en Hiroshima, en lang na al die andere westerse genocides. Desondanks hoeven ‘wij’ ons niet ‘beschaamd’ te ‘voelen’ over de genadeloze westerse ‘wijze van oorlog voeren,’ maar moeten ‘wij’ juist ‘benadrukken’ dat deze ‘zware en soms onheilspellende erfenis,’ onze ‘beschaving’ eerder dient dan vernietigt. Typerend is dat Hanson door het Amerikaanse establishment geenszins wordt gezien als pleitbezorger van fascistische, massale terreur, maar als een gerespecteerde historicus die de opvattingen van de gevestigde orde helder formuleert. Daarbij herinner ik de lezer eraan dat Huntington terecht erop wees dat de ‘westerse beschaving niet waardevol’ is ‘omdat zij universeel’ zou zijn, maar juist ‘omdat zij uniek is.’ Geen enkele beschaving is in staat geweest zo doeltreffend vijf eeuwen lang over de hele mensheid te heersen, niet vanwege ‘de superioriteit van zijn ideeën of waarden of religie,’ maar domweg ‘door zijn superioriteit in het toepassen van georganiseerd geweld.’ Kortom, het Westen kon beter ‘Dachautje spelen’ dan welke civilisatie ook. Niet alleen beschikte de westerse elite over een onuitputtelijke reserve aan huursoldaten uit de lagere klassen, maar zij was er tevens in geslaagd het geschoolde deel van de bevolking mentaal te mobiliseren om de belangen van de elite te beschermen en zelfs uit te breiden. Kijk naar de carrières van Leo en zijn zoon Ian Buruma. In 2011 verklaarde de toen 88-jarige Buruma senior:  


Geleidelijk werd ik huisadvocaat van verschillende grote ondernemingen. Je deed daarvoor alle mogelijke zaken, inclusief de echtscheiding van de directeur. Mijn ondernemingspraktijk begon met de Herstelbank, de latere Nationale Investeringsbank, en met scheepsbouwer De Schelde. Later kwamen er andere grote scheepsbouwers bij zoals RDM, Wilton Feijenoord en uiteindelijk de hele RSV. […]


Vroeger werden mensen die in een proces verzeild waren geraakt, nog niet het vel over de oren getrokken met enorme tarieven. Maar ik moet bekennen dat ik zelf betrokken was bij het uit de pan vliegen van de advocatentarieven. Dat was toen ik in de Algemene Raad van de Orde zat en die portefeuille deed. 


Minister van Economische Zaken Lubbers had midden jaren zeventig verzonnen, dat het advocatentarief gekoppeld moest worden aan het inkomen van rechters in Assen of Middelburg. Nu, dat leek ons wat te weinig voor de Haagse kantoren. Accountants van Moret kwamen toen met een andere berekening, en daarmee overtuigden wij Lubbers die dit meteen voor het hele land goedkeurde. Het begon met die 243 gulden per uur en nu is er de wantoestand dat geen mens meer persoonlijk een advocaat kan betalen.

http://www.gerhardvanroon.nl/assets/images/nieuws/HBboek.pdf 


Zonder zich expliciet te verontschuldigen, vertelde jurist Leo Buruma dat hij midden jaren zeventig de aanzet had gegeven voor de huidige ‘wantoestand dat geen mens meer persoonlijk een advocaat kan betalen,’ behalve dan de mensen van ‘de grote ondernemingen’ die hem konden inhuren, waardoor zijn advocatenkantoor uiterst lucratief werd, en een kapitaal pand kon betrekken, gelegen aan Noordeinde 33, tussen Paleis Noordeinde en Binnenhof. Bovendien was hij op die manier commissaris bij grote ondernemingen geworden. De conclusie is gerechtvaardigd dat conformisme en collaboratie ook in westerse democratieën rijkelijk worden beloond. De mens die zich onderwerpt aan de macht verkoopt zodoende zijn ziel tegen een zo hoog mogelijke prijs. Daarbij speelt een belangrijk psychologisch fenomeen een centrale rol, namelijk het pathologisch gebrek aan zelfrespect. Burgers die daar wel over beschikken, zo schreef de Amerikaanse journaliste/schrijfster Joan Didion:   


exhibit a certain toughness, a kind of moral nerve; they display what was once called character, a quality which, although approved in the abstract, sometimes loses ground to other, more instantly negotiable virtues.



In haar essay Self-respect: Its Source, Its Power schreef Didion dat: 


character — the willingness to accept responsibility for one's own life — is the source from which self-respect spring.


