• All governments lie, but disaster lies in wait for countries whose officials smoke the same hashish they give out.

  • I.F. Stone

donderdag 15 juni 2017

Geert Mak als Graadmeter 4


Nothing the Great Mystery placed in the land of the Indian pleased the white man, and nothing escaped his transforming hand. Wherever forests have not been mowed down, wherever the animal is recessed in their quiet protection, wherever the earth is not bereft of four-footed life  —  that to him is an ‘unbroken wilderness.’ 

But, because for the Lakota there was no wilderness, because nature was not dangerous but hospitable, not forbidding (bedreigend. svh) but friendly, Lakota philosophy was healthy — free from fear and dogmatism. And here I find the great distinction between the faith of the Indians and the white man. Indian faith sought the harmony of man with his surroundings; the other sought the dominance of surroundings.

In sharing, involving all and everything, one people naturally found a due portion of the thing he sought, while in fearing the other found need of conquest. 

For one man the world was full of beauty; for the other it was a place of sin and ugliness to be endured until he went to another world, there to become a creature of wings, half man and half bird.

Forever one man directed his Mystery to change the world He had made; forever this man pleaded with Him to chastise his wicked ones; and forever he implored his God to send His light to earth. Small wonder this man could not understand the other.

But the old Lakota was wise. He knew that man’s heart, away from nature, becomes hard; he knew that lack of respect for growing, living things soon led to lack of respect for humans too. So he kept his children close to nature’s softening influence.
Opperhoofd Luther Standing Bear. 1868-1939.

De wijsheid van de Indiaanse volkeren in de huidige VS laat zien hoe onnozel de verpolitiekte zienswijze van mijn oude vriend Geert Mak is. Tijdens een lezing op 14 februari 2017 onder de titel 2017 Jaar van de waarheid verkondigde het orakel van Bartlehiem dat het ‘Europese project vanaf het allereerste begin gebouwd’ was ‘op de grondbeginselen van de Verlichting, op de rechtsstaat, de democratie en de vrijheid van meningsuiting.’ Tegelijkertijd probeerde hij zijn publiek angst aan te jagen door te stellen dat — als gevolg van het aantreden van president Trump — de VS zich nu ‘snel en resoluut terug[trekt]’ uit het Avondland en dat Europa ‘vertrouwend op de eeuwige Amerikaanse paraplu, gemakzuchtig [is] geworden. De grensbewaking en de defensie zijn jarenlang verwaarloosd. En nu die beschermende paraplu onverwacht inklapt merken we hoe kwetsbaar we eigenlijk zijn: aan de zuidflank een brandende Arabische wereld, aan de oostflank een agressief en gefrustreerd Rusland dat de komende tijd best weer eens een gewapend conflict kan opstoken in Oekraïne of, de hemel verhoede het, de Baltische staten. Het zijn scenario’s die bepaald niet onrealistisch zijn.’ 

Mak’s gevaarlijke anti-Rusland hetze is een treffend voorbeeld van zijn opportunisme. Mei 2014 beweerde de zogeheten ‘chroniqueur van Amsterdam, Nederland, Europa en de VS,’ dat er sprake was van een 'Russische gevaar,’ aangezien ‘meneer Poetin’ aan ‘landjepik’ deed en dat de Russische president daarom 'Europa [dwingt] om meer aan defensie uit te geven,’ een opmerking die hij afrondde met de woorden: ‘Dus defensie kun je niet helemáál afbreken,’ daarbij verzwijgend dat de 28 NAVO-landen tezamen ruim dertien keer meer aan het militair-industrieel complex spenderen dan de Russische Federatie. Bovendien verzweeg de ‘populairste geschiedenisleraar’ van de Nederlandse kleinburger dat sinds de ontbinding van het Warschau Pact het ledenaantal van de NAVO was verdubbeld en het aantal militaire bases van het bondgenootschap — in strijd met de toezeggingen — steeds verder oostwaarts is opgerukt, waardoor Rusland nu geheel omsingeld is. Het zal geen verbazing wekken dat vervolgens generaal Tom Middendorp, Commandant der Strijdkrachten, instemmend de 'waarschuwing' van Mak citeerde. Met het oog op de door neoconservatieven in de regering Obama gecreëerde onrust in Oekraïne was de situatie aldaar, volgens Middendorp, ‘een wake-up-call’ om het zogeheten ‘Russische expansionisme’ tot staan te brengen. Het was een typisch voorbeeld van één tweetje tussen de mainstream-pers en het militair-industrieel complex. Maar nog geen twee jaar later beweerde dezelfde Geert Mak precies het tegenovergesteld door ditmaal te verklaren dat ‘Oekraïne een ontzettend labiel land [was en is], op de rand van een failed state, en nog altijd extreem corrupt. En of we dat nu leuk vinden of niet, het is een deel van de Russische invloedssfeer. Als president van Rusland kon Poetin zich niet permitteren niet op het verlies van de Krim te reageren. Als je nog maar een middag de geschiedenis van Rusland en Oekraïne bestudeert, snap je dat. Er is veel te lichthartig met dat probleem omgesprongen.’ Weer een jaar later, februari 2017, is onze ‘chroniqueur’ weer terug bij af, en is er opnieuw sprake van ‘een agressief en gefrustreerd Rusland dat de komende tijd best weer eens een gewapend conflict kan opstoken.’ Mak kennende is het probleem niet dat hij een middagje ‘de geschiedenis van Rusland en Oekraïne' heeft bestudeerd, maar dat zijn pathologische behoefte aan aandacht en schouderklopjes hem dwingt om met elke wind mee te waaien. Voor elk publiek een andere wind, u vraagt, wij draaien. 

