• All governments lie, but disaster lies in wait for countries whose officials smoke the same hashish they give out.

  • I.F. Stone

zaterdag 19 maart 2016

Vluchtelingenstroom 82

In zijn boek Zombie Politics and Culture in the Age of Casino Capitalism (2011) wijst de Amerikaans/Canadese cultuurcriticus Henry Giroux erop dat: 

Even as the United States became more disposed to modes of tyrannical power under the second Bush administration — demonstrated, for example, by the existence of secret CIA prisons, warrantless spying on Americans, and state-sanctioned kidnaping — mainstream liberals, intellectuals, journalists, and media pundits argued that any suggestion that the United States was becoming an authoritarian society was simply preposterous.

Precies hetzelfde gaat op voor de polderpers. De meest gezaghebbende stem van de Nederlandse gevestigde orde,  H.J.A. Hofland, adviseerde in 2015 zijn Groene-lezers dat hij en zij 'nog altijd bij voorkeur onder Amerikaanse leiding, als het een Democraat is’ de toekomst tegemoet moeten treden, terwijl op zijn beurt ‘de chroniqueur van Europa,’ Geert Mak, uitgegroeid tot de ‘onze nationale historicus,’ in zijn bestseller In Europa (2012) in lovende bewoordingen sprak van de ‘vitaliteit’ van de ‘Amerikaanse democratie.’ Het probleem met het kleinburgerlijke Nederland is dat Hoflands zelfbenoemde ‘politiek-literaire elite’ niet op de hoogte is van het werk van tientallen, zo niet honderden, kritische Amerikaanse intellectuelen die al langere tijd ervoor waarschuwen dat de Amerikaanse maatschappij totalitaire en fascistische trekken heeft gekregen. Zo schreef in 2010 de gerenommeerde voormalige New York Times-correspondent Chris Hedges:

To be innocent in America is to permit the continued theft of hundreds of billions of dollars from the state by Wall Street swindlers and speculators. To be innocent in America is to stand by as insurance and pharmaceutical companies, in the name of profit, condemn ill people, including children, to die. To be innocent in America is refusing to resist wars in Iraq and Afghanistan that are not only illegal under international law but responsible for the murder of hundreds of thousands of people. This is the odd age we live in. Innocence is complicity. 

En de Amerikaanse Rebecca Fisher, onderzoekster van Corperate Watch, constateert in de essaybundel Managing Democracy. Managing Dissent (2013) het volgende over het neoliberalisme:

an exploitative system necessitates the majority relinquishing a great deal of their power over the political, social and economic forces that mold everyday life.

In modern-day capitalism, political and economic decisions are made largely in the interests of corporations — the institutional managers of the capitalist system — their profit margins, and a transnational class of elites. Governments frequently serve as vital handmaids of the perpetual drive for the profits and resources. They create and maintain the conditions necessary for continual capitalist accumulation, and provides protection from the resistance capitalism inevitably provokes, via the legitimation of capitalism and repression of dissent. From political policing to generous corporate-friendly legislation, from massive bank bailouts to military interventions to secure corporate access to valuable resources and markets, governments protect the functioning of the market and the constant accumulation of capital above all other social or ecological considerations. Wide-ranging political and economic decisions which affect the lives of billions are made in largely unaccountable inter-governmental institutions such as the World Bank and the International Monetary Fund. Such anti-democratic forms of governance are necessary to ensure that the corporate engine continues to accumulate profit through new resources, new markets and ever cheaper sources of labour. The socio-political polarity thus intensifies as global capitalist penetration deepens, making the task or its legitimation increasingly difficult. For as social and economic oppression intensifies, so can the clamors for redress, clamors which must be contained. This is the contradiction at the heart of capitalism, and that which demonstrates the lie of democratic capitalism.

Mainstream-opiniemakers als Hofland en Mak steunen deze totalitaire en fascistische ontwikkeling, ze ontlenen er immers hun gezag en inkomen aan. Daardoor zijn ze niet in staat de realiteit te zien, zoals zijzelf moeten toegeven, zonder dat dit tot enige bescheidenheid dan wel voorzichtigheid leidt. Hoe verward hun denken is werd weer eens duidelijk toen Mak tegenover het Belgische tijdschrift Humo verklaarde dat 

Ik een Europa vol hoop [zag]. Het stond te trappelen om vooruit te gaan, zoals het sinds de jaren vijftig altijd had gedaan. Op de laatste dag van 1999 knalden de beurzen door het dak. Ik eindigde dat jaar op een rijnaak vol containers, op weg naar de haven van Rotterdam. De radio braakte alleen maar onbenulligheden uit en ik dacht: ‘Wat vaar ik een gelukkig land binnen.’ Er waren uiteraard zorgen, vooral in Oost-Europa. Joegoslavië bloedde nog na van de burgeroorlog. Maar toch: aan het eind van de vorige eeuw klonk triomfmuziek in mijn oren.

Volgens Mak kan tegenwoordig

[h]et contrast niet groter zijn. De dromen over de toekomst zijn verdwenen. Er is een zurige sfeer over het Europese project gaan hangen. Het vertrouwen van 1999 heeft deuken opgelopen en is her en der zelfs helemaal verdwenen.

Maar op de voor de hand liggende vraag wat er de afgelopen vijftien jaar dan is gebeurd, heeft Geert Mak geen enkel antwoord, en wel om de simpele reden dat mijn oude vriend, zoals ik uit directe ervaring weet, sneller schrijft dan hij kan nadenken. Bovendien heeft iemand die binnen één decennium tijd twee dikke pillen schrijft, over respectievelijk Europa en de VS, natuurlijk niet de tijd om het werk van kritische Europese en Amerikaanse intellectuelen te bestuderen.    

Desondanks staat Mak altijd klaar om zijn ‘deskundigheid’ over van alles en nog wat in de mainstream-media te ventileren. Gisteren zag ik op internet dat hij binnenkort in de Amsterdamse Schouwburg samen met onder andere Arend Jan Boekestijn optreedt, onder de titel ‘Wat Er Op Het Spel Staat!’ In dit verband kan ik me herinneren hoe de heer Boekestijn, voorafgaande aan het illegale Amerikaanse Shock and Awe-geweld in Irak, die zo’n onvoorstelbare chaos in het Midden Oosten heeft veroorzaakt, bij hoog en bij laag het liefst op de televisie rondbazuinde dat Saddam Hoessein beschikte over massavernietigingswapens die binnen 25 minuten afgevuurd konden worden. Er stond daar heel wat op het spel, inclusief meer dan een miljoen doden en een totale chaos in de regio, benevens de door de westerse terreur veroorzaakte opkomst van ISIS, maar dat besefte de ‘als historicus’ aan de Universiteit Utrecht verbonden columnist van Elsevier geenszins. Maar in plaats van dat Boekestijn zich voor eeuwig belachelijk heeft gemaakt, worden hij en Mak -- die in de boeken In Europa en Reizen zonder John demonstreerde hoe slecht hij geïnformeerd was -- als goed geïnformeerde sprekers uitgenodigd. Blindheid van de polder ‘intelligentsia’ wordt in Nederland beloond, en is het gevolg van langdurige inteelt binnen de eigen peergroup. Zolang hun milieu het belangrijkste, zo niet enige referentiepunt blijft, zal er niets veranderen. Het enige positieve aspect hiervan is de schaterlach die niet te onderdrukken is zodra men opnieuw ziet hoe 'onze deskundigen' als malloten achter de feiten aan hollen en met een verbijsterd hoofd op de buis verschijnen in een vergeefse poging al hun pedanterie aan elkaar te breien. Genoeg over dit klein grut. Terug naar de geïnformeerde Amerikaanse Rebecca Fisher, die stelt dat

It is thus essential that the incompatibility of genuine democracy and capitalism is disguised, and for the majority to believe that democracy and capitalism are not only compatible but indivisible: that one engenders the other. And if this connection seems not to be quite watertight it is reinforced by the more negative notion that capitalism is the form of social organization truest to basic human nature, and thus no more equitable, or sustainable system is possible. Together, they help to engender the widely held belief that challenging capitalism is not only misguided but unprogressive, even pernicious, and as a result, deserving of the marginalization and repression it receives. This ideological perversion of ‘democracy’ is therefore used to create a hegemonic order in which a set of beliefs which broadly correspond to the ‘democratic’ nature or at least potential of capitalism becomes so accepted, even internalized, throughout the public mind, that it acquires the status of ‘common-sense’ or even of a self-evident ‘truth,’ and thus opposing values or ideas are deemed ‘illegitimate’ or ‘unacceptable’ or even ‘illogical.’ Unlike more totalitarian systems, such ideological hegemony does not entail one particular dominant world-view, but allows for a variety of differing opinions as long as they do not transgress particular boundaries of ‘legitimate’ or ‘reasonable’ values, opinions and actions. In this way a semblance of plurality and open debate can be created, even though the overall limits can in effect be as rigid as any totalitarian system, but without as much overt policing of thought and action. For if these notions are largely internalized, the need for them to be so visibly policed by overt propaganda or coercion, which would only expose the pretence of democracy, is obviated (uit de weg geruimd. svh). The power of ideological hegemony results from its ability to limit or repress the imagination of the possible or even conceivable, thereby facilitating the implementation of policies and systems which might otherwise be deeply unpopular, and the incorporation, recuperation and neutralization of forms of politics which might otherwise have remained fundamentally oppositional.

The belief in the inevitability, viability and democratic nature of capitalism within civil society leads to popular consent — that is, the majority participate in a social order even though it is inherently incapable of achieving social equality, or meeting our needs and interests, and is an order over which we have very little say. Today, most people have little choice but to sell their labour in return for the minimal freedoms granted by wages, although many others have not been granted even this, hard-fought, concession. Either way, labour provides the profit necessary for the continued accumulation of capital, and the majority are left with a meagre degree of wealth and freedom which suffices to contain antagonism and dissent. In addition, the jobs most of us are permitted are actively connected to the maintenance of capitalist systems of production, providing surplus profit for employers, providing the social welfare services that train and educate workers and providing services that seek to soften the worst effects of socio-economic inequalities. As the capitalist system is forced to become more coercive to protect the social and public order, so the security industry increases its share of the labour market — the army, police, prison officers, security guards, private mercenaries etc. In return we are ‘rewarded’ with grossly unequal wages, with which we are compelled to purchase or rent basic requirements for life, such as food and housing, which have all become ensnared by the market. Meanwhile, services such as education and healthcare are becoming even more overtly divorced from our control, increasingly placed in the hands of private companies over which we have even less authority than our governments. The idea of common ownership and entitlement of such provisions has been hacked away at to such an extent that to advocate more democratic control is to risk accusations of naivety or lunacy. Trapped in the capitalist system in which we must participate to gain the money necessary for survival, anti-capitalist, democratic notions contradict the prevalent ‘common-sense’ and are thus rarely heard, let alone heeded. Instead, we are force-fed the illogical ‘truth’ that capitalism is inevitable and progressive, and that, in spite of the inherent social limits to capital accumulation, and the obvious finiteness of the planet’s resources, it will eventually provide for all; indeed, that it is the only system that ever will.

Het zal voor de lezer duidelijk zijn dat deze complexe analyse een wereld van verschil vormt met de simplistische politieke propaganda van Hofland, Mak en de rest van de mainstream opiniemakers. Deze werelden raken elkaar niet eens. Vandaar ook dat u van de mainstream-media zelden tot nooit een diepgravende uiteenzetting krijgt. Daar zijn mijn collega's intellectueel en anderszins niet voor geëquipeerd. De taak van de massamedia is nu eenmaal het dirigeren van de ressentimenten in de richting van een vermeende vijand. 

Saoedische oorlogsmisdaden in Yemen.

In De Groene Amsterdammer van 1 april 2015 stelde Henk Hofland met een mengeling van nauwelijks verholen wraaklust en racisme naar aanleiding van de Saoedische oorlogsmisdaden in Jemen:

De Amerikaanse columnist Thomas Friedman is optimistisch. Laat ze elkaar maar uitputten, schrijft hij. Daar zit iets in. Sinds meer dan een halve eeuw, te beginnen bij de Suezcrisis, put het Westen zich uit in vruchteloze interventies in de regio. De kostbaarste onderneming, in Irak, is nog niet afgelopen. Zou het niet een geweldige opluchting zijn als nu buiten onze verantwoordelijkheid die twee regionale grootmachten in een uitputtend conflict verwikkeld raakten terwijl het Westen geïnteresseerd toekeek?

Een andere bewonderaar van Friedman is Geert Mak, die over de ‘imperial messenger’ opmerkte: ‘Ik vind Friedman altijd wel leuk om te lezen, lekker upbeat, hij is zo’n man die altijd wel een gat ziet om een probleem op te lossen.’ Hoe ‘upbeat,’ dus ‘optimistisch,’ Friedman is, blijkt ondermeer uit zijn onwankelbare overtuiging dat:

The hidden hand of the market will never work without a hidden fist. McDonald's cannot flourish without McDonnell Douglas, the designer of the F-15. And the hidden fist that keeps the world safe for Silicon Valley's technologies to flourish is called the US Army, Air Force, Navy and Marine Corps,

zoals de bekendste opiniemaker van de New York Times zijn geschoold publiek liet weten. En dit ‘optimisme’ past naadloos in de westerse ‘Zombie Politics and the Culture of Cruelty’ (Giroux). Misschien ter overvloede: zowel Hofland als Mak en de rest van de mediakliek weten net als ieder ander dat alleen met massaal westers terreur het neoliberale systeem in stand kan blijven, zodat vandaag de dag een kongsi van 62 miljardairs evenveel bezit als de helft van de hele mensheid tezamen. Dat de democratie niet meer is dan een façade, beseffen Hofland en Mak natuurlijk ook, maar omdat ze aan dit gecorrumpeerde bestel een comfortabele positie ontlenen, laat de rest hen koud. ‘Après nous le déluge.’ Mede door die mentaliteit zal die ‘zondvloed’ er komen. De immoraliteit van de bureaucratie, politiek en de media is één van de belangrijkste redenen dat de westerling momenteel geconfronteerd wordt met wat Henry Giroux ‘Authoritarianism With a Friendly Face’ noemt, en dat hij met betrekking tot de VS als volgt uitwerkt:

It would be difficult to label such a government other than as shockingly and uniquely extremist, given a political legacy that included the rise of the security and torture state; the creation of legal illegalities in which civil liberties were trampled; the launching of an unjust war in Iraq legitimated through official lies; the passing of legislative policies that drained the federal surplus by giving away more than a trillion dollars in tax cuts to the rich; the enactment of a shameful policy of preemptive war; the endorsement of an inflated military budget at the expense of much-needed social programs; the selling off of as many government functions as possible to corporate interests; the resurrection of an imperial presidency; an incessant attack against unions; support for a muzzled and increasingly corporate-controlled media; the government production of fake news reports to gain consent for regressive policies; the use of an Orwellian vocabulary for disguising monstrous acts such as torture ('enhanced interrogation techniques'); the furtherance of a racist campaign of legal harassment and incarceration of Arabs, Muslims, and immigrants; the advancement of a prison binge through a repressive policy of criminalization; the establishment of an unregulated and ultimately devastating form of casino capitalism; the arrogant celebration and support for the interests and values of big business at the expense of citizens and the common good; and the dismantling of social services and social safety nets as part of a larger campaign of ushering in the corporate state and the reign of finance capital?


In the minds of the American public, the dominant media, and the accommodating pundits and intellectuals, there is no sense of how authoritarianism in its soft and hard forms can manifest itself as anything other than horrible images of concentration camps, goose-stepping storm troopers, rigid modes of censorship, and chilling spectacles of extremist government repression and violence. That is, there is little understanding of how new modes of authoritarian ideology, policy, values, and social relations might manifest themselves in degrees and gradations so as to create the conditions for a distinctly undemocratic and increasingly cruel and oppressive social order. As the late Susan Sontag suggested in another context, there is a willful ignorance of how emerging registers of power and governance 'dissolve politics into pathology.' It is generally believed that in a constitutional democracy, power is in the hands of the people, and that the long legacy of democratic ideals in America, however imperfect, is enough to prevent democracy from being subverted or lost. And yet the lessons of history provide clear examples of how the emergence of reactionary politics, the increasing power of the military, and the power of big business subverted democracy in Argentina, Chile, Germany, and Italy. In spite of these histories, there is no room in the public imagination to entertain what has become the unthinkable — that such an order in its contemporary form might be more nuanced, less theatrical, more cunning, less concerned with repressive modes of control than with manipulative modes of consent — what one might call a mode of authoritarianism with a distinctly American character. 

Historical conjunctures produce different forms of authoritarianism, though they all share a hatred for democracy, dissent, and civil liberties. It is too easy to believe in a simplistic binary logic that strictly categorizes a country as either authoritarian or democratic, which leaves no room for entertaining the possibility of a mixture of both systems. American politics today suggests a more updated if not a different form of authoritarianism. In this context, it is worth remembering what Huey Long said in response to the question of whether America could ever become fascist: 'Yes, but we will call it anti-fascist.' Long’s reply suggests that fascism is not an ideological apparatus frozen in a particular historical period but a complex and often shifting theoretical and political register for understanding how democracy can be subverted, if not destroyed, from within. This notion of soft or friendly fascism was articulated in 1985 in Bertram Gross’s book Friendly Fascism, in which he argued that if fascism came to the United States it would not embody the same characteristics associated with fascist forms in the historical past. There would be no Nuremberg rallies, doctrines of racial superiority, government-sanctioned book burnings, death camps, genocidal purges, or the abrogation of the U.S. Constitution. In short, fascism would not take the form of an ideological grid from the past simply downloaded onto another country under different historical conditions. Gross believed that fascism was an ongoing danger and had the ability to become relevant under new conditions, taking on familiar forms of thought that resonate with nativist traditions, experiences, and political relations. Similarly, in his Anatomy of Fascism, Robert O. Paxton argued that the texture of American fascism would not mimic traditional European forms but would be rooted in the language, symbols, and culture of everyday life. He writes: 'No swastikas in an American fascism, but Stars and Stripes (or Stars and Bars) and Christian crosses. No fascist salute, but mass recitations of the Pledge of Allegiance. These symbols contain no whiff of fascism in themselves, of course, but an American fascism would transform them into obligatory litmus tests for detecting the internal enemy.' It is worth noting that Umberto Eco, in his discussion of “eternal fascism,” also argued that any updated version of fascism would not openly assume the mantle of historical fascism; rather, new forms of authoritarianism would appropriate some of its elements, making it virtually unrecognizable from its traditional forms. Like Gross and Paxton, Eco contended that fascism, if it comes to America, will have a different guise, although it will be no less destructive of democracy. He wrote:

'Ur-Fascism [Eternal Fascism] is still around us, sometimes in plainclothes. It would be much easier for us if there appeared on the world scene somebody saying, “I want to reopen Auschwitz, I want the Blackshirts to parade again in the Italian squares.” Life is not that simple. Ur-Fascism can come back under the most innocent of disguises. Our duty is to uncover it and to point our finger at any of its new instances—every day, in every part of the world.’

The renowned political theorist Sheldon Wolin, in Democracy Incorporated, updates these views and argues persuasively that the United States has produced its own unique form of authoritarianism, which he calls ‘inverted totalitarianism.’ Wolin claims that under traditional forms of totalitarianism, there are usually founding texts such as Mein Kampf, rule by a personal demagogue such as Adolf Hitler, political change enacted by a revolutionary movement such as the Bolsheviks, the constitution rewritten or discarded, the political state’s firm control over corporate interests, and an idealized and all-encompassing ideology used to create a unified and totalizing understanding of society. At the same time, the government uses all the power of its cultural and repressive state apparatuses to fashion followers in its own ideological image and collective identity.




In the United States, Wolin argues that an emerging authoritarianism appears to take on a very different form. Instead of a charismatic leader, the government is now governed through the anonymous and largely remote hand of corporate power and finance capital. Political sovereignty is largely replaced by economic sovereignty as corporate power takes over the reins of governance. The dire consequence, as David Harvey points out, is that 'raw money power wielded by the few undermines all semblances of democratic governance. The pharmaceutical companies, health insurance and hospital lobbies, for example, spent more than $133 million in the first three months of 2009 to make sure they got their way on health care reform in the United States.' The more money influences politics the more corrupt the political culture becomes. Under such circumstances, holding office is largely dependent on having huge amounts of capital at one’s disposal, while laws and policies at all levels of government are mostly fashioned by lobbyists representing big business corporations and commanding financial institutions. Moreover, as the politics of health care reform indicate, such lobbying, as corrupt and unethical as it may be, is not carried out in the open and displayed by insurance and drug companies as a badge of honor — a kind of open testimonial to the disrespect for democratic governance and a celebration of their power. The subversion of democratic governance in the United States by corporate interests is captured succinctly by Chris Hedges in his observation that 

'Corporations have 35,000 lobbyists in Washington and thousands more in state capitals that dole out corporate money to shape and write legislation. They use their political action committees to solicit employees and shareholders for donations to fund pliable candidates. The financial sector, for example, spent more than $5 billion on political campaigns, influenc[e] peddling and lobbying during the past decade, which resulted in sweeping deregulation, the gouging of consumers, our global financial meltdown and the subsequent looting of the U.S. Treasury. The Pharmaceutical Research and Manufacturers of America spent $26 million last year and drug companies such as Pfizer, Amgen and Eli Lilly kicked in tens of millions more to buy off the two parties. These corporations have made sure our so-called health reform bill will force us to buy their predatory and defective products. The oil and gas industry, the coal industry, defense contractors and telecommunications companies have thwarted the drive for sustainable energy and orchestrated the steady erosion of civil liberties. Politicians do corporate bidding and stage hollow acts of political theater to keep the fiction of the democratic state alive.'

Rather than being forced to adhere to a particular state ideology, the general public in the United States is largely depoliticized through the influence of corporations over schools, higher education, and other cultural apparatuses. The deadening of public values, civic consciousness, and critical citizenship is also the result of the work of anti-public intellectuals representing right-wing ideological and financial interests, dominant media that are largely center-right, and a market-driven public pedagogy that reduces the obligations of citizenship to the endless consumption and discarding of commodities. In addition, a pedagogy of social and political amnesia works through celebrity culture and its counterpart in corporate-driven news, television, radio, and entertainment to produce a culture of stupidity, censorship, and diversionary spectacles.



Vergeleken met het intellectuele niveau in de VS is het niveau in Nederland lachwekkend laag. Een illustrerend voorbeeld gaf Michel Krielaars, chef van de NRC-boekenbijlage. Op de achterflap van zijn boekje Het Kleine Koude Front. Hoe Het Westen Rusland Uit Het Oog Verloor staat als wervend bedoelde tekst dat de 'separatisten in Oost-Oekraine vlucht MH 17 neerhaalden.’ Krielaars had geen enkel bewijsstuk dat in een rechtszaal als zodanig zou worden geaccepteerd. Desalniettemin verscheen zijn 63 pagina’s tellende drukwerkje in 2015, in het kader van de 'maand van de geschiedenis,' en werd gefinancierd door de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek. Een ander voorbeeld van onvervalste propaganda gaf vrijdag 31 oktober 2014, NRC-redacteur buitenland Hubert Smeets in een uitzending van Nieuwsuur over 'De propaganda rond onderzoek MH17.’ De Rusland-deskundige van de NRC, wiens boek De wraak van Poetin. Rusland contra Europa (2016) door zijn eigen krant werd aangeprezen als ‘Een vlijmscherpe en ontnuchterende analyse,’ gaf een schoolvoorbeeld van tendentieuze journalistiek door ondermeermin in het tv-programma Nieuwsuur de volgende opmerkingen te maken over Aleksej Poesjkov, voorzitter van de Buitenland Commissie van het Russische parlement:

Hij is getrouwd met een actrice. Dat zal hij ook zelf goed kunnen, denk ik…/ Ik ben geen specialist als het gaat om technisch onderzoek, hè, dus ik klets misschien ook een beetje uit mijn nek…/ Ik heb het gevoel, als ik zo'n beetje, als amateur-psycholoog naar het interview kijk…/ Maar misschien vergis ik me vreselijk hoor en is het gewoon een klassiek Russische koers om verwarring te zaaien…/ Dat weten wij niet, want wij zijn natuurlijk niet bij het onderzoek betrokken, het kan zijn dat hij inderdaad pressie wil uitoefenen, of misschien zelfs intimidatie…

In Smeets’ criminalisering van de Russische volksvertegenwoordiging zitten de belangrijkste elementen verwerkt van de westerse propaganda in  de massamedia, zoals die door de vooraanstaande Amerikaanse media-ideoloog Walter Lippmann in de twintigste eeuw als volgt werden verwoord: ’emotion is discharged at a common target and the idiosyncrasy of real ideas is blotted out,’ en 'The process, therefore, by which general opinions are brought to cooperation consists of an intensification of feeling and a degradation of significance.' Kortom, het bespelen van de ressentimenten, meningen versus feiten, emoties versus rationele argumenten, is kern van het werk van de 'vrije pers.' Nog een voorbeeld: donderdag 11 december 2014 ontving ik een e-mail van Roel van Duijn, die in de mainstream krant Trouw van die dag betiteld werd als 'ex-politicus, Ruslandkenner,' maar die voor mijn generatiegenoten een oud-Provo en voormalig anarchist blijft. Opvallend is dat ook Van Duijn binnen een week na het neerstorten van de MH 17 zeker wist dat

Alle signalen naar dezelfde daders [wijzen]. Al die daders zijn verbonden aan Poetin.

Ondanks het feit dat er destijds geen enkel bewijsstuk voor handen was, sloot Roel van Duijn zijn oproep om de 'strijd' aan te gaan met Rusland, aangezien

De harde werkelijkheid is dat wij ontkennende daders zullen moeten ontmaskeren, berechten en sanctioneren.

Het gaat nu om de bestrijding van een oorlogsmisdaad en het is tijd om alle beleefdheid te laten varen. Om te voorkomen dat zij nog veel meer onschuldige slachtoffers kunnen maken moeten wij alles op alles zetten om Oekraïne te steunen in zijn strijd tegen de moordenaars van onze kinderen, onze wetenschappelijke onderzoekers, onze vakantiegangers.

Nu is hun strijd onze strijd. 

De dag dat ik dit schrijf, vrijdag 18 maart 2016, ruim anderhalf jaar na zijn krijgshaftige woorden, is er nog steeds geen juridisch hard bewijs geopenbaard dat 'Poetin' achter de aanslag zit. Desondanks zet de voormalige anarchistische Kabouter, wellicht aangespoord door zijn Russische vrouw Olga, de strijd voort, want in Trouw van 11 december 2014 beweerde Van Duyn met grote stelligheid dat door Poetin's 'oorlogspropaganda' en 'Bij gebrek aan' een westers 'lik op stuk' beleid 'Poetin zijn doel [bereikt].’ De ziedende Van Duijn weet te melden dat de Russische

propaganda zelfs [heeft] bereikt dat een flink deel van de Europeanen, tegen alle feiten in, meent dat de westerse media de arme Poetin 'demoniseren.'

De oud-anarchist, die inmiddels als E-mail consultant is in te huren door mensen met ‘liefdesverdriet,’ kan zonder juridisch bewijs onweersproken in het voormalige protestants-christelijke Trouw van alles beweren. De werkelijkheid doet er niet meer toe, want wat is die realiteit nog temidden van de virtuele werkelijkheid van een dolgedraaide consumptiemaatschappij? De werkelijkheid is net als alles een product dat verhandeld dient te worden en waar een publiek voor moet worden gevonden. Maar als we uitgaan van het feit dat de grootscheepse propaganda van de westerse 'vrije pers' er tot nu toe niet in is geslaagd om iedereen te overtuigen dat 'Poetin' de belichaming van het Kwaad op aarde is,  dient de elite zich af te vragen wat er fout is gegaan, nu de propaganda niet langer meer onweersproken geslikt wordt? De geloofwaardigheid van de westerse commerciële massamedia is de afgelopen vijftien jaar door de leugencampagnes over onder andere Saddams massavernietigingswapens en 'humanitair ingrijpen' dusdanig afgenomen dat de aloude Koude Oorlog-retoriek niet meer optimaal functioneert. Tot grote verontwaardiging van de oud-Provo Roel van Duijn die nu spreekt van 

een steeds wonderlijker geloof in de 'diplomatie.'


De hoogbejaarde Roel eist vanuit zijn comfortabele huiskamer dat de Russen ogenblikkelijk met grof geweld tot de 'orde' worden geroepen. In een e-mail van 15 november 2014 schreef Van Duijn mij naar aanleiding van mijn kritiek op de neo-nazi-elementen in de Oekraïense regering:

Het arme, zwakke Oekraïne probeert zich wanhopig te verdedigen tegen een neo-stalinistisch atoommacht  en  nu spring jij hen in de  rug?

Natuurlijk hebben ook de geallieerden tegen Hitler oorlogsmisdaden begaan, door de bombardementen op steden. Maar is dat een goede reden geweest om naar Hitler over te lopen? 

Natuurlijk begaan ook Oekraïense regimenten misdaden. Maar die vallen in het niet bij wat Poetin nu  dag in dag uit presteert. En hij is nog veel meer van plan.

Blijkbaar houd je je niet zo met Rusland bezig, maar sinds ik getrouwd ben met een Russische vrouw moet ik wel en wat ik zie is een misdadigers-bende aan de top, waarbij vergeleken westerse regeringen met al hun fouten heilig zijn. 

Dat de neoconservatieve oorlogsmisdadigers en hun NAVO-bondgenoten anno 2015 ‘heilig’ worden verklaard, is illustrerend voor de verregaande corruptie van een aanzienlijk deel van mijn generatiegenoten die in welvaart en zonder oorlog hun werkzaam leven heeft doorgebracht. Nog diezelfde dag wist de oud-anarchist te melden:

Er is geen hetze tegen Rusland gaande. Alleen de Russische propaganda tracht ons dat wijs te maken. Rusland voert oorlog, dat is een feit…

Nadat ik hem informatie had gemaild die door de westerse mainstream media wordt verzwegen e-mailde Roel van Duijn me op 3 december 2014:

Beste Stan, ik hoef dit allemaal niet. Heb er ook niet om gevraagd. Wil je deze toezending stop zetten?

Desalniettemin e-mailde hij mij acht dagen later:

Beste Stan
Vanochtend in Trouw een dissidente mening.  Mijn stuk over het gebrek aan reactie van westerse leiders op de oorlogspropaganda van Poetin. Ben benieuwd naar je reactie!

Opvallend is het taalgebruik van oud-provo Roel van Duijn, en zijn nationaal-socialistische gedachtegoed, zoals bijvoorbeeld dat een 'Militaire nederlaag als regel zuiverend [werkt] op Russen.' Bloedbaden die 'zuiverend' werken? Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwamen 27 miljoen Russen om het leven. Ieder ontwikkeld mens weet dat om 'Poetin een oorlog' te laten 'verliezen' de burgerbevolking op grote schaal het slachtoffer zal worden. 'Wij kunnen aan veranderingen in Rusland bijdragen door versterking van Oekraïne,' aldus de NAVO-propaganda van de voormalige Haagse rebel Roel van Duijn.

Hoewel al op maandag 21 juli 2014, vier dagen na de crash van de MH 17, de NRC berichtte dat ‘Amerikaanse inlichtingendiensten meer [weten], zoals president Obama eerder al zei. Nu heeft de VS elf bewijzen daarvoor op de website van de Amerikaanse ambassade in Oekraïne gezet,’ en ondanks het feit dat ‘de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry in een interview met Fox News’ had laten weten ‘zeker te weten’ dat hij ‘de lancering' had 'gezien van een SA-11 (Boek-raket),’ zijn die beelden nog steeds niet opgedoken. Het vermoeden neemt toe dat de satellietbeelden niet bestaan, of dat ze aantonen dat de troepen van Kiev de raket hebben afgeschoten. In elk geval zijn ‘de bewijzen’ dat ‘Poetin’ de dader is, tot nu toe nog niet geleverd, maar dit is voor Roel van Duijn, het dagblad Trouw, en met hen de ‘politiek-literaire elite’ in de polder een te verwaarlozen detail in hun demoniseringscampagne. Ondertussen blijkt de situatie van de bevolking van het ‘arme, zwakke Oekraïne’  almaar achteruit te gaan. Woensdag 16 maart 2016, twee jaar na de zogeheten ‘Euromaidan,’ waarbij — na veel geweld — de gekozen Oekraïense regering werd vervangen door een regering van westers gezinde nationalisten, onder presidentschap van de corrupte miljardair Petro Porosjenko, werd bekend dat:

80% of Ukrainians believe that Maidan activists lead country into abyss. Most people in Ukraine believe that the country under the leadership of the current government is moving in the wrong direction. It was announced by Vladimir Paniotto, the director of the Kiev International Institute of Sociology, at a press conference in Kiev, reports The Politnavigator.

According to him, the survey which took place from 23 February to 8 March showed that the dissatisfaction with the course of the country’s development rated in different regions from 77 to 94%.


'Maiden-Demonstranten' met molotov cocktails. Het door het Westen ideologisch en financieel gesteunde Maidan-geweld dat tot nog meer geweld heeft geleid.


Volgens Roel van Duijn mag dan wel ‘hun strijd onze strijd’ zijn, maar dit blijft slechts retoriek. Opmerkelijk is dat de overgrote meerderheid van mijn geschoolde generatiegenoten werkelijk gelooft dat het Westen pal staat voor democratie en mensenrechten. Deze naïviteit is telkens opnieuw adembenemend. De dag ik dit schrijf, zaterdag 19 maart 2016, opent de International New York Times op de voorpagina met het bericht ‘E.U. and Turkey strike migrant deal. Ankara grees to accept return of asylum seekers, for a host of concessies…

The leaders of the 28 nations in the bloc and Prime Minister Ahmet Davutoglu of Turkey approved the accord after two days of talks and over strenuous objections from humanitarian groups, who said the deal violated international law on the treatment of refugees. 

De door de VS, en de rest van de NAVO, veroorzaakte chaos in het Midden-Oosten mag geen consequenties hebben voor de westerse samenlevingen. Het front dient elders te zijn, het maakt niet uit waar precies, maar in elk geval niet hier, en dus is de EU van Geert Mak’s ‘Geen Jorwert zonder Brussel’ bereid om het Vluchtelingenverdrag te schenden door Turkije te betalen voor het tegenhouden van politieke vluchtelingen, een akkoord dat volgens The Wall Street Journal 

drew condemnations from human-rights organizations and the Vatican, with Amnesty International calling it ‘a historic blow to human rights.’

Over deze ‘historische klap tegen de mensenrechten’ zijn de praatjesmakers in de massamedia zoals Hofland en Mak opmerkelijk stil. De dappere mainstream-opiniemaker vraagt zich net als VPRO-journalist Chris Kijne op dit moment af 

[o]f er inderdaad niet even een hoger belang is dan 'de waarheid, niets dan de waarheid.'

Niet voor niets schreef Walter Lippmann al bijna een eeuw geleden over de verspreiding van de 'juiste' denkbeelden:

public opinions must be organized for the press if they are to be sound, not by the press... Without some form of censorship, propaganda in the strict sense of the word is impossible. In order to conduct propaganda there must be some barrier between the public and the event. Access to the real environment must be limited, before anyone can create a pseudo-environment that he thinks is wise or desirable.


De hysterie die uit de beschouwingen van de Nederlandse 'politiek-literaire elite' opstijgt, is onheilspellend, en verraadt datgene waarvoor de filosoof Slavoj Žižek heeft gewaarschuwd: de ‘morele leegte’ van het Westen.’ De 'elite' in de polder is maar al te graag bereid 'certain elementary values: freedom, dignity, emancipation' op te offeren om haar eigen belangen veilig te stellen. Het zijn inderdaad ‘hypocrisie en farizeïsme’ die ‘hier individu en gemeenschap [belagen]!’ zoals Huizinga die in 1934 typeerde. Tot dezelfde slotsom kwam de enige echt radicale beweging die Nederland gekend heeft, te weten Provo, die in haar beginselverklaring onmiddellijk duidelijk maakte dat:

Provo zich voor de keus gesteld [ziet]: desperaat verzet of lijdzame ondergang. Provo roept op tot verzet waar het kan. Provo ziet in dat het de uiteindelijke verliezer zal zijn, maar de kans deze maatschappij nog eenmaal hartgrondig te provoceren, wil het zich niet laten ontgaan.

Provo had gelijk, getuigde het demasqué van Roel van Duijn. Op zijn oude dag is hij een man die tezamen met Oekraïense neo-nazi stormtroepen de neoliberale wanorde met geweld wil beschermen tegen het 'desperaat verzet' van degenen die zich niet willen neerleggen bij de neoliberale dictatuur. Hij eist orde, te weten: de wanorde van de status quo van Washington en Wall Street, terwijl ook hij als voormalige Provo weet dat 'The US invasion of Iraq was based on lies and has lead to unspeakable horrors. It is time for accountability, says former UN representative to Iraq, Hans von Sponeck.'

Het was de Franse aristocraat Alexis de Tocqueville die in 1842, na een rondreis door de VS, in Democracy in America waarschuwde:

A nation which asks nothing of its government but the maintenance of order is already a slave at heart, — the slave of its own well-being, awaiting but the hand that will bind it. 

En de voormalige rebellen van de jaren zestig verlangen nu als bejaarden niets anders dan de kadaverdiscipline waarmee de gewelddadige wanorde moet worden gehandhaafd. In zijn boek GEWELD. Zes zijdelingse bespiegelingen (2009) schreef Slavoj Žižek met betrekking tot de westerse 'Angstpolitiek':

Het soort politiek dat vandaag de dag overheerst, is post-politieke biopolitiek — een afschuwelijke geval van theoretisch jargon dat echter eenvoudig uitgelegd kan worden: 'postpolitiek' is een politiek die beweert de oude ideologische strijd achter zich te laten en zich in plaats daarvan te richten op de deskundig management en bestuur, terwijl 'biopolitiek' de regulering van de veiligheid en het welzijn van het leven van mensen als haar primaire doel aanwijst. Het is duidelijk dat deze twee dimensies elkaar overlappen: het enige — bijna enige — wat overblijft als je grote ideologische doelen opgeeft, is het efficiënte bestuur van het leven. Dat betekent dat je op dit terrein van gedepolitiseerd, sociaal objectieve, deskundige bestuur en de coördinatie van belangen als nulpunt van de politiek, alleen enthousiasme kan wekken en mensen metterdaad op de been kan brengen door middel van angst, een hoofdbestanddeel van de hedendaagse subjectiviteit. Daarom is biopolitiek uiteindelijk angstpolitiek…

Volgende keer meer.






Vluchtelingenstroom 81

One thought alone preoccupies the submerged mind of Empire: how not to end, how not to die, how to prolong its era. By day it pursues its enemies. It is cunning and ruthless, it sends its bloodhounds everywhere. By night it feeds on images of disaster: the sack of cities, the rape of populations, pyramids of bones, acres of desolation.
― J.M. Coetzee. Waiting for the Barbarians. 1980

In 1997 verscheen het boek Promised Land, Crusader State. The American Encounter With The World Since 1776, geschreven door  Pulitzer Prize-winnaar, Walter A. McDougall, Amerikaans hoogleraar Internationale Betrekking en Geschiedenis aan de Universiteit van Pennsylvania, wiens opvattingen door Henry Kissinger in een recensie voor de New York Times aldus werden: 

In his sweeping history of U.S. foreign policy, Walter McDougall advances a thoughtful new view of America’s conduct of world affairs over two hundred years. In illuminating the varying principles that have governed our international relations, Promised Land, Crusader State provides a valuable guide for today’s policy makers.

Gezien Kissinger’s verleden van oorlogsmisdaden is het interessant uit professor McDougall's studie te citeren. Zijn uitgangspunt is dat de 'American enterprise' voortkwam uit twee

impulses: Enlightenment rationalism, with its universal notions of natural law and human rights doctrine, and a Christian anthropology that stressed the flawed and unchangeable nature of man. The first impulse infused Americans with sublime aspiration, but also tempted them to imagine themselves a kind of Gnostic elite possessed of a universal method for ordering human affairs.

Vanaf het allereerste begin zijn deze ‘impulsen’ gecorrumpeerd. McDougall:

The second, religious impulse infused Americans with humility and caution, but also tempted them to imagine themselves a spiritual elite possessed of a sort of monopoly of truth and called by Providence to right all wrongs,

waarbij moet worden opgemerkt dat de ‘humility and caution’ in de ‘religious impulse’ ogenblikkelijk het gewetenloos uitmoorden van talloze Indianen volkeren tot gevolg hadden, en het stelen van hun land door de 'Gnostic elite possessed of a universal method for ordering human affairs.' McDougall's gebruik van het begrip 'gnostic' is veelzeggend wanneer men uitgaat van de ware betekenis van het woord:

Gnosis duidt op mystieke, geheime (in de betekenis van 'verborgen') kennis,

met andere woorden: hier is sprake van een 'elite' die op grond van metafysische 'kennis' voorbeschikt meent te zijn om over de mensheid te heersen. Dat geloof is tevens de hoeksteen van het 'Amerikaans exceptionalism,' oftewel:

the distinct belief that the United States is unique, if not superior, when compared to other nations. Champions of American exceptionalism hold that because of its national credo, historical evolution, and unique origins, America is a special nation with a special role – possibly ordained by God – to play in human history. The belief in American exceptionalism is a fundamental aspect of U.S. cultural capital and national identity. It is an essential part of America’s political, cultural, and social DNA,

aldus de formulering van de Amerikaanse academici David Weiss en Jason A. Edwards in de essaybundel The Rhetoric of American Exceptionalism (2011). Ik citeer McDougall’s visie omdat zij een helder inzicht verschaft in de denkwereld van de beleidsbepalers van de Amerikaanse politieke en financieel-economische elite. McDougall uit verhulde kritiek op deze meedogenloze politiek en verklaart het bankroet ervan ondermeer als volgt:

as the nineteenth century wore on, Americans came gradually to reinterpret their original impulses in ways that eroded the ability of each to act as a check on the other… the assault on revealed religion propelled by ‘higher criticism’ of the Bible, the growing prestige of science, and the power and promise of industrial technology encouraged secular thinkers to act as if their doctrine of progress constituted a veritable religion, complete with a teleology promising that through America the world would approach perfection.

De Amerikaanse historicus laat zien hoe de 'oorspronkelijke impulsen’ werden 'uitgehold,' waardoor het evenwicht al snel ernstig was verstoord. Belangrijk te onthouden is dat de Europese kolonisten bij de genocide van de oorspronkelijke bewoners en het roven van hun land niet gedreven werden door idealistische motieven, maar eenvoudigweg door pure hebzucht en een onbeheersbare drang naar macht. Natuurlijk werden die motieven verpakt in hoogdravende bewoordingen. Professor Walter McDougall:

The tendency of Protestant divines at the time of the Revolution to identify New Israel with the United States rather than with the Church Universal was an appalling conceit, however much it encouraged a young nation risking its all for freedom. Then millenarianism, not only in marginal sects but in the preachments of mainstream denominations by the 1830s and '40s, testified to the spread of a heresy: the presumption that man can prepare a place for the messiah (instead of the other way around) and so create heaven on earth... by the twentieth century, politics came increasingly to function as a religion, and religion degenerated into politics. America the Crusader State held that to refrain from trying to change the world was immoral (and stupid).

De belangrijkste 'impuls' van de almaar voortdurende gewelddadige poging 'to change the world' is evenwel de kapitalistische doctrine van de economische groei, die nieuwe buitenlandse markten en steeds meer grondstoffen noodzakelijk maakt, waardoor het Amerikaans expansionisme onvermijdelijk blijft doorgaan. In 1907 wees de latere Amerikaanse president Woodrow Wilson tijdens een college aan Columbia University erop dat:

Since trade ignores national boundaries and the manufacturer insists on having the world as a market, the flag of his nation must follow him, and the doors of the nations which are closed must be battered down… Concessions obtained by financiers must be safeguarded by ministers of state, even if the sovereignty of unwilling nations be outraged in the process. Colonies must be obtained or planted, in order that no useful corner of the world may be overlooked or left unused.

Op zijn beurt was de overtuigde imperialist, president Theodore Roosevelt, van mening dat ‘braakliggende ruimtes’ zeker niet 'gereserveerd moeten worden voor het gebruik van verspreid levende primitieve stammen, wier leven slechts een paar graden minder betekenisloos, smerig, en meedogenloos is dan dat van de wilde beesten met wie ze het gebied delen.'

De werkelijkheid weerspreekt de overtuiging van een opiniemaker als Geert Mak dat de machtigen in Washington en op Wall Street:

een begin van orde brachten in de mondiale politiek en economie.

De veronderstelling dat de witte christelijke beschaving 'orde' bracht in de wereld zegt veel over hoe het eurocentrische mens- en wereldbeeld nog steeds de spil is waar de westerse ideologie om heen draait. Daardoor werd een wanorde geschapen juist daar waar een natuurlijke orde had bestaan, zoals bijvoorbeeld Lakota-chief Luther Standing Bear opmerkte:

The American Indian is of the soil, whether it be the region of forests, plains, pueblos, or mesas. He fits into the landscape, for the hand that fashioned the continent also fashioned the man for his surroundings. He once grew as naturally as the wild sunflowers; he belongs just as the buffalo belonged.

De witte man heeft echter nog steeds niet zijn plaats gevonden in de VS, het lukt hem niet om werkelijk te wortelen. Vandaar dat hij zijn geluk buiten de eigen omgeving blijft zoeken. Het is alsof er een vloek op zijn land rust. Hij slaagt er niet in te aarden, zijn bewustzijn blijft gemobiliseerd. Op die manier werd de Europese emigrant, die zijn werelddeel was ontvlucht, de nieuwe imperium-bouwer nadat de kolonialistische Europeanen hun energie in twee wereldoorlogen hadden verspild, en berooid in hun verwoest werelddeel waren achtergebleven. De witte man uit de christelijke beschaving is al sinds 1492 'on the road,' op zoek naar goud, naar kicks, naar verlossing dat hij meent te vinden in datgene wat hij nog niet bezitt. Voor hem biedt land slechts een tijdelijk onderkomen, het is alleen het vertrekpunt voor nieuwe veroveringen. Zodra hij denkt dat elders meer te halen is trekt hij verder, hij kent het begrip 'belong' niet, hoe intens ook zijn verlangen mag zijn om onderdeel van een geheel te zijn. In 1862 beschreef de Franse aristocraat Alexis de Tocqueville in het tweede deel van Democracy in America  de rusteloosheid in de nieuwe wereld als volgt:

It is strange to see with what feverish ardor the American pursue their own welfare; and to watch the vague dread that constantly torments them, lest they should not have chosen the shortest path which may lead to it.

A native of the United States clings to this world's goods aas if he were certain never to die; and he is so hasty in grasping at all within his reach, that one would suppose he was constantly afraid of not living long enough to enjoy them. He clutches everything, he holds nothing fast, but soon loosens his grasp to pursue fresh gratifications.

Dit meestal onbewuste motief is verantwoordelijk geweest voor de westerse vervreemding, het gevoel nergens bij te horen, te leven in een vacuüm. Cormac McCarthy, de Amerikaanse auteur van No Country for Old Men (2005), laat één van zijn hoofdpersonen deze psychische stoornis in zijn roman De Weg (2006) als volgt verwoorden:

Hij had dit gevoel eerder gehad, de verdoving en doffe wanhoop voorbij. Het gevoel dat de wereld bezig was te verschrompelen rond een rauwe kern van ontleedbare eenheden. Dat de namen van dingen langzaam achter die dingen aan wegzonken in de vergetelheid. Kleuren. De namen van vogels. Dingen die je kon eten. Tenslotte de namen van dingen die men voor waar hield. Die brozer bleken dan hij gedacht had. Hoeveel was er al verdwenen? Het heilig idioom werd beroofd van zijn referenten en daarmee van zijn realiteit. Kromp ineen als iets wat warmte probeert vast te houden. Om na verloop van tijd voor eeuwig uit te doven.

Hoewel Geert Mak de Amerikaanse Nobelprijswinnaar Literatuur, John Steinbeck, verslijt voor een 'doemdenker,' die zijn 'eeuwig sluimerende pessimisme ongegeneerd' in ondermeer Cannery Row toonde, een roman die volgens Mak bij gebrek aan 'Grootse Levensdoelen' een 'buitengewoon on-Amerikaans, misschien zelfs anti-Amerikaans – boek' is, fundamenteel afwijkend van het in zijn ogen kenmerkende eeuwige ‘optimisme van de Amerikanen,’ was Steinbeck in werkelijkheid Amerikaanser dan Mak ooit zal kunnen begrijpen. Al begin jaren zestig was de Amerikaanse Nobelprijswinnaar Literatuur ervan doordrongen dat er iets fundamenteel fout was in zijn land. In een brief aan Adlai Stevenson, tot tweemaal toe Democratisch presidentskandidaat, schreef Steinbeck dat de sfeer in zijn land was doortrokken van een

alles doordringende zenuwgas van immoraliteit die in de kleuterklas begint en niet stopt voordat het de hoogste posten heeft bereikt, zowel in het bedrijfsleven als bij de overheid.

Steinbeck wees zijn vriend erop dat de VS gekenmerkt werd door:

het geweld, de wreedheid en hypocrisie, symptomatisch voor een bevolking dat te veel heeft, en tenslotte is er de norse slechte humeur die zich alleen manifesteert bij mensen wanneer die bang zijn.

In dezelfde brief beschreef hij zijn en Stevenson’s landgenoten als consumenten die:

teveel DINGEN bezittend hun uren op de bank doorbrengen en hun geld besteden aan het zoeken naar een ziel. Een vreemde soort zijn wij. We kunnen alles weerstaan waarmee God en de Natuur ons bekogelt, behalve overvloed. Als ik een natie zou willen vernietigen zou ik het te veel geven en ik zou het op haar knieën krijgen, miserabel, vol begeerte en ziek.

De wereld beroemde schrijver merkte tenslotte op dat:

iemand ons systeem opnieuw moet onderzoeken, en dat snel. Wij kunnen niet verwachten onze kinderen te leren goede en achtenswaardige mensen te worden wanneer de stad, de staat, de regering, het bedrijfsleven, alle de hoogste beloningen geven voor bedrog en oneerlijkheid. Op elk niveau is de zaak gecorrumpeerd, Adlai. 

Steinbeck’s zag al meer dan een halve eeuw geleden de

nerveuze rusteloosheid, een honger, een dorst, een brandend verlangen naar iets onbekends – misschien wel moraliteit.

Desondanks schreef Geert Mak nog in 2012 dat John Steinbeck en andere kritische Amerikaanse intellectuelen 'met hun sombere voorspellingen de plank' hadden misgeslagen, 'aangezien Amerika na 1960 nog decennia van grote voorspoed [zou] beleven.' Typerend aan dit oordeel is dat de polderpers materiële vooruitgang ziet als algeheleVooruitgang. Bij haar speelt het begrip cultuur, zelfs in de meest brede zin van het woord, een te verwaarlozen rol. In het verpolitiekte bewustzijn van de Makkianen is geen ruimte voor een dieper inzicht in de beschaving waarvan ze deel uitmaken.  Nog afgezien van het gegeven dat het gemiddelde inkomen van de meeste Amerikanen sinds eind jaren zeventig niet meer steeg en de vermeende 'grote voorspoed' kunstmatig in stand werd gehouden door de introductie van de creditcard, waardoor op grote schaal geleend kon worden, bleven de ressentimenten van vooral de witte middenklasse decennialang toenemen. Die treden nu in alle openheid door de opkomst van het fenomeen Donald Trump, de held van een woedende witte aanhang. Wat de praatjesmakers van de Nederlandse mainstream-journalistiek weigeren in te zien is dat het neoliberale kapitalisme de westerse arbeiders- en middenklasse niet meer nodig heeft, aangezien het werk moeiteloos naar lage-lonen-landen kon worden overgeheveld, en de dienstensector door de introductie van de computer grotendeels geautomatiseerd kon worden. Zowel de blauwe als witte boorden zijn de dupe van het neoliberale kapitalisme, en dat komt overal in het Westen als een klap aan. De VS, het land bij uitstek van de witte middenklasse, is vanaf het allereerste begin gebaseerd geweest op racisme en uitbuiting. Het enige verschil nu met de historische continuïteit is dat vandaag de dag ook de witte middenklasse bewust wordt uitgeschakeld, waardoor het onderhuids racisme aan de oppervlakte treedt. Trump's politieke drijfveren verschillen niet wezenlijk van die van bijvoorbeeld Hillary Clinton, de 'ideale kandidaat' van Henk Hofland. Ook bij haar gaat het allereerst om het handhaven van de Amerikaanse hegemonie, het zo nodig met geweld beschermen van de markten en de grondstoffen, kortom, het in stand houden van het machtige militair-industrieel complex. Niet voor niets wordt 'Hillary' gesteund door Wall Street. 

Het enige fundamentele verschil tussen Trump en mevrouw Clinton is het feit dat eerstgenoemde bot is en 'Hillary'geslepen. Als havik stemde zij destijds vóór de illegale inval in Irak, het meest rampzalige besluit van de Amerikaanse elite sinds de Vietnam Oorlog. Desondanks viel zij dinsdag 15 maart Trump aan omdat 'Our next commander in chief has to be able to defend our country, not embarrass it – engage our allies, not alienate them.'Kenmerkend voor de zogeheten 'gematigde' Democratische presidentskandidaat is dat zijn de president allereerst ziet als 'opperbevelhebber' van de Amerikaanse strijdkrachten, dus niet als regeringsleider. Bovendien is haar argument niet de verwerpelijkheid van massaal geweld, maar dat Trump het land 'in verlegenheid' zal brengen en 'onze bondgenoten' niet aan Washington en Wall Street zal binden, maar hen juist daarvan zal 'vervreemden.' Het gaat de Deep State om de effectiviteit van het beleid, maar niet om het gewelddadige karakter ervan. De haat van de gevestigde orde tegen Trump komt voort uit het feit dat hij hardop uitspreekt wat de ware drijfveren van de Amerikaanse politieke en financiële elite zijn. Hij viel de Republikeinse politieke orde aan door te verklaren dat'They lied,' over Irak, 'They said there were weapons of mass destruction. There were none. And they knew there were none. There were no weapons of mass destruction,' een feit dat de oorlogszuchtige Hillary Clinton nooit zo expliciet zal formuleren, omdat de elites achter de schermen samenwerken aangezien zij dezelfde doeleinden nastreven. Trump is de stem van de woedende witte bevolking, die van hun leider verwachten: 'Make America Great Again!' hetgeen voor de gedupeerde blanke middenklasse in de praktijk betekent 'Make America White Again!' terwijl voor Hillary Clinton en haar financiers het erop neerkomt dat de financiële elite haar corrupte praktijken ongestoord kunnen voortzetten en Israel door kan gaan met het stelen van Palestijns land, en het met geweld terroriseren van de Palestijnse bevolking. 


Vanuit de hierboven beschreven context krijgen de woorden van opperhoofd Seattle een visionaire lading. Ruim een eeuw geleden waarschuwde hij de gewelddadige Europese immigrant op het gevaar van onverzadigbare begeerte, die van de witte man een dolende in 'de nieuwe wereld' zou maken. Seattle zei:

Wij weten dat de witte man onze manieren niet begrijpt. Eén deel van het land is voor hem hetzelfde als het andere, want hij is een vreemdeling die in de nacht aankomt en alles van het land neemt dat hij nodig heeft. De aarde is niet zijn broeder, maar zijn vijand – en zodra hij het veroverd heeft, trekt hij verder. Hij laat het graf van zijn vader achter en het geboorterecht van zijn kinderen wordt vergeten.

En de laatste van de grote Indiaanse opperhoofden, Chief Luther Standing Bear, beschreef aan het begin van de twintigste eeuw deze kwaal als volgt:

De witte man wordt nog steeds gekweld door primitieve angsten; nog steeds draagt hij in zijn bewustzijn de grote angsten mee van dit gekoloniseerd continent, waarvan sommige delen zich nog steeds niet hebben overgeleverd aan zijn onderzoekende voetstappen en zijn vorsende ogen… De man uit Europa is nog steeds een buitenlander en een vreemdeling… De mens moet worden geboren en herboren om zich ergens thuis te kunnen voelen.

Als eersten ondervonden de Indianen wat het Amerikaans expansionisme betekende. Terwijl de Europese kolonisten druk doende waren de christelijke beschaving met ultiem geweld te verspreiden, merkte Luther Standing Bear op:

Mij wordt sinds de dagen van het reservaat 'civilisatie' opgedrongen, en zij heeft geen greintje toegevoegd aan mijn gevoel voor rechtvaardigheid, aan mijn eerbied voor de rechten van het leven, aan mijn  liefde voor de waarheid, eerlijkheid, en edelmoedigheid, of aan mijn geloof in Wakan Tanka, God van de Lakota’s.

Luther Standing Bear zei wat honderden miljoenen na hem zouden beamen. Vandaar de leuze: ‘Yankee Go Home,’een eis die al in mijn jeugd, een halve eeuw geleden, overal ter wereld te horen was. ‘Yankee Go Home.’ Maar dit is nu juist het probleem, de inwoners van de VS worden permanent geestelijk zowel als lichamelijk via angst en commercie gemobiliseerd gehouden. In feite heeft de 'Yankee' geen thuis. Hij was sinds zijn vlucht uit Europa almaar op zoek geweest naar een beloofd land dat zijn droom zou verwezenlijken. Maar zonder economisch en militair expansionisme zou de mythe van de 'Amerikaanse Droom' snel failliet zijn geweest. Daarom blijft ook nu nog de Amerikaanse plutocratie een beroep doen op de ‘civiliserende onderwerping van de wilde door de Angelsaksische democraat,’ een feit waaraan de toonaangevende Amerikaanse historicus William Appleman William in de vorige eeuw toevoegde dat ‘exporteurs van katoen, kapitaal, en kerosine allen eisten dat de overheid de deur opende naar consumenten in de hele wereld,’ allereerst in Azië met zijn miljarden tellende bevolking. ‘Gebruik economische en militaire macht om de kolonisatiegrens van de Verenigde Staten westwaarts te laten expanderen naar het binnenland van China.’ Dit is het centrale uitgangspunt van het Amerikaanse buitenlandse politieke beleid. Daarbij geldt dat het westerse concern, geschoold in het bijeenbrengen van kapitaal, technologische kennis en management, het ideale instituut bleek om de geglobaliseerde wereld onder de heerschappij te brengen van het Amerikaans imperium. Een eeuw geleden verklaarde president Woodrow Wilson dat ‘alles wat ik ooit geschreven heb over het onderwerp van hem kwam,’ daarbij verwijzend naar de opvattingen van de invloedrijke Amerikaanse historicus Jackson Turner. Volgens Turner was de voornaamste taak van de VS ‘om democratische instituten en idealen in stand te houden’ om op die manier binnenlandse spanningen te neutraliseren, de Amerikaanse rijkdom almaar te vergroten, en de interne tegenstellingen van het kapitalisme zo lang mogelijk te verhullen. Na de desastreuze beurskrach van 1929 formuleerde president Franklin Delano Roosevelt de noodzaak van wat nu globalisering wordt genoemd aldus:

Onze laatste kolonisatiegrens is al lang geleden bereikt. Er bestaat geen veiligheidsklep meer in de vorm van een westerse prairie… gelijkheid van mogelijkheden zoals we die gekend hebben bestaat niet langer… Onze taak is nu het ontdekken of exploiteren van natuurlijke hulpbronnen, of het noodzakelijkerwijs produceren van meer goederen. Het is de… minder dramatische zaak van het beheren van hulpbronnen en materieel die al in onze handen zijn, het herstellen van buitenlandse markten voor onze geproduceerde overschotten.

Economische expansie zonder geweld was onmogelijk. Opmerkelijk is tevens dat pas toen de VS aan de Tweede Wereldoorlog ging meedoen de Amerikaanse economie uit de al meer dan een decennium durende diepe economische depressie raakte. Het was de prominente Amerikaanse historicus Charles A. Beard, die aantoonde dat de ideologie van het expansionisme onvermijdelijk zou uitlopen op grootscheeps geweld:

In een eindige wereld zou de poging om de nationale grens almaar te laten expanderen, of dit nu in ideologisch, politiek, of economisch opzicht was, leiden tot oorlog en tirannie. De democratie zou worden vernietigd.

In dit verband is het belangrijk niet uit het oog te verliezen dat de meeste mensen een geweten bezitten en dus een moraal, hoe rudimentair ook. Nooit kunnen ze die echt lang negeren. De Indiaans Amerikaanse auteur N. Scott Momaday, winnaar van de Pulitzer Prijs voor Fictie, stelde het in zijn boek The Man Made of Words (1998) als volgt:

For the European who came from a community of congestion and confinement, the West was beyond dreaming; it must have inspired him to formulate an idea of the infinite. There he could walk through geologic time; he could see into eternity. He was surely bewildered, wary, afraid. The landscape was anomalously beautiful and hostile. It was desolate and unforgiving, and yet it was a world of paradisal possibility. Above all, it was wild, definitively wild. And it was inhabited by people who were to him altogether alien and inscrutable, who were essentially dangerous and deceptive, often invisible, who were savage and unholy -- and who were perfectly at home. This is a crucial point, then: the West was occupied. It was the home of peoples who had come upon the North American continent many thousands of years before, who had in the course of their habitation become the spirit and intelligence of the earth, who had died into the ground again and again and so made it sacred. Those Europeans who ventured into the West must have seen themselves in some way as latecomers and intruders. In spite of their narcissism, some aspect of their intrusion must have occurred to them as sacrilege, for they were in the unfortunate position of robbing the native peoples of their homeland and the land of its spiritual resources. By virtue of their culture and history -- a culture of acquisition and a history of conquest -- they were peculiarly prepared to commit sacrilege, the theft of the sacred.

Dit onderdrukt schuldgevoel blijft knagen aan het zelfbeeld van de moderne westerling. De mens voor wie niets heilig is, doodt daarmee een deel van zichzelf en daarvoor moet hij een hoge prijs betalen. In 1977 omschreef de Amerikaanse auteur Wendell Berry dit besef in zijn boek The Unsettling of America aldus:

The willingness to abuse other bodies is the willingness to abuse one's own. To damage the earth is to damage your children. To despise the ground is to despise its fruit; to despise the fruit is to despise its eaters. The wholeness of health is broken by despise. If competition is the correct relation of creatures to one another and to the earth, then we must ask why exploitation is not more successful than it is. Why, having lived so long at the expense of other creatures and the earth, are we not healthier and happier than we are? Why does modern society exist under constant threat of the same suffering, deprivation, spite, contempt, and obliteration that it has imposed on other people and other creatures? Why do the health of the body and the health of the earth decline together? And why, in consideration of this decline of our worldly flesh and household, our 'sinful earth,' are we not healthier in spirit?

Na vijf eeuwen uiterst gewelddadig Europees en Amerikaans expansionisme beginnen vandaag de dag steeds meer witte intellectuelen de wijsheid van inheemse volkeren te ontdekken en zich te realiseren dat er iets wezenlijk fout is aan de agressieve op competitie en expansie gebaseerde westerse ideologie. Wendell Berry:

Everything in the Creation is related to everything else and dependent on everything else. The creation is one; it is a uni-verse, a whole, the parts of which are all 'turned into one.' [...] If a culture is to hope for any considerable longevity, then the relationships within it must, in recognition of their interdependence, be predominantly cooperative rather than competitive. A people cannot live long at each other's expense or at the expense of their cultural birthright -- just as an agriculture cannot live long at the expense of its soil or its work force, and just as in a natural system the competitions among species must be limited if all are to survive.

Langzaam maar zeker, na eeuwenlang in permanente staat van oorlog met de natuur en de mens te hebben verkeert, begint in het Westen het inzicht door te dringen dat 'we' gedwongen zijn te demobiliseren, wil tenminste de mensheid overleven, en de natuur zoals die vandaag de dag is. Daarom is de hardnekkigheid waarmee de 'politiek-literaire elite' in de polder ageert tegen een verandering van de huidige ideologische status quo zo opmerkelijk, vooral ook wanneer men die vergelijkt met het analytisch vermogen van onder andere de Angelsaksische intelligentsia. Zo beschrijft de Amerikaans/Canadese cultuurcriticus Henry A. Giroux in zijn boek Zombie Politics and Culture in the Age of Casino Capitalism (2011) hoe 'het casino kapitalisme' tegenwoordig 'elk aspect van de samenleving' bepaalt. Giroux:

casino capitalist zombie politics views competition as a form of social combat, celebrates war as an extension of politics, and legitimates a ruthless Social Darwinism in which particular individuals and groups are considered simply redundant, disposable — nothing more than human waste left to stew in their own misfortune — easy prey for the zombies who have a ravenous appetite for chaos and revel in apocalyptic visions filled with destruction, decay, abandoned houses, burned-out cars, gutted landscapes, and trashed gas stations. 

The twenty-first-century zombies no longer emerge from the grave; they now inhabit the rich environs of Wall Street and roam the halls of the gilded monuments of greed such as Goldman Sachs. As an editorial in the New York Times points out, the new zombies of free-market fundamentalism turned turned 'the financial system into a casino. Like gambling, the transactions mostly just shifted paper money around the globe. Unlike gambling, they packed an enormous capacity for collective and economic destruction—hobbling banks that made bad bets, freezing credit and economic activity. Society — not the bankers — bore the cost.' In this way, the zombie —  the immoral, sub-Nietzschean, id-driven 'other' who is 'hyper-dead' but still alive as an avatar of death and cruelty —   provides an apt metaphor for a new kind of authoritarianism that has a grip on contemporary politics in the United States. This is an authoritarianism in which mindless self-gratification becomes the sanctioned norm and public issues collapse into the realm of privatized anger and rage. The rule of the market offers the hyper-dead an opportunity to exercise unprecedented power in American society, reconstructing civic and political culture almost entirely in the service of a politics that fuels the friend/enemy divide, even as democracy becomes the scandal of casino capitalism — its ultimate humiliation.

But the new zombies are not only wandering around in the banks, investment houses, and death chambers of high finance, they have an ever-increasing presence in the highest reaches of government and in the forefront of mainstream media. The growing numbers of zombies in the mainstream media have huge financial backing from the corporate elite and represent the new face of the culture of cruelty and hatred in the second Gilded Age…

The current descent into racism, ignorance, corruption, and mob idiocy makes clear the degree to which politics has become a sport for zombies rather than engaged and thoughtful citizens.

The hyper-dead celebrate talk radio haters such as Rush Limbaugh, whose fanaticism appears to pass without criticism in the mainstream media. Limbaugh echoes the fanatics who whipped up racial hatred in Weimar Germany, the ideological zombies who dissolved the line between reason and distortion-laden propaganda. How else to explain his claim 'that environmentalist terrorists might have caused the ecological disaster in the gulf'?The ethically frozen zombies that dominate screen culture believe that only an appeal to self-interest motivates people — a convenient counterpart to a culture of cruelty that rebukes, if not disdains, any appeal to the virtues of a moral and just society. They smile at their audiences while collapsing the distinction between opinions and reasoned arguments…

In the age of zombie politics, there is too little public outrage or informed public anger over the pushing of millions of people out of their homes and jobs, the defunding of schools, and the rising tide of homeless families and destitute communities. Instead of organized, massive protests against casino capitalism, the American public is treated to an endless and arrogant display of wealth, greed, and power. Armies of zombies tune in to gossip-laden entertainment, game, and reality TV shows, transfixed by the empty lure of celebrity culture.

The roaming hordes of celebrity zombie intellectuals work hard to fuel a sense of misguided fear and indignation toward democratic politics, the social state, and immigrants—all of which is spewed out in bitter words and comes terribly close to inciting violence. Zombies love death-dealing institutions, which accounts for why they rarely criticize the bloated military budget and the rise of the punishing state and its expanding prison system. They smile with patriotic glee, anxious to further the demands of empire as automated drones kill innocent civilians — conveniently dismissed as collateral damage — and the torture state rolls inexorably along in Afghanistan, Iraq, and in other hidden and unknown sites. The slaughter that inevitably follows catastrophe is not new, but the current politics of death has reached new heights and threatens to transform a weak democracy into a full-fledged authoritarian state.

Ondertussen probeert in het kleine burgerlijke Nederland de journalist en opgewonden Atlanticus Hubert Smeets de president van de Russische Federatie af te schilderen als het grote kwaad in de wereld. En dat is, volgens hem, levensgevaarlijk, aangezien 'Europa jarenlang geen politieke keuzes wilde maken,' waardoor het Avondland door de politiek van 'Poetin' wordt bedreigd. Op zijn beurt verkondigt Henk Hofland, de 88-jarige columnist van De Groene Amsterdammer, geheel in de stijl van de Koude Oorlogsretoriek dat 'President Poetin geen compromis [wil], zoals de praktijk van deze oorlog aantoont, en het dus noodzaak [is] voor het Westen om grenzen aan de Russische expansie te stellen. We naderen het stadium waarin van Poetin alles te verwachten valt. Eerst werd de Krim geannexeerd, nu is er deze burgeroorlog in Oekraïne' en 'het niet meer dan redelijk [is] je af te vragen wat daarna op de agenda van Moskou staat.'  Wanneer ik dit soort oorlogszuchtige propaganda lees denk ik aan de eerste strofe van het gedicht The Second Coming, in 1919 geschreven door de Ierse dichter William Butler Yeats: 

Turning and turning in the widening gyre
    The falcon cannot hear the falconer;
    Things fall apart; the centre cannot hold;
    Mere anarchy is loosed upon the world,
    The blood-dimmed tide is loosed, and everywhere
    The ceremony of innocence is drowned;
    The best lack all conviction, while the worst
    Are full of passionate intensity.

De kleinburger leert nooit iets van de geschiedenis, zeker niet wanneer hij voor zijn hardleersheid ook nog eens met geld en aanzien wordt beloond door The Powers That Be. 


De EU van 'Geen Jorwert zonder Brussel' steunt het zionistisch regime in Israel zowel financieel, politiek, economisch, cultureel en zelfs militair, terwijl de gevestigde orde in het Westen tegelijkertijd Arabische terreur met klem veroordeeld. Natuurlijk beseft zelfs de westerse elite dat de rest van de wereldbevolking deze hypocrisie door heeft, maar dit zint zij van ondergeschikt belang, zolang de eigen bevolking het maar geloofd, en de westerse macht ongestoord haar terreur kan blijven voortzetten.


'One thought alone preoccupies the submerged mind of Empire: how not to end, how not to die, how to prolong its era.' De macht is altijd bereid om de Ander op te offeren om haar doel te bereiken.