Een karakterloos leven zonder ‘zelfrespect’ is, volgens Didion, het resultaat van:


the sins of commission and omission, the trusts betrayed, the promises subtly broken, the gifts irrevocably wasted through sloth (luiheid. svh) or cowardice or carelessness. However long we postpone it, we eventually lie down alone in that notoriously uncomfortable bed, the one we make ourselves. Whether or not we sleep in it depends, of course, on whether or not we respect ourselves.


Het zich onderwerpen aan het ‘sadisme’ en de ‘vernederingen,’ van het studentencorps,  het publiekelijk laten weten dat als gevolg van het eigen toedoen er in de ‘democratische’ rechtstaat een ‘wantoestand’ is ontstaan waarbij ‘geen mens meer persoonlijk een advocaat kan betalen,’ zonder als advocaat zelf actie te ondernemen zodat burgers ‘niet het vel over de oren’ wordt ‘getrokken met enorme tarieven,’ zoals Leo Buruma zelf stelt, zijn voorbeelden van dit gebrek aan waardigheid en persoonlijke verantwoordelijkheid binnen het milieu waarin Ian Buruma opgroeide. Toch weet hij maar al te goed wat eraan dit gemis schort. Eind 2013 verklaarde Ian namelijk tegenover het dagblad Trouw ‘Ik zie te weinig wereldverbeteraars.’ In de inleiding van het interview staat: 


Voor zijn boeken gebruikt Ian Buruma graag persoonlijke verhalen. Fragmenten uit romans of films, anekdotes uit brieven, de weerslag van een gesprek. Zijn nieuwste boek '1945, biografie van een jaar' begint met een cruciaal moment uit het leven van zijn vader. Maar de schrijver zelf blijft op afstand.


Hij luisterde gretig naar de verhalen van zijn vader, maar één ding kon Ian Buruma maar niet begrijpen. Hoe was het mogelijk dat hij zich kort na de Tweede Wereldoorlog opnieuw liet vernederen tijdens de ontgroening van het Utrechtse studentencorps?

https://www.trouw.nl/nieuws/ik-zie-te-weinig-wereldverbeteraars-ian-buruma~b3099503/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F 


Trouw meldt dat Ian zijn vader als eerste het boek liet lezen. Over diens reactie zei zijn zoon:


Ik geloof dat hij het mooi vond. Hij was blij dat zijn verhaal is vastgelegd, dat het niet verdwijnt als hij er straks niet meer is. Achteraf begreep hij mijn verbijstering over die nieuwe ontgroening wel, maar toen was de samenleving veel conservatiever, het was een poging tot herstel van de oude orde.


Dit is een beschrijving, geen verklaring voor Leo Buruma’s laffe, maar kenmerkende houding voor een groot deel van de Nederlanders. Na Auschwitz en Hiroshima wilde de ambitieuze Leo het ‘herstel van de oude orde,’ waaruit vijf oorlogsjaren lang zoveel wanorde was voortgekomen. De kleinburger wilde weer rust, orde en regelmaat, de onvoorstelbare chaos en vernietiging moesten zo snel mogelijk vergeten worden. De oorlog, die naar schatting 55 miljoen doden had veroorzaakt, van wie de helft burgers, moest gezien worden als een korte onderbreking van de normale gang van zaken in het nog steeds kolonialistische Nederland. Tegelijkertijd steunde een groot deel van de bevolking de grootschalige oorlogsmisdaden in ‘Ons Indië,’ een terreur die 70 jaar na dato nog steeds niet door de Nederlandse staat uitgebreid gedocumenteerd is. Volgens Trouw had Ian Buruma als journalist en hoogleraar democratie, mensenrechten en journalistiek wel:


oog gekregen voor de ontwrichtende werking van oorlogen. ‘In Irak, Libië en met name Afghanistan hebben we gezien hoe ernstig de gevolgen van oorlog zijn. Sommige oorlogen zijn misschien noodzakelijk, maar als je lichtzinnig aan een oorlog begint — en dat was zeker het geval in Irak — dan creëer je chaos. Als je een land of maatschappij door oorlog of bezetting uit elkaar trekt en de tegenstellingen vergroot, dan roep je een reactie op van wraak en in het ergste geval een burgeroorlog.  


Hier toont zich opnieuw de schizofrenie, het autisme, de hypocrisie van de modale mainstream-opiniemaker, want dezelfde Ian Buruma had op 16 juli 2002 — acht maanden voor de desastreuze inval in Irak — in The Guardian de Europeanen proberen te overtuigen dat zij de VS niet in de steek moesten laten bij het plegen van het ‘smerige werk,’ maar dat ‘we too must do the dirty work, and take the risk of being held accountable,’ voor de daaruit vloeiende oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. En dat, terwijl hij toen al op de hoogte kon zijn van ‘de ontwrichtende werking van oorlogen,’ en de ‘chaos’ die ‘je’ daarmee ‘creëert.’ 

https://www.theguardian.com/world/2002/jul/16/usa.features11 


Het is een treffend voorbeeld van ‘the trusts betrayed, the promises subtly broken, the gifts irrevocably wasted through sloth or cowardice or carelessness,’ waarover Didion het heeft, Dit verraad heeft ingrijpende consequenties voor enerzijds de samenleving en anderzijds voor burgers als de Buruma's zelf, want, zoals Didion terecht stelt:  


that sense of one's intrinsic worth which, for better or for worse, constitutes self-respect, is potentially to have everything: the ability to discriminate, to love and to remain indifferent. To lack it is to be locked within oneself, paradoxically incapable of either love or indifference. If we do not respect ourselves, we are on the one hand forced to despise those who have so few resources as to consort (omgaan met. svh) with us, so little perception as to remain blind to our fatal weaknesses. On the other, we are peculiarly in thrall to everyone we see, curiously determined to live out — since our self-image is untenable — their false notions of us. We flatter ourselves by thinking this compulsion to please others an attractive trait: a gift for imaginative empathy, evidence of our willingness to give… At the mercy of those we can not but hold in contempt, we play roles doomed to failure before they are begun, each defeat generating fresh despair at the necessity of divining and meeting the next demand made upon us.



Clap for the Wolfman

He gon' rate your record high

Clap for the Wolfman

You gon' dig him 'til the day you die



Het is terecht dat The New York Times Book Review Joan Didion als ‘a great American writer’ prees, met één van de ‘most recognizable — and brilliant — literary styles to emerge in America during the past four decades,’ een vrouw die het gebrek aan zelfrespect ‘alienation from self’ noemt, aangezien ‘[w]ithout it, one eventually discovers the final turn of the screw: one runs away to find oneself, and finds no one at home.’ Een schrijver is allereerst en bovenal een individu die vanuit zelfrespect zijn eigen moraliteit verdedigt. Hij/zij kan uiteraard geen propagandist zijn. Wanneer Ian Buruma in navolging van Amerikaanse politici met grote stelligheid beweert dat de VS ‘a force for good’ is, dan getuigt deze propaganda van dezelfde mentaliteit als die van zijn vader, die zich vrijwillig ‘onderwierp’ aan de vernederingen en het sadisme van anderen. Dit gebrek aan zelfrespect blijkt eveneens uit het propagandistische gehalte van Ian Buruma’s werk. En langs deze weg keer ik terug naar Pankaj Mishra, tegenover wie Buruma verklaarde dat Napoleon Bonaparta, als Verlichtingsadept, ‘de universaliteit van het recht’ nastreefde en dat het recht ‘not just one particular elite or one particular people’ moest dienen, terwijl in werkelijkheid de Franse keizer tenminste 200.000 zwarte slaven liet afslachten omdat zij op Haiti in opstand waren gekomen tegen de Franse koloniale onderdrukking en uitbuiting. Met het oog op de ‘Grand Illusions’ van de ‘liberals’ stelt Mishra in The New York Review of Books — nota bene het tijdschrift waar Buruma gedwongen werd als hoofdredacteur ontslag te nemen — het volgende: 


What then is to be done to exorcise the many ghosts in those cold war stories of liberalism, democracy, and the free world? How can we escape an intellectually enfeebled (verzwakt. svh) milieu where the self-interests and self-perceptions of privileged white men are passed off as ‘global thinking,’ and world philosophy and world history are essentially Western in nature and provenance? (The left tradition, with its endless and repetitive invocations of Marx, Gramsci, Adorno, Benjamin, and Arendt, doesn’t escape the trap of insularity [bekrompenheid. svh], either.)


An essential task here would be to address the staggering imbalances of intellectual life that mimic larger asymmetries of socioeconomic power across the globe. A newspaper columnist from India, China, Ghana, or Egypt is unlikely to be recognized as an authority on global affairs unless she can demonstrate some basic knowledge of Euro-American political and intellectual traditions. Most Western scholars, let alone newspaper reporters,do not have even a passing acquaintance with Indian, Chinese, African, and Arab history and thought.


Still, merely adding a few unfamiliar names to the curriculum, something already fiercely resisted by the conservative and reactionary right, won’t advance global thinking, as distinct from the institutional aims of ‘inclusivity’ and ‘diversity.’ Something more radical and arduous (zwaar. svh) will be required to avoid the total conceptual loss suffered by the Crow Indians: the interrogation of an intellectual tradition that distorts our sense of reality, and the relearning of world history, with the recognition that fundamental assumptions about the inferiority of nonwhite peoples have tainted much of our previous knowledge and analysis. This may seem a tall order, but the alternative is to keep banging meaninglessly the same old drum.


In verband met de lengte stop ik. Volgende keer meer.