Geert Mak’s opportunisme demonstreert hoe gevaarlijk mainstream-opiniemakers kunnen zijn. In plaats van dat hij bekritiseerd wordt, wordt hij telkens weer als ‘deskundige’ uitgenodigd om zijn licht te laten schijnen op van alles en nog wat. Tegenover mij wist Geert zichzelf eens drie keer tegen te spreken zonder het ook maar één keer door te hebben, en dat in minder dan een half uur. Het probleem met de opportunistische conformist is dat hij niet naar de waarheid zoekt, maar naar een verlossing. Net zoals zijn vader, de gereformeerde dominee Catrinus Mak, zijn ‘uitverkoren volk’ in 1936 publiekelijk verraadde door in een krant te  verkondigen dat de Neurenberger rassenwetten van de nazi’s -- die joodse Duitsers uit het publieke leven verbanden -- ‘staatkundig tolerabel’ waren, zo verraadt zijn zoon Geert vandaag de dag het ‘grondbeginsel’ van de ‘Verlichting,’ te weten ‘de rede,’ met de daaruit voortvloeiende normen en waarden. Hoewel mijn oude vriend in het openbaar pleit voor ‘[k]waliteit, empathie en courage, ja, dat hebben wij, als elite, in deze tijd nodig,' ontbreekt het hem nu juist aan intellectuele moed om bijvoorbeeld het antisemitisme van zijn ouders onder ogen te zien, en toonde hij zich tegenover mij verontwaardigd dat ik hun houding 'antisemitisch' had genoemd. In De eeuw van mijn vader (1999) — niet voor niets zijn best verkochte boek in Nederland — wordt langs de geschiedenis geschampt, en komt hij niet verder dan ‘verklaringen’ als 

Mijn ouders wisten nu eenmaal niet, zoals niemand dat weet, op welke plek ze zich bevonden in de geschiedenis. En met name wisten ze één ding niet: dat hun leven zich afspeelde tussen een voorbije wereldoorlog en een komende,

of deze:  

Soms vraag ik me af: heeft bij de mannenbroeders van voor de oorlog, die zich zelf zo graag ‘de kinderen Gods’ noemden, wellicht ook een onuitgesproken jaloezie meegespeeld? Jegens de enige echte ‘kinderen Israëls’?

Dus, ‘soms, wellicht,’ gevolgd door een vraagteken. Dat de ‘staatkundig tolerabele’ nazi-wetgeving tenslotte eindigde in het uitmoorden van zeker 75 procent van de joodse burgers in Nederland is een zaak waaraan Mak zich niet brandt, terwijl de houding van ondermeer zijn ouders toch interessant blijft, aangezien procentueel gesproken twee keer zoveel joodse Nederlanders werd uitgeroeid als joodse Belgen en drie keer zoveel als joodse Fransen. Hoe is dit verschil te verklaren? Wanneer 'we' op Geert Mak’s website lezen dat ‘[z]elden Nederlandse lezers een boek zo snel in het hart [zullen] hebben gesloten als De eeuw van mijn vader,’ dan lijkt mij de reden simpelweg dat de geschiedschrijving à la Mak nagenoeg alle heikele punten omzeilt om zodoende de lezer een feel-good gevoel te geven, hetgeen op zijn beurt weer de oplage ten goede komt. Maar van wijsheid getuigt deze houding niet. Zijn mentaliteit lijkt op die van zijn vader. Mak junior schijnt niet te beseffen dat ook zijn leven zich afspeelt ‘tussen een voorbije wereldoorlog en een komende,’ en dat een opiniemaker als geestelijk leidsman geen olie op het vuur moet gooien door in dit geval de hetze tegen Rusland te voeden. Per slot van rekening zijn er tijdens de Tweede Wereldoorlog tenminste 25 miljoen Russische burgers vermoord door de nazi’s en hun ‘staatkundig tolerabele’ wetgeving. Mak vergeet gemakshalve dat als de Russen dit offer niet hadden gebracht, hij zich nu had moeten conformeren aan de nazi's en hun Neurenberger rassenwetten.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten