• All governments lie, but disaster lies in wait for countries whose officials smoke the same hashish they give out.

  • I.F. Stone

dinsdag 25 april 2017

Bas Heijne's Propaganda 12

'Mickey,' a bronze sculpture of Mickey Mouse imagined as an antiquity dredged up from the bottom of the sea. Credit Damien Hirst and Science Ltd. All rights reserved, Artists Rights Society (ARS), New York, 2017; Photograph by Prudence Cuming Associates








Donderdag 6 april 2017 berichtte The New York Times over de poging van de Britse beeldend kunstenaar Damien Hirst een 'comeback' te maken.  Ook Hirst werd getroffen door  de kredietcrisis in 2008 waardoor de internationale kunstmarkt ineen stortte. Om hem weer aantrekkelijk te maken voor investeerders verklaarde 'Francesco Bonami, a curator who organized a major exhibition of Mr. Hirst’s work in Doha, Qatar, four years ago,' dat

the latest Hirst production ‘goes beyond good or bad,’ adding: ‘In his bombastic, exaggerated way, Damien has created a narrative the likes of which the public has never seen. Many will call it bad taste or kitsch, but it’s more than all of that. It’s Hollywood.’

In keeping with Mr. Hirst’s reputation as a serial shocker, ‘Treasures’ presents a visual, believe-it-or-not fairy tale rooted in mythology, theology and the artist’s imagination. The story goes like this: In 2008, a shipwreck was discovered off the coast of East Africa that is said to have contained a stash of treasures belonging to Cif Amotan II, a freed slave from northwest Turkey who lived between the first and early second centuries and who had amassed great wealth. His legendary collection of art and artifacts was placed on a ship, the Unbelievable, which sank. Divers rescued more than 100 works — giant sculptures of sea monsters encrusted with coral and semiprecious stones; golden monkeys, unicorns and tortoises; as well as a goddess whose face looks oddly like Kate Moss, a marble pharaoh that resembles Rihanna and a bronze statue of Mickey Mouse, covered with centuries of marine decay.

Typerend aan deze beschrijving is dat, geheel in lijn met de tijdgeest, Hirst’s ‘productie’ voorbij ‘good or bad’ gaat, en dat zijn ‘bombastische’ kunstwerken weliswaar voor velen ‘bad taste or kitsch,’ vertegenwoordigen, maar dat in de ogen van degene die deze handel probeert te slijten ‘it’s more than all of that. It’s Hollywood.’ Met andere woorden: begrippen als ‘goed of slecht’ doen er niet meer toe, en ook kwalificaties als ‘slechte smaak of kitsch’ zijn ontoereikend geworden om de werkelijkheid te beschrijven, aangezien ‘het allemaal meer dan dit alles’ is. Het is namelijk ‘Hollywood,’ oftewel de virtuele werkelijkheid die de realiteit van alledag heeft verdrongen, en werkelijker is geworden dan de werkelijkheid. Vandaar ook dat een aanzienlijk aantal getuigen van de aanslagen op 11 september 2001 zich gedwongen zagen aan films te refereren om de werkelijkheid te kunnen beschrijven, die zich voor hun ogen voltrok. 

Precies hetzelfde proces heeft zich voltrokken in de mainstream-journalistiek, ook daar heeft de virtuele werkelijkheid de realiteit verdrongen, ook daar zijn ‘good or bad’ inhoudsloos geworden, deze begrippen dienen alleen nog maar om zichzelf een valse identiteit te verschaffen ten koste van de gedemoniseerde Ander. Ook in de massamedia heerst de ‘bombastische’ en ‘gechargeerde’ retoriek die het publiek van ‘Hollywood’-films voorgeschoteld krijgt. 

Een illustrerend voorbeeld hiervan is Bas Heijne’s betoog in Staat van Nederland (2017). In navolging van de Britse ‘Chief Executive Officer (CEO) of The New York Times Company,’ Mark Thompson, voormalig directeur-generaal van de BBC, stelt de NRC-opiniemaker: ‘[o]ntmasker de retoriek, terug naar de feiten,’ om vervolgens precies het tegenovergestelde te doen. Terwijl de kritiek op het Amerikaans neoliberalisme aanzwelt, blijft Heijne proberen de officiële doctrine te rechtvaardigen door zichzelf en zijn publiek wijs te maken dat het voornaamste probleem vandaag de dag is dat het ‘volk’ zich op sleeptouw heeft laten nemen door onverantwoordelijke ‘populisten,’ waardoor zowel het ‘publieke-’ als ‘ook het politieke debat inmiddels geheel in dienst [lijken] te staan van het vertolken van twee emoties: hoon en ontsteltenis.’ En een dergelijke ontwikkeling is niet goed voor de status quo. Kritiek op de elite mag, zolang die maar niet fundamenteel is; frictie moet koste wat kost vermeden worden. Maatschappelijke strijd moet beperkt blijven, en daarom dient ‘de fatsoenlijke politiek’ de ‘toon en argumenten aandragen die — laten we zeggen — uitvoerbaar zijn, redelijk en begrijpelijk, en niet alleen maar een emotie bedienen,’ aldus Heijne. Kortom, doe maar normaal dan doe je al gek genoeg, of in de woorden van de VVD-voorman Mark Rutte 'doe normaal of ga weg,’ kortom, 'pleur op,' zoals dit in het postmoderne politieke jargon heet. Bekend is dat als toppunt van  normaliteit het zo geroemde poldermodel geldt, waarbij een door coöptatie samengesteld clubje ingewijden in naam van ‘het volk’ de zaken bedisselt. Om zijn betoog over ‘populisten' te onderbouwen, stelt Heijne, in de rol van woordvoerder van de gevestigde orde, dat ‘[n]et als Trump, Wilders en andere politieke buitenstaanders’ ook Ronald 

Reagan permanente oppositie [voerde] tegen het politieke establishment. Maar hoewel ze (de  populisten. svh) dezelfde ‘retorische positie’ innemen, schrijft Thompson, ontbrak het Reagan aan hun ‘roekeloze toorn en narcistische zelfgenoegzaamheid.’ Reagan wist zich weliswaar te positioneren als een buitenstaander, maar was tegelijk binnen het systeem een ‘safe pair of hands.’ Iemand aan wie je de boel kon overlaten.

Spoort Thompson’s en Heijne’s beeld van een ‘safe pair of hands’ met de werkelijkheid? Oordeelt u zelf. Een insider als de Amerikaanse auteur, wijlen, Gore Vidal, schreef in zijn essaybundel Armageddon? (1987) ondermeer het volgende over de president die na zijn ambtsperiode snel verder dementeerde: 

When Ronald Reagan's career in show business came to an end, he was hired to impersonate, first, a California governor and then an American president who would reduce taxes for his employers, the Southern and Western New Rich, much of whose money came from the defense industries. There is nothing unusual about this arrangement. All recent presidents have had their price-tags.

In hetzelfde hilarische en tegelijkertijd angstaanjagende essay beschrijft Vidal hoe president Reagan ervan overtuigd was dat de mensheid aan de vooravond stond van het armageddon. Alle tekenen waren 'gunstig,' er was een ‘evil empire’ en het leek, in het presidentiële bewustzijn, alsof daar in het Midden-Oosten, waar 'het uitverkoren volk' leeft, de demonen zich aan het verzamelen waren om de strijd tegen de joods-christelijke God te beginnen. Zoals bekend wortelen de dwaasheden van Amerikaanse presidenten in hun ‘exceptionalistisch’ messianisme, met zijn expansionistische politiek, oftewel, in 'the American idea of providential and historical chosenness.’ Al de negentiende eeuwse voorloper van het ‘exceptionalisme,’ de doctrine van ‘manifest destiny,’ ging ervan uit dat de VS het beloofde land was voor een uitverkoren volk, 'selected for divine purposes,' aangezien 'God blessed this undertaking; a new order for the ages,’ zoals de Latijnse spreuk toont op de Amerikaanse dollarbiljetten. Een aanzienlijk deel van de bevolking en de politieke elite in de VS is er diep van overtuigd dat 'through the New Israel, universal righteousness will return and the world will be regenerated. God and humankind will be reconciled at last.' Volgens deze leer zal tijdens het einde van de geschiedenis een ieder, die zich niet tot de juiste versie van het ware geloof heeft bekeerd, worden gedood. De grote slachting zal beginnen in het Midden-Oosten. Dat we hier niet te maken hebben met een splintergroep van godsdienstfanatici, blijkt ondermeer uit een Newsweek-opinieonderzoek in november 1999 dat

Forty percent of all Americans and 45 percent of Christians believe that the world will end, as the Bible predicts,  in a battle at Armageddon between Jesus and the Antichrist...

In the poll, large majorities of believers in the second coming of Christ believe that current events such as natural disasters (83%), epidemics like AIDS and Ebola (66%) and outbreaks of violence like shootings (62%), are a sign that it will happen soon. An overwhelming majority of believers in a second coming (95%) believe that, under such circumstances, it is important to get right with God and a majority (65%) think it is important to convert non-Christians… less than half of believers (42%) think that converting  people to the Christian faith hastens the return of Jesus to Earth. Among all of those surveyed, 57 percent expect that people will be divided between heaven and hell after the world ends. An even larger majority (68%) expect that they will be going to heaven…

Mei 2012 bleek uit een ander representatief onderzoek dat '22 Percent of Americans Think now the World Will End in Their Lifetime' en dat 'The United States is pretty well prepared' voor deze verlossende gebeurtenis, volgens  '22 percent of respondents,’ die er tevens van overtuigd is

that Big Government doesn't want you to know. This puts us on par with our oldest ally, Turkey, and way ahead of Great Britain, where only 8 percent of adults believe the world was hanging around just long enough for them to be born before it ended.

The country most caught off-guard by the End Times, which almost certainly will occur sooner rather than later, will probably be France, where only 6 percent of residents believe Armageddon will take place within the next few decades.

Dit zijn politiek relevante feiten, en staan haaks op de mening van opiniemaker Geert Mak dat de ‘Verlichting’ weliswaar ‘bedacht [is] in Europa, maar’ dat ‘Amerika het [heeft] uitgevoerd, als real life experiment.’ Het bewijst dat de ‘chroniqueur van Europa en Amerika’ lang niet zo goed is ingevoerd als bijvoorbeeld Gore Vidal, auteur van historische romans over de VS, en afkomstig uit de Amerikaanse ‘upper class.’ In zijn boek Armageddon? vertelt Vidal:

On 20 September 1970, an evangelical Christian, George Otis, and several like-minded folk visited Reagan when he was governor of California. They spoke rapturously (vol extatische vreugde. svh) of Rapture (het moment dat Jezus Christus zal terugkeren nadat ‘de hele schepping als in barensweeën’ zal ‘zuchten en lijden’ terwijl de ware gelovigen naar de hemel opstijgen. svh) Then, according to Otis, they all joined hands in prayer and Otis prophesied Reagan’s coming election to the presidency. According to Otis (‘Visit with a King’) Reagan’s arms ‘shook and pulsated’ during this prophecy. The next summer (29 June 1971) Reagan asked Billy Graham (beroemde Amerikaanse predikant. svh) to address the California legislature; afterwards, at lunch, Reagan asked Graham, ‘Well, do you believe that Jesus Christ is coming soon, and what are the signs of his coming if that is the case?’ Graham did not beat about this burning bush. ‘The indication,’ he said, ‘that Jesus Christ is at the very door.’

Later, in 1971, Governor Reagan attended a dinner where he sat next to James Mills, the president of California state senate. Mills was so impressed by the dinner conversation that he wrote it all down immediately afterwards, but published it much later (San Diego Magazine, August 1985), pro bono publico (voor de publieke zaak. svh), if a bit late.

After the main course, the lights dimmed and flaming bowls of cherries jubilee were served. No doubt inspired by the darkness and the flames, Reagan suddenly asked, out of right field, if Mills had read ‘the fierce Old Testament prophet Ezekiel.’ Mills allowed that he had (after all, you don’t get in the California state senate if you say no); as it turned out, he did know Ezekiel. Then, ‘with firelit intensity,’ Reagan began to talk about how Libya had now gone Communist, just as Ezekiel had foretold, and ‘that’s a sign that the day of Armageddon isn’t far off.’ In the thirty-eight chapter of Ezekiel it says God will takes the children of Israel from among the heathen when they’d been scattered and will gather them again in the promised land. That has finally come about after 2,000 years. For the first time ever, everything is in place for the battle of Armageddon and the Second Coming of Christ.

Reagan had eveneens over het lot van Libië een rotsvaste opinie, zo bleek toen de president verkondigde ‘that everything has not fallen into place yet. But there is only that one thing left that has to happen. The Reds have to take over Ethiopia.’ Maar dat was tot zijn grote opluchting onvermijdelijk. Tot die tijd was het een kwestie van rustig afwachten, want ‘[i]t’s necessary to fulfill the prophecy that (het voor tweederde christelijke. svh) Ethiopia will be one of the ungodly nations that go against Israel.’ De zienswijze van Reagan was gebaseerd op het rotsvaste geloof dat eerst ‘alle andere profetieën’ moesten worden vervuld voordat het grote vuurwerk kon beginnen. Desondanks bleef in de ogen van de NRC-duider Heijne president Ronald Reagan een man die zich zonder ‘roekeloze toorn en narcistische zelfgenoegzaamheid’ had weten te positioneren als ‘een “safe pair of hands.” Iemand aan wie je de boel kon overlaten.’ Dat mag voor een intelligent mens dan wel een ongenuanceerde opvatting lijken, maar zij weerhoudt de Nederlandstalige ‘politiek-literaire elite’ er niet van te oordelen dat Heijne de ‘beste in zijn vak’ is,  die er telkens in slaagt ‘binnen één stukje een schakering aan nuances’ te ‘toveren.’ De normen en waarden van dit inteelt-wereldje zijn, net als God’s wegen, ‘ondoorgrondelijk en zelden aangenaam.’ Daarentegen schreef degene die wel geïnformeerd was, namelijk Gore Vidal, over Reagan’s denkbeelden:

During the presidential race of 1980, Reagan told Jim Bakker of the PTL network (destijds a global evangelical Christian television network. svh): ‘We may be the generation that sees Armageddon,’ while a writer for the New York Times reported that Reagan (1980) told a Jewish group that ‘Israel is the only stable democracy we can rely on as a spot where Armageddon could come.’  

‘The Great Communicator,’ de ‘machtigste man’ ter wereld, had tot hij totaal aan Alzheimer ten onder ging, uitgesproken ideeën over het einde der tijden. ‘Uitverkoren volk, beloofde land, speciale missie, exceptionalisme, shining city on a hill, chosen people, de verlossing van de mensheid.’ Al deze mythen hebben de hele geschiedenis door geleid tot massale slachtpartijen, want als er ‘uitverkorenen’ bestaan, is de rest van de mensheid vanzelfsprekend niet ‘uitverkoren,’ en dus een dwalende massa in de woestijn, die desnoods met harde hand tot de orde moet worden geroepen. Elke westerse verlossingsleer, van Christendom tot de Verlichting, komt in de praktijk neer op het onvermogen om in vrede te leven met de anderen. In hun studie The Chosen Peoples. America, Israel and the Ordeals of Divine Election (2010) stellen de joods-Amerikaanse socioloog Todd Gitlin en de Joods-Israelische Liel Leibovitz, hoogleraar Communications aan de New York University:

The nation had been chosen to redeem mankind, but the question of who constituted that nation exactly, and what ought to be done to, or with, those unlucky enough not to belong to it, would roil (in beroering brengen. svh) the country for centuries. Divine election; millenarian hopes snatched from the storms of tribulation; trust that the colonists had a providential destiny; a belief that the rest of the world ought to be grateful: this ideological compound continues down throughout American history, tying together people of many different persuasions… In 1878, the elderly Emerson declared that ‘this country, the last found, is the great charity of God to the human race.’ Accepting the Progressive Party nomination in 1912 — the theme song was ‘Onward, Christian Soldiers’ — Theodore Roosevelt closed his speech with the words ‘We stand at Armageddon and we battle for the Lord.’ There is surely a straight line connecting TR (as well as his victorious rival that year, the still more fervent Christian Woodrow Wilson) with the George W. Bush who declared in his First Inaugural that God’s ‘purpose is achieved in our duty’ and that ‘an angel still rides in the whirlwind and directs this storm.’

Ook de ‘born-again Christian’ Bush junior wachtte als president in spanning af op de ‘Wederkomst van de Heiland,’ evenals talloze andere Amerikaanse presidenten, hoge militairen en invloedrijke beleidsbepalers. Zo werd 25 mei 2009 het volgende bekend:

Bush's Shocking Biblical Prophecy Emerges: God Wants to ‘Erase’ Mid-East Enemies ‘Before a New Age Begins’ 

By Clive Anderson, CounterPunch.

Bush explained to French Pres. Chirac that the Biblical creatures Gog and Magog were at work in the Mid-East and must be defeated. The revelation this month in GQ Magazine that Donald Rumsfeld as Defense Secretary embellished top-secret wartime memos with quotations from the Bible prompts a question. Why did he believe he could influence President Bush by that means?

The answer may lie in an alarming story about George Bush's Christian millenarian beliefs that has yet to come to light.

In 2003 while lobbying leaders to put together the Coalition of the Willing, President Bush spoke to France's President Jacques Chirac. Bush wove a story about how the Biblical creatures Gog and Magog were at work in the Middle East and how they must be defeated.

In Genesis and Ezekiel Gog and Magog are forces of the Apocalypse who are prophesied to come out of the north and destroy Israel unless stopped. The Book of Revelation took up the Old Testament prophesy:

‘And when the thousand years are expired, Satan shall be loosed out of his prison, And shall go out to deceive the nations which are in the four quarters of the earth, Gog and Magog, to gather them together to battle and fire came down from God out of heaven, and devoured them.’

Bush believed the time had now come for that battle, telling Chirac:

‘This confrontation is willed by God, who wants to use this conflict to erase his people's enemies before a New Age begins.’

The story of the conversation emerged only because the Élysée Palace, baffled by Bush's words, sought advice from Thomas Romer, a professor of theology at the University of Lausanne. Four years later, Romer gave an account in the September 2007 issue of the university's review, Allez savoir. The article apparently went unnoticed, although it was referred to in a French newspaper.

Wat is meer bekend over Reagan’s ‘safe pair of hands,’ waardoor hij ‘[i]emand’ zou zijn, ‘aan wie je de boel kon overlaten’? Opnieuw Todd Gitlin en Liel Leibovitz in The Chosen People:

One of Reagan’s personae, the one that exited most of his political base, sounded like Theodore Roosevelt on San Juan Hill. This was the Reagan of the rollback, the Manichaean Reagan who hailed the Nicaraguan contras as ‘the moral equivalent of our Founding Fathers’: whose eponymous Doctrine enjoyed aid of all kinds to anticommunist fighters no matter what their persuasion, including a Salvadoran government that deployed death squads against priests, left-wing activists, and plain peasants; whose 1985 State of the Union Address proclaimed: ‘We must not brake faith with those who are risking their lives… on every continent, from Afghanistan to Nicaragua… to defy Soviet aggression and secure rights which have been ours from birth.’ This was the Reagan who spent more on the military in peacetime than any previous American president, driving the country into unprecedented debt. 

Een andere goed ingevoerde Amerikaanse bron Tony Newman, ‘communications director for the Drug Policy Alliance,’ wees erop dat:

Ronald Reagan's harsh drug policies not only led to exploding prisons, they blocked expansion of syringe exchange programs and other harm reduction policies that could have prevented hundreds of thousands of people from contracting HIV and dying from AIDS.

While Ronald and Nancy Reagan were demonizing people who use drugs at home, their foreign policy objectives included funding the Contras in Nicaragua who played a role in flooding Los Angeles and other cities in the United States with crack cocaine…

While Nancy and Ronald Reagan are no longer with us physically, the public hysteria that they whipped up and the draconian, zero-tolerance drug policies that were implemented in the 1980s, are still alive and kicking today.


In the photograph, at left, Ronald Reagan, 'the Great Communicator,' meets with Rios Montt, who is holding a document titled 'This government has the commitment to change.' At the time, Reagan said Rios Montt was 'a man of great personal integrity and commitment' who wanted to 'promote social justice.' At right, is a line of bodies from one of the Guatemalan army's massacres of people who, no doubt, were deemed 'communists' and, therefore, inhuman and justifiably slaughtered like vermin. http://thiscantbehappening.net/node/1747  Bas Heijne sprak vol lof over 'Reagan' die geen ‘roekeloze toorn en narcistische zelfgenoegzaamheid’ zou kennen. 'Reagan wist zich weliswaar te positioneren als een buitenstaander, maar was tegelijk binnen het systeem een "safe pair of hands." Iemand aan wie je de boel kon overlaten,' aldus het wereldbeeld van de P.C. Hooftprijswinnaar 2017.

Hoe gevaarlijk de in wezen racistische opvatting van Heijne is dat het Reagan ontbrak aan ‘roekeloze toorn en narcistische zelfgenoegzaamheid,' blijkt wel uit het feit dat in mei 2013: 

A three-judge panel Friday convicted former Guatemalan dictator Efrain Rios Montt of genocide, saying his military regime used ‘extreme terror’ in an effort to wipe out a Mayan minority ethnic group in the early 1980s.

In a packed courtroom in Guatemala City, Judge Yassmin Barrios said investigators had proven that the regime led by Rios Montt, who is 86, used starvation, mass homicide, dislocation, rape and aerial bombardment as tactics to exterminate the Ixil minority, which it believed to harbor leftist guerrillas.

Barrios gave Rios Montt a 50-year jail term for genocide and an additional 30 years for crimes against humanity...

At the time of Rios Montt’s rule, the United States was engaged in proxy war across Central America in an effort to turn back Cuban-backed leftists in the region. In December 1982, President Ronald Reagan said after meeting with Rios Montt in Honduras that the Guatemalan dictator got a ‘bum rap’ (onterecht werd beschuldigd. svh) as a human rights violator.
http://truth-out.org/news/item/16309-guatemalan-ex-dictator-charged-with-genocide-and-crimes-against-humanity 

President Reagan’s steun aan de genocidale politiek van Rios Montt ging zover dat op diezelfde 4 december 1982 de Amerikaanse president na een gesprek achter gesloten deuren de ‘vrije pers’ meedeelde:

Well, ladies and gentlemen, President Rios Montt and I have just had a useful exchange of ideas on the problems of the region and on our bilateral relations.

Our conversation today has done much to improve the climate of relations between our two governments. I know that President Rios Montt is a man of great personal integrity and commitment. His country is confronting a brutal challenge from guerrillas armed and supported by others outside Guatemala.

I have assured the President that the United States is committed to support his efforts to restore democracy and to address the root causes of this violent insurgency. I know he wants to improve the quality of life for all Guatemalans and to promote social justice. My administration will do all it can to support his progressive efforts.

Kort samengevat: volgens Bas Heijne was Reagan ‘[i]emand, aan wie je de boel kon overlaten,’ terwijl de Amerikaanse president de naderhand wegens genocide veroordeelde Rios Montt als ‘a man of great personal integrity’ had geprezen. De lezer moet er dus van uitgaan dat de genocide en de misdaden tegen de menselijkheid, die in opdracht van deze dictator werden gepleegd en door Regan militair en politiek werden gesteund, in het mens- en wereldbeeld van de Nederlandse opiniemaker Heijne geen enkele rol spelen. Ik blijf hier langer bij stilstaan omdat het zo typerend is voor de regelmatig fascistische houding van westerse mainstream-opiniemakers, die de mond vol hebben over westerse normen en waarden. Daarom de feiten, zoals die door Wikipedia worden aangedragen:

In 1999 deed de Guatemalteekse Nobelprijswinnares Rigoberta Menchú aangifte bij de Spaanse justitie tegen Ríos Montt en zeven andere voormalige hoge Guatemalteekse functionarissen wegens genocide en misdaden tegen de menselijkheid. Ríos Montt genoot als parlementslid parlementaire onschendbaarheid, maar verloor deze toen hij in 2004 zijn congreszetel kwijtraakte. In september 2005 besliste het Spaanse Grondwettelijk Hof dat vervolging in Spanje mogelijk was. In juni 2006 vaardigde de Spaanse rechter Santiago Pedraz een internationaal arrestatiebevel uit tegen Ríos Montt en de zeven anderen en verzocht Guatemala om hun uitlevering. Verschillende leden van het Congres van de Verenigde Staten verzochten het Guatemalteekse ministerie van Justitie de uitlevering van Ríos Montt toe te staan.

In september 2007 wist Ríos Montt voor het FRG (Guatemalteeks Republikeins Front ) opnieuw een parlementszetel te winnen, waardoor hij opnieuw onschendbaarheid verkreeg. Op 14 januari 2012 eindigde zijn ambtstermijn als parlementslid en daarmee ook zijn onschendbaarheid. Op 26 januari 2012 verscheen hij voor het Hooggerechtshof van Guatemala en werd daar in staat van beschuldiging gesteld wegens genocide en misdaden tegen de menselijkheid, meer bepaald moord, foltering en de gedwongen verhuizing van duizenden leden van de Ixil, een Mayavolk, tijdens zijn bewind. Tijdens de zitting zweeg hij. Bij eerdere gelegenheden had hij verklaard dat er wel excessen zijn geweest, maar dat hij daarvoor niet verantwoordelijk was. Het hof plaatste Ríos Montt voor de duur van de procedure onder huisarrest.

Op 28 januari 2013 werd beslist dat Ríos Montt wegens genocide en misdaden tegen de menselijkheid zou berecht worden. De rechter oordeelde dat er voldoende bewijs was dat de ex-president tijdens zijn bewind de opdracht had gegeven aan het regeringsleger voor de moord op 1771 indianen. Ríos Montt werd zo het eerste voormalig staatshoofd van Centraal-Amerika dat voor genocide gerechtelijk vervolgd wordt. Tijdens het proces ontkende Ríos Montt dat hij de moordpartijen had bevolen.

Op 8 mei 2013 eiste openbaar aanklager Orlando López in zijn slotpleidooi 75 jaar gevangenisstraf voor de ex-dictator. Twee dagen later, op 10 mei, veroordeelde de rechtbank de ex-president tot tachtig jaar gevangenisstraf wegens genocide en misdaden tegen de menselijkheid. Daarmee werd Ríos Montt de eerste Latijns-Amerikaanse ex-president die door een nationale rechtbank veroordeeld is voor genocide of volkerenmoord. Volgens rechter Jazmin Barrios was het geweld tegen de Ixil niet spontaan, maar voorbereid. Het volk werd als vijand van de staat racistisch behandeld en als minderwaardig beschouwd.

Mensenrechtenactivisten en juristen beschouwden de uitspraak als historisch. Nooit eerder werd een staatshoofd door een gerecht in eigen land veroordeeld wegens volkerenmoord. Tot dan toe was dat enkel gebeurd in internationale gerechtshoven. Daarnaast werd het vonnis ook als belangrijk gezien voor de mensenrechten in Latijns-Amerika. Op 20 mei 2013 verklaarde het grondwettelijk hof de uitspraak echter nietig omwille van procedurefouten. De zaak zou opnieuw worden behandeld in januari 2015. Echter, in augustus 2015 besliste een tribunaal dat Ríos Montt en het voormalige hoofd van de militaire inlichtingendienst Mauricio Rodriguez terecht zouden staan in januari 2016, en dat de zitting achter gesloten deuren gehouden zou worden. Wegens de dementie van Ríos Montt werd hij niet meer in staat geacht de zitting bij te wonen, daarom zou hij vertegenwoordigd kunnen worden door een voogd. Gevangenschap zou niet meer opgelegd kunnen worden, eventueel wel gedwongen opname in een psychiatrische inrichting.


Het is karakteristiek voor Bas Heijne dat zijn geloof in ‘de Vooruitgang’ pas ‘stierf’ toen begin 2015 de redactie van Charlie Hebdo werd aangevallen, terwijl toch de terreur in Parijs minimaal was vergeleken bij de door Reagan gesteunde grootschalige terreur in Guatemala, Nicaragua, El Salvador, etcetera. Ik bedoel, Heijne zou het nooit in zijn hoofd hebben gehaald om Reagan ‘a safe pair of hands’ te noemen wanneer door diens steun aan een genocidale politiek bijvoorbeeld vele witte  Europese kinderen, vrouwen en ongewapende mannen waren vermoord, of voor hem dichter bij huis, honderdduizenden homoseksuelen  waren gedood omdat deen fascistische macht dit nu eenmaal opportuun achtte. En toch spreekt de columnist van de NRC impliciet het grootschalig Amerikaans terrorisme goed. Zou Heijne, die volgens een Vlaamse krant ‘constant [zoekt] naar ongerijmdheden in het debat’ zijn publiek kunnen uitleggen waarom hij sympathiseert met terrorisme, zodra dit grootschalig is, en westers? Ik stel die vraag omdat dinsdag 16 april 2013 de prominente Amerikaanse onderzoeksjournalist Robert Parry het volgende berichtte onder de titel ‘Tales of Reagan’s Guatemala Genocide’:

The first month of the genocide trial of former Guatemalan dictator Efrain Rios Montt has elicited chilling testimony from Mayan survivors who – as children – watched their families slaughtered by a right-wing military that was supported and supplied by U.S. President Ronald Reagan.

As The New York Times reported on Monday, ‘In the tortured logic of military planning documents conceived under Mr. Ríos Montt’s 17-month rule during 1982 and 1983, the entire Mayan Ixil population was a military target, children included. Officers wrote that the leftist guerrillas fighting the government had succeeded in indoctrinating the impoverished Ixils and reached “100 percent support.”’

So, everyone was targeted in these scorched-earth campaigns that eradicated more than 600 Indian villages in the Guatemalan highlands. But this genocide was not simply the result of a twisted anticommunist ideology that dominated the Guatemalan military and political elites. This genocide also was endorsed (gesteund. svh) by the Reagan administration.

A document that I discovered recently in the archives of the Reagan Library in Simi Valley, California, revealed that Reagan and his national security team in 1981 agreed to supply military aid to the brutal right-wing regime in Guatemala to pursue the goal of exterminating not only ‘Marxist guerrillas’ but people associated with their ‘civilian support mechanisms.’

This supportive attitude toward the Guatemalan regime’s brutality took shape in spring 1981 as President Reagan sought to ease human-rights restrictions on military aid to Guatemala that had been imposed by President Jimmy Carter and the Democratic-controlled Congress in the late 1970s.

As part of that relaxation effort, Reagan’s State Department ‘advised our Central American embassies that it has been studying ways to restore a closer, cooperative relationship with Guatemala,’ according to a White House ‘Situation Room Checklist’ dated April 8, 1981. The document added:

‘State believes a number of changes have occurred which could make Guatemalan leaders more receptive to a new U.S. initiative: the Guatemalans view the new administration as more sympathetic to their problems [and] they are less suspect of the U.S. role in El Salvador,’ where the Reagan administration was expanding support for another right-wing regime infamous for slaughtering its political opponents, including Catholic clergy.

‘State has concluded that any attempt to reestablish a dialogue [with Guatemala] would require some initial, condition-free demonstration of our goodwill. However, this could not include military sales which would provoke serious U.S. public and congressional criticism. State will undertake a series of confidence building measures, free of preconditions, which minimize potential conflict with existing legislation.’

The ‘checklist’ added that the State Department ‘has also decided that the administration should engage the Guatemalan government at the highest level in a dialogue on our bilateral relations and the initiatives we can take together to improve them. Secretary [of State Alexander] Haig has designated [retired] General Vernon Walters as his personal emissary to initiate this process with President [Fernando Romeo] Lucas [Garcia].’

‘If Lucas is prepared to give assurances that he will take steps to halt government involvement in the indiscriminate killing of political opponents and to foster a climate conducive to a viable electoral process, the U.S. will be prepared to approve some military sales immediately.’

