• All governments lie, but disaster lies in wait for countries whose officials smoke the same hashish they give out.

  • I.F. Stone

zondag 12 maart 2017

Bas Heijne's Propaganda 3


In NRC Handelsblad van vrijdag 3 maart 2017 kwam columnist Bas Heijne met twee zaken die voor hem een openbaring waren, namelijk

1. Vroeger zaten politici in een talkshow — binnenkort zit de talkshow in het parlement…

2. splinterpartijen zijn geen antwoord op de crisis in het democratisch bestel, ze zijn er een symptoom van. Een partij met een handvol zetels is geen democratie, dat is politiek narcisme.

Deze twee beweringen demonstreren hoe schrikbarend weinig opiniemaker Bas Heijne begrijpt van de cultuur, waarin hij al 57 jaar leeft. Zelfs de meest elementaire ontwikkelingen zijn hem volledig ontgaan. Bovendien tonen zijn opmerkingen aan hoe slecht hij op de hoogte is van hetgeen buitenlandse intellectuelen de afgelopen halve eeuw op dit gebied hebben gepubliceerd. 

Allereerst vond, aldus de website van het parlement, de introductie van de televisiecamera in de Tweede Kamer in 1955 plaats, en was het tevens ‘de start van een stormachtige relatie’ omdat, net als bij ‘een talkshow,’ geleidelijk aan ‘ook door de groeiende technische mogelijkheden, de Tweede Kamer steeds meer “bij de mensen thuis” [kwam.]’  Daarmee ontstond een geheel nieuwe werkelijkheid. Niet langer meer stond de politieke inhoud centraal, maar de vorm waarin de diverse ideologische visies werden gepresenteerd. De presentatie is in een consumptiecultuur almaar belangrijker geworden, zelfs zo belangrijk dat de reactionaire Amerikaanse programmamaker Bill O’Reilly er met nadruk op wees dat ‘in showbusiness, politiek en al het andere perceptie de werkelijkheid is.’ Vandaag de dag wordt door professionals de propaganda van de mainstream-pers dan ook eufemistisch ‘perception management’ genoemd. Maandag 4 juli 2016 zette de Amerikaanse bestseller-auteur Kenneth Eade onder de kop ‘How to Sell a War’ uiteen dat

‘Perception Management’ was pioneered in the 1980’s under the Reagan administration in order to avoid the public opposition to future wars that was seen during the Vietnam War.

The United States Department of Defense defines perception management as:

‘Actions to convey and/or deny selected information and indicators to foreign audiences to influence their emotions, motives, and objective reasoning as well as to intelligence systems and leaders at all to influence official estimates, ultimately resulting in foreign behaviors and official actions favorable to the originator’s objectives. In various ways, perception management combines truth projection, operations, security, cover and deception, and psychological operations.’

At the onset of the Iraq war in 2003, journalists were embedded with US troops as combat cameramen. The reason for this was not to show what was happening in the war, but to present the American view of it. Perception management was used to promote the belief that weapons of mass destruction were being manufactured in Iraq to promote its military intervention, even though the real purpose behind the war was regime change.

Alvin and Heidi Toffler cite the following as tools for perception management in their book, ‘War and Anti-War’:

accusations of atrocities;
hyperbolic inflations;
demonization and dehumanization;
polarization;
claim of divine sanction; and
meta-propaganda.

In 2001, the Rendon Group, headed by John Rendon, was secretly granted a $16 million contract to target Iraq with propaganda. Rendon, who had been hired by the CIA to help create conditions to removal Saddam Hussein from power, is a leader in ‘perception management.’ Two months later, in December 2001, a clandestine operation performed by the CIA and the Pentagon produced false polygraph testimony of an alleged Iraqi civil engineer, who testified that he had helped Saddam Hussein and his men hide tons of biological, chemical and nuclear weapons. Of course, we now know that there were no weapons of mass destruction hidden in Iraq.


Gezien zijn zelfgenoegzame pedanterie is het opvallend dat ook het werk van opiniemaker Bas Heijne een illustrerend voorbeeld geeft van hoe het proces van ‘perception management’ verloopt. Zonder enige terughoudendheid geeft hij — voor hem oncontroleerbare — informatie van inlichtingendiensten klakkeloos door in zijn anti-Rusland hetze. De winnaar van de P.C. Hooftprijs 2017 is zich er  misschien niet eens van bewust dat hij propaganda doorgeeft, hetgeen hem in feite nog gevaarlijker maakt, aangezien ‘de crisis in het democratisch bestel,’ waar hij herhaaldelijk naar verwijst, juist bestaat ‘in the fact that the old is dying and the new cannot be born; in this interregnum a great variety of morbid symptoms appear,’ zoals de invloedrijke marxistische theoreticus Antonio Gramsci al in het interbellum doorhad. Des te krampachtiger Heijne de door de VS verordonneerde neoliberale orde tracht te redden, des te morbider zijn pogingen worden. Zijn stigmatisering en criminalisering van de nucleaire grootmacht Rusland is hiervan een overduidelijk voorbeeld. Het lost niets op, vooral niet in een tijd waarin de mensheid wordt bedreigd door een ingrijpende klimaatverandering, uitputting van de grondstoffen, een bevolkingsexplosie, en een nieuwe -- de zesde in de geschiedenis van het leven op aarde -- massale uitsterving van diersoorten. Bovendien vergroot een oorlog met de Russische Federatie de  dreiging van een nucleaire holocaust. 

Ondertussen stelt 'onze' Bas dat ‘binnenkort de talkshow in het parlement [zit],’ waarmee hij onderstreept hoe hij mijlenver achter de feiten aansjokt. De verpaupering van de politiek en de consumptiecultuur was al meer lang geleden een uitgebreid geanalyseerd onderwerp van de dissidente geleerden die de befaamde Frankfurter Schule vormden, zoals Adorno, Horkheimer, Marcuse, Fromm, Löwenthal, Benjamin etcetera. Maar ook invloedrijke literatoren als George Orwell en Aldous Huxley voorzagen dat de kapitalistische democratie stapsgewijs in een totalitair systeem zou veranderen. In zijn -- ook in het Nederlands vertaalde -- boek Amusing Ourselves to Death: Public Discourse in the Age of Show Business (1985) beschreef de Amerikaanse communicatiewetenschapper en cultuurcriticus Neil Postman hoe de televisie onvermijdelijk het publieke en politieke debat infecteerde met ‘a headline and catchphrase virus, where facts were in the way of entertainment.’ Onder andere doordat een beeldcultuur snel tot verveling leidt, moest elk politiek debat worden gereduceerd tot een reeks soundbites, onderbroken door beeldfragmenten die het gesproken woord moeiteloos verteerbaar zouden maken. Bovendien staat:

het avondnieuws voor de onmogelijke taak in tweeëntwintig minuten een overzicht van het wereldgebeuren te geven. De nieuwsverslagen bestaan daarom meestal uit reeksen zuiver visuele, gefragmenteerde, contextloze impressies, waaraan elk historisch verband ontbreekt… die de kijkers elke avond in theatervorm wordt opgedist.

Het publiek van dit dagelijkse spektakelstuk wordt tussen twee polen heen en weer geslingerd. Enerzijds wordt het gerustgesteld door de soepele presentatie van het nieuws zelf, de vaste stem en kalmte blik van de presentator… anderzijds [vertelt] de rest van de uitzending een andere verhaal, schotelt de kijker een chaotische en onbegrijpelijke wereld voor, een wereld vol geweld, rampen en menselijk lijden, 

aldus Postman in zijn in 1988 verschenen boek Weloverwogen Bezwaren, waarin hij concludeert dat 

Uit de allesoverheersende noodzaak mensen aan de buis gekluisterd te houden een dwingender censuur voort[vloeit] dan uit welke politieke ideologie ook.
  
Binnen deze context ‘zit de talkshow’ niet ‘binnenkort’ in ‘het parlement,’ zoals de onoplettende Heijne meent, maar is de Tweede Kamer al decennialang niets anders dan een ‘talkshow,’ die zoveel mogelijk publiek moet zien te trekken. Dinsdag 17 januari 2017 begon de Amerikaanse auteur John W. Whitehead — hoofd van The Rutherford Institute  —  zijn artikel over de Amerikaanse politiek en de televisie-werkelijkheid met een citaat van zijn landgenoot, de inmiddels overleden professor Neil Postman:

There are two ways by which the spirit of a culture may be shriveled. In the first — the Orwellian — culture becomes a prison. In the second — the Huxleyan — culture becomes a burlesque (klucht. svh). No one needs to be reminded that our world is now marred by many prison-cultures… it makes little difference if our wardens are inspired by right- or left-wing ideologies. The gates of the prison are equally impenetrable, surveillance equally rigorous, icon-worship pervasive…. Big Brother does not watch us, by his choice. We watch him, by ours… When a population becomes distracted by trivia, when cultural life is redefined as a perpetual round of entertainments, when serious public conversation becomes a form of baby-talk, when, in short, a people become an audience, and their public business a vaudeville act, then a nation finds itself at risk; culture-death is a clear possibility.

Naar aanleiding van deze beschrijving kwam Whitehead tot de slotsom dat:

Donald Trump no longer needs to launch Trump TV.

He’s already the star of his own political reality show.

Americans have a voracious appetite for TV entertainment, and the Trump reality show—guest starring outraged Democrats with a newly awakened conscience for immigrants and the poor, power-hungry Republicans eager to take advantage of their return to power, and a hodgepodge of other special interest groups with dubious motives—feeds that appetite for titillating, soap opera drama.

After all, who needs the insults, narcissism and power plays that are hallmarks of reality shows such as Celebrity Apprentice or Keeping Up with the Kardashians when you can have all that and more delivered up by the likes of Donald Trump and his cohorts?

Yet as John Lennon reminds us, ‘nothing is real,’ especially not in the world of politics.

Much like the fabricated universe in Peter Weir’s 1998 film The Truman Show, in which a man’s life is the basis for an elaborately staged television show aimed at selling products and procuring ratings, the political scene in the United States has devolved over the years into a carefully calibrated exercise in how to manipulate, polarize, propagandize and control a population.

Indeed, Donald Trump may be the smartest move yet by the powers-that-be to keep the citizenry divided and at each other’s throats, because as long as we’re busy fighting each other, we’ll never manage to present a unified front against tyranny in any form.

This is the magic of the reality TV programming that passes for politics today.

It allows us to be distracted, entertained, occasionally a little bit outraged but overall largely uninvolved, content to remain in the viewer’s seat.

The more that is beamed at us, the more inclined we are to settle back in our comfy recliners and become passive viewers rather than active participants as unsettling, frightening events unfold.

Reality and fiction merge as everything around us becomes entertainment fodder.

We don’t even have to change the channel when the subject matter becomes too monotonous. That’s taken care of for us by the programmers (the corporate media).

For instance, before we could get too worked up over government surveillance, the programmers changed the channels on us and switched us over to breaking news about militarized police. Before our outrage could be transformed into action over police misconduct, they changed the channel once again to reports of ISIS beheadings and terrorist shootings. Before we had a chance to challenge what was staged or real, the programming switched to the 2016 presidential election.

‘Living is easy with eyes closed,’ says Lennon, and that’s exactly what reality TV that masquerades as American politics programs the citizenry to do: navigate the world with their eyes shut.

As long as we’re viewers, we’ll never be doers.

Studies suggest that the more reality TV people watch — and I would posit that it’s all reality TV — the more difficult it becomes to distinguish between what is real and what is carefully crafted farce.

‘We the people’ are watching a lot of TV… And reality TV programming consistently captures the largest percentage of TV watchers every season by an almost 2-1 ratio.

This doesn’t bode well for a citizenry able to sift through masterfully-produced propaganda in order to think critically about the issues of the day, whether it’s fake news peddled by government agencies or foreign entities.

Those who watch reality shows tend to view what they see as the 'norm.' Thus, those who watch shows characterized by lying, aggression and meanness not only come to see such behavior as acceptable and entertaining but also mimic the medium.

This holds true whether the reality programming is about the antics of celebrities in the White House, in the board room, or in the bedroom.

It’s a phenomenon called 'humilitainment.'

A term coined by media scholars Brad Waite and Sara Booker, 'humilitainment' refers to the tendency for viewers to take pleasure in someone else’s humiliation, suffering and pain.

'Humilitainment' largely explains not only why American TV watchers are so fixated on reality TV programming but how American citizens, largely insulated from what is really happening in the world around them by layers of technology, entertainment, and other distractions, are being programmed to accept the brutality, surveillance and dehumanizing treatment of the American police state as things happening to other people.

The ramifications for the future of civic engagement, political discourse and self-government are incredibly depressing and demoralizing.

This not only explains how a candidate like Donald Trump with a reputation for being rude, egotistical and narcissistic could get elected, but it also says a lot about how a politician like Barack Obama — whose tenure in the White House was characterized by drone killings, a weakening of the Constitution at the expense of Americans’ civil liberties, and an expansion of the police state — could be hailed as 'one of the greatest presidents of all times.'

This is what happens when an entire nation — bombarded by reality TV programming, government propaganda and entertainment news — becomes systematically desensitized and acclimated to the trappings of a government that operates by fiat and speaks in a language of force.

Ultimately, as I make clear in my book Battlefield America: The War on the American People, the reality shows, the entertainment news, the surveillance society, the militarized police, and the political spectacles have one common objective: to keep us divided, distracted, imprisoned, and incapable of taking an active role in the business of self-government.

If ‘we the people’ feel powerless and apathetic, it is only because we have allowed ourselves to be convinced that the duties of citizenship begin and end at the ballot box.

Marching and protests have certainly been used with great success by past movements to foment real change, but if those marches and protests are merely outpourings of discontent because a particular politician won or lost with no solid plan of action or follow-through, then what’s the point?

Martin Luther King Jr. understood that politics could never be the answer to what ailed the country. That’s why he spearheaded a movement of mass-action strategy that employed boycotts, sit-ins and marches. Yet King didn’t march against a particular politician or merely to express discontent. He marched against injustice, government corruption, war, and inequality, and he leveraged discontent with the status quo into an activist movement that transformed the face of America.

When all is said and done, it won’t matter who you voted for in the presidential election. What will matter is where you stand in the face of the injustices that continue to ravage our nation: the endless wars, the police shootings, the over-criminalization, the corruption, the graft, the roadside strip searches, the private prisons, the surveillance state, etc.

Will you tune out the reality TV show and join with your fellow citizens to push back against the real menace of the police state, or will you merely sit back and lose yourself in the political programming aimed at keeping you imprisoned in the police state?

Wanneer men Bas Heijne in gezelschap van vice premier Lodewijk Asscher als sidekick ziet optreden van De Wereld Draait Door-presentator Matthijs van Nieuwkerk dan bewijst dit inderdaad Whitehead’s observatie dat ‘[r]eality and fiction merge as everything around us becomes entertainment fodder.’ De PVDA-voorman neemt niet eens de moeite om in te gaan op het gesputter van de ‘NRC-duider,’ die volgens de presentator ‘één van de belangrijkste nadenkers’ in Nederland is. De politicus Asscher weet, dat in de massamedia de inhoud er allang niet meer toe doet, maar dat alles draait om het ‘zichtbaar’ zijn, je hoofd op de buis krijgen. In een beeldcultuur telt elk beeld, in tegenstelling tot het woord. Vandaar dat Heijne er als de kippen bij is zodra hijzelf uitgenodigd wordt om in het populistische De Wereld Draait Door te verschijnen. Hij weet hoe belangrijk dit is om zijn toko draaiende te houden. Tegelijkertijd is de ‘media-elite’ van doorslaggevend belang geworden voor het handhaven van de verstikkende ideologische en culturele status-quo. Bas Heijne weet dit, zoals blijkt uit zijn opmerking dat ‘Je permanent zichtbaar [moet] zijn als je je als elite wilt legitimeren,’ een opmerking die nog eens zijn weerzinwekkend cynisme onderstreept. Hoewel in de jaren zestig al duidelijk werd dat ‘the medium is the message,’ waarmee ‘a symbiotic relationship’ wordt bedoeld ‘by which the medium influences how the message is perceived,’ beseft Heijne nog steeds niet dat ‘technologie ideologie is,’ zoals blijkt uit zijn opmerking dat ‘Vroeger politici in een talkshow [zaten] — binnenkort zit de talkshow in het parlement.’ In Wij Amuseren Ons Kapot. De geestdodende werking van de beeldbuis, dat ruim drie decennia geleden tevens in het Nederlands verscheen, stelt Neil Postman het als volgt:

Geef een cultuur een alfabet en je verandert de bestaande denkpatronen, de sociale verhoudingen, de gemeenschapszin, het geschiedbeeld en de religieuze beleving. Voer een drukpers en drukletters in en er treden dezelfde effecten op. Voer apparatuur in die beelden met de snelheid van het licht kan transporteren en je veroorzaakt een culturele omwenteling. Zonder dat erover gestemd en gediscussieerd is en zonder dat er een verzetsbeweging ontstaat. Dat is ideologie in zuivere, zo niet verheven vorm. Een woordloze en daarom des te krachtiger ideologie. Het enige dat nodig is om er een duurzame ideologie van te maken is een volk met een eerbiedig geloof in de vooruitgang. En in die zin zijn alle Amerikanen marxist, want als we iets geloven dan is het dat de geschiedenis ons naar een soort beloofd land voert en dat de technologie de drijvende kracht is.

Pas begin 2015, na de aanslagen in Parijs, viel Heijne, volgens eigen zeggen, definitief van zijn Vooruitgangsgeloof. Om zich vast te kunnen vastklampen aan ‘de ideeën van de Verlichting, zoals die,’ volgens Heijne, ‘na de Tweede Wereldoorlog’ in de onverzadigbare consumptiecultuur van ‘West-Europa hun beslag kregen,’ had de man die doorgaat voor ‘de scherpste pen van NRC Handelsblad’ al die tijd kennelijk aangenomen dat de door Europa gesteunde Amerikaanse terreur in bijvoorbeeld Zuid-Oost Azië, Midden- en Zuid-Amerika,  Afrika en het Midden-Oosten absoluut niet in strijd was met wat hij ‘de Verlichtingsidealen’ noemt. Dit autisme is kenmerkend voor wat Hofland de Nederlandse ‘politiek-literaire elite’ betitelde. Goddank is het intellectuele niveau buiten Nederland aanzienlijk hoger. Zo wees de Amerikaanse geleerde Henry Giroux op de Amerikaanse website CounterPunch van 19 juni 2015 op het volgende:

In spite of their differing perceptions of the architecture of the totalitarian superstate and how it exercises power and control over its residents, George Orwell and Aldous Huxley shared a fundamental conviction. They both argued that the established democracies of the West were moving quickly toward a historical moment when they would willingly relinquish the noble promises and ideals of liberal democracy and enter that menacing space where totalitarianism perverts the modern ideals of justice, freedom and political emancipation. Both believed that Western democracies were devolving (overging. svh) into pathological states in which politics was recognized in the interest of death over life and justice. Both were unequivocal in the shared understanding that the future of civilization was on the verge of total domination or what Hannah Arendt called ‘dark times.’

While Neil Postman and other critical descendants have pitted Orwell and Huxley against each other because of their distinctively separate notions of a future dystopian society, I believe that the dark shadow of authoritarianism, which shrouds US society like a thick veil, can be lifted by re-examining Orwell's prescient dystopian fable 1984 as well as Huxley's Brave New World in light of contemporary neoliberal ascendancy. Rather than pit their dystopian visions against each other, it might be more productive to see them as complementing each other…

Deze bredere context waarin de dagelijks berichtgeving zich voltrekt, laat zien hoe onbenullig de niet aflatende anti-Trump campagne van de mainstream-pers is. In een vergeefse poging het huidige financieel-economisch, politiek, en vooral cultureel en moreel failliete neoliberale systeem te beschermen, wordt de huidige president van de VS geportretteerd als een ziekte, terwijl hij niet meer is dan een symptoom van het pathologische westerse systeem, dat al ruim vijf eeuwen berust op een genocidale expansiedrift. In verband hiermee zette professor Giroux op dinsdag 7 juni 2016 op de kritische Amerikaanse website Truthout het volgende buiten:

When the discourse of politics amounts to a choice between Donald Trump and Hillary Clinton, we enter a world in which the language of fundamental, radical, democratic, social and economic change disappears. What liberals and others trapped in a lesser-of-two-evils politics forget is that elections no longer capture the popular imagination, because they are rigged and driven by the wealth of the financial elite. Elections bear no relationship to real change and offer instead the mirage or swindle of real choice. Moreover, changing governments results in very little real change when it comes to the concentration of power and the decimation of the commons and public good. At the same time, politicians in the age of reality TV embody Neil Postman's statement in Amusing Ourselves to Death that ‘cosmetics has replaced ideology’ and has helped to usher in the age of authoritarianism. Power hides in the dictates of common sense and wields destruction and misery through the ‘innocent criminals’ who produce austerity policies and delight in a global social order dominated by precarity (bestaansonzekerheid. svh), fear, anxiety and isolation.

What happens when politics turns into a form of entertainment that washes out all that matters? What happens to mainstream society when the dominant and more visible avenues of communication encourage and legitimate a mode of infantilism that becomes the modus operandi of newscasters, and trivia becomes the only acceptable mode of narration? What happens when compassion is treated as a pathology and the culture of cruelty becomes a source of humor and an object of veneration? What happens to a democracy when it loses all semblance of public memory and the welfare state and social contract are abandoned in order to fill the coffers of bankers, hedge fund managers and the corporate elite? What are the consequences of turning higher education into an ‘assets to debt swapping regime’ that will burden students with paying back loans in many cases until they are in their 40s and 50s? What happens when disposable populations are brushed clean from our collective conscience, and are the object of unchecked humiliation and disdain by the financial elite? As Zygmunt Bauman points out in Babel: ‘How much capitalism can a democracy endure?’

What language and public spheres do we need to make hope realistic and a new politics possible? What will it take for progressives to move beyond a deep sense of political disorientation? What does politics mean in the face of an impending authoritarianism when the conversation among many liberals and some conservatives is dominated by a call to avoid electing an upfront demagogue by voting instead for Hillary Clinton, a warmonger and neoliberal hawk who denounces political authoritarianism while supporting a regime of financial tyranny? What does resistance mean when it is reduced to a call to participate in rigged elections that reproduce a descent into an updated form of oligarchy, and condemns millions to misery and no future, all the while emptying out politics of any substance?

Instead of tying the fortunes of democracy to rigged elections we need nonviolent, massive forms of civil disobedience. We need to read Howard Zinn, among others, once again to remind ourselves where change comes from, making clear that it does not come from the top but from organized social formations and collective struggles. It emerges out of an outrage that is organized, collective, fierce, embattled and willing to fight for a society that is never just enough. The established financial elites who control both parties have been exposed and the biggest problem Americans face is that the crisis of ideas needs to be matched by an informed politics that refuses the old orthodoxies, thinks outside of the box, and learns to act individually and collectively in ways that address the unthinkable, the improbable, the impossible — a new future.

As politics is reduced to a carnival of unbridled narcissism, deception, spectacle and overloaded sensation, an anti-politics emerges that unburdens people of any responsibility to challenge the fundamental precepts of a society drenched in corruption, inequality, racism and violence. This anti-politics also removes many individuals from the most relevant social, moral and political bonds. This is especially tragic at a historical moment marked by an endless chain of horrors and a kind of rootlessness that undermines all foundations and creates an uncertainty of unprecedented scale. Fear, insecurity and precarity now govern our lives, rendering even more widespread feelings of loneliness, powerlessness and existential dread.

Instead of tying the fortunes of democracy to rigged elections we need nonviolent, massive forms of civil disobedience.

Under such circumstances, established politics offers nothing but scorn, if not an immense disregard for the destruction of all viable bonds of solidarity, and the misery that accompanies such devastation. Zygmunt Bauman and Ezio Mauro are right in arguing, in their book Babel, that we live at a time in which feeling no responsibility means rejecting any sense of critical agency and refusing to recognize the bonds we have with others. Time is running out, and more progressives and people on the left need to wake up to the discourse of refusal, and join those who are advocating for radical social and structural transformation. This is not merely an empty abstraction, because it means thinking politics anew with young people, diverse social movements, unions, educators, environmentalists and others concerned about the fate of humanity.

It is crucial to acknowledge that we live in a historical conjuncture in which the present obliterates the past and can only think about the future in dystopian terms. It is time to unpack the ideological and structural mechanisms that keep the war machine of capitalism functioning. It is also time to recognize that there are no shortcuts to addressing the anti-democratic forces now wrecking havoc on US society. The ideologies, grammar and structures of domination can only be addressed as part of a long-term collective struggle,

aldus de Amerikaanse cultuurcriticus Henry Giroux. Wat stelt het gestamel van Bas Heijne over talkshows en parlementen voor wanneer de politiek ‘is gereduceerd tot een carnival van ongebreideld narcisme, bedrog, spektakel en overdreven sensatie,’ en ‘an anti-politics emerges that unburdens people of any responsibility to challenge the fundamental precepts of a society drenched in corruption, inequality, racism and violence’? Waar denkt ‘de beste in zijn vak’ mee bezig te zijn, wanneer hij met grote stelligheid spreekt van het ‘in alle opzichten superieure Amerika,’ en hij zijn publiek verzekert dat het ‘wereldbeeld van Obama,’ — de eerste Amerikaans president die zijn volle ambtstermijn oorlog heeft gevoerd — op ‘de idealen van de Verlichting’ berust? Hoe is het te verklaren dat Heijne’s ‘Verlichtingsidealen’ geleid hebben tot een systeem waarbij, anno 2017, slechts acht individuen evenveel bezitten als de helft van de hele mensheid? Wie anders kunnen een dergelijk meedogenloos systeem dagelijks rechtvaardigen dan de mainstream-journalisten commerciële massamedia? Waarom verkopen mijn mainstream-collega’s vrijwillig een pakket illusies en niet de waarheid? Onthullend in dit opzicht was de Amerikaanse speelfilm Network uit 1976. Het plot gaat als volgt:

Howard Beale, the longtime anchor of the Union Broadcasting System's UBS Evening News, learns from the news division president, Max Schumacher, that he has just two more weeks on the air because of declining ratings. The two old friends get roaring drunk and lament the state of their industry. The following night, Beale announces on live television that he will commit suicide on next Tuesday's broadcast. UBS fires him after this incident, but Schumacher intervenes so that Beale can have a dignified farewell. Beale promises he will apologize for his outburst, but once on the air, he launches back into a rant claiming that life is 'bullshit.' Beale's outburst causes the newscast's ratings to spike, and much to Schumacher's dismay, the upper echelons of UBS decide to exploit Beale's antics rather than pull him off the air. In one impassioned diatribe, Beale galvanizes the nation, persuading his viewers to shout out of their windows 'I'm as mad as hell, and I'm not going to take this anymore!' […] When Beale discovers that Communications Corporation of America (CCA), the conglomerate that owns UBS, will be bought out by an even larger Saudi Arabian conglomerate, he launches an on-screen tirade against the deal, encouraging viewers to send telegrams to the White House telling them, 'I want the CCA deal stopped now!' This throws the top network brass into a state of panic because the company's debt load has made merger essential for survival. Hackett takes Beale to meet with CCA chairman Arthur Jensen, who explicates his own 'corporate cosmology' to the attentive Beale. Jensen delivers a tirade of his own in an 'appropriate setting,' the dramatically darkened CCA boardroom, that suggests to the docile Beale that Jensen may himself be some higher power—describing the interrelatedness of the participants in the international economy and the illusory nature of nationality distinctions. Jensen persuades Beale to abandon the populist messages and preach his new 'evangel.' But television audiences find his new sermons on the dehumanization of society depressing, and ratings begin to slide, yet Jensen will not allow UBS executives to fire Beale. Seeing its two-for-the-price-of-one value—solving the Beale problem plus sparking a boost in season-opener ratings —  Christensen, Hackett, and the other executives decide to hire the Ecumenical Liberation Army to assassinate Beale on the air. The assassination succeeds, putting an end to The Howard Beale Show and kicking off a second season of The Mao Tse-Tung Hour.

Het verhaal van Network culmineert in een uitbarsting van de hoogste baas, Arthur Jensen, die op niet mis te verstane wijze tegenover Beale de realiteit kort maar krachtig uit de doeken doet: 

You have meddled with the primal forces of nature, Mr. Beale, and I won't have it! Is that clear? Do you think you've merely stopped a business deal? That is not the case. The Arabs have taken billions of dollars out of this country, and now they must put it back! It is ebb and flow, tidal gravity! It is ecological balance! You are an old man who thinks in terms of nations and peoples. There are no nations. There are no peoples. There are no Russians. There are no Arabs. There are no third worlds. There is no West. There is only one holistic system of systems, one vast and inane, interwoven, interacting, multi-variate, multi-national dominion of dollars. Petro-dollars, electro-dollars, multi-dollars, Reichmarks, rins, rubles, pounds, and shekels. It is the international system of currency which determines the totality of life on this planet. That is the natural order of things today. That is the atomic and sub-atomic and galactic structure of things today! And you have meddled with the primal forces of nature, and You Will Atone! Am I getting through to you, Mr. Beale? 

You get up on your little twenty-one inch screen and howl about America and democracy. There is no America. There is no democracy. There is only IBM and ITT and AT&T and DuPont, Dow, Union Carbide, and Exxon. Those are the nations of the world today. What do you think the Russians talk about in their councils of state — Karl Marx? They get out their linear programming charts, statistical decision theories, minimax solutions, and compute the price-cost probabilities of their transactions and investments, just like we do. We no longer live in a world of nations and ideologies, Mr. Beale. The world is a college of corporations, inexorably determined by the immutable by-laws of business. The world is a business, Mr. Beale; it has been since man crawled out of the slime. And our children will live, Mr. Beale, to see that perfect world in which there's no war or famine, oppression or brutality — one vast and ecumenical holding company, for whom all men will work to serve a common profit, in which all men will hold a share of stock — all necessities provided, all anxieties tranquilized, all boredom amused. And I have chosen you, Mr. Beale, to preach this evangel.

Howard Beale: Why me?

Arthur Jensen: Because you're on television, dummy. Sixty million people watch you every night of the week, Monday through Friday.

De meeste mainstream-journalisten die ik als onafhankelijke journalist de afgelopen vijf decennia heb gesproken, geloven dat deze voorstelling van zaken absurd is. Zij zien het als niet meer dan een treffend voorbeeld van paranoïde complotdenken. Ze geloven werkelijk in de uitgeholde instituten, waarover ze dag in dag uit berichten. Ze gaan er blind vanuit dat de volksvertegenwoordiging de politieke koers in het Westen bepaald. Maar wanneer ze vervolgens gevraagd worden hoe het mogelijk is dat de kloof tussen arm en rijk, nu ook in het ‘democratische’ Westen, almaar blijft toenemen, terwijl op de beurzen sinds 2009 weer miljardenwinsten worden gemaakt met het speculeren in niet-bestaand geld, dan wordt de paniek in hun ogen zichtbaar. En wanneer men hen vraagt hoe het komt dat ze wel geloven in de complottheorie waarbij 19 Arabische vliegtuigkapers verantwoordelijk worden gehouden voor de aanslagen van 11 september 2001, maar tegelijkertijd elke andere mogelijke verklaring onmiddellijk van de hand wijzen omdat dit ‘complotdenken’ zou zijn, ook dan raken ze ernstig uit balans. Uit ontelbare ervaringen met mijn mainstream-collega’s weet ik dat hun scepsis ten aanzien van de macht slecht ontwikkeld is, en in veel gevallen zelfs niet-bestaand. Daarnaast zijn ze niet of nauwelijks geïnformeerd over wat er achter de schermen gebeurt. En dus weten ze nagenoeg niets van de werkelijk drijfveren achter de permanente geopolitieke strijd. Tegelijkertijd hebben ze wel partij gekozen. Een treffend voorbeeld van de enorme onwetendheid is de zogeheten ‘chroniqueur van Amsterdam, Nederland, Europa en de VS,’ Geert Mak. In een geconditioneerde reflex reageerde in 2014 mijn oude vriend Mak op het vermeende 'Russische gevaar' door het televisiepubliek mede te delen dat ‘meneer Poetin’ aan ‘landjepik’ doet en dat de Russische president daarom 'Europa [dwingt] om meer aan defensie uit te geven,’ een opmerking die hij afrondde met de bestraffende woorden: ‘Dus defensie kun je niet helemáál afbreken.’ Kort daarna citeerde generaal Tom Middendorp, Commandant der Strijdkrachten, met instemming de woorden van Mak, die, zo wist de hoogste Nederlandse militair fijntjes te melden, ‘ooit pacifist,’ was geweest. Met het oog op de door neoconservatieven in de regering Obama gecreëerde onrust in Oekraïne was de situatie daar in de ogen van Middendorp ‘een wake-up-call’ om het zogeheten ‘Russische expansionisme’ tot staan te brengen. Op zijn beurt verkondigde Henk Hofland, de grijze éminentie van de polderpers, in De Groene Amsterdammer dat: ‘Poetin het Westen als de vijand [beschouwt],’ en die ‘vijandschap steeds meer vorm [heeft] gekregen.’  

Wat mijn oude vriend Geert verzweeg was enerzijds het feit dat de NAVO-landen tezamen dertien keer meer uitgeven aan het militair-industrieel complex dan de Russische Federatie, en anderzijds dat zodra de Russen een oorlog met de NAVO zullen verliezen de kans groot is dat Moskou nucleaire wapens zal inzetten, net zoals de NAVO in dezelfde omstandigheden zal doen. Maar dit alles nam Mak op de koop toe, althans tot ik hem op dit krankzinnige gevaar wees en hij kort daarna tegenover twee Belgische journalisten met evenveel stelligheid uiteenzette dat:

Als  president van Rusland Poetin zich niet [kon] permitteren niet op het verlies van de Krim te reageren. Als je nog maar een middag de geschiedenis van Rusland en Oekraïne bestudeert, snap je dat. Er is veel te lichthartig met dat probleem omgesprongen… Het verwijt dat de NAVO na de ineenstorting van de Sovjet-Unie gebruik heeft gemaakt van de Russische zwakte is op zich correct. Zelfs Henry Kissinger heeft gewaarschuwd dat je daarmee een bepaald evenwicht verstoort.


In beide gevallen liet de ‘vrije pers’ in de polder Mak’s woorden onweersproken, in het eerste geval omdat Mak zich had gehouden aan de officiële anti-Rusland consensus, en in het tweede geval omdat Mak’s tegenovergestelde lezing in strijd was met dezelfde anti-Rusland hetze, en dus doodgezwegen moest worden. Ik gebruik dit voorbeeld van de man die wordt gezien als ‘de populairste geschiedenisleraar van Nederland’ om duidelijk te maken hoe krankzinnig gevaarlijk en corrupt ook de Nederlandse mainstream-pers is. De meeste opiniemakers in ons land zijn poseurs als Geert Mak en Bas Heijne, opportunisten die met de stroom meedrijven, en zich nooit werkelijk als een dissident opstellen, omdat ze uiteindelijk als broodschrijvers afhankelijk blijven van de officieel gesanctioneerde meningen die op een bepaald moment gangbaar zijn. Die meningen staan niet los van de samenleving waarin ze spelen. Geenszins zelfs, precies zoals Neil Postman in zijn boek Technopolie. De macht van de technologie en de onderwerping van de maatschappij (1992) beschreef, ‘vernietigt’ de ‘technopolie alles wat met haar concurreert.’ Voor alle duidelijkheid: een technopolie is een maatschappij waarin technologie wordt verheerlijkt, dat wil zeggen: ‘the culture seeks its authorization in technology, finds its satisfactions in technology, and takes its orders from technology,’ en wordt gekarakteriseerd door een overvloed aan informatie, gegenereerd door de technologie, om op die manier richting en doel te verordonneren van zowel het individu in het bijzonder als de samenleving in haar geheel. Het gevolg is dat, aldus de Duitse filosoof Martin Heidegger al meer dan een halve eeuw geleden,

[g]een enkel individu, geen enkele groep van mensen, geen enkele commissie van nog zo vooraanstaande staatslieden, onderzoekers en technici, geen enkele conferentie van leidinggevende personen uit het bedrijfsleven en de industrie vermag het historisch verloop van het atoomtijdperk te remmen of in een bepaalde richting te leiden. Geen enkele louter menselijke organisatie is in staat, de heerschappij over dit tijdperk te verwerven.  

In dit opzicht verschilt een zogenaamde ‘parlementaire democratie’ niet van een ‘totalitaire dictatuur.’ Vanuit het standpunt van de technologie zijn ‘wij’ allen, in de woorden van Jean Cocteau, ‘spectateurs sans le savoir,’ toeschouwers zonder het te weten, net zo onmondig als de eerste de beste slaaf. En de afschuwelijke ironie is dat hoe meer ‘wij’ menen zelf te handelen, ‘wij’ in werkelijkheid steeds onvrijer zijn, en almaar gedweeër de directieven van het technocratisch management gehoorzamen. Net als de auteur Aldous Huxley en de Franse socioloog Jaques Ellul, stelt Postman dat de ‘technopolie’ in de praktijk van alledag 

haar concurrentie niet illegaal [maakt]. Zij maakt ze niet immoreel. Zij maakt ze zelfs niet impopulair. Zij maakt de concurrenten onzichtbaar en daarom irrelevant. En de technopolie doet dit door een nieuwe inhoud te geven aan begrippen als religie, kunst, gezin, politiek, geschiedenis, waarheid, privacy en intelligentie, zodanig dat deze definities voldoen aan de nieuwe behoeften. Technologie is met andere woorden totalitaire technocratie.

Dat is dan ook de voornaamste reden dat het ‘politieke’ of ‘publieke debat,’ nooit maar dan ook nooit over de ‘totalitaire technocratie’ gaat. Hoe weinig diepgang het ééndimensionale mens- en wereldbeeld van Bas Heijne is, blijkt wel uit het feit dat hij ervoor pleit dat ‘wij’ als ‘vrije burgers’ met elkaar gaan ‘debatteren,’ onder de voorwaarde dat de ‘fatsoenlijke politiek,’ waarmee hij de politici bedoelt die ‘echt iets willen,’ en een te verwezenlijken ‘idee hebben van wat Nederland moet zijn, dat die een toon en argumenten aandragen’ waarvan zij menen dat die ‘uitvoerbaar zijn, redelijk en begrijpelijk, en niet alleen maar een emotie bedienen.’ Bovendien beseft de NRC-propagandist ook niet dat de volksvertegenwoordiging allang een ‘talkshow’ is. Ik bedoel, wat kan men van een parlement verwachten dat niet eens in staat is om controle te houden op de aanleg van een miljarden verslindende hoge snelheidslijn, omdat, aldus de ‘hoofdconclusie van de parlementaire enquêtecommissie alle betrokken partijen vooral met zichzelf bezig waren’? Wat moeten ‘we’ met een dergelijke volksvertegenwoordiging aan zodra Europa als gevolg van het Amerikaanse expansionisme betrokken wordt bij een oorlog met de Russische Federatie of met China, nu 60 procent de Amerikaanse marinevloot vóór 2020 in de Zuid Chinese Zee gestationeerd moet zijn? Daarnaast is de vraag waar Heijne bedoelt met de opmerking dat ‘we’ als ‘vrije burgers’ moeten gaan ‘debatteren,’ wanneer ‘onze’ toekomst al enkele decennia niet meer door burgers wordt bepaalt, maar door een neoliberale technocratische bureaucratie in Brussel, die steeds meer oncontroleerbare macht naar zich toe heeft getrokken. In welk virtueel universum leeft Bas Heijne? Hij mag dan wel blij op zijn Facebook-pagina melden dat de Volkskrant zijn betoog in het pamflet Staat van Nederland (2017) ‘een pareltje’ vindt, en dat hij ’de woelige tijdgeest’ goed ‘weet te vatten,’ maar dit bewijst alleen maar hoe gecorrumpeerd de ‘ons kent ons’ journalistiek in de polder is, en hoever de Nederlandse commerciële pers van de werkelijkheid is afgedreven. Neem alleen maar de slotzin van Heijne’s column van vrijdag 3 maart 2017: 

De tweede les is voor ons, de kiezers: splinterpartijen zijn geen antwoord op de crisis in het democratisch bestel, ze zijn er een symptoom van. Een partij met een handvol zetels is geen democratie, dat is politiek narcisme.

Wat meteen opvalt is hoe weinig doordacht het gekwetter van Heijne is; ‘een symptoom’ van de ‘crisis in het democratisch bestel,’ krijgt de schuld ‘geen antwoord’ te zijn op ‘de crisis van het democratisch bestel,’ waarmee hij bewust dan wel onbewust impliceert dat een grote politieke partij, die mede verantwoordelijk is voor de huidige ‘crisis in het democratisch bestel,’ wel een ‘antwoord’ biedt ‘op de crisis in het democratisch bestel.’ Volgens de opiniemaker van de ‘politiek-literaire elite’ alhier is een ‘partij met een handvol zetels geen democratie,’ maar ‘politiek narcisme,’ daarmee implicerend dat een ‘grote partij’ die de ‘crisis in het democratisch bestel,’ samen met andere grote partijen heeft veroorzaakt, geenszins ‘politiek narcisme’ is. Het enige dat Heijne bewijst is dat hij niet logisch kan denken, en inderdaad ‘denkt als een lezer’ van een mainstream-krant, zoals de jury van de P.C. Hooftprijs enthousiast opmerkte. De half-geïnformeerde reageert op de complexiteit van het bestaan altijd met een infantiel reflex, net als een kind dat zich aan een tafelrand stoot en de tafel de schuld geeft van zijn pijn. Burgers die nog vertrouwen hebben in de corrupte ‘democratie,’ en die van binnenuit willen hervormen, worden door Heijne beschuldigd van ‘politiek narcisme.’ Wat bedoelt hij precies met dit stigmatiserend begrip? Volgens Wikipedia is 

Narcisme een freudiaanse term uit de psychologie. Het is een vorm van gedrag dat wordt gekenmerkt door een obsessie met de eigen persoonlijkheid (vaak het uiterlijk), egoïsme, dominantie, ambitie en gebrek aan inlevingsvermogen. Iemand die narcistisch gedrag vertoont, noemt men een narcist.