But the operative word in that paragraph was ‘indiscriminate.’ The Reagan administration expressed no problem with killing civilians if they were considered supporters of the guerrillas who had been fighting against the country’s ruling oligarchs and generals since the 1950s when the CIA organized the overthrow of Guatemala’s reformist President Jacobo Arbenz.

Sympathy for the Generals

The distinction was spelled out in ‘Talking Points’ for Walters to deliver in a face-to-face meeting with General Lucas. As edited inside the White House in April 1981, the ‘Talking Points’ read: ‘The President and Secretary Haig have designated me [Walters] as [their] personal emissary to discuss bilateral relations on an urgent basis…

though the ‘talking points’ were framed as an appeal to reduce the ‘indiscriminate’ slaughter of ‘non politicized people,’ they amounted to an acceptance of scorched-earth tactics against people involved with the guerrillas and ‘their civilian support mechanisms.’ The way that played out in Guatemala — as in nearby El Salvador — was the massacring of peasants in regions considered sympathetic to leftist insurgents.

The newly discovered documents — and other records declassified in the late 1990s — make clear that Reagan and his administration were well aware of the butchery underway in Guatemala and elsewhere in Central America.

According to one ‘secret’ cable also from April 1981 —  and declassified in the 1990s —  the CIA was confirming Guatemalan government massacres even as Reagan was moving to loosen the military aid ban. On April 17, 1981, a CIA cable described an army massacre at Cocob, near Nebaj in the Ixil Indian territory, because the population was believed to support leftist guerrillas.

A CIA source reported that ‘the social population appeared to fully support the guerrillas’ and ‘the soldiers were forced to fire at anything that moved.’ The CIA cable added that ‘the Guatemalan authorities admitted that “many civilians” were killed in Cocob, many of whom undoubtedly were non-combatants.’ […]

Despite his aw-shucks style (joviale. svh), Reagan found virtually every anticommunist action justified, no matter how brutal. From his eight years in the White House, there is no historical indication that he was morally troubled by the bloodbath and even genocide that occurred in Central America while he was shipping hundreds of millions of dollars in military aid to the implicated forces.

The death toll was staggering — an estimated 70,000 or more political killings in El Salvador, possibly 20,000 slain from the Contra war in Nicaragua, about 200 political ‘disappearances’ in Honduras and some 100,000 people eliminated during a resurgence of political violence in Guatemala. The one consistent element in these slaughters was the overarching Cold War rationalization, emanating in large part from Ronald Reagan’s White House.

Despite their claims to the contrary, the evidence is now overwhelming that Reagan and his advisers knew the extraordinary brutality going on in Guatemala and elsewhere, based on their own internal documents…

Human rights groups saw the same picture. The Inter-American Human Rights Commission released a report on Oct. 15, 1981, blaming the Guatemalan government for ‘thousands of illegal executions.’ [Washington Post, Oct. 16, 1981]…

On Feb. 2, 1982, Richard Childress, one of Reagan’s national security aides, wrote a ‘secret’ memo to his colleagues summing up this reality on the ground:

‘As we move ahead on our approach to Latin America, we need to consciously address the unique problems posed by Guatemala. Possessed of some of the worst human rights records in the region… it presents a policy dilemma for us. The abysmal human rights record makes it, in its present form, unworthy of USG [U.S. government] support…

However, Reagan remained committed to supplying military hardware to Guatemala’s brutal regime…

An avowed fundamentalist Christian, Rios Montt impressed Official Washington where the Reagan administration immediately revved up its propaganda machinery to hype the new dictator’s 'born-again' status as proof of his deep respect for human life. Reagan hailed Rios Montt as 'a man of great personal integrity.'

By July 1982, however, Rios Montt had begun a new scorched-earth campaign called his 'rifles and beans' policy. The slogan meant that pacified Indians would get 'beans,' while all others could expect to be the target of army “rifles.” In October, Rios Montt secretly gave carte blanche to the feared 'Archivos' intelligence unit to expand 'death squad' operations in the cities. Based at the Presidential Palace, the 'Archivos' masterminded many of Guatemala’s most notorious assassinations.

The U.S. embassy was soon hearing more accounts of the army conducting Indian massacres, but ideologically driven U.S. diplomats fed the Reagan administration the propaganda spin that would be best for their careers. On Oct. 22, 1982, embassy staff dismissed the massacre reports as communist-inspired 'disinformation campaign,' concluding that 'that a concerted disinformation campaign is being waged in the U.S. against the Guatemalan government by groups supporting the communist insurgency in Guatemala.'

Reagan personally joined this P.R. campaign seeking to discredit human rights investigators and others who were reporting accurately about massacres that the administration knew, all too well, were true.

On Dec. 4, 1982, after meeting with Rios Montt, Reagan hailed the general as 'totally dedicated to democracy' and added that Rios Montt’s government had been 'getting a bum rap' on human rights. Reagan discounted the mounting reports of hundreds of Maya villages being eradicated.

In February 1983, however, a secret CIA cable noted a rise in 'suspect right-wing violence' with kidnappings of students and teachers. Bodies of victims were appearing in ditches and gullies. CIA sources traced these political murders to Rios Montt’s order to the 'Archivos' in October to 'apprehend, hold, interrogate and dispose of suspected guerrillas as they saw fit.'

Despite these grisly facts on the ground, the annual State Department human rights survey praised the supposedly improved human rights situation in Guatemala. 'The overall conduct of the armed forces had improved by late in the year' 1982, the report stated.

A different picture, far closer to the secret information held by the U.S. government, was coming from independent human rights investigators. On March 17, 1983, Americas Watch condemned the Guatemalan army for human rights atrocities against the Indian population.

New York attorney Stephen L. Kass said these findings included proof that the government carried out 'virtually indiscriminate murder of men, women and children of any farm regarded by the army as possibly supportive of guerrilla insurgents.'

Rural women suspected of guerrilla sympathies were raped before execution, Kass said, adding that children were 'thrown into burning homes. They are thrown in the air and speared with bayonets. We heard many, many stories of children being picked up by the ankles and swung against poles so their heads are destroyed.' [AP, March 17, 1983]


Resultaat van het Reagan beleid waarbij 'death squads' door hem werden gesteund.


Bas Heijne’s positieve kwalificatie van Reagan als [i]emand, aan wie je de boel kon overlaten,’ getuigt van dezelfde misdadige mentaliteit als die Mak demonstreerde toen hij Madeleine Albright’s opvatting gebruikte om zijn lezers ervan te overtuigen dat de VS nog steeds 'world's indispensable nation' is, de ‘anchor,’ de ‘default power,’ zonder erbij te vermelden dat voor de 'onmisbare natie in de wereld' een half miljoen dode Iraakse kinderen ‘de prijs waard’ is om de meedogenloze Amerikaanse politiek tot een succes te maken. Hier is sprake van dezelfde immorele mentaliteit die Mak’s vader toonde toen hij in 1936 als dominee liet weten dat de Neurenberger Rassenwetten, waarbij God’s uitverkoren volk uit het publieke leven in nazi-Duitsland werd gestoten, ‘staatkundige tolerabel’ waren. De pro-westerse, anti-Rusland propaganda van zowel Bas Heijne als Geert Mak is bovendien levensgevaarlijk. Nadat Heijne president Reagan had afgeschilderd als ‘[i]emand aan wie je de boel kon overlaten,’ demoniseerde hij in zijn Staat van Nederland (2017) met evenveel gemak de presidenten Poetin en Trump ervan ‘post-truth leiders’ te zijn, daarmee nog eens suggererend dat Reagan een ‘leider’ was die de waarheid sprak. Ook dit is gemakkelijk aantoonbaar onjuist, zoals onder andere de Iran-Contra Affaire demonstreerde, 

a political scandal in the United States that occurred during the second term of the Reagan Administration. Senior administration officials secretly facilitated the sale of arms to Iran, which was the subject of an arms embargo. They hoped thereby to secure the release of several U.S. hostages and to fund the Contras in Nicaragua. Under the Boland Amendment, further funding of the Contras by the government had been prohibited by Congress.
https://en.wikipedia.org/wiki/Iran–Contra_affair      

In de virtuele wereld van Bas Heijne is de waarheid meer dan eens even vluchtig als een etherische olie; korte tijd verspreidt zij een aangename, soms zelfs bedwelmende geur, maar na korte tijd is zij weer verdampt. De waarheid van een mainstream-opiniemaker duurt even lang als zijn column. En als hij een pamflet schrijft dat als ‘een pleidooi’ voor het een of ander is bedoeld, dan stapelen de halve waarheden en aperte leugens zich snel op. Zo beweert heijne vijf bladzijden na Reagan te hebben geprezen dat de:

erfenis van de Verlichting na de Tweede Wereldoorlog opnieuw gewaardeerd [werd] — de idealen van gelijkheid, van empathie met de andere, van zoveel mogelijk vrijheid en van de mogelijkheden tot verwezenlijking van het zelf opnieuw de ook aan[gaven].

Klopt deze stellige bewering van de ‘powerduider pur sang,’ die volgens zijn Hollandse fans in 2011 ‘de ideale kandidaat’ was ‘om de morele toestand van de Nederlandse samenleving mee door te spreken’? Het antwoord is een volmondig JA, tenminste voor Nederlandse opiniemakers van de mainstream-media zolang die maar autistisch genoeg blijven, want wat Heijne en zijn collega’s verzwijgen, is wat er allemaal sinds 1945 buiten de polder is gebeurd. Dinsdag 23 maart 2010 gaf de Amerikaanse geleerde Noam Chomsky tijdens de prestigieuze Erich Fromm Lezing in Stuttgart, een beschouwing met als titel ‘The evil scourge of terrorism.’ De feiten die hij aandroeg laten geen spaan heel van Heijne’s retoriek over Ronald Reagan in het bijzonder en het terrorisme in het algemeen, een onderwerp waarover onze Bas zelf in 2016 een pamflet schreef, zonder dat hij daarin ook maar één voorbeeld gaf van de door Chomsky geconstateerde terreurdaden van ‘het systeem,’ dat zo lang in ‘a safe pair of hands’ lag. Omdat Chomsky’s betoog integer, feitelijk en helder is, citeer ik er omstandig uit. De wereldberoemde deskundige op het gebied van de Amerikaanse buitenlandse politiek begon meteen als volgt:

The president could not have been more justified when he condemned ‘the evil scourge of terrorism.’ I am quoting Ronald Reagan, who came into office in 1981 declaring that a focus of his foreign policy would be state-directed international terrorism, ‘the plague of the modern age’ and ‘a return to barbarism in our time,’ to sample some of the rhetoric of his administration. When George W. Bush declared a ‘war on terror’ 20 years later, he was redeclaring the war, an important fact that is worth exhuming from Orwell's memory hole if we hope to understand the nature of the evil scourge of terrorism, or more importantly, if we hope to understand ourselves. We do not need the famous Delphi inscription to recognize that there can be no more important task. Just as a personal aside, that critical necessity was forcefully brought home to me almost 70 years ago in my first encounter with Erich Fromm's work, in his classic essay on the escape to freedom in the modern world, and the grim paths that the modern free individual was tempted to choose in the effort to escape the loneliness and anguish that accompanied the newly-discovered freedom -- matters all too pertinent today, unfortunately.

The reasons why Reagan's war on terror has been dispatched to the repository of unwelcome facts are understandable and informative -- about ourselves. Instantly, Reagan's war on terror became a savage terrorist war, leaving hundreds of thousands of tortured and mutilated corpses in the wreckage of Central America, tens of thousands more in the Middle East, and an estimated 1.5 million killed by South African terror that was strongly supported by the Reagan administration in violation of congressional sanctions. All of these murderous exercises of course had pretexts. The resort to violence always does. In the Middle East, Reagan's decisive support for Israel's 1982 invasion of Lebanon, which killed some 15-20,000 people and destroyed much of southern Lebanon and Beirut, was based on the pretense that it was in selfdefense against PLO rocketing of the Galilee, a brazen fabrication: Israel recognized at once that the threat was PLO diplomacy, which might have undermined Israel's illegal takeover of the occupied territories. In Africa, support for the marauding of the apartheid state was officially justified within the framework of the war on terror: it was necessary to protect white South Africa from one of the world's ‘more notorious terrorist groups,’ Nelson Mandela's African National Congress, so Washington determined in 1988. The pretexts in the other cases were no more impressive.

For the most part, the victims of Reaganite terror were defenseless civilians, but in one case the victim was a state, Nicaragua, which could respond through legal channels. Nicaragua brought its charges to the World Court, which condemned the US for ‘unlawful use of force’ — in lay terms, international terrorism — in its attack on Nicaragua from its Honduran bases, and ordered the US to terminate the assault and pay substantial reparations. The aftermath is instructive.

Congress responded to the Court judgment by increasing aid to the US-run mercenary army attacking Nicaragua, while the press condemned the Court as a ‘hostile forum’ and therefore irrelevant. The same Court had been highly relevant a few years earlier when it ruled in favor of the US against Iran. Washington dismissed the Court judgment with contempt. In doing so, it joined the distinguished company of Libya's Qaddafi and Albania's Enver Hoxha. Libya and Albania have since joined the world of law-abiding states in this respect, so now the US stands in splendid isolation. Nicaragua then brought the matter to the UN Security Council, which passed two resolutions calling on all states to observe international law. The resolutions were vetoed by the US, with the assistance of Britain and France, which abstained. All of this passed virtually without notice, and has been expunged (gewist. svh) from history.

Also forgotten — or rather, never noticed — is the fact that the ‘hostile forum’ had bent over backwards to accommodate Washington. The Court rejected almost all of Nicaragua's case, presented by a distinguished Harvard University international lawyer, on the grounds that when the US had accepted World Court jurisdiction in 1946, it added a reservation exempting itself from charges under international treaties, specifically the Charters of the United Nations and the Organization of American States. Accordingly, the US is self-entitled to carry out aggression and other crimes that are far more serious than international terrorism. The Court correctly recognized this exemption, one aspect of much broader issues of sovereignty and global dominance that I will put aside…

The audacity of Reaganite terrorism was as impressive as its scale. To select only one example, for which events in Germany provided a pretext, in April 1986 the US Air Force bombed Libya, killing dozens of civilians. To add a personal note, on the day of the bombing, at about 6:30 pm, I received a phone call from Tripoli from the Mideast correspondent of ABC TV, Charles Glass, an old friend. He advised me to watch the 7pm TV news. In 1986, all the TV channels ran their major news programs at 7pm. I did so, and exactly at 7, agitated news anchors switched to their facilities in Libya so that they could present, live, the US bombing of Tripoli and Benghazi, the first bombing in history enacted for prime time TV — no slight logistical feat: the bombers were denied the right to cross France and had to take a long detour over the Atlantic to arrive just in time for the evening news. After showing the exciting scenes of the cities in flames, the TV channels switched to Washington, for sober discussion of how the US was defending itself from Libyan terror, under the newly devised doctrine of ‘selfdefense against future attack.’ Officials informed the country that they had certain knowledge that Libya had carried out a bombing of a disco in Berlin a few days earlier in which a US soldier had been killed. The certainty reduced to zero shortly after, as quietly conceded well after its purpose had been served. And it would have been hard to find even a raised eyebrow about the idea that the disco bombing would have justified the murderous assault on Libyan civilians.

The media were also polite enough not to notice the curious timing. Commentators were entranced by the solidity of the non-existent evidence and Washington's dedication to law. In a typical reaction, the NYT editors explained that ‘even the most scrupulous citizen can only approve and applaud the American attacks on Libya the United States has prosecuted [Qaddafi] carefully, proportionately -- and justly,’ the evidence for Libyan responsibility for the disco bombing has been ‘now laid out clearly to the public,’ and ‘then came the jury, the European governments to which the United States went out of its way to send emissaries to share evidence and urge concerted action against the Libyan leader.’ Entirely irrelevant is that no credible evidence was laid out and that the ‘jury’ was quite skeptical, particularly in Germany itself, where intensive investigation had found no evidence at all; or that the jury was calling on the executioner to refrain from any action.

The bombing of Libya was neatly timed for a congressional vote on aid to the US-run terrorist force attacking Nicaragua. To ensure that the timing would not be missed, Reagan made the connection explicit. In an address the day after the bombing Reagan said: ‘I would remind the House [of Representatives] voting this week that this arch-terrorist [Qaddafi] has sent $400 million and an arsenal of weapons and advisers into Nicaragua to bring his war home to the United States. He has bragged that he is helping the Nicaraguans because they fight America on its own ground’ -- namely America's own ground in Nicaragua. The idea that the ‘mad dog’ was bringing his war home to us by providing arms to a country we were attacking with a CIA-run terrorist army based in our Honduran dependency was a nice touch, which did not go unnoticed. As the national press explained, the bombing of Libya should ‘strengthen President Reagan's hand in dealing with Congress on issues like the military budget and aid to Nicaraguan ‘contras.’

This is only a small sample of Reagan's contributions to international terrorism. The most lasting among them was his enthusiastic organization of the jihadi movement in Afghanistan. The reasons were explained by the CIA station chief in Islamabad, who directed the project. In his words, the goal was to ‘kill Soviet Soldiers,’ a ‘noble goal’ that he ‘loved,’ as did his boss in Washington. He also emphasized that ‘the mission was not to liberate Afghanistan’ -- and in fact it may have delayed Soviet withdrawal, some specialists believe. With his unerring instinct for favoring the most violent criminals, Reagan selected for lavish aid Gulbuddin Hekmatyar, famous for throwing acid in the faces of young women in Kabul and now a leader of the insurgents in Afghanistan, though perhaps he may soon join the other warlords of the western-backed government, current reports suggest. Reagan also lent strong support to the worst of Pakistan's dictators, Zia ul-Haq, helping him to develop his nuclear weapons program and to carry out his Saudi-funded project of radical Islamization of Pakistan. There is no need to dwell on the legacy for these tortured countries and the world.

Apart from Cuba, the plague of state terror in the Western hemisphere was initiated with the Brazilian coup in 1964, installing the first of a series of neo-Nazi National Security States and initiating a plague of repression without precedent in the hemisphere, always strongly backed by Washington, hence a particularly violent form of state-directed international terrorism. The campaign was in substantial measure a war against the Church. It was more than symbolic that it culminated in the assassination of six leading Latin American intellectuals, Jesuit priests, in November 1989, a few days after the fall of the Berlin wall. They were murdered by an elite Salvadoran battalion, fresh from renewed training at the John F. Kennedy Special Forces School in North Carolina. As was learned last November, but apparently aroused no interest, the order for the assassination was signed by the chief of staff and his associates, all of them so closely connected to the Pentagon and the US Embassy that it becomes even harder to imagine that Washington was unaware of the plans of its model battalion. This elite force had already left a trail of blood of the usual victims through the hideous decade of the 1980s in El Salvador, which opened with the assassination of Archbishop Romero, ‘the voice of the voiceless,’ by much the same hands.


De hele 'wereld op de sofa' bij 'power-duider pur sang' Bas Heijne. Nederland op zijn aller smalst. 

Nu duidelijk valt op te maken wat Bas Heijne bedoelt met ‘[i]emand aan wie je de boel’ kunt ‘overlaten,’ is de vraag gerechtvaardigd waarom Reagan met zijn — laat ik zeggen — 'roekeloze toorn en narcistische zelfgenoegzaamheid' door hem wordt geprezen als een ‘safe pair of hands’? Ik bedoel: waarom is voor het westerse ‘systeem’ grootschalige terreur een teken dat de politieke macht in een ‘paar veilige handen’ is? Ik stel die vraag niet alleen omdat in 2016 Heijne zich beklaagde over 'het terrorisme' dat zijn geloof in de ‘Vooruitgang’ en de ‘Verlichtingsidealen’ had vernietigd, maar ook omdat hij zich als een vis in water beweegt in het milieu van NRC Handelsblad, een mainstream-krant die herhaaldelijk de geschiedenis verkracht. Zo beweerde op donderdag 2 november 2006 de NRC-journalist Merijn de Waal in verband met de op handen zijnde verkiezingen in Nicaragua: 'Oud-strijders Nicaragua vrezen wraak Ortega.’ Daaronder stond 'Sandinistenleider zal onze grond afpakken, zegt koffieboer die bij de contras vocht.' Het ging hier om een voormalige ultrarechtse terrorist die met CIA-geld zijn eigen landgenoten in de jaren tachtig vermoordde, louter alleen omdat deze armen de hervormingsgezinde regering steunden. Als dank voor de moordzuchtige collaboratie kreeg de huidige koffieboer na zijn carrière als terrorist '3,5 hectare’ land, waarop de 'oud-strijder' nu koffiebonen verbouwd. Als gevolg van het terrorisme van de VS tegen de democratisch gekozen Sandinistische regering werd haar sociaal beleid en de landbouwhervormingen gestopt of zelfs de grond in geboord, en bleef Nicaragua op Haïti na 'het armste land van de Amerika's.' Ondertussen zijn de door Regan gesteunde Contra-leiders schatrijk geworden door de smokkel van cocaïne naar de VS. In 1989, concludeerde een Senaatscommissie van het Congres dat 

Contra drug links included… payments to drug traffickers by the U.S. State Department of funds authorized by the Congress for humanitarian assistance to the Contras... There was substantial evidence of drug smuggling through the war zones... Senior U.S. policy makers were not immune to the idea that drug money was a perfect solution tot the Contra's funding problems.' Het probleem was namelijk dat de regering Reagan deze terroristen buiten het uitdrukkelijk verbod van het Congres in het geheim financierden, onder andere via de cocaïnehandel.

Kortom de door de NRC als onschuldige koffieboer gepresenteerde collaborateur was lid geweest van een terroristische organisatie die in cocaïne handelde. Tegen de NRC zei hij in 2006: 'Ja, ik was één van Reagans vrijheidsstrijders. Maar in het begin wilde ik vooral mijn familie en onze grond verdedigen. Pas later kwam het besef dat ik streed voor democratie en vrijheid.’ Met terreur en cocaïne voor ‘democratie en vrijheid’ strijden, is de doortrapte voorstelling van zaken van de NRC. Dit soort propaganda is geen uitzondering, maar juist regel in het werk van de westerse commerciële massamedia. Dat blijkt niet alleen uit ondermeer Angelsaksisch media-onderzoek, maar ook uit de ervaringen van kritische journalisten. Zelfs mainstream-journalisten zien zich nu genoodzaakt openlijk te vertellen over hun eigen gecorrumpeerde houding. Zo bekent de 56-jarige Jeroen Smit, voormalig redacteur bij Het Financieele Dagblad, oud-chef economie van het AD en ex-hoofdredacteur van het zakenweekblad FEM/De Week, in een interview afgedrukt in het aprilnummer 2017 van HP/De Tijd dat

de journalistiek onderdeel is geworden van iets wat ze eigenlijk moet controleren, namelijk de elite. Heel veel mensen vertrouwen de journalistiek niet meer en zien ons zoals ze ook economen, bankiers, accountants, politici en rechters zien — namelijk als de elite, die zegt: ‘ik mag in een groter huis wonen en meer geld verdienen dan jij, want ik ontferm me over jou, och arme.’ Dat top-downdenken. Mensen hebben daar genoeg van en zeggen: ‘ben je besodemieterd, jij ontfermt je helemaal niet over mij. Je zorgt voor jezelf.

Smit vertelt dat hij tijdens dertig jaar journalistieke ervaring

zag hoeveel mensen zichzelf journalist noemden,. terwijl ze gewoon een doorgeefluik waren. Er kwam een persbericht binnen met een nieuwtje, je belde twee professoren om het stukje wat aan te kleden en vervolgens zetter je het in de krant. Heel veel journalistiek is gewoon het doorgeven van nieuws. 

Rick Nieman, tot mei 2015 negen jaar lang presentator van het RTL Nieuws verklaart op zijn beurt tegenover de HP-interviewster Nathalie Huigsloot dat het functioneren als ‘doorgeefluik’ al die tijd ook kon,

[w]ant als je het nieuws brengt vanuit de morele superioriteit — ‘zo zit de wereld in elkaar, ik weet het al’ — dan hoef je ook niet verder op onderzoek uit te gaan. Dan is het logisch dat je denkt dat je niet met mensen buiten je bubbel hoeft te praten, want je weet niet eens dat er een bubbel is…

Er zit nog een dieper probleem achter, volgens mij. Jan Eikelboom (buitenland verslaggever van de NOS. svh) schreef: ‘Ik was in Aleppo en ik heb daar wel het deel van de straat laen zen dat was gebombardeerd, maar niet de markt die aan de overkant in volle gang was. Want goed nieuws is geen nieuws. Dat is dus een vertekend beeld.’ Maar wat je in de Nederlandse media ook niet hebt gezien, is hoe duizenden mensen feestend de straat opgingen toen Aleppo door de regeringstroepen werd heroverd, want de regeringstroepen (die president Assad steunen. svh) zijn slecht dus dat klopte niet in ons beeld. En het is te ingewikkeld om uit te leggen.

Jeroen Smit: Dan wordt de journalistiek ontmaskert als het ware.

Rick Nieman: Exact.

Hoever de mainstream-journalistiek gecorrumpeerd is geraakt blijkt tevens uit Smit’s opmerking dat journalisten ‘de taak [hebben] om de mensen met macht te controleren en indien nodig te ontmaskeren,’ en Nieman daarop reageert met de opmerking:

Als dat de taak is van de journalistiek, dan zitten we echt op het verkeerde spoor. Want dat doen we wel héél erg sporadisch. Ik ga echt niet flauw doen hoor, maar als je van die veertig Volkskrant-columnisten er dertig weghaalt, kun je er misschien wel vijftien jonge, enthousiaste journalisten voor in de plaats aannemen.

Later in het interview merkt Volkskrant-krant columnist Bert Wagendorp op: ‘Wij zijn gewend om een vrij oppervlakkige vorm van journalistiek te bedrijven.’ Opiniemaker Wagendorp zegt tevens:

Het valt mij ook op dat als ik op Facebook kijk, dat mensen duidende stukken waar je de kwaliteit echt aan kan af kunt lezen, massaal doorplaatsen. Soms  zijn ze heel lang, maar ze worden enorm gelezen en gedeeld. Er is kennelijk een enorme behoefte aan dat soort journalistiek,

en

Toch blijven we denken dat we een realistische kijk op de wereld gepresenteerd krijgen als we de krant lezen of naar het nieuws kijken.

Met ‘we’ bedoelt Wagendorp tevens de mainstream-journalisten, want kritische journalisten weten al lang dat de ‘vrije pers’ een propagandistische weergave van de realiteit geeft. Vandaar ook dat zij de illegale-inval in Irak verdedigde, de opkomst van zogeheten ‘populisten’ te laat merkte, niet besefte dat het neoliberalisme de samenhang in de gemeenschap vernietigde, de kredietcrisis niet voorzag, en de desastreuze agressieve politiek van de NAVO blijft steunen, ondanks het feit dat daardoor Afghanistan, Irak, Libië, en Syrië in een chaos zijn veranderd. Bovendien blijft de westerse mainstream-pers een anti-Rusland hetze voeren, terwijl zij weet dat de enige die daarvan profiteert het militair-industrieel complex is, waar president Eisenhower de Amerikaanse bevolking al in 1961 tijdens zijn afscheidsspeech met nadruk voor waarschuwde. Het grote probleem van onze tijd is juist de commerciële massamedia, die blind voor de werkelijkheid zijn, omdat hun allereerste taak het maken van winst is. Daardoor kan Jeroen Smit, als oude rot in het vak nu ook tegenover HP/De Tijd uit ervaring tot de slotsom komen dat ‘er altijd al eindeloos veel fake news is geweest,’ en Bert Wagendorp vervolgens daarop reageert met de constatering ‘We zijn natuurlijk decennialang gevoed met fake news van de geheime diensten. Van de CIA tot grote persbureau’s.’

Deze prominente Nederlandse mainstream-journalisten blijken, zodra ze aan de tand worden gevoeld, niet langer meer bij machte om keihard te ontkennen geen propagandisten voor de heersende macht te zijn, zoals decennialang het geval is geweest. Maar hun bekentenissen leiden er niet toe dat zij zich in hun eigen werk volledig  onttrekken aan de propagandistische taak van de 'vrije pers.' Zouden Jeroen Smit, Rick Nieman en Bert Wagendorp daadwerkelijk de ‘waarheid’ vertellen, en stoppen met het verspreiden van ‘fake news,’ dan zouden zij binnen afzienbare tijd gemarginaliseerd zijn, net als elke andere werkelijk kritische journalist. Als opiniemaker Wagendorp de CIA-propaganda van bijvoorbeeld zijn Volkskrant-collega Arie Elshout aan de kaak zou stellen, dan zouden zijn dagen bij de krant geteld zijn. En dus zwijgt ook hij en blijft er sprake van ‘a conspiracy of silence,’ die niet ophoudt door slechts één interview in een Nederlands maandblad met een oplage van rond de 25.000 exemplaren. En zolang mainstream-journalisten zich laten gebruiken door de elite zal er geen eind komen aan de virtuele werkelijkheid, waarmee zij hun publiek opzadelen. Binnen deze context drijven opiniemakers als Bas Heijne, Geert Mak, Hubert Smeets, Arie Elshout en de rest van de praatjesmakers met de stroom mee, tot straks de rekening voor hun corrupte houding wordt gepresenteerd, en de burger de prijs voor de journalistieke lafheid moet betalen. Volgende keer meer over de ‘civic death and disposability’ die, zoals de Noord-Amerikaanse cultuurcriticus Henry A. Giroux in zijn boek America at War with Itself (2017) uiteenzet 'the new signposts' zijn 'of an authoritarian society in which historical memory is diminished and ethical evaluations become derided as figments of the liberal past.’ Mede door het buitengewoon schadelijke werk van de massamedia zijn namelijk op dit moment ‘dispossession and depoliticization central to the discourse of neoliberalism in which language molds identities, desires, values, and social relationships.’ 



In tegenstelling tot president Reagan is 'Trump,' volgens Heijne 'geen „safe pair of hands,allesbehalve...'






4 opmerkingen:

  1. Over idoot Jeroen Smit die alles vooral zegt voor het effect ,altijd met een zeer irritant geveinsd betrokken-gevoel zeg je:"Zelfs mainstream-journalisten zien zich nu genoodzaakt openlijk te vertellen over hun eigen gecorrumpeerde houding." ....Altijd pas na hun 'corruptie'-carriëre en in Smit's geval dus voor het effect....
    Deze Jeroen Smit zei als voorzitter van een of andere idiote journalistenprijs een paar jaar geleden over de winnares zonder enige vorm van menselijke waarden-besef columniste Sheila Sitalsing van de Volkskrant zoiets als: In tijden van vele onduidelijkheden weet zij altijd haarfijn uit te leggen hoe het werkelijk zit"......

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Veel valser nog dan dat zei Smit:".......is het een geruststelling dat Sitalsing het het altijd haarfijn weet uit te leggen"......Een zeer ervaren journalist als Smit die na vele jaren journalistiek voor de kenner moedwillig o.a. voor het effect zo'n ongelooflijke onzin uitkraamt kan je met recht een valse idioot noemen.....

      Verwijderen
  2. Het bizarre van deze lui die erkennen dat hun journalistiek corrupt is dat zij dit nog steeds alleen maar zeggen binnen diezelfde corrupte structuur,huichelachtig tot het op het bot...met totaal geen implicaties......
    Totaal verknipte lui.Niet lezen zulke interviews,het beste advies.......

    BeantwoordenVerwijderen
  3. ron, juist wel lezen dat ze hun eigen werk ondergraven, beter kan niet. dat ze hypocriet blijven is daarbij van ondergeschikt belang.

    BeantwoordenVerwijderen