Kortom, de mensen die voor het eerst aan politieke verkiezingen deelnemen, zijn geobsedeerd, égoistisch, dominant, ambitieus en lijden aan ‘een gebrek aan inlevingsvermogen.’ Hoe komt Heijne tot die verstrekkende conclusie? Wel, het antwoord is: omdat deze burgers voor het eerst aan verkiezingen meedoen en zij hooguit een splinterpartij kunnen worden. Het is een voorbeeld van de klassieke cirkelredenering, die in stelling wordt gebracht, zodra een poseur over geen argumenten beschikt. In dit opzicht toont Bas, grote gelijkenis met een priester uit de middeleeuwen die de gelovigen op het rechte spoor hield. George Bernard Shaw wees er terecht op dat 

We are more gullible (onnozel. svh) and superstitious today than we were in the Middle Ages, and an example of modern credulity is the widespread belief that the Earth is round. The average man can advance not a single reason for thinking that the Earth is round.  He merely swallows this theory because there is something about it that appeals to the twentieth century mentality.

Geloofde zowel de boer als de stedeling vroeger zonder voorbehoud in de onbevlekte ontvangenis, vandaag de dag gelooft men even onvoorwaardelijk in de autoriteit van de wetenschap, niet beseffend dat ‘met de opkomst van de technocratieën de morele en de intellectuele samenhang uit elkaar [begon] te vallen,’ zoals Neil Post in zijn boek Technopolie vaststelt. Centraal in beide geloven staat de belofte van een verlossing, in het Christendom zal die pas in het hiernamaals kunnen plaatsvinden als men zich niet al te zondig op aarde heeft gedragen, terwijl de Verlichtingsideologie de verlossing zoekt in de aardse materie. De Britse ‘political theorist’ John Gray schreef in zijn boek Enlightenment’s Wake (1995) terecht:

For most of its disciples the appeal of the Enlightenment has always bell that of an ersatz religion. The Enlightenment was another version of Christian myth more than it was a critique of Christianity, and the evangelical atheism that has staged an anachronistic revival in recent years is significant chiefly as a sign of the unreality of secularization. 

Die ‘onwerkelijkheid van de secularisatie’ blijkt ook bij Heijne wanneer hij in zijn pamflet Staat van Nederland, ondanks al het westerse massale geweld in de wereld, unverfroren volhoudt dat 

De erfenis van de Verlichting na de Tweede Wereldoorlog opnieuw gewaardeerd [werd] — de idealen van gelijkheid, van empathie met de ander, van zoveel mogelijk vrijheid en van de mogelijkheden tot verwezenlijking van het zelf gaven opnieuw de toon aan. 
  
In zijn parallelle universum is alles pais en vree, en spant de hele mensheid zich in om een kleine elite zo rijk te maken dat nu slechts acht individuen evenveel bezitten als de helft van de hele mensheid tezamen. Heijne’s gedachtenwereld is die van een autist. Hij vertoont een psychische pathologie, en zijn columns zijn een symptoom daarvan. Omdat de hele mainstream-journalistiek in haar eigen ‘nepnieuws' is gaan geloven, zit het Westen nu opgescheept met een onoplosbaar probleem. Niemand van de 'vrije pers' durft erop te wijzen dat de keizer geen kleren aan heeft. Bovendien geldt dat hoe meer ‘informatie’ de massamens over zich heen krijgt, des te verwarder hij raakt, aangezien al die ‘informatie’ zonder context wordt opgedist. De waan van de dag, waarbij een sportgebeurtenis als even nieuwswaardig wordt gepresenteerd als het smelten van de poolkappen, heeft het mens- en wereldbeeld volkomen gefragmenteerd. In die werkelijkheid kan een opiniemaker als Bas Heijne onweersproken door de Nederlandse zogeheten ‘politiek-literaire elite’ beweren:

Voor veel mensen in de VS en Europa, en ook in Nederland, Poetin de gedroomde sterke man [is], het tegenwicht tegen het op de idealen van de Verlichting gebaseerde wereldbeeld van Obama. Hier de mensheid, daar de natie. Hier de gemeenschap op basis van gelijkheid, daar de superioriteit van de eigen cultuur. Poetins ideologische aantrekkingskracht is de enige reden dat een leider van een economisch derderangs wereldmacht erin slaagt het in alle opzichten superieure Amerika zo te ontregelen.

Door de voortdurende propaganda is de verwarring zo groot geworden dat Heijne in 2017 de P.C. Hooftprijs ontvangt, terwijl toch een bewering als zou Obama’s ‘wereldbeeld’ op ‘de idealen van de Verlichting’ zijn ‘gebaseerd’ moeiteloos te weerleggen is. Zo was ‘de eerste zwarte president’ van de VS 

at war longer than any president in US history, and is the only president to have served two whole terms with America at war… Obama was a hawk, alright, and a lethal one. Recently released figures revealed that in 2016, US special operations were active in 70% of the world’s nations, or 138 countries. This was a 130% increase over Bush’s administration. In the same year, Obama ordered his military to drop at least 26,171 bombs. That’s 72 a day, or three every hour. They rained relentlessly down on seven majority-Muslim countries – Syria, Iraq, Afghanistan, Libya, Yemen, Somalia and Pakistan.

Daarnaast deporteerde de ‘Verlichte’ Obama: 

nearly three million people. That is the most deported by any president, ever. His appalled critics even dubbed him ‘Deporter-in-Chief,’

en begon hij meteen na zijn aantreden januari 2009 met het schenden van al zijn verkiezingsbeloften, die hem onder de leuze ‘Change we can believe in’ de verkiezingsoverwinning brachten. De feiten:

Drug abuse in America, particularly involving opiates, rocketed to obscene levels in the Obama years. Racial tensions, especially between police and civilians, worsened to levels not seen since the 60s and 70s. Violent crime, on a downward curve for several decades, spiked by 15% in each of the last two years. (Obama’s hometown Chicago, run by his former chief of staff Rahm Emanuel is one of the cities most responsible for that spike.) Even Obamacare, his once-vaunted flagship health program, has disintegrated amid bitter acrimony and soaring costs to millions of Americans. As for ‘Monster’ President Trump’s war with the media, arguably the single worst offender in presidential history when it came to attacking press freedom was… you’ve guessed it, Barack Obama. Under Obama, the Justice Department and FBI spied on reporters by monitoring their phone records, and pursued Fox News reporter James Rosen’s private emails, then misled Congress about it. His administration set a record for failing to provide information requested by the press and public under the Freedom of Information Act. It used the Espionage Act to prosecute whistle-blowing leakers more than all of his predecessors combined. Veteran New York Times reporter James Risen said Obama’s administration was ‘the greatest enemy of press freedom that we have encountered in at least a generation.’ Others say it was even worse than in the Nixon era. Mr ‘Transparent’ turned out to be as transparent as the heavily fortified doors on the presidential car, The Beast.

Dat de, volgens de gezaghebbende Risen, ‘grootste vijand van de persvrijheid' sinds ‘een generatie,’ door de opiniërende polderjournalist Heijne gekwalificeerd wordt als een voorvechter van ‘de idealen van de Verlichting,’ is typerend voor de corrupte mentaliteit van deze NRC-columnist, die, volgens eigen zeggen, momenteel stad en land afreist om zijn heilsboodschap te verkondigen. Het grote probleem met de Heijne’s in een klein kikkerland is het enorme gebrek aan kennis. Dit valt telkens weer op wanneer de lezer buitenlandse bronnen raadpleegt. Iemand die het boek A Bound Man heeft gelezen, verschenen in januari 2008, tien maanden voordat Obama tot de president werd gekozen, zou nooit Heijne’s nonsens hebben durven verspreiden. De scherpzinnige auteur van het boek, de Amerikaanse intellectueel Shelby Steele, die, net als Obama een zwarte vader en een witte moeder had, stelde in het laatste hoofdstuk, getiteld 'The Visible Man'

Can a black ask for power at the level of the American presidency without wearing a mask, without reassuring whites that they will be given the benefit of the doubt without lessoning the anxiety inherent in being white today? Is real power possible for blacks without some negotiation with white innocence?

Steele merkt op dat:

In order to be part of history, to participate in its relentless evolution, the black American has always had to don the mask that would enable him to join the larger white world, where, presumably, history is being made. Thus, to a degree, inauthenticity has been the price blacks have paid to join history,

waardoor 

the price for acting in the interest of his own authenticity -- for being mask less -- was to fall outside of history.

Zodra de zwarten voor hun eigen authenticiteit kiezen worden zij ogenblikkelijk voor de blanke 'orde' gezichtsloos. Dan zijn zij 'loud, colorful, and completely self-invented out of the historical chaos of black life.' Zij zijn dan 'existential cowboys wearing no mask for the white world, and yet, for all their self-satisfaction, they were completely outside of history.' Vervolgens wijst Shelby Steele erop dat 

Barack Obama entered history by wearing the bargainers mask. He was born to a fate that literally schooled him in bargaining. It was not a hard-earned and carefully evolved individuality that won him entrée into the national imagination... 

His supporters do not look to him to DO something; they look to him primarily to BE something, to REPRESENT something. He is a bound man because he cannot be two opposing worldviews at the same time — he cannot grant whites their racial innocence and simultaneously withhold it from them.

Barack Obama emerged into a political culture that needed him more as an icon than as a man. He has gone 'far because the need is great. But this easy appeal has also been his downfall. It is a seduction away from character and conviction. In the Brotherhood, Tod Clifton (Afro-Amerikaanse hoofdrolspeler in de roman Onzichtbare Man, die Steele vergelijkt met Obama. svh) thought he never had to discover what he truly believed. He never considered his true self to be relevant. When he finally lurches away from this falseness, there is no self to guide him toward a meaningful life. Probably the greatest debilitation in black American life is that our history of masking — once so necessary to our survival — has caused us to overvalue the manipulation of white people and to undervalue the evolution of our individual selves. 

The challenge for Barack Obama is the same as it is for all free people: to achieve visibility as an individual, to in fact become an individual rather than a racial cipher. Today, he is in the same peril of falling 'out of history' as the fictional Tod Clifton was sixty years ago. Unless we get to know who he is — what beliefs he would risk his life for — he could become a cautionary tale in his own right, an iconic figure who neglected to become himself! 

Shelby Steele heeft gelijk gekregen. Van 'Change we can believe in' is weinig tot niets overgebleven, de positie van zwarten in de VS is onder Obama mede door de economische recessie nog meer verslechterd, en het militair-industrieel complex en de corrupte banken heebben niets van hun macht ingeleverd. Dat was te voorzien. Zelf schreef ik op donderdag 30 oktober 2008, vijf dagen voor de Amerikaanse presidentsverkiezing:

Obama is een hype, een bijzonder knappe hype. Hij verkoopt geen boodschap, maar een beeld. Niemand weet precies wat zijn programma is, wat hij politiek gaat doen, maar velen denken toch dat zodra deze man aan de macht is alles beter zal gaan, dat hij de hoop op een goede toekomst is. Obama is op een geweldig slimme manier aan de man gebracht. Hij heeft ook de financiële macht aan zijn kant, hij beschikt over twee keer zoveel geld om reclame voor zichzelf te maken als McCain. Het feit dat iemand als Obama door de werkelijke macht naar voren is geschoven is tekenend voor de ernst van de crisis waarin het kapitalistische systeem verkeert    

Maar zelfs na Obama’s zelf-ontmaskering gelooft Bas Heijne nog steeds in het propagandistische masker van een 'immer onkreukbare Barack Obama' die 'de eerste zwarte president' was van het ‘in alle opzichten superieure Amerika,’ en wiens ‘wereldbeeld’ is gebaseerd ‘op de idealen van de Verlichting.’  De verklaring voor dit absurdisme is het feit dat

Het realisme een weerspiegeling van de werkelijkheid [veinst] te zijn, maar stiekem gaat het afbeelden precies andersom: aan de werkelijkheid wordt door het realisme een beeld opgedrongen,

zoals de auteur Frans Kellendonk, in zijn lezing Idolen in 1986, zo treffend formuleerde toen hij de werkwijze van de massamedia bekritiseerde en hij de profetische woorden sprak:

Kamerleden, actievoerders, journalisten, al die doe-mensen hebben van het denken alleen maar last en vroeg of laat zullen ze proberen om het te beknotten.

Wat Bas Heijne en de andere mainstream-opiniemakers doen is het propageren van een failliete ideologie, juist op het moment dat de westerse cultuur een fundamentele herbezinning nodig heeft, om niet ten onder te gaan. Al in 1871 schreef Gustave Flaubert in een brief aan George Sand:

De hele droom van de democratie bestaat uit het verheffen van de proletariër tot het domheidspeil van de burgerman. Die droom is al gedeeltelijk verwezenlijkt. Hij leest dezelfde kranten en heeft dezelfde hartstochten.

In diezelfde tijd schreef zijn landgenoot, de aristocraat Alexis de Tocqueville dat 

[d]e Amerikaan in een land van mirakels [leeft]; alles om hem heen is in voortdurende beweging en elke verandering wordt toegejuicht als een verbetering. Het idee dat de natuur grenzen stelt aan de menselijke veroveringsdrift komt niet bij hem op. In zijn ogen is iets dat niet bestaat iets dat nog niet beproefd is.

Het is nog steeds het credo van het kapitalisme, ook in zijn laatste,  neoliberale fase, waarin alles schijn is geworden. Onze samenleving is als een schip dat door vaart, terwijl de kapitein en de bemanning allang weten dat het stuurloos is geworden, en de rituelen alleen nog echt lijken voor degenen die niet in bij machte zijn achter het decor te kijken. E la nave va.    




  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen